Siemens HB33CR550, tekst van de handleiding
Pagina's 16–23 van 24 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3D-hetelucht .
Bakken op 2 niveaus:
- Bakplaat op inschuifhoogte 3
- Braadslede op inschuifhoogte 1
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen. Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Siliconen vormen zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Extra informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen | Vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Baktijd in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-160 | 60-75 | |
| Cake, fijn (bijv. zandtaart) | Krans/rechthoekige vorm | 1 | 150-160 | 60-70 | |
| Taartbodem van roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 1 | 160-170 | 20-35 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 1 | 160-170 | 60-70 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwarmen) | Vorm vruchtentaartbodem | 1 | 160-170 | 20-35 | |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) | Donkere springvorm | 1 | 160-170 | 30-45 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand | Donkere springvorm | 1 | 180-190 | 20-30 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van zandtaartdeeg* | Donkere springvorm | 1 | 160-170 | 60-75 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Ronde pizzaplaat | 1 | 190-210 | 35-45 | |
| Tulband | Tulbandvorm | 1 | 170-180 | 40-50 | |
| Pizza, dunne bodem, weinig bedekking (voorverwarmen) | Ronde pizzaplaat | 1 | 200-220 | 15-25 | |
| Hartig gebak* | Donkere springvorm | 1 | 170-190 | 45-60 | |
| * Gebak ca. 20 minuten in het uitgeschakelde, gesloten apparaat laten afkoelen. | |||||
| Gebak op de plaat | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking | Braadslede | 2 | 160-170 | 25-35 | |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 150-160 | 35-45 | ||
| Roerdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 2 | 160-170 | 30-45 | |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 160-170 | 40-50 | ||
| Gistdeeg met droge bedekking | Braadslede | 2 | 170-180 | 45-55 | |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 160-170 | 60-75 | ||
| Gistdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 2 | 160-170 | 70-90 | |
| Zandtaartdeeg met droge bedekking | Braadslede | 2 | 170-180 | 55-70 | |
| Zandtaartdeeg met vochtige bedekking, vruchten | Braadslede | 2 | 170-180 | 70-85 | |
| Zwitserse vruchtentaart | Braadslede | 1 | 190-210 | 35-45 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) | Braadslede | 2 | 190-200 | 10-15 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem | Braadslede | 2 | 170-180 | 35-50 | |
| Kerststol van 500 g bloem | Braadslede | 1 | 160-170 | 70-80 | |
| Strudel, zoet | Braadslede | 1 | 190-210 | 35-45 | |
| Pizza | Braadslede | 1 | 180-200 | 20-30 | |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 170-190 | 35-45 | ||
| Flammkuchen (voorverwarmen) | Braadslede | 1 | 190-210 | 20-25 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
16
Pagina 17
| Klein gebak | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Koekjes | Braadslede | 1 | 130-140 | 15-25 |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 130-140 | 20-30 | |
| Bitterkoekjes | Braadslede | 1 | 120-130 | 25-35 |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 110-120 | 30-40 | |
| Schuimgebak | Bakplaat | 1 | 130-160 | 80-90 |
| Muffins | Rooster met muffinplaat | 2 | 150-160 | 25-35 |
| 2 roosters met muffinplaten | 3+1 | 150-160 | 30-40 | |
| Branddeeggbak (voorverwarmen) | Braadslede | 2 | 200-210 | 25-35 |
| Bladerdeeggebak (voorverwarmen) | Braadslede | 1 | 190-200 | 20-35 |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 190-200 | 25-40 | |
| Gistdeeggebak | Braadslede | 2 | 190-200 | 20-30 |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 170-180 | 25-35 | |
| Brood en broodjes Giet nooit water in de hete oven. Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen, in zoverre niets anders aangegeven is. | ||||
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 1 | 240 200 | 10-15 40-45 |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 1 | 240 200 | 10-15 45-55 |
| Plat rond brood | Braadslede | 1 | 240 | 20-25 |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Braadslede | 2 | 220-230 | 20-30 |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Braadslede | 2 | 210-220 | 10-20 |
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 190-200 | 15-25 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
17
Pagina 18
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open
Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals. Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en servies | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 1 | 200-220 | 100-120 | |
| 1 | 190-210 | 120-140 | ||||
| 1 | 180-200 | 140-160 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 1 | 210-230 | 50-70 | |
| 1 | 200-220 | 60-80 | ||||
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 210-230 | 50-60 |
| Steaks, 3 cm dik, medium | Rooster + braadslede | 3+1 | 3 | 20-25 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Kalfsvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 190-210 | 80-100 | |
| 1 | 180-200 | 90-120 | ||||
| 1 | 180-200 | 100-140 | ||||
| Kalfsschenkel | 1,5 kg | open | 1 | 200-220 | 120-130 | |
| Varkensvlees | ||||||
| Braadvlees zonder zwoerd (bijv. nekstuk) | 1,0 kg 1,5 kg | open | 1 | 4 | 190-210 | 100-120 |
| 1 | 4 | 180-200 | 110-130 | |||
| 2,0 kg | 1 | 4 | 170-190 | 120-140 |
Pagina 19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 20
Vis Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik schoner. van de vis zorgt voor stabiliteit.
Visstukken keren na van de grilltijd. Voeg aan visfilet een paar eetlepels vloeistof toe om te stoven.
| Vis | Gewicht | Toebehoren en servies | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Vis, heel | per stuk ca. 300 g | Rooster | 2 | 2 | 20-25 | |
| 1,0 kg | Rooster | 1 | 4 | 200-220 | 45-55 | |
| 1,5 kg | Rooster | 1 | 4 | 180-200 | 60-70 | |
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster | 2 | 2 | 20-25 | ||
| Visfilet | gesloten | 1 | 210-230 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op tabelgegevens dienen alleen ter oriëntatie.
hoogte 1. De oven blijft schoner.
| Plaats de vormen altijd op het rooster. Ovenschotels | Toebehoren en servies | Hoogte | Verwarmings- Temperatuur in °C methode | Baktijd in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 1 | 180-200 | 45-55 |
| Soufflé | Ovenschaal | 1 | 180-200 | 35-45 |
| Portievormpjes | 1 | 200-220 | 20-30 | |
| Noedelsoufflé | Ovenschaal | 1 | 190-210 | 35-50 |
| Lasagne | Ovenschaal | 1 | 180-200 | 40-50 |
| Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog | Ovenschaal | 1 | 170-190 | 50-60 |
| Toast grillen | Rooster | 2 | 2 | 8-12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Kant-en-klaar producten Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking. plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
| Gerecht | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza met dunne bodem | Braadslede | 1 | 200-220 | 10-20 | |
| Pizza met dikke bodem | Braadslede | 1 | 180-200 | 20-30 | |
| Pizza baguette | Braadslede | 1 | 180-200 | 20-30 | |
| Minipizza | Braadslede | 1 | 200-220 | 5-15 | |
| Pizza, diepvries | Braadslede | 1 | 180-200 | 10-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
20
Pagina 21
Gerecht Toebehoren Hoogte Tijdsduur in minuten
Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, thode grillstand
Aardappelproducten, diepvries
| Frites | Braadslede | 200-220 | 15-25 |
|---|---|---|---|
| Kroketten | Braadslede | 190-210 | 20-30 |
| Rösti, gevulde aardappelflappen | Braadslede | 190-210 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Brood en banket, diepvries
| Broodjes, baguette | Braadslede | 180-200 | 10-20 |
| Zoute krakelingen | Braadslede | 180-200 | 15-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Brood en banket, voorgebakken
Afbakbroodjes of -stokbrood Braadslede 170-190 5-15
Groenteballetjes, diepvries
| Vissticks | Braadslede | 210-230 | 15-25 |
| Strudel, diepvries | Braadslede | 180-200 | 35-45 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Bijzondere gerechten
Met uw apparaat kunt u temperaturen van 50 tot 275 °C instellen. Daarom lukt bij u romige yoghurt net zo goed als soepel gistdeeg.
Yoghurt
Melk (3,5% vet) aan de kook brengen, tot 45 °C afkoelen. 150 g yoghurt erdoor roeren. In kommen of kleine TwistOffglazen doen en afgedekt op het rooster plaatsen. 5 minuten op 50 °C voorverwarmen. Dan als volgt bereiden.
Gerechten Hoogte
Toebehoren
Kommen of Twist-Off-glazen op het rooster plaatsen
Yoghurt 1
Gistdeeg laten rijzen
Het gistdeeg zoals gebruikelijk bereiden. In een hittebestendige keramische vorm plaatsen en afdekken. De binnenruimte 5-10 minuten voorverwarmen. Apparaat uitschakelen en om het deeg te laten rijzen dit in de uitgeschakelde ovenruimte plaatsen.
Bereiding
Temperatuur in °C Tijdsduur
Verwar-mingsmethode
in minuten
50°C voorverwarmen, 6-8 uur ovenlampen inschakelen
Gistdeeg laten rijzen Hittebestendige vorm
op de bodem van de ovenruimte plaatsen
50 °C voorverwar- 5-10 min.. men, apparaat uitschakelen
Gistdeeg in de binnen- 20-30 min. ruimte plaatsen.
Ontdooien
Diepgevroren levensmiddelen uit de verpakking nemen en in een geschikte schaal op het rooster plaatsen.
Houd u a.u.b. aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijden zijn gebaseerd op de soort en hoeveelheid levensmiddel.
Leg gevogelte met de borstzijde naar onderen op een bord.
Verwarmingsmethode
| Gerechten Toebehoren | Hoogte | Temperatuur in °C |
|---|---|---|
| Gevoelige ingevroren levensmiddelen Rooster bijv. slagroomtaart, crèmetaart, taart met chocolade of suikerglazuur, vruchten etc. | 1 | 0 °C, geen temperatuur instellen |
| Andere diepvriesproducten Rooster | 1 | 50 °C |
| Kip, worst en vlees, brood en broodjes, taart en ander gebak |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Drogen
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat ze goed afdruipen en droog ze af.
Braadslede op inschuifhoogte 1, rooster op inschuifhoogte 3 inschuiven. Braadslede en rooster bedekken met bakof perkamentpapier.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren. Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
Pagina 22
| Gerechten | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in uur |
|---|---|---|---|---|
| 600 g appelringen | 1+3 | 80 | ca. 5 | |
| 800 g peerstukjes | 1+3 | 80 | ca. 8 | |
| 1,5 kg kwetsen of pruimen | 1+3 | 80 | ca. 8-10 | |
| 200 g panklare keukenkruiden | 1+3 | 80 | ca. 1½ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites, speculaas).
| Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden. ■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken. ■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C. Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 190 °C. Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °C. Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Frites uit de oven | Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Conform EN/IEC 60350.
Bakken
Bij het bakken op 2 niveaus de bakplaat altijd boven de braadslede inschuiven.
Sprits: bakplaten die gelijktijdig in de oven worden geschoven, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bedekte appeltaart op 1 niveau: donkere springvormen diagonaal naast elkaar plaatsen.
Aanwijzing: Gebruik bij het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuuur.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits | bakplaat | 2 | 150-160 | 20-30 | |
| bakplaat | 1 | 140-150 | 20-30 | ||
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 140-150 | 25-40 | ||
| Small cakes (voorverwarmen) | bakplaat | 2 | 160-170 | 20-30 | |
| bakplaat | 1 | 150-160 | 20-30 | ||
| Bakplaat + braadslede | 3+1 | 150-160 | 25-35 | ||
| Waterbiscuit (voorverwarmen) | Springvorm op het rooster | 1 | 160-170 | 25-35 | |
| Springvorm op het rooster | 1 | 160-170 | 25-35 | ||
| Bedekte appeltaart | Rooster + 2 springvormen Ø 20 cm | 1 | 170-180 | 70-80 |
Pagina 23
Grillen
Legt u levensmiddelen direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht | Toebehoren en servies | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Toast roosteren 10minuten voorverwarmen | Rooster + braadslede | 3+1 | 3 | 1-2 | |
| Beefburger, 12 stuks* (niet voorverwarmen) | Rooster + braadslede | 3+1 | 3 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
* Na van de tijd keren.