Siemens HB36RB560, tekst van de handleiding
Pagina's 13–24 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 25 →
Pagina 13
Basisinstellingen
Uw apparaat heeft verschillende basisinstellingen, die u altijd aan uw wensen kunt aanpassen.
Aanwijzing: In de tabel vindt u alle basisinstellingen en de mogelijke wijzigingen. Afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat, worden in het display alleen de basisinstellingen weergegeven die bij uw apparaat passen.
| Functie | Basisinstellingen | Mogelijkheden | |
|---|---|---|---|
| • Signaaltoon na afloop van een tijdsduur | = 2 minuten | = 10 seconden = 2 minuten = 5 minuten | |
| • Bevestigingstoon bij het indrukken van een toets | = uit | = uit = aan | |
| • Helderheid van de displayverlichting | = dag | = nacht = gemiddeld = dag | |
| • Tijdsindicatie wanneer de oven is uitgeschakeld | = aan | = uit* * De tijd verschijnt zolang de restwarmte wordt weergegeven. = aan | |
| • Ovenlamp tijdens gebruik | = aan | = uit = aan | |
| • Werking voortzetten na het sluiten van de ovendeur | = werking wordt automatisch voortgezet | = met de werking voortzetten = werking wordt automatisch voortgezet | |
| • Extra deurvergrendeling bij kinderslot | = nee | = nee = ja | |
| • Nalooptijd van de koelventilator | = gemiddeld | = kort = gemiddeld = lang zeer lang | |
| • Achteraf niet voorzien van zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden | = nee | = nee = ja | |
| Achteraf voorzien van telescooprails | = nee | = nee = ja | |
| Alle wijzigingen direct terugzetten naar de basisinstellingen | = nee | = nee = ja | |
| Sabbatinstelling | = nee | = nee = ja | |
Pagina 14
Basisinstellingen wijzigen
Voorwaarde: de oven dient uitgeschakeld te zijn.
Zie de tabel met de basisinstellingen om te weten wat de getallen inhouden.
Het voorbeeld in de afbeelding: de basisinstelling Naloop ventilator veranderen van gemiddeld in kort.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden tot voor de eerste basisinstelling en de voor de vooringestelde waarde verschijnt.
- 2. De toets zo vaak indrukken tot de gewenste basisinstelling verschijnt.
- 3. Met de draaiknop de waarde van de basisinstellingen wijzigen.
- 4. U kunt nu verdere basisinstellingen wijzigen volgens de beschrijving in punt 2 en 3.
- 5. De toets ingedrukt houden tot de weergave dooft. Dit duurt ca. vier seconden. Alle wijzigingen zijn opgeslagen.
Afbreken
De toets indrukken. De wijzigingen worden niet opgeslagen.
Automatische uitschakeling
Uw oven heeft een automatische uitschakeling. Deze wordt actief wanneer er geen tijdsduur is ingesteld en de instellingen gedurende lange tijd niet veranderd zijn. Het moment waarop dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde temperatuur of grillstand.
Uitschakeling actief
Op het display verschijnt . De werking is onderbroken.
Wanneer u op een willekeurige toets drukt, verdwijnt de indicatie. U kunt opnieuw instellen.
Aanwijzing: Is er een tijdsduur ingesteld, dan warmt de oven na afloop van de tijdsduur niet meer op. De automatische uitschakelfunctie is niet nodig.
Reinigingssysteem
Het reinigingssysteem regenereert de zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte.
De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje zeer poreuze keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Wanneer deze vlakken niet voldoende schoon meer worden en er donkere vlekken ontstaan, worden ze met behulp van het reinigingssysteem geregenereerd.
Zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden achteraf aanbrengen
De achterwand in de oven is voorzien van een laagje keramiek. Om het reinigingssysteem te kunnen gebruiken, moeten ook het plafond en de zijwanden hiervan voorzien zijn. U kunt het zelfreinigende plafond en de zelfreinigende zijwanden als extra toebehoren verkrijgen bij de klantenservice.
Basisinstellingen wijzigen
Wanneer u het zelfreinigende plafond en de zelfreinigende zijwanden achteraf heeft aangebracht, activeert u het reinigingssysteem in de basisinstellingen. In het hoofdstuk Basisinstellingen kunt u nalezen hoe dit in zijn werk gaat.
Reinigingsstanden
U kunt drie reinigingsstanden kiezen.
| Stand | Reinigingsgraad | Tijdsduur |
|---|---|---|
| 1 | licht | ca. 45 minuten |
| 2 | gemiddeld | ca. 1 uur |
| 3 | intensief | ca. 1 uur, 15 min. |
Pagina 15
Voor de reiniging
Neem de toebehoren en vormen uit de binnenruimte.
Bodem van de binnenruimte schoonmaken
Voor u het reinigingsysteem instelt, dient u de nietzelfreinigende vlakken in de binnenruimte schoon te maken. Anders ontstaan er vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden.
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn. Bij sterke verontreiniging een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Reinigingsstand instellen
- 1. De toets indrukken.
Reinigingsstand 3 wordt voorgesteld. Wanneer u de reinigingsstand wilt wijzigen:
- 2. Met de draaiknop de gewenste reinigingsstand kiezen.
- 3. Met de reiniging starten.
Na afloop van de reiniging
Op het display staat : . De oven warmt niet meer op.
Reiniging afbreken
De toets ingedrukt houden tot 3Dhetelucht, 160 °C verschijnt. U kunt opnieuw instellen.
Reinigingsstand corrigeren
Na de start kan de reinigingsstand niet langer worden gewijzigd.
De reiniging moet 's nachts worden uitgevoerd
Om de oven overdag te kunnen gebruiken, verzet u het tijdstip van het einde van de reiniging naar de nacht. Zie het hoofdstuk Tijdfuncties, de eindtijd op een later tijdstip zetten .
Na afloop van de reiniging
Wanneer de binnenruimte helemaal afgekoeld is, neemt u de zoutresten met een vochtig doekje van de zelfreinigende oppervlakken af.
Onderhoud en reiniging
Wanneer u de oven goed verzorgt en schoonmaakt, blijft hij lang mooi en intact. Hieronder wordt uitgelegd hoe u de oven op de juiste manier verzorgt en schoonmaakt.
Aanwijzingen
- Geringe kleurverschillen op de voorzijde van de oven zijn het gevolg van het gebruik van verschillende materialen, zoals glas, kunststof en metaal.
- Schaduwen op de ruit van de deur, die eruit zien als strepen, zijn lichtreflexen van de ovenlamp.
- Het email wordt ingebrand op zeer hoge temperaturen. Hierdoor kunnen er kleine kleurverschillen ontstaan. Dit is normaal en heeft geen nadelige invloed op de werking. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd. Ze kunnen daarom ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact.
Schoonmaakmiddelen
Om te voorkomen dat de verschillende oppervlakken door verkeerde schoonmaakmiddelen beschadigd worden, dient u zich te houden aan de gegevens in de tabel. Gebruik
- geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen,
- geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen,
- geen harde schuur- of schoonmaaksponsjes,
- geen hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten.
Was nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik goed uit.
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Voorkant van de oven | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Geen glasreiniger of schraper gebruiken. |
| Roestvrij staal | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken altijd onmiddellijk verwijderen. Onder zulke vlekken kan gemakkelijk corrosie ontstaan. |
| Bij de klantenservice of in de vakhandel zijn speciale schoonmaakmiddelen voor roestvrij staal verkrijgbaar die geschikt zijn voor warme oppervlakken. Het schoonmaakmiddel heel dun opbrengen met een zachte doek. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Bereik | Schoonmaakmiddelen |
|---|---|
| Ruiten van de deur | Glasreiniger: met een zachte doek schoonmaken. Geen schraper gebruiken. |
| Glazen afscherming van de ovenlamp | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Dichting Niet afnemen! | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje reinigen. Niet schuren. |
| Inschuifrails | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
| Telescooprails | Warm zeepsop: met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. Niet laten weken of schoonmaken in de vaatwasmachine. |
| Toebehoren | Warm zeepsop: laten weken en met een schoonmaakdoekje of borstel schoonmaken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte schoonmaken
De achterwand in de oven is voorzien van een laagje zeer poreus keramiek. Spetters van het bakken en braden worden hiervan opgezogen en afgebroken terwijl de oven in gebruik is. Hoe hoger de temperatuur en hoe langer de oven wordt gebruikt, des te beter het resultaat.
Wanneer er ook na herhaald gebruik nog vuil zichtbaar is, gaat u als volgt te werk:
- 1. Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte zorgvuldig schoonmaken.
2.3D-hetelucht instellen.
- 3. De lege, gesloten oven gedurende ongeveer 2 uur op maximale temperatuur houden.
De keramiekbedekking wordt geregenereerd. Bruinachtige of witachtige resten kunt u, wanneer de binnenruimte afgekoeld is, met water of een zachte doek verwijderen.
Een lichte verkleuring van het keramiek heeft geen invloed op de zelfreiniging.
Wanneer u de extra toebehoren “Zelfreinigend plafond en zelfreinigende zijwanden“ aanschaft, kunt u de zelfreinigende oppervlakken met het reinigingssysteem regenereren. Lees hierover het hoofdstuk Reinigingssysteemna.
15
Pagina 16
Attentie!
- Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem.
- Behandel de keramiekbedekking nooit met ovenreiniger. Komt hier per ongeluk ovenreiniger op, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Grillverwarmingselement naar beneden klappen
U kunt de het grillelement voor het schoonmaken naar beneden klappen.
ã=Risico van verbranding!
De oven dient onverwarmd te zijn.
- 1. Bevestigingsbeugel van de grill naar voren trekken en naar boven drukken, tot hij hoorbaar inklikt (Afbeelding A).
- 2. Hierbij de grillelementen vasthouden en naar beneden klappen (Afbeelding B).
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen
- 2. en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken
- 4. en verwijderen (Afbeelding B).
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inschuifrails bevestigen
- 1. Inschuifrails eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- 2. en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
De inschuifrails passen links en rechts. De welving moet zich altijd aan de onderkant bevinden.
Na de reiniging de grillelementen weer naar boven klappen. Bevestigingsbeugel naar beneden drukken en het grillelement laten inklikken.
Deurruiten verwijderen en inbrengen
Om gemakkelijker schoon te maken kunt u de ruiten van de ovendeur afnemen.
Let er bij het verwijderen van de binnenruiten op in welke volgorde u de ruiten eruit neemt. U brengt de ruiten weer in de juiste volgorde in door te letten op het nummer dat erop staat.
Afhankelijk van het apparaattype kunt u de ovendeur naar rechts of naar links openen.
Het verwijderen en inbrengen van de deurruiten geldt voor de rechter- en linkerovendeur.
Verwijderen
- 1. Ovendeur openen.
- 2. De afscherming bovenaan de ovendeur eraf schroeven. Hiervoor de schroeven aan de linker- en rechterkant losdraaien (Afbeelding A). De ruit met één hand vasthouden.
- 3. Bovenste ruit er naar boven uittrekken (Afbeelding B).
Pagina 17
- 4. De grote klemmen rechts en links losschroeven en verwijderen (Afbeelding C). Middelste ruit eruit nemen.
- 5. Onderste ruit er schuin naar boven uittrekken.
Reinig de ruiten met glasreiniger en een zachte doek.
Gebruik geen scherpe of schurende middelen en geen schraper. Het glas kan hierdoor beschadigd raken.
Inbrengen
Let er bij het inbrengen op dat bij beide ruiten “right above“ rechtsboven staat.
- 1. Onderste ruit schuin naar onderen inschuiven (Afbeelding A).
- 2. Middelste ruit weer inschuiven.
- 3. Borgveren rechts en links op de ruit plaatsen, zo uitlijnen dat de veren zich boven het schroefgat bevinden en vastschroeven (Afbeelding B).
- 4. Bovenste ruit inschuiven en vasthouden. Het grote vlak moet zich aan de buitenkant bevinden.
- 5. Afscherming plaatsen en vastschroeven.
- 6. Ovendeur sluiten.
Gebruik de oven pas weer wanneer de ruiten naar behoren zijn ingezet.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht een keer niet lukt, raadpleeg dan het hoofdstuk Voor u getest in onze kookstudio. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
ã=Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Aanwijzing/oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet | Zekering defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| Op het display staat : . | Stroomonderbreking. | Stel de tijd opnieuw in. |
| De oven warmt niet op of de verwarmingsmethode kan niet worden ingesteld. | Verwarmingsmethode niet herkend | Stel nog eenmaal in. |
| De oven warmt niet op. In de temperatuurindicatie staat een klein vierkantje. | De oven bevindt zich in de demomodus. | Schakel de zekering in de meterkast uit en na minstens 20 seconden weer in. In de volgende 2 minuten de toets 4 seconden lang ingedrukt houden tot het vierkantje van het display verdwijnt. |
| Na het indrukken van de toets verschijnt op het display. | Het plafond en de zijwanden van de binnenruimte zijn niet zelfreinigend. Het reinigingssysteem is niet mogelijk. | Pas nadat u het zelfreinigende plafond en de zijdelen heeft aangebracht en het reinigingsysteem in de basisinstellingen heeft geactiveerd, kunt u met de toets het reinigingssysteem instellen. Zie het hoofdstuk Reinigingssysteem en het hoofdstuk Basisinstellingen. |
| Op het display verschijnt . | De automatische uitschakeling is geactiveerd. De oven warmt niet meer op. | Druk op een willekeurige toets. |
| Foutmeldingen met Wordt op het display een foutmelding met druk dan op de toets 0. Hiermee wordt de Het kan voorkomen dat u vervolgens de tijd | instellen. Wordt de fout opnieuw weergegeven, neem dan weergegeven, contact op met de klantenservice. foutmelding gewist. Bij de volgende foutmelding kunt u het probleem zelf oplossen. opnieuw moet | |
| Foutmelding | Mogelijke oorzaak | Aanwijzing/oplossing |
| Een toets is te lang ingedrukt of is beklemd geraakt. | Druk alle toetsen afzonderlijk in. Controleer of de toetsen schoon zijn. Neem contact op met de klantenservice wanneer de foutmelding aanhoudt. | |
Pagina 18
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
- 2. Glazen afscherming verwijderen. De afscherming hiervoor met de hand van onderaf openen (Afbeelding A). Kan de glazen afscherming moeilijk worden verwijderd, gebruik er dan een lepel bij.
- 3. De lamp eruit draaien en vervangen door een lamp van hetzelfde type (Afbeelding B). Let er op dat de lamp recht wordt ingedraaid.
- 4. Glazen afscherming weer terugplaatsen. Let erop dat de welving in het glas zich aan de rechterkant bevindt. Het glas van boven inbrengen en aan de onderkant stevig aandrukken (Afbeelding C). Het glas zit nu vast.
Linkerovenlamp vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 25 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
ã=Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FDnr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
18
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de producent. Zo bent u er zeker van dat de reparatie wordt uitgevoerd door geschoolde onderhoudstechnici, die beschikken over de originele onderdelen voor uw huishoudelijke apparaten.
Pagina 19
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden kunt besparen op energie en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het
tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat beantwoordt aan de Europese richtlijn 2002/96/EG inzake gebruikte elektro en elektronica-apparatuur (WEEE - waste electrical and electronic equipment). De richtlijn biedt het kader voor de terugname en verwerking van gebruikte apparaten geldend voor de hele EU.
Automatische programma's
Met de automatische programma's gaan geraffineerde stoofgerechten, sappig gebraden vlees en smakelijke eenpansgerechten u heel gemakkelijk af. U hoeft hierbij niet te keren en te bedruipen en de binnenruimte blijft schoon.
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit van het vlees en de grootte en soort van de vormen of het servies. Maak gebruik van pannenlappen wanneer u het gerecht uit de oven neemt. De vorm is heel heet. Opgelet bij het openen van de vorm, er komt hete stoom vrij.
Vormen
De automatische programma's zijn alleen geschikt voor het braden en bakken in open vormen, met uitzondering van gegratineerde ham. Gebruik alleen vormen met een goed sluitend deksel. Neem ook de gegevens van de fabrikant van de vorm in acht.
Geschikte vormen
Wij raden het gebruik van hittebestendige vormen (tot 300 °C) aan, van glas of glaskeramiek. Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het glanzende oppervlak reflecteert de warmtestraling zeer sterk. Het gerecht wordt minder bruin en het vlees minder gaar. Gebruikt u een braadslede van roestvrij staal, neem dan na afloop van het programma het deksel eraf. Het vlees op grillstand 3 nog 8 tot 10 minuten gratineren. Gebruikt u braadsledes van geëmailleerd staal, gietijzer of persgegoten aluminium, dan wordt het gerecht bruiner. Voeg wat meer vloeistof toe.
Ongeschikte vormen
Vormen van licht, glanzend aluminium, ongeglazuurde klei en vormen van kunststof of met kunststof handgrepen zijn niet geschikt.
Grootte van de vorm
Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. twee derde bedekken. Zo krijgt u mooi braadsap.
De afstand tussen het vlees en het deksel moet minstens 3 cm bedragen. Het vlees kan tijdens het braden uitzetten.
Gerecht voorbereiden
Gebruik vers of diepvriesvlees. Wij bevelen vers vlees op koelkasttemperatuur aan.
Gebruik een geschikte vorm.
Weeg het verse of diepvriesvlees, het gevogelte of de vis. Gedetailleerde aanwijzingen vindt u in de betreffende tabellen. Om in te stellen dient u het gewicht te weten.
Kruid het vlees. Diepvriesvlees kruidt u op dezelfde manier als vers vlees.
Bij veel gerechten dient vloeistof te worden toegevoegd. Doe zoveel vloeistof in de vorm dat de bodem ca. ½ cm bedekt is. Staat er “wat“ vloeistof in de tabel, dan zijn 2-3 eetlepels meestal toereikend. Bij vloeistof “ja“ mag het rustig meer zijn. Neem de aanwijzingen voor en in de tabellen in acht.
Sluit de vorm af met een deksel. Plaats hem op hoogte 2 op het rooster.
Bij enkele gerechten is het niet mogelijk de eindtijd op een later tijdstip te zetten. Deze gerechten zijn aangeduid met een ster*.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
Pagina 20
Programma's
Gevogelte
Leg het gevogelte met de kant van de borst naar boven in de braadslede. Gevuld gevogelte is ongeschikt.
Bij meerdere kippenbouten stelt u het gewicht van de zwaarste in. De bouten moeten ongeveer even zwaar zijn.
Voorbeeld: 3 kippenbouten van 300 g, 320 g en 400 g. Stel 400 g in.
Maakt u twee even zware kippen klaar in een braadslede, stel dan evenals bij de bouten het gewicht van de zwaarste in.
Programma's Programmanum- Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht mer gen
| Gevogelte | ||||
|---|---|---|---|---|
| Kippetje, vers | P1* | 0,7-2,0 | nee | Gewicht van het vlees |
| Poularde, vers | P2* | 1,4-2,3 | nee | Gewicht van het vlees |
| Eend, vers | P3* | 1,6-2,7 | nee | Gewicht van het vlees |
| Gans, vers | P4* | 2,5-3,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Kalkoen, vers | P5* | 2,5-3,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Bouten, vers, bijv. kippen, eenden, ganzen-, kalkoenbout | P6* | 0,3-1,5 | nee | Gewicht van de zwaarste bout |
| Vlees | Rundvlees | |||
| Doe zoveel vloeistof in de vorm als wordt aangegeven. Programma's Programmanummer | Voeg aan stoofvlees voldoende vloeistof toe. U kunt ook marineervocht gebruiken. Rosbief eerst bereiden met de kant van het vet naar boven. Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen | |||
| Rundvlees | ||||
| Stoofvlees, vers bijv. klapstuk, schouderstuk, gemarineerd vlees | P7 | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Stoofvlees, diepvries bijv. klapstuk, schouderstuk, schouder | P8* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Rosbief, vers, kort gebakken bijv. lendestuk | P9 | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Kalfsvlees | ||||
| Braadstuk, vers, mager bijv. bovenbout, fricandeau | P10 | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Braadstuk, vers, doorregen bijv. nek, hals | P11 | 0,5-3,0 | wat | Gewicht van het vlees |
| Schenkel met been, vers | P12 | 0,5-2,5 | ja | Gewicht van het vlees |
| Lamsvlees | ||||
| Bout, vers zonder been, doorbakken | P13 | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees |
| Bout, vers zonder been, medium | P14 | 0,5-2,5 | nee | Gewicht van het vlees |
| Bout, vers met been, doorbakken | P15 | 0,5-2,5 | wat | Gewicht van het vlees |
| Lamsbout, diepvries, zonder been, doorbakken | P16* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees |
| Bout, diepvries, met been, doorbakken | P17* | 0,5-2,0 | wat | Gewicht van het vlees |
Pagina 21
Wildbraad Wanneer u meerdere hazenbouten klaarmaakt, stelt u het Wildbraad kunt u met spek bedekken, het vlees blijft dan gewicht van de zwaarste bout in.
sappiger maar wordt niet zo erg bruin. Voor een fijnere smaak Konijn kunt u ook voor de bereiding in porties verdelen. Stel het kunt u het wildbraad voor het garen 's nachts in de koelkast in totaalgewicht in.
| karnemelk, wijn of azijn marineren. Wildbraad | Programmanummer | Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen |
|---|---|---|
| Hertenvlees, vers bijv. schouder, borst | P18 | 0,5-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| Reebout zonder been, vers | P19 | 0,5-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| Hazenbout met been, vers | P20 | 0,3-0,6 ja Gewicht van het vlees |
| Konijn, vers | P21 | 0,5-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| Vis U kunt de vis zoals gebruikelijk besprenkelen met citroensap en zouten. Voor gestoofde vis: ½ cm vloeistof, bijv. wijn of citroensap in de vorm doen. Voor gebakken vis: vis door de bloem wentelen en bestrijken met gesmolten boter. | Hele vis lukt het beste wanneer deze in de “zwemhouding" in de vorm staat. Dit betekent dat de rugvin naar boven gericht is. Om ervoor te zorgen dat de vis in deze stand blijft, kunt u een ingesneden aardappel of een kleine, ovenvaste vorm in de buikopening aanbrengen. Bij meerdere vissen stelt u het totaalgewicht in. De vissen moeten echter ongeveer even groot of even zwaar zijn. Voorbeeld: twee forellen van 0,6 kg en 0,5 kg. Stel 1,1 kg in. | |
| Programma's | Programmanummer | Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen |
| Vis | ||
| Forel, vers, stoven | P22* | 0,3-1,5 ja Totaalgewicht |
| Forel, vers, bakken | P23* | 0,3-1,5 nee Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, stoven | P24* | 0,5-2,0 ja Totaalgewicht |
| Kabeljauw, vers, bakken | P25* | 0,5-2,0 nee Totaalgewicht |
| Eenpansgerecht U kunt verschillende soorten vlees en verse groente combineren. Het vlees in stukken snijden. Stukken kip ongesneden gebruiken. Dezelfde tot de dubbele hoeveelheid groente bij het vlees doen. Voorbeeld: aan 0,5 kg vlees voegt u 0,5 kg tot 1 kg verse groente toe. | Moet het vlees geroosterd zijn, leg het dan als laatste ingrediënt op de groente in de braadslede. Wilt u het minder bruin, roer het vlees dan door de groente. Bij eenpansgerechten met vlees stelt u het gewicht van het vlees in. Moet de groente zachter zijn, stel dan het totaalgewicht in. Geschikt voor een groenteschotel zijn vaste groentesoorten, bijv. wortels, sperziebonen, witte kool, selderij en aardappels. Hoe kleiner u de groente snijdt, hoe zachter deze wordt. Bedek de groente met vloeistof om te voorkomen dat deze te bruin wordt aan de bovenkant. | |
| Programma's | Programmanummer | Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen |
| Eenpansgerecht | ||
| met vlees bijv. eenpansgerecht met verschillende soorten vlees | P26 | 0,3-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| met groente bijv. vegetarisch eenpansgerecht | P27 | 0,3-3,0 ja Totaalgewicht |
| Goulash | P28 | 0,3-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| Rollades | P29 | 0,3-3,0 ja Gewicht van het vlees |
| Gehakt Gebruik alleen vers gehakt. | Stel het totaalgewicht van het gehakt in. U kunt het mengsel met groenteblokjes of kaas afmaken. | |
| Programma's | Programmanummer | Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht gen |
| Gehakt | ||
| van vers rundvlees | P30 | 0,3-3,0 nee Totaalgewicht |
| van vers lamsvlees | P31* | 0,3-3,0 nee Totaalgewicht |
| van vers, gemengd vlees | P32* | 0,3-3,0 nee Totaalgewicht |
| van vers varkensvlees | P33* | 0,3-3,0 nee Totaalgewicht |
Pagina 22
Varkensvlees
Braadstuk met een korstje legt u met de korst naar boven in de vorm. Snijd het zwoerd voor de bereiding rastervormig in, zonder het vlees te beschadigen.
Ham met de vetlaag naar boven in de vorm leggen. De ham onafgedekt gratineren.
Stel bij braadstukken het gewicht van het vlees, bij rollades het totaalgewicht in.
Programma's Programmanum- Gewichtsbereik in kg Vloeistof toevoe- Instelgewicht mer gen
| Varkensvlees | ||||
|---|---|---|---|---|
| Halsstuk vers, zonder been | P34 | 0,5-3,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Halsstuk, diepvries, zonder been | P35* | 0,5-2,0 | ja | Gewicht van het vlees |
| Lendestuk, vers | P36 | 0,5-2,5 | ja | Gewicht van het vlees |
| Rollade, vers | P37 | 0,5-3,0 | ja | Totaalgewicht |
| Braadstuk met korstje, vers, buikstuk | P38 | 0,5-3,0 | nee | Gewicht van het vlees |
| Ham, vers, gepekeld, garen | P39 | 1,0-4,0 | wat | Gewicht van het vlees |
| Ham, vers, gepekeld, gratineren | P40* | 1,0-4,0 | nee | Gewicht van het vlees |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Programma kiezen en instellen
Zoek eerst het geschikte programma uit de programmatabel. Het voorbeeld in de afbeelding: Instelling voor gestoofd rundvlees, programma 7, gewicht van het vlees 1,3 kg.
- 1. De toets indrukken.
In de temperatuurindicatie verschijnt het eerste programmanummer en het draaisymbool
- 2. Met de draaiknop het gewenste programmanummer instellen.
- 3. De toets indrukken.
Op het tijdsdisplay verschijnt een voorgesteld gewicht.
- 4. Met de draaiknop het gewicht instellen.
- 5. De toets indrukken.
Het programma start. Op het display kunt u het verloop van de tijdsduur aflezen.
Het programma is afgerond
Er klinkt een signaal. De oven warmt niet meer op. U kunt het signaal vroegtijdig met de toets 0 wissen.
Programmaduur wijzigen
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
Programma wijzigen
Na de start kan het programma niet meer worden gewijzigd.
Ovendeur openen
De werking wordt onderbroken. De toets knippert.Na het sluiten van de deur wordt de werking weer voortgezet.
Functie pauzeren
De toets kort indrukken. De oven bevindt zich nu in de pauzestand. De toets knippert. Om de pauze te beëindigen, opnieuw op drukken. De toets is verlicht.De werking wordt voortgezet.
Programma afbreken
De toets ingedrukt houden tot het symbool voor 3D-hetelucht en 160 °C verschijnen. U kunt opnieuw instellen.
De eindtijd op een later tijdstip zetten
Zie het hoofdstuk Tijdfuncties, de eindtijd op een later tijdstip zetten.
Pagina 23
Tips voor de automatische programma's
| Het gewicht van het vlees of gevogelte ligt boven het aangegeven gewichtsbereik. | Het gewichtsbereik is bewust beperkt. Voor zeer grote braadstukken is vaak geen voldoende grote braadslede voorhanden. Bereid grote stukken vlees met boven- en onderwarmte of circulatiegrillen 4. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te donker. | Neem een kleinere vorm of gebruik meer vloeistof. |
| Het vlees is goed, maar de jus is te licht en te waterig. | Neem een grotere vorm of gebruik minder vloeistof. |
| Het gerecht is te droog aan de bovenkant. | Gebruik een vorm met een goed sluitend deksel. Mager vlees blijft malser door er spekreepjes op te leggen. |
| Tijdens het braden ruikt het vlees aangebrand, maar het ziet er goed uit. | Het deksel van de braadslede sluit niet goed of het vlees is groter geworden en heeft het deksel opgetild. Gebruik altijd een passend deksel. Let erop dat er tenminste 3 cm afstand zit tussen het vlees en het deksel. |
| U wilt diepvriesvlees klaarmaken. | Kruid het diepvriesvlees op dezelfde manier als vers vlees. Let op: bij diepvriesvlees kan de eindtijd niet op een later tijdstip worden gezet. Het vlees zou tijdens de wachttijd ontdooien en oneetbaar worden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
Aanwijzing: als gevolg van de hoge vochtigheid kan bij het bakken met hydrobakken aan de binnenkant van de oven condensaat ontstaan. Open de ovendeur voorzichtig, er komt hete stoom vrij.
Pagina 24
| Gebak in vormen Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig Krans/rechthoekige vorm 3 cakevormen | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg Vorm vruchtentaartbodem | 3 | 160-180 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuitbodem, 2 eieren (voorverwar- Vorm vruchtentaartbodem men) | 2 | 160-180 | 20-30 | |
| Biscuittaart, 6 eieren (voorverwarmen) Springvorm | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| Bodem zandtaartdeeg met rand Springvorm | 1 | 180-200 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart met bodem van Springvorm zandtaartdeeg* | 1 | 160-180 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Tulband Tulbandvorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedek- Pizzaplaat king (voorverwarmen) | 1 | 280-300 | 10-15 | |
| Hartig gebak* Springvorm 1 * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | 170-190 | 45-55 | ||
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roerdeeg met droge bedekking Braadslede Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roerdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 25-35 | |
| 3+1 | 140-160 | 40-50 | ||
| Gistdeeg met droge bedekking Braadslede Braadslede + bakplaat | 3 | 170-190 | 25-35 | |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Gistdeeg met vochtige bedekking, Braadslede vruchten Braadslede + bakplaat | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| 3+1 | 150-160 | 50-60 | ||
| Zandtaartdeeg met droge bedekking Braadslede | 1 | 180-200 | 20-30 | |
| Zandtaartdeeg met vochtige bedek- Braadslede king, vruchten | 2 | 160-180 | 60-70 | |
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 1 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 170-190 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem Braadslede | 2 | 180-200 | 25-35 | |
| Kerststol van 500 g bloem Braadslede | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem Braadslede | 3 | 140-160 | 90-100 | |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 190-210 | 55-65 | |
| Pizza Braadslede Braadslede + bakplaat | 2 | 220-240 | 25-35 | |
| 3+1 | 180-200 | 40-50 | ||
| Flammkuchen (voorverwarmen) Braadslede | 2 | 280-300 | 10-12 | |
| Börek Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Braadslede | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Sprits (voorverwarmen) Braadslede | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Braadslede | 3 | 140-150 | 25-35 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | |
| Bitterkoekjes Braadslede | 2 | 100-120 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | |
| Schuimgebak Braadslede | 3 | 80-100 | 100-150 | |