Siemens HB534AER3, tekst van de handleiding
Pagina's 5–18 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–4verder op pagina 19 →
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte.
- Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
- Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.
- Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
"Zo lukt het", Pagina 21
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
- 2 3
1 Toetsen en display
De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.
Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.
"Toetsen en display", Pagina 6
Functiekeuzeknop
Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.
De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 6
Temperatuurknop
Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
4.2 Toetsen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u de tijd verandert.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Tijdfuncties | Tijd , timer , tijdsduur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de toets drukken. "Tijdfuncties", Pagina 10 | |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. | |
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. "Kinderslot", Pagina 12 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D Hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Milde hetelucht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. |
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte. Kies een temperatuur tussen 120 °C en 230 °C. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | ||
| Pizzastand | Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Onderwarmte | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Circulatiegrillen | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, groot Grillstanden: 1 = laag 2 = gemiddeld 3 = hoog | Platte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Boven- en onderwarmte | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Meer functies
Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Snel voorverwarmen | De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 10 | |
| Ovenlamp | De binnenruimte zonder verwarming verlichten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
Opmerking: Bij temperatuurinstellingen boven 250 °C verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 10 minuten tot ca. 240 °C. Als uw apparaat het verwarmingstype boven-/onderwarmte of onderwarmte heeft, vindt de temperatuurverlaging daar niet plaats.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Nulstand | Het apparaat warmt niet op. | |
| 50 - 275 | Temperatuurbereik | De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. |
| 1, 2, 3 of I, II, III | Grillstanden | De grillstanden instellen voor Grill, groot en Grill, klein (afhankelijk van het type apparaat). 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt. Wanneer het apparaat opwarmt, is op het display het symbool verlicht. In de verwarmingspauzes dooft het symbool.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het symbool de eerste keer dooft.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Pagina 8
nl Accessoires
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
Afhankelijk van het type apparaat zijn de accessoires met uitschuif- of clip-telescooprails voorzien. De telescooprails zijn vast gemonteerd en kunnen niet worden verwijderd. De clip-telescooprails kunt u volgens uw wensen op alle vrije inschuifhoogtes aanbrengen. De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
"Rekjes", Pagina 18
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben ze een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 14
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
- Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Servies Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
5.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Pagina 9
Voor het eerste gebruik nl
| Rooster | Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven. |
| Plaat bijv. braadslede of bakplaat | De plaat met de afschuining gericht naar de ovendeur in de oven schuiven. |
| Plaats het accessoire op de ingeschoven telescooprail. | |
| Rooster of plaat | De accessoires zo plaatsen dat de rand van de accessoires achter het lipje op de telescooprail zit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
Opmerking: Wanneer de telescooprails volledig zijn ingeschoven of uitgeschoven, klikt u deze afhankelijk
van het apparaattype in. De telescooprails met een lichte druk uit hun positie halen.
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
5.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
Het display toont de ingestelde tijd.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. Verwijder de productinformatie en de accessoires uit de binnenruimte. Verwijder verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat.
- 2. Veeg gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek.
- 3. Verwarmingsmethode en temperatuur instellen. "De Bediening in essentie", Pagina 10
| Verwarmingsmethode | 3D-hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Pagina 10
nl De Bediening in essentie
- 4. Ventileer de keuken zolang het apparaat verwarmt.
- 5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschakelen.
- 6. Reinig gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen als het apparaat is afgekoeld.
- 7. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De temperatuur of grillstand met de temperatuurknop instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 6
7.3 Machine uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld.
8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmtijd verkorten.
8.1 Geschikte verwarmingsmethoden bij coolStart
coolStart kan bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmduur verkorten.
De meest geschikte verwarmingsmethoden zijn:
3D Hetelucht
8.2 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
- 1. Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, dooft de indicatie voor het voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Plaats het gerecht in de binnenruimte.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Wekker | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op de gewenste tijd klaar is. |
| Tijd | U kunt de tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
Pagina 11
Tijdfuncties nl
Opmerking: De time en een tijdsduur kunnen niet tegelijk lopen. Wanneer er al een tijdsduur is ingesteld, dan kan de timer niet worden ingesteld.
- 1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de timertijd in met de knop of .
| Knop | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
- Druk op een willekeurige knop om de timer uit te schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets weer op nul zetten. Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
9.3 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. Stel de tijdsduur in met de knop of .
| Knop | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets of wijzigen.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets weer op nul zetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Op de toets drukken tot op het display is gemarkeerd.
- 2. Op de knop of drukken.
Het display toont het berekende einde.
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het ingestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
Pagina 12
nl Kinderslot
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
Het display toont de ingestelde tijd.
10 Kinderslot
| Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen. | Opmerking: Na een stroomuitval is het kinderslot gedeactiveerd. |
| 10.1 Kinderslot activeren | 10.2 Kinderslot deactiveren |
| Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand . | Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand . |
| ▸ Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt. | ▸ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
11 Reiniging en onderhoud
11.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
11.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Glas | Warm zeepsop | Geen glasschraper gebruiken. |
Pagina 13
Reiniging en onderhoud nl
Apparaatdeur
| Gedeelte | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop Inox Schuurspons | Geen glasschraper gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 15 |
| Deurafscherming | Van roestvaststaal: RVS-reiniger van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. "Apparaatdeur", Pagina 15 |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting | Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gedeelte | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger Inox Schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of Inox Schuurspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen", Pagina 14 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop Inox schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 18 |
| Uittreksysteem | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Om het smeervet niet te verwijderen, kunt u de telescooprails het beste in ingeschoven toestand reinigen. Niet in de vaatwasser reinigen. Tip: Voor het reinigen het telescoopsysteem verwijderen. "Rekjes", Pagina 18 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger Inox Schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of Inox Schuurspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
11.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Pagina 14
nl humidClean
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 12
- 1. Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 12
- 2. Drogen met een zachte doek.
11.4 Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte reinigen
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken spetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. Maak de rekjes los en verwijder ze uit de binnenruimte.
"Rekjes", Pagina 18
- 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte doek verwijderen:
- van de gladde emaille oppervlakken
- van de apparaatdeur binnen
- van de glazen afscherming van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. 3D‐hetelucht instellen.
- 6. Maximale temperatuur instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 7. Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
- 8. Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 9. De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina 18
12 humidClean
De humidClean is een snel alternatief voor het tussendoor reinigen van het kookcompartiment. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
12.1 Reinigingsondersteuning instellen
Ventileer de keuken zolang de reinigingsfunctie actief is.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. De accessoires uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. 0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten. Sluit de deur van het apparaat.
Gebruik geen gedestilleerd water.
- 3. De verwarmingsmethode Onderwarmte met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. 80°C met de temperatuurknop instellen.
- 5. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
14
- 6. De tijdsduur met de knop of op 4 minuten instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 7. Het apparaat uitschakelen en het kookcompartiment ca. 20 minuten laten afkoelen.
12.2 Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. Het resterende water in de binnenruimte met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 2. Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
- 3. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek en daarna met schoon water afnemen.
Pagina 15
Apparaatdeur nl
- 4. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 5. Als de binnenruimte voldoende is gereinigd:
- Om het kookcompartiment snel te drogen, het apparaat bij geopende deur ca. 5 minuten met 3D Hetelucht en 50°C verwarmen.
13 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
13.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
| Blokkeerhendel opgeklapt | Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen. |
| Blokkeerhendel dichtgeklapt | De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
13.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. De apparaatdeur helemaal openen.
- 3. De vastzethendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 4. Sluit de deur van het apparaat.
Pagina 16
nl Apparaatdeur
13.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking: Al naar gelang het apparaattype is het apparaat voorzien van een deurafdichting.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De vastzethendel op het linker en rechter scharnier opklappen .
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
- 4. De deurafscherming links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
- 5. De deurafscherming verwijderen .
- 6. De binnenruit er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 7. De tussenruit er uit trekken en voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
- 8. Al naar gelang het apparaattype de apparaatdeur openen en de deurafdichting verwijderen, indien aanwezig.
- 9. Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen verwijderen.
- Open de deur van het apparaat.
- De condensstrip naar boven klappen en er uit trekken.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. Reinig de condensstrip met een doek en heet zeepsop.
- 12. De apparaatdeur reinigen.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 12
Pagina 17
Apparaatdeur nl
- 13. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
13.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Opmerking
Al naar gelang het apparaattype is het apparaat voorzien van een deurafdichting.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De condensstrip loodrecht in de houder en naar onderen draaien.
plaatsen
- 3. De tussenruit in de linker en rechter houder schuiven.
- 4. De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker en rechter houder zit.
- 5. Al naar gelang het apparaattype de apparaatdeur openen en de deurafdichting aanbrengen, indien aanwezig.
- 6. De binnenruit in de linker houder schuiven.
- 7. De binnenruit boven aandrukken totdat deze in de linker en rechter houder zit.
- 8. De deurafscherming aanbrengen en aandrukken, tot deze hoorbaar vastklikt.
- 9. De apparaatdeur helemaal openen.
Pagina 18
nl Rekjes
- 10. De vastzethendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
De vastzethendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 11. Sluit de deur van het apparaat.
Opmerking: De binnenruimte pas gebruiken wanneer de ruiten naar behoren zijn ingebouwd.
14 Rekjes
Om de rekjes en de binnenruimte te reinigen of om de rekjes te wisselen, kunnen deze worden verwijderd.
14.1 Rekjes verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De rekjes worden heel heet
- Nooit de hete rekjes aanraken.
- Het apparaat altijd laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
- 1. Het rekje aan de voorkant licht optillen en losmaken .
- 2. Het rekje naar voren trekken en verwijderen.
- 3. Het rekje reinigen.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 12
14.2 Rekjes inhangen
Opmerkingen
De rekjes passen alleen links of rechts.
Let er bij beide telescooprails op dat deze naar voren uitgeschoven kunnen worden.
- 1. Het rekje in het midden van de achterste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en naar achteren drukken .
- 2. Het rekje in de voorste bus steken , tot het rekje aansluit op de wand van de binnenruimte en vervolgens naar beneden duwen .
15 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Bel de servicedienst als het apparaat defect is.
"Servicedienst", Pagina 20
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.