Siemens HB578BBS6, tekst van de handleiding
Pagina's 5–17 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–4verder op pagina 18 →
Pagina 5
Materiële schade vermijden nl
Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.
- De dichting niet schuren en niet afnemen.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig gevaar voor de gezondheid!
Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.
- Bij gebruik van de reinigingsfunctie nooit platen en vormen met een antiaanbaklaag meereinigen.
- Accessoires nooit meereinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden. Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.
- Tijdens de reinigingsfunctie de keuken grondig ventileren.
- Niet gedurende langere tijd in de ruimte verblijven.
- Kinderen en huisdieren uit de buurt houden.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur openen.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.
- Nooit de apparaatdeur aanraken.
- Het apparaat laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP!
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte bewaren.
- Geen eten in de binnenruimte bewaren.
Pagina 6
nl Milieubescherming en besparing
Wanneer er wordt afgekoeld terwijl de apparaatdeur open staat, raken aangrenzende meubelfronten op den duur beschadigd.
- Na een bereiding met hoge temperaturen de binnenruimte alleen met gesloten deur laten afkoelen.
- Zorg ervoor dat er niets tussen de apparaatdeur beklemd raakt.
- Alleen na gebruik met veel vocht de binnenruimte met open deur laten drogen.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen.
Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Verwarm het apparaat alleen voor wanneer het recept of de insteladviezen dit aangeven.
- Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot 20 % energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
- Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
- De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
- De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen.
- De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
- Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooien.
- Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Opmerking:
Het apparaat verbruikt:
in netwerkgebonden standby max. 2 W in niet netwerkgebonden gebruik met ingeschakeld display max. 1 W in niet netwerkgebonden gebruik met uitgeschakeld display max. 0,5 W
Pagina 7
Uw apparaat leren kennen nl
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningselementen
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
- 2 3
1
| 1 | Toetsen en display De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken. Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien. → "Toetsen en display", Pagina 7 |
| 2 | Functiekeuzeknop Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken. → "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 7 |
| 3 | Temperatuurkiezer Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien, hij heeft geen nulstand. Afhankelijk van het apparaattype is de temperatuurknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen op de temperatuurknop drukken. → "Temperatuur en instelstanden", Pagina 8 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.2 Toetsen en display
Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen.
Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u de tijd verandert.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Tijdfuncties | Tijd , timer , tijdsduur en einde selecteren. Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de toets drukken. Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is te zien aan de pijlen boven en onder het desbetreffende symbool. | |
| Min Plus | Instelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen. | |
| Ovenlamp | Verlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen. | |
| Snel voorverwarmen | Binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. | |
| Kinderslot | Kinderslot activeren of deactiveren. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
4.3 Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Pagina 8
nl Uw apparaat leren kennen
| Symbool | Verwarmingsmethode en temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D hetelucht 30 - 275 °C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Hetelucht Eco 125 - 275 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fases bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het garen gesloten. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| coolStart- functie 30 - 275 °C | Diepvriesproducten snel bereiden, zonder voor te verwarmen. Richt u bij de temperatuur en de bereidingstijd naar de gegevens van de fabrikant op de verpakking. De maximaal vermelde temperatuur instellen, de bereidingstijd zoals aangegeven of korter instellen. De gerechten op hoogte 3 inschuiven. | |
| Pizzastand 30 - 275 °C | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Langzaam garen 70 - 120 °C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Grill, groot Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatiegrillen 30 - 275 °C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Boven- en onderwarmte 30 - 275 °C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Meer functies | ||
| Hier vindt u | een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. | |
| Symbool | Functie | Gebruik |
| Programma's | Geprogrammeerde instelwaarden voor verschillende gerechten gebruiken. → "Programma's", Pagina 13 | |
| Zelfreiniging | De reinigingsfunctie instellen die de binnenruimte bijna automatisch reinigt. → "Zelfreiniging ", Pagina 21 | |
| Start op afstand | Apparaat via de Home Connect app starten en bedienen. → Pagina 17 • Thuisnetwerk en Home Connect-server verbonden Aantal lijnen toont signaalsterkte van het thuisnetwerk • Thuisnetwerk niet verbonden • Home Connect-server niet verbonden • Start op afstand geactiveerd • Diagnose op afstand geactiveerd | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Opmerking: Wanneer u uw apparaat met de Home Connect app bedient, kunt u nog meer functies gebruiken. Informatie daarover kunt u vinden in de app.
4.4 Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
De instellingen verschijnen op het display.
Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.
Pagina 9
Accessoires nl
Opmerking: Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat verwarmt, wordt op het display het symbool voor de temperatuurindicatie gevuld. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het gerecht bereikt zodra het symbool helemaal gevuld is.
Restwarmte-indicatie
Als u het apparaat uitschakelt, geeft het symbool op het display de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe verder de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe minder het symbool gevuld is.
Opmerkingen
- De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij verwarmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindicatie onmiddellijk gevuld.
- Wanneer bij de start van de werking de temperatuur in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele verwarmingsmethoden een op het display. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de werking opnieuw starten.
- Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
4.5 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Inschuifhoogtes
De apparaatdeur heeft 5 inschuifhoogtes.
Inschuifhoogte 1 bevindt zich beneden. Inschuifhoogte 5 bevindt zich boven.
Bij veel apparaten is in de binnenruimte de bovenste inschuifhoogte aangeduid met een grill-symbool.
Verlichting
De ovenlamp verlicht de binnenruimte.
Bij de meeste verwarmingsmethoden en functies is de verlichting aan als het programma loopt. Bij het beëindigen van de werking schakelt de verlichting uit. Met de toets Ovenlamp kunt u de verlichting zonder verwarming inschakelen.
Koelventilator
De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch in. De lucht ontsnapt via de deur.
LET OP!
Dek de ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet af. Het apparaat raakt oververhit.
- Houd de ventilatiesleuven vrij.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | • Bakvormen • Ovenschalen • Vormen • Vlees, bijv. braad- of grillstukken • Diepvriesgerechten |
| Braadslede | • Vochtig gebak • Gebak • Brood • Grote braadstukken • Diepvriesgerechten • Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
Pagina 10
nl Voor het eerste gebruik
5.1 Accessoires plaatsen
- 1. De accessoire in de haken rechts en links inbrengen en vastklikken.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen kantelt de accessoire in de richting van de deur van het apparaat. Deze kanteling wordt minder bij een toenemend gewicht van het voedsel.
- 2. Verwijder de accessoires die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
5.2 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
6 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
6.1 Eerste gebruik
U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.
Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 16 vastleggen.
6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het voorverwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen.
→ "De Bediening in essentie", Pagina 10
| Verwarmingsmethode | 3D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Bereidingstijd | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
- 5. Het apparaat na de opgegeven duur uitschakelen.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
- Het apparaat is ingeschakeld.
7.2 Machine uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien.
- Het apparaat is uitgeschakeld.
7.3 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. De verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De temperatuur of grillstand met de temperatuurknop instellen.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkele verwarmingsmethoden en ingestelde temperaturen vanaf 200°C het snel voorverwarmen automatisch in.
→ "Snel voorverwarmen", Pagina 11
- 3. Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tips
- De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
→ "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 7
Pagina 11
Snel voorverwarmen nl
- U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.
→ "Tijdfuncties", Pagina 11
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- De gewenste verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
8 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan de snel voorverwarmen functie bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de functie snel voorverwarmen gebruiken:
3D hetelucht
Boven- en onderwarmte
8.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100 °C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Wanneer het snel voorverwarming niet automatisch inschakelt, druk dan op de knop .
- Op het display verschijnt .
- Na enkele seconden start het snel voorverwarmen.
- Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een signaal en op het display dooft het symbool .
- 3. Plaats het gerecht in de binnenruimte.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op knop .
- Het symbool op het display dooft.
9 Tijdfuncties
Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.
9.1 Overzicht van de tijdfuncties
Met de toets kiest u de verschillende tijdfuncties.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Wekker | De wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op de gewenste tijd klaar is. |
| Tijd | U kunt de tijd instellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
9.2 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De timertijd met de knop of instellen.
| Toets | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 5 minuten | |
| 10 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.
- Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.
- Als de timer verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.
- 3. Wanneer de timertijd is verstreken:
‒ Druk op een willekeurige toets om de timer uit te schakelen.
Wekker wijzigen
U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Wekker afbreken
U kunt de wekkertijd altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De wekkertijd met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen en gaat uit.
Pagina 12
nl Tijdfuncties
9.3 Tijdsduur instellen
De duur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.
Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De duur met de toets of instellen.
| Toets | Voorgestelde waarde |
|---|---|
| 10 minuten | |
| 30 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- Als de duur verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display staat de duur op nul.
- 3. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.
‒ Om opnieuw een duur in te stellen, op de toets drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Tijdsduur wijzigen
U kunt de duur altijd wijzigen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Tijdsduur afbreken
U kunt de duur altijd afbreken.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- De duur met de toets weer op nul zetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.
9.4 Einde instellen
Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.
Opmerkingen
- Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.
- Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
- Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. Druk op de knop of .
- Het display toont het berekende einde.
- 3. Het einde met de knop of verplaatsen.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde.
- Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
- Als de tijdsduur verstreken is, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur afgelopen is:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige knop drukken.
‒ Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het ingestelde einde alleen wijzigen als de werking start en de duur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de toets of verplaatsen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de toets naar de actuele tijd plus ingestelde duur terugzetten.
- Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
- Het display toont de ingestelde tijd.
Tip: Of de tijd op het display wordt weergegeven, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 16 vastleggen.
Tijd wijzigen
U kunt de tijd altijd wijzigen.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. Druk net zo vaak op de knop totdat op het display is gemarkeerd.
- 2. De tijd met de toets of wijzigen.
- Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Pagina 13
Programma's nl
10 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
10.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium
- Niet geglazuurde klei
- Kunststof of kunststof grepen
10.2 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Pizza, dunne bodem diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,4 kg Totaalgewicht | nee | 3 | voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan |
| 02 | Pizza, dikke bodem diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,28-0,6 kg Totaalgewicht | nee | 3 | voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan |
| 03 | Lasagne diepvries | Originele verpakking | 0,3-1,2 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 04 | Frites diepvries | Braadslede | 0,2-0,75 kg Totaalgewicht | nee | 3 | naast elkaar op de braadslede leggen |
| 05 | Afbakbroodjes diepvries, voorgebakken | Braadslede met bakpapier | 0,1-0,8 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 06 | Aardappelgratin | Ovenschaal zonder deksel | 0,5-3,0 kg Totaalgewicht | nee | 2 | - |
| 07 | Pastaschotel met voorgegaarde pasta | Ovenschaal zonder deksel | 0,4-3,0 kg Totaalgewicht | nee | 2 | - |
| 08 | Aardappels uit de oven, heel ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Eenpansgerecht, met vlees | hoge braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
Pagina 14
nl Programma's
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 12 | Vis, heel panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,3-1,5 kg Gewicht van de vis | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 13 | Kip, ongevuld panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,6-2,5 kg Gewicht kip | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 14 | Stukken kip panklaar, gekruid | Braadpan met deksel | 0,1-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 15 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 16 | Eend, ongevuld panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 1,0-2,7 kg Gewicht eend | nee | 2 | - |
| 17 | Gans, niet gevuld panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 2,5-3,5 kg Gewicht gans | nee | 2 | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Rosbief, medium panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de vetzijde naar boven in de vorm leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 20 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van alle gevulde rollades | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 21 | Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht gehakt | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Lamsbout, medium zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Pagina 15
Programma's nl
| Nr. | Gerecht | Vormen | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 25 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Reebout zonder been, gezouten | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 27 | Konijn, heel panklaar, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 1,0-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 28 | Gebraden varkensnek zonder been, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadpan met glazen deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
10.3 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
- 1. Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.
- 2. Het gerecht in de vorm doen.
- 3. De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
10.4 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Opmerkingen
- Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
- Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer veranderen.
- 1. Programma's met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. Het gewenste programma met de toets of instellen.
- 3. Het gewicht van uw gerecht met de temperatuurknop instellen. Altijd op het volgende hogere gewicht instellen.
‒ Om de tijdsduur van het programma op te vragen, op de toets drukken. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
‒ Bij sommige programma's kan het einde met de toets worden verschoven.
→ "Einde instellen", Pagina 12
- Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.
- Als het programma is beëindigd, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Als het programma is beëindigd:
‒ Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.
‒ Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instelling van het programma.
Pagina 16
nl Kinderslot
‒ Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
11 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen. Opmerking: Of het kinderslot kan worden ingesteld, kunt u in de basisinstellingen → Pagina 16 instellen.
11.1 Kinderslot activeren en deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .
- Om het kinderslot te activeren, de knop ingedrukt houden, tot in het display verschijnt.
‒ Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
12 Sabbatinstelling
Met de sabbatinstelling kunt u een tijdsduur van meer dan 70 uur instellen. Voedingsmiddelen kunnen tussen 85 °C en 140 °C met Boven- en onderwarmte worden warmgehouden, zonder dat u het apparaat met in- of uitschakelen.
12.1 Sabbatinstelling starten
Opmerkingen
- Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder.
- Na de start kunt u de sabbatinstelling niet meer wijzigen of onderbreken.
- U kunt het einde voor de sabbatinstelling niet verplaatsen.
Vereiste: De sabbatinstelling is in de basisinstellingen geactiveerd.
→ "Basisinstellingen", Pagina 16
- 1. De programma's met de functiekeuzeknop instellen.
- Op het display verschijnt .
- 2. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
- 3. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
- 4. Stel de tijdsduur in met de knop of .
- Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- 5. Wanneer de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals buiten de sabbatinstelling gebruikelijk is. ‒ Het apparaat uitschakelen.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
13 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
13.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = 10 seconden = 30 seconden¹ = 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = 3 seconden¹ = 6 seconden = 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het indrukken van een toets | = uit = aan¹ | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld¹ = helder |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
Pagina 17
Home Connect nl
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Indicatie van de tijd | = tijdsweergave uit = tijd weergeven¹ | |
| Kinderslot instelbaar → "Kinderslot", Pagina 16 | = nee = ja¹ = ja, met deurvergrendeling | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld¹ = lang = extra lang | |
| Telescooprails achteraf aangebracht² | = nee¹ (bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem) | |
| Sabbatinstelling beschikbaar → "Sabbatinstelling", Pagina 16 | = nee¹ = ja | |
| Automatisch snel voorverwarmen vanaf 200°C² | = nee = ja¹ | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee¹ = ja | |
| .. | Home Connect Instellingen | → "Home Connect ", Pagina 17 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
13.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
- Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met de toets of naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
13.3 Het wijzigen van de basisinstellingen afbreken
- De functiekeuzeknop draaien.
- Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
14 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
- Neem de meegeleverde documenten van Home Connect in acht.
- Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
→ "Veiligheid", Pagina 2
- De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
- In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
14.1 Home Connect instellen
Vereisten
- Het apparaat is verbonden met het elektriciteitsnet en ingeschakeld.
- U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
- Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.