naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HB578GBS3, tekst van de handleiding

Pagina's 4–16 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–3verder op pagina 17 →

Pagina 4

nl Veiligheid

opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.

Na de installatie van het apparaat mogen de openingen in de achterwand van het apparaat niet toegankelijk zijn.

WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!

Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.

Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.

1.6 Halogeenlamp

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De lampen in de binnenruimte worden heel heet. Ook enige tijd na het uitschakelen bestaat er nog een risico van verbranding.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij vervanging van de lamp staan de contacten van de lampfitting onder spanning.

1.7 Reinigingsfunctie

WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!

Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen tijdens de reiniging vlam vatten.

De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.

Bij beschadigde deurafdichting ontsnapt grote hitte in het bereik van de deur.

Pagina 5

Materiële schade vermijden nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op ernstig tot dodelijk letsel!

Het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen. De antiaanbaklaag van bakplaten en vormen wordt aangetast en er ontstaan giftige gassen.

WAARSCHUWING ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!

De reinigingsfunctie warmt de binnenruimte tot een heel hoge temperatuur op zodat resten van braden, grillen en bakken verbranden.

Hierbij komen dampen vrij die tot irritaties van de slijmvliezen kunnen leiden.

WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!

De binnenruimte wordt zeer heet tijdens het reinigen.

De buitenkant van het apparaat wordt zeer heet tijdens het reinigen.

2 Materiële schade vermijden

2.1 Algemeen

LET OP

Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.

Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.

Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.

Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.

Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.

Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.

Pagina 6

nl Milieubescherming en besparing

Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.

Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.

"Zo lukt het", Pagina 28

Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.

Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.

Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.

Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:

Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening

Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.

4 Uw apparaat leren kennen

4.1 Bedieningselementen

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

1

Pagina 7

Uw apparaat leren kennen nl

Toetsen en display

De toetsen zijn aanrakingsgevoelige vlakken. Om een functie te kiezen, slechts licht op het betreffende veld drukken.

Op het display zijn symbolen van actieve functies en de tijdfuncties te zien.

"Toetsen en display", Pagina 7

Functiekeuzeknop

Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in.

De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.

Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.

"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 7

Temperatuurknop

Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.

De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien, hij heeft geen nulstand.

Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het verzinken of omhoog komen op de temperatuurknop drukken.

4.2 Toetsen en display

Met de knoppen kunt u verschillende functies van uw apparaat instellen. Op het display ziet u de instellingen. Als een functie actief is, brandt het desbetreffende symbool op de display. Het kloksymbool licht alleen op als u de tijd verandert.

SymboolFunctieGebruik
TijdfunctiesTijd , timer , tijdsduur en einde selecteren.
Om de verschillende tijdfuncties te kiezen, meerdere keren op de toets drukken.
Bij welke functie de instelling op het display wordt weergegeven, is te zien aan de pijlen boven en onder het desbetreffende symbool. "Tijdfuncties", Pagina 11
Min PlusInstelwaarden verlagen. Instelwaarden verhogen.
OvenlampVerlichting in de binnenruimte inschakelen en uitschakelen.
Snel voorverwarmenKookcompartiment zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 11
KinderslotKinderslot activeren of deactiveren. "Kinderslot", Pagina 16

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

4.3 Verwarmingsmethoden en functies

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.

SymboolVerwarmingsmethode en temperatuurbereikGebruik en werkwijze
3D Hetelucht 30-275°COp één of meer niveaus bakken of braden.
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Hetelucht Eco 125 - 275°CGekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

Pagina 8

nl Uw apparaat leren kennen

SymboolVerwarmingsmethode en temperatuurbereikGebruik en werkwijze
Pizzastand 30 - 275°CPizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
Onderwarmte 30 - 250 °CGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.
Langzaam garen 70 - 120°CKort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen.
Circulatiegrillen 30-275°CGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Grill, groot Grillstanden: 1 = laag
2 = gemiddeld 3 = hoog
Platte producten, zoals groenten, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
coolStart- functie 30-275°CDiepvriesproducten snel bereiden, zonder voor te verwarmen.
Houd bij de temperatuur en de bereidingstijd de informatie van de fabrikant op de verpakking aan. De hoogste vermelde temperatuur instellen, de bereidingstijd zoals aangegeven of korter instellen. Het gerecht op hoogte 3 inschuiven.
Boven- en onderwarmte
30 - 275°C
Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Meer functies

Hier vindt u een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.

SymboolFunctieGebruik
OvenlampDe binnenruimte zonder verwarming verlichten.
Programma'sDe programmafunctie instellen. "Programma's", Pagina 13
ZelfreinigingReinigt het kookcompartiment vrijwel zelfstandig. "Zelfreiniging", Pagina 19

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

4.4 Temperatuur en instelstanden

Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.

De instellingen verschijnen op het display.

Tot 100 °C kan de temperatuur in stappen van 1 graad worden ingesteld, daarboven in stappen van 5 graden.

Opmerking: Bij de instelling grillstand 3 verlaagt het apparaat na ca. 20 minuten op grillstand 1.

Opwarmindicatie

Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.

Wanneer het apparaat verwarmt, wordt op het display het symbool voor de temperatuurindicatie gevuld. Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het gerecht bereikt zodra het symbool helemaal gevuld is.

Restwarmte-indicatie

Als u het apparaat uitschakelt, geeft het symbool op het display de restwarmte in de binnenruimte weer. Hoe verder de temperatuur in de binnenruimte daalt, hoe minder het symbool gevuld is.

Opmerkingen

De opwarmingsindicatie wordt alleen gevuld bij verwarmingsmethoden waarbij een temperatuur wordt ingesteld. Bij grillstanden bijv. is de opwarmingsindicatie onmiddellijk gevuld.

Wanneer bij de start van de werking de temperatuur in de binnenruimte te hoog is, verschijnt bij enkele verwarmingsmethoden een op het display. Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen. Daarna de werking opnieuw starten.

Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

4.5 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.

Pagina 9

Accessoires nl

Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.

De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.

"Rekjes", Pagina 24

Het apparaat herkend verhoogde vochtigheid in het kookcompartiment. Om de vochtigheid te reguleren, kan de intensiteit en het bedrijfsgeluid van de koelventilator variëren.

LET OP

Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.

Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator na bedrijf nog een bepaalde tijd na.

Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisinstellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten bereidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt u een langere nalooptijd in.

"Basisinstelingen", Pagina 16

Apparaatdeur

Koelventilator

De koelventilator schakelt tijdens gebruik automatisch in. De lucht ontsnapt via de deur.

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.

5 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
RoosterBakvormen
Ovenschalen
Servies
Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten
BraadsledeVochtig gebak
Gebak
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.
BakplaatPlaatgebak
Kleine bakwaren

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)

5.1 Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.

5.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven

Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.

Rooster

Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.

Pagina 10

nl Voor het eerste gebruik

Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.

bakplaat

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

Accessoires combineren

Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.

Rooster op braadslede

5.3 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

siemens-home.bsh-group.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

6 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

6.1 Eerste gebruik

U moet instellingen voor de eerste ingebruikneming uitvoeren voordat u uw apparaat kunt gebruiken.

Tijd instellen

Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

Het display toont de ingestelde tijd.

6.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

Verwarmingsmethode3D-hetelucht
Temperatuurmaximaal
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

Pagina 11

De Bediening in essentie nl

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Het apparaat is ingeschakeld.

7.2 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.

Al naar gelang het apparaattype schakelt bij enkele verwarmingsmethoden en ingestelde temperaturen vanaf 200°C het snel voorverwarmen automatisch in.

Tips

De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.

"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 7

U kunt aan het apparaat de duur en het einde van de werking instellen.

"Tijdfuncties", Pagina 11

Verwarmingsmethode wijzigen

U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur altijd wijzigen.

7.3 Machine uitschakelen

8 Snel voorverwarmen

Om tijd te besparen kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmtijd verkorten.

8.1 Geschikte verwarmingsmethoden bij coolStart

coolStart kan bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmduur verkorten.

Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:

3D Hetelucht

Boven- en onderwarmte

8.2 Snel voorverwarmen instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.

Vanaf een ingestelde temperatuur van 200 °C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.

Op het display verschijnt .

Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt een signaal en op het display dooft het symbool .

9 Tijdfuncties

Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u de werking kunt sturen.

9.1 Overzicht van de tijdfuncties

Met de knop kiest u de verschillende tijdfuncties.

TijdfunctieGebruik
WekkerDe wekker kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

TijdfunctieGebruik
TijdsduurWanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen.
EindeVoor de duur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op de gewenste tijd klaar is.
TijdU kunt de tijd instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Pagina 12

nl Tijdfuncties

9.2 Timer instellen

De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 23 uur en 59 minuten instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.

KnopVoorgestelde waarde
5 minuten
10 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Tot 10 minuten kan de timertijd in stappen van 30 seconden worden ingesteld. Daarna worden de tijdstappen groter, naarmate de waarde hoger is.

Na enkele seconden start de timer en loopt de timertijd af.

Wanneer de timertijd is verstreken, klinkt een signaal en op het display staat de timertijd op nul.

Wekker wijzigen

U kunt de wekkertijd altijd wijzigen.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Wekker afbreken

U kunt de wekkertijd altijd afbreken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

9.3 Tijdsduur instellen

De tijdsduur voor de werking kunt u tot 23 uur en 59 minuten instellen.

Vereiste: Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

KnopVoorgestelde waarde
10 minuten
30 minuten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

De tijdsduur kan tot een uur worden ingesteld in stappen van een minuut, daarna in stappen van 5 minuten.

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Tijdsduur wijzigen

U kunt de duur altijd wijzigen.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Tijdsduur afbreken

U kunt de duur altijd afbreken.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en wordt zonder duur verder opgewarmd.

9.4 Einde instellen

Het tijdstip waarop de tijdsduur afloopt, kunt u tot 23 uur en 59 minuten verschuiven.

Opmerkingen

Bij verwarmingssoorten met grillfunctie kan het einde niet worden ingesteld.

Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u het einde niet meer als de werking eenmaal is gestart.

Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.

Vereisten

Een verwarmingsmethode en een temperatuur of stand zijn ingesteld.

Er is een tijdsduur ingesteld.

Het display toont het berekende einde.

Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.

Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

Einde wijzigen

Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het ingestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start en de tijdsduur verstrijkt.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.

Pagina 13

Programma's nl

Einde afbreken

U kunt het ingestelde einde altijd wissen.

Vereiste: Op het display is gemarkeerd.

Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.

9.5 Tijd instellen

Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.

Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.

Het display toont de ingestelde tijd.

10 Programma's

Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.

10.1 Vormen voor programma's

Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.

Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.

Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium

Niet geglazuurde klei Kunststof of kunststof grepen

10.2 Instellingen bij programma's

Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de tijdsduur.

Om een optimaal kookresultaat te behalen, hoeft u slechts het gewicht van uw gerecht in te stellen.

Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur.

10.3 Programmatabel

De programmanummers zijn aan bepaalde gerechten toegewezen.

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
01Pizza, dunne bodem diepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,4 kg Totaalgewichtnee3voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan
02Pizza, dikke bodem diepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,28-0,6 kg Totaalgewichtnee3voor een tweede pizza de aanwijzingen opvolgen die op de verpakking staan
03Lasagne diepvriesOriginele verpakking0,3-1,2 kg Totaalgewichtnee3-
04Frites diepvriesBraadslede0,2-0,75 kg Totaalgewichtnee3naast elkaar op de braadslede leggen
05Afbakbroodjes diepvries, voorgebakkenBraadslede met bakpapier0,1-0,8 kg Totaalgewichtnee3-
06AardappelgratinOvenschaal zonder deksel0,5-3,0 kg Totaalgewichtnee2-
07Pastaschotel met voorgegaarde pastaOvenschaal zonder deksel0,4-3,0 kg Totaalgewichtnee2-
08Aardappels uit de oven, heel ongeschilde, kruimige aardappelsBraadslede0,3-1,5 kg Totaalgewichtnee3-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

Pagina 14

nl Programma's

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
09Eenpansgerecht, met groente vegetarischhoge braadpan met deksel0,5-2,5 kg Totaalgewichtvolgens recept2Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten)
10Eenpansgerecht, met vleeshoge braadpan met deksel0,5-3,0 kg Totaalgewichtvolgens recept2Het vlees niet eerst aanbraden
11Goulash
Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente
hoge braadpan met deksel0,5-2,5 kg Totaalgewichtvolgens recept2Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden
12Vis, heel panklaar, gekruidBraadpan met deksel0,3-1,5 kg
Gewicht van de vis
Bodem van de braadpan bedekken2-
13Kip, ongevuld panklaar, gekruidBraadpan met glazen deksel0,6-2,5 kg Gewicht kipnee2met de borst naar boven in de vorm leggen
14Stukken kip panklaar, gekruidBraadpan met deksel0,1-0,8 kg
Gewicht van het zwaarste deel
Bodem van de braadpan bedekken2-
15Kalkoenfilet van het stuk, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5 kg
Gewicht kalkoenfilet
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2-
16Eend, ongevuld panklaar, gekruidBraadpan zonder deksel1,0-2,7 kg Gewicht eendnee2-
17Gans, niet gevuld panklaar, gekruidBraadpan zonder deksel2,5-3,5 kg Gewicht gansnee2-
18Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vleesBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Vlees met vloeistof bedekken2Het vlees niet eerst aanbraden
19Rosbief, medium panklaar, gekruidBraadpan zonder deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
nee2met de vetzijde naar boven in de vorm leggen
Het vlees niet eerst aanbraden
20Runderrollade gevuld met groente of vleesBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van alle gevulde rollades
Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water2Het vlees niet eerst aanbraden
21Gebraden gehakt, vers
Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees
Braadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht gehakt
nee2Het vlees niet eerst aanbraden
22Lamsbout, medium zonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

Pagina 15

Programma's nl

Nr.GerechtVormenGewichtsbereik InstelgewichtVloeistof toevoegenInschuif-hoogteAanwijzingen
23Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruidBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
24Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heupBraadpan met deksel0,5-3,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
25Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeauBraadpan met deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
26Reebout zonder been, gezoutenBraadpan met deksel0,5-2,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2-
27Konijn, heel panklaar, gekruidBraadpan met glazen deksel1,0-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2-
28Gebraden varkensnek zonder been, gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-3,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden
29Gebraden varkensvlees met korstje bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesnedenBraadpan met glazen deksel0,5-3,0 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten
30Gebraden varkenshaas gekruidBraadpan met glazen deksel0,5-2,5 kg
Gewicht van het vlees
Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen2Het vlees niet eerst aanbraden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

10.4 Gerecht voor programma voorbereiden

Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.

Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.

Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.

10.5 Programma instellen

Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.

Pagina 16

nl Kinderslot

Opmerkingen

Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.

Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer veranderen.

Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.

Als het programma is beëindigd, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.

11 Kinderslot

Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.

11.1 Kinderslot activeren

Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .

11.2 Kinderslot deactiveren

Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .

12 Warmhouden gedurende een langere periode

U kunt met uw apparaat gerechten tot maximaal 70 uur tussen 85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte warmhouden, zonder dat u het apparaat hoeft in- of uit te schakelen.

12.1 Warmhouden gedurende een langere periode instellen

Opmerkingen

Als u de apparaatdeur opent tijdens de werking, dan onderbreekt het apparaat de werking niet.

Na de start kunt u niet meer wijzigen of onderbreken. U kunt het einde niet wijzigen.

Vereiste: De betreffende basisinstelling is geactiveerd.

"Basisinstelingen", Pagina 16

Op het display verschijnt .

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.

Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.

13 Basisinstellingen

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

13.1 Overzicht van de basisinstellingen

Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.

IndicatieBasisinstellingKeuze
Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd= 10 seconden = 30 seconden ¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)

16

← pagina's 2–3verder op pagina 17 →Inhoud