Siemens HB734G2B1S, tekst van de handleiding
Pagina's 13–25 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 26 →
Pagina 13
Kerntemperatuurmeter nl
10.2 Einde instellen
Het apparaat gaat automatisch aan en op de van te voren gekozen eindtijd uit. Stel hiervoor de tijdsduur in en leg vast wanneer de werking beëindigd wordt.
Opmerkingen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, wijzigt u de tijd niet meer als de werking eenmaal is gestart. Om te voorkomen dat levensmiddelen bederven, dient u ze niet te lang in de binnenruimte te laten staan.
Vereisten
Een functie en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
Er is een tijdsduur ingesteld.
- 1. Druk op "Einde".
- 2. De tijd met of aanpassen.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 3. Druk op "Overnemen".
- 4. Start de werking met .
Het display toont de starttijd. Het apparaat bevindt zich in de wachtstand.
Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd.
- 5. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Einde wijzigen
Om een goed bereidingsresultaat te verkrijgen, kunt u de ingestelde tijd alleen wijzigen voordat de werking gestart is en de tijdsduur afloopt.
.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Einde".
- 3. Wijzig de tijd met of
- 4. Druk op "Overnemen".
- 5. Druk op .
Einde annuleren
- 1. Druk op .
- 2. Druk op "Einde".
- 3. Reset de tijd met .
Opmerking: Bij functies waarbij een tijdsduur nodig is, reset het apparaat het tijdstip, waarop de tijdsduur eindigt, terug op de het volgende mogelijk tijdstip.
- 4. Druk op .
10.3 Timer instellen
De timer loopt onafhankelijk van de werking. U kunt de timer bij ingeschakeld en uitgeschakeld apparaat tot 24 uur instellen. De timer heeft een eigen signaal, zodat u hoort of de timer of een tijdsduur eindigt.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk om de timer in te stellen, op het display op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de timer in met of of direct via de instelbalk. Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Starten" om de timer te starten.
De timer loopt af.
Wanneer het apparaat is uitgeschakeld, dan blijft de timer op het display zichtbaar.
Als het apparaat is ingeschakeld, staan de instellingen van de lopende werking op het display. De timer wordt in de statusregel weergegeven.
Wanneer de timer is verstreken, klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de timer is beëindigd.
Timer wijzigen
U kunt de timer altijd wijzigen.
- 1. Druk op de knop .
- 2. Druk op "Stop".
- 3. De timer wijzigen.
- 4. Druk op "Starten".
Timer afbreken
U kunt de timer altijd annuleren.
- 1. Druk op de knop .
- 2. De timer met resetten.
- 3. Op "Starten" drukken.
11 Kerntemperatuurmeter
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een kerntemperatuurmeter in te steken en op het apparaat een kerntemperatuur in te stellen. De kerntemperatuurmeter meet de temperatuur in het binnenste van het product. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te verwarmen.
11.1 Geschikte verwarmingsmethoden met kerntemperatuurmeter
Voor het gebruik met de kerntemperatuurmeter zijn alleen bepaalde verwarmingsmethoden geschikt.
Bij deze verwarmingsmethoden kunt u de kerntemperatuurmeter gebruiken:
3D hetelucht
Boven- en onderwarmte
Onderwarmte
Boven-/onderwarmte zacht
Hete lucht zacht
Circulatiegrillen
Pizzastand
Warmhouden
Langzaam garen
Pagina 14
nl Kerntemperatuurmeter
11.2 Steek de kerntemperatuurmeter in het vlees
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter in het product.
Steek de kerntemperatuurmeter op het dikste punt schuin in het vlees. Opmerking: Wanneer u het product wilt keren, steek dan de kerntemperatuurmeter in de zijkant van het product, zodat deze bij het keren niet verwijdert hoeft te worden.
Zorg ervoor dat de punt van de kerntemperatuurmeter juist in het vlees is gepositioneerd:
- De punt moet zich ongeveer in het midden van het product bevinden.
- De punt mag niet in het vet steken.
- De punt mag geen kookgerei of been raken.
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerking: Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
11.3 Kerntemperatuurmeter instellen
U kunt een kerntemperatuur tussen de 30°C en 99°C instellen.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
14
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur van de binnenruimte in met of of direct via de instelbalk.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
- 4. Druk op "Braadthermometer".
- 5. Stel de kerntemperatuur in met of of direct via de instelbalk.
Reset indien nodig de instelwaarde met .
- 6. Druk op "Overnemen".
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarden en de tijd hoelang het programma al loopt.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt, dan klinkt een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing dat de werking is beëindigd. Het apparaat verwarmt niet langer. Bij de methode langzaam garen, blijft het apparaat verwarmen.
- 8. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
Tips
U kunt de kerntemperatuurmeter ook met een andere functie combineren, bijv.:
- "Gerechten", Pagina 15
U kunt de kerntemperatuurmeter ook zonder een ingestelde kerntemperatuur gebruiken. Zo kunt u de kerntemperatuur van het gerecht op het display aflezen en handmatig de werking indien gewenst beëindigen.
Temperatuur wijzigen
Na de start van de werking kunt u de temperatuur van de binnenruimte en de kerntemperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Druk op de temperatuur van de binnenruimte of de kerntemperatuur.
- 2. Wijzig de temperatuur met of of direct via de instelbalk.
- 3. Druk op "Overnemen".
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Pagina 15
Gerechten nl
11.4 Kerntemperatuur van verschillende levensmiddelen
Hier vindt u richtwaarden voor kerntemperaturen van verschillende levensmiddelen.
De richtwaarden hangen af van de kwaliteit en de soort levensmiddelen. Gebruik geen diepvriesproducten.
| Varkensvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Varkensnek | 85 - 90 |
| Varkensfilet, rosé | 62 - 70 |
| Varkensrug, doorbakken | 72 - 80 |
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Runderfilet of rosbief, Engels | 45 - 52 |
| Runderfilet of rosbief, rosé | 55 - 62 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Rundvlees | Kerntemperatuur in °C |
|---|---|
| Runderfilet of rosbief, doorbakken | 65 - 75 |
| Kalfsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Gebraden kalfsvlees of schouderstuk, mager | 75 - 80 |
| Gebraden kalfsvlees, schouder | 75 - 80 |
| Kalfsschenkel | 85 - 90 |
| Lamsvlees | Kerntemperatuur in °C |
| Lamsbout, rosé | 60 - 65 |
| Lamsbout, doorbakken | 70 - 80 |
| Lamsrug, rosé | 55 - 60 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
12 Gerechten
Met de functie "Gerechten" helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen voor gerechten
Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de grootte van de vorm.
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C. Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Braadstukken moeten de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instelmogelijkheden van de gerechten
Om de gerechten optimaal te bereiden, gebruikt het apparaat, al naar gelang het gerecht, verschillende instellingen.
Op het display ziet u de gebruikte instellingen. Bepaalde instellingen kunt u aanpassen. Volg de aanwijzingen op het display.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Tips en aanwijzingen bij de instellingen
Als u een gerecht instelt, geeft het display voor dit gerecht relevante informatie weer, bijv.:
Geschikte inschuifhoogte
Geschikte accessoires of vormen
Toevoegen van vloeistof
Tijdstip voor het keren of omroeren
Zodra dit tijdstip bereikt is, klinkt er een signaal.
Druk op om informatie op te roepen. Sommige aanwijzingen verschijnen automatisch.
Programma's
Bij programma's zijn het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur vast vooringesteld.
Om een optimaal bereidingsresultaat te behalen, moet u tevens het gewicht, de dikte of de mate van gaarheid instellen. U kunt alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Indien niet anders aangegeven, stelt u het totale gewicht van uw gerecht in.
12.3 Overzicht van de gerechten
Welke gerechten aan u ter beschikking staan, ziet u op het apparaat wanneer u de functie oproept. De selectie van gerechten is afhankelijk van de uitrusting van uw apparaat.
Opmerking: In de basisinstellingen kunt u de weergegeven gerechten regionaal specialiseren.
"Basisinstelingen", Pagina 17
Gerechten
Muffins
Scones
Afbakbroodjes of baguette
Ovenschotel, pittig, vers, gegaarde ingrediënten Aardappelgratin, rauwe ingrediënten, 4 cm hoog Lasagne, vers
Fruit crumble
Kip, gehalveerd
Stukken kip
Eend, ongevuld
Ganzenbouten
Babykalkoen, ongevuld
Kalkoenfilet
Turkey, crown - Britse wijze
Gebraden varkenshals zonder been Gebraden varkensvlees met korstje, bijv. schouder Varkensnek zonder been
Gebraden varkenshaas
Pork Loin joint - Britse wijze
Pork Roast joint - Britse wijze
Pork Belly - Britse wijze
Pagina 16
nl Favorieten
Rosbief, medium
Beef Slow roast joint - Britse wijze Beef Top side, top rump - Britse wijze Gebraden kalfsvlees, mager
Lamsbout zonder been, doorbakken Lamsbout zonder been, medium
Lamb Shoulder, boned and rolled - Britse wijze Gebraden gehakt van vers gehakt Eenpansgerecht met vlees
Vis, heel, bakken
Pizza, diepvries met dikke bodem, 1 stuks Pizza diepvries, met dunne bodem, 1 stuks Frites, diepvries
Aardappels in de oven, heel
12.4 Gerecht instellen
- 1. Op "Gerechten" drukken.
- 2. Druk op de gewenste categorie.
- 3. Druk op het gewenste voedsel.
- 4. Druk op het gewenste gerecht.
Tip: Bij enkele gerechten kunt u een voorkeursbereidingsmethode kiezen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 15
Op het display verschijnen de instellingen bij het gerecht.
- 5. Indien nodig de instellingen aanpassen.
Al naar gelang het gerecht kunt u slechts bepaalde instellingen aanpassen.
"Instelmogelijkheden van de gerechten", Pagina 15
- 6. Druk op voor informatie over bijvoorbeeld accessoires en inschuifhoogte.
- 7. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Als het gerecht klaar is, klinkt een signaal. Het apparaat warmt niet meer op.
- 8. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
12.5 Automatische uitschakeling
De automatische uitschakelfunctie bij de gerechten zorgt ervoor dat u ontspannen kunt bakken en braden. Wanneer het gebruik is beëindigd, dan houdt het apparaat automatisch op met verwarmen.
Haal om een optimaal bereidingsresultaat te bereiken uw gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd.
13 Favorieten
In de favorieten kunt u uw instellingen opslaan en opnieuw gebruiken.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype/software-versie moet u deze functie eerst op uw apparaat downloaden. Kijk in de Home Connect app voor meer informatie.
13.1 Favorieten opslaan
U kunt tot 10 verschillende functies als uw favorieten opslaan.
- Om een functie als favoriet op te slaan, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
13.2 Favorieten kiezen
Wanneer u favorieten heeft opgeslagen, dan kunt u deze voor het instellen van de werking kiezen.
- 1. Druk op "Favorieten".
- 2. Druk op de gewenste favorieten.
Het apparaat begint op te warmen en de tijdsduur loopt af.
Het display geeft de instelwaarden weer.
Opmerking
Let op de informatie bij de verschillende functies: "Kerntemperatuurmeter", Pagina 13
13.3 Favorieten wijzigen
U kunt uw opgeslagen favorieten altijd wijzigen, sorteren, of verwijderen.
- Om de favorieten te wijzigen, moet u de Home Connect app gebruiken. Als uw apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen eraan kunnen wijzigen.
14.1 Kinderslot activeren
U kunt het kinderslot activeren terwijl het apparaat in- of uitgeschakeld is.
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te activeren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
Het bedieningspaneel is geblokkeerd. Het apparaat kan alleen met worden uitgeschakeld.
14.2 Kinderslot deactiveren
Zo kunt u het kinderslot op elk gewenst moment deactiveren.
Pagina 17
Basisinstellingen nl
- Houd ca. 4 seconden lang ingedrukt om het kinderslot te deactiveren.
Op het display verschijnt een aanwijzing ter bevestiging.
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
Meer informatie over de afzonderlijke basisinstellingen krijgt u op het display met .
| Basisinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Taal | Zie de selectie op het apparaat |
| Home Connect | De oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand besturen. "Home Connect ", Pagina 18 |
| Tijd | Tijd in het 24 h-formaat |
| Datum | Datum in formaat DD.MM.JJJJ |
| Display | Keuze |
| Helderheid | Standen 1, 2, 3, 4 en 5 ¹ |
| Standby-indicatie | Aan, qua tijd gelimiteerd Aan (deze instelling verhoogt het energieverbruik) Uit ¹ |
| Tijd | Digitaal + datum ¹ Digitaal Analoog |
| Afstelling | Display horizontaal en verticaal stellen |
| Geluid | Keuze |
| Sensortoetstoon | Aan ¹ Uit |
| Geluidssignaal | Zeer kort Korte duur Gemiddelde duur ¹ Lange duur |
| Apparaatinstellingen | Keuze |
| Nalooptijd ventilator | Minimaal Aanbevolen ¹ Lang Zeer lang |
| Uittreksysteem | Achteraf aangebracht (bij 2‑ en 3‑voudig uittreksysteem) Niet achteraf aangebracht (bij rekjes en 1-voudig uittreksysteem) ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
| Apparaatinstellingen | Keuze |
|---|---|
| Verlichting | Ingeschakeld bij het bereiden en bij het openen van de deur ¹ Alleen bij het openen van de deur Altijd uit |
| Hoogte boven zeeniveau | Wanneer de kalibratie automatisch plaatsvindt, dan verdwijnt deze basisinstelling. 0 m - 300 m 300m - 600m 600m - 900m 900m - 1200m 1200m - 1500m 1500m - 1800m 1800m - 2100m Hoogte boven zeeniveau onbekend ¹ (Kalibratie noodzakelijk) |
| Personalisering | Keuze |
| Merklogo | Displays ¹ Niet weergeven |
| Werking na inschakelen | Hoofdmenu ¹ Verwarmingsmethoden Gerechten Favorieten |
| Verstreken bereidingstijd | Displays ¹ Niet weergeven |
| Gerechten | Alle ¹ Geen varkensvlees Alleen koosjer |
| Regionale gerechten | Alle ¹ Europese gerechten Gerechten volgens Britse wijze |
| Kinderslot | Alleen toetsblokkering ¹ Gedeactiveerd |
| Automatisch snel voorverwarmen | Aan ¹ Uit |
| Fabrieksinstellingen | Keuze |
| Fabrieksinstellingen | Terugzetten |
| Apparaatinformatie | Apparaatinformatie |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
15.2 Basisinstellingen wijzigen
- 1. Druk op "Basisinstellingen".
- 2. Druk op het gewenste basisinstellingsbereik.
- 3. Druk op de gewenste basisinstelling.
17
Pagina 18
nl Home Connect
- 4. Druk op de gewenste keuze voor de basisinstelling. De wijziging wordt bij de meeste basisinstellingen direct overgenomen.
- 5. Om nog meer basisinstellingen te wijzigen, met teruggaan en een andere basisinstelling kiezen.
- 6. Schakel met terug naar het hoofdmenu om de basisinstellingen te verlaten of schakel het apparaat uit met .
De wijzigingen zijn opgeslagen.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
16 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tip: Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
- 2. De Home Connect app starten en de toegang voor Home Connect instellen.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces.
16.2 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
De Home Connect app is op het mobiele eindapparaat geïnstalleerd.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. De Home Connect app openen en de volgende QRcode scannen.
16.1 Home Connect app instellen
- 1. Installeer de Home Connect app op het mobiele eindapparaat.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
16.3 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen. Welke instellingen het display toont, hangt ervan af of Home Connect geconfigureerd is en of het apparaat met het thuisnetwerk is verbonden.
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| Home Connect Assistent | Assistent starten Verbinding verbreken | Via de Home Connect Assistent kunt u uw apparaat verbinden met de Home Connect app. Opmerking: Wanneer u de Home Connect Assistent voor de eerste keer gebruikt, dan is alleen de instelling "Assistent starten" beschikbaar. |
| WiFi | Aan Uit | Met WiFi kunt u de netwerkverbinding van uw apparaat uitschakelen. Wanneer u eenmaal succesvol bent verbonden, dan kunt u WiFi deactiveren en verliest u niet uw gedetailleerde gegevens. Zodra u WiFi opnieuw activeert, dan maakt uw apparaat automatisch verbinding. Opmerking: Bij netwerkgebonden standby verbruikt het apparaat maximaal 2 Watt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
18
Pagina 19
Home Connect nl
| Basisinstelling | Mogelijke instellingen | Toelichting |
|---|---|---|
| Status afstandsbediening | Bewaking Handmatige start op afstand Permanente start op afstand | Bij bewaking kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat in de app weergegeven. Wanneer u omschakelt van bewaking of permanente start op afstand naar handmatige start op afstand, dan moet u de start op afstand elke keer activeren. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15 minuten wordt met het openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd. Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op afstand starten en bedienen. Wanneer u het apparaat vaak op afstand bedient, dan is het zinvol om Starten op afstand op permanent in te stellen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
16.4 Apparaat met Home Connect app bedienen
Met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Vereisten
Het apparaat is uitgeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet de handmatige of permanente start op afstand in de basisinstelling Afstandsbedieningsniveau zijn geselecteerd.
- 1. Druk op om de handmatige start op afstand te activeren.
De bevestiging op de bakoven is uitsluitend nodig, wanneer u van bewaking of permanenten start op afstand overschakelt naar handmatige start op afstand. Bij permanente start op afstand is geen bevestiging op de bakoven noodzakelijk.
- 2. Een instelling in de Home Connect app invoeren en naar het apparaat sturen.
Opmerkingen
Wanneer u de ovenfunctie direct op het apparaat start, wordt Starten op afstand automatisch geactiveerd. U kunt de instellingen via de Home Connect app wijzigen of een nieuw programma starten. U kunt de deur van het apparaat binnen 15 minuten openen, nadat u het starten op afstand heeft geactiveerd. Het starten op afstand wordt daardoor niet gedeactiveerd. Na het verstrijken van de 15 minuten wordt met het openen van de apparaatdeur de handmatige start op afstand gedeactiveerd.
16.5 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhel-
pen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten. Hierdoor kunnen weergaven alsmede de bediening in het display enigszins wijzigen.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
16.6 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
16.7 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aan-
19
Pagina 20
nl Reiniging en onderhoud
gesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Verschillende reinigingsmiddelen met elkaar gemengd kunnen chemisch reageren.
- Geen reinigingsmiddelen mengen.
- Verwijder resten van reinigingsmiddelen volledig. Het zout dat in nieuwe absorberende vaatdoekjes zit kan oppervlakken beschadigen.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
"Apparaat schoonmaken", Pagina 21
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Glas | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Apparaatdeur | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Gebruik geen schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
20
Pagina 21
Reiniging en onderhoud nl
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 23 | ||
| Deurafscherming | Van roestvaststaal: RVS-reiniger Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Gebruik geen schoonmaakmiddelen voor roestvaststaal. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. "Apparaatdeur", Pagina 23 |
| Roestvaststalen binnenlijst van de deur | RVS-reiniger | Verkleuringen kunnen verwijderd worden met reinigingsmiddelen voor roestvaststaal. Geen reinigingsmiddelen voor RVS gebruiken. |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel dat op het oppervlak terechtkomt direct verwijderen. |
| Deurafdichting | Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Binnenruimte | ||
| Gebied | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. |
| Zelfreinigende oppervlakken | - | Handleiding voor de zelfreinigende oppervlakken aanhouden. "Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren", Pagina 22 |
| Glazen kapje van de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Opmerking: Voor een grondige reiniging de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 26 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger RVS-spiraalspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of RVS-spiraalspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Kerntemperatuurmeter | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
17.2 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
21
Pagina 22
nl Reinigingsondersteuning humidClean
Vereiste: De instructies voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aanhouden.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 20
- 1. Het apparaat met warm zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 20
- 2. Drogen met een zachte doek.
Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken spetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af. Wanneer de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
LET OP
Als de zelfreinigende oppervlakken niet regelmatig worden gereinigd, kan dit leiden tot schade aan de oppervlakken.
- Als op de zelfreinigende oppervlakken donkere vlekken zichtbaar zijn, de ovenruimte opwarmen.
- Geen ovenreiniger of schurende reinigingsmiddelen gebruiken. Wanneer er per ongeluk ovenreiniger op
de zelfreinigende oppervlakken terechtkomt, direct afdeppen met water en een vaatdoekje. Niet wrijven.
- 1. Haal de accessoires en vormen uit de binnenruimte.
- 2. De rekjes losmaken en uit de binnenruimte nemen. "Rekjes", Pagina 26
- 3. Grove verontreinigingen met zeepsop en een zachte doek verwijderen:
- van de gladde emaille oppervlakken
- van de apparaatdeur binnen
- van de glazen afdekplaat van de ovenlamp Zo voorkomt u niet verwijderbare vlekken.
- 4. Voorwerpen uit de binnenruimte halen. De binnenruimte moet leeg zijn.
- 5. Verwarmingsmethode 3D-hete lucht instellen.
- 6. Maximale temperatuur instellen.
- 7. In werking stellen.
- 8. Na 1 uur het apparaat uitschakelen.
- 9. Wanneer het apparaat goed is afgekoeld, de binnenruimte met een vochtige doek afnemen.
Opmerking: Op de zelfreinigende oppervlakken kunnen vlekken ontstaan. Resten van suikers en eiwitten in levensmiddelen worden niet afgebroken en blijven hechten aan de oppervlakken. Roodachtige vlekken zijn resten van zouthoudende levensmiddelen, de vlekken zijn geen roest. De vlekken zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid. De vlekken hebben geen invloed op het reinigende vermogen van de zelfreinigende oppervlakken.
- 10. De rekjes inhangen.
"Rekjes", Pagina 26
18 Reinigingsondersteuning "humidClean"
De reinigingsondersteuning "humidClean" is een snel alternatief voor de reiniging van de binnenruimte tussendoor. De reinigingsondersteuning weekt verontreinigingen door het verdampen van zeepsop in. Verontreinigingen kunnen vervolgens gemakkelijker worden verwijderd.
18.1 Reinigingsondersteuning instellen
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
Opmerking: De ovenlamp brandt niet tijdens de reinigingsondersteuning.
Vereiste: De binnenruimte is volledig afgekoeld.
- 1. Verwijder de accessoires uit de binnenruimte.
- 2. LET OP ‒ Gebruik van gedestilleerd water in de binnenruimte leidt tot corrosie.
- Geen gedestilleerd water gebruiken.
0,4 l water met een druppel afwasmiddel mengen en in het midden op de bodem van de binnenruimte gieten.
- 3. Druk op "Reiniging".
- 4. Druk op "humidClean".
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
22
- 5. Druk op .
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de noodzakelijke voorbereidingen voor de reinigingsondersteuning.
- 6. Bevestig de aanwijzing.
De reinigingsondersteuning start en de tijdsduur loopt af.
Wanneer de reinigingsondersteuning is beëindigd, klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 7. Schakel het apparaat uit met .
- 8. .
"Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen", Pagina 22
18.2 Binnenruimte na de reinigingsondersteuning reinigen
LET OP
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Na de reinigingsondersteuning de binnenruimte uitvegen en volledig laten drogen.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Het resterende water in de binnenruimte met een goed opnemende sponsdoek opnemen.
- 3. Reinig gladde emailoppervlakken in de binnenruimte met een schoonmaakdoekje of zachte borstel. Verwijder hardnekkige resten met een schuursponsje van roestvrij staal.
Pagina 23
Droogfunctie nl
- 4. Verwijder kalkranden met een in azijn gedrenkte doek en daarna met schoon water afnemen.
- 5. De binnenruimte drogen met een zachte doek.
- 6. Om de binnenruimte volledig te laten drogen, de apparaatdeur ca. 1 uur open laten of de functie "Drogen" gebruiken.
"Drogen instelen", Pagina 23
19 Droogfunctie
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
19.1 Binnenruimte drogen
U kunt de binnenruimte met de hand drogen of de functie "Droogfunctie" gebruiken.
- 1. Laat het apparaat afkoelen.
- 2. Verontreiniging uit de binnenruimte verwijderen.
- 3. Water in de binnenruimte opvegen.
- 4. Droog de binnenruimte.
- Laat om de binnenruimte te drogen de deur van het apparaat 1 uur open staan.
- Om de functie "Droogfunctie" te gebruiken, "Droogfunctie" instellen.
"Drogen instelen", Pagina 23
Drogen instellen Vereiste:
"Binnenruimte drogen", Pagina 23
- 1. Druk op "Reiniging".
- 2. Druk op "Droogfunctie".
De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- 3. Druk op .
Op het display verschijnt een aanwijzing voor de voorbereidingen die nodig zijn voor het drogen.
- 4. Bevestig de aanwijzing.
Het drogen start en de tijdsduur loopt af.
Als het drogen beëindigd is, klinkt er een signaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 5. Schakel het apparaat uit met .
- 6. Om de binnenruimte volledig te drogen, de deur van het apparaat 1 tot 2 minuten geopend laten.
20 Apparaatdeur
Om de apparaatdeur grondig te reinigen, kunt u de apparaatdeur demonteren.
20.1 Apparaatdeur verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
De blokkeerhendel op het linker en rechter scharnier opklappen.
Blokkeerhendel opgeklapt
Het scharnier is beveiligd en kan niet dichtklappen.
Blokkeerhendel dichtgeklapt
De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
De blokkeerhendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten . De apparaatdeur met beide handen links en rechts vastpakken en er naar boven uit trekken .
Pagina 24
nl Apparaatdeur
- 4. De apparaatdeur voorzichtig op een vlakke ondergrond leggen.
20.2 Apparaatdeur inhangen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, kunnen ze met grote kracht dichtklappen.
- Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, resp. bij het verwijderen van de apparaatdeur helemaal opengeklapt.
- 1. De apparaatdeur recht op de beide scharnieren schuiven . De deur van het apparaat tot aan de aanslag schuiven.
- 2. De apparaatdeur helemaal openen.
- 3. De blokkeerhendel op linker en rechter scharnier dichtklappen .
De blokkeerhendels zijn dichtgeklapt. De apparaatdeur is beveiligd en kan niet worden verwijderd.
- 4. Sluit de apparaatdeur.
20.3 Deurruiten verwijderen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De vastzethendel op het linker en rechter scharnier opklappen .
De vastzethendels zijn opgeklapt. De scharnieren zijn beveiligd en kunnen niet dichtklappen.
- 3. De apparaatdeur tot aan de aanslag sluiten .
- 4. De deurafscherming links en rechts van buiten drukken , tot deze losklikt.
- 5. De deurafscherming verwijderen .
- 6. De binnenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
- 7. De tussenruit er uit trekken vlakke ondergrond leggen.
en voorzichtig op een
en voorzichtig op een
- 8. De apparaatdeur openen en de deurafdichting verwijderen.
Pagina 25
Apparaatdeur nl
- 9. Zo nodig kunt u de condensstrip voor het reinigen verwijderen.
- De apparaatdeur openen.
- De condensstrip naar boven klappen en er uit trekken.
- 10. WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen.
De gedemonteerde ruiten van beide zijden met glasreiniger en een zachte doek reinigen.
- 11. Reinig de condensstrip met een doek en heet zeepsop.
- 12. De apparaatdeur reinigen.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 20
- 13. De deurruiten drogen en weer inbouwen.
"Deurruiten inbouwen", Pagina 25
20.4 Deurruiten inbouwen
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren.
Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
- 1. De apparaatdeur helemaal openen.
- 2. De condensstrip loodrecht in de houder en naar onderen draaien.
plaatsen
- 3. De tussenruit in de linker en rechter houder schuiven.
- 4. De tussenruit boven aandrukken, tot deze in de linker en rechter houder zit.
- 5. De apparaatdeur openen en de deurafdichting inhangen.
Opmerking: Let er bij het inschuiven van de ruit op dat de glanzende zijde van de ruit buiten is gericht en de uitsparing links en rechts boven is.
- 6. De binnenruit in de linker houder schuiven.