Siemens HB736G1B1, tekst van de handleiding
Pagina's 2–12 van 40 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 13 →
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
nl Inhoudsopgave
U kunt online aanvullende informatie en uitleg vinden. Scan de QR-code op de titelpagina.
Inhoudsopgave
GEBRUIKERSHANDLEIDING
1 Veiligheid ................................................................. 2
2 Materiële schade vermijden ................................... 4
3 Milieubescherming en besparing .......................... 5
4 Uw apparaat leren kennen ...................................... 5
5 Functies .................................................................... 7
6 Accessoires ............................................................. 9
7 Voor het eerste gebruik ........................................ 10
8 De Bediening in essentie ...................................... 11
9 Snel voorverwarmen ............................................. 12
10 Tijdfuncties .......................................................... 12
11 Gerechten ............................................................ 13
12 Favorieten ............................................................ 15
13 Kinderslot ............................................................ 15
14 Basisinstellingen ................................................. 15
- 15 Home Connect ...................................................
- 16 Reiniging en onderhoud ....................................
- 17 Reinigingsondersteuning "humidClean" .........
- 18 Droogfunctie .......................................................
- 19 Apparaatdeur ......................................................
- 20 Rekjes ..................................................................
- 21 Storingen verhelpen ...........................................
- 22 Afvoeren ..............................................................
- 23 Servicedienst ......................................................
- 24 Informatie over vrije software en opensourcesoftware ...............................................................
- 25 Conformiteitsverklaring .....................................
- 26 Zo lukt het ............................................................
27 MONTAGEHANDLEIDING .................................. 27.1 Algemene montage-instructies ......................
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Definitie van de signaalwoorden
Hier vindt u de betekenis van de in deze handleiding gebruikte signaalwoorden.
WAARSCHUWING
Neem deze aanwijzingen in acht om mogelijk ernstig of dodelijk letsel te vermijden.
LET OP
Neem deze aanwijzingen in acht om schade aan het apparaat of andere materiële schade te vermijden.
Opmerking: Dit wijst u op belangrijke informatie.
1.2 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.3 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is alleen bestemd voor inbouw. Houd het speciale installatievoorschrift aan. Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om voedsel en dranken te bereiden.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. tot een hoogte van 4000 m boven zeeniveau.
1.4 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het
Pagina 3
Veiligheid nl
veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15 jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen.
1.5 Veiliger gebruik
Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina 9
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging. Bij het openen van de apparaatdeur ontstaat er een luchtstroom. Het bakpapier kan dan de verwarmingselementen raken en vlam vatten.
- Plaats nooit bakpapier bij het voorverwarmen en tijdens het bereiden los op het accessoire.
- Bakpapier altijd op maat maken en verzwaren met een vorm.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik worden het apparaat en haar onderdelen die men kan aanraken heet.
- Wees voorzichtig om het aanraken van verwarmingselementen te voorkomen.
- Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden.
Accessoires of vormen worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en vormen altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten. De apparaatdeur kan open-
springen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Tijdens het gebruik worden de toegankelijke onderdelen heet.
- De hete onderdelen nooit aanraken.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
Door water in de hete binnenruimte kan hete waterdamp ontstaan.
- Nooit water in de hete binnenruimte gieten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit barsten.
- Gebruik geen scherp of schurend reinigingsmiddel of scherpe metalen schraper voor het reinigen van het glas van de ovendeur omdat dit het oppervlak kan beschadigen. Het apparaat en de delen ervan die aangeraakt kunnen worden kunnen scherpe randen hebben.
- Wees voorzichtig bij gebruik en reinigen.
- Draag indien mogelijk veiligheidshandschoenen.
Bij het openen en sluiten van de apparaatdeur bewegen de scharnieren zich en kunnen ze klem komen te zitten.
- Kom niet met uw handen bij de scharnieren. Bepaalde onderdelen in de apparaatdeur kunnen scherpe randen hebben.
- Draag veiligheidshandschoenen.
In de hete binnenruimte kunnen alcoholdampen vlam vatten en kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. "Materiële schade vermijden", Pagina 4
- Gebruik slechts geringe hoeveelheden drank met een hoog alcoholpercentage.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het
Pagina 4
nl Materiële schade vermijden
opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
- Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met hete apparaatonderdelen of warmtebronnen in contact brengen.
- Nooit het aansluitsnoer met scherpe punten of randen in contact brengen.
- Het aansluitsnoer nooit knikken, knellen of veranderen.
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de klantenservice. Pagina 27
Na de installatie van het apparaat mogen de openingen in de achterwand van het apparaat niet toegankelijk zijn.
- Houd het speciale installatievoorschrift aan.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
2 Materiële schade vermijden
2.1 Algemeen
LET OP
Alcoholdampen kunnen in de hete binnenruimte ontvlammen en tot een permanente beschadiging van het apparaat leiden. Door de explosieve verbranding kan de apparaatdeur openspringen en er eventueel afvallen. De deurramen kunnen kapot gaan en versplinteren. Door de onderdruk die ontstaat kan de binnenruimte naar binnen sterk vervormen.
- Geen alcoholhoudende dranken (≥ 15 % vol.) in onverdunde toestand (bijv. voor het opgieten of overgieten van gerechten) verhitten.
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
4
Als de temperatuur hoger is dan 50°C ontstaat er warmteophoping door voorwerpen op de bodem van de binnenruimte. De bak- en braadtijden kloppen niet meer en het email wordt beschadigd.
- Nooit toebehoren, bakpapier of folie, van welke soort dan ook op de bodem van de binnenruimte leggen.
- Uitsluitend een vorm op de bodem van de binnenruimte plaatsen wanneer een temperatuur van minder dan 50°C ingesteld is.
Wanneer de hete binnenruimte water bevat, ontstaat er waterdamp. Door de temperatuurverandering kan er schade optreden.
- Giet nooit water in de hete binnenruimte.
- Zet nooit servies met water op de bodem van de binnenruimte.
Wanneer er langere tijd vocht aanwezig is in de binnenruimte ontstaat er corrosie.
- Laat na het gebruik de binnenruimte drogen.
- Bewaar geen vochtige levensmiddelen gedurende langere tijd in de gesloten binnenruimte.
Pagina 5
Milieubescherming en besparing nl
- Bewaar geen gerechten in de binnenruimte.
- Klem niets tussen de apparaatdeur.
Vruchtensap dat van de bakplaat druppelt, laat vlekken achter die niet meer kunnen worden verwijderd.
- De bakplaat bij zeer vochtig vruchtengebak niet te overvloedig bedekken.
- Gebruik zo mogelijk de diepere braadslede.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Is de afdichting sterk vervuild, dan sluit de deur tijdens het gebruik niet meer goed. De aangrenzende meubelfronten kunnen dan beschadigd raken.
- Zorg ervoor dat de afdichting altijd schoon is.
- Nooit het apparaat met beschadigde afdichting of zonder afdichting gebruiken.
Wanneer de apparaatdeur wordt gebruikt als vlak om iets op te zetten of te leggen kan de apparaatdeur beschadigd raken.
- Niets op de apparaatdeur zetten, er aan hangen of laten steunen.
- Geen vormen of accessoires op de apparaatdeur plaatsen.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen de accessoires krassen veroorzaken op de ruit dan de apparaatdeur wanneer deze gesloten wordt.
- Accessoires altijd op de juiste manier in de binnenruimte leggen.
Door aluminiumfolie aan de deurruit kunnen permanente verkleuringen ontstaan.
- Aluminiumfolie in de binnenruimte mag niet in contact komen met de deurruit.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
"Zo lukt het", Pagina 29
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Het display in de basisinstellingen uitschakelen. "Basisinstelingen", Pagina 15
Er wordt energie bespaard wanneer het display wordt uitgeschakeld.
Opmerking: Volgens de richtlijn 2023/826 eisen inzake ecologisch ontwerp is er bij dit apparaat in uitgeschakelde toestand sprake van een andere toestand. Deze wordt hierna als spaarstand aangeduid.
Ook wanneer de hoofdfunctie niet actief is, heeft het apparaat energie nodig voor:
Detectie van de bediening van de sensortoetsen Bewaking van de deuropening
Bewerking van de tijd (zonder display) Per definitie is er dus noch sprake van een "Uit", nog van een "standby-stand", en daarom wordt de aanduiding spaarstand gebruikt. Voor de meting van de spaarstand moet de norm EN IEC 60350-1:2023 worden gebruikt.
4 Uw apparaat leren kennen
4.1 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
Pagina 6
nl Uw apparaat leren kennen
1
2 Display
Op het display ziet u de actuele instelwaarden, keuzemogelijkheden of aanwijzingsteksten. "Display", Pagina 6
Knoppen
Met de toetsen stelt u de verschillende functies direct in.
"Knoppen", Pagina 6
4.2 Display
Het display is onderverdeeld in verschillende gebieden.
Statusregel
Boven in het display bevindt zicht de statusregel. Al naar gelang de instelstap kunt u acties uitvoeren.
| Symbool | Functie |
|---|---|
| Eén instelling terug gaan. | |
| Basisinstellingen openen. | |
| Behalve tekstinformatie ziet u ook de actuele stand van verschillende functies aan de hand van symbolen. | |
| Symbool | Betekenis |
| Tijd bijv. "12min10s" | Aanwijzing lopende tijdfuncties. "Tijdfuncties", Pagina 12 |
| Timer is geactiveerd. "Timer instelen", Pagina 13 | |
| Kinderslot is geactiveerd. "Kinderslot", Pagina 15 | |
| WiFi-signaalsterkte voor Home Connect. Hoe meer lijntjes van het symbool gevuld zijn, des te beter is het signaal. Wanneer het symbool is doorgestreept , dan is er geen WiFi-signaal. Wanneer er een "x" bij symbool is, dan is er geen verbinding met de Home Connect server. "Home Connect ", Pagina 17 | |
| Start op afstand met Home Connect is geactiveerd. "Home Connect ", Pagina 17 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
| Symbool | Betekenis |
|---|---|
| Diagnose op afstand met Home Connect voor onderhoud is geactiveerd. "Home Connect ", Pagina 17 | |
| Ovenlamp is aan of uit. "Verlichting", Pagina 7 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Instelbereik
Het instelbereik is in tegels weergegeven.
Het aantal tegels toont u de actuele selectiemogelijkheden en reeds uitgevoerde instellingen. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Informatie wordt tevens in tegels weergegeven.
Gebruik om meerdere tegels naar links of rechts te bladeren de nagivatieknoppen en of veeg deze middels het display.
Mogelijke symbolen in tegels
| Symbool | Betekenis |
|---|---|
| Bij veel inhoud in de tegel bladeren. | |
| Instelwaarde verlagen of verhogen. | |
| Instelwaarde via het numerieke toetsenbord invoeren. | |
| Instelwaarde resetten. | |
| Tegel sluiten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Opmerking: Een blauwe stip of een blauwe ster in een tegel geeft aan dat met de Home Connect app een nieuwe functie, een nieuwe favoriet of een update op uw apparaat werd gedownload.
Inforegel
Al naar gelang de instelstap ziet u onder in het display extra informatie over uw instellen en kunt u acties uitvoeren.
4.3 Knoppen
Met de knoppen kiest u de verschillende functies direct.
| Knop | Functie |
|---|---|
| Apparaat in- of uitschakelen. "De Bediening in essentie", Pagina 11 | |
| Extra informatie bij een functie of instelling laten weergeven. "Informatie weergeven", Pagina 11 | |
| Werking starten of onderbreken. "De Bediening in essentie", Pagina 11 | |
| Timer selecteren. "Timer instelen", Pagina 13 | |
| Ca. 4 seconden ingedrukt houden: kinderslot activeren of deactiveren. "Kinderslot", Pagina 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
4.4 Binnenruimte
Verschillende functies in de binnenruimte ondersteunen bij het gebruik uw apparaat.
Pagina 7
Functies nl
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.
"Accessoires", Pagina 9
Uw apparaat heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld.
De rekjes kunt u, bijvoorbeeld om te reinigen, verwijderen.
"Rekjes", Pagina 25
Verlichting
Een of meerdere ovenlampen verlichten de binnenruimte.
Wanneer u de deur van het apparaat opent, gaat de verlichting in de binnenruimte aan. Blijft de deur langer dan ca. 18 minuten open, dan gaat de verlichting weer uit. Bij de meeste functies schakelt de verlichting in zodra het gebruik wordt gestart. Als het gebruik wordt beëindigd, schakelt de verlichting uit.
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP
Door het afdekken van de ventilatiesleuven raakt het apparaat oververhit.
- Dek de ventilatiesleuven niet af.
Om het apparaat af te koelen en om restvocht uit het kookcompartiment te verwijderen, loopt de koelventilator na bedrijf nog een bepaalde tijd na.
Zelfreinigende oppervlakken
De achterwand in de binnenruimte is zelfreinigend. De zelfreinigende oppervlakken zijn voorzien van een laagje poreus, mat keramiek en hebben een ruw oppervlak. Wanneer het apparaat in gebruik is, nemen de zelfreinigende oppervlakken vetspetters van het bakken, braden of grillen op en breken ze af.
Als de zelfreinigende oppervlakken zich tijdens het gebruik niet meer voldoende reinigen, warm de binnenruimte dan gericht op.
"Zelfreinigende oppervlakken in de binnenruimte regenereren", Pagina 20
Opmerking: U kunt de nalooptijd wijzigen in de basisinstellingen. Wanneer u vaak zeer vochtige gerechten bereidt of in het kookcompartiment warm houdt, dan stelt u een langere nalooptijd in.
"Basisinstelingen", Pagina 15
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking stopgezet. Sluit u de apparaatdeur, dan wordt de werking automatisch voortgezet.
5 Functies
Hier krijgt u een overzicht van de hoofd- en andere functies van uw apparaat.
Tip: Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Home Connect app extra of uitgebreide functies benutten. Informatie daarover kunt u vinden in de app.
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Verwar-mingsmethoden | Fijn afgestemde verwarmingsmethoden voor een optimale bereiding van uw gerechten kiezen. "Verwarmingsmethoden", Pagina 7 "De Bediening in essentie", Pagina 11 |
| Gerechten | Geprogrammeerde, aanbevolen instellingen voor verschillende gerechten gebruiken. "Gerechten", Pagina 13 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
| Functie | Gebruik |
|---|---|
| Reiniging | Reinigingsfunctie voor de binnenruimte kiezen. "Reinigingsondersteuning humidClean", Pagina 21 "Droogfunctie", Pagina 21 |
| Favorieten | Eigen opgeslagen instellingen gebruiken. "Favorieten", Pagina 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
Home Connect
Met Home Connect kunt u de oven met een mobiel eindapparaat verbinden en op afstand bedienen om de volledige functionaliteit van het apparaat te benutten. Al naar gelang het apparaattype kunt u met de Home Connect app extra of uitgebreide functies voor uw apparaat benutten. Informatie daarover kunt u vinden in de app.
"Home Connect ", Pagina 17
5.1 Verwarmingsmethoden
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
Aan de hand van de afzonderlijke symbolen ziet u om welke verwarmingsmethoden het gaat.
7
Pagina 8
nl Functies
Wanneer u een verwarmingsmethode kiest, stelt het apparaat u een passende temperatuur of stand voor. U kunt de waarde overnemen of wijzigen in het weergegeven gebied.
Bij temperatuurinstellingen boven 275°C en grillstand 3 verlaagt het apparaat de temperatuur na ca. 40 minuten tot ca. 275°C resp. grillstand 1.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| 4D-Hetelucht | 30 - 275°C | Op één of meer niveaus bakken of braden. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. | |
| Boven- en onderwarmte | 30 - 300°C | Traditioneel bakken of braden op één niveau. De verwarmingsmethode is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Milde hetelucht | 125-250 °C | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op één niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | |
| Milde boven en onderwarmte | 150-250 °C | Gekozen gerechten voorzichtig garen. De warmte komt van boven en van onderen. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Houd de deur van het apparaat tijdens het bereiden gesloten. Als u de toesteldeur ook maar kort opent, blijft het apparaat verwarmen zonder gebruik te maken van de restwarmte. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Circulatiegrillen | 30 - 300°C | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Grill, groot | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Platte producten, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Grill, klein | Grillstanden: 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk | Kleine hoeveelheden grillen, zoals steak, worstjes of toast. Kleine hoeveelheden gratineren. Het middelste oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Pizzastand | 30 - 275°C | Pizza's of gerechten klaarmaken die veel warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| coolStart- functie | 30 - 275°C | Voor een snelle bereiding van diepvriesproducten zonder voorverwarmen. Kies de temperatuur die de fabrikant aangeeft. Gebruik de hoogste temperatuur die op de verpakking staat aangegeven. | |
| Langzaam garen | 70 - 120°C | Kort aangebraden, mals vlees in open vormen voorzichtig en langzaam garen. De warmte komt bij een lage temperatuur gelijkmatig van boven en van onderen. | |
| Onderwarmte | 30 - 250°C | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Warmhouden | 50 - 100°C | Gerechten die al klaar zijn warmhouden. | |
| Servies voorverwarmen | 30 - 90°C | Servies voorverwarmen. | |
| Air Fry | 30-300 °C | Knapperig garen op een niveau met weinig vet. Bijzonder geschikt voor normaal in vet gefrituurde gerechten, bijv. frites. |
Pagina 9
Accessoires nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Temperatuurbereik | Gebruik en werkwijze Eventuele extra functies |
|---|---|---|---|
| De ventilator wervelt met hoge snelheid de hitte van de grillelementen rond het gerecht. De afvoerlucht wordt versterkt uit de binnenruimte getrokken. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
5.2 Temperatuur
Tijdens het opwarmen kunt u op het display bij de meeste verwarmingsmethoden de actuele temperatuur in de binnenruimte en de ingestelde temperatuur naast elkaar aflezen, bijv. 120°/ 210°C.
Wanneer u voorverwarmt, is het optimale tijdstip voor het plaatsen van het voedsel bereikt, zodra de opwarmlijn volledig is gevuld en een akoestisch signaal klinkt.
Opmerking: Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Restwarmte-indicatie
Wanneer het apparaat uitgeschakeld is, geeft het display de restwarmte in de binnenruimte weer met symbool . Hoe verder de temperatuur daalt, des te minder is zichtbaar van het symbool. Bij ca. 60°C en lager dooft het symbool helemaal.
6 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: Wanneer de accessoires heet worden, kunnen deze vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren, afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Gebak Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | Plaatgebak Klein gebak |
| Air Fry & Grillplaat, geëmailleerd met gaatjes | Gerechten knapperig bakken, die doorgaans in olie worden gefrituurd, bijv. frites. Gerechten grillen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
6.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
6.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Pagina 10
nl Voor het eerste gebruik
Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.
bakplaat
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
6.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
7 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
7.1 Eerste keer in gebruik nemen
Nadat je het apparaat op het lichtnet hebt aangesloten, moet je de instellingen voor de eerste ingebruikname van het apparaat vastleggen. Het kan enkele minuten duren tot op het display de instellingen verschijnen.
Opmerking: U kunt de instellingen ook met de Home Connect app uitvoeren. Als je apparaat verbonden is, volg dan de aanwijzingen in de app.
- 1. Schakel het apparaat in met .
De eerste instelling verschijnt.
- 2. Indien nodig de instelling wijzigen.
Mogelijke instellingen:
- Taal
- Home Connect
- Tijd
- Datum
- 3. Ga met naar de volgende instelling.
- 4. De instellingen doorlopen en wijzigen indien gewenst. Na de laatste instelling verschijnt een aanwijzing op het display dat de eerste ingebruikname is afgesloten.
- 5. Om ervoor te zorgen dat het apparaat zich vóór het eerste verwarmen controleert, de deur van het apparaat een keer openen en sluiten.
10
7.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De productinformatie en het toebehoren uit de binnenruimte nemen. Verpakkingsresten, zoals korreltjes piepschuim en tape aan binnen- en buitenzijde van het apparaat verwijderen.
- 2. Gladde oppervlakken in de binnenruimte afnemen met een zachte, vochtige doek.
- 3. Schakel het apparaat in met .
- 4. Volgende instellingen uitvoeren:
| Verwarmingsmethode | 4D hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | maximaal |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
"De Bediening in essentie", Pagina 11
- 5. In werking stellen.
- Zorg ervoor dat de keuken geventileerd is zolang het apparaat opwarmt.
Wanneer de tijdsduur is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. Op het display verschijnt een aanwijzing, dat de werking is beëindigd.
- 6. Schakel het apparaat uit met .
- 7. Als het apparaat is afgekoeld, gladde oppervlakken in de binnenruimte met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel grondig reinigen.
Pagina 11
De Bediening in essentie nl
8 De Bediening in essentie
8.1 Apparaat inschakelen
- Schakel het apparaat in met . Op het display verschijnt het menu.
8.2 Apparaat uitschakelen
Schakel het apparaat uit wanneer u het niet nodig heeft. Wanneer u het apparaat langere tijd niet bedient, gaat het automatisch uit.
- Schakel het apparaat uit met .
Het apparaat gaat uit. Lopende functies worden afgebroken.
Op het display verschijnt de tijd of de restwarmte-indicatie.
8.3 In werking stellen
Elke functie moet u starten.
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
- Start de werking met .
Op het display verschijnen de instellingen.
8.4 Werking onderbreken
U kunt de werking onderbreken en weer hervatten.
- 1. Druk op om de werking te onderbreken.
- 2. Druk opnieuw op om de werking te hervatten.
8.5 Functie instellen
Nadat u het apparaat heeft ingeschakeld, verschijnt het menu op het display.
- 1. Veeg op het display naar links of rechts om door de verschillende keuzemogelijkheden te bladeren.
- 2. Druk op de betreffende tegel om een functie te kiezen.
Al naar gelang de functie verschijnen mogelijke instelwaarden of verdere tegels waaruit gekozen kan worden.
- 3. Druk indien gewenst op een andere tegel.
- 4. Om instelwaarden te wijzigen:
- Druk op of .
- Of druk op en voer de waarde direct in via het numerieke veld dat verschijnt.
- 5. Start de werking met .
- 6. Wanneer de werking is beëindigd:
- Indien nodig kunt u verdere instellingen invoeren en de werking opnieuw starten.
- Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Tip: Uw instellingen kunt u als "Favorieten" opslaan en opnieuw gebruiken.
"Favorieten", Pagina 15
8.6 Gebruik verlengen
Wanneer een gebruik is beëindigd, dan kunt u het gebruik verlengen of verdere instellingen invoeren en opnieuw starten.
- 1. Druk op "Verlengen".
- Al naar gelang de functie kunt u indien nodig de instellingen wijzigen.
- 2. Start de werking met .
8.7 Verwarmingsmethode en temperatuur instellen
- 1. Druk op "Verwarmingsmethoden".
- 2. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 3. Stel de temperatuur in met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
Indien nodig kunt u verdere instellingen maken:
- "Snel voorverwarmen", Pagina 12
- "Tijdfuncties", Pagina 12
- 4. Start de werking met .
Het apparaat begint op te warmen.
Op het display staan de instelwaarde en de tijd hoelang het programma al loopt.
- 5. Schakel het apparaat uit met wanneer het gerecht klaar is.
Opmerking: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
"Verwarmingsmethoden", Pagina 7
Verwarmingsmethode wijzigen
Verandert u de verwarmingsmethode, dan worden ook de andere instellingen teruggezet.
- 1. Druk op .
- 2. Druk op .
- 3. Druk op de gewenste verwarmingsmethode.
- 4. Stel de werking opnieuw in en start met .
Temperatuur wijzigen
Na het starten van de werking kunt u de temperatuur te allen tijde wijzigen.
- 1. Op de temperatuur drukken.
- 2. Wijzig de temperatuur met of of via de instelbalk. Of voer de temperatuur direct in via het numerieke veld .
- 3. Druk op "Toepassen".
8.8 Informatie weergeven
In de meeste gevallen kunt u informatie bij de zojuist uitgevoerde functie oproepen. Vele aanwijzingen verschijnen automatisch, bijv. ter bevestiging of als oproep of waarschuwing.
- 1. Druk op .
Wanneer er informatie aanwezig is wordt deze gedurende enkele seconden weergegeven.
- 2. Bij veel inhoud in de tegel bladeren met of .
- 3. Indien nodig de aanwijzing sluiten met .
Pagina 12
nl Snel voorverwarmen
8.9 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot 24 uur warmhouden, zonder dat het gedrag van het apparaat wijzigt. Gebruik de tijdfuncties en wijzig de basisinstellingen.
Opmerking: Wanneer u de apparaatdeur tijdens het gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Om er zeker van te zijn dat het gedrag van het apparaat tijdens bedrijf niet verandert, de apparaatdeur pas na het verstrijken van de ingestelde tijd openen.
- 1. Wijzig de basisinstelling "Verlichting" naar "Altijd uit". "Basisinstelingen", Pagina 15
- 2. Wijzig de basisinstelling "Tijdsweergave" naar "Aan".
- 3. De basisinstelling "Geluidssignaal" wijzigen naar "Zeer korte duur".
Zo blijft de verlichting in de binnenruimte tijdens het gebruik en wanneer u de apparaatdeur opent altijd uit. De weergave van de klok wijzigt niet. De tijdsduur van het geluidssignaal aan het einde van het gebruik is gereduceerd.
- 4. Stel de gewenste functie in.
"Functie instelen", Pagina 11 "Verwarmingsmethode en temperatuur instelen", Pagina 11
- 5. Stel al naar gelang de functie de gewenste tijdsduur in.
"Tijdsduur instelen", Pagina 12 "Tijdfuncties", Pagina 12
- 6. Stel met "Einde" het tijdstip in, waarop de werking moet eindigen.
"Einde instelen", Pagina 13 "Tijdfuncties", Pagina 12
- 7. Plaats het gerecht in de binnenruimte, voordat het apparaat begint te verwarmen.
- 8. In werking stellen.
Het display toont de tijdsduur tot aan de start. Als de starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur loopt af.
- 9. Haal het gerecht uit de binnenruimte wanneer de werking is beëindigd. Na ca. 15 tot 20 minuten schakelt het apparaat volledig automatisch uit.
Opmerking: Indien nodig de verschillende basisinstellingen weer wijzigen.
9 Snel voorverwarmen
Om tijd te besparen, kan het snel voorverwarmen bij ingestelde temperaturen boven 100°C de opwarmingsduur verkorten.
Bij deze verwarmingsmethoden is snel voorverwarmen mogelijk:
4D hetelucht
Boven- en onderwarmte
9.1 Snel voorverwarmen instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, plaatst u uw gerecht pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte.
Opmerking: Stel pas een tijdsduur in wanneer het snel voorverwarmen beëindigd is.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode en een temperatuur vanaf 100°C instellen.
Vanaf een ingestelde temperatuur van 200°C wordt het snel voorverwarmen automatisch ingeschakeld.
- 2. Druk op "Snel voorverwarmen".
Op de tegel staat "Aan".
- 3. Start de werking met .
Het snel voorverwarmen start.
Wanneer het snel voorverwarmen is beëindigd, klinkt er een signaal. Bij "Snel voorverwarmen" staat "Uit".
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
Snel voorverwarmen afbreken
- Druk op "Snel voorverwarmen".
Op het display verschijnt bij "Snel voorverwarmen" "Uit".
10 Tijdfuncties
Voor gebruik kunt u de tijdsduur en de tijdstip, waarop de werking moet eindigen, instellen. De timer kan onafhankelijk van de werking worden ingesteld.
| Tijdfunctie | Gebruik |
|---|---|
| Tijdsduur | Wanneer u voor de werking een tijdsduur instelt, houdt het apparaat na het verstrijken van de tijdsduur automatisch op met verwarmen. |
| Einde | Voor de tijdsduur kunt u een tijd instellen waarop de werking eindigt. Het apparaat start automatisch zodat de werking op het gewenste tijdstip klaar is. |
| Timer | De timer kunt u onafhankelijk van de werking instellen. Hij beïnvloedt het apparaat niet. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
10.1 Tijdsduur instellen
De tijdsduur voor de werking kunt u instellen tot 24 uur.
Vereiste: Een werking en een temperatuur of stand zijn ingesteld.
- 1. Druk op "Tijdsduur".
- 2. Druk om de tijdsduur in te stellen, op de betreffende tijdswaarde, bijv. urenaanwijzing "h" of minutenaanwijzing "min".
De geselecteerde waarde is blauw gemarkeerd.
- 3. Stel de tijdsduur in met of of via de instelbalk. Of voer de tijdsduur direct in via het numerieke veld . Rest indien nodig de instelwaarde met .
- 4. Druk op "Overnemen".