Siemens HC724220, tekst van de handleiding
Pagina's 60–71 van 96 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 60
Attentie!
- Gebruik nooit schurende schoonmaakmiddelen. Deze veroorzaken krassen op de hoogporeuze laag of vernietigen hem.
- Behandel de keramiekbedekking nooit met ovenreiniger. Komt hier per ongeluk ovenreiniger op, verwijder deze dan direct met een spons en voldoende water.
Bodem, plafond en zijwanden van de binnenruimte schoonmaken
Gebruik hiervoor een schoonmaakdoekje en heet zeepsop of water met azijn.
Bij sterke vervuiling een schuursponsje van roestvrij staal of ovenreiniger gebruiken. Alleen gebruiken in de onverwarmde oven. De zelfreinigende oppervlakken nooit behandelen met een schuursponsje of ovenreiniger.
Ovendeur verwijderen en inbrengen
Om de deurruiten schoon te maken en te demonteren, kunt u de ovendeur verwijderen.
De scharnieren van de ovendeur zijn alle voorzien van een blokkeerhendel. Wanneer de blokkeerhendels zijn dichtgeklapt (Afbeelding A), is de ovendeur beveiligd. Hij kan niet worden verwijderd. Wanneer de blokkeerhendels voor het verwijderen van de ovendeur opengeklapt zijn (B), zijn de scharnieren beveiligd. Ze kunnen niet dichtklappen.
$ %
Inschuifrails verwijderen en bevestigen
U kunt de rails voor het reinigen verwijderen. De oven dient afgekoeld te zijn.
Inschuifrails verwijderen
- 1. Rail voor optillen
- 2. en uit de geleiders nemen (Afbeelding A).
- 3. Hierna de hele rail naar voren trekken
- 4. en verwijderen (Afbeelding B).
$ %
Maak de rails schoon met zeepsop en een schoonmaaksponsje. Gebruik bij hardnekkig vuil een borstel.
Inhangroosters bevestigen
- 1. Inhangrooster eerst in de achterste bus plaatsen, iets naar achteren drukken (Afbeelding A)
- 2. en vervolgens in de voorste bus plaatsen (Afbeelding B).
$ %
De inschuifrails passen links en rechts. Let erop dat evenals in afbeelding B hoogte 1 en 2 beneden is en hoogte 3, 4 en 5 boven.
Risico van letsel!
Wanneer de scharnieren niet beveiligd zijn, klappen ze met grote kracht dicht. Let erop dat de blokkeerhendels altijd helemaal dichtgeklapt zijn, en bij het verwijderen van de ovendeur helemaal opengeklapt.
Deur verwijderen
- 1. Ovendeur helemaal openen.
- 2. Beide blokkeerhendels links en rechts openklappen (Afbeelding A).
- 3. Ovendeur tot de aanslag sluiten. Met beide handen links en rechts vastpakken. Nog wat verder sluiten en uitnemen (Afbeelding B).
$ %
Deur inbrengen
De ovendeur in de omgekeerde volgorde weer inbrengen.
- 1. Let er bij het inbrengen van de ovendeur op dat beide scharnieren recht in de opening worden geleid (Afbeelding A).
- 2. De keep op het scharnier dient aan beide kanten in te klikken (Afbeelding B).
$ %
Pagina 61
- 3. Beide blokkeerhendels weer dichtklappen (Afbeelding C). Ovendeur sluiten.
&
Risico van letsel!
Wanneer de ovendeur er per ongeluk uitvalt of een scharnier dichtklapt, het scharnier niet met uw hand aanraken. Neem contact op met de klantenservice.
Glazen deurplaten uit- en inbouwen
Om de glazen platen in de ovendeur beter te kunnen reinigen, kunnen deze worden uitgebouwd.
Uitbouw
- 1. Hang de ovendeur uit. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur uithangen. Leg de ovendeur met de greep naar onderen op een doek.
- 2. Verwijder de afdekking bovenaan de ovendeur. Druk hiertoe links en rechts met de vingers. Trek de afdekking eruit (afbeelding A).
- 3. Licht de bovenste glazen plaat op en trek deze eruit (afbeelding B).
$ %
Reinig de glazen platen met een glasreiniger en een zachte doek.
Risico van letsel!
Wanneer er krassen op het glas van de apparaatdeur zitten, kan dit springen. Geen schraper, scherpe of schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
Inbouw
- 1. Houd de bovenste glazen plaat aan de zijkanten vast en schuif deze schuin naar achteren erin. De glazen plaat moet in de openingen aan de onderkant erin worden geschoven. De gladde zijde moet zich buiten, de ruwe binnen bevinden. (afbeelding A).
$
- 2. Plaats de afdekking bovenaan de ovendeur en druk deze aan. Let erop dat de inkepingen aan de zijkanten correct vastklikken.
- 3. Hang de ovendeur er weer in. Zie de instructies in het hoofdstuk Ovendeur inhangen.
Gebruik de oven pas weer als de glazen platen weer correct zijn ingebouwd.
Wat te doen bij storingen?
Storingen worden vaak veroorzaakt door een kleinigheid. Raadpleeg de volgende tabel voordat u contact opneemt met de servicedienst. Wellicht kunt u zelf de storing verhelpen.
Storingstabel
Wanneer een gerecht niet goed gelukt is, lees hier dan het hoofdstuk Voor u in onze kookstudio getest op na. Hier vindt u vele tips en aanwijzingen voor het koken.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing/aanwijzing |
|---|---|---|
| De oven functioneert niet. | De zekering is defect. | Kijk in de meterkast na of de zekering in orde is. |
| De stroom is uitgevallen. | Controleer of het keukenlicht of andere keukenapparaten functioneren. | |
| De oven warmt niet op. | Er zit stof op de contacten. | Draai de schakelaars meerdere keren heen en weer. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
Kans op een elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door technici die zijn geïnstrueerd door de klantenservice.
Ovenlamp aan het plafond vervangen
Als de ovenlamp is uitgevallen, moet deze worden vervangen. Temperatuurbestendige reservelampen, 40 watt, kunt u krijgen bij de klantenservice of uw speciaalzaak. Gebruik uitsluitend originele lampen.
Pagina 62
Kans op een elektrische schok!
Zekering in de meterkast uitschakelen.
- 1. Theedoek in de onverwarmde oven leggen, om schade te voorkomen.
- 2. Glazen afscherming eruit halen door de schroeven naar links te draaien.
- 3. Lamp vervangen door een van hetzelfde type.
- 4. Glazen afscherming er weer inschroeven.
- 5. Theedoek eruit nemen en de zekering inschakelen.
Glazen afscherming
Als de glazen afscherming beschadigd is, dient hij te worden vervangen. Passende glazen afschermingen zijn verkrijgbaar bij de klantenservice. Vermeld a.u.b. het productnummer (Enr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat.
Servicedienst
Wanneer uw apparaat gerepareerd moet worden, staat onze servicedienst voor u klaar. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodig bezoek van een technicus te voorkomen.
Enummer en FDnummer
Geef aan de klantenservice altijd het productnummer (E-nr.) en het fabricagenummer (FD-nr.) van uw apparaat op, zodat wij u goed van dienst kunnen zijn. Het typeplaatje met de nummers vindt u aan de zijkant van de ovendeur. Om niet te lang te hoeven zoeken wanneer u de klantenservice nodig heeft, kunt u hier direct de gegevens van uw apparaat en het telefoonnummer van de servicedienst invullen.
Enr. FDnr.
Servicedienst
Let erop dat het bezoek van een technicus van de servicedienst in het geval van een verkeerde bediening ook tijdens de garantietijd kosten met zich meebrengt.
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen NL 088 424 4020
Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Dan bent u ervan verzekerd dat de reparatie wordt uitgevoerd door ervaren technici die gebruikmaken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
Energie en milieutips
Hier krijgt u tips over de manier waarop u bij het bakken en braden in de oven en bij het koken op de kookplaat energie bespaart en het apparaat op de juiste manier afvoert.
Energie besparen met de oven
- De oven alleen voorverwarmen als dit in het recept of in de tabellen van de gebruiksaanwijzing is opgegeven.
- Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen. Deze nemen de hitte bijzonder goed op.
- Open de ovendeur tijdens het garen, bakken of braden zo weinig mogelijk.
- Meerdere taarten of cakes kunt u het beste na elkaar bakken. De oven is dan nog warm. Daardoor is de baktijd voor het tweede gerecht korter. U kunt ook 2 rechthoekige bakvormen naast elkaar in de oven plaatsen.
- Bij langere bereidingstijden kunt u de oven 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitzetten en de restwarmte gebruiken voor het afbakken.
Energie besparen met de kookplaat
- Gebruik pannen met dikke, egale bodems. Niet-egale bodems verhogen het energieverbruik.
- De diameter van de bodem van de pan dient overeen te komen met de grootte van de kookzone. Vooral te kleine pannen op de kookzone zorgen voor energieverlies. Let op: de fabrikanten geven vaak de diameter van de bovenkant van de pan aan. Deze is meestal groter dan de diameter van de pannenbodem.
- Gebruik voor kleine hoeveelheden een kleine pan. Een grote, slechts weinig gevulde pan heeft veel energie nodig.
- Sluit de pannen altijd af met een passend deksel. Wanneer u kookt zonder deksel heeft u vier maal meer energie nodig.
- Kook met weinig water. Dit bespaart energie. Bij groente blijven vitamines en mineralen behouden.
- Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand.
- Maak gebruik van de restwarmte. Schakel bij langere bereidingstijden al 5-10 minuten voor het einde van de bereidingstijd de kookzone uit.
Pagina 63
Milieuvriendelijk afvoeren
Voer de verpakking op een milieuvriendelijke manier af.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Voor u in onze kookstudio uitgetest.
Hier vindt u een keur aan gerechten en de daarbij behorende optimale instellingen. Wij laten u zien welke verwarmingsmethode en temperatuur het meest geschikt is voor uw gerecht. U krijgt informatie over de juiste toebehoren en de hoogte waarop ze ingeschoven dienen te worden. U krijgt tips over de te gebruiken vormen en de bereiding.
Aanwijzingen
- De tabel geldt altijd voor producten die in de onverwarmde en lege binnenruimte worden geplaatst.
Alleen voorverwarmen wanneer dit in de tabel wordt aangegeven. Leg pas na het voorverwarmen bakpapier op de toebehoren.
- De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Ze zijn afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen.
- Maak gebruik van de meegeleverde toebehoren. Bij de klantenservice of in de vakhandel kunt u toebehoren of extra toebehoren kopen.
Verwijder voor het gebruik alle toebehoren en vormen die u niet nodig heeft uit de binnenruimte.
- Gebruik altijd een pannenlap wanneer u hete toebehoren of vormen uit de oven neemt.
Gebak
Bakken op één niveau
Met boven en onderwarmte lukt het gebak het beste.
Wanneer u met 3D-hetelucht bakt, dient u de volgende inschuifhoogtes voor de toebehoren te gebruiken:
- Gebak in vormen: hoogte
- Gebak op de plaat: hoogte
Bakken op meerdere niveaus
Gebruik 3Dhetelucht .
Inschuifhoogtes bij het bakken op 2 niveaus
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Inschuifhoogtes bij het bakken op 3 niveaus
- Bakplaat: hoogte 5
- Braadslede: hoogte
- Bakplaat: hoogte
Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
In de tabellen vindt u talrijke voorstellen voor uw gerechten.
Wanneer u met 3 rechthoekige bakvormen tegelijk bakt, zet deze dan zoals op de afbeelding aangegeven op het rooster.
Bakvormen
Het meest geschikt zijn donkere metalen bakvormen.
Bij lichte bakvormen van dunwandig metaal of glazen vormen is de baktijd langer en wordt het gebak niet zo gelijkmatig bruin.
Wanneer u siliconen vormen wilt gebruiken, raadpleeg dan de informatie en de recepten van de fabrikant. Vormen van silicone zijn vaak kleiner dan normale vormen. De deegvormen en receptgegevens kunnen afwijken.
Tabellen
In de tabellen vindt u voor de verschillende soorten gebak de optimale verwarmingsmethode. Temperatuur en tijdsduur zijn afhankelijk van de hoeveelheid en de kwaliteit van het deeg. In de tabellen zijn bereiken aangegeven. Probeer het eerst met de laagste waarde. Een lage temperatuur zorgt ervoor dat het gerecht gelijkmatiger bruin wordt. Stel de oven indien nodig de volgende keer hoger in.
De baktijden worden 5 tot 10 minuten korter wanneer u voorverwarmt.
Bijkomende informatie vindt u onder Tips voor het bakken na de tabellen.
| Gebak in vormen | Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Cake, eenvoudig | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 160-180 | 40-50 | |
| 3 cakevormen | 3+1 | 140-160 | 60-80 | ||
| Cake, fijn | Krans/rechthoekige vorm | 2 | 150-170 | 60-70 | |
| Taartbodem, roerdeeg | Vorm vruchtentaartbodem | 2 | 150-170 | 20-30 | |
| Vruchtentaart fijn, roerdeeg | Springvorm/tulbandvorm | 2 | 160-180 | 50-60 | |
| Biscuittaart | Springvorm | 2 | 160-180 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 63)
* Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen.
Pagina 64
| Gebak in vormen Vorm | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|
| Bodem zandtaartdeeg met rand Springvorm | 1 | 170-190 | 25-35 | |
| Vruchten- of kwarktaart, bodem van Springvorm zandtaartdeeg* | 1 | 170-190 | 70-90 | |
| Zwitserse vruchtentaart Pizzaplaat | 1 | 220-240 | 35-45 | |
| Hartig gebak (bijv. quiche/uientaart)* Springvorm | 1 | 180-200 | 50-60 | |
| Pizza, dunne bodem met weinig bedek- Pizzaplaat king (voorverwarmen) | 1 | 250-270 | 10-15 | |
| * Gebak ca. 20 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven laten afkoelen. | ||||
| Gebak op de plaat Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Roer of gistdeeg met droge bedekking Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| 3+1 | 150-170 | 35-45 | ||
| Roer- of gistdeeg met vochtige bedek- Braadslede king, vruchten Braadslede + bakplaat | 3 | 160-180 | 40-50 | |
| 3+1 | 150-170 | 50-60 | ||
| Zwitserse vruchtentaart Braadslede | 2 | 210-230 | 40-50 | |
| Biscuitrol (voorverwarmen) Bakplaat | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Broodvlecht van 500 g bloem Bakplaat | 2 | 160-180 | 30-40 | |
| Kerststol van 500 g bloem Bakplaat | 3 | 160-180 | 60-70 | |
| Kerststol van 1 kg bloem Bakplaat | 3 | 150-170 | 90-100 | |
| Strudel, zoet Braadslede | 2 | 180-200 | 55-65 | |
| Börek Braadslede | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pizza Bakplaat Braadslede + bakplaat | 2 | 220-240 | 15-25 | |
| 3+1 | 180-200 | 35-45 | ||
| Klein gebak Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
| Koekjes Bakplaat | 3 | 140-160 | 15-25 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 130-150 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-150 | 30-40 | |
| Sprits (voorverwarmen) Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 140-150 | 30-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 130-140 | 35-50 | |
| Bitterkoekjes Bakplaat | 2 | 110-130 | 30-40 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 100-120 | 35-45 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 100-120 | 40-50 | |
| Schuimgebak Bakplaat | 3 | 80-100 | 130-150 | |
| Deeg van bijv. soesjes Bakplaat | 2 | 200-220 | 30-40 | |
| Bladerdeeggebak Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 25-35 | |
| 2 bakplaten + braadslede | 5+3+1 | 160-180 | 35-45 | |
| Gistdeeggebak Bakplaat | 3 | 180-200 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 170-190 | 25-35 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)
Brood en broodjes
Bij het bakken van brood de oven voorverwarmen als er niets anders is aangegeven.
Giet nooit water in de hete oven.
Bij het bakken op 2 niveaus de braadslede altijd boven de bakplaat inschuiven.
Pagina 65
| Brood en broodjes | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Gistbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 200 | 8 35-45 | |
| Zuurdeegbrood van 1,2 kg bloem | Braadslede | 2 | 270 200 | 8 40-50 | |
| Broodjes (niet voorverwarmen) | Bakplaat | 3 | 210-230 | 20-30 | |
| Broodjes van gistdeeg, zoet | Bakplaat | 3 | 170-190 | 15-20 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 160-180 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 65)
Tips voor het bakken
| U wilt bakken volgens uw eigen recept. | Raadpleeg de baktabellen voor gelijksoortig gebak. |
| Zo stelt u vast of de cake goed doorbakken is. | Prik ca. 10 voor het einde van de in het recept vermelde baktijd met een stokje in het hoogste punt van het gebak. Wanneer er geen deeg meer aan de prikker zit, is het gebak klaar. |
| Het gebak zakt in. | Voeg de volgende keer minder vloeistof toe of stel de oventemperatuur 10 graden lager in.Houd rekening met de omroertijden in het recept. |
| Het gebak is in het midden hoog gerezen en lager bij de randen. | De rand van de springvorm niet invetten. Na het bakken maakt u het gebak voorzichtig los met een mes. |
| Het gebak wordt te donker aan de bovenkant. | Plaats het verder naar binnen, kies een lagere temperatuur en bak het iets langer. |
| Het gebak is te droog. | Als het gebak klaar is, prikt u er met een prikker kleine gaatjes in. Vervolgens bedruppelt u het met vruchtensap of alcohol. Stel de temperatuur de volgende keer 10 graden hoger in en houd een kortere baktijd aan. |
| Het brood of het gebak (bijv. kwarktaart) ziet er goed uit, maar is van binnen klef (zacht, doortrokken met waterstrepen). | Gebruik de volgende keer wat minder vloeistof en bak iets langer bij een wat lagere temperatuur. Bij gebak met een vochtige bovenkant bakt u eerst de bodem voor. Bestrooi het met amandelen of paneermeel en doe dan de bovenlaag erop. Houd u aan de recepten en baktijden. |
| Het gebak is ongelijkmatig bruin geworden. | Kies een wat lagere temperatuur, dan wordt het gebak gelijkmatiger bruin. Gebruik bij kwetsbaar gebak boven- en onderwarmte op één niveau. Ook bakpapier dat uitsteekt kan de luchtcirculatie beïnvloeden. Knip het bakpapier altijd zodanig af dat het goed op de plaat past. |
| Het vruchtengebak is te licht aan de onderkant. | Plaats het gebak de volgende keer één niveau lager. |
| Het sap van de vruchten stroomt over. | Gebruik, indien beschikbaar, de volgende keer de diepere braadslede. |
| Klein gebak van gistdeeg plakt bij het bakken aan elkaar. | Tussen de gebakstukken dient een afstand van ca. 2 cm te zijn. Zo is er voldoende plaats en kan het gebak goed rijzen en helemaal bruin worden. |
| U hebt op meerdere niveaus gebakken. Op de bovenste plaat is het gebak donkerder dan op de onderste. | Gebruik voor het bakken op meerdere niveaus altijd 3Dhetelucht . Bakplaten die gelijktijdig in de oven worden gedaan, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn. |
| Bij het bakken van vochtig gebak ontstaat er condenswater. | Bij het bakken kan waterdamp ontstaan. Deze komt vrij via de deur. De waterdamp kan neerslaan op het bedieningspaneel of op het meubilair en als condens neerdruppelen. Dit is normaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 65)
Vlees, gevogelte, vis
Vormen
U kunt alle vormen gebruiken die hittebestendig zijn. Voor grote stukken vlees is ook de braadslede geschikt.
Het meest geschikt zijn vormen van glas. Let erop dat het deksel voor de pan past en goed sluit
Gebruikt u geëmailleerde braadpannen, voeg dan wat meer vloeistof toe.
Bij braadgerei van roestvrij staal wordt het gerecht niet zo erg bruin en kan het vlees wat minder gaar zijn. Houd langere bereidingstijden aan.
Opgaven in de tabellen:
Vorm zonder deksel = open Vorm met deksel = gesloten
Zet de vorm altijd midden op het rooster.
Zet hete vormen van glas op een droge onderzetter. Is de ondergrond nat of koud, dan kan het glas knappen.
Braden
Voeg aan mager vlees een beetje vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca. ½ cm bedekt te zijn.
Voeg aan stoofvlees royaal vloeistof toe. De bodem van de vorm dient ca 1 - 2 cm bedekt te zijn.
De hoeveelheid vloeistof is afhankelijk van het soort vlees en het materiaal van de vormen. Wanneer u vlees in geëmailleerde braadvormen klaarmaakt, is er wat meer vloeistof nodig dan in glazen vormen.
Braadsledes van roestvrij staal zijn slechts beperkt geschikt. Het vlees gaart langzamer en wordt minder bruin. Houd een hogere temperatuur en/of een langere bereidingstijd aan.
65
Pagina 66
Grillen
Verwarm bij het grillen ca. 3 minuten voor alvorens het gerecht in de binnenruimte te plaatsen.
Gril altijd in een gesloten oven.
Gebruik zoveel mogelijk gelijke stukken om te grillen. Zo worden ze gelijkmatig bruin en blijven ze lekker mals.
Keer de grillstukken na van de bereidingstijd.
Zout de steaks pas na het grillen.
Leg de te grillen stukken vlees rechtstreeks op het rooster. Als u één stuk vlees wilt grillen, lukt dit het best wanneer u het midden op het rooster legt.
Plaats ook de braadslede op hoogte 1.Het vleessap wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
De bakplaat of braadslede bij het grillen niet op hoogte 4 of 5 plaatsen. Door de sterke hitte vervormen ze en bij verwijdering kunnen ze de binnenruimte beschadigen.
Het grillelement wordt steeds weer in- en uitgeschakeld. Dit is normaal. Hoe vaak dit gebeurt, is afhankelijk van de ingestelde grillstand.
Vlees
Draai stukken vlees na de helft van de tijd om.
Als het vlees klaar is, moet het nog 10 minuten in de uitgeschakelde, gesloten oven blijven. Het vocht kan zich dan beter verdelen.
Wikkel rosbief na de bereiding in aluminiumfolie en laat het 10 minuten in de oven nagaren.
Snijd bij varkensvlees met zwoerd, het zwoerd kruisgewijs in en leg het vlees eerst met het zwoerd naar beneden in de vorm.
| Vlees | Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C, grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Rundvlees | ||||||
| Gestoofd rundvlees | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | gesloten | 2 | 200-220 | 120 | |
| 2 | 190-210 | 140 | ||||
| 2 | 180-200 | 160 | ||||
| Runderfilet, medium | 1,0 kg 1,5 kg | open | 2 | 210-230 | 70 | |
| 2 | 200-220 | 80 | ||||
| Rosbief, medium | 1,0 kg | open | 1 | 4 | 210-230 | 50 |
| Steaks, medium, 3 cm dik | Rooster | 5 | 3 | 15 | ||
| Kalfsvlees | ||||||
| Gebraden kalfsvlees | 1,0 kg 2,0 kg | open | 2 | 190-210 | 100 | |
| 2 | 170-190 | 120 | ||||
| Varkensvlees | ||||||
| Braadstuk zonder zwoerd (bijv. halsstuk) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 200-220 | 100 |
| 1 | 4 | 190-210 | 140 | |||
| 1 | 4 | 180-200 | 160 | |||
| Braadstuk, zonder zwoerd (bijv. schouder) | 1,0 kg 1,5 kg 2,0 kg | open | 1 | 4 | 200-220 | 120 |
| 1 | 4 | 190-210 | 150 | |||
| 1 | 4 | 180-200 | 180 | |||
| Casselerrib met been | 1,0 kg | gesloten | 2 | 210-230 | 70 | |
| Lamsvlees | ||||||
| Lamsbout zonder been, medium | 1,5 kg | open | 1 | 4 | 150-170 | 120 |
| Gehakt | ||||||
| Gehakt | van 500 g vlees | open | 1 | 4 | 170-190 | 70 |
| Worstjes | ||||||
| Worstjes | Rooster | 4 | 3 | 15 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 66)
Gevogelte
De gewichtsgegevens in de tabel hebben betrekking op ongevuld, panklaar gevogelte.
Leg het hele gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op het rooster. Na van de opgegeven tijd keren.
Braadstukken, zoals kalkoenrollade of kalkoenfilet, halverwege de opgegeven tijd keren. Stukken gevogelte na van de tijd keren.
Prik bij eend of gans het vel onder de vleugels in.Zo kan het vet weglopen.
Gevogelte wordt bijzonder knapperig bruin als u het tegen het einde van de bereidingstijd bestrijkt met boter, zout water of sinaasappelsap.
Pagina 67
| Gevogelte Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C thode | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|
| Kip, heel 1,2 kg | Rooster | 2 4 200-220 | 60-70 |
| Poularde, heel 1,6 kg | Rooster | 2 4 190-210 | 80-90 |
| Kip, gehalveerd elk 500 g | Rooster | 2 4 200-220 | 40-50 |
| Stukken kip elk 300 g | Rooster | 3 4 200-220 | 30-40 |
| Eend, heel 2,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 90-100 |
| Gans, heel 3,5-4,0 kg | Rooster | 2 4 160-170 | 110-130 |
| Kalkoen, heel 3,0 kg | Rooster | 2 4 170-190 | 80-100 |
| Kalkoenbout 1,0 kg | Rooster | 2 4 180-200 | 90-100 |
| Vis Keer visstukken na van de tijd. Hele vis hoeft niet gekeerd te worden. Plaats de hele vis in de zwemstand, met de rugvin naar boven, in de oven. Een | ingesneden aardappel of een kleine ovenvaste vorm in de buik van de vis maakt hem stabieler. Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op hoogte 1. De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner. | ||
| Vis Gewicht | Toebehoren en vormen | Hoogte Verwar- Temperatuur mingsme- in °C, thode grillstand | Tijdsduur in minuten |
| Vis, heel elk ca. 300 g 1,0 kg 1,5 kg | Rooster | 2 3 | 20-25 |
| Rooster | 2 4 180-200 | 45-50 | |
| Rooster | 2 4 170-190 | 50-60 | |
| Viskotelet, 3 cm dik | Rooster | 3 2 | 20-25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 67)
Tips voor het braden en grillen
| Voor het gewicht van het vlees staan geen gegevens in de tabel. | Maak uw keuze in overeenstemming met het eerstvolgende, lagere gewicht en houd een langere tijd aan. |
| Hoe kunt u vaststellen of het vlees klaar is? | Gebruik de vleesthermometer (verkrijgbaar in de speciaalzaak) of doe de “lepeltest". Druk met een lepel op het vlees. Voelt het stevig aan, dan is het klaar. Geeft het mee, dan heeft het nog wat tijd nodig. |
| Het vlees is te donker en de korst is op enkele plaatsen verbrand. | Controleer de inschuifhoogte en de temperatuur. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is aangebrand. | Neem de volgende keer kleiner braadgerei of voeg wat meer vloeistof toe. |
| Het vlees ziet er goed uit, maar de jus is te licht en te waterig. | Gebruik de volgende keer groter braadgerei en voeg minder vloeistof toe. |
| Bij het overgieten van het vlees ontstaat waterdamp. | Dit is normaal. Een groot deel van de waterdamp ontsnapt uit de oven. Het kan neerslaan op het koudere schakelpaneel of op meubilair en als condens neerdruppelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 67)
Ovenschotels, gegratineerde gerechten, toast Plaats de vormen altijd op het rooster.
Grilt u direct op het rooster, plaats dan ook de braadslede op De bereidingstoestand van een ovenschotel is afhankelijk van hoogte 1. De oven blijft schoner. de grootte van de vorm en de hoogte van het gerecht. De opgaven in de tabellen zijn slechts richtwaarden.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Ovenschotels | |||||
| Ovenschotel, zoet | Ovenschaal | 2 | 180-200 | 40-50 | |
| Pastaschotel | Ovenschaal | 2 | 210-230 | 30-40 | |
| Gratin | |||||
| Gegratineerde aardappels, rauwe ingrediënten, max. 4 cm hoog | 1 ovenschaal | 2 | 4 | 160-180 | 60-80 |
| 2 ovenschalen | 1+3 | 150-170 | 65-85 | ||
| Toast | |||||
| Toast grillen, 4 stuks | Rooster | 4 | 4 | 160-170 | 10-15 |
| Toast grillen, 12 stuks | Rooster | 4 | 4 | 160-170 | 15-20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 67)
67
Pagina 68
Kant-en-klaar producten
Houd u aan de opgaven van de fabrikant op de verpakking. Wanneer u de toebehoren bekleedt met bakpapier, let er dan op dat het bakpapier geschikt is voor deze temperaturen. Pas de grootte van het papier aan het gerecht aan.
Het bereidingsresultaat is zeer sterk afhankelijk van het soort levensmiddelen. Op het rauwe product kunnen al bruine plekken en ongelijkmatigheden te zien zijn.
| Gerecht | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Pizza, diepvries | |||||
| Pizza met dunne bodem | Braadslede | 2 | 190-210 | 15-20 | |
| Braadslede + rooster | 3+1 | 180-200 | 20-30 | ||
| Pizza met dikke bodem | Braadslede | 2 | 170-190 | 20-30 | |
| Braadslede + rooster | 3+1 | 170-190 | 25-35 | ||
| Pizza baguette | Braadslede | 3 | 170-190 | 20-30 | |
| Minipizza | Braadslede | 3 | 180-200 | 10-20 | |
| Pizza, gekoeld, voorverwarmen | Braadslede | 1 | 180-200 | 10-15 | |
| Aardappelproducten, diepvries | |||||
| Frites | Braadslede | 3 | 190-210 | 20-30 | |
| Braadslede + bakplaat | 3+1 | 180-200 | 30-40 | ||
| Kroketten | Braadslede | 3 | 190-210 | 20-25 | |
| Rösti, gevulde aardappelflappen | Braadslede | 3 | 190-210 | 15-25 | |
| Brood en banket, diepvries | |||||
| Broodjes, baguette | Braadslede | 3 | 190-210 | 10-20 | |
| Zoute krakelingen | Braadslede | 3 | 200-220 | 10-20 | |
| Brood en banket, voorgebakken | |||||
| Afbakbroodjes of -stokbrood | Braadslede | 3 | 190-210 | 10-20 | |
| Braadslede + rooster | 3+1 | 160-180 | 20-25 | ||
| Groenteballetjes, diepvries | |||||
| Vissticks | Braadslede | 2 | 200-220 | 10-15 | |
| Kipsticks,nuggets | Braadslede | 3 | 190-210 | 10-20 | |
| Strudel, diepvries | |||||
| Strudel | Braadslede | 3 | 190-210 | 30-40 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)
Bijzondere gerechten
Bij lage temperaturen lukt romige yoghurt u met 3D-hetelucht even goed als luchtig gistdeeg.
Verwijder eerst de toebehoren, inhangroosters of telescooprails uit de binnenruimte.
Yoghurt maken
- 1. 1 liter melk (3,5 % vet) aan de kook brengen en tot 40 °C afkoelen.
- 2. Hier 150 g yoghurt (koelkasttemperatuur) door roeren.
- 3. Hiermee koppen of kleine twist-off potjes vullen en afdekken met vershoudfolie.
- 4. Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- 5. De koppen of potjes vervolgens op de bodem van de binnenruimte zetten en bereiden zoals aangegeven.
Gistdeeg laten rijzen
- 1. Het gistdeeg maken zoals gebruikelijk, in een hittebestendige vorm van keramiek leggen en afdekken
- 2. Den binnenruimte zoals aangegeven voorverwarmen
- 3. De oven uitschakelen en het deeg in de uitgeschakelde binnenruimte plaatsen om het te laten rijzen.
Pagina 69
| Gerecht | Vormen | Verwar-mingsmethode | Temperatuur | Tijdsduur |
|---|---|---|---|---|
| Yoghurt | Koppen of Twist-Off potten | op de bodem van de binnenruimte plaatsen | 50 °C 50 °C | 5 m 8 uur |
| Gistdeeg laten rijzen | Hittebestendige vorm | op de bodem van de binnenruimte plaatsen | 50 °C Apparaat uitschakelen en gistdeeg in de binneruimte plaatsen | 510 min.. 2030 min.. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
Ontdooien
Diepvrieslevensmiddelen uit de verpakking halen en in een geschikte vorm op het rooster plaatsen.
Lees de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De ontdooitijd is afhankelijk van het soort en de hoeveelheid levensmiddelen.
Leg het gevogelte eerst met de borstzijde naar beneden op een schaal.
| Diepvriesproducten Toebehoren | Hoogte | Verwarmingsmethode | Temperatuur in°C |
|---|---|---|---|
| bijv. slagroomtaarten, crèmetaarten, taarten met chocolade of sui- Rooster kerglazuur, vruchten, kip, worst en vlees, brood en broodjes, cake en ander gebak | 2 | • | De temperatuurkeuzeknop blijft uitgeschakeld |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
Drogen
Met 3D-hetelucht kunt u uitstekend drogen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken en was deze grondig.
Laat ze goed afdruipen en droog ze af.
Bedek de braadslede en het rooster met bak- of perkamentpapier.
Fruit of groente met veel vocht enkele malen keren.
Het gedroogde gerecht direct na het drogen losmaken van het papier.
| Vruchten en kruiden | Toebehoren | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur | Tijdsduur |
|---|---|---|---|---|---|
| 600 g appelringen | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 5 uur | |
| 800 g stukjes peer | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 8 uur | |
| 1,5 kg kwetsen of pruimten | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 8-10 uur | |
| 200 g panklare keukenkruiden | Braadslede + rooster | 3+1 | 80 °C | ca. 1½ uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
Inmaak
Voor het inmaken moeten de potten en rubberen ringen schoon en in orde zijn. Gebruik zo mogelijk potten van gelijke grootte. De gegevens in de tabel hebben betrekking op ronde glazen potten van 1 liter.
Attentie!
Gebruik geen grotere of hogere potten. De deksels zouden kunnen springen.
Gebruik uitsluitend fruit en groente zonder gebreken. Was het grondig.
De aangegeven tijden in de tabellen zijn richtwaarden. Deze kunnen worden beïnvloed door de omgevingstemperatuur, het aantal potten, de hoeveelheid en de temperatuur van de inhoud. Controleer voor u om- of uitschakelt of de potten werkelijk borrelen.
Voorbereiden
- 1. De potten vullen, niet te
- 2. De glazen randen schoonmaken.
- 3. Leg op elke pot een natte rubberen ring en een deksel.
- 4. Sluit de potten af met klemmen.
Plaats niet meer dan zes potten in de ovenruimte.
Instellen
- 1. * Braadslede op hoogte 2 plaatsen. Plaats de glazen potten zó dat ze elkaar niet raken.
- 2. ½ Liter heet water (ca. 80 ºC) in de braadslede gieten.
- 3. Ovendeur sluiten.
- 4. Onderwarmte instellen.
- 5. Temperatuur op170 tot 180 °C instellen
Inmaak
Fruit
Na ca. 40 tot 50 minuten stijgen er met korte tussenpozen belletjes op. Schakel de oven uit.
Na 25 tot 35 minuten nawarmen haalt u de weckflessen uit de ovenruimte. Als u ze langer in de ovenruimte laat afkoelen, kunnen zich kiemen vormen waardoor het ingemaakte fruit sneller zuur wordt.
| Fruit in glazen potten van één liter | Wanneer het borrelen begint | Nawarmen |
|---|---|---|
| Appels, rode bessen, aardbeien | Uitschakelen | Ca. 25 minuten |
| Kersen, abrikozen, perziken, kruisbessen | Uitschakelen | Ca. 30 minuten |
| Appelmoes, peren, pruimen | Uitschakelen | Ca. 35 minuten |
Pagina 70
Groente
Zodra er in de potten belletjes opstijgen de temperatuur naar 120 tot 140 °C terugbrengen. Afhankelijk van de soort groente
ca. 35 tot 70 m. Schakel vervolgens de oven uit en gebruik de restwarmte.
| Groente met koud vocht in glazen potten van één liter | Wanneer het borrelen begint | Nawarmen |
|---|---|---|
| Augurken | - | Ca. 35 minuten |
| Rode biet | Ca. 35 minuten | Ca. 30 minuten |
| Spruitjes | ca. 45 minuten | Ca. 30 minuten |
| Bonen, koolrabi, rodekool | Ca. 60 minuten | Ca. 30 minuten |
| Erwten | Ca. 70 minuten | Ca. 30 minuten |
| Glazen potten verwijderen | Attentie! | |
| Neem de potten na het inkoken uit de binnenruimte. | Zet de hete potten niet op een koude of natte ondergrond. Ze kunnen knappen. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 70)
Acrylamide in levensmiddelen
Acrylamide ontstaat vooral bij graan- en aardappelproducten toast, broodjes, brood of fijne bakwaren (koekjes, taaitaai, die met grote hitte worden bereid, zoals aardappelchips, frites, speculaas).
| Tips voor het klaarmaken van gerechten met weinig acrylamide | |
|---|---|
| Algemeen | ■ Bereidingstijden zo kort mogelijk houden. ■ De gerechten goudgeel en niet te donker bakken. ■ Grote, dikke ingrediënten bevatten minder acrylamide. |
| Bakken | Met boven- en onderwarmte max. 200 °C. Met 3D-hetelucht of hete lucht max.180 °C. |
| Koekjes | Met boven- en onderwarmte max. 190 °C. Met 3D-hetelucht of hete lucht max. 170 °C. Ei of eierdooier gaat de vorming van acrylamide tegen. |
| Frites uit de oven | Gelijkmatig en in één laag verdelen over de plaat. Minstens 400 g per plaat bakken, zodat de frites niet uitdrogen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 70)
Testgerechten
Deze tabellen zijn gemaakt voor onderzoeksinstituten om het controleren en testen van verschillende apparaten te vergemakkelijken.
Volgens EN 50304/EN 60350 (2009) resp. IEC 60350.
Bakken
Bakken op twee niveaus:
Braadslede altijd boven de bakplaat plaatsen.
Bakken op 3 niveaus:
Braadslede in het midden plaatsen.
Sprits:
Bakplaten die gelijktijdig worden geplaatst, hoeven niet op hetzelfde moment klaar te zijn.
Bedekte appeltaart op 1 niveau:
Donkere springvormen verspringend naast elkaar plaatsen. Bedekte appeltaart op 2 niveaus:
Donkere springvormen diagonaal boven elkaar plaatsen, zie afbeelding.
Gebak in springvormen van blik:
Met boven- en onderwarmte op 1 niveau bakken. Gebruik de braadslede in plaats van het rooster en plaats hier de springvorm in.
Aanwijzing: Gebruik voor het bakken eerst de laagste opgegeven temperatuur.
Pagina 71
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Temperatuur in °C | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Sprits, voorverwarmen* | Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| Bakplaat | 3 | 140-150 | 30-40 | ||
| Bakplaat + braadslede | 1+3 | 140-150 | 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 1+3+5 | 130-140 | 40-55 | ||
| Small cakes, voorverwarmen* | Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-35 | |
| Bakplaat | 3 | 150-170 | 20-35 | ||
| Bakplaat + braadslede | 1+3 | 140-160 | 30-45 | ||
| 2 bakplaten + braadslede | 1+3+5 | 130-150 | 35-55 | ||
| Waterbiscuit, voorverwarmen* | Springvorm op het rooster | 2 | 160-170 | 30-40 | |
| Springvorm op het rooster | 2 | 160-170 | 25-40 | ||
| Donkere appeltaart | Rooster + 2 springvormen Ø 20 cm | 1 | 170-190 | 80-100 | |
| 2 roosters + 2 springvormen Ø 20 cm | 1+3 | 170-190 | 70-100 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 71)
* Om voor te verwarmen niet de functie Snelvoorverwarming gebruiken.
Grillen
Wanneer u eten direct op het rooster plaatst, schuif dan ook de braadslede in op hoogte 1.De vloeistof wordt opgevangen en de oven blijft schoner.
| Gerecht | Toebehoren en vormen | Hoogte | Verwar-mingsmethode | Grillstand | Tijdsduur in minuten |
|---|---|---|---|---|---|
| Brood roosteren 10 minuten voorverwarmen | Rooster | 5 | 3 | ½-2 | |
| Beefburger, 12 stuks* niet voorverwarmen | Rooster + braadslede | 4+1 | 3 | 25-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 71)
* Na van de tijd keren