Siemens HL1P00020U, tekst van de handleiding
Pagina's 7–19 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–6verder op pagina 20 →
Pagina 7
Milieubescherming en besparing nl
| Schade | Oorzaak | Maatregel |
|---|---|---|
| Oververhitting | Heet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader. | Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)
2.3 Lade
Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.
LET OP
Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.
- Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint.
Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er schade aan het apparaat ontstaan.
- Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.
Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.
Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.
Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.
Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.
De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.
Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.
De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.
Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.
Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.
Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.
Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.
Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.
Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.
Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.
Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.
Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.
Pannen afsluiten met een passend deksel.
Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.
Deksel zo min mogelijk oplichten.
Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.
Glazen deksel gebruiken.
Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.
Pannen met vlakke bodem gebruiken.
Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.
Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.
Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.
Met weinig water koken.
Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.
Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.
4 Geschikt kookgerei
Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-
neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei
Pagina 8
nl Plaatsen en aansluiten
op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan
het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.
4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei
Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.
Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is.
| Kookgerei | Materialen | Eigenschappen |
|---|---|---|
| Aanbevolen kookgerei | Roestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt. | Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning. |
| Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal. | Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend. | |
| Geschikt | De bodem is niet volledig ferromagnetisch. | Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig. |
| Kookgereibodems met aluminiumaandeel. | Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd. | |
| Niet geschikt | Kookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
Opmerkingen
Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.
Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.
5 Plaatsen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
5.1 Elektrische aansluiting
De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.
Uw apparaat dient een vaste aansluiting op het stroomnet te hebben met de daarvoor bestemde kabel. In het geval van beschadiging de kabel nooit verwijderen van het apparaat of vervangen door een kabel met/zonder stekker.
Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de aanspraak op de garantie.
Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:
Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op het typeplaatje.
Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalin-
gen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.
Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.
Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaardeaansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.
Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:
Wanneer een stekker na de installatie niet toegankelijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor alle polen worden aangebracht met een contactopening van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker voor de gebruiker toegankelijk is.
Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.
Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.
Pagina 9
Uw apparaat leren kennen nl
Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.
- De stekker alleen met droge handen vastnemen.
- De stekker tijdens het gebruik nooit uit het stopcontact trekken.
- Het netsnoer direct aan de stekker en nooit aan de kabel zelf uit het stopcontact trekken, omdat deze beschadigd kan raken.
Stekker en stopcontact bij elkaar passen.
De stekker altijd bereikbaar is.
De doorsnede van de elektrische kabel groot genoeg is.
Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd of doorgesneden.
De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.
U geen meervoudige stekkers of contactdozen en verlengkabels gebruikt.
Het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.
De aansluitkabel niet in contact komt met warmtebronnen.
5.2 Toestel plaatsen
Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.
Aangrenzende meubels
Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.
Bevestiging aan de wand
Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.
5.3 Demontage van het apparaat
Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnen de verbindingen restspanningen veroorzaken.
- Alleen een vakman mag het apparaat aansluiten.
5.4 Deurbeveiliging
Om te voorkomen dat kinderen met hun handen in de hete oven komen, is de ovendeur voorzien van een beveiliging. De deurbeveiliging is boven de ovendeur aangebracht.
Opmerking: Wanneer u de deurbeveiliging niet meer nodig heeft of wanneer deze vuil is.
Apparaatdeur openen
- Beveiliging naar boven drukken.
Deurbeveiliging verwijderen
- 1. De ovendeur openen.
"Apparaatdeur openen", Pagina 9
- 2. De schroef er uit draaien en de deurbeveiliging verwijderen.
- 3. Apparaatdeur sluiten.
6 Uw apparaat leren kennen
6.1 Uw apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.
9
Pagina 10
nl Uw apparaat leren kennen
Bedieningselementen
Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
| Bedieningselement | Toelichting |
|---|---|
| Functiekeuzeknop | Met de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien. Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken. "Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 10 |
| Temperatuurknop | Met de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies. De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder. Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken. "Temperatuur en instelstanden", Pagina 11 |
| Kookzone-knoppen | Met de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in. Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
5 Toelichting
Kookplaat
Bedieningsvelden
Koelventilator ¹
Apparaatdeur
Ovenlade ¹
6.2 Bedieningsvelden
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
Verwarmingsmethoden en functies
Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| 3D hetelucht | Op één of meer niveaus bakken of braden. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
10
Pagina 11
Uw apparaat leren kennen nl
| Symbool | Verwarmingsmethode | Gebruik en werkwijze |
|---|---|---|
| De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt. | ||
| Hetelucht zacht | Gekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte. Het beste zijn temperaturen tot 200 °C. | |
| Pizzastand | Pizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld. | |
| Onderwarmte | Gerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen. | |
| Grill, groot | Platte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet. | |
| Circulatiegrillen | Gevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden. Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht. | |
| Boven- en onderwarmte | Traditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking. De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen. Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus. | |
| Overige functies | ||
| Hier vindt u | een overzicht van bijkomende functies van uw apparaat. | |
| Symbool | Functie | Gebruik |
| Snel verwarmen | De binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 18 | |
| Ovenlamp | De binnenruimte zonder verwarming verlichten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Temperatuur en instelstanden
Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.
| Symbool | Functie | Gebruik |
|---|---|---|
| Nulstand | Het apparaat warmt niet op. | |
| 50 - 275 | Temperatuurbereik | De temperatuur in °C in de binnenruimte instellen. |
| 1, 2, 3 of I, II, III | Grillstanden | De grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen. 1 = zwak 2 = gemiddeld 3 = sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
Opwarmindicatie
Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.
Wanneer het apparaat in gebruik is, brandt het indicatielampje boven de temperatuurkeuzeknop. In de verwarmingspauzes gaat het indicatielampje uit.
Wanneer u voorverwarmt is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het indicatielampje voor het eerst uitgaat.
Opmerkingen
Als de functie verlichting van de binnenruimte en een temperatuur zijn ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet op.
Als uw apparaat over verlichting van de binnenruimte als functie beschikt en als een temperatuurwaarde is ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet op.
Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.
Koken met inductie
Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger
Pagina 12
nl Uw apparaat leren kennen
onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.
Verdeling van de kookzones
Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.
| Kookzone | Grootte | Maximale vermogen | |
|---|---|---|---|
| / | Ø 18 cm | Vermogensstand 9 | 1800 W |
| powerBoost | 3100 W | ||
| Ø 14,5 cm | Vermogensstand 9 | 1400 W | |
| powerBoost | 2200 W | ||
| Ø 21 cm | Vermogensstand 9 | 2200 W | |
| powerBoost | 3700 W |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Bedieningspaneel
Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.
Touchvelden
| Sensor | Functie |
|---|---|
| Hoofdschakelaar | |
| Kookzone kiezen | |
| / | Instellingen kiezen |
| powerBoost | |
| Tijdfuncties | |
| Kinderslot | |
| Indicaties | |
| Indicatie | Functie |
| Gebruikstoestand | |
| - | Vermogensstanden |
| / | Restwarmte |
| powerBoost | |
| Tijdfuncties |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
Touchvelden en indicaties
Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.
Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.
Geen pannen in de buurt van de indicaties en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.
Kookzone
Controleer voordat u met het koken begint, of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt koken:
Gebied Type kookplaat
Kookzone van één enkele kring
Restwarmte-indicatie
De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.
| Indicatie | Betekenis |
|---|---|
| De kookzone is heet. | |
| De kookzone is warm. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
6.3 Binnenruimte
Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.
Rekjes
U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.
De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. "Rekjes", Pagina 21
Koelventilator
De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.
LET OP
De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken.
Het apparaat raakt oververhit.
- De ventilatiesleuven vrijhouden.
De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.
Apparaatdeur
Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.
Pagina 13
Accessoires nl
Condenswater
Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is
normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.
7 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.
Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.
De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.
| Accessoires | Gebruik |
|---|---|
| Rooster | Bakvormen Ovenschalen Vormen Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten |
| Braadslede | Vochtig gebak Koekjes Brood Grote braadstukken Diepvriesgerechten Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster. |
| Bakplaat | Plaatgebak Cake eenvoudig |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
7.1 Vergrendelingsfunctie
De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.
U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.
7.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven
Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.
- 1. Het accessoire zo draaien, dat de pal zich aan de achterkant bevindt en naar beneden wijst.
- 2. De accessoire altijd tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte plaatsen.
Rooster
Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.
Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.
bakplaat
- 3. Het toebehoren er volledig inschuiven, zodat het de apparaatdeur niet raakt.
Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.
Accessoires combineren
Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.
Pagina 14
nl Voor het eerste gebruik
- 1. Plaats het rooster zo op de braadslede dat de beide afstandshouders achter op de rand van de braadslede liggen.
- 2. De braadslede tussen de beide geleidestangen van een inschuifhoogte schuiven. Het rooster ligt daarbij boven de bovenste geleidingsstang.
Rooster op braadslede
7.3 Meer accessoires
Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.
U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:
siemens-home.bsh-group.com
Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.
Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.
8 Voor het eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.
8.1 Eerste gebruik
Stel de opties voor het eerste gebruik in.
Tip: In de hoofdinstellingen kunt u indien nodig de begrenzing van het totale vermogen van de kookplaat op basis van de vereisten van de betreffende elektrische installatie.
8.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt
Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.
- 1. De accessoires en de verpakkingsresten zoals piepschuimbolletjes uit de binnenruimte verwijderen.
- 2. Vóór het verwarmen de gladde oppervlakken in de binnenruimte af met een zachte, vochtige doek afvegen.
- 3. Zolang het apparaat opwarmt, de ruimte ventileren.
- 4. De verwarmingsmethode en de temperatuur instellen. "De Bediening in essentie", Pagina 18
| Verwarmingsmethode | 3D‑hetelucht |
|---|---|
| Temperatuur | Maximum |
| Tijdsduur | 1 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
- 5. Het apparaat na de aangegeven tijdsduur uitschakelen.
- 6. Wachten tot de binnenruimte is afgekoeld.
- 7. De gladde oppervlakken met zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- 8. De accessoires met zeepsop en een schoonmaakdoekje of een zachte borstel reinigen.
9 Kookplaat bedienen
Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.
9.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen
- De kookplaat met de hoofdschakelaar inschakelen en uitschakelen.
De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.
reStart
- Wanneer u het apparaat binnen 4 seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt de kookplaat in werking met de vorige instellingen.
9.2 Instellen van de kookzones
Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kiezen, of aanraken.
Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.
Vermogensstand
Laagste vermogensstand
Hoogste vermogensstand
Kookzone en vermogensstand kiezen
- 1. Om de kookzone te kiezen op tippen.
- 2. Kies in de volgende 10 seconden de vermogensstand:
- Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
- Op drukken om de vermogensstand op te roepen.
De vermogensstand is ingesteld.
Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.
quickStart
- Wanneer u vóór het inschakelen kookgerei op de kookplaat plaatst, dan wordt dit bij het inschakelen
Pagina 15
Kookplaat bedienen nl
herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.
Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen
- 1. De kookzone kiezen.
- 2. Raak of aan, tot de gewenste kookstand verschijnt. Om de kookzone uit te schakelen, instellen.
Snel uitschakelen van de kookplaat
Gedurende 3 seconden het symbool van de kookzone aanraken. De kookplaat schakelt uit.
9.3 Kookadviezen
De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.
| Smelten | ||
|---|---|---|
| Boter, honing, gelatine | 1 - 2 | - |
| Verwarmen en warm houden | ||
| Gekookte worstjes ¹ | 3 - 4 | - |
| Ontdooien en opwarmen | ||
| Spinazie, diepvries | 3 - 4 | 15 - 25 |
| Gaarstoven, zachtjes laten koken | ||
| Aardappelballetjes ¹ | 4. - 5. | 20 - 30 |
| Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus | 3 - 4 | 8 - 12 |
| Koken, stomen, stoven | ||
| Rijst met dubbele hoeveelheid water | 2. - 3. | 15 - 30 |
| Aardappelen in schil | 4. - 5. | 25 - 35 |
| Pasta ¹ | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Soepen | 3. - 4. | 15 - 60 |
| Groente | 2. - 3. | 10 - 20 |
| Eenpansgerecht met de snelkookpan | 4. - 5. | - |
| Sudderen | ||
| Stoofvlees | 4 - 5 | 60 - 100 |
| Goulash ² | 3 - 4 | 50 - 60 |
| Sudderen / braden met weinig vet ¹ | ||
| Schnitzel, al dan niet gepaneerd | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Steak (3 cm dik) | 7 - 8 | 8 - 12 |
| Borst van gevogelte (2 cm dik) | 5 - 6 | 10 - 20 |
| Hamburger (2 cm dik) | 6 - 7 | 10 - 20 |
| Vis en visfilet, gepaneerd | 6 - 7 | 8 - 20 |
| Garnalen en krab | 7 - 8 | 4 - 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
1 Zonder deksel
2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.
| Sauteren van verse groente en paddestoelen | 7 - 8 | 10 - 20 |
| Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten | 6 - 7 | 6 - 10 |
| Omelet (na elkaar bakken) | 3. - 4. | 3 - 10 |
| Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren ¹ | ||
| Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets | 8 - 9 | - |
| Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura | 6 - 7 | - |
| Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg | 4 - 5 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
15
Pagina 16
nl Tijdfuncties
10 Tijdfuncties
Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:
Uitschakeltimer Timer
10.1 Uitschakeltimer
Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.
Bereidingstijd programmeren
- 1. Tik op .
De indicatie van de kookplaat brandt.
- 2. Kies de bereidingstijd met of . De tijd begint af te lopen.
Opmerking: U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder .Meer informatie vindt u onder .
Bereidingstijd wijzigen of wissen
- 1. De kookplaat kiezen.
- 2. Op tippen.
- 3. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
10.2 Timer
Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.
Kookwekker instellen
.
- 1. Kies de kookzone en tik tweemaal op naast brandt.
- 2. Kies de gewenste tijd met of . De tijd loopt af.
Kookwekkertijd wijzigen of wissen
- 1. Raak meerdere malen aan, totdat de indicatie naast brandt.
- 2. Om de bereidingstijd te wijzigen, op of tippen of op instellen.
11 powerBoost
en .
Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere waterhoeveelheden dan met kookstand .
Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als er geen andere kookzone in gebruik is.
Anders knipperen er op het kookstand-display Druk voor het in- of uitschakelen op .
12 Kinderslot
De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.
Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen schakelen.
Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld.
Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen.
13 Basisinstellingen voor de kookplaat
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
13.1 Overzicht van de basisinstellingen
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| Kinderslot | - Handmatig. ¹ Automatisch. – Uitgeschakeld | |
| Akoestische signalen | – Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld. – Alleen het foutsignaal is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld. – Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹. | |
| Automatisch uitschakelen van de kookzones. | - uitgeschakeld. ¹ |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
1 Fabrieksinstelling
16
Pagina 17
Kookgerei-test nl
| Indicatie | Instelling | Waarde |
|---|---|---|
| - - Tijd tot het automatisch uitschakelen. | ||
| Duur van het timer-einde-geluidssignaal | – 10 seconden ¹ – 30 seconden - 1 minuut | |
| Vermogensbegrenzing Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen. | - Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat 1. - 1000 W. Laagste stand. . - 1500 W. ... - 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère. . - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère. - 4000 W. . - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère. ... - Maximaal vermogen van de kookplaat. | |
| Keuzetijd van de kookzone | - Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren. ¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren. | |
| Kookgerei-test Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren. | - Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt. | |
| Automatisch management van de vermogensbegrenzing | - Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet weer behalve als is geactiveerd. ¹ - Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing altijd aan. | |
| Terugzetten naar de fabrieksinstellingen | - Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
13.2 Naar de basisinstellingen
Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.
- 1. Raak aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak binnen de volgende 10 seconden 4 seconden lang aan.
| Productinformatie | Indicatie |
|---|---|
| Lijst van de Technische Service (TS) | |
| Fabricagenummer | |
| Fabricagenummer 1 | . |
| Fabricagenummer 2 | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.
- 3. Raak aan om naar de basisinstellingen te gaan. en branden afwisselend alsmede als vooringestelde waarde.
- 4. Raak net zo lang aan totdat de gewenste instelling verschijnt.
- 5. Kies de gewenste waarde met of .
- 6. Raak gedurende 4 seconden aan.
De instellingen zijn opgeslagen.
13.3 De basisinstellingen afsluiten
- Raak aan om de basisinstellingen te verlaten en de kookplaat uit te schakelen.
14 Kookgerei-test
De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.
Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.
1 Fabrieksinstelling
De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.
14.1 Werkwijze voor de controle van de pan
- 1. Plaats het kookgerei bij kamertemperatuur en met ca. 200 ml water midden op die kookzone, waarvan de diameter het best bij de diameter van de bodem van de pan past.
17
Pagina 18
nl De Bediening in essentie
- 2. Roep de basisinstellingen op en kies .
- 3. Op of tippen. Op de kookzone knippert de indicatie .
De functie is geactiveerd.
Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.
14.2 Resultaat controleren
In de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwaliteit en snelheid van het kookproces controleren:
| Resultaat | |
|---|---|
| De pan is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd. ¹ | |
| De pan warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet optimaal. ¹ | |
| De pan wordt goed warm en het kookproces is in orde. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Raak of aan om de functie te activeren.
15 De Bediening in essentie
15.1 Inschakelen van het apparaat
- De functiekeuzeknop op een stand buiten de nulstand draaien.
Het apparaat is ingeschakeld.
15.2 Apparaat uitschakelen
- De functiekeuzeknop op de nulstand draaien. Het apparaat is uitgeschakeld.
15.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur
- 1. Met de functiekeuzeknop de verwarmingsmethode instellen.
- 2. Met de temperatuurkeuzeknop de temperatuur of grillstand instellen.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer het gerecht klaar is.
Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.
Verwarmingsmethode wijzigen
U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.
- Met de functiekeuzeknop de gewenste verwarmingsmethode instellen.
Temperatuur wijzigen
U kunt de temperatuur altijd wijzigen.
- Met de temperatuurkeuzeknop de gewenste temperatuur instellen.
16 Snel voorverwarmen
Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.
Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.
Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:
3D‑hetelucht
Boven- en onderwarmte
16.1 Snelvoorverwarming instellen
Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.
- 1. Snel voorverwarmen met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. De gewenste temperatuur met de temperatuurknop instellen.
Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, dooft de indicatie voor het voorverwarmen.
- 3. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
- 4. Het gerecht in de binnenruimte plaatsen.
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.
1 Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, het kookgerei op deze kookzone testen.
18
Pagina 19
Reiniging en onderhoud nl
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Gebruik geen agressieve of schurende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen harde schuursponsjes of afwassponsjes.
- Gebruik geen speciale reinigingsmiddelen wanneer het apparaat nog warm is.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik geen ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.
"Reiniging van het apparaat", Pagina 20
Apparaat
| Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|
| RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakken | Om corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Knoppen Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen. Niet afnemen en niet schuren. |
| Kookplaat van Glaskeramiek-reiniglaskeramiek gingsmiddel | Houd de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld. Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Ovenlade Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. |
| Apparaatbedekking | |
| Gebied Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de Warm zeepsop deur | Gebruik geen schraper of rvs-schuursponsje. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 22 |
| Deurafscherming Van roestvaststaal: RVS-reiniger: Van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel. "Apparaatdeur", Pagina 22 |
| Deurgreep Warm zeepsop | Om hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Deurafdichting Warm zeepsop | Niet afnemen en niet schuren. |
| Deurbeveiliging Warm zeepsop | Met een schoonmaakdoekje reinigen. Verwijder voor de reiniging het kinderslot. "Deurbeveiliging", Pagina 9 |