naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens HL1P00020U, tekst van de handleiding

Pagina's 7–19 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–6verder op pagina 20 →

Pagina 7

Milieubescherming en besparing nl

SchadeOorzaakMaatregel
OververhittingHeet kookgerei op het bedieningspaneel of op het kader.Plaats heet kookgerei nooit op deze gebieden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 7)

2.3 Lade

Houd de betreffende instructies aan wanneer u de lade gebruikt.

LET OP

Leg geen hete voorwerpen in de lade in de plint. De lade in de plint kan beschadigd raken.

Doe geen ovenaccessoires in de lade in de plint die hoger zijn dan de hoogte van de lade. Anders kan er schade aan het apparaat ontstaan.

3 Milieubescherming en besparing

3.1 Afvoeren van de verpakking

De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.

3.2 Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Het apparaat alleen voorverwarmen, wanneer het recept of de instellingsadviezen dat aangeven.

Wanneer u het apparaat niet voorverwarmt, dan bespaart u tot wel 20% energie.

Gebruik donkere, zwart gelakte of geëmailleerde bakvormen.

Deze bakvormen nemen de hitte bijzonder goed op.

Open de apparaatdeur tijdens de bereiding zo weinig mogelijk.

De temperatuur in de binnenruimte blijft constant en het apparaat hoeft niet na te verwarmen.

Meerdere gerechten direct achter elkaar of parallel bakken.

De binnenruimte is na de eerste keer bakken opgewarmd. Hierdoor is de baktijd voor het gebak dat vervolgens wordt gebakken korter.

Bij langere bereidingstijden het apparaat 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen. De restwarmte is voldoende om het gerecht verder te bereiden.

Verwijder niet gebruikte accessoires uit de binnenruimte.

Overtollige accessoires hoeven niet verwarmd te worden.

Laat diepgevroren producten vóór de bereiding ontdooi- en.

Hierdoor wordt bespaard op de energie om het voedsel te ontdooien.

Energie besparen

Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.

Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen.

Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die overeenkomt met de diameter van de kookzone.

Tip: Fabrikanten van kookgerei geven vaak de bovendiameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.

Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie.

Pannen afsluiten met een passend deksel.

Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig.

Deksel zo min mogelijk oplichten.

Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie.

Glazen deksel gebruiken.

Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zonder het deksel op te lichten.

Pannen met vlakke bodem gebruiken.

Als de bodem niet vlak is, wordt het energieverbruik hoger.

Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levensmiddel.

Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen.

Met weinig water koken.

Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen.

Schakel tijdig terug naar een lagere kookstand. Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie.

4 Geschikt kookgerei

Een voor inductiekoken geschikt kookgerei moet een ferromagnetische bodem hebben, dus door een mag-

neet worden aangetrokken, en verder moet de bodem even groot zijn als de kookzone. Wanneer het kookgerei

Pagina 8

nl Plaatsen en aansluiten

op een kookplaat niet herkend kan worden, plaats dan

het kookgerei op een kookplaat met de eerstvolgende kleinere diameter.

4.1 Grootte en kenmerken van het kookgerei

Om het kookgerei correct te herkennen, moet u met de grootte en het materiaal van het kookgerei rekening houden. Alle panbodems moeten volledig vlak en glad zijn.

Met Kookgerei-test controleert u of het kookgerei geschikt is.

KookgereiMaterialenEigenschappen
Aanbevolen kookgereiRoestvaststalen kookgerei met sandwich-bodem welke de warmte goed verdeelt.Dit kookgerei verdeelt de warmte gelijkmatig, warmt snel op en waarborgt zijn herkenning.
Ferromagnetisch kookgerei van geëmailleerd staal, gietijzer, of speciale pannen voor inductie van edelstaal.Dit kookgerei warmt snel op en wordt veilig herkend.
GeschiktDe bodem is niet volledig ferromagnetisch.Als de diameter van het ferromagnetische oppervlak kleiner is dan de bodem van het kookgerei, warmt alleen het ferromagnetische oppervlak op. Daardoor verdeelt de warmte niet gelijkmatig.
Kookgereibodems met aluminiumaandeel.Deze bodems van het kookgerei verkleinen het ferromagnetische oppervlak, waardoor minder vermogen aan het kookgerei wordt afgegeven. Het kan zijn dat deze pannen onvoldoende of helemaal niet worden herkend en daarom ook onvoldoende worden verwarmd.
Niet geschiktKookgerei van normaal dun staal, glas, aardewerk, koper of aluminium.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)

Opmerkingen

Gebruik tussen de kookplaat en de pan in principe geen adapterplaten.

Verwarm geen leeg kookgerei en geen kookgerei met dunne bodem, omdat deze zeer sterk verhit kunnen raken.

5 Plaatsen en aansluiten

Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.

5.1 Elektrische aansluiting

De elektrische aansluiting dient uitgevoerd te worden door een daartoe bevoegd vakman. Houd de voorschriften van het betreffende nutsbedrijf aan.

Uw apparaat dient een vaste aansluiting op het stroomnet te hebben met de daarvoor bestemde kabel. In het geval van beschadiging de kabel nooit verwijderen van het apparaat of vervangen door een kabel met/zonder stekker.

Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Wordt het apparaat verkeerd aangesloten, vervalt bij schade de aanspraak op de garantie.

Informatie over elektrische aansluiting door de klantenservice:

Sluit het apparaat aan overeenkomstig de data op het typeplaatje.

Sluit het apparaat uitsluitend aan op een elektrische aansluiting, welke voldoet aan de geldende bepalin-

gen. De contactdoos moet goed toegankelijk zijn om het apparaat indien nodig van het lichtnet te kunnen scheiden.

Er moet een meerpolige scheidingsinrichting aangebracht zijn.

Sluit om veiligheidsredenen dit apparaat alleen op een geaarde aansluiting aan. Wanneer de randaardeaansluiting niet aan de voorwaarden voldoet, is de bescherming tegen elektrische gevaren niet gegarandeerd.

Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.

Informatie over elektrische aansluiting door de installateur:

Wanneer een stekker na de installatie niet toegankelijk is, dan moet installatiezijdig een schakelaar voor alle polen worden aangebracht met een contactopening van minstens 3 mm. Bij aansluiting met een stekker is dit niet noodzakelijk wanneer de stekker voor de gebruiker toegankelijk is.

Elektrische veiligheid: het fornuis is een apparaat van veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.

Gebruik een kabel van het type H 05 VV-F of gelijkwaardig om het apparaat aan te sluiten.

Pagina 9

Uw apparaat leren kennen nl

Belangrijke informatie over de elektrische aansluiting

Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.

Stekker en stopcontact bij elkaar passen.

De stekker altijd bereikbaar is.

De doorsnede van de elektrische kabel groot genoeg is.

Het netsnoer niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd of doorgesneden.

De vervanging van het netsnoer, indien nodig alleen plaatsvindt door een vakkundig monteur. Een nieuw netsnoer is verkrijgbaar bij de servicedienst.

U geen meervoudige stekkers of contactdozen en verlengkabels gebruikt.

Het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd.

er bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met het symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de geldende voorschriften.

De aansluitkabel niet in contact komt met warmtebronnen.

5.2 Toestel plaatsen

Plaats het apparaat op een vlakke ondergrond. Het apparaat nooit achter een decor- of meubeldeur plaatsen. Er bestaat gevaar van oververhitting.

Aangrenzende meubels

Aangrenzende meubels dienen uit niet-brandbaar materiaal te bestaan. Aangrenzende voorzijden van meubels dienen tot minstens 90°C temperatuurbestendig te zijn.

Bevestiging aan de wand

Om te voorkomen dat het apparaat kantelt, dient u het met de meegeleverde haak aan de wand te bevestigen. Houd de handleiding aan om het apparaat aan de wand te bevestigen.

5.3 Demontage van het apparaat

Koppel het apparaat los van de voedingsspanning.

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Wordt het apparaat van het net losgekoppeld, kunnen de verbindingen restspanningen veroorzaken.

5.4 Deurbeveiliging

Om te voorkomen dat kinderen met hun handen in de hete oven komen, is de ovendeur voorzien van een beveiliging. De deurbeveiliging is boven de ovendeur aangebracht.

Opmerking: Wanneer u de deurbeveiliging niet meer nodig heeft of wanneer deze vuil is.

Apparaatdeur openen

Deurbeveiliging verwijderen

"Apparaatdeur openen", Pagina 9

6 Uw apparaat leren kennen

6.1 Uw apparaat

Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.

Opmerking: Afhankelijk van het apparaattype kunnen details op de afbeelding verschillen, bijv. de kleur en de vorm.

9

Pagina 10

nl Uw apparaat leren kennen

Bedieningselementen

Via de bedieningselementen kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

BedieningselementToelichting
FunctiekeuzeknopMet de functiekeuzeknop stelt u de verwarmingsmethoden en meer functies in. De functiekeuzeknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts en links draaien.
Afhankelijk van het apparaattype is de functiekeuzeknop verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de functiekeuzeknop drukken.
"Verwarmingsmethoden en functies", Pagina 10
TemperatuurknopMet de temperatuurknop stelt u de temperatuur voor de verwarmingsmethode in en kiest u instellingen voor andere functies.
De temperatuurknop kunt u vanuit de nulstand naar rechts draaien tot aan de aanslag, niet verder.
Afhankelijk van het apparaattype kan de temperatuurknop worden verzonken. Voor het vergrendelingen of ontgrendelingen in de nulstand op de temperatuurknop drukken.
"Temperatuur en instelstanden", Pagina 11
Kookzone-knoppenMet de 4 kookzoneknoppen stelt u het vermogen van de afzonderlijke kookzones in.
Aan het symbool boven de betreffende knop kunt u zien welke kookzone ermee kan worden ingesteld.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

5 Toelichting

Kookplaat

Bedieningsvelden

Koelventilator ¹

Apparaatdeur

Ovenlade ¹

6.2 Bedieningsvelden

Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.

Verwarmingsmethoden en functies

Om altijd de passende verwarmingsmethode voor uw gerechten te kunnen bepalen, geven wij hier uitleg over de verschillen en toepassingen.

SymboolVerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
3D heteluchtOp één of meer niveaus bakken of braden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

10

Pagina 11

Uw apparaat leren kennen nl

SymboolVerwarmingsmethodeGebruik en werkwijze
De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte.
Deze verwarmingsmethode wordt voor het bepalen van het energieverbruik in de circulatieluchtmodus en de energieklasse gebruikt.
Hetelucht zachtGekozen gerechten zonder voorverwarmen op een niveau voorzichtig garen. De ventilator verdeelt de warmte van het ronde verwarmingselement aan de achterkant gelijkmatig in de binnenruimte. Het product wordt in fasen bereid met behulp van restwarmte.
Het beste zijn temperaturen tot 200 °C.
PizzastandPizza's of gerechten klaarmaken die warmte van onderen nodig hebben. Het onderste verwarmingselement en het ronde verwarmingselement aan de achterwand zijn ingeschakeld.
OnderwarmteGerechten nabakken of au bain-marie bereiden. De warmte komt van onderen.
Grill, grootPlatte grillstukken, zoals steaks, worstjes of toast grillen. Gerechten gratineren. Het hele oppervlak onder de grill wordt heet.
CirculatiegrillenGevogelte, hele vis of grotere stukken vlees braden.
Het grillelement en de ventilator schakelen afwisselend in en uit. De ventilator wervelt de hete lucht rond het gerecht.
Boven- en onderwarmteTraditioneel bakken of braden op één niveau. Deze manier van opwarmen is bijzonder geschikt voor gebak met vochtige bedekking.
De warmte komt gelijkmatig van boven en van onderen.
Deze verwarmingsmethode wordt gebruikt voor het bepalen van het energieverbruik in de conventionele modus.
Overige functies
Hier vindt ueen overzicht van bijkomende functies van uw apparaat.
SymboolFunctieGebruik
Snel verwarmenDe binnenruimte zonder accessoires snel voorverwarmen. "Snel voorverwarmen", Pagina 18
OvenlampDe binnenruimte zonder verwarming verlichten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Temperatuur en instelstanden

Bij de verwarmingsmethoden en functies zijn er verschillende instellingen.

SymboolFunctieGebruik
NulstandHet apparaat warmt niet op.
50 - 275TemperatuurbereikDe temperatuur in °C in de binnenruimte instellen.
1, 2, 3 of
I, II, III
GrillstandenDe grillstanden afhankelijk van het type apparaat voor de grill, voor het groot vlak en de grill of voor het klein vlak instellen.
1 = zwak
2 = gemiddeld
3 = sterk

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)

Opwarmindicatie

Het apparaat geeft aan wanneer het opwarmt.

Wanneer het apparaat in gebruik is, brandt het indicatielampje boven de temperatuurkeuzeknop. In de verwarmingspauzes gaat het indicatielampje uit.

Wanneer u voorverwarmt is het optimale tijdstip voor het inschuiven van het gerecht bereikt zodra het indicatielampje voor het eerst uitgaat.

Opmerkingen

Als de functie verlichting van de binnenruimte en een temperatuur zijn ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet op.

Als uw apparaat over verlichting van de binnenruimte als functie beschikt en als een temperatuurwaarde is ingesteld, brandt de opwarmingsindicatie ook. Het apparaat warmt hierbij niet op.

Door thermische traagheid kan de weergegeven temperatuur een beetje afwijken van de werkelijke temperatuur in de binnenruimte.

Koken met inductie

Vergeleken met gangbare kookplaten brengt inductiekoken enkele veranderingen met zich mee en biedt het een aantal voordelen zoals tijdbesparing tijdens het koken en braden, energiebesparing, alsmede eenvoudiger

Pagina 12

nl Uw apparaat leren kennen

onderhoud en reiniging. Het biedt ook een betere warmteregeling, omdat de warmte direct in het kookgerei wordt opgewekt.

Verdeling van de kookzones

Het aangegeven vermogen wordt gemeten met de genormeerde panne, welke in de IEC/EN 60335-2-6 zijn beschreven. Het vermogen kan al naar gelang de grootte of materiaal van het kookgerei variëren.

KookzoneGrootteMaximale vermogen
/Ø 18 cmVermogensstand 91800 W
powerBoost3100 W
Ø 14,5 cmVermogensstand 91400 W
powerBoost2200 W
Ø 21 cmVermogensstand 92200 W
powerBoost3700 W

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Bedieningspaneel

Individuele details, zoals kleur en vorm, kunnen afwijken van de illustratie.

Touchvelden

SensorFunctie
Hoofdschakelaar
Kookzone kiezen
/Instellingen kiezen
powerBoost
Tijdfuncties
Kinderslot
Indicaties
IndicatieFunctie
Gebruikstoestand
-Vermogensstanden
/Restwarmte
powerBoost
Tijdfuncties

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

Touchvelden en indicaties

Bij het aanraken van een symbool wordt de betreffende functie geactiveerd.

Houd het bedieningspaneel schoon en droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking.

Geen pannen in de buurt van de indicaties en sensoren plaatsen. De elektronica kan oververhit raken.

Kookzone

Controleer voordat u met het koken begint, of het formaat van de pan bij de kookzone past waarmee u wilt koken:

Gebied Type kookplaat

Kookzone van één enkele kring

Restwarmte-indicatie

De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie. Zolang de restwarmte-indicator brandt, mag u de kookzone niet aanraken.

IndicatieBetekenis
De kookzone is heet.
De kookzone is warm.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)

6.3 Binnenruimte

Functies voor de binnenruimte vergemakkelijken het gebruik van uw apparaat.

Rekjes

U kunt accessoires op verschillende hoogtes in de rekjes in de binnenruimte schuiven.

De binnenruimte heeft 5 inschuifhoogtes. De inschuifhoogtes worden van beneden naar boven geteld. U kunt de rekjes verwijderen, bijv. om te reinigen. "Rekjes", Pagina 21

Koelventilator

De koelventilator schakelt afhankelijk van de temperatuur van het apparaat in en uit. De warme lucht ontsnapt via de deur.

LET OP

De ventilatiesleuven boven de deur van het apparaat niet afdekken.

Het apparaat raakt oververhit.

De koelventilator loopt een bepaalde tijd na, zodat het apparaat na gebruik sneller afkoelt.

Apparaatdeur

Wanneer u de apparaatdeur opent tijdens het gebruik, wordt de werking voortgezet.

Pagina 13

Accessoires nl

Condenswater

Bij het bereiden kan in de binnenruimte en op de deur van het apparaat condensvorming optreden. Condens is

normaal en heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Veeg na het bereiden het condens af.

7 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd.

Opmerking: De accessoires kunnen door hitte vervormen. De vervorming heeft geen invloed op de werking. De vervorming verdwijnt weer nadat de accessoires zijn afgekoeld.

De meegeleverde accessoires kunnen variëren afhankelijk van het type apparaat.

AccessoiresGebruik
RoosterBakvormen
Ovenschalen
Vormen
Vlees, bijv. braad- of grillstukken Diepvriesgerechten
BraadsledeVochtig gebak
Koekjes
Brood
Grote braadstukken
Diepvriesgerechten
Afdruipende vloeistof opvangen, bijv vet bij het grillen op het rooster.
BakplaatPlaatgebak
Cake eenvoudig

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)

7.1 Vergrendelingsfunctie

De vergrendelingsfunctie voorkomt dat de accessoires kantelen wanneer ze worden uitgetrokken.

U kunt het accessoire tot ongeveer de helft uittrekken, tot deze vastklikt. De kantelbeveiliging functioneert alleen wanneer u het accessoire op de juiste manier in de binnenruimte schuift.

7.2 Accessoire in de binnenruimte schuiven

Het toebehoren altijd op de juiste manier in de binnenruimte schuiven. Alleen zo kan het accessoire zonder te kantelen tot ongeveer de helft worden uitgetrokken.

Rooster

Het rooster met de open kant naar de apparaatdeur en de welving naar beneden in de oven schuiven.

Plaat De plaat met de afschuining gericht bijv. braad- naar de ovendeur in de oven schuislede of ven.

bakplaat

Opmerking: Haal de accessoires die u niet nodig hebt bij het gebruik uit de binnenruimte.

Accessoires combineren

Om afdruipende vloeistof op te vangen, kunt u het rooster in combinatie met de braadslede gebruiken.

Pagina 14

nl Voor het eerste gebruik

Rooster op braadslede

7.3 Meer accessoires

Meer accessoires kunt u kopen bij de servicedienst, in speciaalzaken of op het internet.

U vindt een uitgebreid aanbod voor uw apparaat in onze folders of op internet:

siemens-home.bsh-group.com

Voor de verschillende apparaten zijn specifieke accessoires beschikbaar. Geef bij de aankoop altijd de precieze aanduiding (E-nr.) van uw apparaat op.

Welke accessoires beschikbaar zijn voor uw apparaat, kunt u zien in de online-shop of navragen bij de klantenservice.

8 Voor het eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in. Reinig het apparaat en de accessoires.

8.1 Eerste gebruik

Stel de opties voor het eerste gebruik in.

Tip: In de hoofdinstellingen kunt u indien nodig de begrenzing van het totale vermogen van de kookplaat op basis van de vereisten van de betreffende elektrische installatie.

8.2 Het apparaat reinigen voordat u het voor het eerst gebruikt

Voordat u voor het eerst gerechten klaarmaakt met het apparaat dient u de binnenruimte en de accessoires te reinigen.

Verwarmingsmethode3D‑hetelucht
TemperatuurMaximum
Tijdsduur1 uur

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)

9 Kookplaat bedienen

Hier wordt de bediening van uw kookplaat in essentie beschreven.

9.1 Kookplaat inschakelen en uitschakelen

De kookplaat gaat automatisch uit wanneer de kookzones langer dan 20 seconden uitgeschakeld zijn.

reStart

9.2 Instellen van de kookzones

Om de gewenste selecteerbare vermogensstand te kiezen, of aanraken.

Elke vermogensstand heeft een tussenstand. Deze is aangeduid met een punt.

Vermogensstand

Laagste vermogensstand

Hoogste vermogensstand

Kookzone en vermogensstand kiezen

De vermogensstand is ingesteld.

Opmerking: Wanneer er geen kookgerei op de kookplaat staat, of de pan niet geschikt is, dan knippert de gekozen vermogensstand. Na een bepaalde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld.

quickStart

Pagina 15

Kookplaat bedienen nl

herkend en wordt de betreffende kookzone automatisch gekozen. Vervolgens in de volgende 20 seconden de vermogensstand kiezen, anders schakelt de kookplaat zelf uit.

Kookstand wijzigen en kookzone uitschakelen

Snel uitschakelen van de kookplaat

Gedurende 3 seconden het symbool van de kookzone aanraken. De kookplaat schakelt uit.

9.3 Kookadviezen

De tabel geeft aan welke vermogensstand ( ) voor welk levensmiddel geschikt is. De bereidingstijd ( )kan variëren afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de levensmiddelen. Om voor te verwarmen, vermogensstand 8 - 9 instellen.

Smelten
Boter, honing, gelatine1 - 2-
Verwarmen en warm houden
Gekookte worstjes ¹3 - 4-
Ontdooien en opwarmen
Spinazie, diepvries3 - 415 - 25
Gaarstoven, zachtjes laten koken
Aardappelballetjes ¹4. - 5.20 - 30
Geklopte sauzen, bijv. bearnaisesaus, hollandaisesaus3 - 48 - 12
Koken, stomen, stoven
Rijst met dubbele hoeveelheid water2. - 3.15 - 30
Aardappelen in schil4. - 5.25 - 35
Pasta ¹6 - 76 - 10
Soepen3. - 4.15 - 60
Groente2. - 3.10 - 20
Eenpansgerecht met de snelkookpan4. - 5.-
Sudderen
Stoofvlees4 - 560 - 100
Goulash ²3 - 450 - 60
Sudderen / braden met weinig
vet ¹
Schnitzel, al dan niet gepaneerd6 - 76 - 10
Steak (3 cm dik)7 - 88 - 12
Borst van gevogelte (2 cm dik)5 - 610 - 20
Hamburger (2 cm dik)6 - 710 - 20
Vis en visfilet, gepaneerd6 - 78 - 20
Garnalen en krab7 - 84 - 10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

1 Zonder deksel

2 Voorverwarmen op kookstand 8 - 8.

Sauteren van verse groente en paddestoelen7 - 810 - 20
Diepvriesgerechten, bijv. koekenpangerechten6 - 76 - 10
Omelet (na elkaar bakken)3. - 4.3 - 10
Frituren, 150-200 g per portie in 1-2 l olie, in porties frituren ¹
Diepvriesproducten, bijv. frites, kip-nuggets8 - 9-
Groente, paddestoelen, gepaneerd, in bierdeeg of in tempura6 - 7-
Klein gebak, bijv. beignets, Berliner bollen, fruit in bierdeeg4 - 5-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)

15

Pagina 16

nl Tijdfuncties

10 Tijdfuncties

Uw kookplaat beschikt over verschillende instellingen voor de bereidingstijd:

Uitschakeltimer Timer

10.1 Uitschakeltimer

Maakt de programmering mogelijk van een bereidingstijd voor en kookzone en de automatische uitschakeling daarvan na het verstrijken van de ingestelde tijd.

Bereidingstijd programmeren

De indicatie van de kookplaat brandt.

Opmerking: U kunt voor alle kookzones automatisch dezelfde bereidingstijd instellen. Meer informatie vindt u onder .Meer informatie vindt u onder .

Bereidingstijd wijzigen of wissen

10.2 Timer

Maakt de activering mogelijk van een timer van 0 tot 99 min. Deze functie is onafhankelijk van de kookzones en andere instellingen. Deze schakelt de kookzones niet automatisch uit.

Kookwekker instellen

.

Kookwekkertijd wijzigen of wissen

11 powerBoost

en .

Maakt een snellere opwarming mogelijk van grotere waterhoeveelheden dan met kookstand .

Deze functie is voor alle kookzones beschikbaar als er geen andere kookzone in gebruik is.

Anders knipperen er op het kookstand-display Druk voor het in- of uitschakelen op .

12 Kinderslot

De kookplaat is voorzien van een kinderslot. Hiermee wordt voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen.

Schakel de kookplaat uit om de functie in te kunnen schakelen.

Wordt door het gedurende 4 seconden aanraken van in- of uitgeschakeld.

Wanneer u het kinderslot bij elke keer dat de kookplaat wordt uitgeschakeld automatische activeren, dan vindt u meer informatie onder Basisinstellingen.

13 Basisinstellingen voor de kookplaat

U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.

13.1 Overzicht van de basisinstellingen

IndicatieInstellingWaarde
Kinderslot- Handmatig. ¹ Automatisch.
– Uitgeschakeld
Akoestische signalen– Bevestigings- en foutsignaal zijn uitgeschakeld.
– Alleen het foutsignaal is ingeschakeld.
– Alleen het bevestigingssignaal is ingeschakeld.
– Alle geluidssignalen zijn ingeschakeld ¹.
Automatisch uitschakelen van de kookzones.- uitgeschakeld. ¹

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

1 Fabrieksinstelling

16

Pagina 17

Kookgerei-test nl

IndicatieInstellingWaarde
- - Tijd tot het automatisch uitschakelen.
Duur van het timer-einde-geluidssignaal– 10 seconden ¹
– 30 seconden - 1 minuut
Vermogensbegrenzing
Maakt indien nodig de begrenzing mogelijk van het totale vermogen van de kookplaat, indien vereist, op basis van de omstandigheden van uw elektrische installatie. De beschikbare instellingen zijn afhankelijk van het maximale vermogen van de kookplaat. Precieze gegevens vindt u op het typeplaatje. Wanneer de functie actief is en de kookplaat de ingestelde vermogensgrens bereikt, dan wordt weergegeven en u kunt geen hogere vermogensstand kiezen.
- Uitgeschakeld. Maximaal vermogen van de kookplaat
1.
- 1000 W. Laagste stand.
. - 1500 W.
...
- 3000 W. Aanbevolen voor 13 ampère.
. - 3500 W. Aanbevolen voor 16 ampère.
- 4000 W.
. - 4500 W. Aanbevolen voor 20 ampère.
...
- Maximaal vermogen van de kookplaat.
Keuzetijd van de kookzone- Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone instellen zonder deze opnieuw te selecteren. ¹ - Begrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone binnen 10 seconden na de selectie instellen. Daarna moet u de kookzone vóór het instellen opnieuw selecteren.
Kookgerei-test
Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei controleren.
- Niet geschikt. - Niet optimaal. - Geschikt.
Automatisch management van de vermogensbegrenzing- Gedeactiveerd: geeft de vermogensbegrenzing niet weer behalve als is geactiveerd. ¹ - Ingeschakeld: geeft van de vermogensbegrenzing altijd aan.
Terugzetten naar de fabrieksinstellingen- Individuele instellingen ¹. - Fabrieksinstellingen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

13.2 Naar de basisinstellingen

Vereiste: De kookplaat moet uitgeschakeld zijn.

ProductinformatieIndicatie
Lijst van de Technische Service (TS)
Fabricagenummer
Fabricagenummer 1.
Fabricagenummer 2.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)

De eerste vier indicaties geven productinformatie weer. Raak of aan om de afzonderlijke indicaties weer te geven.

De instellingen zijn opgeslagen.

13.3 De basisinstellingen afsluiten

14 Kookgerei-test

De kwaliteit van de pan heeft een grote invloed op de snelheid en het resultaat van het kookproces.

Met deze functie kunt u de kwaliteit van het kookgerei testen.

Ga vóór de test na of de diameter van de bodem van de pan met de diameter van de gebruikte kookzone overeenstemt.

1 Fabrieksinstelling

De toegang vindt plaats via de basisinstellingen.

14.1 Werkwijze voor de controle van de pan

17

Pagina 18

nl De Bediening in essentie

De functie is geactiveerd.

Na 20 seconden verschijnt het resultaat op het kookzonedisplay.

14.2 Resultaat controleren

In de volgende tabel kunt u het resultaat van de kwaliteit en snelheid van het kookproces controleren:

Resultaat
De pan is voor de kookzone niet geschikt en wordt daarom niet opgewarmd. ¹
De pan warmt langzamer op dan verwacht en het kookproces verloopt niet
optimaal. ¹
De pan wordt goed warm en het kookproces is in orde.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)

Raak of aan om de functie te activeren.

15 De Bediening in essentie

15.1 Inschakelen van het apparaat

Het apparaat is ingeschakeld.

15.2 Apparaat uitschakelen

15.3 Verwarmingsmethoden en temperatuur

Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.

Tip: De meest geschikte verwarmingsmethode voor uw gerechten vindt u in de beschrijving van de verwarmingsmethoden.

Verwarmingsmethode wijzigen

U kunt de verwarmingsmethode altijd wijzigen.

Temperatuur wijzigen

U kunt de temperatuur altijd wijzigen.

16 Snel voorverwarmen

Om tijd te sparen, kunt u met de functie snel voorverwarmen de opwarmingsduur verkorten.

Gebruik snel voorverwarmen alleen bij ingestelde temperaturen van boven de 100 °C.

Na het snel voorverwarmen het best volgende verwarmingsmethoden gebruiken:

3D‑hetelucht

Boven- en onderwarmte

16.1 Snelvoorverwarming instellen

Om een gelijkmatig bereidingsresultaat te krijgen, de gerechten pas na het snel voorverwarmen in de binnenruimte plaatsen.

Na enkele seconden start het snel voorverwarmen. Als het snel voorverwarmen eindigt, dooft de indicatie voor het voorverwarmen.

17 Reiniging en onderhoud

Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.

17.1 Reinigingsmiddelen

Gebruik geen ongeschikte reinigingsmiddelen, zodat de verschillende oppervlakken van het apparaat niet beschadigd raken.

1 Wanneer een kleinere kookzone aanwezig is, het kookgerei op deze kookzone testen.

18

Pagina 19

Reiniging en onderhoud nl

WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.

Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.

Geschikte schoonmaakmiddelen

Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan voor het reinigen van het apparaat.

"Reiniging van het apparaat", Pagina 20

Apparaat

Oppervlak Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
RVS Warm zeepsop Speciale RVS-verzorgingsmiddelen voor warme oppervlakkenOm corrosie te voorkomen kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk verwijderen.
Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen.
Email, kunststof, Warm zeepsop gelakte of van zeefdruk voorziene oppervlakken bijv. bedieningspaneelGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Knoppen Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen en met een zachte doek nadrogen.
Niet afnemen en niet schuren.
Kookplaat van Glaskeramiek-reiniglaskeramiek gingsmiddelHoud de reinigingsinstructies aan die op de verpakking van het reinigingsmiddel zijn vermeld.
Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Ovenlade Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen.
Apparaatbedekking
Gebied Geschikte schoonmaakmiddelenAanwijzingen
Ruiten van de Warm zeepsop deurGebruik geen schraper of rvs-schuursponsje.
Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 22
Deurafscherming Van roestvaststaal: RVS-reiniger: Van kunststof: Warm zeepsopGebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat.
Tip: Verwijder voor een grondigere reiniging de afdekplaat van het deksel.
"Apparaatdeur", Pagina 22
Deurgreep Warm zeepsopOm hardnekkige verontreinigingen te vermijden, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen.
Deurafdichting Warm zeepsopNiet afnemen en niet schuren.
Deurbeveiliging Warm zeepsopMet een schoonmaakdoekje reinigen. Verwijder voor de reiniging het kinderslot. "Deurbeveiliging", Pagina 9

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

← pagina's 2–6verder op pagina 20 →Inhoud