Siemens HR578GFS7F, tekst van de handleiding
Pagina's 14–25 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–13verder op pagina 26 →
Pagina 14
nl Stoom
- 3. Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden neemt het apparaat de instelling over en het display toont het ingestelde einde. Als de berekende starttijd is bereikt, begint het apparaat op te warmen en de tijdsduur verstrijkt.
Als de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Wanneer de tijdsduur is verstreken:
- Druk op een willekeurige knop om het signaal voortijdig te beëindigen.
- Om opnieuw een tijdsduur in te stellen, op de knop drukken.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
Einde wijzigen
Om een goed kookresultaat te verkrijgen, kunt u het ingestelde einde alleen wijzigen totdat de werking start en de tijdsduur verstrijkt.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop of verschuiven.
Na enkele seconden wordt de wijziging door het apparaat overgenomen.
Einde afbreken
U kunt het ingestelde einde altijd wissen.
Vereiste: Op het display is gemarkeerd.
- Het einde met de knop naar de actuele tijd plus ingestelde tijdsduur terugzetten.
Na enkele seconden neemt het apparaat de wijziging over en begint het apparaat op te warmen. De tijdsduur loopt af.
9.5 Tijd instellen
Na de aansluiting van het apparaat of na een stroomonderbreking knippert de tijd op het display. De tijd start bij 12:00 uur. Stel de actuele tijd in.
Vereiste: De functiekeuzeknop dient in de nulstand te staan.
- 1. De tijd met de toets of instellen.
- 2. Op de toets drukken.
Het display toont de ingestelde tijd.
10 Stoom
Met stoom bereidt u gerechten op een bijzonder voorzichtige manier.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verbranding!
Bij het openen van de apparaatdeur kan hete stoom vrijkomen. Stoom is afhankelijk van de temperatuur niet altijd zichtbaar.
- Apparaatdeur voorzichtig openen.
- Zorg ervoor dat er geen kinderen in de buurt zijn.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
10.1 Voor elk gebruik met stoom
Zorg er voor elk gebruik met stoom voor dat het apparaat voldoende water heeft.
Watertank vullen
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Door hete oppervlakken in de binnenruimte kunnen dampen van brandbare vloeistoffen vlam vatten (explosieve verbranding). De apparaatdeur kan openspringen. Er kunnen hete dampen en steekvlammen naar buiten treden.
- Doe geen ontvlambare vloeistoffen (bijv. alcoholhoudende dranken) in de watertank.
- Vul de watertank uitsluitend met water of de door ons aanbevolen ontkalkingsoplossing.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
14
- Neem de watertank uit de tankschacht.
Vereiste: De waterhardheid is correct ingesteld.
"Waterhardheid instelen", Pagina 11
- 1. Op de watertank drukken en de watertank er uit trekken .
- 2. Op het deksel van de watertank drukken en open draaien .
- 3. Water vullen in de watertank tot aan de markering .
Pagina 15
Stoom nl
- 4. Op het deksel van de watertank drukken en dichtdraaien .
- 5. De watertank in de uitsparing plaatsen en aandrukken, tot deze vastklikt .
10.2 Bereiding met stoom
Bij het bereiden met stoom brengt het apparaat met verschillende tussenpozen stoom in de binnenruimte. Hierdoor krijgt het gerecht een knapperige korst en een glanzend oppervlak. Vlees wordt van binnen zacht, mals en verliest slechts weinig volume.
Stoomtoevoer instellen
Vereiste: De watertank is gevuld.
"Voor elk gebruik met stoom", Pagina 14
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
- 3D Hetelucht
- Boven- en onderwarmte
- Circulatiegrillen
- 2. Met de temperatuurknop een temperatuur tussen 80°C en 240°C instellen.
- 3. De stoomintensiteit met de knop instellen.
| Stand | Intensiteit |
|---|---|
| gering | |
| sterk |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en wordt de stoom ook ingeschakeld.
- 4. Schakel het apparaat uit wanneer uw gerecht klaar is.
- 5. Droog de binnenruimte.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina 15
10.3 Regenereren
Met de verwarmingsmethode Regenereren kunt u reeds bereide gerechten opeen gezonde manier weer opwarmen of bakproducten van de vorige dag opbakken. Het apparaat schakelt automatisch stoom erbij.
Regenereren instellen
Vereisten
De binnenruimte is afgekoeld.
De watertank is gevuld.
"Voor elk gebruik met stoom", Pagina 14
- 1. De verwarmingsmethode Regenereren met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop. Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en wordt de stoom ook ingeschakeld.
- 3. Schakel het apparaat uit wanneer uw gerecht klaar is.
- 4. Droog de binnenruimte.
"Na elk gebruik met stoom", Pagina 15
10.4 Na elk gebruik met stoom
Droog het apparaat na elk gebruik met stoom.
Opmerking: Neem de informatie over de reiniging in acht.
"Reiniging en onderhoud", Pagina 24
Watertank legen
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Tijdens het gebruik van het apparaat kan de watertank heet worden.
- Heeft u het apparaat zojuist gebruikt, wacht dan tot de watertank is afgekoeld.
- Neem de watertank uit de tankschacht.
LET OP
Het drogen van de watertank in de hete binnenruimte leidt tot beschadiging van de watertank.
- De watertank niet drogen in de hete binnenruimte. Wanneer de watertank in de vaatwasser wordt gereinigd veroorzaakt dit schade.
- De watertank niet reinigen in de vaatwasmachine.
- Reinig de watertank met een zachte doek en een in de handel gebruikelijk schoonmaakmiddel.
- 1. Op de watertank drukken.
- 2. De watertank er uit trekken.
- 3. Het deksel van de watertank opendraaien.
- 4. De watertank legen, met een afwasmiddel reinigen en met schoon water grondig uitspoelen.
- 5. Alle onderdelen drogen met een zachte doek.
- 6. De afdichting van het deksel droog wrijven.
- 7. Laat de watertank drogen met geopend deksel.
- 8. Het deksel op de watertank plaatsen en dichtdraaien.
- 9. De watertank plaatsen.
Lekgoot droogmaken
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
Vereiste: De binnenruimte is afgekoeld.
- 1. De apparaatdeur openen.
- 2. Opmerking: De lekgoot bevindt zich onder de binnenruimte.
Pagina 16
nl Braadthermometer
Het water in de lekgoot met een sponsdoekje opzuigen en voorzichtig opnemen.
Binnenruimte drogen
LET OP
Water op de bodem van de binnenruimte bij temperaturen boven de 120°C leidt tot schade aan het emaille.
- Geen programma starten wanneer zich water op de bodem van de binnenruimte bevindt.
- Voor gebruik het water van de bodem van de binnenruimte opnemen.
Vereiste: Het apparaat is afgekoeld.
- 1. De kookcompartiment drogen met een spons of zachte doek.
- 2. Eventuele kalkvlekken met een in azijn gedrenkte doek verwijderen, met schoon water afnemen en drogen met een zachte doek.
- 3. Laat de deur van het apparaat 1 uur geopend, zodat de binnenruimte helemaal droog wordt.
11 Braadthermometer
U kunt uw gerechten heel nauwkeurig garen door er een braadthermometer in te steken en een kerntemperatuur in te stellen. Zodra de ingestelde kerntemperatuur in het product is bereikt, houdt het apparaat automatisch op te werken.
11.1 Geschikte verwarmingsmethoden met braadthermometer
Alleen bepaalde verwarmingsmethoden zijn geschikt voor het gebruik met de braadthermometer.
Geschikte verwarmingsmethoden zijn:
3D Hetelucht
Hetelucht Eco
Pizzastand
Circulatiegrillen
Boven- en onderwarmte
Opmerking: Kiest u een ongeschikte verwarmingsmethode terwijl de braadthermometer ingestoken is, dan klinkt er een signaal.
11.2 Braadthermometer in het vlees steken
Gebruik de meegeleverde kerntemperatuurmeter of bestel een geschikte kerntemperatuurmeter via onze klantenservice.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Bij gebruik van een verkeerde braadthermometer kan de isolatie beschadigd raken.
- Gebruik alleen de braadthermometer die voor dit apparaat bestemd is.
LET OP
Anders kan de braadthermometer beschadigd raken.
- Het snoer van de braadthermometer niet inklemmen.
- Om te voorkomen dat de braadthermometer beschadigd raakt door een te intensieve hitte, moet de afstand tussen grillelement en braadthermometer enkele centimeters bedragen. Het vlees kan tijdens de bereiding uitzetten.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
De kerntemperatuurmeter is puntig.
- Ga voorzichtig om met de kerntemperatuurmeter.
- 1. Steek de kerntemperatuurmeter op het dikste punt schuin in het vlees.
Zorg ervoor dat de punt van de kerntemperatuurmeter juist in het vlees is gepositioneerd:
- De punt moet zich ongeveer in het midden van het product bevinden.
16
- De punt mag niet in het vet steken.
- De punt mag geen kookgerei of been raken.
- 2. Plaats het product samen met de kerntemperatuurmeter in de binnenruimte.
Het product, het beste in een vorm, in het midden van het rooster plaatsen.
- 3. Steek de aansluiting van de kerntemperatuurmeter in de bus links in de binnenruimte.
Opmerkingen
Verwijdert u de kerntemperatuurmeter tijdens het gebruik, dan worden alle instellingen gereset.
Wilt u het product keren, verwijder de kerntemperatuurmeter dan niet. Controleer na het keren van het product of de kerntemperatuurmeter nog goed in het gerecht zit.
11.3 Braadthermometer instellen
De braadthermometer meet de temperatuur in het binnenste van het product tussen 30 °C en 99 °C.
Vereisten
Het product met de kerntemperatuurmeter staat in de binnenruimte.
De kerntemperatuurmeter is in de binnenruimte ingeplugd.
- 1. Een geschikte verwarmingsmethode met de functiekeuzeknop instellen.
Op het display brandt en de kerntemperatuuraanwijzing verschijnt naast de temperatuur van de binnenruimte.
- 2. De kerntemperatuur met toets of instellen. Links staat de actuele kerntemperatuur in het product, rechts de ingestelde, bijv. 15°C|75°C.
Opmerking: De actuele kerntemperatuur verschijnt pas vanaf 10°C.
- 3. Stel de temperatuur van de binnenruimte in met de temperatuurknop.
Stel de temperatuur van de binnenruimte minstens 10°C hoger in dan de kerntemperatuur.
Stel de temperatuur van de binnenruimte niet hoger in dan 250°C.
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen.
Als de kerntemperatuur in het product is bereikt, weerklinkt een signaal en op het display is de actuele kerntemperatuur gelijk aan de ingestelde kerntemperatuur, bijv. 75°C|75°C.
Pagina 17
Programma's nl
- 4. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
De binnenruimte, accessoires en braadthermometer worden zeer heet.
- Neem hete accessoires en de braadthermometer altijd met behulp van een pannenlap uit de binnenruimte.
Wanneer de kerntemperatuur is bereikt:
- Het apparaat uitschakelen.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit de aansluiting in de binnenruimte.
- Neem de kerntemperatuurmeter uit het product en uit de binnenruimte.
12 Programma's
Met de programma's helpt u uw apparaat bij de bereiding van verschillende gerechten en kiest u automatisch de optimale instellingen.
12.1 Vormen voor programma's
Gebruik een hittebestendige vorm, die geschikt is voor temperaturen tot 300°C.
Vormen van glas of glaskeramiek zijn het meest geschikt. Het vlees moet de bodem van de vorm voor ca. 2/3 bedekken.
Vormen van het volgende materiaal zijn niet geschikt: licht gekleurd, glanzend aluminium
Niet geglazuurde klei
Kunststof of kunststof grepen
12.2 Instellingen bij programma's
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de tijdsduur.
Om een optimaal kookresultaat te behalen, hoeft u slechts het gewicht van uw gerecht in te stellen.
Opmerking: Het bereidingsresultaat is afhankelijk van de kwaliteit en de aard van de levensmiddelen. Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
Stoomprogramma's
Bij sommige programma's gebruikt het apparaat automatische de stoomondersteuning.
De programma's met stoomondersteuning zijn in de programmatabel gemarkeerd. Neem de informatie over het gebruik met stoom in acht.
"Stoom", Pagina 14
12.3 Programmatabel
De programmanummers zijn aan bepaalde voedingswaren toegewezen.
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 01 | Broodvlecht, broodkrans ¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,6 - 1,5 kg Gewicht van het deeg | nee | 3 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 02 | Gistdeeg laten rijzen ¹ | Schotel op rooster | 0,5 - 1,5 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 03 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood op bakplaat ¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 04 | Tarwebrood, gemengd tarwebrood langwerpig ¹ | Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven | 0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 05 | Wit brood op bakplaat ¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,5 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | Wanneer u 2 broden tegelijkertijd bakt, dan het gewicht van het zwaarste brood aangeven. |
| 06 | Gemengd roggebrood ¹ | Langwerpig, ingevet en met bloem bestoven | 0,8 - 2,0 kg Gewicht van het deeg | nee | 2 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
| 07 | Plat rond brood ¹ | Bakplaat met bakpapier | 0,4 - 1,0 kg | nee | 3 | De binnenruimte moet bij aanvang koud zijn. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
17
Pagina 18
nl Programma's
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Gewicht van het deeg | ||||||
| 08 | Aardappels uit de oven, heel ongeschilde, kruimige aardappels | Braadslede | 0,3-1,5 kg Totaalgewicht | nee | 3 | - |
| 09 | Eenpansgerecht, met groente vegetarisch | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Groente met een lange bereidingstijd (bijv. wortelen) in kleinere stukken snijden dan groente met een korte bereidingstijd (bijv. tomaten) |
| 10 | Goulash Rund- of varkensvlees in blokjes, met groente | hoge braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Totaalgewicht | volgens recept | 2 | Eerst het vlees erin doen en daarop de groente leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
| 11 | Vis, heel ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-1,5 kg Gewicht van de vis | nee | 2 | in drijfstand in de vorm doen |
| 12 | Kip, ongevuld ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,9-1,5 kg Gewicht kip | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 13 | Stukken kip ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,1-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | nee | 3 | - |
| 14 | Kalkoenfilet van het stuk, gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht kalkoenfilet | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 15 | Eend, ongevuld ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 1,3-2,5 kg Gewicht eend | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 16 | Gans, niet gevuld ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 2,3-4,5 kg Gewicht gans | nee | 2 | met de borst naar boven in de vorm leggen |
| 17 | Ganzenbouten panklaar, gekruid | Glazen ovenschotel zonder deksel op rooster | 0,3-0,8 kg Gewicht van het zwaarste deel | Bodem van de braadpan bedekken | 2 | - |
| 18 | Gestoofd rundvlees bijv. klapstuk, schouderstuk, fricandeau of gemarineerd vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Vlees met vloeistof bedekken | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 19 | Runderfilet, medium ¹ panklaar, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-2,0 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 20 | Rosbief, medium panklaar, gekruid | Braadpan zonder deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de vetzijde naar boven in de vorm leggen Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
18
Pagina 19
Programma's nl
| Nr. | Voedingswaar | Servies | Gewichtsbereik Instelgewicht | Vloeistof toevoegen | Inschuif-hoogte | Aanwijzingen |
|---|---|---|---|---|---|---|
| 21 | Runderrollade gevuld met groente of vlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van alle gevulde rollades | Vleesrolletjes bedekken bijv. met bouillon of water | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 22 | Gebraden gehakt, vers Gehakt van rund-, varkens- of lamsvlees | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht gehakt | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 23 | Lamsbout, medium zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 24 | Lamsbout, doorbakken zonder been, gekruid | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 25 | Gebraden kalfsvlees, doorregen bijv. rug of heup | Braadpan met deksel | 0,5-3,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 26 | Gebraden kalfsvlees, mager bijv. lendestuk of fricandeau | Braadpan met deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 27 | Reebout zonder been, gezouten | Braadpan met deksel | 0,5-2,0 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | - |
| 28 | Gebraden varkenshals ¹ zonder been, gekruid | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 0,8-2,5 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
| 29 | Gebraden varkensvlees met korstje ¹ bijv. schouder, gekruid en zwoerd ingesneden | Braadsledes zonder deksel of bakplaat | 1,0-2,0 kg Gewicht van het vlees | nee | 2 | met de kant van het vet naar boven in de vorm leggen, het zwoerd goed zouten |
| 30 | Gebraden varkenshaas gekruid | Braadpan met glazen deksel | 0,5-2,5 kg Gewicht van het vlees | Bodem van de braadpan bedekken, eventueel tot 250 g groente toevoegen | 2 | Het vlees niet eerst aanbraden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
1 Stoomprogramma (Gebruik uitsluitend met gevuld waterreservoir)
19
Pagina 20
nl Kinderslot
12.4 Gerecht voor programma voorbereiden
Gebruik verse levensmiddelen, het best op koelkasttemperatuur. Diepvriesgerechten direct uit het diepvriesvak gebruiken.
- 1. Het gerecht wegen.
Het gewicht van het gerecht is nodig om het programma juist in te stellen.
- 2. Het gerecht in de vorm doen.
- 3. De vorm op het rooster plaatsen.
Plaats de vorm altijd in de onverwarmde binnenruimte.
12.5 Programma instellen
Het apparaat kiest het optimale verwarmingstype, de temperatuur en de duur. U hoeft alleen het gewicht in te stellen.
Opmerkingen
Het gewicht kunt u alleen in het daarvoor bestemde bereik instellen.
Na de programmastart kunt u het programma en het gewicht niet meer veranderen.
- 1. Programma's met de functiekeuzeknop instellen.
- 2. Het gewenste programma met de toets of instellen.
- 3. Het gewicht van uw gerecht met de temperatuurknop instellen. Altijd op het volgende hogere gewicht instellen.
- Om de tijdsduur van het programma op te vragen, op de toets drukken. De tijdsduur kan niet worden gewijzigd.
- Bij sommige programma's kan het einde met de toets worden verschoven.
Na enkele seconden start het programma en de tijdsduur loopt af.
Als het programma is beëindigd, weerklinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul.
- 4. Als het programma is beëindigd:
- Om het signaal vroegtijdig te beëindigen, op een willekeurige toets drukken.
- Om een duur voor het nagaren in te stellen, op de toets drukken. Het apparaat warmt verder op met de instelling van het programma.
- Als uw gerecht klaar is, het apparaat uitschakelen.
13 Kinderslot
Beveilig uw apparaat, zodat kinderen het niet per ongeluk inschakelen of instellingen wijzigen.
13.1 Kinderslot activeren
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .
- Om het kinderslot te activeren, de toets ingedrukt houden tot op het display verschijnt.
13.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: De functiekeuzeknop staat op de nulstand .
- Om het kinderslot te deactiveren, de toets ingedrukt houden tot op het display dooft.
14 Warmhouden gedurende een langere periode
U kunt met uw apparaat gerechten tot maximaal 70 uur tussen 85°C en 140°C met Boven- en onderwarmte warmhouden, zonder dat u het apparaat hoeft in- of uit te schakelen.
14.1 Warmhouden gedurende een langere periode instellen
Opmerkingen
Wanneer u de apparaatdeur tijdens gebruik opent, houdt het apparaat op met verwarmen. Wanneer u de apparaatdeur sluit, verwarmt het apparaat verder. Na de start kunt u niet meer wijzigen of onderbreken. U kunt het einde niet wijzigen.
Vereiste: De betreffende basisinstelling is geactiveerd.
"Basisinstelingen", Pagina 20
15 Basisinstellingen
U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen.
- 1. De programma's met de functiekeuzeknop instellen.
Op het display verschijnt .
- 2. Stel de temperatuur in met de temperatuurknop.
- 3. Net zo vaak op de knop drukken totdat op het display is gemarkeerd.
- 4. Stel de tijdsduur in met de knop of .
Na enkele seconden begint het apparaat op te warmen en de duur verstrijkt.
- 5. Wanneer de tijdsduur verstreken is, klinkt een signaal en op het display staat de tijdsduur op nul. Het apparaat houdt op met verwarmen en reageert weer zoals gebruikelijk.
- Het apparaat uitschakelen.
Na ca. 10 tot 20 minuten schakelt het apparaat automatisch uit.
Pagina 21
Basisinstellingen nl
15.1 Overzicht van de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basis- en fabrieksinstellingen. De basisinstellingen zijn afhankelijk van de uitvoering van uw apparaat.
| Indicatie | Basisinstelling | Keuze |
|---|---|---|
| Signaalduur na het verstrijken van een tijdsduur of wekkertijd | = 10 seconden = 30 seconden ¹ = 2 minuten | |
| Wachttijd totdat een instelling is overgenomen | = 3 seconden ¹ = 6 seconden = 10 seconden | |
| Toetssignaal bij het indrukken van een toets | = uit = aan ¹ | |
| Helderheid van de displayverlichting | = donker = gemiddeld ¹ = helder | |
| Indicatie van de tijd | = tijdsweergave uit = tijd weergeven ¹ | |
| Kinderslot instelbaar | = nee = ja ¹ = ja, met deurvergrendeling | |
| Verlichting van de binnenruimte bij gebruik | = nee = ja ¹ | |
| Nalooptijd van de koelventilator | = kort = gemiddeld ¹ = lang = extra lang | |
| Telescooprails achteraf aangebracht ² | = nee ¹ (bij rekjes en enkelvoudig uittreksysteem) = ja (bij 2- en 3-voudig uittreksysteem) | |
| Warmhouden gedurende een langere periode | = nee ¹ = ja | |
| Waterhardheid | = onthard = zacht (tot 1,5 mmol/l) = gemiddeld (1,5 - 2,5 mmol/l) = hard (2,5 - 3,8 mmol/l) ¹ = zeer hard (> 3,8 mmol/l) | |
| Automatisch snel voorverwarmen vanaf 200°C ² | = nee = ja ¹ | |
| Alle waarden naar de fabrieksinstelling terugzetten | = nee ¹ = ja | |
| .. | Home Connect Instellingen | "Home Connect ", Pagina 22 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
15.2 Basisinstelling wijzigen
Vereiste: Het apparaat is uitgeschakeld.
- 1. De toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden. Op het display verschijnt de eerste basisinstelling, bijv. .
- 2. De instelling met de temperatuurknop wijzigen.
- 3. Met de toets of naar de volgende basisinstelling gaan.
- 4. Om wijzigingen op te slaan, de toets ca. 4 seconden lang ingedrukt houden.
Opmerking: Na een stroomonderbreking blijven de ingevoerde wijzigingen van de basisinstellingen behouden.
15.3 Basisinstellingen annuleren
- De functiekeuzeknop draaien.
Alle wijzigingen werden verworpen en niet opgeslagen.
1 Fabrieksinstelling (kan afhankelijk van het apparaattype afwijken)
2 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
21
Pagina 22
nl Home Connect
16 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient.
"Veiligheid", Pagina 2
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
In de netwerkgebonden stand-by-stand heeft het apparaat max. 2 W nodig.
16.1 Home Connect instellen
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het stroomnet en ingeschakeld.
U beschikt over een mobiel eindapparaat met een actuele versie van het iOS- of Android-besturingssysteem, bijvoorbeeld een smartphone.
Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
Het mobiele eindapparaat en het apparaat bevinden zich binnen het bereik van het WiFi-signaal van uw thuisnetwerk.
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
16.2 Home Connect Instellingen
In de basisinstellingen van uw apparaat kunt u voor Home Connect instellingen en netwerkinstellingen aanpassen.
| Instelling | Selectie of weergave | Toelichting |
|---|---|---|
| Verbinding met het netwerk - Niet verbonden - Automatisch verbinden - Handmatig verbinden - Verbonden | en zijn weergaven die u niet kunt instellen. | |
| Verbinding met de Home Connect app - Gereed - Verbinden - Verbonden | en zijn weergaven die u niet kunt instellen. | |
| Wifi - Uit - Activeren - Aan | Als wifi is geactiveerd, kunt u Home Connect gebruiken. Bij netwerkgebonden stand-by heeft het apparaat maximaal 2 W nodig. is een weergave die u niet kunt instellen. | |
| Start op afstand - Gedeactiveerd - Handmatig ¹ - Permanent | Bij gedeactiveerde start op afstand kunt u alleen de bedrijfstoestand van het apparaat in de app weergeven. Bij een handmatige start op afstand moet u de start op afstand elke keer activeren voordat u het apparaat via de app kunt starten. Als u binnen 15 minuten na de activering van start op afstand of het gebruikseinde de ovendeur opent, dan wordt de start op afstand gedeactiveerd. Bij permanente start op afstand kunt u het apparaat altijd op afstand starten en bedienen. | |
| Software-update - Update beschikbaar | De instelling wordt alleen weergegeven wanneer er een update beschikbaar is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
1 Fabrieksinstelling
22
Pagina 23
Home Connect nl
| Instelling | Selectie of weergave | Toelichting |
|---|---|---|
| - Update starten | is een weergave die u niet kunt instellen. | |
| Diagnose op afstand - Niet toegestaan ¹ - Toegestaan | De instelling wordt alleen weergegeven als de service probeert om toegang tot het apparaat te verkrijgen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
16.3 Apparaat met Home Connect app bedienen
Met de Home Connect app kunt u het apparaat op afstand instellen en starten.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.
Vereisten
Het apparaat is ingeschakeld.
Het apparaat is met het thuisnetwerk en met de Home Connect app verbonden.
Om het apparaat via de app te kunnen instellen, moet de handmatige of permanente start op afstand in de basisinstelling zijn geselecteerd.
- 1. Om de start op afstand te activeren, de functiekeuzeknop op zetten.
- 2. Een instelling in de app invoeren en naar het apparaat sturen.
16.4 Software-update
Met de functie software-update wordt de software van uw apparaat bijgewerkt, bijv. voor optimalisatie, verhelpen van fouten, voor veiligheidsrelevante updates alsmede voor extra functies en diensten.
Voorwaarde is wel dat u een geregistreerde Home Connect gebruiker bent, de app op uw mobiele eindapparaat hebt geïnstalleerd en een verbinding met de Home Connect server hebt gemaakt.
Zodra er een software-update beschikbaar is, wordt u hierover via de Home Connect app geïnformeerd en kunt u de software-update via de app starten. Na het succesvol downloaden kunt u de installatie via de Home Connect app starten als u in uw WLAN-thuisnetwerk (WiFi) bent. Over een succesvol uitgevoerde installatie wordt u via de Home Connect app geïnformeerd. De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
Opmerkingen
De software-update bestaat uit twee stappen.
- In de eerste stap van de download.
1 Fabrieksinstelling
- In de tweede stap de installatie op uw apparaat. Tijdens de download kunt u uw apparaat gewoon blijven gebruiken. Afhankelijk van de persoonlijke instellingen in de app kunnen software-updates ook automatisch worden gedownload.
De installatie duurt enkele minuten. Tijdens de installatie kunt u uw apparaat niet gebruiken.
In geval van een veiligheidsrelevante update is het raadzaam deze zo snel mogelijk te installeren.
16.5 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/support van de lokale website: www.home-connect.com.
16.6 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie): Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFi-communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
23
Pagina 24
nl Reiniging en onderhoud
17 Reiniging en onderhoud
17.1 Reinigingsmiddelen
Gebruik om de verschillende oppervlakken van het apparaat niet te beschadigen geen ongeschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen beschadigen de oppervlakken van het apparaat.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen harde schuursponsjes of afwassponsjes gebruiken.
- Geen speciale reinigingsmiddelen gebruiken voor de warmtereiniging.
Gebruik van ovenreiniger in de warme binnenruimte leidt tot beschadiging van het email.
- Gebruik nooit ovenreiniger in de warme binnenruimte.
- Vóór het opnieuw opwarmen de resten uit de binnenruimte en van de apparaatdeur volledig verwijderen. Nieuwe vaatdoekjes bevatten resten van de productie.
- Nieuwe vaatdoekjes voor het gebruik grondig uitwassen.
17.2 Geschikte schoonmaakmiddelen
Gebruik alleen geschikte reinigingsmiddelen voor de verschillende oppervlakken van uw apparaat. Houd de handleiding aan bij het reinigen van het apparaat.
Voorzijde van het apparaat
| Oppervlak | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| RVS | Warm zeepsop Speciale RVS-onderhoudsmiddelen voor warme oppervlakken | Verwijder kalk-, vet-, zetmeel- en eiwitvlekken op roestvaststalen oppervlakken onmiddellijk om corrosie te vermijden. Verzorgingsmiddel voor roestvaststaal dun aanbrengen. |
| Kunststof of gelakte oppervlakken bijv. bedieningspaneel | Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. |
| Glas | Warm zeepsop | Geen glasschraper gebruiken. |
| Apparaatdeur | ||
| Gedeelte | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Ruiten van de deur | Warm zeepsop Inox Schuurspons | Geen glasschraper gebruiken. Tip: Voor een grondige reiniging de deurruiten demonteren. "Apparaatdeur", Pagina 27 |
| Deurafscherming | Van roestvaststaal: RVS-reiniger van kunststof: Warm zeepsop | Gebruik geen glasreiniger of schraper voor vitrokeramische kookplaat. Tip: Voor een grondige reiniging de deurafscherming verwijderen. "Apparaatdeur", Pagina 27 |
| Deurgreep | Warm zeepsop | Om vlekken die niet meer verwijderd kunnen worden te voorkomen, het ontkalkingsmiddel direct van de deurgreep verwijderen. |
| Binnenruimte | ||
| Gedeelte | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
| Emaille oppervlakken | Warm zeepsop Azijnwater Ovenreiniger Inox Schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of Inox Schuurspons gebruiken. Laat om de binnenruimte na het reinigen te drogen de deur van het apparaat open. Tip: Gebruik bij voorkeur de reinigingsfunctie. "Zelfreiniging", Pagina 25 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
24
Pagina 25
Zelfreiniging nl
| Gedeelte | Geschikte schoonmaakmiddelen | Aanwijzingen |
|---|---|---|
| Opmerkingen Email wordt bij zeer hoge temperaturen ingebrand, waardoor er kleine kleurverschillen ontstaan. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. De smalle randen van de bakplaten kunnen niet volledig worden geëmailleerd en kunnen ruw zijn. De bescherming tegen corrosie blijft hierbij intact. Door resten van levensmiddelen ontstaat er een witte afzetting op de emaille oppervlakken. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. De werking van het apparaat wordt niet beïnvloed. U kunt de aanslag met citroenzuur verwijderen. | ||
| Glazen kapje van de ovenlamp | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging ovenreiniger. |
| Rekjes | Warm zeepsop Inox schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of inox schuurspons gebruiken. Tip: Voor het reinigen de rekjes verwijderen. "Rekjes", Pagina 31 |
| Toebehoren | Warm zeepsop Ovenreiniger Inox Schuurspons | Bij sterke verontreiniging inweken en een borstel of Inox Schuurspons gebruiken. Geëmailleerde accessoires kunnen in de vaatwasser worden gedaan. |
| Watertank | Warm zeepsop | Om na de reiniging resten vaatwasmiddel te verwijderen, grondig naspoelen met schoon water. Om de watertank na de reiniging te drogen, de watertank met geopend deksel laten drogen. Afdichting op het deksel goed drogen. Niet in de vaatwasser reinigen. |
| Kerntemperatuurmeter | Warm zeepsop | Gebruik bij sterke verontreiniging een borstel. Niet in de vaatwasser reinigen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
17.3 Apparaat schoonmaken
Reinig om beschadiging van het apparaat te voorkomen het apparaat uitsluitend zoals aangegeven en met geschikte reinigingsmiddelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik.
- Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
Losse voedselresten, vet en vleessap kunnen in brand vliegen.
- Voor gebruik dient u de binnenruimte, de verwarmingselementen en de accessoires vrij te maken van grove verontreiniging.
Vereiste: Houd de aanwijzingen voor het gebruik van de reinigingsmiddelen aan.
"Reinigingsmiddelen", Pagina 24
- 1. Het apparaat met heet zeepsop en een schoonmaakdoekje reinigen.
- Voor sommige oppervlakken kunt u alternatieve reinigingsmiddelen gebruiken.
"Geschikte schoonmaakmiddelen", Pagina 24
- 2. Drogen met een zachte doek.
18 Zelfreiniging
Met de reinigingsfunctie Zelfreiniging reinigt de binnenruimte zich vrijwel zelfstandig.
Reinig de binnenruimte om de 2 tot 3 maanden met de reinigingsfunctie. U kunt de reinigingsfunctie desgewenst vaker gebruiken.
De reinigingsfunctie heeft ca. 2,5 - 4,8 kilowattuur nodig.
18.1 Apparaat voor de reinigingsfunctie voorbereiden
Om een goed reinigingsresultaat te verkrijgen, dient u het apparaat zorgvuldig voor te bereiden.
WAARSCHUWING ‒ Brandgevaar!
In de binnenruimte bewaarde brandbare voorwerpen kunnen vlam vatten.
- Bewaar nooit brandbare materialen in de binnenruimte.
- Wanneer er rook wordt geproduceerd moet het apparaat worden uitgeschakeld of de stekker uit het stopcontact worden gehaald en moet de deur gesloten worden gehouden om eventueel optredende vlammen te doven.