Siemens KB96NADD0, tekst van de handleiding
Pagina's 104–120 van 124 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 104
nl De Bediening in essentie
vochtigheid via de vochtigheidsregelaar instellen.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
6.6 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.7 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
"Deurrek verwijderen", Pagina 114
6.8 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.
Variabel flessenrek
Bewaar flessen veilig op het variabele flessenrek.
Fig. 6
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
IJsblokjes maken
Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.
104
- 1. Vul de schaal voor ijsblokjes voor ¾ met drinkwater en plaats deze in het diepvriesvak.
Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.
- 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 102
Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.
De temperatuurdisplays tonen een animatie en het bedieningspaneel is geblokkeerd.
Het apparaat is gebruiksklaar wanneer de animatie is afgelopen en op elk temperatuurdisplay een LED brandt.
Het apparaat begint te koelen. Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en "alarm" knipperen omdat het vriesvak nog te warm is.
- 2. Het waarschuwingssignaal met alarm uitschakelen.
"alarm" gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- 3. De gewenste temperatuur instellen. Pagina 105
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele
Pagina 105
uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.
Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:
- Het aantal keer dat het apparaat wordt geopend
- Beladingshoeveelheid
- Temperatuur van de vers opgeslagen levensmiddelen
- Omgevingstemperatuur
- Direct instralend zonlicht
7.3 Machine uitschakelen
3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.
7.4 Temperatuur instellen
Tip: Via de Home Connect app kunt u de temperaturen instellen, welke niet op het bedieningspaneel zijn weergegeven.
Koelvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
"Sticker "OK"", Pagina 110
Extra functies nl
Vriesvaktemperatuur instellen
- Op de gewenste temperatuur drukken.
De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.
8 Extra functies
Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt. Via de Home Connect app kunnen andere aanvullende functies worden ingesteld.
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
- Druk op super (koelvak). "super" (koelvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
- Druk op super (koelvak).
8.2 Automatisch Supervriezen
Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in, wanneer u een zekere hoeveelheid verse levensmiddelen in het apparaat plaatst.
Pagina 106
nl Extra functies
Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatisch Supervriezen is ingeschakeld, kunnen meer geluiden ontstaan.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen activeren
- super (vriesvak) 5 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd.
Automatische Supervriezen deactiveren
- super (vriesvak) 5 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd.
Automatische Supervriezen annuleren
- 1. super (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden.
Wanneer 3 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen afgebroken.
- 2. De Supervriezen activeren.
Pagina 106
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 111
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
- Druk op super (vriesvak).
"super" (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
- super (vriesvak) 5 seconden ingedrukt houden.
Wanneer 3 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen afgebroken.
8.4 Rust-modus
De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.
Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:
Superkoelen
Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen Alarm
Binnenverlichting
Akoestische signalen
Meldingen op het bedieningspaneel
Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "super" (vriesvak) brandt met gereduceerde helderheid.
Pagina 107
Rust-modus inschakelen
- super (vriesvak) 15 seconden ingedrukt houden, totdat een tweede akoestische signaal klinkt.
"super" (vriesvak) brandt.
Opmerking: Na ca. 74 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Rust-modus uitschakelen
- super (vriesvak) 15 seconden ingedrukt houden, totdat een tweede akoestische signaal klinkt.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm" knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen.
Alarm nl
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
- alarm indrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Home Connect
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app te bedienen.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Con-
107
Pagina 108
nl Home Connect
nect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com. Om Home Connect te kunnen gebruiken, dient u eerst de verbinding met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi ¹) en met de Home Connect app te configureren.
Na het inschakelen van het apparaat ten minste 3 minuten wachten tot de interne initialisatie van het apparaat is voltooid. Configureer pas dan Home Connect.
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.
Opmerkingen
Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient. "Veiligheid", Pagina 94
De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
10.1 Home Connect instellen
Vereiste: Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).
- 1. Scan de volgende QR-code.
Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.
- 2. De aanwijzingen van de Home Connect app opvolgen.
10.2 Schakel de verbinding met het thuisnetwerk (WiFi) in
- Druk op .
10.3 Apparaat met Matter ² in intelligent netwerk opnemen
De universele Matter-standaard biedt de mogelijkheid slimme apparaten van verschillende fabrikaten in een netwerk op te nemen. U kunt slimme apparaten bijv. met een spraakassistent of andere regelcentrale in een netwerk verbinden.
Opmerking: Niet alle toestellen ondersteunen de Matter-standaard. Controleer in de Home Connect-app of uw toestel de Matter-standaard ondersteunt.
Vereisten
Het apparaat is verbonden met het WiFi-netwerk en de Home Connect app.
1 Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.
2 Matter wordt door de Connectivity Standards Alliance™ ontwikkeld. Dit merk en bijbehorende logo's en tekens zijn merken van de alliantie, alle rechten voorbehouden.
108
Pagina 109
Een app, die de Matter-standaard voor huishoudelijke apparaten ondersteunt, is op het mobiele eindapparaat geconfigureerd.
- Volg de aanwijzingen in de Home Connect app voor het opnemen van uw apparaat in uw Matternetwerk.
10.4 Schakel de verbinding met het thuisnetwerk (WiFi) uit
- Druk op .
10.5 Update van de Home Connect software installeren
Opmerking: Als een update van de Home Connect software beschikbaar is, verschijnt een melding in de Home Connect app.
De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.
- Om de update van de Home Connect software te installeren, de instructies in de Home Connect app volgen.
Tijdens de installatie is het bedieningspaneel gedeeltelijk geblokkeerd.
10.6 Home Connect instellingen resetten
Als het tot verbindingsproblemen van uw apparaat met uw thuisnetwerk (WiFi) komt of als u uw apparaat in een ander thuisnetwerk (WiFi) wilt aanmelden, kunt u de Home Connect instellingen terugzetten.
7 tot 10 seconden ingedrukt houden tot een derde akoestisch signaal klinkt.
De Home Connect instellingen zijn gereset.
Koelvak nl
10.7 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde
WiFi communicatiemodule).
Veiligheidscertificaat van de WiFicommunicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat. Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
11 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide
109
Pagina 110
nl Vriesvak
gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
11.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.
Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
11.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 105
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
12 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
Pagina 111
12.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 102
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 106
- 2. De levensmiddelen eerst in de onderste diepvrieslade bewaren.
12.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. Pagina 113
- 2. De levensmiddelen direct op de bodem van het vriesvak stapelen.
12.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
Vriesvak nl
12.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
Pagina 112
nl Ontdooien
12.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 112)
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
12.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
13 Ontdooien
13.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Fig. 7
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 113.
13.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
14 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
14.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 105
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
Pagina 113
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat. Pagina 113
14.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 112
Reiniging en onderhoud nl
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen en de uitbouwbare apparaatdelen inbouwen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 14
- 6. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
14.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- 1. De bewaarlade verwijderen.
Pagina 114
- 2. Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
Pagina 114
- 3. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Fig. 8
14.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
Fig. 9
Pagina 114
nl Storingen verhelpen
Variabel plateau verwijderen
- Beide delen van het plateau naar boven klappen , gezamenlijk verwijderen en aansluitend de rail verwijderen .
Fig. 10
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 11
Bewaarlade verwijderen
- 1. De lade tot de aanslag eruit trekken.
- 2. Til de bewaarlade aan de voorkant op en verwijder deze .
Fig. 12
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. Deurrek voor grote flessen verwijderen. Pagina 114
- 2. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 3. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
Fig. 13
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .
Fig. 14
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenla-
de verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade .
Fig. 15
14.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade
Om de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- 1. De bewaarlade verwijderen.
Pagina 114
- 2. De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 114
- 3. Het plateau boven de groentelade verwijderen. Pagina 113
Legplateau boven de fruit- en groentelade inbouwen
- 1. Let erop dat de spoiler op het legplateau boven de groente- en fruitlade juist is gepositioneerd.
Fig. 16
- 2. Het legplateau boven de groente- en fruitlade plaatsen.
15 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Pagina 115
Storingen verhelpen nl
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaansluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 2. Wacht 2 minuten. 3. Sluit het apparaat opnieuw aan. Pagina 14 4. Houd super (koelvak) ingedrukt, tot 4 akoestische signalen hebben geklonken. 5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 115)
- Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
- Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
Pagina 116
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Home Connect functioneert niet correct. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Ga naar www.home-connect.com. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (koelvak) en "alarm" knipperen. | Deur van het koelvak is open. ▸ Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op alarm. Schakel het alarm uit. |
| Vriesvakdeur is open. ▸ Sluit de vriesvakdeur. | |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 111 | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 105 |
Pagina 117
Opslaan en afvoeren nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 104 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 113 |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 15.1 Stroomuitval | De kwaliteit van de levensmiddelen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 117)
Tijdens een stroomuitval stijgt de onmiddellijk na de stroomuitval temperatuur in het apparaat, hierdoor controleren.
verkort de bewaartijd en de kwaliteit – Diepvriesproducten die ontdooid van de diepvriesproducten vermin- en warmer dan 5 °C zijn, weg-dert. gooien.
Op onze website van uw apparaat – Licht ontdooide diepvriesproduc-vindt in de technische gegevens de ten koken of bakken en ofwel bewaartijd van de diepvriesproducten verbruiken of opnieuw invriezen. in geval van een storing.
Opmerkingen 16 Opslaan en afvoeren
Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en 16.1 Apparaat buiten gebruik geen andere levensmiddelen inrui- stellen men.
- 1. Het apparaat uitschakelen. Pagina 105
117
Pagina 118
nl Servicedienst
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen.
Pagina 113
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
16.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
118
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
17 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur
Pagina 119
Technische gegevens nl
van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
17.1 Productnummer (E-Nr.), productienummer (FD) en volgnummer (Z-Nr.)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en het volgnummer (Z-Nr.) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 102
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
18 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 102
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Dit product bevat een tweede lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Dit product bevat een derde lichtbron van energieklasse G. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen. Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
18.1 Informatie over vrije software en opensourcesoftware
Dit product bevat softwarecomponenten die door de houders van de intellectuele eigendom als vrije software of opensource-software zijn gelicenti-eerd.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
119
Pagina 120
nl Conformiteitsverklaring
De informatie over de betreffende licentie is in het huishoudapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licentie-informatie via de Home Connect app raadplegen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'. ¹ U kunt de licentie-informatie ook downloaden via de merkproductwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documentatie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie ook aanvragen via ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.
De betreffende broncode wordt u op verzoek ter beschikking gesteld. Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.
Onderwerp: „OSSREQUEST“ De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedurende de periode waarin wij support en reserveonderdelen voor het betreffende apparaat bieden.
19 Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4-GHz-band (2400–2483,5 MHz): max. 100 mW 5-GHz-band (5150–5350 MHz + 5470–5725 MHz): max. 150 mW
| BE | BG | CZ | DK | DE | EE | IE | el | ES |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| FR | HR | IT | CY | LI | LV | LT | LU | HU |
| MT | NL | AT | PL | PT | RO | SI | SK | FI |
| SE | NO | CH | TR | IS | UK (NI) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 120)
| 5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis. | ||
| AL GA MD ME MK RS | UK | UA |
| 5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 120)
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
120