naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG36NYL3E, tekst van de handleiding

Pagina's 63–80 van 105 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← begin van de handleiding

Pagina's 1–62: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 63

nlInhoud

Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen

Voordat u het apparaat in gebruik neemt

Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.

De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.

Technische veiligheid

Brandgevaar

Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.

Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.

nl

Bij beschadiging

Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.

In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.

Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.

Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.

Pagina 64

nl

Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.

Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.

Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.

Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.

Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.

Brandgevaar

Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.

Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.

Bij het gebruik

Explosiegevaar!

De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!

Explosiegevaar!

U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.

Explosiegevaar!

Pagina 65

Kans op vrieswonden!

nl

Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.

Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.

Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.

Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.

Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.

Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.

Kans op vrieswonden!

Pagina 66

nl

Kinderen in het huishouden

Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!

Algemene bepalingen

Het apparaat is geschikt

Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.

Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.

Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.

Aanwijzingen over de afvoer

Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.

Afvoeren van uw oude apparaat

Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

Pagina 67

nl

m Waarschuwing

Bij afgedankte apparaten

Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.

Omvang van de levering

Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.

De levering bestaat uit de volgende onderdelen:

De juiste plaats

Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:

De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.

Afstand tot de wand

Afb.

Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.

Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting

Omgevingstemperatuur

Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.

Pagina 68

nl

De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. .

KlimaatklasseToelaatbare omgevingstemperatuur
SN+10 °C tot 32 °C
N+16 °C tot 32 °C
ST+16 °C tot 38 °C
T+16 °C tot 43 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 68)

Aanwijzing

Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.

Beluchting

Afb.

De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!

Apparaat aansluiten

Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.

Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).

68 Elektrische aansluiting

Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.

m Waarschuwing

Gevaar voor een elektrische schok!

Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.

Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.

Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. .

m Waarschuwing

Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.

Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.

Pagina 69

nl

Kennismaking met het apparaat

De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.

De uitrusting van de modellen kan variëren.

Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.

Afb.

* Niet bij alle modellen.

AKoelruimte
BDiepvriesruimte
1–4Bedieningselementen
5Voorraadvak voor kleine flesjes
6Vak voor grote flessen
7Verlichting
8Temperatuurregelaar
9Groentelade
10*Vriestableau
11Diepvrieslade (klein)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)

Bedieningselementen

Afb.

Met deze toets wordt de gewenste temperatuur ingesteld.

Brandt alleen als het supervriessysteem is ingeschakeld.

Diepvriesruimte

De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.

Wordt geaccentueerd wanneer de eco-modus ingeschakeld is.

Apparaat inschakelen

Afb.

Zodra de diepvriesruimte de ingestelde temperatuur heeft bereikt, gaat temperatuurindicatie 3 branden.

De fabriek adviseert de volgende instellingen:

Bewaar gevoelige levensmiddelen in de koelruimte.

Pagina 70

nl

Aanwijzingen bij het gebruik

Instellen van de temperatuur

Koelruimte

Temperatuurregelaar, afb. /8, op de gewenste instelling draaien.

Wij adviseren de instelling op de markering.

Door de instelling met de klok mee te veranderen, wordt de temperatuur in de koelruimte lager.

Bij een kamertemperatuur onder 16 °C het apparaat iets warmer instellen. Bij een kamertemperatuur boven 32 °C het apparaat iets kouder instellen.

Een zeer koude instelling alleen kortstondig selecteren als:

Diepvriesruimte

De temperatuur is instelbaar van -18 °C tot -24 °C.

Temperatuur-insteltoets 1 net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de diepvriesruimte is ingesteld.

De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt op de temperatuurindicatie 3 aangegeven.

eco

Met de functie “eco” schakelt u het apparaat op energiebesparend gebruik om.

Het apparaat wordt automatisch op de volgende temperaturen ingesteld:

Eco inschakelen

De temperatuurinsteltoets 1 meermaals indrukken tot de indicatie “eco” geaccentueerd is.

Alarmfuncties

Afb.

Deuralarm

Het deuralarm (aanhoudend geluidssignaal) wordt ingeschakeld wanneer de deur van het apparaat langer dan een minuut openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal weer uitgeschakeld.

Pagina 71

nl

Temperatuuralarm

Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.

De temperatuurindicatie, afb. /3, knippert.

Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:

Aanwijzing

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.

Alarm uitschakelen

Afb.

Temperatuurinsteltoets 1 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.

Netto-inhoud

De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb.

Vriesvermogen volledig benutten

Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen de houders worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op het legplateau en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.

Aanwijzing

Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.

Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.

Onderdelen eruit halen

Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb.

De koelruimte

De koelruimte is een ideale plaats voor het bewaren van vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, toebereide etenswaren en brood/banket.

In acht nemen bij het bewaren

Pagina 72

nl

Aanwijzing

Ontluchtingsopeningen niet blokkeren met levensmiddelen, om te voorkomen dat de luchtcirculatie wordt gehinderd. Levensmiddelen die direct voor de luchtopeningen worden opgeslagen, kunnen door de uitstromende koude lucht bevriezen.

Let op de koudezones in de koelruimte

Door de luchtcirculatie in de koelruimte ontstaan verschillende koudezones:

Aanwijzing

Bewaar in de koudste zone gevoelige levensmiddelen (bijv. vis, worst, vlees).

Aanwijzing

Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.

Groentelade

Afb. /9

Bij hoge luchtvochtigheid blijft bladgroente langer vers. Groente en fruit bij een iets lagere temperatuur bewaren.

De luchtvochtigheid in de groentelade is afhankelijk van de hoeveelheid opgeslagen levensmiddelen.

Aanwijzing

Een te hoge luchtvochtigheid kan tot de vorming van waterdruppels en hierdoor tot verrotting leiden.

Diepvriesruimte

De diepvriesruimte gebruiken

Aanwijzing

Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:

energieverspilling door te hoog stroomverbruik!

Invriescapaciteit

Gegevens over de invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje. Afb.

Voorwaarden voor invriesvermogen

Pagina 73

nl

Invriezen en opslaan

Inkopen van diepvriesproducten

Attentie bij het inruimen

Aanwijzing

De vers in te vriezen levensmiddelen mogen niet met de al ingevroren levensmiddelen in aanraking komen. Tot in de kern bevroren levensmiddelen eventueel in een andere diepvrieslade leggen.

Diepvrieswaren opslaan

De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.

Verse levensmiddelen invriezen

Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.

Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.

Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.

Aanwijzing

Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.

Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.

Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Pagina 74

nl

Diepvrieswaren verpakken

De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.

Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.

Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.

Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.

Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.

Houdbaarheid van de diepvrieswaren

De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.

Op een temperatuur van -18 °C:

tot 6 maanden.

tot 8 maanden.

tot 12 maanden.

Supervriezen

De levensmidelen zo snel mogelijk door en door invriezen zodat vitamine, voedingswaarden, uiterlijk en smaak behouden blijven.

Schakel enkele uren voordat u de verse levensmiddelen inlaadt het supervriezen in, om ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.

Doorgaans is 4–6 uur van tevoren voldoende.

Na het inschakelen werkt het apparaat permanent, in de diepvriesruimte wordt een zeer lage temperatuur bereikt.

Als u het max. vriesvermogen wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het inladen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.

Kleinere hoeveelheden levensmiddelen (max. 2 kg) kunnen zonder gebruik van het supervriessysteem worden ingevroren.

Aanwijzing

Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

In- en uitschakelen

Afb.

De temperatuurinsteltoets 1 meermaals indrukken, tot de indicatie super 2 brandt.

Het supervriessysteem wordt na 2½ dagen automatisch uitgeschakeld.

Pagina 75

nl

Ontdooien van diepvrieswaren

Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:

m Attentie

Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.

De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.

Uitvoering

U kunt de legplateaus en de deurvakken naar wens verplaatsen:

Speciale uitvoering

(niet bij alle modellen)

Boter en kaasvak

Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.

Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen.

Koude-accu

De koude-accu kan voor het tijdelijk koelhouden van levensmiddelen (bijv. in een koeltas) eruit genomen worden.

De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.

IJsbakje

Afb.

Ontbijtset

Afb.

De bakjes van de ontbijtset kunnen afzonderlijk eruit genomen en gevuld worden.

Pagina 76

nl

Sticker "OK"

(niet bij alle modellen)

Met de sticker "OK" kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temepratuurbereiken +4 °C of kouder bereikt zijn. Als de sticker niet "OK" aangeeft, moet de temperatuur stapsgewijs worden verlaagd.

Aanwijzing

Na ingebruikneming van het apparaat kan het 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen

Uitschakelen van het apparaat

Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.

uitschakelen.

Koelmachine wordt uitgeschakeld.

Apparaat buiten werking stellen

Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:

Schoonmaken van het apparaat

m Attentie

Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.

Ze kunnen vervormen!

Het reinigingswater mag niet in de volgende gedeelten komen:

Ga als volgt te werk:

De koude-accu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.

Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH-neutraal afwasmiddel.

Pagina 77

nl

Uitvoering

Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.

Legplateaus uit de deur nemen

Afb.

Legplateaus optillen en verwijderen.

Glasplateaus eruit halen

De glasplateaus naar voren trekken en verwijderen.

Reservoir verwijderen

Afb.

Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Diepvrieslade verwijderen

Afb.

Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.

Verlichting (LED)

Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.

Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.

Energie besparen

Gebruik eventueel een isolatieplaat.

Bedrijfsgeluiden

Heel normale geluiden

Aanwijzing

Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.

Brommen

De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).

Borrelen, zoemen of gorgelen

Koelmiddel stroomt door de buizen.

Klikgeluiden

Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.

Pagina 78

nl

Knakkende geluiden

Het automatische ontdooisysteem treedt in werking.

Voorkomen van geluiden

Het apparaat staat niet waterpas

Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.

Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat

Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.

Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen

Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.

Flessen of serviesgoed raken elkaar

De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.

Kleine storingen zelf verhelpen

Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:

Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen.

Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!

StoringEventuele oorzaakOplossing
De temperatuur wijkt erg af van de instelling.In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen.
Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is.
Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren.
De temperatuur in de diepvriesruimte is te warm.De deur van het apparaat werd te vaak geopend.Deur van het apparaat niet onnodig openen.
De be en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekkingen verwijderen.
Invriezen van grotere hoeveelheden verse levensmiddelen.Max. invriescapacitiet niet overschrijden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)

Pagina 79

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
Het alarmsignaal is te horen. De temperatuurindicatie knippert. Afb. /3Storing - in de diepvriesruimte is het te warm!
Gevaar voor de diepvrieswaren.
Druk op de temperatuurinsteltoets, afb. /1, om het alarmsignaal uit te schakelen.
De deur is geopend.Deur sluiten.
De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt.Afdekking verwijderen.
Er zijn teveel levensmiddelen tegelijk in het diepvriesvak gelegd.Max. invriescapaciteit niet overschrijden.
Nadat de storing is verholpen, stopt de temperatuurindicatie met knipperen.
De zijwanden van het apparaat zijn warm.In de zijwanden lopen buizen die tijdens het koelproces warm worden.Dat is normaal voor het apparaat, en geen storing.
Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door deze warmte.
De verlichting functioneert niet.De LED verlichting is kapot.Zie hoofdstuk „Verlichting (LED)”.
De deur stond te lang open. De verlichting wordt na ca. 10 minuten uitgeschakeld.Na het sluiten en openen van de deur brandt de verlichting weer.
Gedimde verlichting van de bedieningselementen.Wanneer het apparaat een tijdje niet wordt bediend, wordt de indicatie van het bedieningspaneel op de energiespaarmodus gezet.Zodra het apparaat weer in gebruik is, bijv. bij het openen van de deur, schakelt de indicatie weer op de normale verlichting om.
Geen enkele indicatie brandt.Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact.Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen.
Het apparaat koelt niet, de temperatuurindicatie en de verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.Temperatuur-insteltoets afb. /1 gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is.
Na een tijdje controleren of het apparaat koelt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)

Pagina 80

nl

StoringEventuele oorzaakOplossing
De deur van de diepvriesruimte stond te lang open; de temperatuur wordt niet meer bereikt.Er zit zo veel ijs op de verdamper dat het NoFrost-systeem niet meer volautomatisch ontdooit.Om de verdamper te ontdooien: de laden met diepvrieswaren eruit halen en goed geïsoleerd op een koele plaats bewaren.
Apparaat uitschakelen en van de wand wegschuiven. Deur van het apparat open laten.
Na ca. 20 minuten begint het dooiwater in de dooiwateropvanschaal aan de achterwand van het apparaat te lopen.
Om te voorkomen dat de dooiwateropvangschaal overloopt:
het dooiwater met een spons opnemen. Als er geen dooiwater meer in de opvangschaal loopt, is de verdamper ontdooid. Binnenkant van de diepvriesruimte schoonmaken. Het apparaat weer in werking stellen.
Op het oppervlak en de oplegplaten van het apparaat wordt condenswater gevormd.Warme en vochtige omgevingstemperaturen versterken het effect.Wis het water met een zachte, droge doek weg.
■ Open het apparaat zo kort mogelijk
■ Let erop dat het apparaat altijd goed gesloten is.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)

Servicedienst

Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.), het serienummer (FD-Nr.) en het volgnummer (Z-Nr.) van het apparaat door.

U vindt deze gegevens op het typeplaatje.Afb.

Zo helpt u onnodige ritten te voorkomen en bespaart u zich de daaraan verbonden extra kosten.

Verzoek om reparatie en advies bij storingen

De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met

Servicedienstadressen.

← begin van de handleidingInhoud