Siemens KG39E2I4A, tekst van de handleiding
Pagina's 95–101 van 106 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 95
nl
Buiten werking stellen van het apparaat
Als u het apparaat langere tijd niet gebruikt:
- 1. Uitschakelen van het apparaat.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.
uitschakelen.
- 3. Schoonmaken van het apparaat.
- 4. Deur van het apparat open laten.
Ontdooien
Koelruimte
Het apparaat wordt automatisch ontdooid.
Het dooiwater loopt via de dooiwatergootjes en het afvoergaatje naar het verdampingsgedeelte van het apparaat.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte wordt niet automatisch ontdooid omdat de diepvrieswaren niet mogen ontdooien. Een laagje rijp in de diepvriesruimte vermindert de koudeafgifte aan de diepvrieswaren waardoor het stroomverbruik wordt verhoogd. Verwijder regelmatig de laag rijp of ijs.
m Attentie
Een laag rijp of ijs niet met een mes of een scherp voorwerp afschrapen. U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen. Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
U gaat als volgt te werk:
Aanwijzing
Ca. 4 uur vóór het ontdooien het supervriessysteem inschakelen zodat de levensmiddelen een zeer lage temperatuur bereiken en hierdoor langer bij omgevingstemperatuur bewaard kunnen worden.
- 1. Het apparaat uitschakelen om te ontdooien.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken of de zekering losdraaien resp.
uitschakelen.
- 3. Diepvriesladen met de levensmiddelen op een koele plaats bewaren. Koude-accu (indien aanwezig) op de levenmiddelen leggen.
- 4. Dooiwaterafvoer openen. Afb.
- 5. Het legplateau voor grote flessen kan worden gebruikt om het dooiwater op te vangen. Hiertoe het plateau voor grote flessen verwijderen (zie het hoofdstuk Apparaat reinigen) en onder de open dooiwaterafvoer zetten.
- 6. Om het ontdooiproces te versnellen twee pannen met heet water op een onderzetter in het apparaat zetten.
Pagina 96
nl
- 7. Na het ontdooien het opgevangen dooiwater weggieten. Het resterende dooiwater op de bodem van de diepvriesruimte met een spons afwissen.
- 8. Dooiwaterafvoer sluiten.
- 9. Plateau voor grote flessen weer in de deur plaatsen.
- 10. Na het ontdooien het apparaat weer aansluiten en inschakelen.
Schoonmaken van het apparaat
m Attentie
- Gebruik geen schoonmaak of oplosmiddelen die zand, chloride of zuren bevatten.
- Geen schurende of krassende sponsjes gebruiken.
Op de metalen oppervlakken kan corrosie ontstaan.
- De legplateaus en voorraadvakken mogen niet in de afwasmachine gereinigd worden.
Ze kunnen vervormen!
Ga als volgt te werk:
- 1. Vóór het schoonmaken het apparaat uitschakelen.
- 2. De stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen.
- 3. Diepvrieswaren verwijderen en bewaren op een koele plaats. Koudeaccu (indien aanwezig) op de levensmiddelen leggen.
- 4. Wachten tot de rijplaag is ontdooid.
- 5. Het apparaat schoonmaken met een zachte doek en lauw water met een scheutje pH neutraal schoonmaakmiddel. Het sop mag niet in de verlichting terechtkomen.
- 6. Deurafdichting alleen met schoon water schoonmaken en grondig droogwrijven.
- 7. Na het schoonmaken apparaat weer aansluiten en inschakelen.
- 8. Diepvrieswaren opnieuw in het diepvriesvak leggen.
Uitvoering
Voor het reinigen kunnen alle variabele onderdelen van het apparaat worden verwijderd.
Legplateaus uit de deur nemen
Afb.
Legplateaus optillen en verwijderen.
Glasplateaus eruit halen
Afb.
De glasplateaus optillen, naar voren trekken, laten zakken en zijdelings eruit zwenken.
Schuiflade verwijderen
Schuiflade iets optillen en eruit halen.
Dooiwater-afvoerklep
Voor het reinigen van de dooiwaterafvoergoot moet het glasplateau boven de groentelade, afb. /14, worden losgemaakt van de dooiwater-afvoerklep:
- 1. Glazen legplateau verwijderen.
- 2. Dooiwater-afvoerklep optillen en verwijderen. Afb.
Aanwijzing
De dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig reinigen met wattenstaafjes o.i.d., zodat het dooiwater goed kan weglopen.
Pagina 97
nl
Groentelade
Afb.
De afschermplaat van de groentelade kan ter reiniging worden verwijderd.
De knoppen aan de zijkant na elkaar indrukken en daarbij de afschermplaat van de groentelade nemen.
Reservoir verwijderen
Afb.
Reservoir tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen.
Luchtjes
Als u onaangename luchtjes ruikt:
- 1. Apparaat uitschakelen met de Aan/ Uit-knop. Afb. /1
- 2. Alle levensmiddelen uit het apparaat halen.
- 3. Binnenruimte reinigen (zie hoofdstuk Schoonmaken van het apparaat).
- 4. Alle verpakkingen schoonmaken.
- 5. Sterk ruikende levensmiddelen luchtdicht verpakken om luchtjes te voorkomen.
- 6. Apparaat weer inschakelen.
- 7. Levensmiddelen inruimen.
- 8. Na 24 uur controleren of er opnieuw luchtjes zijn ontstaan.
Verlichting (LED)
Het apparaat is voorzien van een onderhoudsvrije LED verlichting.
Reparaties aan deze verlichting mogen alleen door de Servicedienst of een erkend vakman worden uitgevoerd.
Energie besparen
- Het apparaat in een droge, goed te ventileren ruimte plaatsen! Het apparaat niet direct in de zon of in de buurt van een warmtebron plaatsen zoals een verwarmingsradiator of een fornuis.
Gebruik eventueel een isolatieplaat.
- Warme gerechten en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
- Diepvrieswaren in de koelruimte leggen om ze te ontdooien en de kou van de diepvrieswaren gebruiken om andere levensmiddelen te koelen.
- Een laag rijp of ijs in de diepvriesruimte regelmatig laten ontdooien.
Een laag rijp of ijs vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
- Deuren van het apparaat zo kort mogelijk openen.
- Om een verhoogd stroomverbruik te vermijden, moet de achterkant van het apparaat af en toe worden gereinigd.
- Indien aanwezig:
Wandafstandhouder monteren om de geplande energieopname van het apparaat te bereiken (zie montagehandleiding). Een kleinere afstand tot de muur heeft geen nadelige invloed op de werking van het apparaat. Het energieverbruik kan dan iets hoger worden. De afstand van 75 mm mag niet worden overschreden.
- De ordening van de uitrustingsdelen heeft geen invloed op de energieopname van het apparaat.
Pagina 98
nl
Bedrijfsgeluiden
Heel normale geluiden
Aanwijzing
Als het supervriezen is ingeschakeld, kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Brommen
De motoren lopen (bijv. koelaggregaten, ventilator).
Borrelen, zoemen of gorgelen
Koelmiddel stroomt door de buizen.
Klikgeluiden
Motor, schakelaar of magneetventielen schakelen in/uit.
Voorkomen van geluiden
Het apparaat staat niet waterpas
Het apparaat met behulp van een waterpas stellen. Gebruik hiervoor de schroefvoetjes of leg iets onder het apparaat.
Het apparaat staat tegen een ander meubel of apparaat
Het apparaat van het meubel of apparaat ernaast wegschuiven.
Reservoirs of draagplateaus wiebelen of klemmen
Controleer de delen die eruit gehaald kunnen worden en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of serviesgoed raken elkaar
De flessen of het serviesgoed los van elkaar zetten.
Pagina 99
nl
Kleine storingen zelf verhelpen
Voordat u de hulp van de Servicedienst inroept:
Controleer eerst of u aan de hand van de volgende punten de storing kunt verhelpen. Als u om een monteur vraagt, en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen!
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De temperatuur wijkt erg af van de instelling. | In sommige gevallen is het voldoende om het apparaat gedurende 5 minuten uit te schakelen. Als de temperatuur te warm is: na enkele uren controleren of de temperatuur de temperatuurinstelling genaderd is. Als de temperatuur te koud is: de volgende dag de temperatuur nogmaals controleren. | |
| Geen enkele indicatie brandt. | Stroomuitval; de zekering is uitgeschakeld; de stekker zit niet goed in het stopcontact. | Stekker in het stopcontact steken. Controleer of er stroom is. Controleer de zekeringen. |
| Temperatuurindicatie geeft „E..“ aan. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. | Inschakelen van de Servicedienst. |
| Alarmsignaal klinkt, de toets „alarm” brandt. Afb. /5 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Om het alarmsignaal uit te schakelen de toets „alarm” 5 indrukken. | |
| Het apparaat is geopend. | Het apparaat sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | De be- en ontluchting moet gewaarborgd zijn. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapaciteit niet overschrijden. | |
| Nadat de storing is verholpen, gaat de toets „alarm” 5 na enige tijd uit. |
Pagina 100
nl
| Storing | Eventuele oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. /4. Het alarmsignaal is te horen. De alarmtoets brandt. Afb. /5 In de diepvriesruimte is het te warm! Gevaar voor de diepvrieswaren! | Om het alarmsignaal uit te schakelen de alarmtoets, afb /5, indrukken. | |
| De deur is geopend. | Deur sluiten. | |
| De be- en ontluchtingsopeningen zijn afgedekt. | Afdekking verwijderen. | |
| Er werden te veel levensmiddelen in één keer ingeladen om in te vriezen. | Max. invriescapacitiet niet overschrijden. | |
| Als de storing is verholpen gaat het alarmindicatie na een tijdje uit. | ||
| Temperatuurindicatie diepvriesruimte knippert, afb. /4. | Door een storing is het in de diepvriesruimte te warm geweest. | Na het indrukken van de alarmtoets 5 wordt het knipperen van de temperatuurindicatie uitgeschakeld. Afb. /4 De temperatuurindicatie geeft gedurende 5 seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst. |
| Het apparaat koelt niet, de temperatuur-indicatie en de verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. | Alarmtoets, afb /5, gedurende 10 seconden ingedrukt houden tot een bevestigingssignaal te horen is. Na een tijdje controleren of het apparaat koelt. |
| Automatisch supervriezen schakelt niet in. | Het apparaat beslist zelfstandig of het automatische supervriezen nodig is en schakelt deze functie automatisch in of uit. |
Pagina 101
nl
Zelftest apparaat
Het apparaat beschikt over een automatisch zelftestprogramma dat de oorzaken van storingen aangeeft die alleen door de Servicedienst verholpen kunnen worden.
Zelftest starten
- 1. Apparaat uitschakelen en 5 minuten wachten.
- 2. Apparaat inschakelen en binnen de eerste 10 seconden de super-toets, afb. /2, gedurende 3-5 seconden ingedrukt houden, tot er een geluidssignaal klinkt.
Het zelftestprogramma start.
Terwijl de zelftest wordt uitgevoerd, klinkt er een lang geluidssignaal.
Wanneer de zelftest is afgelopen en er tweemaal een geluidssignaal klinkt, is uw apparaat in orde.
Als de super-toets 10 seconden knippert en er 5 geluidssignalen klinken, is er sprake van een fout. Neem contact op met de klantenservice.
Zelftest apparaat beëindigen
Na afloop van het programma schakelt het apparaat weer over op het normale gebruik.
Klantenservice
Adres en telefoonnummer van de Servicedienst in uw omgeving kunt u vinden in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de servicedienst het productnummer (E-Nr.) en het serienummer (FD-Nr.) van het apparaat op.
U vindt deze gegevens op het typeplaatje. Afb. 4
Door vermelding van het fabricaat- en productnummer kunt u onnodige voorrijdkosten vermijden. Zo bespaart u zich de daarmee verbonden meerkosten.
Verzoek om reparatie en advies bij storingen
De contactgegevens in alle landen vindt u in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen.