Siemens KG39EEICP, tekst van de handleiding
Pagina's 3–92 van 106 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← begin van de handleidingverder op pagina 93 →
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
it Indice
Avvertenze di sicurezza e potenziale pericolo .................................................. 54
Avvertenze per lo smaltimento .......... 57
Dotazione ............................................... 58
Luogo d’installazione ........................... 59
Osservare la temperatura ambiente e la ventilazione del locale ................. 60
Collegare l’apparecchio ..................... 60
Conoscere l’apparecchio ................... 61
Accendere l’apparecchio ................... 62
Regolare la temperatura ..................... 62
Modo Vacanza ...................................... 63
Funzioni di allarme ............................... 63
Capacità utile totale ............................. 64
Il frigorifero ............................................ 64
Super-raffreddamento ......................... 65
Congelatore .......................................... 65
Capacità di congelamento ................. 65
Congelare e conservare ..................... 66
nl Inhoud
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen ............................. 79
Aanwijzingen over de afvoer .............. 82
Omvang van de levering .................... 83
De juiste plaats ..................................... 83
Let op de omgevingstemperatuur en de beluchting .................................. 84
Apparaat aansluiten ............................ 84
Kennismaking met het apparaat ....... 85
Inschakelen van het apparaat ........... 86
Instellen van de temperatuur ............. 87
Vakantie-modus .................................... 87
Alarmfuncties ........................................ 87
Netto-inhoud .......................................... 88
De koelruimte ....................................... 88
Superkoelen .......................................... 89
Diepvriesruimte ..................................... 89
Invriescapaciteit .................................... 89
Invriezen en opslaan ........................... 90
Congelamento di alimenti freschi ..... 66
Super-congelamento ........................... 67
Decongelare surgelati ......................... 68
Dotazione .............................................. 68
Adesivo «OK» ....................................... 70
Spegnere e mettere fuori servizio l'apparecchio ........................................ 71
Scongelamento .................................... 71
Pulizia dell’apparecchio ...................... 72
Odori ...................................................... 73
Illuminazione (LED) .............................. 73
Risparmiare energia ............................ 74
Rumori di funzionamento ................... 74
Eliminare piccoli guasti ....................... 75
Autotest dell’apparecchio .................. 77
Servizio di assistenza clienti, codice prodotto/codice di produzione e dati tecnici ............................................. 77
Verse levensmiddelen invriezen ....... 90
Supervriezen ......................................... 91
Ontdooien van diepvrieswaren ......... 92
Uitvoering .............................................. 92
Sticker "OK" .......................................... 94
Apparaat uitschakelen en buiten werking stellen ..................................... 94
Ontdooien .............................................. 95
Schoonmaken van het apparaat ...... 96
Luchtjes ................................................. 97
Verlichting (LED) .................................. 97
Energie besparen ................................ 97
Bedrijfsgeluiden ................................... 98
Kleine storingen zelf verhelpen ......... 98
Zelftest apparaat ............................... 100
Servicedienst, product-/ fabricagenummer en technische gegevens ............................................ 100
Pagina's 4–78: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 79
nlInhoud
Veiligheidsbepalingen en waarschuwingen
Voordat u het apparaat in gebruik neemt
Lees de gebruiksaanwijzing en het installatievoorschrift nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over plaatsing, gebruik en onderhoud van het apparaat.
De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid als de aanwijzingen en waarschuwingen in de gebruiksaanwijzing niet in acht worden genomen. Bewaar de gebruiksaanwijzing en het montagevoorschrift voor later gebruik of voor een eventuele latere bezitter.
Technische veiligheid
Brandgevaar
Door de leidingen van het koelcircuit stroomt een kleine hoeveelheid milieuvriendelijk, maar brandbaar koelmiddel (R600a). Dit is niet schadelijk voor de ozonlaag en verhoogt het broeikaseffect niet.
Vrijkomend koelmiddel kan echter oogletsel veroorzaken of vlam vatten.
nl
Bij beschadiging
- Open vuur of andere ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat houden;
- Ruimte gedurende een paar minuten goed luchten;
- Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken;
- Contact opnemen met de Servicedienst.
Hoe meer koelmiddel het apparaat bevat, des te groter moet de ruimte zijn waarin het apparaat wordt opgesteld.
In een te kleine ruimte kan bij een lek een ontvlambaar mengsel van gas en lucht ontstaan.
Per 8 g koelmiddel moet het vertrek minstens 1 m³ groot zijn. De hoeveelheid koelmiddel in uw apparaat vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat.
Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het aansluitsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Pagina 80
nl
Als de aansluitkabel van het apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
Onvakkundige installatie en reparaties kunnen groot gevaar opleveren voor de gebruiker van het apparaat.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door de fabrikant, de klantenservice of een andere gekwalificeerde persoon.
Er mogen alleen originele onderdelen van de fabrikant gebruikt worden. Alleen bij deze onderdelen garandeert de fabrikant dat ze aan de veiligheidseisen voldoen.
Gebruik geen meervoudige stopcontacten, verlengsnoeren of adapters.
Brandgevaar
Draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
Plaats geen draagbare meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen achter het apparaat.
Bij het gebruik
- Nooit elektrische apparaten in het apparaat gebruiken (bijv. verwarmingsapparaten, elektrische ijsbereiders etc.).
Explosiegevaar!
- Ontdooi of reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger!
De hete stoom kan in de elektrische onderdelen terechtkomen en kortsluiting veroorzaken. Gevaar voor elektrische schokken!
- Afgezien van de aanbevelingen van de fabrikant geen aanvullende maatregelen nemen om het ontdooien te versnellen.
Explosiegevaar!
- Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen om een laag ijs of rijp te verwijderen.
U kunt hierdoor de koelleidingen beschadigen.Koelmiddel dat naar buiten spuit kan vlam vatten of tot oogletsel leiden.
- Geen producten met brandbare drijfgassen (bijv. spuitbussen) en geen explosieve stoffen in het apparaat opslaan.
Explosiegevaar!
Pagina 81
- Plint, uittrekbare manden of laden, deuren etc. niet als opstapje gebruiken of om op te leunen.
- Om te ontdooien of schoon te maken: stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Altijd aan de stekker trekken, nooit aan de aansluitkabel.
- Dranken met een hoog alcoholpercentage altijd goed afgesloten en staand bewaren.
- Geen olie of vet gebruiken op kunststof onderdelen en deurafdichtingen. Deze kunnen hierdoor poreus worden.
- De be- en ontluchtingsopeningen van het apparaat nooit afdekken of dichtmaken.
- Flessen en blikjes met vloeistoffen – vooral koolzuurhoudende dranken – niet in de diepvriesruimte opslaan.Dergelijke flessen en blikjes kunnen barsten!
- Diepvrieswaren nadat u deze uit de diepvriesruimte hebt gehaald, nooit onmiddellijk in de mond nemen.
Kans op vrieswonden!
nl
- Vermijden van risico's voor kinderen en kwetsbare personen:
Kwetsbaar zijn kinderen/ personen met lichamelijke, geestelijke of zintuigelijke beperkingen, evenals personen die onvoldoende kennis hebben over de veilige bediening van het apparaat.
Zorg ervoor dat kinderen en kwetsbare personen begrijpen wat de gevaren zijn.
Een voor de veiligheid verantwoordelijke persoon moet toezicht houden op kinderen en kwetsbare personen bij het apparaat of hen instrueren.
Alleen kinderen vanaf 8 jaar het apparaat laten gebruiken.
Bij reiniging en onderhoud toezicht houden op kinderen.
Laat kinderen nooit met het apparaat spelen.
- Vermijd langdurig contact van uw handen met de diepvrieswaren, ijs of de verdamperbuizen enz.
Kans op vrieswonden!
Pagina 82
nl
Kinderen in het huishouden
- Verpakkingsmateriaal en onderdelen ervan zijn geen speelgoed voor kinderen.
Verstikkingsgevaar door opvouwbare kartonnen dozen en folie!
- Het apparaat is geen speelgoed voor kinderen!
- Bij een apparaat met deurslot: sleutel buiten het bereik van kinderen bewaren!
Algemene bepalingen
Het apparaat is geschikt
- voor het koelen en invriezen van levensmiddelen,
- voor het bereiden van ijs. Dit apparaat is bestemd voor privégebruik in het huishouden en de huiselijke omgeving.
Het koelcircuit is op dichtheid gecontroleerd.
Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsbepalingen voor elektrische apparatuur en het is radio-ontstoord.
Dit apparaat is bestemd voor gebruik tot op hoogten van maximaal 2.000 meter boven zeeniveau.
Aanwijzingen over de afvoer
Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat
De verpakking beschermt uw apparaat tegen transportschade. De gebruikte materialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen opnieuw worden gebruikt. Help daarom mee en zorg dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd.
U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren voor een milieuvriendelijke verwerking.
Afvoeren van uw oude apparaat
Oude apparaten zijn geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen worden teruggewonnen.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
Pagina 83
nl
m Waarschuwing
Bij afgedankte apparaten
- 1. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 2. Aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.
- 3. Legplateaus en voorraadvakken niet eruit halen om het kinderen moeilijk te maken erin te klimmen!
- 4. Laat kinderen niet met het afgedankte apparaat spelen. Verstikkingsgevaar!
Koelapparaten bevatten koelmiddel en in de isolatie gas. Die zorgvuldig moeten worden afgevoerd. Met het oog op een doelmatige en milieuvriendelijke afvoer mogen de leidingen van het koelcircuit tot het moment van transport niet beschadigd worden.
Omvang van de levering
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op eventuele transportschade.
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice.
De levering bestaat uit de volgende onderdelen:
- Vrijstaand apparaat
- Uitrusting (modelafhankelijk)
- Zakje met montagemateriaal
- Gebruiksaanwijzing
- Montagevoorschrift
- Klantenserviceboekje
- Garantiebijlage
- Informatie over energieverbruik en geluiden
De juiste plaats
Elke droge, goed te ventileren ruimte is geschikt. Het apparaat niet in de zon of naast een fornuis, verwarmingsradiator of een andere warmte bron plaatsen. Is plaatsing naast een warmtebron niet te vermijden, maak dan gebruik van een isolerende plaat of neem de volgende minimumafstanden tot de warmtebron in acht:
- Naast elektrische- of gasfornuizen 3 cm.
- Naast een CV-installatie 30 cm.
De vloer op de plaats van opstelling mag niet meegeven, vloer eventueel verstevigen. Eventuele oneffenheden in de vloer opheffen door er iets onder te leggen.
Afstand tot de wand
Afb.
Het apparaat heeft geen wandafstand aan de zijkant nodig. De laden en legplateaus kunnen desondanks volledig worden uitgeschoven.
Deuraanslag wisselen
(indien nodig)
Indien nodig: Wij raden u aan de deurophanging door de Servicedienst te laten verwisselen. De kosten voor het verwisselen van de deuraanslag kunt u opvragen bij de Servicedienst in uw regio.
Pagina 84
nl
m Waarschuwing
Tijdens het verwisselen van de deurophanging mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten. Eerst de stekker uit het stopcontact trekken. Leg voldoende zacht materiaal op de grond, om te voorkomen dat de achterkant van het apparaat beschadigd raakt. Het apparaat voorzichtig op zijn rug leggen.
Aanwijzing
Wanneer het apparaat op de rug wordt gelegd, mag de wandafstandhouder niet gemonteerd zijn.
Let op de omgevingstemperat uur en de beluchting
Omgevingstemperatuur
Het apparaat is voor een bepaalde klimaatklasse geconstrueerd. Afhankelijk van de klimaatklasse kan het apparaat bij de volgende omgevingstemperaturen gebruikt worden.
De klimaatklasse staat op het typeplaatje, afb. 4.
| Klimaatklasse | Toelaatbare omgevingstemperatuur |
|---|---|
| SN | +10 °C tot 32 °C |
| N | +16 °C tot 32 °C |
| ST | +16 °C tot 38 °C |
| T | +16 °C tot 43 °C |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 84)
Aanwijzing
Het apparaat is volledig functioneel binnen de binnentemperatuurgrenzen van de aangegeven klimaatklasse. Wanneer een apparaat uit klimaatklasse SN wordt gebruikt bij een lagere binnentemperatuur, kunnen beschadigingen aan het apparaat worden uitgesloten tot een temperatuur van +5 °C.
Beluchting
Afb.
De lucht aan de achterzijde van het apparaat wordt warm. De verwarmde lucht moet ongehinderd afgevoerd kunnen worden. Anders moet de koelmachine meer presteren. Waardoor het energieverbruik toeneemt. De be en ontluchtingsopeningen mogen dan ook nooit worden afgedekt!
Apparaat aansluiten
Na het plaatsen van het apparaat moet u minimaal 1 uur wachten voordat u het apparaat in gebruik neemt. Tijdens het transport kan het gebeuren dat de olie van de compressor in het koelsysteem terecht komt.
Vóór het eerste gebruik de binnenruimte van het apparaat schoonmaken (zie hoofdstuk „Schoonmaken van het apparaat”).
Pagina 85
nl
Elektrische aansluiting
Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het opstellen van het apparaat goed bereikbaar zijn.
m Waarschuwing
Gevaar voor een elektrische schok!
Gebruik, indien het aansluitsnoer niet lang genoeg is, in geen geval meervoudige stopcontacten of verlengsnoeren. Neem in plaats daarvan contact op met de klantenservice voor alternatieve oplossingen.
Het apparaat voldoet aan beschermklasse I. Sluit het apparaat aan op een volgens de voorschriften geïnstalleerd 220–240 V/50 Hz wisselstroomstopcontact met aardleiding. Het stopcontact moet zijn beveiligd met een zekering van 10 A tot 16 A.
Controleer bij apparaten die in niet Europese landen worden gebruikt of de aansluitspanning en de stroomsoort overeenkomen met de waarden van uw elektriciteitsnet. U vindt deze gegevens op het typeplaatje, afb. 4.
m Waarschuwing
Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten op elektronische energiebesparingsstekkers.
Voor onze apparaten kunnen netvoedingsinverters en sinusinverters worden gebruikt. Netvoedingsinverters worden gebruikt bij fotovoltaïsche installaties die rechtstreeks zijn aangesloten op het openbare elektriciteitsnet. Bij losstaande systemen (bijv. op schepen of in berghutten) die geen rechtstreekse aansluiting op het openbare elektriciteitsnet hebben, moet een sinusinverter worden gebruikt.
Kennismaking met het apparaat
De laatste bladzijde met de afbeeldingen uitklappen. Deze gebruiksaanwijzing is op meer dan één type van toepassing.
De uitrusting van de modellen kan variëren.
Kleine afwijkingen in de afbeeldingen zijn mogelijk.
Afb.
* Niet bij alle modellen.
| A | Koelruimte |
|---|---|
| B | Diepvriesruimte |
| 1-9 | Bedieningselementen |
| 10 | Verlichting (LED) |
| 11 | Glasplateau in de koelruimte |
| 12* | Flessenrek |
| 13 | Verskoelvak |
| 14 | Groentelade |
| 15* | Boter en kaasvak |
| 16* | Voorraadvak in de deur „EasyLift” |
| 17 | Vak voor grote flessen |
| 18 | Diepvrieslade (klein) |
| 19 | Glasplateau in de diepvriesruimte |
| 20 | Diepvrieslade (groot) |
| 21 | Dooiwaterafvoergootje |
| 22 | Schroefvoetjes |
Pagina 86
nl
Bedieningselementen
Afb.
- 1 Toets Aan/Uit
Om het hele apparaat in en uit te schakelen.
- 2 Toets „super” (Diepvriesruimte)
Om het supervriessysteem in en uit te schakelen.
- 3 Temperatuurinsteltoetsen diepvriesruimte
Met deze toetsen wordt de temperatuur van de diepvriesruimte ingesteld.
- 4 Temperatuurindicatie
Diepvriesruimte
De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de diepvriesruimte in °C.
- 5 Alarmtoets
Om het alarmsignaal uit te schakelen (zie hoofdstuk „Alarm function”).
- 6 Holiday-toets
Dient voor het in- en uitschakelen van de Vakantie-modus (zie het hoofdstuk Vakantiemodus).
- 7 Temperatuurinsteltoetsen koelruimte
Met deze toetsen wordt de temperatuur van de koelruimte ingesteld.
- 8 Temperatuurindicatie koelruimte De cijfers komen overeen met de ingestelde temperaturen in de koelruimte in °C.
- 9 Toets „super” (Koelruimte)
Om het superkoelsysteem in en uit te schakelen.
Inschakelen van het apparaat
Afb.
- 1. Het apparaat met de toets Aan/Uit inschakelen 1.
Er klinkt een alarmsignaal, de temperatuurindicatie 4 knippert en de alarmtoets 5 brandt.
- 2. Door de alarmtoets 5 in te drukken wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Het apparaat begint te koelen. De verlichting is ingeschakeld wanneer de deur open is.
De fabriek adviseert de volgende temperaturen:
- Koelruimte: +4 °C
- Diepvriesruimte: -18 °C
Aanwijzingen bij het gebruik
- Na het inschakelen kan het een aantal uren duren voordat de ingestelde temperaturen zijn bereikt.
Vóór die tijd geen levensmiddelen in het apparaat leggen.
- De voorzijde van het apparaat achter de deur wordt gedeeltelijk licht verwarmd waardoor de vorming van condenswater in de buurt van de deurafdichting wordt voorkomen.
- Wanneer de deur van de diepvriesruimte na het sluiten niet direct weer geopend kan worden, dient u even te wachten tot de onderdruk is verdwenen.
Pagina 87
nl
Instellen van de temperatuur
Afb.
Koelruimte
De temperatuur is instelbaar van +2 °C tot +8 °C.
Temperatuur-insteltoets koelruimte 7, net zo vaak indrukken tot de gewenste temperatuur in de koelruimte is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie van de koelruimte 8.
Gevoelige levensmiddelen niet warmer dan bij +4 °C bewaren.
Diepvriesruimte
De temperatuur is instelbaar van -16 °C tot -24 °C.
Temperatuurinsteltoets diepvriesruimte 3 meermaals indrukken tot de gewenste diepvriesruimtetemperatuur is ingesteld.
De laatst ingestelde waarde wordt in het geheugen opgeslagen. De ingestelde temperatuur wordt aangegeven op de temperatuurindicatie diepvriesruimte 4.
Vakantie-modus
Bij langere afwezigheid kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantie-modus schakelen.
Bij het inschakelen van de vakantiemodus wordt het automatische supervriezen uitgeschakeld.
De temperatuur in de koelruimte wordt automatisch op +14 °C gezet.
Bewaar in deze tijd geen levensmiddelen in het koelcompartiment.
In- en uitschakelen
Afb.
Holiday-toets 6 indrukken.
Als de vakantiemodus is ingeschakeld, brandt de toets en geeft de temperatuurindicatie van de koelruimte 8 geen temperatuur meer aan.
Alarmfuncties
Deuralarm
Er wordt een alarmsignaal ingeschakeld als de deur van het apparaat langere tijd openstaat. Door de deur te sluiten wordt het alarmsignaal uitgeschakeld.
Pagina 88
nl
Temperatuuralarm
Het temperatuuralarm wordt ingeschakeld als het in de diepvriesruimte te warm is waardoor de diepvrieswaren kunnen ontdooien.
Na indrukken van de toets alarm 5, geeft de temperatuurindicatie diepvriesruimte 4 gedurende vijf seconden de warmste temperatuur aan die in de diepvriesruimte heeft geheerst.
Hierna wordt deze waarde gewist. De temperatuurindicatie diepvriesruimte 4 toont de ingestelde diepvriesruimtetemperatuur, zonder te knipperen.
Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen.
Zonder gevaar voor de diepvrieswaren kan het alarm automatisch inschakelen:
- bij het in gebruik nemen van het apparaat,
- bij het inladen van grote hoeveelheden verse levensmiddelen,
- als de deur van de diepvriesruimte te lang geopend werd.
Aanwijzing
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm uitschakelen
Afb.
De alarm-toets 5 indrukken om het alarmsignaal uit te schakelen.
Netto-inhoud
De gegevens over de netto-inhoud vindt u op het typeplaatje in uw apparaat. Afb. 4
Vriesvermogen volledig benutten
Om de maximale hoeveelheid diepvrieswaren in te ruimen, kunnen alle uitrustingsonderdelen worden verwijderd. De levensmiddelen kunnen dan rechtstreeks op de legplateaus en op de bodem van de vriesruimte worden gestapeld.
Onderdelen eruit halen
Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 0
De koelruimte
De koelruimte is de ideale bewaarplaats voor bereide gerechten, bakproducten, conserven, gecondenseerde melk en harde kaas, evenals koudegevoelige groente en fruit.
Attentie bij het inruimen
De levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen. Hierdoor blijven geur, kleur en versheid behouden. Bovendien wordt voorkomen dat de levensmiddelen naar elkaar gaan smaken en de kunststof onderdelen verkleuren.
Aanwijzing
Voorkom dat de levensmiddelen de achterwand raken. Anders wordt de luchtcirculatie verminderd.
Levensmiddelen of verpakkingen kunnen aan de achterwand vastvriezen.
Pagina 89
nl
Let op de koudezones in de koelruimte
Door de luchtcirculatie in de koelruimte verschillen de koudezones:
- Koudste zone is in de binnenruimte tegen de achterwand en in het verskoelvak Afb. /13
Aanwijzing
In de koudste zones gevoelige levensmiddelen opslaan zoals vis, worst en vlees.
- De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Aanwijzing
Bewaar in de warmste zone bijv. harde kaas en boter. Kaas kan zo zijn aroma verder ontwikkelen en de boter blijft goed smeerbaar.
Superkoelen
Tijdens het superkoelen wordt de koelruimte ca. 15 uur zo koud mogelijk gekoeld. Hierna wordt automatisch omgeschakeld naar de vóór het superkoelen ingestelde temperatuur.
Het superkoelsysteem inschakelen bijv.
- vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen.
- om dranken snel te koelen.
Aanwijzing
Als het superkoelsysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
In- en uitschakelen
Afb.
Super-toets koelruimte 9 indrukken.
De toets brandt als het superkoelsysteem is ingeschakeld.
Diepvriesruimte
De diepvriesruimte gebruiken
- voor het opslaan van diepvriesproducten,
- om ijsblokjes te maken,
- om levensmiddelen in te vriezen.
Aanwijzing
Let erop dat de deur van het diepvriesruimte goed gesloten is! Bij een open deur ontdooien de diepvrieswaren. In de diepvriesruimte vormt zich veel ijs. Bovendien:
energieverspilling door te hoog stroomverbruik!
Invriescapaciteit
Gegevens over de invriescapaciteit vindt u op het typeplaatje. Afb. 4
Voorwaarden voor invriesvermogen
- Supervriezen inschakelen 24 uur voordat er verse levensmiddelen worden aangebracht (zie hoofdstuk Supervriezen).
- Grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur invriezen in het onderste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Pagina 90
nl
Invriezen en opslaan
Inkopen van diepvriesproducten
- De verpakking mag niet beschadigd zijn.
- Neem de houdbaarheidsdatum in acht.
- De temperatuur in de verkoop-koelkist moet -18 °C of kouder zijn.
- De diepvriesproducten liefst in een koeltas transporteren en snel in de diepvriesruimte leggen.
Levensmiddelen invriezen
- Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
- Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
- De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
Diepvrieswaren opslaan
De diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven om een goede luchtcirculatie te waarborgen.
Als er veel levensmiddelen moeten worden opgeslagen, dan kunt u de levensmiddelen direct op de glasplateaus en op de bodem van de diepvriesruimte opstapelen.
- 1. Daartoe dient u alle diepvriesladen te verwijderen.
- 2. Diepvriesladen tot aan de aanslag uittrekken, vooraan optillen en verwijderen. Afb. 0
90 Kleinere hoeveelheden levensmiddelen invriezen
In het hoofdstuk Automatisch supervriezen leest u hoe u kleinere hoeveelheden levensmiddelen op de snelste manier in kunt vriezen.
Verse levensmiddelen invriezen
Gebruik uitsluitend verse levensmiddelen.
Om de voedingswaarde, het aroma en de kleur zo goed mogelijk te behouden, dient groente geblancheerd te worden voordat het wordt ingevroren. Bij aubergines, paprika’s, courgettes en asperges is blancheren niet noodzakelijk.
Literatuur over invriezen en blancheren vindt u in de boekhandel.
Aanwijzing
Al ingevroren levensmiddelen mogen niet met de nog in te vriezen levensmiddelen in aanraking komen.
- Geschikt om in te vriezen:
Bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild, gevogelte, groente, fruit, kruiden, gepelde eieren, melkproducten zoals kaas, boter en kwark, bereide gerechten en kliekjes zoals soep, eenpansgerechten, gaar vlees en gare vis, aardappelgerechten, ovenschotels en zoete toetjes.
- Niet geschikt om in te vriezen:
Groentesoorten die meestal rauw worden gegeten, zoals kropsla en radijsjes, ongepelde eieren, wijndruiven, hele appels, peren en perziken, hardgekookte eieren, yoghurt, dikke zure melk, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Pagina 91
nl
Diepvrieswaren verpakken
De levensmiddelen luchtdicht verpakken zodat ze niet uitdrogen of hun smaak verliezen.
- 1. Levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. Lucht eruit drukken.
- 3. Het geheel van een goede sluiting voorzien.
- 4. Vermeld op de pakjes inhoud en invriesdatum.
Voor verpakking geschikt: Kunststof-, polyetheen- en aluminiumfolie, diepvriesdozen. Deze producten zijn in de handel verkrijgbaar.
Niet geschikt voor verpakking: Inpakpapier, perkamentpapier, cellofaan, afvalzakken en gebruikte boodschappentasjes.
Als sluiting geschikt: elastiekjes, clips van kunststof, touwtjes, koudebestendig plakband e.d.
Zakjes en wrapfolie van polyethyleen (PE) kunt u sealen met een folie-sealer.
Houdbaarheid van de diepvrieswaren
De houdbaarheid is afhankelijk van het soort levensmiddelen.
Op een temperatuur van -18 °C:
- Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket:
tot 6 maanden.
- Kaas, gevogelte, vlees:
tot 8 maanden.
- Groente, fruit:
tot 12 maanden.
Supervriezen
Levensmiddelen dienen zo snel mogelijk tot in de kern te bevriezen, om vitaminen, voedingswaarde, uiterlijk en smaak te behouden.
Het apparaat werkt na inschakeling van het supervriezen continu. De temperaturen van de diepvriescompartimenten liggen duidelijk lager dan tijdens de normale werking.
Supervriezen inschakelen
Afhankelijk van de in te vriezen hoeveelheid levensmiddelen kunt u het supervriezen op verschillende manieren gebruiken.
Aanwijzing
Als het supervriessysteem is ingeschakeld kunnen de bedrijfsgeluiden toenemen.
Automatisch supervriezen
Kleinere hoeveelheden levensmiddelen bevriezen het snelst als u ze als volgt invriest:
- in het bovenste diepvriesbakje
- links
Het automatisch supervriezen schakelt bij het invriezen van warme levensmiddelen automatisch in.
Handmatig supervriezen
Afb.
Vries grote hoeveelheden levensmiddelen bij voorkeur in in het onderste vak. Daar worden ze heel snel en daardoor voorzichtig ingevroren.
Schakel enkele uren voordat u verse levensmiddelen invriest het supervriezen in, om een ongewenste temperatuurstijging te voorkomen.
Pagina 92
nl
Als u het invriesvermogen conform het typeplaatje wilt gebruiken, dient u 24 uur vóór het invriezen van de verse waar het supervriezen in te schakelen.
Toets Super 2 indrukken.
Is supervriezen ingeschakeld, dan licht de toets op.
Supervriezen uitschakelen
Afb.
Toets Super 2 indrukken.
Het supervriezen is nu uitgeschakeld.
Na afloop van het supervriezen schakelt het apparaat automatisch over op de normale werking.
- Bij het automatisch supervriezen: zodra de in te vriezen kleinere hoeveelheid levensmiddelen bevroren is.
- Bij het handmatig supervriezen: na ca. 2 ½ dag.
Ontdooien van diepvrieswaren
Afhankelijk van soort en bereidingswijze van de levensmiddelen kunt u kiezen uit de volgende mogelijkheden:
- bij omgevingstemperatuur
- in de koelkast
- in de elektrische oven, met/zonder heteluchtventilator
- in de magnetron
m Attentie
Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen. Pas na het koken of braden tot een kant-en-klaargerecht kunnen ze opnieuw worden ingevroren.
De maximale bewaartijd wordt hierdoor bekort.
Uitvoering
(niet bij alle modellen)
Boter en kaasvak
Door een lichte druk in het midden van de klep gaat het botervak open.
Om schoon te maken het botervak van onderen iets optillen en eruit halen.
Verstelbaar deur-legplateau „EasyLift”
Afb.
Het legplateau kan in de hoogte versteld worden zonder dat het eruit gehaald hoeft te worden.
De knoppen op de zijkant van het legplateau gelijktijdig indrukken om het legplateau naar beneden te verplaatsen. Het kan naar boven worden verplaatst zonder de knoppen in te drukken.
Flessenhouder
Afb.
De flessenhouder voorkomt dat de flessen kantelen bij het openen en sluiten van de deur.