naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG39NXLDF, tekst van de handleiding

Pagina's 94–106 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 83–93

Pagina 94

nl Extra functies

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

7.3 Machine uitschakelen

3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

Vriesvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Superkoelen

Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.

Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.

Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Superkoelen inschakelen

Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Superkoelen uitschakelen

8.2 Automatisch Supervriezen

Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in, wanneer u een zekere hoeveelheid verse levensmiddelen in het vriesvak plaatst.

Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt "super" (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan.

Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.

Automatisch Supervriezen activeren

Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd.

Pagina 95

Automatische Supervriezen deactiveren

Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd.

Automatische Supervriezen annuleren

8.3 Handmatig Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een grotere hoeveelheid levensmiddelen in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Handmatig Supervriezen inschakelen

"super" (vriesvak) brandt.

Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Handmatig Supervriezen uitschakelen

8.4 Vakantiemodus

Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op.

Extra functies nl

Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

Koelvak14 °C
VriesvakTemperatuur ongewijzigd

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)

Vakantiemodus inschakelen

"vacation" brandt.

Vakantiemodus uitschakelen

vacation indrukken.

8.5 Energiebesparingsmodus

Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de energiebesparende werking om.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

Koelvak8 °C
Vriesvak−16 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 95)

Energiebesparingsmodus inschakelen

"eco" brandt.

Energiebesparingsmodus uitschakelen

eco indrukken.

8.6 Versmodus

Om de levensmiddelen langer vers te houden kunt u de verskoelmodus van het apparaat inschakelen.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

95

Pagina 96

nl Alarm

Koelvak2 °C
VriesvakTemperatuur ongewijzigd

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 96)

Versmodus inschakelen

fresh indrukken. "fresh" is verlicht.

Versmodus uitschakelen

fresh indrukken.

8.7 Rust-modus

De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.

Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:

Superkoelen

Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen Alarm

Binnenverlichting

Akoestische signalen

Meldingen op het bedieningspaneel

Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "vacation" brandt met gereduceerde helderheid.

Rust-modus inschakelen

vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.

"vacation" brandt.

Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Rust-modus uitschakelen

vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.

96

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm" knippert, en het temperatuurdisplay van het betreffende vak knippert.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

9.2 Temperatuuralarm

Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:

Het apparaat wordt in gebruik genomen.

Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.

Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.

Pagina 97

Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.

De deur van het vriesvak is te lang geopend.

Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.

Temperatuuralarm uitschakelen

alarm indrukken.

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

Koelvak nl

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

11 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

11.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 92

97

Pagina 98

nl Vriesvak

Opmerking: Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.

"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 95

11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.

Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen,

98

eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.

Pagina 99

11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.

Brood bij kamertemperatuur ontdooien.

Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.

12 Ontdooien

12.1 Ontdooien in het vriesvak

Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.

13 Reiniging en onderhoud

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

Ontdooien nl

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 100

13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen kan gevaarlijk zijn.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

99

Pagina 100

nl Storingen verhelpen

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

13.3 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Plateau verwijderen

Fig. 4

Deurrek verwijderen

Fig. 5

Bewaarlade verwijderen

Fig. 6

Groente- en fruitlade verwijderen

Fig. 7

Diepvrieslade verwijderen

Fig. 8

Ladefront verwijderen

U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.

Fig. 9

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

Pagina 101

Storingen verhelpen nl

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 94
2. Wacht 2 minuten.
3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 93
4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend super (koelvak) ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 101)

101

Pagina 102

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.
Zijpanelen van het apparaat zijn warm.Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (koelvak) en "alarm" knipperen.
Het deuralarm is ingeschakeld.
Deur van het koelvak is open.
▸ Sluit de deur van het koelvak.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en "alarm" knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld.Vriesvakdeur is open.
▸ Sluit de vriesvakdeur.
Alle temperatuurindicaties en "alarm" branden.Er is een sensor defect.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 102)

Pagina 103

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen. Temperatuuralarm is ingeschakeld.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm.
Schakel het alarm uit.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
▸ Overschrijd het vriesvermogen niet.
"Invriescapaciteit", Pagina 97
Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer.De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem.
Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 94
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
3. Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 94
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 93
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater.De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat.
1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek.
2. Open het apparaat zo kort mogelijk.
3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten.
In de fruit- en groentelade verzamelt zich vaak veel condenswater.Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswater.
1. De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 100
2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid inzetten .
Fig. 10

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

Pagina 104

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Het apparaat staat niet waterpas.
▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan. Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitval14.2 Apparaatzelftest uitvoe-

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

Tijdens een stroomuitval stijgt de ren temperatuur in het apparaat, hierdoor Uw apparaat beschikt over een appaverkort de bewaartijd en de kwaliteit raatzelftest, welke storingen weervan de diepvriesproducten vermin- geeft, die uw service kan verhelpen. dert. 1. Het apparaat uitschakelen. Op onze website van uw apparaat Pagina 94 vindt in de technische gegevens de 2. Haal de stekker van het apparaat bewaartijd van de diepvriesproducten uit het stopcontact.

in geval van een storing. De stekker van het netsnoer uit het Opmerkingen stopcontact trekken of de zekering Het apparaat tijdens een stroomuit- in de meterkast uitschakelen. val zo weinig mogelijk openen en 3. Het apparaat na 5 minuten op-geen andere levensmiddelen inrui- nieuw elektrisch aansluiten. men. Pagina 13

De kwaliteit van de levensmiddelen 4. Eén minuut na het inschakelen su-onmiddellijk na de stroomuitval per (koelvak) gedurende 3 tot 5 controleren. seconden ingedrukt houden, totdat

104

Pagina 105

tuursensoren van uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.

Wanneer na het einde van de zelftest van het apparaat 5 akoestische signalen klinken en de leds van de temperatuuraanwijzing met verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 94

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

Opslaan en afvoeren nl

en lades niet uit het apparaat nemen.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar

105

Pagina 106

nl Technische gegevens

vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

(E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 92

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 92

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G.

De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.

16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

106

← pagina's 83–93Inhoud