naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KG49NAIBT, tekst van de handleiding

Pagina's 13–29 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 2–12

Pagina 13

super (koelvak) schakelt Superkoelen in of uit.

eco schakelt de energiebesparingsmodus in of uit.

vacation schakelt de vakantiemodus in of uit.

3 sec. schakelt het apparaat in of uit.

Toont de ingestelde temperatuur van het vriesvak in °C.

super (vriesvak) schakelt Supervriezen in of uit.

fresh schakelt de Fris-modus in of uit.

alarm schakelt het waarschuwingssignaal uit.

6 Uitrusting

De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.

6.1 Legplateau

Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. "Plateau verwijderen", Pagina 21

6.2 Flessenrek

Bewaar flessen veilig op het flessenrek.

Om het flessenrek naar wens te variëren, kunt u het flessenrek verwijderen en op een andere plaats weer terugzetten.

"Plateau verwijderen", Pagina 21

6.3 Bewaarlade

In de bewaarlade heersen lagere temperaturen dan in het koelvak. Temperaturen onder 0 °C kunnen tijdelijk optreden.

Uitrusting nl

Om temperaturen in de buurt van 0°C in de bewaarladen te bereiken, de koelvaktemperatuur op 2°C instellen. Pagina 15

Gebruik de lagere temperaturen in de lade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.

6.4 Groente- en fruitlade

Bewaar vers fruit en groente onverpakt in de fruit- en groentelade.

Bewaar gesneden fruit en groente afgedekt of luchtdicht verpakt.

Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.

Verwijder het condenswater met een droge doek.

Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.

6.5 Boter- en kaasvak

Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.

6.6 Deurrekken

Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.

"Deurrek verwijderen", Pagina 21

6.7 Accessoires

Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.

Pagina 14

nl De Bediening in essentie

Eierplateau

Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.

Variabel flessenrek

Bewaar flessen veilig op het variabele flessenrek.

IJsblokjesschaal

Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.

IJsblokjes maken

Gebruik voor het maken van ijsblokjes uitsluitend drinkwater.

Maak vastgevroren levensmiddelen met een stomp voorwerp los, bijv. met een steel van een houten lepel.

7 De Bediening in essentie

7.1 Apparaat inschakelen

Opmerking: Wanneer het apparaat eerder via het bedieningspaneel werd uitgeschakeld, 3 sec. 3 seconden ingedrukt houden.

Het apparaat is nu gereed voor gebruik.

Het apparaat begint te koelen. Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en de temperatuurindicatie knippert omdat het vriesvak nog te warm is.

"alarm" gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.

7.2 Opmerkingen bij het gebruik

Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.

Plaats geen levensmiddelen in het apparaat voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

De kopzijden van de behuizing worden tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.

Let er bij het sluiten van de deur op dat de deur niet door product wordt geblokkeerd.

Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.

De temperatuur in het apparaat varieert door de volgende condities:

Pagina 15

7.3 Machine uitschakelen

3 sec. 3 Seconden ingedrukt houden.

7.4 Temperatuur instellen

Koelvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.

Vriesvaktemperatuur instellen

De aanbevolen temperatuur in het vriesvak bedraagt −18 °C.

8 Extra functies

Kom te weten over welke instelbare extra functies uw apparaat beschikt.

8.1 Superkoelen

Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.

Schakel Superkoelen in voor het bewaren van grote hoeveelheden levensmiddelen in het koelvak.

Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Superkoelen inschakelen

Opmerking: Na ca. 6 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Extra functies nl

Superkoelen uitschakelen

8.2 Automatisch Supervriezen

Bij het automatisch Supervriezen koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking. Hierdoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern. De automatische Supervriezen schakelt in, wanneer u een zekere hoeveelheid verse levensmiddelen in het vriesvak plaatst.

Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt "super" (vriesvak) en er kunnen meer geluiden ontstaan.

Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.

Automatisch Supervriezen activeren

Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd.

Automatische Supervriezen deactiveren

Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd.

Automatische Supervriezen annuleren

Pagina 16

nl Extra functies

8.3 Handmatig Supervriezen

Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.

Schakel Supervriezen vóór het opslaan van een grotere hoeveelheid levensmiddelen in.

Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.

Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Handmatig Supervriezen inschakelen

"super" (vriesvak) brandt.

Opmerking: Na ca. 54 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Handmatig Supervriezen uitschakelen

8.4 Vakantiemodus

Als u langere tijd afwezig bent, kunt u het apparaat in de energiebesparende vakantiemodus schakelen.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Terwijl de vakantiemodus is ingeschakeld, warmt het koelvak op. Door de verhoogde temperatuur kunnen bacteriën zich vermenigvuldigen en de levensmiddelen bederven.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

Koelvak14 °C
VriesvakTemperatuur ongewijzigd

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

16 Vakantiemodus inschakelen

"vacation" brandt.

Vakantiemodus uitschakelen

vacation indrukken.

8.5 Energiebesparingsmodus

Met de energiebesparingsmodus schakelt u het apparaat naar de energiebesparende werking om.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

Koelvak8 °C
Vriesvak−16 °C

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Energiebesparingsmodus inschakelen

"eco" brandt.

Energiebesparingsmodus uitschakelen

eco indrukken.

8.6 Versmodus

Om de levensmiddelen langer vers te houden kunt u de verskoelmodus van het apparaat inschakelen.

Het apparaat stelt de temperaturen automatisch om.

Koelvak2 °C
VriesvakTemperatuur ongewijzigd

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)

Versmodus inschakelen

fresh indrukken. "fresh" is verlicht.

Versmodus uitschakelen

fresh indrukken.

8.7 Rust-modus

De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.

Pagina 17

Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:

Superkoelen

Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen Alarm

Binnenverlichting

Akoestische signalen

Meldingen op het bedieningspaneel

Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "vacation" brandt met gereduceerde helderheid.

Rust-modus inschakelen

vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.

"vacation" brandt.

Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Rust-modus uitschakelen

vacation 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm" knippert, en het temperatuurdisplay van het betreffende vak knippert.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

Alarm nl

9.2 Temperatuuralarm

Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.

Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen.

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:

Het apparaat wordt in gebruik genomen.

Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.

Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.

De deur van het vriesvak is te lang geopend.

Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.

Temperatuuralarm uitschakelen

alarm indrukken.

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

Pagina 18

nl Koelvak

10 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

10.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

11 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

11.1 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12

Opmerking: Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.

"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 16

11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken

Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.

Pagina 19

11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.

Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.

11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zu-

Vriesvak nl

re room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)

De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.

11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Pagina 20

nl Ontdooien

Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.

Brood bij kamertemperatuur ontdooien.

Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.

12 Ontdooien

12.1 Ontdooien in het vriesvak

Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.

13 Reiniging en onderhoud

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

Pagina 15

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

13.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting, in de bedieningselementen of in de inwendige ventilatieopeningen kan gevaarlijk zijn.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

Pagina 21

13.3 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Plateau verwijderen

Deurrek verwijderen

Reiniging en onderhoud nl

Bewaarlade verwijderen

Groente- en fruitlade verwijderen

Pagina 22

nl Storingen verhelpen

Diepvrieslade verwijderen

de verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.

Ladefront verwijderen

U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenla-

14 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15
2. Wacht 2 minuten.
3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 14
4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend super (koelvak) ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)

22

Pagina 23

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)

Pagina 24

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Zijpanelen van het apparaat zijn warm.Geen storing. In de zijwanden lopen buizen welk tijdens het koelproces warm worden. Meubels die tegen het apparaat staan, worden niet beschadigd door de warmte.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (koelvak) en "alarm" knipperen.
Het deuralarm is ingeschakeld.
Deur van het koelvak is open.
▸ Sluit de deur van het koelvak.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, het temperatuurdisplay (vriesvak) en "alarm" knipperen. Het deuralarm is ingeschakeld.Vriesvakdeur is open.
▸ Sluit de vriesvakdeur.
Alle temperatuurindicaties en "alarm" branden.Er is een sensor defect.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm" knipperen. Temperatuuralarm is ingeschakeld.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Druk op alarm.
Schakel het alarm uit.
Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt.
▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen.
Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd.
▸ Overschrijd het vriesvermogen niet.
"Invriescapaciteit", Pagina 18
Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer.De deur van het vriesvak was te lang geopend. Er zit heel veel ijs op de verdamper (koudegenerator) in het NoFrost-systeem.
Vereiste: De diepvrieswaren zijn goed geïsoleerd en worden op een koele plaats bewaard.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15
2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)

Pagina 25

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Ingestelde temperatuur wordt niet bereikt. Volautomatische ontdooien werkt niet meer.3. Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 15
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 14
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Op het oppervlak van het apparaat en de plateaus in het apparaat vormt zich condenswater.De waterdamp in warme en vochtige lucht condenseert op de koudere oppervlakken van het apparaat.
1. Neem het dooiwater af met een zachte, droge doek.
2. Open het apparaat zo kort mogelijk.
3. Let er op dat het apparaat altijd goed wordt gesloten.
In de fruit- en groentelade verzamelt zich vaak veel condenswater.Afhankelijk van de bewaarhoeveelheid en het product vormt er zich in de fruit- en groentelade condenswater.
1. De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 21
2. De ontluchtingsclips verwijderen en omgedraaid inzetten .
Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Het apparaat staat niet waterpas.
▸ Stel het apparaat horizontaal met behulp van een waterpas en de stelvoeten.
Apparaat is niet vrijstaand.
▸ Houd de minimum afstanden van het apparaat aan.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

25

Pagina 26

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Supervriezen is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
14.1 Stroomuitval2. Haal de stekker van het apparaat

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)

Tijdens een stroomuitval stijgt de uit het stopcontact.

temperatuur in het apparaat, hierdoor De stekker van het netsnoer uit het verkort de bewaartijd en de kwaliteit stopcontact trekken of de zekering van de diepvriesproducten vermin- in de meterkast uitschakelen. dert. 3. Het apparaat na 5 minuten op-Op onze website van uw apparaat nieuw elektrisch aansluiten. vindt in de technische gegevens de Pagina 10 bewaartijd van de diepvriesproducten 4. Eén minuut na het inschakelen su-in geval van een storing. per (koelvak) gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden, totdat Opmerkingen een akoestisch signaal klinkt. Het apparaat tijdens een stroomuit- De apparaatzelftest start. val zo weinig mogelijk openen en Wanneer na het einde van de ap-geen andere levensmiddelen inrui- paraatzelftest 2 akoestische signamen. len weerklinken en de temperatuur-De kwaliteit van de levensmiddelen display de ingestelde temperatuur onmiddellijk na de stroomuitval weergeeft, dan zijn de temperacontroleren. tuursensoren van uw apparaat in

gooien. Wanneer na het einde van de zelf-

geeft, die uw service kan verhelpen.

Pagina 27

Opslaan en afvoeren nl

15 Opslaan en afvoeren

15.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 15

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.

15.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

16 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Pagina 28

nl Technische gegevens

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

16.1 Productnummer (E-Nr.), productienummer (FD) en volgnummer (Z-Nr.)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en het volgnummer (Z-Nr.) nodig. Deze

nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

17 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 12

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F.

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse G.

De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

28

Pagina 29

Conformiteitsverklaring nl

17.1 Informatie over vrije software en opensourcesoftware

Dit product bevat softwarecomponenten die door de houders van de intellectuele eigendom als vrije software of opensource-software zijn gelicenti-eerd.

De informatie over de betreffende licentie is in het huishoudapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licentie-informatie via de Home Connect app raadplegen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'. ¹ U kunt de licentie-informatie ook downloaden via de merkproductwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documen-

tatie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie ook aanvragen via ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.

De betreffende broncode wordt u op verzoek ter beschikking gesteld. Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.

Onderwerp: „OSSREQUEST“ De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedurende de periode waarin wij support en reserveonderdelen voor het betreffende apparaat bieden.

18 Conformiteitsverklaring

Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.

Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.

2,4-GHz-band (2400–2483,5 MHz): max. 100 mW 5-GHz-band (5150–5350 MHz + 5470–5725 MHz): max. 130 mW

BEBGCZDKDEEEIEelES
FRHRITCYLILVLTLUHU
MTNLATPLPTROSISKFI
SENOCHTRISUK (NI)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

29

← pagina's 2–12Inhoud