Siemens KI41FADD0, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 21 pagina's in het Nederlands · pdf: 96 pagina's, 6,1 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 88
Pagina 88
Vanaf de titel; het begin van pagina 88 staat in de pdf.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 90 • Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| of verschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 82 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Alarmsignaal weerklinkt en brandt. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Druk op . • Schakel het alarm uit. |
| Deur van het apparaat is open. ▶ Sluit de deur van het apparaat. |
Pagina 89
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 82 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 82 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. |
Pagina 90
nl Opslaan en afvoeren
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaatje gekoeld. → Fig. 1 / 7
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 82
- 2. Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 82
- 3. Binnen 10 seconden na het inschakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden.
- De apparaatzelftest start.
- Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 82
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat ontdooien.
→ Pagina 85
- 5. Het apparaat reinigen.
→ Pagina 85
- 6. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
Pagina 91
Servicedienst nl
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Pagina 92
nl Technische gegevens
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 7
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 7
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
92
Pagina's 1–71: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 72
nl
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.................................... 73
1.1 Algemene aanwijzingen ........... 73 1.2 Bestemming van het apparaat ........................................... 73 1.3 Inperking van de gebruikers .... 73 1.4 Veiliger transport ...................... 73 1.5 Veilige installatie....................... 74 1.6 Veilig gebruik............................ 75 1.7 Beschadigd apparaat............... 77
2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 78
3 Milieubescherming en besparing.............................................. 78
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 78 3.2 Energie besparen..................... 78
4 Opstellen en aansluiten............. 79
4.1 Leveringsomvang ..................... 79 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 79 4.3 Apparaat monteren .................. 80 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 80 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................. 80
5 Uw apparaat leren kennen......... 80
5.1 Apparaat................................... 80 5.2 Bedieningspaneel..................... 80
6 Uitrusting.................................... 81
6.1 Legplateau................................ 81 6.2 Variabel legplateau................... 81 6.3 Uittrekbaar legplateau.............. 81 6.4 Groente- en fruitlade................. 81 6.5 Verskoellade............................. 82 6.6 Boter- en kaasvak .................... 82 6.7 Deurrekken............................... 82 6.8 Accessoires.............................. 82
7 De Bediening in essentie........... 82
7.1 Apparaat inschakelen............... 82 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 82
72
7.3 Machine uitschakelen............... 82 7.4 Temperatuur instellen............... 82
8 Extra functies ............................. 83
8.1 Superkoelen ............................ 83
9 Alarm........................................... 83
9.1 Deuralarm................................. 83
10 Koelvak..................................... 83
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak.......................................... 83 10.2 Koudezones in het koelvak.... 84
11 Verskoelruimte......................... 84
11.1 Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C................. 84
12 Ontdooien................................. 85
12.1 Ontdooien in het koelvak. ...... 85 12.2 Ontdooien in de verskoelruimte ..................................... 85
13 Reiniging en onderhoud.......... 85
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging ......................... 85 13.2 Apparaat schoonmaken......... 85 13.3 Onderdelen eruit halen .......... 86 13.4 Apparaatonderdelen demonteren ................................ 86
14 Storingen verhelpen ................ 88
15 Opslaan en afvoeren................ 90
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen ..................................... 90 15.2 Afvoeren van uw oude apparaat ..................................... 91
16 Servicedienst............................ 91
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)........... 92
17 Technische gegevens.............. 92
Pagina 73
Veiligheid nl
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
voor het koelen van levensmiddelen.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
Pagina 74
nl Veiligheid
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
Pagina 75
Veiligheid nl
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Pagina 76
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in de verskoelruimte bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
Pagina 77
Veiligheid nl
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 91
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 82
- De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Neem contact op met de service-afdeling. → Pagina 91
Pagina 78
nl Het voorkomen van materiële schade
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
- Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
- Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
- Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort.
- Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
- Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
- Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
- Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
- Verpak de levensmiddelen luchtdicht.
Pagina 79
4 Opstellen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 91 contact op.
De levering bestaat uit:
- Inbouw
- Uitrusting en accessoires¹
- Montagemateriaal
- Montagehandleiding
- Gebruiksaanwijzing
- Klantenservice overzicht
- Garantiebijlage²
- Energielabel
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 7
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Niet in alle landen
Opstellen en aansluiten nl
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 55 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 7
| Klimaatklasse | Toegestane ruimtetemperatuur |
|---|---|
| SN | 10 °C…32 °C |
| N | 16 °C…32 °C |
| ST | 16 °C…38 °C |
| T | 16 °C…43 °C |
| Het apparaat | is volledig functioneel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)
binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
79
Pagina 80
nl Uw apparaat leren kennen
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- 1. Haal het informatiemateriaal er uit.
- 2. Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 85
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- 1. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 7
- 2. De netstekker op vastheid controleren.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
| A | Koelvak → Pagina 83 |
|---|---|
| B | Verskoelruimte → Pagina 84 |
| 1 | Bedieningspaneel → Pagina 80 |
| 2 | Variabel legplateau → Pagina 81 |
| 3 | Uittrekbaar legplateau → Pagina 81 |
| 4 | Scheidingsplaat met vochtigheidsregelaar → Pagina 81 |
| 5 | Groente- en fruitlade → Pagina 81 |
| 6 | Verskoellade → Pagina 82 |
| 7 | Typeplaatje → Pagina 92 |
| 8 | Boter- en kaasvak → Pagina 82 |
| 9 | Deurrek voor grote flessen → Pagina 82 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
1 schakelt het waarschuwingssignaal uit.
Pagina 81
| 2 | / stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 4 | schakelt Superkoelen in of uit. |
| 5 | schakelt het apparaat in of uit. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 81)
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 86
6.2 Variabel legplateau
Gebruik het variabel legplateau alleen om op het daaronder liggende plateau hoge te koelen producten te bewaren, bijv. kannen of flessen. U kunt het voorste deel van het variabele legplateau uittrekken en onder het achterste deel van het variabele legplateau schuiven.
→ Fig. 3
Uitrusting nl
6.3 Uittrekbaar legplateau
Om een beter overzicht te krijgen en levensmiddelen sneller te kunnen uitnemen, trekt u het legplateau er uit.
6.4 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade.
Met de vochtigheidsregelaar van de scheidingsplaat en een speciale afdichting kunt u de luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade aanpassen. → Fig. 4
De luchtvochtigheid in de fruit- en groentelade kunt u afhankelijk van het soort en de hoeveelheid bewaarde levensmiddelen door aan de vochtigheidsregelaar te draaien instellen:
- Lage luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van fruit of hoge belading.
- Hoge luchtvochtigheid bij overwegend bewaren van groente alsook bij gemengde belading of geringe belading.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Het condenswater verwijderen met een droge doek en de luchtvochtigheid in de groentelade aanpassen met behulp van de vochtigheidsregelaar.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
Pagina 82
nl De Bediening in essentie
6.5 Verskoellade
Gebruik de lagere temperaturen in de verskoellade om snel bedervende levensmiddelen te bewaren, bijv. vis, vlees en worst.
6.6 Boter- en kaasvak
Bewaar boter en harde kaas in het boter- en kaasvak.
6.7 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 86
6.8 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.
Flessenhouder
De flessenhouder voorkomt dat flessen bij het openen en sluiten van de apparaatdeur kantelen.
→ Fig. 5
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. indrukken.
- Het apparaat begint te koelen.
- 2. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 82
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
- Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt.
- De behuizing links, rechts en onder de verskoelruimte wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
- Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
- indrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op / drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Temperatuur verskoelruimte instellen
Opmerking: De standaardinstelling van het cool-fresh-vak is vooraf ingesteld op 0. Instelling 0 komt overeen met een temperatuur van ca. 0 °C. U kunt de temperatuur in het cool-freshvak tot 3 instellingen warmer of kouder instellen.
Tip: Wanneer er rijp vormt op de producten in het verskoelvak, dan de verskoeltemperatuur hoger instellen.
Pagina 83
- 1. ingedrukt houden, totdat het temperatuurdisplay knippert.
- 2. Om de instelling te wijzigen, op / drukken.
- Stand –3 is de koudste instelling.
- Stand +3 is de warmste instelling.
- Na een minuut wordt de ingestelde stand opgeslagen.
8 Extra functies
8.1 Superkoelen
Bij het Superkoelen koelt het koelvak zo koud mogelijk.
Schakel Superkoelen vóór het inladen van grote hoeveelheden levensmiddelen in.
Opmerking: Als Superkoelen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Superkoelen inschakelen
- indrukken.
brandt.
Opmerking: Na ca. 15 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Superkoelen uitschakelen
- indrukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
Extra functies nl
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op drukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u melkproducten, eieren, bereide gerechten, brood en banket, geopende conservenblikken en harde kaas bewaren.
De temperatuur is van 3 °C tot 8 °C instelbaar.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
- Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
- De door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen.
- Levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen.
- Warme etenswaren en dranken eerst laten afkoelen.
Pagina 84
nl Verskoelruimte
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is op de scheidingsplaat en in het deurrek voor grote flessen.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de verskoelruimte, bijv. vis, worst en vlees.
→ "Verskoelruimte", Pagina 84
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
11 Verskoelruimte
In de verskoelruimte kunt u verse levensmiddelen tot drie keer langer vers houden dan in het koelvak.
De temperatuur in de verskoelruimte wordt op circa 0 °C gehouden.
Door het vershouden blijft de kwaliteit van de opgeslagen levensmiddelen beter behouden. De lage temperatuur en de optimale luchtvochtigheid maken ideale omstandigheden mogelijk voor het bewaren van verse levensmiddelen.
11.1 Bewaartijden in de verskoelruimte bij 0 °C
De bewaartijden zijn afhankelijk van de uitgangskwaliteit van uw levensmiddelen.
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Verse vis, zeevruchten | tot 3 dagen |
| Gevogelte, vlees (gekookt/gebraden) | tot 5 dagen |
| Rundvlees, varkensvlees, lamsvlees, worstwaren (broodbeleg) | tot 7 dagen |
| Gerookte vis, broccoli | tot 14 dagen |
| Sla, venkel, abrikozen, pruimen | tot 21 dagen |
| Zachte kaas, yoghurt, kwark, karnemelk, bloemkool | tot 30 dagen |
Pagina 85
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Het koelvak van uw apparaat ontdooit automatisch.
12.2 Ontdooien in de verskoelruimte
De verskoelruimte van uw apparaat ontdooit automatisch.
13 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 82
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren.
Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Neem alle uitrustingsdelen uit het apparaat. → Pagina 86
Ontdooien nl
- 6. De volgende apparaatonderdelen uit het apparaat demonteren:
- → "Scheidingsplaat demonteren", Pagina 86
- → "Afdekking demonteren", Pagina 86
- → "Telescooprails demonteren", Pagina 86
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het spoelwater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP!
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. → Pagina 85
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de apparaatdelen en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauwwarm water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
85
Verder lezen op pagina 86Inhoud