Siemens KI82LADE0, tekst van de handleiding
Pagina's 88–96 van 100 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 88
nl Vriesvak
veel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 83
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 6 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen Super-functie inschakelen.
"Super-functie inschakelen", Pagina 86
- 2. Het vriesvaklegplateau in de middelste positie brengen.
- 3. Grotere hoeveelheden verse levensmiddelen onderaan in de buurt van de achterwand bewaren. Daar worden ze het snelst diepgevroren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen,
88
eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Pagina 89
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 91.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak
Ontdooien nl
vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.
Vriesvak ontdooien
Het vriesvak regelmatig ontdooien.
- 1. Ca. 4 uur vóór het ontdooien de Super-functie inschakelen.
"Super-functie inschakelen", Pagina 86
De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.
- 2. De diepvrieswaren verwijderen en op een koele plaats bewaren. De diepvriesproducten in dekens of krantenpapier met koelelementen, indien voorhanden, wikkelen.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 85
- 4. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 5. WAARSCHUWING ‒ Kans op brandwonden!
Heet water, spatwater en stoom kunnen tot verbranding leiden.
- Doe uitsluitend heet en geen kokend water in de pan voor het ontdooiproces.
Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.
- 6. Het dooiwater met een zachte doek of een spons opvegen.
- 7. Het vriesvak met een zachte, droge doek droogwrijven.
- 8. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 13
89
Pagina 90
nl Reiniging en onderhoud
- 9. Het apparaat inschakelen. Pagina 85
- 10. De diepvrieswaren inladen. Pagina 88
13 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 85
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Als een rijplaag voorhanden is, deze laten ontdooien.
- 5. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
Pagina 91
- 6. Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
Pagina 91
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 90
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen en de uitbouwbare apparaatdelen inbouwen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 13
- 6. Het apparaat inschakelen.
Pagina 85
- 7. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Pagina 91
Storingen verhelpen nl
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Fig. 8
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het legplateau uittrekken en verwijderen.
Fig. 9
Uittrekbaar legplateau verwijderen
- 1. Het uittrekbare legplateau krachtig uittrekken tot de grendelnok losklikt.
Fig. 10
- 2. Het uittrekbare legplateau neerlaten en zijwaarts naar buiten draai- en.
Vriesvaklegplateau verwijderen
- 1. Til de glasplaat op en verwijder deze .
Fig. 11
- 2. De draaglijsten verwijderen. Fig. 12
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 13
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. De vergrendeling en uittrekrail naar onderen drukken en de fruit- en groentelade verwijderen .
Fig. 14
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade uittrekken.
- 2. Het legplateau verwijderen en omdraaien .
Fig. 15
- 3. De bevestigingen van de onderste afdekking naar buiten drukken. Fig. 16
- 4. De afdekking aan de voorzijde optillen en achter er uit trekken . Fig. 17
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
Pagina 92
nl Storingen verhelpen
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. ▸ Voer de apparaatzelftest uit. Pagina 94 Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 89 ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. |
Pagina 93
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| "E" of "d" verschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 85 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan. 4. Als de melding nog altijd verschijnt, neem dan contact op met de klantenservice. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 85 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 85 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 91 |
Pagina 94
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 14.1 Stroomuitval | 1. Het apparaat uitschakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 94)
Tijdens een stroomuitval stijgt de Pagina 85 temperatuur in het apparaat, hierdoor 2. Het apparaat na 5 minuten op-verkort de bewaartijd en de kwaliteit nieuw inschakelen. Pagina 85 van de diepvriesproducten vermin- 3. Binnen 10 seconden na het in-dert. schakelen super gedurende 3 tot Op onze website van uw apparaat 5 seconden ingedrukt houden. vindt in de technische gegevens de De apparaatzelftest start. bewaartijd van de diepvriesproducten Tijdens de apparaatzelftest weer-in geval van een storing. klinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
Opmerkingen Wanneer na het einde van de ap-Het apparaat tijdens een stroomuit- paraatzelftest 2 akoestische signa-val zo weinig mogelijk openen en len weerklinken en de temperageen andere levensmiddelen inrui- tuurdisplay de ingestelde temperamen. tuur weergeeft, dan zijn de tempe-De kwaliteit van de levensmiddelen ratuursensoren van uw apparaat in onmiddellijk na de stroomuitval orde. Het apparaat gaat over op controleren. de normale werking.
- Diepvriesproducten die ontdooid Als na het einde van de apparaat- en warmer dan 5 °C zijn, weg- zelftest 5 akoestische signalen gooien. klinken en "super" gedurende 10
- Licht ontdooide diepvriesproduc- seconden knippert, neem dan con-ten koken of bakken en ofwel tact op met de service.
verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
Uw apparaat beschikt over een apparaatzelftest, welke storingen weergeeft, die uw service kan verhelpen.
94
Pagina 95
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 85
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat ontdooien.
Pagina 89
- 5. Het apparaat reinigen. Pagina 90
- 6. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en
Opslaan en afvoeren nl
schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur
Pagina 96
nl Technische gegevens
van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 83
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 83
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
96