Siemens KI86NVFF0, tekst van de handleiding
Koelkast · Siemens · 22 pagina's in het Nederlands · pdf: 104 pagina's, 6,2 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: www.siemens-home.bsh-group.com
Storingen op pagina 98
Pagina 98
Vanaf de titel; het begin van pagina 98 staat in de pdf.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. ▶ Voer de apparaatzelftest uit. → Pagina 100 • Na het verstrijken van de apparaatzelftest gaat het apparaat weer over op normale werking. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| of verschijnt op het temperatuurdisplay. | De elektronica heeft een fout geconstateerd. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 91 2. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit. 3. Sluit het apparaat na 5 minuten weer aan. 4. Verschijnt de melding nog steeds, neem dan contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. → Pagina 91 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. → Pagina 91 ‒ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ‒ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 98)
98
Pagina 99
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▶ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. → Pagina 97 |
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▶ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▶ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Super-functie is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
Pagina 100
nl Opslaan en afvoeren
14.1 Stroomuitval
Tijdens een stroomuitval stijgt de temperatuur in het apparaat, hierdoor verkort de bewaartijd en de kwaliteit van de diepvriesproducten vermindert.
De opgeslagen diepvriesproducten worden gedurende de stijgingstijd van de temperatuur op het typeplaatje gekoeld. → Fig. 1 / 3
Opmerkingen
- Het apparaat tijdens een stroomuitval zo weinig mogelijk openen en geen andere levensmiddelen inruimen.
- De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.
- Diepvriesproducten die ontdooid en warmer dan 5 °C zijn, weggooien.
- Licht ontdooide diepvriesproducten koken of bakken en ofwel verbruiken of opnieuw invriezen.
14.2 Apparaatzelftest uitvoeren
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 91
- 2. Het apparaat na 5 minuten opnieuw inschakelen. → Pagina 91
- 3. Binnen 10 seconden na het inschakelen gedurende 3 tot 5 seconden ingedrukt houden.
- De apparaatzelftest start.
- Tijdens de apparaatzelftest weerklinkt tussendoor een lang akoestisch signaal.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 2 akoestische signalen weerklinken en de temperatuurindicatie de ingestelde temperatuur toont, is uw apparaat in orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
- Als na het einde van de apparaatzelftest 5 akoestische signalen weerklinken en gedurende 10 seconden knippert, contact opnemen met de service.
15 Opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor de opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
→ Pagina 91
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen.
→ Pagina 96
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
Pagina 101
Servicedienst nl
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Het apparaat milieuvriendelijk afvoeren.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Als u vragen hebt, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst.
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Pagina 102
nl Technische gegevens
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
→ Fig. 1 / 3
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
→ Fig. 1 / 3
Overige informatie over uw model vindt u op het internet onder https:// energylabel.bsh-group.com¹. Dit webadres bevat een link naar de officiële EU-productdatabase EPREL, waarvan de URL ten tijde van het drukken nog niet was gepubliceerd. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
102
Pagina's 1–78: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 79
nl
Inhoudsopgave
1 Veiligheid.................................... 81
1.1 Algemene aanwijzingen ........... 81 1.2 Bestemming van het apparaat ........................................... 81 1.3 Inperking van de gebruikers .... 81 1.4 Veiliger transport ...................... 81 1.5 Veilige installatie....................... 82 1.6 Veilig gebruik............................ 83 1.7 Beschadigd apparaat............... 85
2 Het voorkomen van materiële schade ........................................ 87
3 Milieubescherming en besparing.............................................. 87
3.1 Afvoeren van de verpakking .... 87 3.2 Energie besparen..................... 87
4 Opstellen en aansluiten............. 88
4.1 Leveringsomvang ..................... 88 4.2 Criteria voor de opstellocatie ... 88 4.3 Apparaat monteren .................. 89 4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden ............... 89 4.5 Apparaat elektrisch aansluiten............................................. 89
5 Uw apparaat leren kennen......... 89
5.1 Apparaat................................... 89 5.2 Bedieningspaneel..................... 89
6 Uitrusting.................................... 90
6.1 Legplateau................................ 90 6.2 Groente- en fruitlade................. 90 6.3 Vlakke diepvrieslade ................ 90 6.4 Deurrekken............................... 90 6.5 Accessoires.............................. 90
7 De Bediening in essentie........... 91
7.1 Apparaat inschakelen............... 91 7.2 Opmerkingen bij het gebruik ... 91 7.3 Machine uitschakelen............... 91 7.4 Temperatuur instellen............... 91
8 Extra functies ............................. 91
8.1 Automatische Super-functie ..... 91 8.2 Handmatige Super-functie........ 92
9 Alarm........................................... 92
9.1 Deuralarm................................. 92 9.2 Temperatuuralarm .................... 92
10 Koelvak..................................... 93
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak.......................................... 93 10.2 Koudezones in het koelvak.... 93 10.3 Sticker "OK"............................ 93
11 Vriesvak.................................... 94
11.1 Invriescapaciteit...................... 94 11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken ............................... 94 11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak.......................................... 94 11.4 Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen.......................................... 94 11.5 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen ............ 95 11.6 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C ............ 95 11.7 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren ....................... 95
12 Ontdooien................................. 96
12.1 Ontdooien in het koelvak. ...... 96 12.2 Ontdooien in het vriesvak ...... 96
13 Reiniging en onderhoud.......... 96
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging ......................... 96 13.2 Apparaat schoonmaken......... 96 13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen...................... 97 13.4 Onderdelen eruit halen .......... 97
Pagina 80: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 81
Veiligheid nl
1 Veiligheid
Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht.
1.1 Algemene aanwijzingen
- Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door.
- Bewaar de gebruiksaanwijzing en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren.
- Sluit het apparaat in geval van transportschade niet aan.
1.2 Bestemming van het apparaat
Dit apparaat is uitsluitend voor de inbouw bedoeld.
Gebruik het apparaat uitsluitend:
om levensmiddelen te koelen en in te vriezen en voor de bereiding van ijsblokjes.
voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving.
tot een hoogte van 2000 m boven zeeniveau.
1.3 Inperking van de gebruikers
Dit apparaat kan worden bediend door kinderen vanaf 8 jaar en door personen met fysieke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begrepen. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen indien deze niet onder toezicht staan.
Kinderen vanaf 3 jaar en jonger dan 8 jaar mogen de koelkast/ diepvriezer vullen en legen.
1.4 Veiliger transport
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Het hoge gewicht van het apparaat kan bij het optillen letsels veroorzaken.
- Het apparaat niet alleen optillen.
81
Pagina 82
nl Veiligheid
1.5 Veilige installatie
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Ondeskundige installaties zijn gevaarlijk.
- Het apparaat uitsluitend aansluiten en gebruiken volgens de gegevens op het typeplaatje.
- Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde op een stroomnet met wisselstroom aansluiten.
- Het randaardesysteem van de elektrische huisinstallatie moet conform de elektrotechnische voorschriften zijn geïnstalleerd.
- Nooit het apparaat via een externe schakelinrichting voeden, bijvoorbeeld een tijdschakelaar of besturing op afstand.
- Wanneer het apparaat is ingebouwd, moet de netstekker van de netaansluitkabel vrij toegankelijk zijn, of wanneer vrije toegang niet mogelijk is, moet in de vast geplaatste elektrische installatie een alpolige scheidingsinrichting volgens de installatievoorschriften worden ingebouwd.
- Bij het opstellen van het apparaat erop letten dat het netsnoer niet wordt afgeklemd of beschadigd.
Een beschadigde isolatie van het netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit het aansluitsnoer met warmtebronnen in contact brengen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Wanneer de ventilatie-openingen van het apparaat zijn gesloten, dan kan bij een lek van het koude circuit een brandbaar gas-luchtmengsel ontstaan.
- Sluit ventilatie-openingen in de behuizing van het apparaat of in de inbouwbehuizing niet af.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Het gebruik van een verlengd netsnoer en niet-toegestane adapters is gevaarlijk.
- Geen verlengsnoeren of meervoudige stopcontacten gebruiken.
- Als het netsnoer te kort is, contact opnemen met de servicedienst.
- Alleen door de fabrikant goedgekeurde adapters gebruiken.
Pagina 83
Veiligheid nl
Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen kunnen oververhit raken en tot brand leiden.
- Draagbare mobiele meervoudige stopcontacten of draagbare netvoedingen niet aan de achterkant van de apparaten plaatsen.
1.6 Veilig gebruik
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken.
- Gebruik het apparaat alleen in gesloten ruimtes.
- Stel het apparaat nooit bloot aan grote hitte en vochtigheid.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op verstikking!
Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken.
- Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kinderen houden.
- Laat kinderen niet met verpakkingsmateriaal spelen.
Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken.
- Kleine onderdelen uit de buurt van kinderen houden.
- Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op explosie!
Mechanische inrichtingen of andere middelen kunnen de koudekringloop beschadigen, brandbaar koudemiddel kan lekken en exploderen.
- Gebruik voor het versnellen van het ontdooien geen andere mechanische inrichtingen of andere middelen dan diegene die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen kunnen exploderen, bijv. spuitbussen.
- Bewaar geen producten met brandbare drijfgassen en explosieve stoffen in het apparaat.
Pagina 84
nl Veiligheid
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Elektrische apparaten binnenin het apparaat kunnen tot een brand leiden, bijv. verwarmingsapparaten of elektrische ijsbereiders.
- Gebruik geen elektrische apparaten binnenin het apparaat.
WAARSCHUWING ‒ Kans op letsel!
Flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank kunnen barsten.
- Geen flessen of blikjes met koolzuurhoudende drank in het vriesvak bewaren.
Letsel aan de ogen door lekkend brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
WAARSCHUWING ‒ Kans op koude-brandwonden!
Contact met diepvrieswaren en koude oppervlakken kan tot brandwonden door koude leiden.
- Nooit diepvrieswaren in de mond nemen nadat deze uit het vriesvak werden genomen.
- Vermijd langer contact van de huid met diepvrieswaren, ijs en oppervlakken van het vriesvak.
VOORZICHTIG ‒ Kans op gevaar voor de gezondheid!
Houd de volgende aanwijzingen aan om verontreiniging van levensmiddelen te voorkomen.
- Wanneer de deur langere tijd wordt geopend, kan dit leiden tot een aanzienlijke temperatuurstijging in de vakken van het apparaat.
- Maak de oppervlakken, die met levensmiddelen en toegankelijke afvoersystemen in contact komen, regelmatig schoon.
- Rauw vlees en vis in geschikte containers in de koelkast dusdanig bewaren dat het niet in contact komt met andere levensmiddelen of op deze drupt.
- Wanneer het koel-/vriesapparaat langere tijd leeg staat, het apparaat uitschakelen, ontdooien, reinigen en de deur open laten, om schimmelvorming te voorkomen.
Pagina 85
Veiligheid nl
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Wanneer zure levensmiddelen in contact komen met aluminium in contact komen, dan kunnen aluminiumionen overdragen naar de levensmiddelen.
- Verontreinigde levensmiddelen niet consumeren.
1.7 Beschadigd apparaat
WAARSCHUWING ‒ Kans op elektrische schok!
Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk.
- Nooit een beschadigd apparaat gebruiken.
- Nooit aan het netsnoer trekken, om het apparaat van het elektriciteitsnet te scheiden. Altijd aan de stekker van het netsnoer trekken.
- Wanneer het apparaat of het netsnoer is beschadigd, dan direct de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- Contact opnemen met de servicedienst. → Pagina 101
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
WAARSCHUWING ‒ Kans op brand!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- Houd vuur en ontstekingsbronnen uit de buurt van het apparaat.
- Ventileer de ruimte.
- Het apparaat uitschakelen. → Pagina 91
Pagina 86: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 87
2 Het voorkomen van materiële schade
LET OP!
Door het gebruik van de plint, laden of apparaatdeuren als zitvlak of opstapje kan het apparaat beschadigd raken.
- Niet op de plint, laden of deuren staat of leunen.
Door verontreinigingen met olie of vet kunnen kunststofdelen en deurafdichtingen poreus worden.
- Houd kunststofdelen en deurafdichtingen olie- en vetvrij.
Delen in het apparaat van metaal of met een metalen uiterlijk kunnen aluminium bevatten. Aluminium reageert bij contact met zure levensmiddelen.
- Geen levensmiddelen onverpakt in het apparaat bewaren.
3 Milieubescherming en besparing
3.1 Afvoeren van de verpakking
De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
- De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren.
3.2 Energie besparen
Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt uw apparaat minder stroom.
Keuze van de opstellingslocatie
- Stel het apparaat niet bloot aan direct zonlicht.
Het voorkomen van materiële schade nl
- Plaats het apparaat zo ver mogelijk van radiatoren, fornuis en andere warmtebronnen:
- Houd 30 mm afstand aan tot elektrische- of gasfornuizen.
- Houd 300 mm afstand aan tot olie- en kolenfornuizen.
- Een nisdiepte van 560 mm gebruiken.
- Nooit de externe ventilatie-opening afdekken of dicht maken.
Energie besparen bij het gebruik.
Opmerking: De plaatsing van de uitrustingsonderdelen heeft geen invloed op het energieverbruik van het apparaat.
- Open het apparaat slechts kort.
- Nooit de ventilatie-openingen binnenin, of de ventilatieroosters aan de buitenzijde afdekken of dicht maken.
- Transporteer gekoelde levensmiddelen in een koeltas en leg ze snel in het apparaat.
- Warm voedsel en dranken eerst laten afkoelen, daarna in het apparaat plaatsen.
- Leg om de koude van de diepvriesproducten te benutten, deze ter ontdooiing in het koelvak.
- Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de achterwand.
- Verpak de levensmiddelen luchtdicht.
- Open het vriesvak slechts kort en sluit het zorgvuldig.
Pagina 88
nl Opstellen en aansluiten
4 Opstellen en aansluiten
Waar en hoe u het apparaat het beste opstelt, komt u hier te weten. Bovendien komt u te weten hoe u het apparaat op het elektriciteitsnet aansluit.
4.1 Leveringsomvang
Controleer na het uitpakken alle onderdelen op transportschade en de volledigheid van de levering.
Neem bij klachten met uw dealer of onze servicedienst → Pagina 101 contact op.
De levering bestaat uit:
- Inbouw
- Uitrusting en accessoires¹
- Montagemateriaal
- Montagehandleiding
- Gebruiksaanwijzing
- Klantenservice overzicht
- Garantiebijlage²
- Energielabel
- Informatie over energieverbruik en geluiden
4.2 Criteria voor de opstellocatie
WAARSCHUWING
Kans op explosie!
Wanneer het apparaat in een te kleine ruimte staat, kan er bij een lek van het koudecircuit een brandbaar gasluchtmengsel ontstaan.
- Stel het apparaat uitsluitend op in een ruimte, welke tenminste een volume heeft van 1 m³ per 8 g koudemiddel. De hoeveelheid van het koudemiddel staat op het typeplaatje. → Fig. 1 / 3
1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering
2 Niet in alle landen
88
Het gewicht van het apparaat kan afhankelijk van het model tot 65 bedragen.
De ondergrond moet stabiel genoeg zijn om het gewicht van het apparaat te dragen.
Toegestane ruimtetemperatuur
De toegestane kamertemperatuur is afhankelijk van de klimaatklasse van het apparaat.
De klimaatklasse vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 / 3
| Klimaatklasse | Toegestane ruimtetemperatuur |
|---|---|
| SN | 10 °C…32 °C |
| N | 16 °C…32 °C |
| ST | 16 °C…38 °C |
| T | 16 °C…43 °C |
| Het apparaat | is volledig functioneel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 88)
binnen de toegestane binnentemperatuur.
Wanneer u een apparaat van de klimaatklasse SN gebruikt bij lagere kamertemperaturen, dan kunnen beschadigingen aan het apparaat tot een kamertemperatuur van 5 °C worden uitgesloten.
Nismaten
Neem de nisafmetingen in acht als u uw apparaat in de nis inbouwt. Bij afwijkingen kunnen problemen optreden tijdens de installatie van het apparaat.
Nisdiepte
Bouw het apparaat in de aanbevolen nisdiepte van 560 mm in.
Pagina 89
Bij een kleinere nisdiepte wordt het energieverbruik iets hoger. De nisdiepte moet minimaal 550 mm bedragen.
Nisbreedte
Voor het apparaat is een meubelnis met een binnenbreedte van minimaal 560 mm nodig.
Side-by-side-opstelling
Als u 2 apparaten naast elkaar wilt opstellen, moet u tussen de apparaten minimaal een tussenafstand van 150 mm aanhouden.
4.3 Apparaat monteren
- Het apparaat conform meegeleverde montagehandleiding monteren.
4.4 Het apparaat voor het eerste gebruik voorbereiden
- 1. Haal het informatiemateriaal er uit.
- 2. Verwijder de beschermfolie en transportborgingen, bijv. plakstrips en karton.
- 3. Het apparaat voor de eerste keer reinigen. → Pagina 96
4.5 Apparaat elektrisch aansluiten
- 1. De netstekker van het aansluitsnoer van het apparaat in een stopcontact in de omgeving van het apparaat steken.
De aansluitgegevens van het apparaat staan op het typeplaatje. → Fig. 1 / 3
- 2. De netstekker op vastheid controleren.
- Het apparaat is nu gereed voor gebruik.
Uw apparaat leren kennen nl
5 Uw apparaat leren kennen
5.1 Apparaat
Hier vindt u een overzicht van de onderdelen van uw apparaat.
→ Fig. 1
| A | Koelvak |
|---|---|
| B | Vriesvak |
| 1 | Bedieningspaneel |
| 2 | Groente- en fruitlade → Pagina 90 |
| 3 | Typeplaatje |
| 4 | Vlakke diepvrieslade → Pagina 90 |
| 5 | Diepvrieslade |
| 6 | Deurrek voor grote flessen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 89)
Opmerking: Verschillen tussen uw apparaat en de afbeeldingen zijn mogelijk op basis van uitrusting en grootte.
5.2 Bedieningspaneel
Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand.
→ Fig. 2
| 1 | schakelt het waarschuwingssignaal uit. |
|---|---|
| 2 | / stelt de temperatuur van het koelvak in. |
| 3 | Toont de ingestelde temperatuur van het koelvak in °C. |
| 4 | schakelt de Super-functie in of uit. |
Pagina 90
nl Uitrusting
5 schakelt het apparaat in of uit.
6 Uitrusting
De uitrusting van uw apparaat is modelafhankelijk.
6.1 Legplateau
Om de schappen naar wens te variëren, kunt u het schap uitnemen en op een andere positie weer plaatsen. → "Plateau verwijderen", Pagina 97
6.2 Groente- en fruitlade
Bewaar vers fruit en groente in de fruit- en groentelade.
Afhankelijk van de soort levensmiddelen en de hoeveelheid kan zich in de fruit- en groentelade condenswater vormen.
Verwijder het condenswater met een droge doek.
Om ervoor te zorgen dat de kwaliteit en het aroma behouden blijven, moet u koudegevoelig fruit en groente buiten het apparaat bewaren bij temperaturen van ca. 8 °C tot 12 °C, bijv. ananas, bananen, citrusvruchten, augurken, courgette, paprika, tomaten en aardappelen.
90
6.3 Vlakke diepvrieslade
Bewaar vlakke diepvrieswaren, de houder voor ijsblokjes en de ijsschep in de vlakke diepvrieslade.
6.4 Deurrekken
Om het deurrek naar behoefte te variëren kunt u het deurrek er uit nemen en op een andere positie weer plaatsen.
→ "Deurrek verwijderen", Pagina 97
6.5 Accessoires
Gebruik alleen originele accessoires. Deze zijn op het apparaat afgestemd. De accessoires van het apparaat zijn afhankelijk van het model.
Eierplateau
Bewaar eieren veilig op het eierpla-teau.
Diepvriesschaal
In de diepvriesladen kunt u kleinere hoeveelheden voedingsmiddelen snel invriezen, bijv. bessen, stukken fruit, kruiden en groenten.
→ Fig. 3
De diepvriesproducten gelijkmatig in de diepvriesschaal verdelen en ca. 10 tot 12 uur laten invriezen. Vervolgens in een diepvrieszak of een diepvriesdoos doen.
Koude-accu
Gebruik de koude-accu voor het tijdelijk koel houden van levensmiddelen, bijv. in een koeltas.
Tip: De koude-accu vertraagt bij het uitvallen van de stroom of bij een storing het verwarmen van de opgeslagen diepvrieswaren.
IJsblokjesschaal
Gebruik de ijsblokjesschaal om ijsblokjes te maken.
Pagina 91
IJsblokjes maken
- 1. De ijsblokjesschaal voor ¾ met water vullen en in het vriesvak plaatsen.
Vastgevroren ijsblokjesschaal alleen met een bot voorwerp, bijv. steel van een lepel, losmaken.
- 2. Om de ijsblokjesschaal los te maken de ijsblokjesschaal iets torderen of kort onder stromend water houden.
7 De Bediening in essentie
7.1 Apparaat inschakelen
- 1. indrukken.
- Het apparaat begint te koelen.
- Er weerklinkt een waarschuwingssignaal en brandt omdat het vriesvak nog te warm is.
- 2. Het waarschuwingssignaal met uitschakelen.
gaat uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt.
- 3. De gewenste temperatuur instellen. → Pagina 91
7.2 Opmerkingen bij het gebruik
- Wanneer u het apparaat heeft ingeschakeld, duurt het tot enkele uren voordat de ingestelde temperatuur wordt bereikt.
Geen levensmiddelen in het apparaat doen voordat de temperatuur is bereikt.
- De behuizing rond het vriesvak wordt tijdelijk licht verwarmd. Dit voorkomt vorming van condenswater in de zone van de deurafdichting.
De Bediening in essentie nl
- Wanneer u de deur sluit, kan een onderdruk ontstaan. De deur gaat dan alleen moeilijker open. Wacht een ogenblik tot de onderdruk wordt gecompenseerd.
7.3 Machine uitschakelen
- indrukken.
7.4 Temperatuur instellen
Koelvaktemperatuur instellen
- Zo vaak op / drukken tot de temperatuurindicatie de gewenste temperatuur toont.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
→ "Sticker "OK"", Pagina 93
Vriesvaktemperatuur instellen
- Om de vriesvaktemperatuur in te stellen, de koelvaktemperatuur wijzigen → Pagina 91.
De koelvaktemperatuur beïnvloedt de vriesvaktemperatuur. Hoger ingestelde koelvaktemperaturen zorgen voor hogere vriesvaktemperaturen.
8 Extra functies
8.1 Automatische Super-functie
De automatische Super-functie schakelt bij het inruimen van warme levensmiddelen automatisch in.
Bij de automatische Super-functie koelt het vriesvak duidelijk op een lagere temperatuur dan bij de normale werking.
Als de automatische Super-functie is ingeschakeld, brandt en er kunnen meer geluiden ontstaan.
Pagina 92
nl Alarm
Het apparaat schakelt na het verstrijken van de automatische Super-functie terug op de normale werking.
Automatische Super-functie annuleren
- indrukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
8.2 Handmatige Super-functie
Bij de Super-functie koelen het koelvak en het vriesvak sterker.
Schakel de Super-functie 4 tot 6 uur vóór het opslaan van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in. Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u de Super-functie.
→ "Invriescapaciteit", Pagina 94
Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Super-functie inschakelen
- indrukken.
brandt.
Opmerking: Na ca. 60 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Super-functie uitschakelen
- Op drukken.
- De voordien ingestelde temperatuur wordt op indicatie aangegeven.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op drukken.
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
- Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
- De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
- indrukken.
Pagina 93
- Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
- De temperatuurindicatie geeft kort de warmste temperatuur weer die in het vriesvak heeft geheerst. Daarna toont de temperatuurindicatie opnieuw de ingestelde temperatuur.
- Vanaf dit moment wordt de warmste temperatuur opnieuw bepaald en in het geheugen opgeslagen. brandt als de ingestelde temperatuur opnieuw is bereikt.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
De aanbevolen temperatuur in het koelvak bedraagt 4 °C.
→ "Sticker "OK"", Pagina 93
Door de koelopslag kunt u ook zeer bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
- Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
- De door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht nemen.
- Levensmiddelen goed verpakt of afgedekt inruimen.
- Warme etenswaren en dranken eerst laten afkoelen.
Koelvak nl
10.2 Koudezones in het koelvak
Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.
Koudste zone
De koudste zone is tussen de op de zijkant gestempelde pijl en het eronder liggende legplateau.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
Warmste zone
De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.
Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
→ "Koelvaktemperatuur instellen", Pagina 91
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
Pagina 94
nl Vriesvak
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje. → Fig. 1 /
3 Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen Super-functie inschakelen.
→ "Super-functie inschakelen", Pagina 92
- 2. Bij apparaten met een vlakke diepvrieslade eerst deze met levensmiddelen vullen. Bij apparaten zonder vlakke diepvrieslade de onderste diepvrieslade eerst met levensmiddelen vullen. Daar bevriezen de levensmiddelen het snelst.
- 3. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk bij de zijwanden invriezen.
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak onderbrengt.
- 1. Alle uitrustingsdelen verwijderen. → Pagina 97
- 2. Levensmiddelen rechtstreeks op de legplateaus en de bodem van het vriesvak bewaren.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
- Om grotere hoeveelheden verse levensmiddelen snel en voorzichtig in te vriezen, deze in de bovenste diepvrieslade leggen.
- De levensmiddelen naast elkaar in de vakken of diepvriesladen leggen.
- In te vriezen levensmiddelen niet in aanraking brengen met ingevroren levensmiddelen.
- Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Kleinere hoeveelheid levensmiddelen snel bevriezen
- 1. De levensmiddelen in de achteraan op de grote driepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade leggen.
- 2. De levensmiddelen over een groot oppervlak verdelen.
Verder lezen op pagina 95Inhoud