Siemens KI96NSDD0, tekst van de handleiding
Pagina's 94–105 van 108 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 94
nl Extra functies
De automatische Supervriezen schakelt in als u verse levensmiddelen in de achter op de grote diepvrieslade geplaatste driepvriesschaal of van rechts beginnend in de vlakke diepvrieslade legt.
Het automatische Supervriezen is af-fabriek geactiveerd. U kunt het automatische Supervriezen deactiveren. Als het automatische Supervriezen is ingeschakeld, brandt "super freeze" en er kunnen meer geluiden ontstaan.
Het apparaat schakelt na het verstrijken van het automatisch Supervriezen op normale werking.
Automatisch Supervriezen activeren
- super freeze 5 seconden ingedrukt houden.
Als er 2 akoestische signalen te horen zijn, is het automatische Supervriezen geactiveerd.
Automatische Supervriezen deactiveren
- super freeze 5 seconden ingedrukt houden.
Als er 3 akoestische signalen te horen zijn, dan is het automatische Supervriezen gedeactiveerd.
Automatische Supervriezen annuleren
- Druk op super freeze.
8.3 Handmatig Supervriezen
Bij het Supervriezen koelt het vriesvak zo koud mogelijk.
Schakel Supervriezen 4 tot 6 uur voor het inladen van een hoeveelheid levensmiddelen vanaf 2 kg in het vriesvak in.
Om het invriesvermogen te benutten, gebruikt u Supervriezen.
"Voorwaarden voor invriesvermogen", Pagina 96
Opmerking: Als Supervriezen is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.
Handmatig Supervriezen inschakelen
- Druk op super freeze.
"super freeze" brandt.
Opmerking: Na ca. 50 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Handmatig Supervriezen uitschakelen
- Druk op super freeze.
8.4 Rust-modus
De rustmodus schakelt alle niet absoluut noodzakelijke functies uit.
Tijdens de rust-modus zijn de volgende functies uitgeschakeld:
Superkoelen
Automatische Supervriezen en handmatige Supervriezen Alarm
Binnenverlichting
Akoestische signalen
Meldingen op het bedieningspaneel
Opmerking: Tijdens de rust-modus schakelt de verlichting van het bedieningspaneel uit. "super freeze" brandt met gereduceerde helderheid.
Rust-modus inschakelen
- super freeze 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
"super freeze" brandt.
Pagina 95
Opmerking: Na ca. 80 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.
Rust-modus uitschakelen
- super freeze 15 Seconden ingedrukt houden, tot een akoestisch signaal klinkt.
9 Alarm
9.1 Deuralarm
Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, "alarm off" knippert en de ingestelde temperatuur van het betroffen vak knippert.
Deuralarm uitschakelen
- De apparaatdeur sluiten of op alarm off drukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
9.2 Temperatuuralarm
Wanneer het te warm is in het vriesvak, wordt het temperatuuralarm geactiveerd.
Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm off" knipperen.
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Alarm nl
Het temperatuuralarm kan in de volgende gevallen inschakelen:
Het apparaat wordt in gebruik genomen.
Levensmiddelen pas in het apparaat inruimen wanneer de ingestelde temperatuur is bereikt.
Er worden grote hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. Voor het in het apparaat inruimen van grote hoeveelheden levensmiddelen Supervriezen inschakelen.
De deur van het vriesvak is te lang geopend.
Controleer of het diepvriesproduct deels of geheel is ontdooid.
Temperatuuralarm uitschakelen
- alarm off indrukken.
Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.
10 Koelvak
In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.
De temperatuur is van 2 °C tot 8 °C instelbaar.
Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.
10.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak
Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.
95
Pagina 96
nl Vriesvak
Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.
Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.
Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.
10.2 Koudezones in het koelvak
Het circulatiekoelsysteem laat de lucht gelijkmatig in het koelvak circuleren en zorgt voor een constante temperatuur op alle plateaus.
Koudste zone
De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.
Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.
10.3 Sticker "OK"
Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.
De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.
Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.
"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 93
Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren
voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.
Correcte instelling
11 Vriesvak
In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.
De temperatuur is van −16 °C tot −24 °C instelbaar.
Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.
Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.
11.1 Invriescapaciteit
Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.
Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91
Voorwaarden voor invriesvermogen
- 1. Ca. 24 uur vóór het inladen van verse levensmiddelen, Supervriezen inschakelen.
"Handmatig Supervriezen inschakelen", Pagina 94
- 2. De levensmiddelen eerst in de bovenste diepvrieslade bewaren.
- 3. Verse levensmiddelen zo dicht mogelijk tegen de zijwanden bewaren.
Pagina 97
11.2 Vriesvakvolume volledig gebruiken
Kom te weten hoe u de maximale hoeveelheid diepvriesproducten in het vriesvak kunt doen.
- 1. Tot op de onderste diepvrieslade alle uitrustingsdelen uit het vriesvak verwijderen. Pagina 99
- 2. Begin met het stapelen van de levensmiddelen in de onderste diepvrieslade.
11.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak
Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.
Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.
De levensmiddelen naast elkaar in de diepvriesladen leggen.
Voor een goede luchtcirculatie in het apparaat de diepvrieslade tot aan de aanslag inschuiven.
11.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen
Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.
Levensmiddelen per portie invriezen.
Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.
Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.
Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.
Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal,
Vriesvak nl
kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.
Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.
Diepvrieswaren verpakken
Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.
- 1. De levensmiddelen in de verpakking leggen.
- 2. De lucht eruit drukken.
- 3. De verpakking luchtdicht afsluiten om te voorkomen dat de levensmiddelen hun smaak verliezen of uitdrogen.
- 4. De verpakking met de inhoud van de invriesdatum voorzien.
11.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C
| Product | Bewaartijd |
|---|---|
| Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banket | Tot 6 maanden |
| Gevogelte, vlees | Tot 8 maanden |
| Groente, fruit | Tot 12 maanden |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 97)
De erop gedrukte vrieskalender geeft de maximale bewaartijd in maanden aan bij een constante temperatuur van –18°C.
97
Pagina 98
nl Ontdooien
11.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren
VOORZICHTIG
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.
- Half of geheel ontdooide diepvrieswaren niet opnieuw invriezen.
- Het voedsel pas na koken of braden opnieuw invriezen.
- De maximale bewaartijd niet meer ten volle benutten.
Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.
Brood bij kamertemperatuur ontdooien.
Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.
12 Ontdooien
12.1 Ontdooien in het koelvak.
Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.
Fig. 4
Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.
Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 99.
12.2 Ontdooien in het vriesvak
Door het volledig automatische “NoFrost”-systeem blijft het vriesvak vorstvrij. Ontdooien is niet nodig.
13 Reiniging en onderhoud
De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.
13.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 93
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen eruit halen en op een koele plaats bewaren. Indien beschikbaar koelelementen op de levensmiddelen leggen.
- 4. Verwijder alle uitrustingsdelen en accessoires uit het apparaat.
Pagina 99
13.2 Apparaat schoonmaken
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.
- Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen.
Pagina 99
Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.
- Het afwaswater mag niet in de verlichting of in de bedieningselementen terechtkomen.
LET OP
Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.
- Geen harde schuur- of afwassponsjes gebruiken.
- Geen scherpe of schurende reinigingsmiddelen gebruiken.
- Geen sterk alcoholhoudende reinigingsmiddelen gebruiken.
Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.
- Het sop mag niet in het afvoergat komen.
Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.
- Nooit uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigen.
- 1. Apparaat voorbereiden voor reiniging. Pagina 98
- 2. Het apparaat, de uitrustingsdelen, de accessoires en de deurafdichtingen met een vaatdoek, lauw water en een beetje pH-neutraal afwasmiddel reinigen.
- 3. Met een zachte, droge doek grondig nadrogen.
- 4. De uitrustingsdelen plaatsen en de uitbouwbare apparaatdelen inbouwen.
- 5. Het apparaat elektrisch aansluiten. Pagina 13
- 6. Doe de levensmiddelen in het apparaat.
Reiniging en onderhoud nl
13.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.
Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.
- 1. De bewaarlade verwijderen.
Pagina 99
- 2. Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen.
Pagina 100
- 3. Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat voorzichtig, bijv. met een wattenstaafje.
Fig. 5
13.4 Onderdelen eruit halen
Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.
Plateau verwijderen
- Het plateau aan de voorzijde optillen , er uit trekken en verwijderen .
Fig. 6
Deurrek verwijderen
- Het deurrek omhoog tillen en verwijderen.
Fig. 7
Bewaarlade verwijderen
- 1. De lade tot de aanslag eruit trekken.
- 2. Til de bewaarlade aan de voorkant op en verwijder deze .
Fig. 8
Pagina 100
nl Storingen verhelpen
Groente- en fruitlade verwijderen
- 1. De fruit- en groentelade tot de aanslag uittrekken.
- 2. Til de fruit- en groentelade aan de voorzijde op en verwijder deze .
Fig. 9
Diepvrieslade verwijderen
- 1. De diepvrieslade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. De diepvrieslade vooraan optillen en eruit halen .
Fig. 10
Ladefront verwijderen
U kunt het ladefront van de fruit en groentelade en de vriesproductenlade verwijderen voor het gemakkelijker schoonmaken.
- Druk de klikhaken aan de zijkant van de lade in en verwijder het ladefront middels een draaibeweging van de lade .
Fig. 11
13.5 Apparaatonderdelen demonteren
Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade
Om de afdekking van de fruit- en groentelade grondig te reinigen, kunt u deze demonteren.
Legplateau boven de fruit- en groentelade verwijderen
- 1. De bewaarlade verwijderen.
Pagina 99
- 2. De fruit- en groentelade verwijderen. Pagina 100
- 3. Het plateau boven de groentelade verwijderen. Pagina 99
Legplateau boven de fruit- en groentelade inbouwen
- 1. Let erop dat de spoiler op het legplateau boven de groente- en fruitlade juist is gepositioneerd.
Fig. 12
- 2. Het legplateau boven de groente- en fruitlade plaatsen.
14 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Wanneer de netaansluitkabel of de apparaataansluitkabel van dit apparaat beschadigd raakt, moet deze worden vervangen door een speciale netaan-
Pagina 101
Storingen verhelpen nl
sluitkabel of speciale apparaataansluitkabel die verkrijgbaar is bij de fabrikant of de klantenservice.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden. | Het presentatielicht is ingeschakeld. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 93 2. Wacht 2 minuten. 3. Schakel het apparaat weer in. Pagina 92 4. Wacht 1 minuut en houd aansluitend super cool ingedrukt, tot er 4 akoestische signalen klinken. 5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt. |
| LED-verlichting functioneert niet. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Neem contact op met de servicedienst. Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten. |
| De koelmachine schakelt vaker en langer in. | Het apparaat is te vaak geopend. ▸ Open de apparaatdeur niet onnodig. |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. ▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat. ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. | |
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid. |
Pagina 102
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag. | ▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is. ▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af. ▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen. ▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (koelvak) en "alarm off" knipperen. | Deur van het koelvak is open. ▸ Sluit de deur van het koelvak. |
| Er klinkt een waarschuwingssignaal, de ingestelde temperatuur (vriesvak) en "alarm off" knipperen. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▸ Druk op alarm off. Schakel het alarm uit. |
| Vriesvakdeur is open. ▸ Sluit de vriesvakdeur. | |
| Externe ventilatieopeningen zijn afgedekt. ▸ Verwijder hindernissen vóór de externe ventilatieopeningen. | |
| Er zijn grotere hoeveelheden verse levensmiddelen ingeruimd. ▸ Overschrijd het vriesvermogen niet. "Invriescapaciteit", Pagina 96 | |
| Temperatuur wijkt erg af van de instelling. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. 1. Schakel het apparaat uit. Pagina 93 2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 92 ▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw. ▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw. |
| Bodem van het koelvak is nat. | De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt. ▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 99 |
Pagina 103
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Het apparaat bromt, borrelt, zoemt, gorgelt, klikt, of maakt knakgeluiden. | Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit. Het automatische ontdooisysteem treedt in werking. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. |
| Apparaat produceert geluiden. | Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen. ▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat. |
| Flessen of containers raken elkaar. ▸ Haal flessen of containers van elkaar. | |
| Supervriezen is ingeschakeld. Geen handeling vereist.Geen handeling vereist. | |
| 14.1 Stroomuitval | 1. Het apparaat uitschakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)
Tijdens een stroomuitval stijgt de Pagina 93 temperatuur in het apparaat, hierdoor 2. Haal de stekker van het apparaat verkort de bewaartijd en de kwaliteit uit het stopcontact.
van de diepvriesproducten vermin- De stekker van het netsnoer uit het dert. stopcontact trekken of de zekering Op onze website van uw apparaat in de meterkast uitschakelen. vindt in de technische gegevens de 3. Het apparaat na 5 minuten op-bewaartijd van de diepvriesproducten nieuw elektrisch aansluiten. in geval van een storing. Pagina 13
- 4. Het apparaat inschakelen. Opmerkingen Pagina 92
Het apparaat tijdens een stroomuit- 5. Eén minuut na het inschakelen su-val zo weinig mogelijk openen en per cool gedurende 3 tot 5 secongeen andere levensmiddelen inrui- den ingedrukt houden, totdat een men. akoestisch signaal klinkt. De kwaliteit van de levensmiddelen De apparaatzelftest start wanneer onmiddellijk na de stroomuitval de temperatuurindicaties na elkaar controleren. gaan branden.
- Diepvriesproducten die ontdooid Wanneer na het einde van de ap- en warmer dan 5 °C zijn, weg- paraatzelftest 2 akoestische signa-gooien. len weerklinken en de temperatuur-
- Licht ontdooide diepvriesproduc- display de ingestelde temperatuur ten koken of bakken en ofwel weergeeft, dan zijn de temperaverbruiken of opnieuw invriezen. tuursensoren van uw apparaat in 14.2 Apparaatzelftest uitvoe- orde. Het apparaat gaat over op de normale werking.
ren Wanneer na het einde van de zelf-Uw apparaat beschikt over een appa- test van het apparaat 5 akoesti-raatzelftest, welke storingen weer- sche signalen klinken en de leds geeft, die uw service kan verhelpen. van de temperatuuraanwijzing met
103
Pagina 104
nl Opslaan en afvoeren
verschillende helderheid branden, neem dan contact op met de service. De leds geven de servicedienst aanwijzingen omtrent de actuele storing.
- 6. Druk op "super cool", zodat het apparaat overschakelt naar normaal bedrijf.
Superkoelen is ingeschakeld en "super cool" brandt.
- 7. Superkoelen uitschakelen.
Pagina 93
- 8. Temperatuur instellen Pagina 93
15 Opslaan en afvoeren
15.1 Apparaat buiten gebruik stellen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
Pagina 93
- 2. Haal de stekker van het apparaat uit het stopcontact.
De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.
- 3. Alle levensmiddelen verwijderen.
- 4. Het apparaat reinigen. Pagina 98
- 5. Om de ventilatie van het interieur te waarborgen het apparaat geopend laten.
15.2 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Om te voorkomen dat kinderen in het apparaat kruipen legplateaus
104
en lades niet uit het apparaat nemen.
- Kinderen uit de buurt van een afgedankt apparaat houden.
WAARSCHUWING
Brandgevaar!
Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.
- De buizen van de koudemiddelkringloop en de isolatie niet beschadigen.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
16 Servicedienst
Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar
Pagina 105
Technische gegevens nl
vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.
Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.
Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.
De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.
(E-Nr.) en het productienummer (FD) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
17 Technische gegevens
Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.
"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 91
Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.
Het aantal lichtbronnen is modelafhankelijk.
Dit product bevat een lichtbron van energieklasse E.
De lichtbronnen zijn leverbaar als reserveonderdeel en mogen uitsluitend door geschoold vakpersoneel worden vervangen.
16.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer
1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte
105