naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens KU22LADD0, tekst van de handleiding

Pagina's 96–108 van 112 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 84–95

Pagina 96

nl Alarm

Opmerking: Als de Super-functie is ingeschakeld, kan er meer geluid ontstaan.

Super-functie inschakelen

Opmerking: Na ca. 24 uur schakelt het apparaat over op de normale werking.

Super-functie uitschakelen

9 Alarm

9.1 Deuralarm

Als de deur van het apparaat langere tijd open staat wordt het deuralarm ingeschakeld.

Er klinkt een waarschuwingssignaal en brandt.

Deuralarm uitschakelen

Het waarschuwingssignaal is uitgeschakeld.

10 Home Connect

Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app te bedienen.

De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect dien-

sten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com. Om Home Connect te kunnen gebruiken, dient u eerst de verbinding met het WLAN-thuisnetwerk (Wi-Fi ¹) en met de Home Connect app te configureren.

Na het inschakelen van het apparaat ten minste 3 minuten wachten tot de interne initialisatie van het apparaat is voltooid. Configureer pas dan Home Connect.

De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen en houd u aan de instructies in de Home Connect app.

Opmerkingen

Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient. "Veiligheid", Pagina 85

De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.

10.1 Home Connect instellen

Vereiste: Het apparaat heeft op de plaats van opstelling ontvangst van het thuisnetwerk (wifi).

1 Wi-Fi is een geregistreerd handelsmerk van de Wi-Fi Alliance.

96

Pagina 97

Home Connect nl

Via de QR-code kunt u de Home Connect app installeren en uw apparaat verbinden.

10.2 Schakel de verbinding met het thuisnetwerk (WiFi) in

10.3 Apparaat met Matter ¹ in intelligent netwerk opnemen

De universele Matter-standaard biedt de mogelijkheid slimme apparaten van verschillende fabrikaten in een netwerk op te nemen. U kunt slimme apparaten bijv. met een spraakassistent of andere regelcentrale in een netwerk verbinden.

Opmerking: Niet alle toestellen ondersteunen de Matter-standaard. Controleer in de Home Connect-app of uw toestel de Matter-standaard ondersteunt.

Vereisten

Het apparaat is verbonden met het WiFi-netwerk en de Home Connect app.

Een app, die de Matter-standaard voor huishoudelijke apparaten ondersteunt, is op het mobiele eindapparaat geconfigureerd.

10.4 Schakel de verbinding met het thuisnetwerk (WiFi) uit

10.5 Update van de Home Connect software installeren

Opmerking: Als een update van de Home Connect software beschikbaar is, verschijnt een melding in de Home Connect app.

De actuele softwareversie is in de Home Connect app onder de apparaatinformatie van het betreffende huishoudapparaat te vinden.

Tijdens de installatie is het bedieningspaneel gedeeltelijk geblokkeerd.

10.6 Home Connect instellingen resetten

Als het tot verbindingsproblemen van uw apparaat met uw thuisnetwerk (WiFi) komt of als u uw apparaat in een ander thuisnetwerk (WiFi) wilt aanmelden, kunt u de Home Connect instellingen terugzetten.

1 Matter wordt door de Connectivity Standards Alliance™ ontwikkeld. Dit merk en bijbehorende logo's en tekens zijn merken van de alliantie, alle rechten voorbehouden.

97

Pagina 98

nl Koelvak

7 tot 10 seconden ingedrukt houden tot een derde akoestisch signaal klinkt.

De Home Connect instellingen zijn gereset.

10.7 Bescherming persoonsgegevens

Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.

Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):

Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde

WiFi communicatiemodule).

Veiligheidscertificaat van de WiFicommunicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).

De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat. Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.

Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.

Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Informatie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.

98

11 Koelvak

In het koelvak kunt u vlees, worst, vis, melkproducten, eieren, bereide gerechten en brood en banket bewaren.

De temperatuur is van 2 °C tot 6 °C instelbaar.

Door de koelopslag kunt u ook licht bederfelijke levensmiddelen op korte of middellange termijn bewaren. Hoe lager de gekozen temperatuur is, des te langer blijven de levensmiddelen vers.

11.1 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het koelvak

Alleen verse en onbeschadigde levensmiddelen inruimen.

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt of afgedekt.

Om de luchtcirculatie niet te hinderen en het bevriezen van levensmiddelen te vermijden, de levensmiddelen niet direct tegen de achterwand plaatsen.

Laat warme etenswaren en dranken eerst afkoelen.

Houd de door de fabrikant vermelde houdbaarheidsdatum of gebruiksdatum in acht.

11.2 Koudezones in het koelvak

Door de luchtcirculatie in et koelvak ontstaan verschillende koudezones.

Koudste zone

De koudste zone bevindt zich in de bewaarlade.

Tip: Bewaar snel bedervende levensmiddelen in de koudste zone, bijv. vis, worst en vlees.

Pagina 99

Warmste zone

De warmste zone bevindt zich helemaal bovenaan in de deur.

Tip: Bewaar minder gevoelige levensmiddelen in de warmste zone, bijv. harde kaas en boter. Hierdoor komt het aroma van de kaas beter tot ontwikkeling en blijft de boter smeerbaar.

11.3 Sticker "OK"

Met de sticker OK kunt u controleren of in het koelvak de voor de levensmiddelen aanbevolen veilige temperatuurbereiken van +4°C of kouder bereikt zijn.

De sticker OK wordt niet bij alle modellen meegeleverd.

Wanneer de sticker OK niet weergeeft, dan de temperatuur stapsgewijze verlagen.

"Koelvaktemperatuur instelen", Pagina 95

Na ingebruikneming van het apparaat kan het tot wel 12 uur duren voordat de ingestelde temperatuur is bereikt.

Correcte instelling

12 Onderste gedeelte

In het onderste gedeelte kunt u net zulke levensmiddelen bewaren als in het koelvak.

De temperatuur van het onderste gedeelte komt overeen met die van de rest van het koelvak. Pagina 98

12.1 Levensmiddelen bewaren in het onderste gedeelte

Onderste gedeelte nl

king boven het onderste gedeelte naar achteren schuiven.

Fig. 6

13 Vriesvak

In het vriesvak kunt u diepvrieswaren bewaren, levensmiddelen bevriezen en ijsblokjes maken.

De temperatuur in het vriesvak is afhankelijk van de temperatuur in het koelvak.

Langdurig bewaren van levensmiddelen moet op een temperatuur van – 18 °C of lager gebeuren.

Door het invriezen kunt u bederfelijke levensmiddelen gedurende lange tijd bewaren. De lage temperaturen vertragen of stoppen het bederven.

13.1 Deur van het vriesvak

Om ervoor te zorgen dat diepvrieswaren niet ontdooien en het vriesvak niet te sterk verijst, dient u de deur van het vriesvak altijd te sluiten.

13.2 Invriescapaciteit

Het invriesvermogen geeft aan welke hoeveelheid levensmiddelen in hoeveel uur tot in de kern kan worden ingevroren.

Informatie over het invriesvermogen vindt u op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 93

Voorwaarden voor invriesvermogen

"Super-functie inschakelen", Pagina 96

99

Pagina 100

nl Vriesvak

13.3 Tips voor het bewaren van levensmiddelen in het vriesvak

Bewaar de levensmiddelen luchtdicht verpakt.

Breng in te vriezen levensmiddelen niet in aanraking met ingevroren levensmiddelen.

De levensmiddelen over een groot oppervlak van het vriesvak verdelen.

13.4 Tips voor het bevriezen van verse levensmiddelen

Alleen verse en onberispelijke levensmiddelen bevriezen.

Levensmiddelen per portie invriezen.

Bereide levensmiddelen zijn beter geschikt dan rauw eetbare levensmiddelen.

Groente vóór het invriezen wassen, kleiner maken en blancheren.

Fruit vóór het invriezen wassen, ontpitten en eventueel schillen, eventueel suiker of ascorbinezuuroplossing toevoegen.

Voor het invriezen geschikte levensmiddelen zijn bijv. bakwaren, vis en zeevruchten, vlees, wild en gevogelte, eieren zonder schaal, kaas, boter, kwark, kant-en-klaargerechten en etensresten.

Voor het invriezen ongeschikte levensmiddelen zijn bijv. kropsla, radijsjes, eieren met schaal, druiven, rode appels en peren, yoghurt, zure room, crème fraîche en mayonaise.

Diepvrieswaren verpakken

Geschikt verpakkingsmateriaal en de juiste soort verpakking behouden in hoge mate de productkwaliteit en vermijden vriesbrand.

13.5 Houdbaarheid van de diepvrieswaren bij −18 °C

ProductBewaartijd
Vis, worst, klaargemaakte gerechten, brood en banketTot 6 maanden
Gevogelte, vleesTot 8 maanden
Groente, fruitTot 12 maanden

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 100)

13.6 Ontdooimethodes voor diepvrieswaren

VOORZICHTIG

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Bij het ontdooien kunnen bacteriën zich vermeerderen en kunnen de diepvrieswaren bederven.

Dierlijke levensmiddelen in het koelvak ontdooien, bijv. vis, vlees, kaas en kwark.

Brood bij kamertemperatuur ontdooien.

Levensmiddelen voor directe consumptie in de magnetron, in de oven of op de kookplaat bereiden.

Pagina 101

14 Ontdooien

14.1 Ontdooien in het koelvak.

Tijdens het gebruik vormen zich op de achterwand van het koelvak afhankelijk van de werking waterdruppels of rijp. De achterwand van het koelvak ontdooit automatisch.

Het dooiwater loopt via de dooiwatergoot in het afvoergat naar de verdampingsschaal en hoeft niet worden afgeveegd.

Neem de volgende informatie in acht om ervoor te zorgen dat dooiwater kan weglopen en geurvorming wordt vermeden: De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen Pagina 102.

14.2 Ontdooien in het vriesvak

Het diepvriesvak ontdooit niet automatisch. Een laag rijp in het vriesvak vermindert de afgifte van koude aan de diepvrieswaren en verhoogt het energieverbruik.

Vriesvak ontdooien

Het vriesvak regelmatig ontdooien.

"Super-functie inschakelen", Pagina 96

De levensmiddelen bereiken hierdoor heel lage temperaturen en u kunt de levensmiddelen langer op kamertemperatuur bewaren.

Pagina 95

Ontdooien nl

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Heet water, spatwater en stoom kunnen tot verbranding leiden.

Zet om het ontdooien te versnellen een pan met heet, niet kokend water op een panonderzetter in het vriesvak.

Pagina 100

15 Reiniging en onderhoud

De reiniging van ontoegankelijke plaatsen moet door de servicedienst worden uitgevoerd. Aan de reiniging door de servicedienst kunnen kosten verbonden zijn.

15.1 Apparaat voorbereiden voor reiniging

Pagina 95

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 102

nl Reiniging en onderhoud

Pagina 102

15.2 Apparaat schoonmaken

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Binnendringend vocht kan een schok veroorzaken.

Vloeistof in de verlichting of in de bedieningselementen kan gevaarlijk zijn.

LET OP

Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlakken van het apparaat beschadigen.

Wanneer vloeistof in het afvoergat komt, kan de verdampingsschaal overstromen.

Wanneer u uitrustingsdelen en accessoires in de vaatwasser reinigt, kunnen deze vervormen of verkleuren.

15.3 De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen.

Reinig de dooiwatergoot en het afvoergat regelmatig, om ervoor te zorgen dat het dooiwater kan weglopen.

Pagina 103

Fig. 7

15.4 Onderdelen eruit halen

Neem wanneer u de uitrustingsdelen grondig wilt reinigen deze uit het apparaat.

Plateau verwijderen

Fig. 8

Pagina 103

Storingen verhelpen nl

Deurrek verwijderen

Fig. 9

Bewaarlade verwijderen

Fig. 10

15.5 Apparaatonderdelen demonteren

Als u uw apparaat grondig wilt reinigen, kunt u bepaalde onderdelen uit uw apparaat demonteren.

Afdekking boven het onderste gedeelte verwijderen

16 Storingen verhelpen

Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.

WAARSCHUWING

Kans op elektrische schok!

Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.

StoringOorzaak en probleemoplossing
Apparaat koelt niet, indicaties en verlichting branden.Het presentatielicht is ingeschakeld.
1. Koppel het apparaat los van de voedingspanning. Haal stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of schakel de zekering in de meterkast uit.
2. Wacht 2 minuten.
3. Sluit het apparaat opnieuw aan. Pagina 14
4. Houd ingedrukt, tot 4 akoestische signalen hebben geklonken.
5. Controleer na korte tijd of uw apparaat koelt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 103)

Pagina 104

nl Storingen verhelpen

StoringOorzaak en probleemoplossing
LED-verlichting functioneert niet.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Neem contact op met de servicedienst.
Het nummer van de servicedienst vindt u in het bijgevoegde overzicht van servicediensten.
De koelmachine schakelt vaker en langer in.Het apparaat is te vaak geopend.
▸ Open de apparaatdeur niet onnodig.
Ventilatieroosters aan de buitenkant zijn afgedekt.
▸ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters.
Geen storing. Moderne koelapparaten schakelen vaker in en hebben verschillende vermogensstanden om efficiënter te koelen.
▸ Verwijder blokkades voor de externe ventilatieroosters.
▸ Stel het apparaat met de grootst mogelijke afstand tot verwarmingselementen, fornuis en andere warmtebronnen op. Vermijd langdurig direct zonlicht op het apparaat.
▸ Het vriesvak regelmatig ontdooien. Pagina 101
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
Op de achterwand van het koelvak vormt zich een vorstlaag.Geen storing. Moderne koelapparaten zorgen voor een gelijkmatigere temperatuur in het koelvak. De achterwand van het koelvak wordt regelmatig automatisch ontdooid.
▸ Open de deur van het apparaat slechts zo kort als mogelijk is.
▸ Verpak de levensmiddelen luchtdicht of dek de levensmiddelen af.
▸ Laat warme gerechten en dranken voordat deze in het apparaat worden geplaatst eerst afkoelen.
▸ Laat altijd wat ruimte tussen de levensmiddelen en de binnenwanden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 104)

Pagina 105

Storingen verhelpen nl

StoringOorzaak en probleemoplossing
Home Connect functioneert niet correct.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
▸ Ga naar www.home-connect.com.
Het alarmsignaal is te horen.
Het deuralarm is ingeschakeld.
Deur van het apparaat is open.
▸ Sluit de deur van het apparaat.
Temperatuur wijkt erg af van de instelling.Verschillende oorzaken zijn mogelijk.
1. Schakel het apparaat uit. Pagina 95
2. Schakel het apparaat na ca. 5 minuten opnieuw in. Pagina 95
▸ Als de temperatuur te hoog is, controleer dan de temperatuur na een paar uur opnieuw.
▸ Als de temperatuur te laag is, controleer de temperatuur dan de volgende dag opnieuw.
Bodem van het koelvak is nat.De dooiwatergoot of het afvoergat is verstopt.
▸ De dooiwatergoot en het afvoergat reinigen. Pagina 102
Het apparaat borrelt, zoemt of gorgelt of klikt.Geen storing. Een motor draait, bijv. koelaggregaat, ventilator. Er stroomt koudemiddel door de buizen. Motor, schakelaars of magneetventielen schakelen in- of uit.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
Apparaat produceert geluiden.Uitrustingsdelen wiebelen of klemmen.
▸ Controleer de uitneembare uitrustingsdelen en zet ze eventueel opnieuw in het apparaat.
Flessen of containers raken elkaar.
▸ Haal flessen of containers van elkaar.
Super-functie is ingeschakeld.
Geen handeling vereist.Geen handeling vereist.
16.1 Stroomuitvalbewaartijd van de diepvriesproducten

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 105)

Tijdens een stroomuitval stijgt de in geval van een storing.

temperatuur in het apparaat, hierdoor Opmerkingen verkort de bewaartijd en de kwaliteit Het apparaat tijdens een stroomuitvan de diepvriesproducten vermin- val zo weinig mogelijk openen en dert. geen andere levensmiddelen inrui-Op onze website van uw apparaat men.

vindt in de technische gegevens de

Pagina 106

nl Opslaan en afvoeren

De kwaliteit van de levensmiddelen onmiddellijk na de stroomuitval controleren.

17 Opslaan en afvoeren

17.1 Apparaat buiten gebruik stellen

Pagina 95

De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken of de zekering in de meterkast uitschakelen.

Pagina 101

Pagina 102

17.2 Afvoeren van uw oude apparaat

Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

WAARSCHUWING

Kans op gevaar voor de gezondheid!

Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

106

en lades niet uit het apparaat nemen.

WAARSCHUWING

Brandgevaar!

Bij beschadiging van de leidingen kunnen brandbaar koudemiddel en schadelijke gassen ontsnappen en ontsteken.

Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.

Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).

De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.

18 Servicedienst

Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar

Pagina 107

Technische gegevens nl

vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.

Daarnaast kunt u bij onze klantenservice andere functierelevante en op voorraad liggende originele reserveonderdelen verkrijgen tot 15 jaar na het op de markt brengen van uw apparaat.

Voor meer informatie kunt u met onze klantenservice contact opnemen.

Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst is in het kader van de plaatselijk geldende fabrieksgarantievoorwaarden gratis. De minimumduur van de garantie (fabrieksgarantie voor particuliere gebruikers) in de Europese Economische Ruimte bedraagt 2 jaar in overeenstemming met de geldende plaatselijke garantievoorwaarden. De garantievoorwaarden doen geen afbreuk aan eventuele andere rechten of claims die u op grond van het plaatselijke recht heeft.

Gedetailleerde informatie over de garantieduur en de garantievoorwaarden in uw land ontvangt u via de QRcode op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden, bij onze klantenservice, uw dealer of op onze website.

De contactgegevens van de klantenservice vindt u via de QR-code op het meegeleverde document over de servicecontacten en garantievoorwaarden of op onze website.

18.1 Productnummer (E-Nr.), productienummer (FD) en volgnummer (Z-Nr.)

Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.), het productienummer (FD) en het volgnummer (Z-Nr.) nodig. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 93

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.

19 Technische gegevens

Koudemiddel, netto inhoud en overige technische gegevens bevinden zich op het typeplaatje.

"Apparaat", Fig. 1 / Pagina 93

Dit product bevat een lichtbron van energieklasse F. De lichtbron is leverbaar als reserveonderdeel en mag uitsluitend door een hiervoor getrainde monteur worden vervangen.

Meer informatie over uw model vindt u op het internet onder htps:// eprel.ec.europa.eu/ ¹. Dit webadres verwijst naar de officiële EU-productdatabank EPREL. Volg dan de aanwijzingen bij het zoeken naar het model op. De modelidentificatie bestaat uit het teken voor de slash van het E-nummer (E-Nr.) op het typeplaatje. Alternatief vindt u de modelidentificatie ook in de eerste regel van het EU-energielabel.

1 Geldt alleen voor landen in de Europese Economische Ruimte

107

Pagina 108

nl Conformiteitsverklaring

19.1 Informatie over vrije software en opensourcesoftware

Dit product bevat softwarecomponenten die door de houders van de intellectuele eigendom als vrije software of opensource-software zijn gelicenti-eerd.

De informatie over de betreffende licentie is in het huishoudapparaat opgeslagen. Daarnaast kunt u deze licentie-informatie via de Home Connect app raadplegen: 'Profiel -> Juridische informatie -> Licentie-informatie'. ¹ U kunt de licentie-informatie ook downloaden via de merkproductwebsite. (Zoek daarvoor op de productwebsite naar uw apparaatmodel en de bijbehorende documen-

tatie.) In plaats daarvan kunt u de betreffende informatie ook aanvragen via ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.

De betreffende broncode wordt u op verzoek ter beschikking gesteld. Zend een daartoe strekkend verzoek naar ossrequest@bshg.com of BSH Hausgeräte GmbH, Carl-Wery-Str. 34, D-81739 München.

Onderwerp: „OSSREQUEST“ De kosten voor de afhandeling van uw verzoek worden u in rekening gebracht. Dit aanbod geldt gedurende drie jaar vanaf de datum van aankoop of ten minste gedurende de periode waarin wij support en reserveonderdelen voor het betreffende apparaat bieden.

20 Conformiteitsverklaring

Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de Richtlijn 2014/53/EU.

Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.

2,4-GHz-band (2400–2483,5 MHz): max. 100 mW 5-GHz-band (5150–5350 MHz + 5470–5725 MHz): max. 150 mW

BEBGCZDKDEEEIEelES
FRHRITCYLILVLTLUHU
MTNLATPLPTROSISKFI
SENOCHTRISUK (NI)

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 108)

5 GHz WLAN (WiFi): alleen voor het gebruik binnenshuis.

1 Afhankelijk van de apparaatuitvoering

108

← pagina's 84–95Inhoud