naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens SE55T570EU, tekst van de handleiding

Pagina's 22–30 van 33 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 3–21

Pagina 22

nl

Extra functies *

* niet bij alle modellen

Inweken *

Het extra programma inweken loopt vóór het hoofdprogramma af. In dit extra programma kan in de onderste servieskorf serviesgoed (bijv. pannen, schalen etc.) worden ingeweekt en voorgespoeld. Als u wilt inweken moet u vóór het starten van het programma de toets „Inweken” indrukken. Wij raden u aan ca. 5 g afwasmiddel extra op de deur van het apparaat te strooien.

Tijdverkorting *

Door de toets „Tijdverkorting” in te drukken worden de droogfase en de afwastijd verkort. Het afwas- en droogresultaat worden door de tijdverkorting verminderd.

Afwassen in de bovenste servieskorf *

Bij een kleine afwas (bijv. glazen, kopjes, borden) vult u alleen de bovenste servieskorf en schakelt u het programma „bovenste servieskorf” in. Hierbij moet de onderste servieskorf leeg zijn. Om af te wassen iets minder afwasmiddel gebruiken dan wordt aangeraden bij een volle belading van de afwasautomaat.

Afwassen in de onderste servieskorf *

Bij een kleine afwas (bijv. borden, pannen, schalen) vult u alleen de onderste servieskorf en schakelt u het programma „onderste servieskorf” in. Hierbij moet de bovenste servieskorf leeg zijn. Om af te wassen iets minder afwasmiddel gebruiken dan wordt aangeraden bij een volle belading van de afwasautomaat.

Schoonmaken en onderhoud

Regelmatige controle en onderhoud van het apparaat dragen ertoe bij defecten te voorkomen. Dit bespaart u tijd en ergernis. Daarom moet u af en toe de afwasautomaat goed controleren.

Algemene toestand van de machine

Spoelruimte controleren op aanslag van vet en kalk.

Als u zulke aanslag aantreft:

afwasmiddelbakje met afwasmiddel vullen. Het apparaat zonder serviesgoed in het programma met de hoogste afwastemperatuur starten. Deurafdichting schoonmaken:

de deurafdichting regelmatig met een vochtig doekje afnemen om resten vuil te verwijderen.

Speciaal zout

Controleer de indicatie zout bijvullen 4 . Indien nodig zout bijvullen.

Glansspoelmiddel

Controleer de indicatie glansspoelmiddel bijvullen op het bedieningspaneel 5 resp. de indicatie in het voorraadreservoir 29 . Indien nodig glansspoelmiddel bijvullen.

Pagina 23

nl

Zeven

De zeven 25 zorgen ervoor dat grove etensresten in het spoelwater niet in de afvoerpomp terechtkomen. Door deze etensresten kunnen de zeven verstopt raken.

Het zeefsysteem bestaat uit een zeefcylinder, een vlakke fijne zeef en – afhankelijk van het type apparaat – tevens uit een microzeef (*).

Na elke afwasbeurt de zeven op etensresten controleren.

Na het losdraaien van de zeefcylinder kunt u het zeefsysteem eruit halen. Etensresten verwijderen en de zeven onder stromend water schoonmaken.

Bij de montage:

het zevensysteem erin zetten en met de zeefcylinder vastschroeven.

Pagina 24

nl

Sproeiarmen

Kalk en etensresten in het spoelwater kunnen de sproei-openingen en de lagers van de sproeiarmen 22 en 23 blokkeren.

Sproeiopeningen van de sproeiarmen op verstopping door etensresten controleren.

Eventueel de onderste sproeiarm 23 naar boven eraf trekken.

Bovenste sproeiarm 22 eraf schroeven.

Sproeiarmen onder stromend water schoonmaken.

Sproeiarmen weer vastdrukken resp. vastschroeven.

Sproeiarmen

Afvoerpomp *

* niet bij alle modellen

Grove etensresten in het spoelwater die niet door de zeven worden tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater wordt dan niet afgepompt en blijft boven de zeef staan.

In dit geval:

eventueel water eruit scheppen.

Zeven 25 eruit halen.

Schroef uit de afdekking schroeven (torx T 20) en de afdekking eraf halen. Binnenruimte controleren op vreemde voorwerpen en deze – indien nodig – verwijderen.

Afdekking weer aanbrengen en vastschroeven.

Zeven er weer in zetten en vastschroeven.

Torx T20

1

Pagina 25

Opsporing van storingen

Kleine storingen zelf verhelpen

De meest voorkomende storingen in het dagelijks gebruik van het apparaat kunt u zelf verhelpen zonder de hulp van de Servicedienst in te roepen. Hiermee bespaart u kosten en bent u ervan zeker dat u het apparaat weer snel kunt gebruiken. Het volgende overzicht kan u erbij helpen de oorzaken van de ontstane storingen vinden.

Storingen

... bij het inschakelen

Het apparaat start niet.

De zekering van de huisinstallatie is niet in orde.

De stekker zit niet in het stopcontact.

De deur van het apparaat is niet goed dicht.

De kraan is niet open.

De zeef aan de watertoevoerslang is verstopt.

Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Kraan dichtdraaien. Hierna de zeef schoonmaken die zich aan de aansluiting van de toevoerslang bevindt. Tenslotte het apparaat weer op het elektriciteitsnet aansluiten, kraan opendraaien en het apparaat inschakelen.

nl

Attentie!

Denk eraan:

reparaties mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd.

Ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren.

... aan het apparaat

de onderste sproeiarm draait moeilijk

Sproeiarm door kleine deeltjes of etensresten geblokkeerd.

Deksel van het afwasmiddelbakje kan niet gesloten worden

Doseerreservoir te vol.

Mechanisme door vastgeplakte afwasmiddelresten geblokkeerd.

Controlelampjes gaan na de afwas niet uit

Hoofdschakelaar nog ingeschakeld.

Er kleven na de afwas resten afwasmiddel in het reservoir

Reservoir was bij het vullen vochtig, alleen een droog reservoir met afwasmiddel vullen.

De bijvulindicatie brandt niet.

Indicatie glansspoelmiddel bijvullen uitgeschakeld.

(zie hoofdstuk auto 3in1) Indicatie onthardingszout bijvullen uitgeschakeld.

(zie hoofdstuk auto 3in1)

Pagina 26

nl

Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan

De afvoerslang is verstopt of geknikt.

De afvoerpomp is geblokkeerd. De zeven zijn verstopt.

Het programma is nog niet afgelopen. Wacht op het einde van het programma (de cijferindicatie geeft 0 aan).

Functie ”Reset” uitvoeren.

... bij de afwas

Abnormale schuimvorming

Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel.

Gemorst spoelmiddel kan bij de volgende spoelbeurt tot overmatige schuimvorming leiden, daarom moet u het gemorste spoelmiddel met een doek verwijderen.

Het programma stopt tijdens de afwas

Stroomtoevoer onderbroken. Watertoevoer onderbroken.

Klappende geluiden tijdens de afwas

Sproeiarm slaat tegen serviesgoed.

Kletterende geluiden tijdens de afwas

Serviesgoed niet goed ingeruimd.

Klappende geluiden van de vul-ventielen

Wordt veroorzaakt door de ligging van de waterleiding en heeft geen invloed op het functioneren van de machine. Deze geluiden kunnen niet verholpen worden.

... aan het serviesgoed

Er blijven gedeeltelijk etensresten aan het serviesgoed plakken

Het serviesgoed was niet goed ingeruimd, de waterstralen konden het oppervlak niet bereiken.

De servieskorf was te vol.

Het serviesgoed ligt tegen elkaar aan.

Te weinig afwasmiddel gebruikt. Een te zwak programma gekozen. Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien doordat een stuk serviesgoed in de weg stond.

Sproeiers van de sproeiarmen zijn door etensresten verstopt.

De zeven zijn verstopt.

Zeven verkeerd ingezet.

Afvoerpomp geblokkeerd.

Er ontstaan verkleuringen op kunststof onderdelen

Te weinig afwasmiddel gebruikt.

Er blijven gedeeltelijk witte vlekken op het serviesgoed achter, de glazen blijven melkkleurig

Te weinig afwasmiddel gebruikt. Hoeveelheid glansspoelmiddel te laag ingesteld.

Ondanks een hoge hardheidsgraad van het leidingwater geen zout toegevoegd.

Onthardingsinstallatie te laag ingesteld.

Het deksel van het zoutreservoir is niet goed vastgedraaid.

Als u afwasmiddel zonder fosfaat hebt gebruikt, probeer dan eens afwasmiddel met fosfaat ter vergelijking.

Pagina 27

Het serviesgoed wordt niet droog

Programma zonder drogen gekozen.

Hoeveelheid glansspoelmiddel te laag ingesteld.

Serviesgoed te snel uit het apparaat gehaald.

De glazen zien er dof uit

Hoeveelheid glansspoelmiddel te laag ingesteld.

Resten thee of lippenstift zijn achtergebleven

Het afwasmiddel heeft te weinig bleekwerking.

Een te lage afwastemperatuur gekozen.

Roestsporen op het bestek

Het bestek is niet voldoende roestbestendig.

Het zoutgehalte in het afwaswater is te hoog.

Deksel van het zoutreservoir niet goed vastgedraaid.

Tijdens het navullen te veel zout toegevoegd.

De glazen worden dof en verkleuren, de aanslag kan niet worden afgewreven

Een ongeschikt afwasmiddel gebruikt.

De glazen zijn niet geschikt voor een afwasautomaat.

Op glazen en bestek blijven strepen achter, de glazen zien er metaalachtig uit.

Hoeveelheid glansspoelmiddel te hoog ingesteld.

nl

Inschakelen van de Servicedienst

Als het u niet lukt de fout te verhelpen, schakel dan de Servicedienst in. Het dichtstbijzijnde adres van de Servicedienst vindt u in het telefoonboek of in de meegeleverde brochure met service-adressen. Geef aan de Servicedienst het typenummer (1) en het FD-nummer (2) op. U vindt deze gegevens op het typeplaatje op de deur van het apparaat.

1 FD

2 Opgelet

We willen er u op wijzen dat een bezoek van een technicus van onze klantendienst naar aanleiding van een de beschreven storingen ook tijdens de garantieperiode niet kostenloos is.

Pagina 28

nl

Aanwijzingen

Aanwijzingen voor vergelijkende tests

De voorwaarden voor de vergelijkende tests vindt u op het extra blad “Aanwijzingen voor vergelijkende tests”. De verbruikswaarden voor de betreffende programma’s vindt u in de korte handleiding.

Algemeen

Geïntegreerde en onderbouwapparaten die achteraf als vrijstaand apparaat worden opgesteld, moeten beveiligd worden tegen kantelen, bijv. door vastschroeven aan de muur of door inbouw onder een doorlopend werkblad dat aan de kasten ernaast is vastgeschroefd.

Installatie

Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de watertoevoer en -afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten met de vereiste criteria overeenkomen zoals deze in de volgende alinea’s resp. in het montagevoorschrift zijn beschreven.

Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:

Aflevering

Uw afwasautomaat werd in de fabriek zorgvuldig getest op functioneren waardoor kleine watervlekken zijn achtergebleven. Deze verdwijnen na de eerste afwas.

Plaatsing

De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.

Aansluiten op de waterafvoer

De noodzakelijke handelingen vindt u in het montagevoorschrift. Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.

Afvoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon aansluiten. Let erop dat de afvoerslang niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld is. (Let er ook op dat de stop niet in de wasbak zit zodat het water ongehinderd kan weglopen!)

Pagina 29

Aansluiten op de watertoevoer

Aansluiting volgens montagevoorschrift. Toevoerslang met behulp van de meegeleverde onderdelen op de kraan aansluiten.

Let erop dat de watertoevoerslang niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld is. Bij vervanging van het apparaat moet ook de watertoevoerslang voor de aansluiting op de kraan vervangen worden. De oude toevoerslang mag niet meer gebruikt worden.

Waterdruk:

minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).

Bij hogere druk een reduceerventiel aanbrengen.

Hoeveelheid binnenstromend water:

minimaal 10 liter per minuut.

Temperatuur van het water:

bij voorkeur koud water. Warm water mag maximaal een temperatuur van 60 °C hebben.

Elektrische aansluiting

Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 230 volt wisselstroom aansluiten.

Zie het typeplaatje 31 voor de vereiste zekering.

Het stopcontact moet zich in de buurt van de afwasautomaat bevinden en gemakkelijk bereikbaar zijn.

Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een deskundig monteur worden uitgevoerd.

Bij gebruik van een aardlekschakelaar

mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze aardlekschakelaar voldoet aan de nu geldende voorschriften.

nl

Demontage

De volgorde van de handelingen is ook hier van belang: altijd eerst het apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen. Stekker uit het stopcontact trekken.

Kraan dichtdraaien.

Aansluiting op de waterafvoer en -toevoer loskoppelen.

Bevestigingsschroeven onder het werkblad eruit draaien. De plint – indien aanwezig – demonteren.

Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.

Transport

De afwasautomaat leeg laten lopen. Losse onderdelen vastzetten. Het apparaat alleen rechtop vervoeren

Als het apparaat niet rechtop wordt vervoerd, dan kan er resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomen. Dit kan tot een verkeerd programmaverloop leiden.

Het apparaat laten leeglopen op de volgende wijze:

Kraan opendraaien.

Hoofdschakelaar inschakelen. Programma B kiezen. Op de cijferindicatie verschijnt de programmaduur in minuten.

Deur sluiten.

Ca. 4 minuten wachten.

Programma beëindigen door de toetsen A en C tegelijkertijd in te drukken.

De tijdindicatie springt weer op .

Na één minuut het apparaat uitschakelen.

Kraan dichtdraaien.

Bescherming tegen vorst

Als het apparaat niet in een vorstvrije ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal laten leeglopen (zie transport).

Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.

Pagina 30

nl

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat

Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat

Een oud apparaat is geen waardeloos afval! Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen na bewerking opnieuw gebruikt worden. Bij afgedankte apparaten de stekker uit het stopcontact trekken, aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen.

Deurslot en kinderbeveiliging (indien aanwezig) onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.

Uw nieuwe apparaat werd tijdens het transport naar u door de verpakking beschermd. Voor de verpakking wordt gebruik gemaakt van materialen die het milieu kan verdragen en die geschikt zijn voor hergebruik. Help daarom mee en zorg ervoor dat de verpakking milieuvriendelijk wordt afgevoerd. Alle kunststofdelen van het apparaat zijn gemerkt met een gestandaardiseerd afkortingsteken (bijv. >PS< polystyreen). Hierdoor kunnen de kunststof afvaldelen bij de verwerking van het apparaat voor een milieubewuste recycling gescheiden worden.

U kunt bij uw leverancier of bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren. Laat kinderen niet met de verpakking en de onderdelen daarvan spelen. Kans op stikken door vouwdozen en folie.

Afvoeren van de verpakking

Het verpakkingsmateriaal milieuvriendelijk volgens de geldende voorschriften afvoeren.

Het karton bestaat overwegend uit oud papier.

Het CFK-vrije opvulmateriaal is gemaakt van geschuimd polystyreen. Het foliemateriaal is gemaakt van polyetheen (PE) en bestaat voor een deel uit secundaire grondstoffen. Het hout (indien aanwezig) is niet chemisch behandeld.

De banden (indien aanwezig) zijn gemaakt van polypropeen (PP).

Afvoeren van uw oude apparaat

Attentie

Kinderen kunnen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten (kans op stikken) of in een andere gevaarlijke situatie geraken.

Trek daarom de stekker uit het stopcontact. Aansluitkabel doorknippen en verwijderen. Deurslot onklaar maken zodat de deur niet meer sluit.

Het afgedankte apparaat onmiddellijk onbruikbaar maken om eventuele ongelukken te voorkomen.

Het apparaat op een milieuvriendelijke wijze (laten) afvoeren.

← pagina's 3–21Inhoud