Siemens SN26M896EU, tekst van de handleiding
Pagina's 31–44 van 46 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 31
Wat te doen bij storingen? nl
Storingentabel
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Indicatie „Watertoevoer controleren” 8 brandt. | Watertoevoerslang geknikt. | Watertoevoerslang zonder knikken verleggen. |
| Kraan dicht. | Kraan opendraaien. | |
| Kraan verstopt of verkalkt. | Kraan opendraaien. Hoeveelheid binnenstromend water bij geopende kraan: minimaal 10 l per min. | |
| Zeef aan de kraan verstopt. | Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Kraan dichtdraaien. Wateraansluiting eraf schroeven. Zeef in de toevoerslang schoonmaken. Wateraansluiting weer vastschroeven. Controleren op dichtheid. Stroom weer inschakelen. Apparaat inschakelen. | |
| Foutcode : brandt. | Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed. | Het serviesgoed zo plaatsen dat de aanzuigopening vrij is. |
| Foutcode : brandt. | Verwarmingselement verkalkt of vuil. | Apparaat reinigen met machineonderhoudsmiddel of ontkalker. De afwasautomaat gebruiken met de onthardingsvoorziening en de instelling controleren (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout). |
| Foutcode : brandt. | Zeven 1 vuil of verstopt. | Zeven reinigen. (zie Reinigen en onderhouden). |
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerslang verstopt of geknikt. | Slang zonder knikken aanleggen, eventuele resten verwijderen. |
| Sifonaansluiting is nog dicht. | Aansluiting bij sifon controleren en eventueel openen. | |
| Afdekking van de afvoerpomp zit los. | Afdekking goed vastmaken. (Zie Afvoerpomp) |
Pagina 32
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Foutcode : brandt. | Waterafvoerpomp geblokkeerd of afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt. | Pomp reinigen en afdekking goed vastmaken. (Zie Afvoerpomp) |
| Foutcode : brandt. | Netspanning te laag. | Geen apparaatfout, netspanning en elektrische installatie laten controleren. |
| Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie. ( : tot : ) | Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden. | Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten. Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken. Bel de klantenservice en vermeld de foutcode. |
| Op de cijferindicatie verschijnt of . | Geen storing! | Zie TurboSpeed 20 min. in het hoofdstuk „Programma-overzicht”. |
| Display knippert | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. Let erop dat er geen voorwerpen (serviesgoed, geurdispenser) uitsteken uit de korf en daardoor de deursluiting hinderen. |
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt. | Glansspoelmiddel ontbreekt. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Het zout ontbreekt. | Onthardingszout bijvullen. | |
| Sensor herkent de zouttabletten niet. | Ander speciaal zout gebruiken. | |
| Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt niet. | Bijvulindicatie uitgeschakeld. | Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout of Glansspoelmiddel). |
| Er is nog voldoende onthardingszout/ glansspoelmiddel aanwezig. | Bijvulindicatie, vulpeilen controleren. | |
| Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan. | Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt. | Zeven en ruimte eronder reinigen (zie Afvoerpomp). |
| Programma nog niet beëindigd. | Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren (zie Programma afbreken). |
Pagina 33
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Serviesgoed niet droog. | Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje. | Glansspoelmiddel bijvullen. |
| Een programma zonder drogen gekozen. | Programma met drogen kiezen (zie Programma-overzicht, Programmaverloop). | |
| Waterophoping in het serviesgoed en bestek. | Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen. | |
| Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitiet | Andere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen. | |
| Intensief drogen voor versterkte droging niet geactiveerd. | Intensief drogen activeren (zie Apparaat bedienen) | |
| Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen. | Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen. | |
| Het gebruikt ecoglansspoelmiddel heeft een slecht droogvermogen. | Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten zijn duidelijk minder effectief. | |
| Kunststofserviesgoed niet droog. | Speciale eigenschappen van kunststof. | Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter. |
| Bestek niet droog. | Bestek niet goed geordend in de bestekkorf. | Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden. |
| Bestek niet goed gesorteerd in de besteklade. | Bestek goed sorteren en zoveel mogelijk los van elkaar plaatsen. | |
| Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen. | Geen fout van het apparaat. | Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt. |
Pagina 34
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Etensresten op het serviesgoed. | Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken. Aanraakpunten vermijden. |
| Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien. | Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd. | |
| Sproeiers van sproeiarmen verstopt. | Sproeiers van de sproeiarm reinigen. (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeven 1 vuil. | Zeven schoonmaken (zie Reinigen en onderhouden). | |
| Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet. | Zeef goed aanbrengen en vastzetten. | |
| Te zwak afwasprogramma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief. | |
| Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld. | Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen. | |
| Bovenste servieskorf 12 rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet. | Bovenkorf met hendels aan de zijkant op dezelfde hoogte instellen. |
Pagina 35
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Reinigingsmiddelresten | Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open. | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje wordt geblokkeerd door het tablet. | Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd. | |
| Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma. | Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang | |
| Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma. | Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken. | |
| Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk. | Ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Watervlekken op kunststofdelen. | Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar. | Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik). Schuin zetten bij het inruimen. Glansspoelmiddel gebruiken. Onthardingsinstelling eventueel verhogen. |
| Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde. | Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Deksel van het zoutreservoir 1 niet dichtgedraaid. | Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien. | |
| Alleen bij glazen: beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist. | Zie „Schade aan glas en serviesgoed”. |
Pagina 36
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur. | Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...). | Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen. |
| Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l). | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen. | |
| 3-in-1-reinigingsmiddel of bio/ eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief. | Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel). | |
| Te lage dosering van het reinigingsmiddel. | De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken. | |
| Een te zwak programma gekozen. | Krachtiger spoelprogramma kiezen. | |
| Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel. | Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed. | Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan). | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid. |
| Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed. | Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. | |
| Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem). | Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig” | Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/ Onthardingszout) |
Pagina 37
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Verkleuring op kunststofdelen. | Te lage spoeltemperatuur. | Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen. |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek. | Te veel glansspoelmiddel. | Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen. |
| Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag. | Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5). | |
| Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open). | Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. | |
| Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd. | Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen. Geadviseerd programma Eco 50° | |
| Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas. | Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt. | Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken. Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden. Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken. Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager). Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken. |
Pagina 38
nl Wat te doen bij storingen?
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Roestsporen op het bestek. | Het bestek is niet voldoende roestbestendig. Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen. | Roestvast bestek gebruiken. |
| Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.). | Geen roestende onderdelen afwassen. | |
| Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werd | Dop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen. | |
| Het apparaat start niet. | Zekering van de huisinstallatie niet in orde. | Zekering controleren. |
| Aansluitsnoer niet aangesloten. | Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact. Controleren of het stopcontact goed werkt. | |
| De deur van het apparaat is niet goed dicht. | Deur sluiten. | |
| Programma start automatisch. | Einde van het programma niet afgewacht. | Reset uitvoering. (Zie Programma afbreken). |
| De deur laat zich moeilijk openen. | Kinderbeveiliging is geactiveerd. | Kinderbeveiliging deactiveren. (Zie gebruiksaanwijzing, achteraan in de omslag) |
| De deur laat zich niet sluiten. | Het deurslot is omgesprongen. | Deur krachtiger sluiten. |
| Deur sluit niet goed door inbouwfout. | Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten. | |
| Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden. | Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten. | Reinigingsmiddelresten verwijderen. |
| Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakje of in het tablettenbakje. | Sproeiarmen geblokkeerd door serviesgoed, daarom wordt het reinigingsmiddel niet weggespoeld. | Ervoor zorgen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien. |
| Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig. | Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen. |
Pagina 39
Wat te doen bij storingen? nl
| Storing | Oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil. | Deur niet geheel gesloten. | Deur sluiten. |
| Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen. Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur. | Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact of een niet-gedemonteerde slanghouder. | |
| Stroom- en/of watertoevoer onderbroken. | Stroom- en/of watertoevoer herstellen. | |
| Klappende geluiden van de vulventielen. | Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat. | Geen oplossing voorhanden. |
| Kloppend of ratelend geluid. | Sproeiarm slaat tegen het serviesgoed, serviesgoed niet goed ingeruimd. | Serviesgoed zodanig inruimen dat de sproeiarmen niet tegen het serviesgoed slaan. |
| Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir. | Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen. | |
| Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen. | Lichte serviesdelen vast staand inruimen. | |
| Abnormale schuimvorming. | Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel. | Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel. |
| Glansspoelmiddel gemorst. | Glansspoelmiddel verwijderen met een doek. |
Pagina 40
nl Servicedienst
4 Servicedienst
t ens di ce Se rvi
Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om onnodige bezoeken van technici te vermijden. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met
Servicedienstadressen. Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje 92 op de deur van het apparaat.
( 1U
)'
Vertrouw op de deskundigheid van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.
5 Plaatsen en aansluiten
en ts a Pl en n te lui ns a
Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.
Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:
- 1. Bij aflevering controleren
- 2. Plaatsen
- 3. Aansluiten op de waterafvoer
- 4. Drinkwateraansluiting
- 5. Elektrische aansluiting
Leveringsomvang
Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze klantenservice. ʋ Afwasautomaat ʋ Gebruiksaanwijzing ʋ Montagevoorschrift ʋ Garantie* ʋ Montagemateriaal ʋ Stoombeschermingsplaat* ʋ Rubberlap* ʋ Aansluitsnoer
* afhankelijk van het model
Veiligheidsvoorschriften
Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder „Bij de installatie” in acht.
Pagina 41
Plaatsen en aansluiten nl
| Aflevering | Plaatsing |
|---|---|
| Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen. | De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat. |
| ʋ Geïntegreerde | |
| Technische gegevens | en onderbouwapparaten die naderhand als vrijstaand apparaat worden opgesteld, moeten beveiligd |
| Gewicht: | worden tegen kantelen, bijv. door |
| max. 60 kg | vastschroeven aan de wand of door |
| Spanning: | inbouw onder een doorlopend werkblad dat aan de kasten ernaast |
| 220–240 V, 50 Hz of 60 Hz | is vastgeschroefd. |
| Aansluitwaarde: | ʋ Het apparaat kan zonder problemen |
| 2,0–2,4 kW | tussen wanden van hout |
| Zekering: | of kunststof in een rij keukenmeubelen worden |
| 10/16 A (UK 13A) | ingebouwd. |
| Stroomverbruik: | |
| uitgeschakeld 0,10 W | |
| Aansluiten op de waterafvoer | |
| niet uitgeschakeld 0,10 W | |
| Waterdruk: | 1. De noodzakelijke handelingen vindt |
| minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal | u in het montagevoorschrift. |
| 1 MPa (10 bar). Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor | Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren. |
| installeren. | 2. Afvoerslang met behulp |
| Hoeveelheid binnenstromend water: | van de meegeleverde onderdelen op de aansluitnippel van de sifon |
| minimaal 10 liter per minuut. | aansluiten. |
| Temperatuur van het water: | |
| Let erop dat de waterafvoerslang niet | |
| Koud water, bij warm water max. temperatuur 60 °C. | geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat |
| Capaciteit: | een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet |
| 12–15 standaardcouverts (afhankelijk van het model). | belemmert! |
Pagina 42
nl Plaatsen en aansluiten
Drinkwateraansluiting
- 1. De drinkwateraansluiting volgens de montagehandleiding aansluiten met behulp van de bijgevoegde onderdelen.
Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.
- 2. Bij vervanging van het apparaat moet altijd een nieuwe watertoevoerslang in gebruik worden genomen.
Waterdruk:
Minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar). Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.
Hoeveelheid binnenstromend water: Minimaal 10 liter per minuut Temperatuur van het water:
Koud water, bij warm water max.
temperatuur 60 °C.
Warmwateraansluiting *
* Afhankelijk van het model
De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten.
De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding.
Hiermee bespaart energie en tijd.
Met de instelling Warmwater : kunt u uw apparaat optimaal op het gebruik met warm water afstemmen.
Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C.
De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.
Instelling Warmwater:
- 1. Deur sluiten.
- 2. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 3. Programmatoets ingedrukt houden en de START-toets net zolang indrukken tot de cijferindicatie : ... brandt.
- 4. Beide toetsen loslaten.
De indicatie van toets knippert en op de cijferindicatie brandt de door de fabriek ingestelde waarde : .
- 5. Programmatoets net zo vaak indrukken tot op de cijferindicatie de in de fabriek ingestelde waarde : verschijnt.
Pagina 43
Plaatsen en aansluiten nl
Om de instelling te wijzigen:
- 1. Door indrukken van de toets 3 kunt u de instelling Warmwater uit-: of inschakelen : .
- 2. START-toets indrukken.
De instelwaarde is opgeslagen.
Elektrische aansluiting
| ʋ | Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op 220 V tot 240 V en 50 Hz of 60 Hz aansluiten. Zie het typeplaatje 92 voor de vereiste zekering. |
| ʋ | Het stopcontact moet zich in de buurt van het apparaat bevinden en ook na het inbouwen gemakkelijk bereikbaar zijn. |
| Als de stekker niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn. | |
| ʋ | Veranderingen in de aansluiting mogen alleen door een vakkundig monteur worden uitgevoerd. |
| ʋ | Een verlenging van de elektrische aansluitkabel mag alleen door de Servicedienst geleverd worden. |
| ʋ | Bij gebruik van een aardlekschakelaar mag alleen een type met het teken geïnstalleerd worden. Alleen deze voldoet aan de nu geldende voorwaarden. |
| ʋ | Het apparaat is voorzien van een waterbeveiligingssysteem. |
| Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Demontage
Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht.
- 1. Apparaat van het elektriciteitsnet loskoppelen.
- 2. Kraan dichtdraaien.
- 3. Afvoer- en drinkwateraansluiting losmaken.
- 4. Bevestigingsschroeven van de meubeldelen losdraaien.
- 5. De plint – indien aanwezig – demonteren.
- 6. Apparaat eruit halen en daarbij de slang voorzichtig naar voren trekken.
Pagina 44
nl Plaatsen en aansluiten
Transport
Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.
Het apparaat in de volgende stappen legen:
- 1. Kraan opendraaien.
- 2. Deur sluiten.
- 3. AAN/UIT-schakelaar inschakelen.
- 4. Programma met de hoogste temperatuur kiezen.
Op de cijferindicatie verschijnt de vermoedelijke duur van het programma.
- 5. START-toets indrukken.
Programma start.
- 6. Na ca. 4 minuten START-toets net zolang indrukken tot de cijferindicatie : aangeeft. Na ca. 1 minuut verschijnt op de cijferindicatie : .
- 7. AAN/UIT-schakelaar uitschakelen.
- 8. Kraan dichtdraaien, toevoerslang losmaken en laten leeglopen.
Apparaat alleen rechtop vervoeren. (Om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.)
44 Bescherming tegen vorst
Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv. in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal leeg laten lopen (zie Transport).