naslaan.comZoekenAlle merken

Siemens SX678X02TN, tekst van de handleiding

Pagina's 34–55 van 56 · inhoud en begin van de handleiding · pdf

← pagina's 6–33

Pagina 34

nl Apparaat bedienen

Zeoliet-droging

Waarschuwing

Risico van brandwonden door het aanraken van de luchtafvoeropening

1 !

Nooit de luchtafvoeropening aanraken. De uitblaasopening wordt heet en bovendien leidt elke verandering eraan tot een bezoek van de monteur tegen betaling van de onkosten.

Attentie!

Zorg ervoor dat de aanzuigopening 1 niet is afgedekt en dat er in de onderste servieskorf rechts achter boven de uitblaasopening 1 geen temperatuurgevoelige serviesdelen staan.

Het apparaat is voorzien van een zeoliet-reservoir. Zeoliet is een mineraal dat vocht en warmte-energie kan opslaan en weer af kan geven.

In de afwasfase wordt deze warmte-energie voor het drogen van het mineraal en voor het verwarmen van het afwaswater gebruikt.

Tijdens de droogfase wordt vocht uit de spoelruimte in het mineraal opgeslagen en komt warmte-energie vrij. Deze vrijgekomen warmte-energie wordt met droge lucht in de spoelruimte uitgeblazen. Hierdoor is een snelle en verbeterde droging mogelijk waarmee u heel veel energie bespaart.

Deze handelwijzen zijn daardoor bijzonder energiebesparend.

Tijdweergave

De programmaduur wordt tijdens het programma bepaald door de temperatuur van het water, de hoeveelheid serviesgoed en de mate van vervuiling en kan (afhankelijk van het gekozen programma) variëren. U kunt de weergave van de tijd veranderen in een tijdstip of in uren/minuten, zodat de resterende programmaduur in het indicatievenster „Klaar om“ (bijv. 15:20 uur) of „Klaar in“ (bijv. 3:25) verschijnt.

Sensorinstelling

Bij de automatische programma's wordt het programmaverloop geoptimaliseerd door middel van sensoren. Het sensorsysteem past de programmasterkte van automatische programma's aan aan de vuilhoeveelheid en het soort vuil. U kunt de gevoeligheid van de sensoren instellen op 3 standen.

Standaard: Deze instelling is optimaal voor gemengde belading en grote vuilhoeveelheden, maar is tegelijkertijd energie- en waterbesparend.

Gevoelig: Deze instelling past de programmasterkte al bij kleine vuilhoeveelheden aan, voor een effectieve verwijdering van voedselresten. Het energie- en waterverbruik wordt dienovereenkomstig aangepast.

Zeer gevoelig: Bij deze instelling wordt de programmasterkte aangepast aan zwaardere gebruiksomstandigheden, bijvoorbeeld sterk opgedroogde voedselresten. Deze instelling wordt ook aanbevolen bij gebruik van bioreinigers of ecoreinigers met kleinere hoeveelheden werkzame stoffen. Het energie- en waterverbruik wordt dienovereenkomstig aangepast.

Pagina 35

Apparaat bedienen nl

Extra drogen

Tijdens het glansspoelen wordt de temperatuur verhoogd waardoor het droogresultaat wordt verbeterd. De looptijd kan hierdoor iets verlengd worden. (Wees voorzichtig met gevoelig serviesgoed!) U kunt de functie Extra droog in- of uitschakelen.

Ecoprognose

Bij geactiveerde ecoprognose verschijnt in het indicatievenster boven korte tijd het gemiddelde water- en energieverbruik van het gekozen programma.

AutoPowerOff (Automatisch uitschakelen na afloop van het programma)

Om energie te besparen wordt de afwasautomaat 1 minuut na afloop van het programma uitgeschakeld. U kunt de instelling wijzigen.

Mogelijke instellingen zijn:

Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de bij instellingen "Na een minuut" en "Na twee uur" de binnenverlichting1 uitgeschakeld is. Om de binnenverlichting te activeren, drukt u op de AAN-/UIT-schakelaar .

EmotionLight (binnenverlichting) *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

EmotionLight 1 is de binnenverlichting van uw vaatwasser. U kunt de binnenverlichting inschakelen of uitschakelen.

Aanwijzingen

Display-indicatie *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

U kunt de display-indicatie (aanvullende programma-informatie) in- of uitschakelen.

TimeLight (Optische indicatie tijdens het programmaverloop) *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Tijdens het programmaverloop verschijnt een optische indicatie (aanvullende programma-informatie) op de vloer onder de deur van het apparaat. Bij een voorgeschoven sokkelplaat of bij hooginbouw met een vlak afsluitend meubelfront is de indicatie niet zichtbaar.

U kunt de optische indicatie in- of uitschakelen.

Pagina 36

nl Apparaat bedienen

Infolight *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Tijdens het programmaverloop verschijnt een lichtpunt op de vloer onder de deur van het apparaat. De apparaatdeur pas openen wanneer het lichtpunt op de vloer niet meer zichtbaar is. Als de apparaatdeur niet geheel gesloten is, knippert het lichtpunt*. Bij inbouw in een hoge kast met afsluitend meubelfront in één lijn is het lichtpunt niet te zien. U kunt het Infolight in- of uitschakelen.

Startprogramma wijzigen

U kunt de instelling „Startprogramma“ wijzigen.

Signaalsterkte

Het einde van het programma wordt door een akoestisch signaal aangegeven. U kunt deze instelling ook wijzigen.

Toetsvolume

Wanneer u de afwasautomaat bedient, klinkt er een geluidssignaal telkens wanneer u op een toets drukt. U kunt het volume van het signaal regelen. U kunt het toetssignaal uitschakelen als het u stoort.

Kinderslot *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

De afwasautomaat is voorzien van een elektronisch kinderslot. Het kinderslot beschermt kinderen tegen mogelijke gevaren die door de afwasautomaat kunnen ontstaan.

U kunt het kinderslot in- of uitschakelen. Wanneer het kinderslot is ingeschakeld, kost het meer moeite om de deur te openen.

36 Begroeting

Wanneer u de afwasautomaat inschakelt, verschijnt het merklogo. U kunt het merklogo uitschakelen.

Fabrieksinstelling

U kunt alle instellingen terugzetten op de fabrieksinstelling.

Apparaat inschakelen

Voor een milieuvriendelijk gebruik is bij elke apparaatstart standaard het programma Eco 50° ingesteld. Dit programma blijft gekozen zolang er geen andere programmatoets 0 wordt ingedrukt.

Programma start.

Aanwijzing:

Om ecologische redenen wordt het programma Eco 50° ingesteld elke keer dat het apparaat wordt gestart. Dit ontziet niet alleen het milieu, maar ook uw portemonnee.

Het Eco 50° programma is een bijzonder milieubesparend programma. Het is het „standaardprogramma” conform de EU-verordening1016/2010, dat de meest efficiënte standaard reinigingscyclus is voor de reiniging van normaal vervuild serviesgoed en het gecombineerde energie- en waterverbruik voor de reiniging van dit soort serviesgoed.

Pagina 37

Apparaat bedienen nl

Starttijd kiezen

U kunt de programmastart maximaal 24 uur uitstellen. Afhankelijk van de instelling wordt het programma-einde aangegeven door „Klaar in“ (bijv.

3h 25m) of „Klaar om“ (bijv. 15:20 uur).

Tijdinstelling werd afgebroken.

Einde van het programma

* Het programma is afgelopen wanneer de melding „Klaar“ verschijnt op het indicatievenster boven en op de display-indicatie * .

* Het programma-einde wordt op de vloer weergegeven – indien de functie TimeLight (optische indicatie) ingeschakeld en zichtbaar is.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Apparaat uitschakelen

Korte tijd na afloop van het programma:

Aanwijzing: Laat het apparaat na het einde van het programma even afkoelen voordat u het opent. Zo voorkomt u dat er stoom vrijkomt die op den duur schade aan uw inbouwmeubelen kan veroorzaken.

Programma onderbreken

Attentie!

Door expansie (overdruk) kan de apparaatdeur openspringen en/of water vrijkomen! Wanneer bij warmwateraansluiting of opgewarmd apparaat de apparaatdeur werd geopend, altijd de apparaatdeur enige minuten op een kier zetten en dan sluiten.

De indicatielampjes gaan uit. Het programma blijft in het geheugen opgeslagen.

Pagina 38

nl Reinigen en onderhouden

Programma afbreken (Reset)

Het indicatievenster boven en de display-indicatie * tonen: „Programma wordt afgebroken”.

Het programma is na ca. 1 minuut afgelopen. Het indicatievenster boven toont: Klaar.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Wijzigen van het programma

Na het indrukken van de START-toets kan het programma niet gewijzigd worden. Wijzigen van het programma is alleen mogelijk door het programma af te breken (Reset).

2 Reinigen en onderhouden

Regelmatige controle en onderhoud van het apparaat dragen ertoe bij defecten te voorkomen. Dit bespaart u tijd en ergernis.

Algemene toestand van de machine

Als u zulke aanslag aantreft:

Waarschuwing

Gezondheidsrisico door chloorhoudend afwasmiddel!

Altijd chloorvrije afwasmiddelen gebruiken.

Om het apparaat te reinigen alleen speciaal voor afwasautomaten geschikte afwas-/schoonmaakmiddelen gebruiken.

Pagina 39

Reinigen en onderhouden nl

Gebruik bij het reinigen van uw afwasautomaat nooit een stoomreiniger. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele gevolgen.

De voorkant van het apparaat en het bedieningspaneel regelmatig met een vochtig doekje afnemen. Water met een scheutje afwasmiddel is voldoende. Geen schuursponsjes gebruiken of schoonmaakmiddelen met schuurmiddelen. Dit kan krassen op de oppervlakken veroorzaken.

Bij roestvrijstalen apparaten geen sponsjes gebruiken of deze anders vóór het eerste gebruik een aantal keren grondig uitspoelen om corrosie te voorkomen.

Onthardingszout en glansspoelmiddel

Vul onthardingszout en/of glansspoelmiddel bij zodra de bijvulindicaties en op het bedieningspaneel gaan branden, of wanneer dit wordt aangegeven op de frontdisplay-indicatie * .

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Zeven

De zeven 1 zorgen ervoor dat grove etensresten in het spoelwater niet in de afvoerpomp terechtkomen. Door deze etensresten kunnen de zeven verstopt raken.

Het zevensysteem bestaat uit

Pagina 40

nl Wat te doen bij storingen?

Sproeiarmen

Kalk en etensresten in het afwaswater kunnen de sproeiopeningen en de lagers van de sproeiarmen 1 en 1 blokkeren.

3 Wat te doen bij storingen?

De ervaring leert dat veel storingen die in het dagelijks gebruik optreden, door u zelf verholpen kunnen worden.

Hiermee bespaart u natuurlijk kosten en bent u er zeker van dat de apparaat snel weer gebruikt kan worden. In het volgende overzicht vindt u eventuele oorzaken van de storingen en nuttige aanwijzingen om deze te verhelpen.

Aanwijzing: Mocht het apparaat tijdens het afwassen om onbekende redenen stil blijven staan of niet starten, dan dient u eerst de functie Programma afbreken (reset) uit te voeren "Apparaat bedienen" op pagina 33.

Waarschuwing

Ondeskundige reparatie of gebruik van niet-originele onderdelen kan aanzienlijke schade en gevaar voor de gebruiker opleveren!

Reparaties altijd laten uitvoeren door een vakman. Altijd originele vervangingsonderdelen gebruiken wanneer een onderdeel moet worden vervangen.

Storingsmelding

Sommige storingen worden gemeld in het indicatievenster boven en op de display-indicatie * . Hier worden ook mogelijke oplossingen aangeboden (bijv. Zeefsysteem vuil (E22) -->Zeven reinigen).

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Pagina 41

Afvoerpomp

Grote voedselresten of voorwerpen die niet door de zeven zijn tegengehouden, kunnen de afvoerpomp blokkeren. Het spoelwater staat dan tot boven de zeef.

Waarschuwing

Risico van snijwonden!!

Scherpe en puntige voorwerpen of glasscherven kunnen de afvoerpomp blokkeren.

Ongewenste voorwerpen altijd voorzichtig verwijderen.

Zo reinigt u de afvoerpomp:

Wat te doen bij storingen? nl

(3).

&/,&.

Pagina 42

nl Wat te doen bij storingen?

Storingentabel

StoringOorzaakOplossing
Foutcodebrandt.Watertoevoerslang geknikt.Watertoevoerslang zonder knikken verleggen.
Kraan dicht.Kraan opendraaien.
Kraan verstopt of verkalkt.Kraan opendraaien.
Hoeveelheid binnenstromend water bij geopende kraan: minimaal 10 l per min.
Zeef aan de kraan verstopt.Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Kraan dichtdraaien. Wateraansluiting eraf schroeven.
Zeef in de toevoerslang schoonmaken. Wateraansluiting weer vastschroeven. Controleren op dichtheid. Stroom weer inschakelen. Apparaat inschakelen.
Foutcodebrandt.Aanzuigopening (aan de rechter binnenzijde van het apparaat) afgedekt door serviesgoed.Het serviesgoed zo plaatsen dat de aanzuigopening vrij is.
Foutcodebrandt.Verwarmingselement verkalkt of vuil.Apparaat reinigen met machineonderhoudsmiddel of ontkalker. De afwasautomaat gebruiken met de onthardingsvoorziening en de instelling controleren. "Wateronthardingsinstall atie/Onthardingszout" op pagina 17
Foutcodebrandt.Waterstop geactiveerd.Kraan sluiten.
Bel de klantenservice en vermeld de foutcode.
Foutcodebrandt.
Foutcodebrandt.Continue watertoevoer.
Foutcodebrandt.Zeven 1 vuil of verstopt.Zeven reinigen. "Zeven" op pagina 39

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)

Pagina 43

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Foutcode : brandt.Waterafvoerslang verstopt of geknikt.Slang zonder knikken aanleggen, eventuele resten verwijderen.
Sifonaansluiting is nog dicht.Aansluiting bij sifon controleren en eventueel openen.
Afdekking van de afvoerpomp zit los.Afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 41
Foutcode : brandt.Waterafvoerpomp geblokkeerd of afdekking van de waterafvoerpomp niet vastgeklikt.Pomp reinigen en afdekking goed vastmaken. "Afvoerpomp" op pagina 41
Foutcode : brandt.Netspanning te laag.Geen apparaatfout, netspanning en elektrische installatie laten controleren.
Een andere foutcode verschijnt op de cijferindicatie.
( : tot : )
Er is vermoedelijk een technische storing opgetreden.Apparaten uitschakelen met de AAN-/UIT-schakelaar . Na korte tijd het apparaat opnieuw starten.
Als het probleem opnieuw optreedt, de kraan sluiten en de stekker uit het stopcontact trekken.
Bel de klantenservice en vermeld de foutcode.
Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt.Glansspoelmiddel ontbreekt.Glansspoelmiddel bijvullen.
Het zout ontbreekt.Onthardingszout bijvullen.
Sensor herkent de zouttabletten niet.Ander speciaal zout gebruiken.
Bijvulindicatie voor zout en/of glansspoelmiddel brandt niet.Bijvulindicatie uitgeschakeld.Activering/deactivering (zie het hoofdstuk Wateronthardingsinstallatie/Onthardingsz out Blz. 17 of Glansspoelmiddel
• Blz. 19).
Er is nog voldoende onthardingszout/glansspoelmidd el aanwezig.Bijvulindicatie, vulpeilen controleren.
Na afloop van het programma blijft er water in het apparaat staan.Zeefsysteem of ruimte onder de zeef 1 is verstopt.Zeven en ruimte eronder reinigen.
Programma nog niet beëindigd.Wachten tot het programma is afgelopen of een reset uitvoeren.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)

Pagina 44

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Serviesgoed niet droog.Geen of te weinig glansspoelmiddel in het voorraadbakje.Glansspoelmiddel bijvullen.
Een programma zonder drogen gekozen.Programma met drogen kiezen.
"Programma-overzicht" op pagina 30
Waterophoping in het serviesgoed en bestek.Voor een schuine stand zorgen bij het inruimen, de serviesdelen zo mogelijk schuin plaatsen.
Het gecombineerde reinigingsmiddel heeft een slechte droogcapacitietAndere combireiniger met beter droogvermogen gebruiken. Extra gebruik van glansspoelmiddel verbetert het droogvermogen.
Extradroog voor versterkte droging niet geactiveerd.Extradroog activeren. "Apparaat bedienen" op pagina 33
Het serviesgoed is te vroeg uitgeruimd of het droogproces was nog niet afgelopen.Wachten tot het programma is afgelopen of het serviesgoed pas 30 min. na afloop van het programma verwijderen.
Het gebruikte eco-glansspoelmiddel heeft een beperkt droogvermogen.Een kwaliteitsglansspoelmiddel gebruiken. Eco-producten kunnen een beperkte effectiviteit hebben.
Kunststofserviesgoed niet droog.Speciale eigenschappen van kunststof.Kunststof heeft een lager warmteopslagvermogen en droogt daardoor slechter.
Bestek niet droog.Bestek niet goed geordend in de bestekkorf.Bestek zo veel mogelijk los van elkaar plaatsen, aanraakpunten vermijden.
Bestek niet goed gesorteerd in de besteklade.Bestek goed sorteren en zoveel mogelijk los van elkaar plaatsen.
Binnenzijden van het apparaat nat na het spoelen.Geen fout van het apparaat.Wegens het droogprincipe „condensatiedrogen” zijn waterdruppels in het reservoir noodzakelijk en gewenst. Het vocht in de lucht condenseert tegen de binnenzijden van de afwasautomaat, stroomt omlaag en wordt weggepompt.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 44)

Pagina 45

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Etensresten op het serviesgoed.Serviesgoed te dicht op elkaar ingeruimd, servieskorf te vol.Het serviesgoed zodanig inruimen dat er voldoende vrije ruimte aanwezig is en de sproeistralen het oppervlak van het serviesgoed kunnen bereiken.
Aanraakpunten vermijden.
Sproeiarmen konden niet ongehinderd ronddraaien.Het serviesgoed zodanig inruimen dat de draaibeweging van de sproeiarm niet wordt gehinderd.
Sproeiers van sproeiarmen verstopt.Sproeiers van de sproeiarm reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 38
Zeven 1 vuil.Zeven reinigen. "Reinigen en onderhouden" op pagina 38
Zeef 1 onjuist aangebracht en/of niet vastgezet.Zeef goed aanbrengen en vastzetten.
Te zwak afwasprogramma gekozen.Krachtiger spoelprogramma kiezen. Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 34
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 34
Geadviseerd programma Eco 50° of Intensief.
Hoge, smalle serviesdelen worden in de hoeken onvoldoende uitgespoeld.Hoge, smalle serviesdelen niet te schuin en niet in de hoeken inruimen.
Bovenste servieskorf 12 rechts en links niet op dezelfde hoogte erin gezet.Bovenkorf met hendels aan de zijkant op dezelfde hoogte instellen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)

Pagina 46

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
ReinigingsmiddelrestenDeksel van het reinigingsmiddelbakje 9 geblokkeerd door serviesgoed, daarom gaat het deksel niet volledig open.Er mag geen serviesgoed op het tablettenbakje 1 staan. Dit kan het deksel van het reinigingsmiddelbakje blokkeren, waardoor het niet volledig open gaat. "Bovenste servieskorf" op pagina 21
Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Deksel van het reinigingsmiddelbakje 9 wordt geblokkeerd door het tablet.Het tablet moet dwars en niet op de korte kant worden gelegd.
Tabletten gebruikt in het snelprogramma of korte programma.
Oplostijd van het reinigingsmiddel wordt niet bereikt binnen het gekozen korte programma.
Oplostijd van tabletten van een snelprogramma of een kort programma is te lang
Reinigingspoeder of een krachtiger programma gebruiken.
Reinigende werking en oplosgedrag nemen af bij langere opslagtijd, of het reinigingsmiddel klontert sterk.Ander reinigingsmiddel gebruiken.
Watervlekken op kunststofdelen.Druppelvorming op kunststof oppervlakken is onvermijdelijk. Na het afdrogen zijn watervlekken zichtbaar.Krachtiger programma gebruiken (hoger waterverbruik).
Schuin zetten bij het inruimen.
Glansspoelmiddel gebruiken.
Onthardingsinstelling eventueel verhogen.
Afwisbare of in water oplosbare afzettingen in het reservoir of op de deur.Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...).Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen.
Bij „witte afzetting” op de reservoirbodem is de onthardingsvoorziening ingesteld op een grenswaarde.Onthardingsinstelling verhogen en eventueel een ander reinigingsmiddel gebruiken.
Deksel van het zoutreservoir 1 niet dichtgedraaid.Zoutreservoirdeksel goed dichtdraaien.
Alleen bij glazen: beginnende glascorrosie kan slechts schijnbaar worden afgewist.Zie „Schade aan glas en serviesgoed”
• Blz. 21.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)

Pagina 47

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Witte, moeilijk verwijderbare aanslag op serviesgoed, reservoir of deur.Inhoudstoffen van het reinigingsmiddel zetten zich af. Deze aanslag laat zich meestal niet chemisch verwijderen (apparaatreinigingsmiddel, ...).Ander merk reinigingmiddel nemen. Apparaat mechanisch reinigen.
Onjuiste waterhardheid ingesteld of waterhardheid is hoger dan 50°dH (8,9 mmol/l).Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of zout bijvullen.
3-in-1-reinigingsmiddel of bio/eco-reinigingsmiddel onvoldoende effectief.Onthardingsvoorziening instellen volgens de gebruiksaanwijzing of losse middelen gebruiken (kwaliteitsreinigingsmiddel, zout, glansspoelmiddel).
Te lage dosering van het reinigingsmiddel.De reinigingsmiddeldosering verhogen of een ander reinigingsmiddel gebruiken.
Een te zwak programma gekozen.Krachtiger spoelprogramma kiezen.
Thee- of lippenstiftresten op het serviesgoed.Te lage spoeltemperatuur.Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen.
Te weinig of ongeschikt reinigingsmiddel.Geschikt reinigingsmiddel in de juiste dosering toevoegen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 34
Geadviseerd programma Eco 50°
Gekleurde (blauw, geel, bruin), moeilijk of niet verwijderbare aanslag in het apparaat of op roestvrijstalen serviesgoed.Laagvorming door inhoudsstoffen van groente (bijv. kool, selderie, aardappels, noedels, …) of van het leidingwater (bijv. mangaan).Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging. Deze aanslag is niet schadelijk voor de gezondheid.
Laagvorming door metalen bestanddelen op zilveren of aluminium serviesgoed.Ten dele verwijderbaar door machinereiningsmiddel of door mechanische reiniging.
Gekleurde (geel, oranje, bruin), eenvoudig te verwijderen afzettingen in de binnenruimte (vooral op de bodem).Laagvorming van de inhoudsstoffen van voedselresten en van het leidingwater (kalk), „zeepachtig”Werking van de onthardingsvoorziening controleren (onthardingszout bijvullen) of bij gebruik van gecombineerde reinigingsmiddelen (tabletten) de ontharding activeren.
"Wateronthardingsinstallatie/Onthard ingszout" op pagina 17

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 47)

Pagina 48

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Verkleuring van de kunststof onderdelen in de binnenruimte van het apparaat.Kunststof onderdelen in de binnenruimte kunnen tijdens de levensduur van de afwasautomaat verkleuren.Verkleuringen zijn normaal en hebben geen nadelige invloed op de werking van de afwasautomaat.
Verkleuring op kunststofdelen.Te lage spoeltemperatuur.Programma met hogere spoeltemperatuur kiezen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 34
Geadviseerd programma Eco 50°
Verwijderbare vegen op glazen, glaswerk met een metalen uiterlijk en bestek.Te veel glansspoelmiddel.Kleinere hoeveelheid glansspoelmiddel instellen.
Geen glansspoelmiddel toegevoegd of de instelling is te laag.Glansspoelmiddel toevoegen en de dosering controleren (advies: stand 4-5).
Reinigingsmiddelresten tijdens het programmagedeelte Glansspoelen. Deksel van het reinigingsmiddelbakje geblokkeerd door serviesgoed (deksel gaat niet volledig open).Deksel van het reinigingsmiddelbakje mag niet worden gehinderd door serviesgoed. Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Serviesgoed te sterk voorgereinigd, daarom kiest de sensortechniek voor een zwak spoelprogramma. Hardnekkig vuil kan gedeeltelijk niet worden verwijderd.Serviesgoed niet voorspoelen. Alleen de grotere etensresten verwijderen.
Gevoeligheid van het sensorsysteem verhogen. "Sensorinstelling" op pagina 34
Geadviseerd programma Eco 50°
Beginnende of reeds aanwezige, irreversibele (onherstelbare) vertroebeling van het glas.Glazen niet vaatwasmachinebestendig, slechts vaatwasmachinegeschikt.Vaatwasmachinebestendige glazen gebruiken.
Lange stoomfase (standtijd na spoeleinde) vermijden.
Spoelbehandeling met lagere temperatuur gebruiken.
Onthardingsvoorziening correct instellen op de waterhardheid (eventueel 1 niveau lager).
Reinigingsmiddel met glasbeschermingscomponenten gebruiken.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 48)

Pagina 49

Wat te doen bij storingen? nl

StoringOorzaakOplossing
Roestsporen op het bestek.Het bestek is niet voldoende roestbestendig.
Messenlemmeten zijn hier vaak sterker door getroffen.
Roestvast bestek gebruiken.
Bestek roest ook wanneer het samen met roestige voorwerpen wordt afgewassen (handgrepen van pannen, beschadigde servieskorven enz.).Geen roestende onderdelen afwassen.
Zoutgehalte in het afwaswater te hoog doordat het deksel van het zoutreservoir niet goed is vastgedraaid of bij het bijvullen zout gemorst werdDop van het zoutreservoir goed vastdraaien of gemorst zout verwijderen.
Het apparaat kan niet worden ingeschakeld of bediend.Functiestoring.Het apparaat losmaken van het stroomnet, de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering uitschakelen. Minstens 5 seconden wachten en dan het apparaat aansluiten op het stroomnet.
Het apparaat start niet.Zekering van de huisinstallatie niet in orde.Zekering controleren.
Aansluitsnoer niet aangesloten.Ervoor zorgen dat het aansluitsnoer goed is aangesloten op de achterkant van het apparaat en op het stopcontact.
Controleren of het stopcontact goed werkt.
De deur van het apparaat is niet goed dicht.Deur sluiten.
Programma start automatisch.Einde van het programma niet afgewacht.Reset uitvoering.
De deur laat zich moeilijk openen.Kinderbeveiliging is geactiveerd.Kinderbeveiliging deactiveren.
De deur laat zich niet sluiten.Het deurslot is omgesprongen.Deur krachtiger sluiten.
Deur sluit niet goed door inbouwfout.Inbouwwijze van het apparaat controleren. Deuren of aanbouwdelen mogen elkaar niet raken bij het sluiten.
Deksel van het reinigingsmiddelbakje kan niet gesloten worden.Reinigingsmiddelbakje of dekselgeleiding geblokkeerd door aangekoekte reinigingsmiddelresten.Reinigingsmiddelresten verwijderen.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)

Pagina 50

nl Wat te doen bij storingen?

StoringOorzaakOplossing
Reinigingsmiddelresten in het reinigingsmiddelbakje 9 of in het tablettenbakje 1 .Sproeiarmen geblokkeerd door serviesgoed, daarom wordt het reinigingsmiddel niet weggespoeld.Ervoor zorgen dat de sproeiarmen vrij kunnen draaien.
Reinigingsmiddelbakje was tijdens het vullen vochtig.Reinigingsmiddel alleen in droog reinigingsmiddelbakje doen.
Apparaat blijft steken tijdens het programma of het programma valt stil.Deur niet geheel gesloten.Deur sluiten.
Geen serviesgoed of geurdispenser in het tablettenbakje doen.
Bovenkorf drukt tegen de binnendeur en verhindert een goede sluiting van de deur.
Controleren of de achterwand wordt ingedrukt door bijv. een stopcontact of een niet-gedemonteerde slanghouder.
Stroom- en/of watertoevoer onderbroken.Stroom- en/of watertoevoer herstellen.
Klappende geluiden van de vulventielen.Afhankelijk van de huisinstallatie, daarom geen apparaatfout. Geen invloed op de werking van het apparaat.Geen oplossing voorhanden.
Kloppend of ratelend geluid.Sproeiarm slaat tegen het serviesgoed, serviesgoed niet goed ingeruimd.Serviesgoed zodanig inruimen dat de sproeiarmen niet tegen het serviesgoed slaan.
Bij geringe belading maken de waterstralen rechtstreeks contact met het reservoir.Apparaat voller laden of het serviesgoed gelijkmatiger verdelen.
Lichte serviesdelen bewegen tijdens het spoelen.Lichte serviesdelen vast staand inruimen.
Abnormale schuimvorming.Handafwasmiddel in het reservoir voor glansspoelmiddel.Voorraadbakje voor glansspoelmiddel direct vullen met glansspoelmiddel.
Glansspoelmiddel gemorst.Glansspoelmiddel verwijderen met een doek.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 50)

--------

Pagina 51

Servicedienst nl

4 Servicedienst

Als u de storing niet zelf kunt verhelpen, neem dan contact op met de Servicedienst. Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van de monteur te voorkomen. De contactgegevens van de dichtstbijzijnde Servicedienst vindt u op de achterkant van deze gebruiksaanwijzing of in de bijgesloten lijst met Servicedienstadressen.

Vermeld bij een telefoongesprek a.u.b. het fabrikaatnummer (ENr. = 1) en het productnummer (FD = 2); deze nummers vindt u op het typeplaatje op de deur van het apparaat.

( 1U

)'

( 1U )'

Vertrouw op de competentie van de fabrikant. Neem contact met ons op. U bent er dan van verzekerd dat de reparatie door ervaren technici wordt uitgevoerd die gebruik maken van de originele reserveonderdelen voor uw apparaat.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

5 Plaatsen en aansluiten

Om de afwasautomaat goed te laten functioneren moet hij vakkundig worden aangesloten. De gegevens van de aan- en afvoer en de elektrische aansluitwaarden moeten voldoen aan de vereiste criteria, zoals vastgelegd in de volgende alinea's resp. in de montagehandleiding.

Bij de montage de juiste volgorde van de handelingen aanhouden:

Inhoud van de verpakking

Voor klachten kunt u terecht bij de winkel waar u het apparaat hebt aangeschaft of bij onze servicedienst.

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

Veiligheidsvoorschriften

Neem a.u.b. de aanwijzingen voor de veiligheid onder "Bij de installatie" op pagina 6 in acht.

Pagina 52

nl Plaatsen en aansluiten

Aflevering

Uw afwasmachine werd in de fabriek grondig gecontroleerd op correct functioneren. Hierbij zijn kleine watervlekken achtergebleven. Deze zijn na de eerste afwas verdwenen.

Technische gegevens

Maximaal 60 kg.

220–240 V, 50 Hz of 60 Hz

2,0 - 2,4 kW.

10/16 A (UK 13 A).

*volgens verordeningen (EU) nr.

1016/2010 en 1059/2010

Extra functies en instellingen kunnen het stroomverbruik verhogen.

Bij hogere waterdruk: een drukreduceerventiel ervoor installeren.

Koudwater.

Bij warm water: maximale temperatuur 60 °C.

12–15 standaardcouverts (afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat).

Plaatsing

De vereiste inbouwmaten vindt u in het montagevoorschrift. Het apparaat met behulp van de verstelbare voetjes waterpas zetten. Let erop dat het apparaat stevig staat.

Afvoerwateraansluiting

Eventueel een sifon met aansluitnippel monteren.

Let erop dat de waterafvoerslang niet geknikt, ingedrukt of ineen gestrengeld is en dat een stop in de afvoer het wegstromen van het water niet belemmert!

Pagina 53

Plaatsen en aansluiten nl

Drinkwateraansluiting

Zorg ervoor dat de drinkwateraansluiting niet wordt geknikt of geplet, of in de knoop raakt.

Waterdruk: minimaal 0,05 MPa (0,5 bar), maximaal 1 MPa (10 bar).

Bij hogere waterdruk:

een drukreduceerventiel ervoor installeren.

Hoeveelheid binnenstromend water: minimaal 10 liter per minuut.

Watertemperatuur:

Koudwater.

Bij warm water:

maximale temperatuur 60 °C.

Warmwateraansluiting *

* afhankelijk van de uitrustingsvariant van uw afwasautomaat

De afwasautomaat kan op koud of warm water tot max. 60 °C worden aangesloten. De aansluiting op warm water wordt aanbevolen als dit uit een energetisch gunstige warmwaterbereiding en een geschikte installatie ter beschikking staat, bijv. een zonneënergie-installatie met circulatieleiding. Hiermee bespaart energie en tijd. Met de instelling „Warmwater” kunt u uw afwasautomaat optimaal instellen op gebruik met warm water. Wij adviseren hierbij een watertemperatuur (temperatuur van het instromende water) van minimaal 40 °C en maximaal 60 °C. De aansluiting op warm water wordt niet aanbevolen als het water uit een elektrische boiler ter beschikking wordt gesteld.

Om de instelling te wijzigen:

Bladeren met < >

Instellen met - +

Verlaten met Setup 3 sec.

De instelwaarde is opgeslagen.

Pagina 54

nl Plaatsen en aansluiten

Elektrische aansluiting

Als de stekker na het inbouwen niet gemakkelijk bereikbaar is, dan moet er volgens de veiligheidsvoorschriften een meerpolige scheidingsinstallatie met een contactopening van minimaal 3 mm aanwezig zijn.

Let op: het functioneert alleen als het apparaat op de stroom is aangesloten.

Demontage

Neem ook hier de volgorde van de handelingen in acht:

Pagina 55

Plaatsen en aansluiten nl

Transport

Afwasmachine leeg laten lopen en losse onderdelen vastzetten.

Het apparaat in de volgende stappen legen:

In het indicatievenster boven verschijnt de vermoedelijke programmaduur.

Programma start.

Aanwijzing: Apparaat alleen rechtop vervoeren om te voorkomen dat resterend water in het besturingsmechanisme terechtkomt wat tot een verkeerd programmaverloop leidt.

Bescherming tegen vorst

Als het apparaat in een voor vorst gevoelige ruimte staat (bijv.

in een vakantiehuisje), dan moet u het apparaat helemaal leeg laten lopen (zie Transport).

55

← pagina's 6–33Inhoud