Siemens WM14T6H9NL, tekst van de handleiding
Pagina's 35–56 van 58 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 35
Home Connect nl
Automatisch verbinden met het thuisnetwerk
Stap 2.1
Heeft uw router een WPS-functie, dan kunt u het apparaat automatisch met uw thuisnetwerk verbinden.
Heeft uw router geen WPS functie, dan moet u het apparaat handmatig met uw thuisnetwerk verbinden.
De Wi-Fi van het apparaat moet zijn ingeschakeld.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Op Start/Pauze drukken om netwerkverbinding tot stand te brengen. Op het display knippert . Het apparaat probeert nu verbinding te maken met het thuisnetwerk.
- 4. WPS-functie binnen de volgende 2 minuten op de router van het thuisnetwerk activeren.
Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, dan verschijnt op het display (verbonden) en brandt continu.
- 5. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt. Herhaal het automatische verbinden of voer het handmatige verbinden uit.
Handmatig verbinding maken met het thuisnetwerk
Stap 2.2
Heeft u uw apparaat al automatisch met het thuisnetwerk verbonden, sla dan het handmatig verbinding maken over.
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 2 instellen.
3
Op het display verschijnt (handmatig verbinden).
- 4. Op Start/Pauze drukken om netwerkverbinding tot stand te brengen. Op het display knippert . Het apparaat maakt nu een eigen Wi-Fi netwerk met de netwerknaam (SSID)
HomeConnect.
- 5. In het mobiele eindapparaat WLANinstellingen oproepen.
- 6. Mobiel eindapparaat met het WLANnetwerk HomeConnect verbinden en WLAN-wachtwoord (Key) HomeConnect invoeren.
Uw mobiele eindapparaat verbindt zich nu met het apparaat. De verbindingsprocedure kan tot wel 60 seconden duren.
Pagina 36
nl Home Connect
- 7. Na een geslaagde verbinding de Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen en de stappen in de app volgen.
- 8. In de Home Connect app de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van uw thuisnetwerk invoeren.
- 9. Zodra uw apparaat in de app wordt weergegeven, volgt u de laatste stappen in de Home Connect app. Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, dan verschijnt op het display (verbonden) en brandt continu.
- 10. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzingen
- Wanneer er geen verbinding gemaakt kon worden, verschijnt op het display (fout). Controleer of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt.
Herhaal het handmatige verbinden met de Home Connect app.
- Is uw smartphone of tablet nog met het HomeConnect netwerk verbonden, dan moet u eerst verbinding maken met uw thuisnetwerk.
Verbinden met de Home Connect app
Stap 3
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
Als uw huishoudapparaat niet automatisch in de app wordt getoond, verbind de app dan als volgt:
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 3 instellen.
3
Op het display verschijnt (verbinden met app).
- 4. Op Start/Pauze drukken.
Het apparaat configureert nu een verbinding met uw Home Connect app.
- 5. Zodra uw apparaat in de app wordt weergegeven, volgt u de laatste stappen in de Home Connect app.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw mobiel eindapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt, resp. hiermee verbonden is. Herhaal het verbinden met de Home Connect app.
Wi-Fi activeren of deactiveren
U kunt de Home Connect functie op uw apparaat te allen tijde permanent aan- of uitschakelen.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 4 instellen.
Pagina 37
Home Connect nl
3
Op het display verschijnt (Wi-Fi-functie)
- 4. Op Start/Pauze drukken.
Verschijnt op het display (ingeschakeld), dan is de WiFifunctie aan het apparaat geactiveerd. Verschijnt op het display (uitgeschakeld), dan is de WiFifunctie inactief.
- 5. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzingen
- Als u uw apparaat met het thuisnetwerk verbindt, wordt Wi-Fi automatisch geactiveerd.
- Als Wi-Fi is geactiveerd, dan schakelt het apparaat niet automatisch uit.
- Als Wi-Fi aan het apparaat is uitgeschakeld, is noch de start op afstand, noch de afstandsbediening van het apparaat via de Home Connect app mogelijk.
- Als Wi-Fi wordt uitgeschakeld en uw apparaat voordien met uw thuisnetwerk was verbonden, wordt de verbinding bij het herinschakelen van Wi-Fi automatisch opnieuw hersteld.
- Als u deze functie activeert, verhoogt het energieverbruik in vergelijking met de in de verbruikswaardentabel aangegeven waarden.
Netwerkinstellingen resetten
U kunt de netwerkinstellingen en de verbinding met uw smartphone of tablet wissen, door de netwerkinstellingen te resetten.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 5 instellen.
3
Op het display verschijnt (Netwerkinstellingen resetten).
- 4. Op Start/Pauze drukken.
Op het display verschijnt (Ja).
- 5. Op Start/Pauze , drukken binnen 10 seconden om (Ja) te bevestigen.
Aanwijzing: Vindt het bevestigen niet plaats binnen 10 seconden, dan worden de instellingen voor het netwerk gereset.
Op het display verschijnt (Einde). De netwerkinstellingen zijn nu gereset. Uw apparaat is niet langer met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbonden.
- 6. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzingen
- Konden de netwerkinstellingen niet teruggezet worden, verschijnt (fout) op het display.
- Wilt u het apparaat weer via de Home Connect app gebruiken, dan moet u het opnieuw automatisch of handmatig met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbinden.
Software-update
U kunt de Home Connect software op uw apparaat updaten. Zodra een
Pagina 38
nl Home Connect
nieuwe update beschikbaar is, verschijnt op het display (update).
Installeer de update direct via de aanwijzing op het display of handmatig.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 6 instellen.
•
3
Op het display verschijnt software-update.
Start/Pauze knippert wanneer een software-update beschikbaar is.
- 4. Op Start/Pauze drukken.
Op het display verschijnt (Ja).
- 5. Op Start/Pauze , drukken binnen 10 seconden om (Ja) te bevestigen.
Aanwijzing: Vindt het bevestigen niet plaats binnen 10 seconden, dan worden de instellingen voor het netwerk gereset.
De update wordt nu geïnstalleerd en kan enkele minuten duren. Schakel het apparaat tijdens de update niet uit. Wanneer de update is afgesloten, dan verschijnt op het display (einde).
- 6. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzing: Kon de software-update niet correct worden uitgevoerd, dan verschijnt (fout) op het display.
Energiemngnt.
U kunt uw apparaat verbinden met uw Smart Energy System (Energiemanager).
Nadat u uw apparaat met het Smart Energy System (Energiemanager) heeft verbonden en de Flex Start heeft geactiveerd, kunt u uw energieverbruik optimaliseren, omdat uw apparaat pas start wanneer uw eigen fotovoltaïsche installatie voldoende energie levert of het stroomtarief gunstig is.
Meer informatie over de energiemanager vindt u op:www.home-connect.com/energymanagement
Aanwijzingen
- Het Smart Energy System (Energiemanager) moet de communicatiestandaard van het EEBus initiatief gebruiken.
- Lees eerst in de gebruiksaanwijzing van het Smart Energy System (Energiemanager) hoe u deze verbindt met uw apparaat.
Flex Start als volgt met het Smart Energy- System (Energiemanager) verbinden.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeerdrukken en minimaal 3 seconden vasthouden.
Op het display verschijnt (automatisch verbinden).
- 3. Programma op stand 7 instellen.
3
Op het display verschijnt (Energy Manager).
- 4. Op Start/Pauze drukken.
Pagina 39
Home Connect nl
Het apparaat maakt nu een verbinding met uw Smart Energy System (Energiemanager).
Wanneer het apparaat succesvol met het Smart Energy-System (Energiemanager) is verbonden, dan verschijnt in het display (verbonden) en .
Was het apparaat al van te voren met het Smart Energy-System (Energiemanager) verbonden, dan heeft u het apparaat en het Smart Energy-System (Energiemanager) gescheiden. Op het display verschijnt .
- 5. Kort op Activeer drukken om de Home Connect instellingen te verlaten.
Aanwijzingen
- Wanneer er geen verbinding gemaakt kon worden met de Energiemanager, verschijnt op het display (fout).
- Controleer of de Energiemanager correct geïnstalleerd is.
- Herhaal het verbinden met de Energiemanager.
Flex Start
Activeer Flex Start, zodat uw Smart Energy System (Energiemanager) uw apparaat mag starten, wanneer uw eigen fotovoltaïsche installatie voldoende energie levert of het stroomtarief laag is.
Aanwijzing: Uw Smart Energy System (Energiemanager) kan het apparaat alleen starten wanneer Smart Energy System (Energiemanager) en apparaat met elkaar verbonden zijn.
Flex Start als volgt activeren:
- 1. Het gewenste programma selecteren.
- 2. Met de selectietoetsen en voor de Klaar-in tijd de gewenste tijdsperiode instellen.
Op het display verschijnt bijv.
. .
- 3. Op Start/Pauze drukken.
- 4. Op Activeer drukken.
De FlexStart is nu geactiveerd en het apparaat wacht op een start op afstand via het Smart Energy-Systeem (Energiemanager).
Wanneer in het display de weergave van de tijd naar bijv. . gaat, dan heeft het Smart Energy-System (Energiemanager) een tijdstip vastgelegd, waarop deze uw apparaat mag starten. Het programma eindigt na de opgegeven tijd.
Aanwijzingen
- Start het Smart Energy System (Energiemanager) uw apparaat niet, dan wordt het programma toch voor afloop van het ingestelde tijdsbestek gestart.
Het programma eindigt wanneer dit tijdsbestek afgelopen is.
- Om het ontstaan van geurtjes te voorkomen wordt Flex Start altijd zo gestart dat de was nooit langer dan 6 uur na het programma-einde in de trommel blijft.
- Activeer en daarmee ook de Flex Start worden vanwege veiligheidsredenen onder de volgende voorwaarden gedeactiveerd:
- Start/Pauze indrukken.
- Deur openen.
- Einde van het programma.
- Op drukken om het apparaat uit te schakelen.
- Stroomonderbreking.
Werd deFlex Start gedeactiveerd, dan blijft Klaar in-tijd , verder geactiveerd.
Wasgoed bijvullen of uitnemen:
Aanwijzing: Is Flex Start al geactiveerd en het programma nog niet
39
Pagina 40
nl Home Connect
gestart, dan kunt u wasgoed bijvullen of uitnemen
- 1. Op Start/Pauze drukken.
- 2. Deur openen.
- 3. Wasgoed bijvullen of uitnemen.
- 4. Deur sluiten.
- 5. Op Start/Pauze drukken.
- 6. Op Activeer drukken.
De FlexStart is nu geactiveerd en het apparaat wacht op een start op afstand via het Smart Energy-Systeem (Energiemanager).
Aanwijzing over gegevensbescherming
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een Wi-Fi-netwerk dat op het internet is aangesloten, dan geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten
alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
Pagina 41
Intelligent doseringssysteem nl
Intelligent doseersysteem
Intelligent doseringssysteem in de wasmiddellade
i-Dos Intelligent doseersysteem
Uw wasmachine is voorzien van een intelligent doseringssysteem voor vloeibaar wasmiddel en wasverzachter.
Hiervoor heeft u de beschikking over de i-Dos compartimenten en in de wasmiddellade.
- Compartiment (1,3 l) voor vloeibaar wasmiddel
0 Compartiment (0,5 l) voor wasverzachter
8 Linker compartiment voor handmatige dosering Blz. 44
Afhankelijk van het gekozen programma en instellingen worden via het i-Dos-reservoir de optimale hoeveelheden wasmiddel/ wasverzachter gedoseerd.
Inbedrijfstelling/ doseerreservoir vullen
Bij de keuze van wasmiddel en wasverzorgingsmiddel de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking in acht nemen. Wij adviseren zelf vloeiende, vloeibare totaal-, universeel- en Colorwasmiddelen voor alle in de machine wasbare, gekleurde textiel van katoen en synthetische weefsels.
Aanwijzingen
- Alleen zelfvloeiende vloeibare producten gebruiken die voor dosering in een wasmiddellade door de fabrikant aanbevolen worden.
- Verschillende vloeibare wasmiddelen niet mengen. Het doseerreservoir geheel leegmaken en reinigen wanneer men van wasmiddel verandert (type, fabrikant, ...). Blz. 47
- Geen oplosmiddelhoudende, bijtende of desinfecterende middelen (bijv. bleekwater) gebruiken.
- Wasmiddel en wasverzachter niet mengen.
- Geen te lang bewaarde en sterk ingedikte producten gebruiken.
- Om opdrogen te voorkomen het vuldeksel niet langere tijd open laten staan.
Doseerbakjes vullen:
De doseerreservoirs in de wasmiddellade zijn hiervoor aan de hand van overeenkomstige vuldeksels gemarkeerd.
- • Totaal-/universeel-wasmiddel
- • Wasverzachter
- 1. Wasmiddellade opentrekken.
- 2. Vuldeksel openen.
- 3. Wasmiddel/wasverzachter bijvullen. Bakje maximaal tot de markering max vullen.
- 4. Vuldeksel sluiten.
- 5. Wasmiddellade langzaam helemaal dichtschuiven.
Pagina 42
nl Intelligent doseringssysteem
Bij volledig ingeschoven wasmiddellade is de indicatie bij ingeschakeld apparaat uit.
In het dagelijkse gebruik
Indicaties:
- Indicatie brandt, wanneer de intelligente dosering voor het reservoir is gekozen.
- De indicatie voor de instelwaarde bijv. knippert, wanneer bij gekozen intelligente dosering het minimale peil voor het reservoir is onderschreden.
Intelligente dosering selecteren/ deselecteren en dosering aanpassen:
De intelligente dosering van wasmiddel en wasverzachter is in alle programma’s waarbij automatische dosering mogelijk is, in de fabriek gekozen.
Een overzicht van alle mogelijke programma-instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
De dosering voor wasmiddel is op (licht verontreinigd wasgoed) en voor wasverzachter op (normaal zacht wasgoed) vooringesteld en kan per programma individueel worden gewijzigd. Blz. 28
Naast de intelligente dosering kunnen, indien nodig, andere wasverzorgingsmiddelen (bijv.
vlekkenzout) met de hand in het linker
compartiment gedoseerd worden.
- Blz. 44
Aanwijzing: Het kiezen (aan/uit) alsmede de steeds gekozen doseersterkte van i-Dos en i-Dos blijven per programma tot de volgende wijziging behouden, ook wanneer de wasautomaat wordt uitgeschakeld.
Wasmiddel/wasverzachter bijvullen:
Het knipperen van de bijbehorende indicatie bij geselecteerde intelligente dosering geeft aan, dat het minimale niveau is onderschreden. Inhoud is nog voldoende voor ca. 3 wasbeurten.
U kunt altijd bijvullen met hetzelfde wasmiddel of dezelfde wasverzachter. Bij overstappen op een ander product/ fabrikant adviseren wij de bakjes eerst schoon te maken. Blz. 47
Eventueel de basisdosering aanpassen.
Basisinstellingen
De basisdoseerhoeveelheden zijn:
- bij wasmiddel - de aanbeveling van de producent voor normale verontreiniging en de lokale waterhardheid.
- bij wasverzachter - de aanbeveling van de producent voor gemiddelde zachtheid.
De gegevens vindt u op de verpakking van het wasmiddel of de wasverzachter of u kunt ze direct opvragen bij de fabrikant.
Gebruik een teststrookje om de waterhardheid in uw regio te bepalen of vraag de gegevens op bij uw waterleidingbedrijf.
Pagina 43
Intelligent doseringssysteem nl
Mijn waterhardheid:
Hier is een voorbeeld van een wasmiddeldosering op een verpakkingsetiket:
| Mate van verontreiniging → Waterhardheid ↓ | licht | normaal | sterk | zeer sterk |
|---|---|---|---|---|
| zacht/gemid-deld | 55 ml | 75 ml | 120 ml | 160 ml |
| hard/zeer hard | 75 ml | 95 ml | 150 ml | 180 ml |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
De basisdoseerhoeveelheid af fabriek is regiospecifiek vooringesteld (bijv. 75 ml wasmiddel en 36 ml wasverzachter).
Stel de basisdoseerhoeveelheid wasmiddel in, overeenkomstig de aanwijzingen op de verpakking van uw wasmiddel. Houd daarbij rekening met uw waterhardheid.
De basisdoseerhoeveelheid voor wasverzachter naar wens voor de zachtheid van uw wasgoed kiezen.
De wijziging van een basisdoseerhoeveelheid heeft effect voor alle drie doseersterkten.
Aanwijzingen
- Bij sterker geconcentreerde wasmiddelen de basisdoseerhoeveelheid reduceren.
- Mocht er zich herhaaldelijk tijdens het wassen sterke schuimvorming optreden, controleer dan a.u.b. de instelling van de basisdoseerhoeveelheid en doseersterkte.
Bovendien kunnen sommige vloeibare wasmiddelen tot sterke schuimvorming neigen. Wanneer de instelling van de basisdoseerhoeveelheid en doseersterkte wel juist is, dan is het aan te bevelen een ander vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Basisdoseerhoeveelheden wijzigen:
- 1. Op het betreffende i-Dosbedieningspaneel ( of ) tippen en gedurende ca. 3 seconden vasthouden. De vooringestelde basisdoseerhoeveelheid wordt weergegeven.
- 2. Door te tippen op of de gewenste basisdoseerhoeveelheid instellen. De instelling is zonder bevestiging actief.
- 3. Tip nogmaals op het betreffende i-Dos-bedieningspaneel, om naar de uitgangstoestand terug te keren. Aanwijzing: De instellingen blijven tot de volgende wijziging behouden, ook wanneer de automaat uitgeschakeld wordt.
Pagina 44
nl Intelligent doseringssysteem
handmatige dosering
Bij programma’s waarbij geen intelligente dosering mogelijk is, of indien men dit wenst (dan intelligente dosering op Uit zetten), wordt het wasmiddel toegevoegd via het linker wasmiddelcompartiment.
Bovendien kunnen hier (ter aanvulling op de intelligente dosering) washulpmiddelen zoals ontharder, bleekmiddel of vlekkenzout worden gedoseerd.
Waarschuwing
Oog-/huidirritaties!
Als de wasmiddellade tijdens het gebruik wordt geopend, kan er was-/ wasverzorgingsmiddel uit spetteren. Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddelen goed de ogen uit, resp. de huid af.
Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwas-sprays,...) kunnen het oppervlak van de wasautomaat aantasten wanneer ze hiermee in aanraking komen.
Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasautomaat. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten/ druppels direct met een vochtige doek afnemen.
Aanwijzingen
- Bij dosering van alle was-, hulp- en reinigingsmiddelen beslist de aanwijzingen van de fabrikant in acht nemen.
- Bij handmatige dosering van wasmiddel geen extra wasmiddel doseren via de intelligente dosering (de intelligente dosering op uit zetten); zo wordt overdosering en schuimvorming voorkomen
- Verdun stroperige wasverzachter en textielversteviger met water, dat voorkomt verstoppingen.
Wasmiddel doseren en toevoegen:
- 1. Wasmiddellade uittrekken.
- 2. Doseren in het linker compartiment overeenkomstig:
- mate van vervuiling,
- waterhardheid (informeer bij uw waterleidingbedrijf),
- hoeveelheid wasgoed,
- de gegevens van de fabrikant op de verpakking.
- 3. Wasmiddellade sluiten.
Pagina 45
Apparaatinstellingen nl
Apparaatinstellingen
De volgende instellingen kunt u in het bedienings- en displayveld wijzigen:
- het volume van de instructiesignalen (bijv. aan programma-einde),
- het volume van de bedieningssignalen,
- de helderheid van het bedienings- en displayveld,
- de herinneringsfunctie voor trommelverzorging in-/uitschakelen.
Voor het wijzigen van de instellingen moet u eerst altijd de instelmodus activeren.
Instelmodus activeren
- 1. Het apparaat inschakelen. De instellingen voor het actueel gekozen programma worden weergegeven.
- 2. Het bedieningsveld aanraken. De instelmodus is geactiveerd en de indicatie voor de instructiesignalen en het vooringestelde volume.
U kunt nu de instellingen wijzigen:
Signaalvolume wijzigen
Tip hiervoor op het bedieningspaneel of totdat de gewenste instelwaarde voor het volume van de instructiesignalen verschijnt:
Instelwaarden: 0 uit
1 Zacht
2 gemiddeld
3 Luid
4 Zeer luid
Instelmodus afronden of:
Tip weer op . De indicatie voor de bedieningssignalen en het vooringestelde volume gaan branden.
Met tippen op of de instelwaarde (zoals hierboven) wijzigen.
Instelmodus afronden of:
Helderheid van het touchdisplay wijzigen
Tip weer op . De indicaties voor de helderheid van het Touch-Displays en de vooringestelde helderheid gaan branden.
Met tippen op of de instelwaarde wijzigen:
Instelwaarden: 1 minder licht 2 normaal licht 3 licht
4 zeer licht
Instelmodus afronden of:
Herinneringsfunctie voor trommelverzorging in-/ uitschakelen
Tip weer op . De indicatie voor de herinneringsfunctie voor de trommelreiniging brandt.
Door tippen op of de herinneringsfunctie aan (on)- of uitschakelen (oFF).
Instelmodus afsluiten
Voor het beëindigen en opslaan van de instellingen:
- ca. 15 minuten wachten of
- tip nog een laatste keer op of
- Apparaat uitschakelen. De gekozen instellingen zijn actief bij de volgende keer inschakelen.
Pagina 46
nl Sensoren
Sensoren
Beladingsautomaat
Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik optimaal aan elk programma aan.
Onbalans-controlesysteem
Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Bij een zeer ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het toerental verlaagd of wordt er niet gecentrifugeerd.
Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen.
- Blz. 52
VoltMonitor
afhankelijk van model
De dubbele punt van het Klaar in-tijddisplay:
- knippert, wanneer er momenteel sprake is van een spanningsonderschrijding.
- pulseert, wanneer er tijdens het programma een spanningsonderschrijding werd gedetecteerd.
Aanwijzing:
Spanningsonderschrijdingen kunnen bijv. tot programmaverlenging en / of een niet bevredigend centrifugeerresultaat leiden.
2 Reinigen en onderhouden
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwing
Kans op vergiftiging!
Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.
wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:
Aanwijzingen
- Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waarin de wasautomaat is geplaatst.
- Laat de vuldeur en de wasmiddellade iets open staan wanneer de wasautomaat niet gebruikt wordt.
- Was af en toe met een Katoen 60 °C-programma, gebruik makend van een poederwasmiddel voor hoofdwas.
Pagina 47
Reinigen en onderhouden nl
Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel
- Neem de behuizing en het bedieningspaneel af met een zachte, vochtige doek.
- Wasmiddelresten onmiddellijk verwijderen.
- Reinigen met een waterstraal verboden.
Wastrommel
Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.
Bij geurvorming in de wasmachine, resp. om de trommel te reinigen, het programma Trommelreiniging 90 °C zonder wasgoed draaien. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.
Ontkalken
Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkingsmiddelen zijn verkrijgbaar via onze website of via de klantenservice. Blz. 55
i-Dos-Wasmiddellade en hun behuizing
- 1. Doseerreservoir legen:
De doseerbakjes hebben aan de voorkant openingen met uitneembare stopjes. Voor het legen van het doseerreservoir eerst de greep zoals getoond er af halen:
- a) Wasmiddellade opentrekken.
- b) Ontgrendelingshendel (A) aan de achterkant van de greep van de lade (midden onder) iets naar u toe trekken en tegelijkertijd de de ontgrendelde greep van de lade (B) naar boven trekken.
- c) Om de doseerbakjes te legen de afsluitdopjes voorzichtig eraf trekken en de inhoud in een geschikte bak laten leeglopen.
- d) Afsluitdopje tot de aanslag weer erin schuiven.
- 2. Doseerbakjes/wasmiddellade reinigen:
De wasmiddellade kan er helemaal uitgehaald worden om de geleegde doseerbakjes te reinigen.
- a) Doseerbakje legen voordat u het eruit haalt.
Aanwijzing: Greep van de lade pas na het reinigen weer erop zetten.
- b) Lade opentrekken.
- c) Ontgrendelingshendel indrukken en de lade er helemaal uithalen.
Pagina 48
nl Reinigen en onderhouden
- d) Deksel van de lade voorzichtig eraf halen.
Attentie!
De wasmiddellade kan beschadigd worden!
De wasmiddellade bevat elektrische componenten. Bij contact met water kunnen deze beschadigd raken.
- Deksel niet in de afwasmachine reinigen en niet in water dompelen.
- Voorkom dat de stekker aan de achterkant van de lade in aanraking komt met vocht, wasmiddel of resten wasverzachter, buitenkanten eventueel met een zacht, vochtig doekje reinigen. Vóór het inschuiven drogen.
- e) Lade en deksel met een zacht, vochtig doekje of de handdouche reinigen. Binnenkanten eveneens met een zacht, vochtig doekje reinigen.
- f) Lade en deksel afdrogen en weer in elkaar zetten.
- g) Greep van de lade van boven af erop schuiven tot deze hoorbaar vast klikt.
- h) Behuizing van de wasmiddellade van binnen reinigen.
- i) Wasmiddellade helemaal erin schuiven.
Afvoerpomp verstopt, noodlediging
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.
Laat het zeepsop afkoelen.
- 1. De waterkraan dichtdraaien, zodat er geen water meer toestroomt dat via de afvoerpomp afgevoerd moet worden.
- 2. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 3. Onderhoudsklep openen en eraf halen.
Pagina 49
Reinigen en onderhouden nl
- 4. Aftapslang uit de houder halen. Stopje verwijderen, zeepsop in een geschikte opvangbak laten stromen. Stopje erin drukken en aftapslang in de houder plaatsen.
- 5. Pompdeksel voorzichtig losschroeven, er kan restwater uit lopen.
Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.
Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep moet verticaal staan.
- 6. Serviceklep plaatsen, inklikken en sluiten.
Aanwijzing: Om te voorkomen dat bij de volgende wasbeurt wasmiddel ongebruikt in de afvoer wegstroomt giet u 1 liter water in het linker compartiment en start u programma Afpompen.
Afvoerslang aan de sifon verstopt
| 1. Apparaat de wandcontactdoos | uitschakelen. | Stekker nemen. | uit | ||||||
| 2. Slangenklem er voorzichtig | losmaken. aftrekken, | Afvoerslang er | kan | ||||||
| resterend 3. Afvoerslang sifon | schoonmaken. | water | en | uit aansluitstuk | lopen. | van | de |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 49)
- 4. Afvoerslang weer erop plaatsen en de aansluiting met een slangklem vastzetten.
Zeef in de watertoevoer verstopt.
- 1. Waterdruk in de toevoerslang verminderen:
- a) Kraan dichtdraaien.
- b) Willekeurig programma kiezen (behalve Spoelen/Centrifugeren/ Afpompen/Afpompen).
- c) Programma starten en ca. 40 seconden laten lopen.
- d) Apparaat uitschakelen.
- e) Stekker uit het stopcontact halen.
- 2. Zeef reinigen:
- a) Slang loskoppelen van de kraan. Zeef met een borsteltje reinigen.
Pagina 50
nl Storingen, wat te doen?
3 Storingen, wat te doen?
Noodontgrendeling
- b) Bij de modellen Standard en Aqua-Secure de zeef aan de achterkant van het apparaat reinigen:
Slang aan de achterkant van het apparaat eraf halen, Zeef met een tang eruit halen en schoonmaken.
- c) Slang weer aansluiten en op dichtheid controleren.
bijv. bij een stroomstoring.
Het programma wordt hervat als er weer stroom is.
Als het wasgoed toch uit de trommel gehaald moet worden, dan kan de vuldeur geopend worden zoals hierna beschreven:
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop en wasgoed brandwonden ontstaan. Eventueel eerst laten afkoelen.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
Wanneer u met uw handen in de draaiende trommel komt, kunt u letsel oplopen.
Niet met uw handen in de draaiende trommel komen.
Wacht tot de trommel niet meer draait.
Attentie!
Waterschade
Wegstromend water kan tot waterschade leiden.
De vuldeur niet openen zolang er water achter het glas te zien is.
- 1. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 2. Zeepsop laten weglopen. Blz. 48
- 3. Noodontgrendeling met een tang of iets dergelijks naar beneden trekken en loslaten.
Hierna kan de vuldeur geopend worden.
Pagina 51
Storingen, wat te doen? nl
Aanwijzingen op het display
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| uit | De vuldeur is ontgrendeld, aan het programma-einde of in de pauze-toestand, wanneer wasgoed bijgevuld kan worden. |
| brandt | ■ Tijdens het programma. Vuldeur vergrendeld. ■ in de pauze-toestand: temperatuur te hoog. Wachten tot de temperatuur is gedaald. ■ in de pauze-toestand: centrifugetoerental te hoog. Wachten tot de trommel stil staat. ■ in de pauze toestand: waterpeil te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Voor het hervatten van het programma op tippen. ■ (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 30 |
| knippert | ■ langzaam: vuldeur kan momenteel niet ver- of ontgrendeld worden. Wachttijd nodig. ■ snel: vuldeur sluiten, omdat water uit het wasgoed kan lopen. |
| uit | bij programma-einde, bij geopende vuldeur |
| brandt | na programmastart |
| knippert | voor programmastart, in pauze-toestand |
| i-Dos-instelwaarde bijv. knippert | Minimale peil in bijbehorend reservoir gedetecteerd, bijvullen. Blz. 42 |
| brandt | Wasmiddellade is uitgeschoven. |
| brandt | Waterdruk te laag kan de programmaduur verlengen. |
| knippert | Geen watertoevoer: ■ Kraan helemaal opendraaien. ■ Toevoerslang geknikt/afgeklemd, ■ eventueel zeef reinigen. Blz. 49 |
| 3 sec brandt | Kinderbeveiliging geactiveerd; deactiveren. Blz. 32 |
| 3 sec knippert | Kinderslot geactiveerd, programmakiezer gedraaid of een op een bedieningspaneel getipt. |
| knippert | Programma Trommelreiniging 90 °C of een 60 °C-programma voor reiniging en verzorging van de trommel en het interieur uitvoeren. Aanwijzingen ■ Programma zonder wasgoed draaien. ■ Gebruik een poederwasmiddel of een bleekmiddelhoudend wasmiddel. Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel. ■ Instructiesignaal in-/uitschakelen |
| brandt | Te veel schuim herkend, extra spoelbeurten toegevoegd. Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel. |
Pagina 52
nl Storingen, wat te doen?
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Verbinding met het thuisnetwerk werd niet gerealiseerd. | ■ Wi-Fi is uitgeschakeld. Om verbinding te kunnen maken met het thuisnetwerk, Wi-Fi inschakelen. moet op het display verschijnen. ■ Wi-Fi is ingeschakeld, maar de verbinding met het thuisnetwerk kan niet gerealiseerd worden. Controleer of het thuisnetwerk beschikbaar is of maak opnieuw verbinding met het thuisnetwerk. |
| E:10 afgewisseld met - 00, - 10 of - 20 | Fout in het i-Dos-systeem. De i-Dos-functie is automatisch gedeactiveerd. De machine kan met handmatige dosering normaal worden gebruikt. Voor reparatie van het i-Dos-systeem a.u.b. contact opnemen met de Servicedienst. |
| E:60 afwisselend met - 2b en Einde | aan het einde van het programma. Geen fout van de machine - Het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren vanwege een ongelijkmatige verdeling van het wasgoed afgebroken. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. Eventueel wasgoed nogmaals centrifugeren. |
| E:35 afgewisseld met - 10 | Water in de bodemplaat, lekkage van het apparaat. Kraan dichtdraaien. Service inschakelen! Blz. 55 |
| E: 36 afgewisseld met - 10 | ■ Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 48 ■ Afvoerslang/afvoerpijp verstopt. Afvoerslang bij de sifon reinigen. Blz. 49 |
| Andere indicaties | Apparaat uitschakelen, 5 seconden wachten en weer inschakelen. Verschijnt de indicatie opnieuw, schakel dan de servicedienst in. Blz. 55 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
Wat te doen bij storingen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Er lekt water. | ■ Afvoerslang goed vastzetten/vervangen. ■ Schroefkoppeling van de toevoerslang vastdraaien. |
| Geen watertoevoer. Wasmiddel niet ingespoeld. | ■ Programma niet gestart? ■ Kraan niet geopend? ■ Zeef eventueel verstopt? Zeef reinigen. Blz. 49 ■ Toevoerslang geknikt of ingeklemd? |
| Het doseerreservoir is leeg is en de niveau-indicatie niet knippert. | ■ Deksel/stekker van de wasmiddellade vuil? Wasmiddellade schoonmaken. Blz. 47 ■ Wasmiddellade niet correct erin geschoven? Blz. 42 |
| De doseerbakjes gevuld zijn met verkeerd wasmiddel/wasverzachter. | Doseerreservoir: 4. Leegmaken en reinigen. Blz. 47 5. Opnieuw vullen. |
| Wasmiddel/wasverzach-ter in de doseerbakjes is ingedikt. | Doseerbakjes schoonmaken en opnieuw vullen. |
Pagina 53
Storingen, wat te doen? nl
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Vuldeur gaat niet open. | ■ Veiligheidsfunctie actief. Programma-afbreking? Blz. 33 ■ (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 33 ■ Openen alleen via noodontgrendeling mogelijk? Blz. 50 |
| Programma start niet. | ■ Programma gestart of Klaar in-tijd gekozen? ■ Vuldeur gesloten? ■ Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 32 ■ brandt. Wasmiddellade is niet volledig ingeschoven. Wasmiddellade correct erin schuiven. ■ Shop modus geactiveerd? Wanneer het display gedurende 5 s weergeeft, nadat u het apparaat heeft in- of uitgeschakeld, dan bevindt het apparaat zich in de shop-modus. U schakelt de shop-modus als volgt uit: 1. Apparaat uit- en weer inschakelen. 2. Wachten tot de melding op het display gedoofd is. 3. gedurende minimaal 5 seconden ingedrukt houden. Op het display verschijnt en het apparaat schakelt zich automatisch uit. De shop-modus is nu gedeactiveerd en u kunt het apparaat zoals gewoonlijk gebruiken. |
| Plotselinge schok/ draaien van de trommel na programmastart. | Geen storing - bij het starten van het wasprogramma kan kortstondig een schokbeweging van de trommel optreden, als gevolg van een interne motortest. |
| Waswater wordt niet weggepompt. | ■ (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 33 ■ Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 48 ■ Afvoerpijp en/of afvoerslang schoonmaken. |
| Water in de trommel niet zichtbaar. | Geen fout – het water bevindt zich onderin en is daardoor niet te zien. |
| Centrifugeresultaat niet naar tevredenheid. Wasgoed nat / te vochtig. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. ■ Anti-kreuk gekozen? Blz. 29 ■ Te laag centrifugetoerental gekozen? |
| Meermalen beginnen met centrifugeren. | Geen fout – het onbalans controlesysteem heft de onbalans op. |
| Programmaduur langer dan gewoonlijk. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen. ■ Geen fout – schuimcontrolesysteem actief – er wordt een extra spoelbeurt uitgevoerd. |
| De programmaduur verandert tijdens de wascyclus. | Geen fout – het programmaverloop wordt geoptimaliseerd voor het betreffende wasproces. Dit kan leiden tot een verandering van de programmaduur op het display. |
| Restwater in het linker compartiment voor wasverzorgingsmiddelen. | ■ Geen fout - werking van het verzorgingsmiddel wordt niet beïnvloed. |
Pagina 54
nl Storingen, wat te doen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Geurvorming in de wasmachine. | Programma Trommelreiniging of Katoen 90 °C zonder wasgoed draaien. Gebruik daarbij een poederwasmiddel of een bleekmiddelhoudend wasmiddel. Aanwijzing: Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel. |
| Indicatie brandt op het Touch-Display. Er komt eventueel schuim uit de wasmiddellade. | Teveel wasmiddel gebruikt? Een eetlepel wasverzachter met 1/2 l water mengen en in het linker compartiment doen (niet bij outdoor- en sportkleding en textiel met dons!). Bij de volgende was minder wasmiddel gebruiken. |
| Herhaaldelijke sterke schuimvorming. | ■ Basisdoseerinstelling en doseersterkte controleren. ■ Eventueel een ander vloeibaar wasmiddel gebruiken. |
| Wasmiddel/wasverzach-ter druppelt van de manchet en verzamelt zich op het venster of in de manchetplooi. | Te veel wasmiddel/wasverzachter in de doseerreservoirs. Markering max in de doseerreservoirs in acht nemen. |
| Harde geluiden, trillingen en „wandelen” tijdens het centrifugeren. | ■ Apparaat horizontaal gesteld? Apparaat afstellen. Blz. 18 ■ Zijn de voetjes vastgezet? Voetjes van het apparaat vastzetten. Blz. 18 ■ Transportbeveiligingen verwijderd? Transportbeveiligingen verwijderen. • Blz. 15 |
| Touch-Display functioneert tijdens het bedrijf niet. | ■ Stroomstoring? ■ Zekeringen geactiveerd? Zekeringen inschakelen/vervangen. ■ Doet de storing zich vaker voor, servicedienst inschakelen. |
| Wasmiddelresten op het wasgoed. | ■ Soms bevatten fosfaatvrije wasmiddelen resten die niet in water oplosbaar zijn. ■ Spoelen kiezen of wasgoed na het wassen uitborstelen. |
| In de pauze toestand knippert en brandt. | ■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. ■ Voor het voortzetten van het programma op tippen. |
| In de pauze toestand knippert en is uit. | De vuldeur is ontgrendeld. Bijvullen van wasgoed mogelijk. |
| Home Connect werkt niet. | ■ Bij problemen met Home Connect vindt u hulp op www.home-connect.com ■ Of u de Home Connect functies op uw apparaat kunt gebruiken, hangt af van de beschikbaarheid van de Home Connect Services (bijv. beschikbaarheid van de app) in uw land. De Home Connect service is niet in elk land beschikbaar, informatie daarover vindt u op www.home-connect.com. |
| Wanneer u een storing niet zelf kunt verhelpen (na uit-/inschakelen) of wanneer een reparatie noodzakelijk is: ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■ Kraan dichtdraaien en de servicedienst inschakelen. | |
Pagina 55
Technische gegevens nl
Technische gegevens
Afmetingen:
850 x 600 x 590 mm
(hoogte x breedte x diepte)
Gewicht:
70 - 85 kg (afhankelijk van het model)
Netaansluiting:
Netspanning 220 - 240 V, 50 Hz (60 Hz al naar gelang het model)
Nominale stroom 10 A
Nominaal vermogen 1900 - 2300 W
Waterdruk:
100 - 1000 kPa (1 - 10 bar)
Opgenomen vermogen in uitgeschakelde toestand: 0,1 W
Opgenomen vermogen in nietuitgeschakelde toestand: 0,43 W
Opgenomen vermogen in netwerk (Wi-Fi) standby-modus / tijdsduur:
0,9 W / 20 min
4 Klantenservice
Neem wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen a.u.b. contact op met onze Servicedienst. Omslagpagina
Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van een monteur te voorkomen.
Aan de servicedienst dient u het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD) van de machine op te geven.
| ( 1U | )' |
|---|---|
| E-nr. | Typenummer |
| FD | Fabricagenummer |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 55)
Deze gegevens vindt u *afhankelijk van het model:
aan de binnenkant van de vuldeur* / de geopende serviceklep* en aan de achterkant van het apparaat..
Vertrouw op de competentie van de fabrikant.
Neem contact met ons op. Zo weet u zeker dat de reparatie wordt uitgevoerd door goed opgeleide servicemonteurs die de beschikking hebben over originele reserve-onderdelen.
Pagina 56
nl Aqua-Stop-garantie
Aquastop-garantie
Alleen voor apparaten met Aqua-Stop
Als aanvulling op de garantieregeling voor de koper voortvloeiend uit de koopovereenkomst en aanvullend op onze apparaatgarantie, wordt u schadeloos gesteld als aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan:
- 1. Als door een storing in het Aqua-Stop-systeem waterschade wordt veroorzaakt, dan vergoeden wij de schade van particuliere gebruikers.
- 2. De aansprakelijkheidsgarantie geldt voor de levensduur van het apparaat.
- 3. Voorwaarde voor aanspraak op garantie is dat het apparaat met Aqua-Stop vakkundig en overeenkomstig ons installatievoorschrift is opgesteld en aangesloten; hiertoe behoort ook de vakkundige verlenging van de Aqua-Stop (origineel toebehoren).
Onze garantie heeft geen betrekking op defecte toevoerleidingen of armaturen tot aan de Aquastopaansluiting op de kraan.
- 4. Tijdens het gebruik van een apparaat met Aqua-Stop hoeft u er in principe niet bij te blijven resp. na het gebruik om veiligheidsredenen de kraan dicht te draaien.
Alleen bij langere afwezigheid, bijvoorbeeld als u een paar weken op vakantie gaat, moet de kraan worden dichtgedraaid.