Siemens WM6HXL75NL, tekst van de handleiding
Pagina's 44–70 van 76 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 6–43verder op pagina 71 →
Pagina 44
nl Kinderslot
- 2. De rubbermanchet droog vegen en vreemde voorwerpen verwijderen.
Om het lopende programma niet te annuleren, moet de programmakiezer op het uitgangsprogramma staan.
- In het display dooft .
15 Home Connect
- 3. De deur en wasmiddellade open laten zodat het restwater kan opdrogen.
14 Kinderslot
Beveilig uw apparaat tegen ongewenst bedienen via de bedieningselementen.
14.1 Kinderslot inschakelen
- Beide toetsen 3 sec. ca. 3 seconden indrukken.
- Op het display wordt weergegeven.
- De bedieningselementen zijn geblokkeerd.
- Het kinderslot blijft ook na het uitschakelen van het apparaat geactiveerd.
14.2 Kinderslot deactiveren
Vereiste: Om het kinderslot te deactiveren, moet het apparaat zijn ingeschakeld.
- Druk ca. 3 seconden op beide buttons 3 sec..
Dit apparaat is geschikt voor netwerken. Verbind uw apparaat met een mobiel eindapparaat om functies te kunnen bedienen via de Home Connect app, basisinstellingen aan te passen of de actuele gebruikstoestand te bewaken.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com. → "Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) met WPS-functie verbinden", Pagina 45 → "Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) zonder WPS-functie verbinden", Pagina 45
De Home Connect app leidt u door het gehele aanmeldingsproces. Volg de aanwijzingen in de Home Connect app om de instellingen aan te brengen.
Tips
- Neem de meegeleverde documenten van Home Connect in acht.
- Neem ook de aanwijzingen in de Home Connect app in acht.
Opmerkingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u het apparaat via de Home Connect app bedient. → "Veiligheid", Pagina 4
Pagina 45
- De bediening aan het apparaat heeft altijd voorrang. Gedurende deze tijd is de bediening via de Home Connect app niet mogelijk.
15.1 Apparaat met WLANthuisnetwerk (WiFi) met WPS-functie verbinden
Vereiste: Heeft uw router een WPSfunctie, dan kunt u het apparaat automatisch met uw WLAN (WiFi) thuisnetwerk verbinden.
- 1. Ca. 3 s op Bedien via app drukken.
- Op het display wordt Aut weergegeven.
- 2. Druk op Start/Bijvullen .
- 3. Binnen 2 minuten op de WPS-toets van de router drukken.
Houd de informatie aan in de documentatie van uw router.
- Op het display knippert .
- Het apparaat probeert verbinding te maken met het WiFi thuisnetwerk.
- Wanneer op het display wordt weergegeven en permanent brandt, dan is het apparaat met het thuisnetwerk verbonden.
- 4. Wanneer op het display Err wordt weergegeven dan is het apparaat niet met het thuisnetwerk verbonden.
Home Connect nl
‒ Controleer of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt.
‒ Het apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) met WPS-functie opnieuw verbinden.
- 5. Het apparaat met de Home Connect app verbinden. → Pagina 46
15.2 Apparaat met WLANthuisnetwerk (WiFi) zonder WPS-functie verbinden
Heeft uw router geen WPS-functie, dan kunt u het apparaat handmatig met uw WLAN (WiFi) thuisnetwerk verbinden. Het apparaat bouwt kortstondig een eigen WiFi-netwerk op. U kunt met een mobiel eindapparaat verbinding maken met het WiFi-netwerk en de netwerkinformatie van het WLAN-thuisnetwerk (WiFi) aan uw apparaat overdragen.
Vereiste: De Home Connect app is geopend en u heeft zich aangemeld.
- 1. Tenminste 3 s op Bedien via app drukken.
- Op het display wordt Aut weergegeven.
- 2. Programma op stand 2 instellen.
- Op het display wordt SAP weergegeven.
- 3. Druk op Start/Bijvullen .
- Op het display knippert .
- Het apparaat maakt nu een eigen WiFi netwerk met de netwerknaam (SSID) HomeConnect.
Pagina 46
nl Home Connect
- 4. In het mobiele eindapparaat WiFi-instellingen oproepen.
Het mobiele eindapparaat met het WiFi-netwerk HomeConnect verbinden en het WiFi-wachtwoord (Key) HomeConnect invoeren.
- Uw mobiele eindapparaat verbindt zich met het apparaat. De verbindingsprocedure kan tot wel 60 seconden duren.
- 5. De Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen en de stappen in de app volgen.
- 6. In de Home Connect app de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van uw thuisnetwerk invoeren.
- 7. De stappen in de Home Connect app volgen, om het apparaat te verbinden.
- Wanneer op het display wordt weergegeven en permanent brandt, dan is het apparaat met het thuisnetwerk verbonden.
46
- 8. Wanneer op het display Err wordt weergegeven dan is het apparaat niet met het thuisnetwerk verbonden.
‒ Controleer of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt.
‒ Het apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) met WPS-functie opnieuw verbinden.
- 9. Het apparaat met de Home Connect app verbinden → Pagina 46.
15.3 Apparaat met de Home Connect app verbinden
Vereisten
- Het apparaat is verbonden met het WiFi thuisnetwerk.
- De Home Connect app is geopend en u heeft zich aangemeld.
- 1. Het programma op stand 3 instellen.
- Op het display wordt APP weergegeven.
- 2. Druk op Start/Bijvullen .
- Het apparaat maakt verbinding met de Home Connect app.
- 3. Zodra het apparaat in de Home Connect app wordt weergegeven, de laatste stappen in de Home Connect app volgen.
- Wanneer het display weergeeft, is het apparaat met de Home Connect app verbonden.
15.4 Apparaat met de energiemanager verbinden
Wanneer u het apparaat met het Smart Energy systeem (energiemanager) verbindt, dan optimaliseert u het energieverbruik. Het apparaat start
Pagina 47
pas, wanneer uw eigen PV-installatie voldoende energie opwekt of wanneer het elektriciteitstarief gunstig is.
Vereisten
- Het Smart Energy-systeem (Energiemanager) maakt gebruik van de communicatiestandaard van het EEBus initiatief.
- U heeft in de gebruiksaanwijzing van het Smart Energy-systeem (energiemanager) gelezen, hoe het Smart Energy-systeem (de energiemanager) verbinding maakt met uw apparaat.
- 1. Ca. 3 s op Bedien via app drukken.
- Op het display wordt Aut weergegeven.
- 2. Programma op stand 7 instellen.
- Op het display wordt EnG weergegeven.
- 3. Op Start/Bijvullen drukken.
- Het apparaat maakt verbinding met het Smart Energy systeem (energiemanager).
- Wanneer op het display en wordt weergegeven, dan is het apparaat succesvol met de energiemanager verbonden.
- 4. Wanneer het apparaat door het Smart Energy systeem (energiemanager) moet worden gestart, dan Flexstart activeren.
→ "Flexstart activeren", Pagina 47
Flexstart activeren
Activeer de Flexstart, zodat uw Smart Energy-systeem (energiemanager) uw apparaat mag starten, wanneer uw eigen PV-installatie voldoende energie opwekt of het elektriciteitstarief laag is.
Home Connect nl
Vereiste: Het Smart Energy system (energiemanager) kan het apparaat alleen starten wanneer Smart Energy systeem (energiemanager) en apparaat met elkaar verbonden zijn.
- 1. Het gewenste programma instellen.
- 2. Druk op - Klaar in + en stel de gewenste tijdsperiode in.
- 3. Druk op Start/Bijvullen .
- 4. Druk op Bedien via app .
- Het display geeft aan en de Flexstart is geactiveerd. Het apparaat wacht op een start op afstand via het Smart Energy-systeem (energiemanager).
- Wanneer op het display de weergave van de tijd naar bijv. 8 h gaat, dan heeft het Smart Energysysteem (energiemanager) een tijdstip vastgelegd, waarop het apparaat start.
- Wanneer het Smart Energy-systeem (energiemanager) het apparaat niet binnen de ingestelde tijd start, dan start het apparaat het programma zelfstandig, voor het verstrijken van de ingestelde tijdsperiode. Het programma eindigt wanneer dit tijdsbestek afgelopen is.
Opmerking
De Flex Start wordt vanwege veiligheidsredenen onder de volgende omstandigheden gedeactiveerd:
- Druk op Start/Bijvullen .
- De deur openen.
- Het apparaat uitschakelen.
- Stroomonderbreking.
Pagina 48
nl Home Connect
15.5 WiFi op het apparaat activeren
Opmerking: Het energieverbruik wordt hoger ten opzichte van de in de verbruikswaardetabellen aangegeven waarden, wanneer Wi-Fi is geactiveerd.
- 1. Ca. 3 s op Bedien via app drukken.
- 2. Programma op positie 4 instellen.
- Op het display wordt Con weergegeven.
- 3. Druk op Start/Bijvullen totdat het display On weergeeft.
- WiFi is geactiveerd.
Opmerking: Het apparaat schakelt niet automatisch uit, wanneer WiFi is geactiveerd.
15.6 WiFi op het apparaat deactiveren
- 1. Tenminste 3 seconden op Bedien via app drukken.
- 2. Programma op positie 4 instellen.
- Op het display wordt Con weergegeven.
- 3. Druk op Start/Bijvullen totdat het display OFF weergeeft.
- WiFi is gedeactiveerd.
Opmerking: Wordt de WiFi gedeactiveerd en uw apparaat was eerder met uw thuisnetwerk verbonden, dan wordt de verbinding bij het opnieuw inschakelen van de WiFi automatisch weer hersteld.
15.7 Software update
Vereiste: Op het display wordt UPd weergegeven.
- 1. Ca. 3 s op Bedien via app drukken.
- 2. Programma op positie 6 instellen.
- Op het display verschijnt UPd.
- 3. Op Start/Bijvullen drukken.
- De software-update wordt geïnstalleerd.
- Als het display End toont, is de software-update geïnstalleerd.
Opmerking: De software-update kan meerdere minuten duren. Schakel het apparaat tijdens de software-updates niet uit.
15.8 Netwerkinstellingen van het apparaat resetten
- 1. Tenminste 3 seconden op Bedien via app drukken.
- 2. Programma op positie 5 instellen.
- Op het display wordt rES weergegeven.
- 3. Op Start/Bijvullen drukken.
- Op het display wordt YES weergegeven.
- 4. Op Start/Bijvullen drukken.
- De netwerkinstellingen worden teruggezet.
- Als het display End toont, zijn de netwerkinstellingen teruggezet.
Tip: Wilt u uw apparaat weer via de Home Connect app bedienen, dan moet u het opnieuw met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbinden.
15.9 Afstandsdiagnose
De klantenservice kan via de diagnose op afstand toegang verkrijgen tot uw apparaat als u zich met de desbetreffende wens tot de klantenservice richt, uw apparaat met de Home Connect server verbonden is en
Pagina 49
de diagnose op afstand in het land waarin u het apparaat gebruikt, beschikbaar is.
Tip: Meer informatie alsook aanwijzingen over de beschikbaarheid van de diagnose op afstand in uw land vindt u in het gedeelte service/sup-port van de lokale website: www.ho-me-connect.com
15.10 Bescherming persoonsgegevens
Neem de aanwijzingen m.b.t. de bescherming van de persoonsgegevens in acht.
Wanneer uw apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een thuisnetwerk dat op het internet is aangesloten, geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server(eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde
Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudapparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Opmerking: Let erop dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in combinatie met de Home Connect app. Infor-
Home Connect nl
matie over gegevensbescherming kan worden opgeroepen in de Home Connect app.
49
Pagina 50
nl Basisinstellingen
16 Basisinstellingen
U kunt uw apparaat instellen volgens uw behoeften.
16.1 Overzicht over de basisinstellingen
Hier vindt u een overzicht van de basisinstellingen van het apparaat.
| Basisinstelling | Programmapositie | Waarde | Beschrijving |
|---|---|---|---|
| Signaal | 2 | 0 (uit) 1 (zacht) 2 (gemiddeld) 3 (luid) 4 (zeer luid) | Het volume van het signaal na het programma-einde instellen. |
| Toetssignaal | 3 | 0 (uit) 1 (zacht) 2 (gemiddeld) 3 (luid) 4 (zeer luid) | Het volume van het signaal bij het kiezen van de buttons instellen. |
| Herinnering trommelreiniging | 4 | On (aan) OFF (uit) | De herinnering voor de trommelreiniging activeren of deactiveren. |
Pagina 51
16.2 Basisinstellingen wijzigen
- 1. De programmakiezer op stand 1 instellen.
- 2. Druk op Centrifugeren en draai tegelijkertijd de programmakiezer op stand 2.
- Het display geeft de actuele waarde aan.
- 3. De programmakiezer op de gewenste positie instellen.
- 4. Druk op - Klaar in + om de waarde te wijzigen.
- 5. Schakel het apparaat uit om de wijziging op te slaan.
17 Reiniging en onderhoud
Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken.
17.1 Tips voor onderhoud van het toestel
De behuizing en Hierdoor blijven het bedienings- deze onderdelen paneel uitsluitend schoon en hygië-met water en een nisch.
vochtige doek afnemen.
| Reiniging en onderhoud nl | |
| Verwijder direct alle wasmiddelresten, sproeine-velresten of achtergebleven restanten. | Recente afzettingen kunnen makkelijker en zonder resten worden verwijderd. |
| De deur van het apparaat en de wasmiddellade na gebruik open laten. | Restwater kan dan verdampen, hetgeen de geurvorming in het apparaat vermindert. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
17.2 Trommel reinigen
VOORZICHTIG
Kans op letsel!
Het permanent wassen op lage temperaturen en een ontbrekende beluchting van het apparaat kunnen de trommel beschadigen en kunnen letsels veroorzaken.
- Regelmatig een programma voor de reiniging van de trommel uitvoeren of met temperaturen van minstens 60°C wassen.
- Het apparaat na elk gebruik bij een geopende deur en wasmiddellade laten drogen.
- Draai het programma Trommel reinigen zonder wasgoed. Gebruik een poederwasmiddel.
17.3 Schoonmaken van de wasmiddellade
Opmerking: Neem de informatie over het onderwerp veiligheid → Pagina 4 en materiële schade vermijden → Pagina 11 in acht om uw apparaat veilig te kunnen gebruiken.
- 1. De wasmiddellade uittrekken.
Pagina 52
nl Reiniging en onderhoud
- 2. Inzetstuk naar beneden drukken en de wasmiddellade er uit nemen.
1
2
- 3. Inzetstuk van onderen naar boven uitdrukken.
- 4. De wasmiddellade en de inzet met water en borstel reinigen en drogen.
- 5. Het inzetstuk plaatsen en vastklikken.
- 6. De opening voor de wasmiddellade reinigen.
- 7. De wasmiddellade erin schuiven.
17.4 Ontkalken
LET OP!
Door het gebruik van ongeschikte ontkalkingsmiddelen, zoals bijv. voor koffiezetapparaten, kan het apparaat beschadigen.
- Gebruik voor dit apparaat slechts een ontkalkingsmiddel dat via de internetsite of de klantenservice van de fabrikant verkrijgbaar is.
Pagina 53
17.5 Afvoerpomp reinigen
Reinig de afvoerpomp in geval van storingen, bijv. bij verstoppingen of geklapper.
Afvoerpomp legen
Opmerking: Neem de informatie over het onderwerp veiligheid → Pagina 4 en materiële schade vermijden → Pagina 11 in acht om uw apparaat veilig te kunnen gebruiken.
- 1. De kraan sluiten.
- 2. Het apparaat uitschakelen.
- 3. Stekker van het apparaat van het stroomnet scheiden.
- 4. Open de serviceklep.
- 5. Verwijder de serviceklep.
Reiniging en onderhoud nl
- 6. Plaats een voldoende grote opvangbak onder de opening.
- 7. Neem de aftapslang uit de houder.
- 8. VOORZICHTIG - Kans op brandwonden! Het sop wordt heet bij het wassen met hoge temperaturen.
- Raak het hete sop niet aan.
Trek het afsluitstopje los, om het wassop in de opvangbak te laten stromen.
Pagina 54
nl Reiniging en onderhoud
- 9. Druk het stopje er weer op.
- 10. De aftapslang in de houder klemmen.
Afvoerpomp reinigen
Opmerking: Neem de informatie over het onderwerp veiligheid → Pagina 4 en materiële schade vermijden → Pagina 11 in acht om uw apparaat veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste: De afvoerpomp is leeg. → Pagina 53
- 1. Omdat er nog restwater in de pomp kan zitten, het deksel er voorzichtig uit draaien.
‒ Door grote verontreinigingen kan het filterelement in het pomphuis vastzitten. Verontreinigingen losmaken en filterelement verwijderen.
- 2. Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen.
Het pompdeksel bestaat uit twee componenten die voor de reiniging kunnen worden gedemonteerd.
Pagina 55
- 3. Ervoor zorgen dat de beide vleugelwielen kunnen worden gedraaid.
- 4. Breng het pompdeksel aan.
‒ Controleer of de componenten van het pompdeksel correct gemonteerd zijn.
- 5. Het pompdeksel plaatsen en tot aan de aanslag aandraaien.
90°
De greep van het pompdeksel moet verticaal staan.
Reiniging en onderhoud nl
- 6. De serviceklep plaatsen en vastklikken.
- 1 2
- 7. De serviceklep sluiten.
17.6 Inlaatopening in de rubbermanchet reinigen
Controleer regelmatig de inlaatopening in de rubbermanchet op verstoppingen en reinig de inlaatopening.
- 1. Deur openen.
- 2. De inlaatopening op verstoppingen controleren en verstoppingen verwijderen.
Opmerking: Gebruik geen puntige of scherpe voorwerpen.
17.7 Waterafvoerslang op de sifon reinigen
- 1. Het apparaat uitschakelen.
- 2. Stekker van het apparaat van het stroomnet scheiden.
55
Pagina 56
nl Reiniging en onderhoud
- 3. De slangklem losmaken en de waterafvoerslang er voorzichtig aftrekken.
Resterend water kan lopen!
- 4. De waterafvoerslang en de sifonaansluiting reinigen.
- 5. De waterafvoerslang opsteken en de aansluitklem met de slangklem borgen.
17.8 Zeef in de watertoevoer reinigen
Watertoevoerslang legen
Om de zeef te kunnen reinigen, leegt u eerst de watertoevoerslang.
- 1. De waterkraan sluiten.
- 2. Een programma instellen, maar niet Spoelen, Centrifugeren of Afpompen.
- 3. Programma starten en ca. 40 seconden laten lopen.
- 4. Het apparaat uitschakelen.
- 5. Stekker van het apparaat van het stroomnet scheiden.
Zeef van de waterkraan reinigen
Opmerking: Neem de informatie over het onderwerp veiligheid → Pagina 4 en materiële schade vermijden → Pagina 11 in acht om uw apparaat veilig te kunnen gebruiken.
Vereiste: De watertoevoerslang is leeg.
- 1. De watertoevoerslang van de waterkraan verwijderen.
Pagina 57: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 58
nl Storingen verhelpen
18 Storingen verhelpen
Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhelpen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten.
WAARSCHUWING
Kans op elektrische schok!
Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk.
- Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren.
- Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat.
- Als het netsnoer van dit apparaat beschadigd raakt, moet het ter vermijding van risico's worden vervangen door de fabrikant, de servicedienst of een andere gekwalificeerde persoon.
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Het display is gedoofd en Start/Bijvullen knippert. | De energiebesparingsmodus is actief. ▶ Druk op een willekeurige button. • Het display brandt weer. |
| "E:30 / -80" | Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt. ▶ Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de waterafvoerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Afvoerpomp is verstopt. ▶ → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53 | |
| Waterafvoerslang is te hoog aangesloten. ▶ Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter hoogte. | |
| Pompdeksel is niet correct in elkaar gezet. ▶ Zet het pompdeksel correct in elkaar. | |
| Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel). ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. | |
| Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang gemonteerd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
58
Pagina 59
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| "E:30 / -80" | ▶ Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de waterafvoerslang. Apparaat aansluiten |
| "E:36 / -25 / -26" | Afvoerpomp is verstopt. ▶ → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53 |
| "E:38 / -25 / -26" | Afvoerpomp is verstopt. ▶ → "Trommel reinigen", Pagina 51 als de storing opnieuw wordt weergegeven, ▶ → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53 |
| Inlaatopening van de rubbermanchet is verstopt. ▶ → "Inlaatopening in de rubbermanchet reinigen", Pagina 55 | |
| Waterdruk is laag. Geen oplossing mogelijk. | |
| Zeef in de watertoevoer is verstopt. ▶ Reinig de zeef in de watertoevoer → Pagina 56. | |
| Waterkraan is gesloten. ▶ Open de waterkraan. | |
| Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is geknikt of ingeklemd. | |
| "E:35 / -10" | Water in de bodembak. ▶ Sluit de kraan. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 69 |
| Apparaat lekt. ▶ Sluit de kraan. ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 69 | |
| Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel). ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. | |
| brandt. | Temperatuur is te hoog. ▶ Wacht tot de temperatuur is gedaald. ▶ → "Progr. annuleren", Pagina 43 |
| Waterniveau is te hoog. |
Pagina 60
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| brandt. | ▶ Start het programma Afpompen. |
| Wasgoed is ingeklemd tussen de deur. 1. Open de deur opnieuw. 2. Verwijder ingeklemd wasgoed. 3. Sluit de deur. 4. Om het programma te starten, drukt u op Start/Bij-vullen . | |
| knippert. | Deur is niet gesloten. 1. Sluit de deur. 2. Om het programma te starten, drukt u op Start/Bij-vullen . |
| Alle andere foutcodes. | Storing ▶ Neem contact op met de klantenservice. → "Servicedienst", Pagina 69 |
| Apparaat werkt niet. | Netstekker van de stroomkabel is niet ingestoken. ▶ Apparaat aansluiten op het elektriciteitsnet. |
| Zekering is defect. ▶ Controleer de zekering in de meterkast. | |
| Stroomvoorziening is uitgevallen. ▶ Controleer of de verlichting van de binnenruimte of andere apparaten functioneren. | |
| Programma start niet. | Start/Bijvullen werd niet ingedrukt. ▶ Druk op Start/Bijvullen . |
| Deur is niet gesloten. 1. Sluit de deur. 2. Om het programma te starten, drukt u op Start/Bij-vullen . | |
| Kinderbeveiliging is geactiveerd. ▶ → "Kinderslot deactiveren", Pagina 44 | |
| - Klaar in + is geactiveerd. ▶ Controleer of - Klaar in + is geactiveerd. → "Toetsen", Pagina 24 | |
| Wasgoed is ingeklemd tussen de deur. 1. Open de deur opnieuw. 2. Verwijder ingeklemd wasgoed. 3. Sluit de deur. 4. Om het programma te starten, drukt u op Start/Bij-vullen . |
Pagina 61
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Deur kan niet worden geopend. | is geactiveerd. ▶ Hervat het programma door Centrifugeren of Afpompen te kiezen en op Start/Bijvullen te drukken. → "Programma bij spoelstop hervatten", Pagina 43 |
| Temperatuur is te hoog. ▶ Wacht tot de temperatuur is gedaald. ▶ → "Progr. annuleren", Pagina 43 | |
| Waterniveau is te hoog. ▶ Start het programma Afpompen. | |
| Programma met actieve zuurstof werd afgebroken, de actieve zuurstof wordt afgebouwd. ▶ Wacht tot de actieve zuurstof is afgebouwd. | |
| Stroomonderbreking. ▶ Open de deur met de noodontgrendeling. → "Noodontgrendeling", Pagina 67 | |
| Waswater wordt niet weggepompt. | Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt. ▶ Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de waterafvoerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Afvoerpomp is verstopt. ▶ → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53 | |
| is geactiveerd. ▶ Hervat het programma door Centrifugeren of Afpompen te kiezen en op Start/Bijvullen te drukken. → "Programma bij spoelstop hervatten", Pagina 43 | |
| Waterafvoerslang is te hoog aangesloten. ▶ Monteer de waterafvoerslang op maximaal 1 meter hoogte. | |
| Pompdeksel is niet correct in elkaar gezet. ▶ Zet het pompdeksel correct in elkaar. | |
| Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel). |
Pagina 62
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Waswater wordt niet weggepompt. | ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. |
| Niet-toegestane verlenging aan de waterafvoerslang gemonteerd. ▶ Verwijder niet-toegestane verlengingen aan de waterafvoerslang. Apparaat aansluiten | |
| Er stroom geen water in het apparaat. Het wasmiddel werd niet ingespoeld. | Start/Bijvullen werd niet ingedrukt. ▶ Druk op Start/Bijvullen . |
| Zeef in de watertoevoer is verstopt. ▶ Reinig de zeef in de watertoevoer → Pagina 56. | |
| Waterkraan is gesloten. ▶ Open de waterkraan. | |
| Watertoevoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de watertoevoerslang niet is geknikt of ingeklemd. | |
| Meermaals beginnen met centrifugeren. | Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. Opmerking: Leg bij het beladen zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. |
| De programmaduur wijzigt tijdens de wascyclus. | Het programmaverloop wordt elektronisch geoptimaliseerd. Dat kan leiden tot wijzigingen in de programmaduur. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. |
| Het onbalanscontrolesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. Opmerking: Leg bij het beladen zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. | |
| Schuimcontrolesysteem voert bij te hoge schuimvorming een extra spoelbeurt toe. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. | |
| Het water is in de trommel niet zichtbaar. | Het water is onder het zichtbare bereik. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. ▶ Vul tijdens het bedrijf geen extra water in het apparaat. |
Pagina 63
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Trommel schokt na programmastart. | Oorzaak is een interne motortest. ▶ Geen fout - geen handeling noodzakelijk. |
| In het compartiment bevindt zich restwater. | Inzet in compartiment is verstopt. ▶ → "Schoonmaken van de wasmiddellade", Pagina 51 |
| Trillingen en beweging van het apparaat tijdens het centrifugeren. | Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld. ▶ Stellen van het apparaat |
| Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd. ▶ Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het apparaat | |
| Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd. ▶ Transportbeveiligingen verwijderen | |
| Trommel draait, er stroomt geen water in het apparaat. | Beladingsherkenning is actief. ▶ Geen fout, geen handeling noodzakelijk. Opmerking: De beladingsherkenning kan tot wel 2 minuten duren. |
| Sterke schuimvorming. | Wasmiddeldosering is te hoog. ▶ Directe maatregel: meng een eetlepel wasverzachter met 0,5 l water en giet dit mengsel in het linker compartiment (niet bij outdoor-, sportswear- en donstextiel). ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt met gelijke belading de hoeveelheid wasmiddel. |
| Hoog centrifugetoerental wordt niet bereikt. | Laag centrifugetoerental is ingesteld. ▶ Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifugetoerental in. |
| Antikreuk is geactiveerd. ▶ Kies een geschikt programma voor de textielsoort. → "Programma's", Pagina 27 | |
| Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental. ▶ Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. ▶ Start het programma Centrifugeren. | |
| Programma centrifugeren start niet. | Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt. ▶ Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. |
Pagina 64
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Programma centrifugeren start niet. | Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de waterafvoerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. |
| Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. ▶ Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. ▶ Start het programma Centrifugeren. | |
| Bruisend, sissend geluid. | Water wordt onder druk in de wasmiddellade gespoeld. ▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid. |
| Luid geluid tijdens het centrifugeren. | Het apparaat is niet goed horizontaal gesteld. ▶ Stellen van het apparaat |
| Apparaatvoeten zijn niet gefixeerd. ▶ Zet de apparaatvoeten vast. Stellen van het apparaat | |
| Transportbeveiligingen zijn niet verwijderd. ▶ Transportbeveiligingen verwijderen | |
| Aanhoudend zacht zoemend ventilatorgeluid. | Actieve zuurstofbehandeling is actief. ▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid. |
| Geklapper, gerammel in de pomp. | Er is een vreemd voorwerp in de pomp gekomen. ▶ → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53 |
| Slurpend, ritmisch zuiggeluid. | Pomp is actief, het sop wordt afgepompt. ▶ Geen fout - normaal bedrijfsgeluid. |
| Kreukvorming. | Centrifugetoerental is te hoog. ▶ Stel bij de volgende wasbeurt een lager centrifugetoerental in. |
| De beladingshoeveelheid is te hoog. ▶ Reduceer bij de volgende wasbeurt de beladingshoeveelheid. | |
| Voor de textielsoort is het verkeerde programma gekozen. ▶ Kies een geschikt programma voor de textielsoort. → "Programma's", Pagina 27 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)
64
Pagina 65
Storingen verhelpen nl
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Wasmiddel of wasverzachter druppelt van de manchet en verzamelt zich op de deur of in de manchetplooi. | Teveel wasmiddel/wasverzachter in de wasmiddellade. ▶ Let bij het doseren van het vloeibare wasmiddel en wasverzachter op de markering in de wasmiddellade en doseer niet daarboven. |
| Centrifugeresultaat is niet naar tevredenheid. Het wasgoed is te nat / te vochtig. | Laag centrifugetoerental is ingesteld. ▶ Stel bij de volgende wasbeurt een hoger centrifugetoerental in. ▶ Start het programma Centrifugeren. |
| Antikreuk is geactiveerd. ▶ Kies een geschikt programma voor de textielsoort. → "Programma's", Pagina 27 | |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is verstopt. ▶ Reinig de afvoerbuis en de waterafvoerslang. | |
| Afvoerbuis of waterafvoerslang is geknikt of ingeklemd. ▶ Zorg ervoor dat de afvoerbuis en de waterafvoerslang niet geknikt of ingeklemd zijn. | |
| Het onbalansherkenningssysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. ▶ Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. ▶ Start het programma Centrifugeren. | |
| Onbalanscontrolesysteem compenseert onbalans door gereduceerd centrifugetoerental. ▶ Verdeel het wasgoed opnieuw in de trommel. Opmerking: Leg zo mogelijk grote en kleine stukken wasgoed samen in de trommel. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. ▶ Start het programma Centrifugeren. | |
| Resten wasmiddel op het vochtige wasgoed. | Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten. ▶ Start het programma Spoelen. |
Pagina 66
nl Storingen verhelpen
| Storing | Oorzaak en probleemoplossing |
|---|---|
| Wasmiddelresten op het droge wasgoed. | Wasmiddelen kunnen in water onoplosbare stoffen bevatten, welke zich op het wasgoed afzetten. ▶ Borstel het wasgoed na het wassen en drogen uit. |
| Home Connect functioneert niet correct. | Verschillende oorzaken zijn mogelijk. ▶ Ga naar www.home-connect.com. |
| Geen verbinding met het thuisnetwerk. | Wi-Fi is uitgeschakeld. ▶ → "WiFi op het apparaat activeren", Pagina 48 |
| Wi-Fi is geactiveerd, maar de verbinding met het thuisnetwerk kan niet gerealiseerd worden. 1. Verifieer dat het thuisnetwerk beschikbaar is. 2. Verbindt het apparaat opnieuw met het thuisnetwerk. → "Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) met WPS-functie verbinden", Pagina 45 → "Apparaat met WLAN-thuisnetwerk (WiFi) zonder WPS-functie verbinden", Pagina 45 | |
| Bij de watertoevoerslang lekt water. | De watertoevoerslang is niet correct / vast aangesloten. 1. Sluit de watertoevoerslang correct aan. Watertoevoerslang aansluiten 2. Draai de koppeling goed aan. |
| Er lekt water bij de waterafvoerslang. | Waterafvoerslang is beschadigd. ▶ Vervang de beschadigde waterafvoerslang. |
| Waterafvoerslang is niet correct aangesloten. ▶ Sluit de waterafvoerslang correct aan. Aansluitsoorten waterafvoer | |
| In het apparaat is geurvorming opgetreden. | Vochtigheid en wasmiddelresten kunnen de bacteriegroei stimuleren. ▶ → "Trommel reinigen", Pagina 51 ▶ Als u het apparaat niet gebruikt, laat dan de deur en wasmiddellade open zodat het restwater kan opdrogen. |
Pagina 67
18.1 Noodontgrendeling
Deur ontgrendelen
Vereiste: De afvoerpomp is leeg. → Pagina 53
- 1. LET OP! Wegstromend water kan tot materiële schade leiden.
- Open de deur niet als er water achter het glas te zien is.
De noodontgrendeling met behulp van gereedschap naar onderen trekken en loslaten.
- Het deurslot is ontgrendeld.
- 2. De serviceklep plaatsen en vastklikken.
- 3. De serviceklep sluiten.
19 Transporteren, opslaan en afvoeren
Hier krijgt u uitleg over de manier waarop u het apparaat voorbereidt voor transport en opslag. Daarnaast leggen we u uit hoe u oude apparaten dient af te voeren.
19.1 Apparaat demonteren
- 1. De waterkraan sluiten.
- 2. De → "Watertoevoerslang legen", Pagina 56.
- 3. Het apparaat uitschakelen.
Transporteren, opslaan en afvoeren nl
- 4. De stekker van het apparaat uit het stopcontact halen.
- 5. Resterend sop laten weglopen. → "Afvoerpomp reinigen", Pagina 53
- 6. De slangen demonteren.
19.2 Transportbeveiligingen plaatsen
Zeker het apparaat voor transport met de transportbeveiligingen om schade te vermijden.
- 1. Verwijder de 4 afdekkapjes. ‒ Gebruik indien nodig een schroevendraaier voor het verwijderen van de afdekkapjes.
Bewaar de afdekkapjes.
- 2. Plaats de 4 hulzen.
Pagina 68
nl Transporteren, opslaan en afvoeren
- 3. Plaats alle bouten van de 4 transportborgingen en draai deze iets aan.
- 4. Plaats de stroomkabel in de houder en draai alle 4 de bouten van de transportborgingen met een steeksleutel SW13 vast .
- 5. Plaats de slang in de houder.
19.3 Apparaat opnieuw in gebruik nemen
- De transportbeveiligingen verwijderen.
19.4 Afvoeren van uw oude apparaat
Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.
WAARSCHUWING
Kans op gevaar voor de gezondheid!
Kinderen kunnen zich in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken.
- Het apparaat niet opstellen achter een deur die het openen van de apparaatdeur blokkeert of verhindert.
- Bij afgedankte apparaten de stekker van het netsnoer uit het stopcontact halen, daarna het netsnoer doorknippen en het slot van de apparaatdeur dusdanig beschadigen, dat de apparaatdeur niet langer sluit.
- 1. De stekker van het netsnoer uit het stopcontact trekken.
- 2. Het netsnoer doorknippen.
- 3. Voer het apparaat milieuvriendelijk af.
Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoermethoden.
Dit apparaat is gekenmerkt in overeenstemming met de Europese richtlijn 2012/19/EU betreffende afgedankte elektrische en elektroni-
Pagina 69
Servicedienst nl
sche apparatuur (waste electrical and electronic equipment - WEEE).
De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten.
20 Servicedienst
Als u vragen hebt over het gebruik, een storing aan het apparaat niet zelf kunt verhelpen of als het apparaat moet worden gerepareerd, neem dan contact op met onze servicedienst. Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetreffende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Economische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen.
Opmerking: Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis.
Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website.
Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig.
De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website.
20.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD)
Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
Het typeplaatje bevindt zich afhankelijk van het model:
aan de binnenkant van de deur. aan de binnenkant van de onderhoudsklep.
aan de achterkant van het apparaat.
Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-telefoonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren.
20.2 AQUA-STOP-garantie
In aanvulling op de garantieaanspraken tegen de verkoper op basis van de koopovereenkomst en op onze fabrieksgarantie wordt u schadeloos gesteld indien aan onderstaande voorwaarden wordt voldaan.
- Als door een fout in het AquaStopsysteem waterschade wordt veroorzaakt, dan vergoeden wij de schade van particuliere gebruikers. Om het waterbeveiligingssysteem te garanderen moet het apparaat op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
- De aansprakelijkheidsgarantie geldt voor de levensduur van het apparaat.
- Voorwaarde voor aanspraak op garantie is dat het apparaat met AquaStop vakkundig en overeenkomstig ons installatievoorschrift is opgesteld en aangesloten; hiertoe behoort ook de vakkundig gemonteerde verlenging van de AquaStop (origineel toebehoren). Onze garantie heeft geen betrek-
Pagina 70
nl Servicedienst
king op defecte toevoerleidingen of armaturen tot aan de AquaStopaansluiting op de kraan.
- Tijdens het gebruik van een apparaat met AquaStop hoeft u er in principe niet bij te blijven resp. na het gebruik om veiligheidsredenen de kraan dicht te draaien. Alleen bij langere afwezigheid, bijvoorbeeld als u een paar weken op vakantie gaat, moet de kraan worden dichtgedraaid.