Siemens WMH6Y741NL, tekst van de handleiding
Pagina's 41–64 van 68 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 14–40verder op pagina 65 →
Pagina 41
Extra programma-instellingen/opties nl
Antikreuk *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Beperkt de kreukvorming door een speciale centrifugemethode met aansluitend losser maken en een verlaagd centrifugetoerental.
Aanwijzing: Het restvochtgehalte van het wasgoed neemt toe.
Weken *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Voor de hoofdwascyclus blijft het wasgoed langer in het water liggen om ernstige vlekken op te lossen.
Te gebruiken bij bijzonder hardnekkige vlekken, hiertoe wasmiddel in bakje I doen voor het starten.
Aanwijzingen
- Wasgoed van dezelfde kleur in de trommel doen.
- Wanneer uw wasmachine deze optie niet heeft, dan kunt u als volgt inweken:
- 1. Programma Katoen 30 °C instellen en toets kiezen.
- 2. Na ca. 10 minuten toets kiezen. Het wasgoed blijft in het sop liggen.
- 3. Na de gewenste inweektijd opnieuw toets kiezen als het programma voortgezet moet worden of programma wijzigen.
Aanwijzing: Geen extra wasmiddel nodig, het inweeksop wordt ook gebruikt voor het wassen.
Spoelstop *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Na de laatste spoelcyclus blijft het wasgoed in het water liggen.
Programma beëindigen Blz. 48
Stille was *
( )
mogelijke instellingen: aan - uit
Lagere geluidswaarden door een speciaal was- en centrifugeritme en uitgeschakeld eindsignaal. Bijzonder geschikt om ’s nachts te wassen.
Aanwijzing: Restvocht in het wasgoed iets verhoogd.
Pagina 42
nl Extra programma-instellingen/opties
Vlekkenautomaat
In totaal kunt u kiezen uit 16 verschillende soorten vlekken.
selecteerbare vlekkensoorten:
- Babyvoeding
- Bloed
- Ei
- Aardbeien
- Aarde en zand
- Gras
- Koffie
- Make up
- Sinaasappel
- Rode wijn
- Chocolade
- Zweet
- Vuile sokken
- Boter/slaolie
- Thee
- Tomaten uit
Wij raden u aan om de vlekken niet laten indrogen. Vaste bestanddelen eerst verwijderen.
Programma met een vlekkensoort kiezen:
- 1. Het wasgoed zoals gebruikelijk samenstellen.
- 2. Programma kiezen.
- 3. Wasmachine vullen
- 4. Een soort vlek kiezen (afhankelijk van het programma). Blz. 29
- 5. Programma starten.
De wasmachine past de gemiddelde wastemperatuur, trommelbeweging en inweektijd doelgericht aan het soort vlek aan. Warm of koud water, voorzichtige of intensieve wasbehandeling en lange of korte inweektijden zorgen voor een speciaal verloop van het wasprogramma voor elk soort vlekken. Zodoende worden de vlekken optimaal behandeld.
De behandeling van twee vlekken toegelicht aan de hand van voorbeelden:
Bloed
Bloed wordt eerst in koud water „opgelost”, vervolgens wordt het gekozen wasprogramma gestart.
Ei
Eideeltjes worden door inweken in een lauw waterbad en een gekozen wasprogramma met een hogere waterstand en extra spoelbeurten verwijderd.
Voor andere vlekken hebben wij in intensieve onderzoeken vergelijkbare oplossingen verkregen.
Pagina 43
Apparaat bedienen nl
1 Apparaat bedienen
Wasmachine voorbereiden
Aanwijzing: De wasmachine moet deskundig opgesteld en aangesloten zijn. vanaf Blz. 15
- 1. Stekker in stopcontact doen.
- 2. Kraan opendraaien.
- 3. Vuldeur openen.
- 4. Controleren of de trommel geheel leeg is. Eventueel leegmaken. Alleen op deze manier is een foutloze werking van de beladingsindicatie gewaarborgd. Blz. 55
Apparaat inschakelen / programma kiezen
Toets indrukken. Het apparaat is ingeschakeld.
Op het display verschijnt het Siemenslogo en alle indicatielampen branden.
Aansluitend wordt altijd het af fabriek vooringestelde programma Katoen weergegeven.
U kunt:
- dit programma gebruiken of
- een ander programma op het bedieningspaneel kiezen of
- onder ... overige een programma kiezen. Blz. 28
Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging heeft geactiveerd, dan moet u deze eerst deactiveren voordat u een ander programma kunt instellen.
- Blz. 47
Op de programmakiezer brandt het indicatielampje en op het display verschijnt het hoofdmenu met de programma-voorinstellingen voor het gekozen programma: Blz. 28
- Temperatuur,
- Centrifugetoerental,
- Programmaduur,
- eventuele extra instellingen en
- de opmerking voor het water- en energieverbruik. Blz. 14
Bij apparaten met trommelverlichting:
Na inschakeling van het apparaat, na het openen en sluiten van de vuldeur en na de programmastart gaat de trommelverlichting aan. De verlichting gaat automatisch weer uit.
U kunt:
- de programma-voorinstellingen gebruiken en wasgoed in de trommel doen Blz. 44,
- of de programma-voorinstellingen wijzigen en/of extra instellingen kiezen.
Programma-voorinstellingen wijzigen
U kunt de voorinstellingen voor deze wasbeurt gebruiken of wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling wordt weergegeven.
- Blz. 28
Aanwijzing: Door de toetsen langer ingedrukt te houden, lopen de instelwaarden automatisch verder.
De instellingen zijn zonder bevestiging actief.
Deze blijven na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Programmavoorinstellingen Blz. 39
Pagina 44
nl Apparaat bedienen
Extra programma-instellingen kiezen
Door het kiezen van extra instellingen/ opties kunt u het wasproces nog beter aanpassen aan uw wasgoed.
De instellingen kunnen afhankelijk van de programmavoortgang geselecteerd/ gedeselecteerd worden. Blz. 28
De indicatielampen van de toetsen ecoPerfect en speedPerfect branden wanneer de instelling actief is.
De andere instellingen worden met een symbool op het display weergegeven, wanneer de instelling actief is.
Bij meerstaps-instellingen worden bij langer aanraken van de toetsen de instellingen automatisch doorlopen.
De instellingen worden na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Extra programma-instellingen/opties
- Blz. 40
Wasgoed in de trommel doen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine) is behandeld, kan nadat het in de wastrommel is gedaan tot een explosie leiden.
Spoel het wasgoed van te voren grondig met de hand uit.
Leg de voorgesorteerde was uit elkaar gevouwen in de trommel. Op het display verschijnt het beladingsscherm van het gekozen programma, bijv. voor
Kreukherstellend.
7RPDWH %DE\QDKUXQJ
De beladingsbalk vult zich tijdens het vullen van het wasgoed. Wanneer de max. belading is overschreden, knippert de balk. Let op de aangegeven max. belading. Overbelading vermindert het wasresultaat en bevordert kreukvorming.
Aanwijzingen
- Doe grote en kleine stukken wasgoed door elkaar. Stukken wasgoed van verschillende grootte worden bij het centrifugeren beter verdeeld. Afzonderlijke stukken wasgoed kunnen tot onbalans leiden. Blz. 55
- Wacht met het plaatsen van wasgoed tot het Siemens-logo niet meer wordt weergegeven.
- Het beladingsscherm verschijnt bij het openen van de vuldeur of bij het wijzigen van de hoeveelheid wasgoed.
Pagina 45
Apparaat bedienen nl
Was- en verzoringsmiddel doseren en bijvullen
Attentie!
Schade aan het apparaat
Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwasspray,...) kunnen het oppervlak van de wasmachine aantasten wanneer ze er mee in aanraking komen.
Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasmachine. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten / druppels direct met een vochtige doek afvegen.
Doseren
Doseer de was- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig:
- het doseeradvies op het display, bijv. voor Kreukherstellend, Afhankelijk van de geladen hoeveelheid wasgoed toont het display een doseeradvies.
7RPDWH
%DE\QDKUXQJ
- de mate van verontreiniging,
- de waterhardheid, op te vragen bij uw waterleidingbedrijf,
- de opgaven van de fabrikant op de verpakking.
Vullen
Waarschuwing
Oog-/huidirritaties!
Als de wasmiddellade tijdens het gebruik wordt geopend, kan er was-/ wasverzorgingsmiddel uitspuiten.
Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddel de ogen uit, resp. de huid af.
Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.
Aanwijzing: Dikvloeibare wasverzachter en textielversteviger met wat water aanlengen. Dit voorkomt verstopping in het leidingsysteem van de wasautomaat.
Doe het was- en verzorgingsmiddel in de betreffende compartimenten:
Doseerhulp A voor vloeibaar wasmiddel Compartiment II Wasmiddel voor de hoofdwas, waterontharder, bleekmiddel, vlekkenzout Compartiment Wasverzachter, vloeibaar stijfsel max niet overschrijden Compartiment I Wasmiddel voor de voorwas
- 1. Wasmiddellade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. Vullen met was- en wasverzorgingsmiddel.
- 3. Wasmiddellade sluiten.
Pagina 46
nl Apparaat bedienen
Inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel
*afhankelijk van het model
Voor het doseren van vloeibaar wasmiddel positioneert u de doseerhulp:
- 1. Wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Inzetstuk naar voren schuiven, inklikken en naar beneden klappen.
- 3. Lade weer terugplaatsen.
Aanwijzing: Gebruik de doseerhulp niet bij gelachtige wasmiddelen en waspoeder en bij programma's met voorwas of wanneer Klaar in tijd gekozen is.
Bij modellen zonder inzetstuk vult u het vloeibare wasmiddel in een doseerbol en legt u deze in de trommel
Starten van het programma
wasgoed tussen manchet sluit de vuldeur.
| Let erop vuldeur ingeklemd | dat er geen en rubberen raakt en |
| Op het | display verschijnt |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
weer het hoofdmenu voor het geselecteerde programma.
Om het programma te starten toets kiezen.
Op het display wordt tijdens het wassen de programmavoortgang met een balk weergegeven. De balk vult zich in de loop van de wascyclus en geeft informatie over de actuele programmavoortgang aan.
De pijlen worden weergegeven/ verborgen afhankelijk van de programmavoortgang. Ze tonen de programma-instellingen/-opties die tijdens de programmavoortgang gewijzigd/toegevoegd kunnen worden.
Toelichting bij enkele programmastappen:
■
■
■
■
Beladingsautomaat actief
- Blz. 55
| K | |
|---|---|
| :HLWHUH |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
Voorwassen, Wassen, Spoelen,
Centrifugeren, Afpompen ... worden weergegeven tijdens de wascyclus.
Extra spoelen: schuim
Aanwijzing: Schuimdetectie
Wanneer op het display bovendien Schuim herkend verschijnt, dan heeft de wasmachine te veel schuim herkend tijdens het wasprogramma en vervolgens automatisch één of meer spoelcycli voor het verwijderen van het schuim toegevoegd.
Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel. overige indicaties Blz. 60
Wilt u het programma tegen onbedoeld wijzigen beveiligen, kies dan als volgt de kinderbeveiliging.
Pagina 47
Apparaat bedienen nl
Kinderbeveiliging: 3 sec.
U kunt de wasautomaat beveiligen tegen het per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies.
Voor het activeren/deactiveren beide toetsen Kinderbeveiliging: 3 sec. ca. 3 seconden ingedrukt houden.
- Blz. 27
Op het display verschijnt Kinderslot geactiveerd.
Na ca. 3 seconden schakelt het display terug naar het hoofdmenu.
Wordt bij een actief kinderslot de programmakiezer verdraaid of een toets gekozen, dan verschijnt op het display
Kinderslot geactiveerd.
Aanwijzingen
- De kinderbeveiliging kan in elke apparaattoestand geactiveerd worden.
- De kinderbeveiliging blijft ook na het uitschakelen van het apparaat actief. In dat geval voor de volgende programmakeuze de kinderbeveiliging deactiveren.
- Wordt het apparaat bij een lopend programma en geactiveerde kinderbeveiliging uitgeschakeld, dan wordt bij het weer inschakelen het programma hervat.
Wasgoed bijvullen
Na programmastart kunt u indien gewenst wasgoed bijvullen of uitnemen.
Kies hiervoor toets .
Het indicatielampje van de toets knippert en de wasautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.
Wanneer in het display Pauze: bijvullen mogelijk verschijnt, dan is bijvullen mogelijk.
Kies voor het hervatten van het programma de toets . Het programma wordt automatisch hervat.
Aanwijzingen
- Laat bij het bijvulllen de vuldeur niet langere tijd open staan - er kan water uit het wasgoed naar buiten lopen.
- Bij een hoog waterniveau, een hoge temperatuur of een draaiende trommel blijft de vuldeur om veiligheidsredenen vergrendeld en is bijvullen niet mogelijk. Instructies op het display in acht nemen.
- De beladingsindicatie is tijdens het bijvullen niet actief.
Programma wijzigen
Wanneer u per ongeluk een verkeerd programma heeft gestart, kunt u het programma als volgt wijzigen:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Een ander programma kiezen.
- 3. Toets kiezen. Het nieuwe programma begint van voor af aan.
Progr. annuleren
Bij programma’s met hoge temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Wasgoed afkoelen: Spoelen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Bij programma’s met lage temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Centrifugeren of Afpompen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Pagina 48
nl Apparaat bedienen
Programma-einde bij spoelstop
Op het display verschijnt:
7RPDWH %DE\QDKUXQJ
Hervat het programma door:
- Programma Centrifugeren (eventueel centrifugetoerental wijzigen) of Afpompen kiezen.
- de toets kiezen.
Programma-einde
Op het displayveld verschijnt Klaar, wasgoed uitnemen. De indicatielamp van de toets is uit.
Wasgoed uitnemen / apparaat uitschakelen
- 1. Vuldeur openen en wasgoed eruit halen. Instructies op het display in acht nemen.
- 2. Toets indrukken. Het apparaat is uitgeschakeld.
- 3. Kraan dichtdraaien.
Aanwijzing: Niet nodig bij modellen met Aquastop.
Aanwijzingen
- Geen wasgoed achterlaten in de trommel. Dit kan bij de volgende wasbeurt krimpen of andere stukken verkleuren.
- Eventueel aanwezige voorwerpen uit de trommel en de rubbermanchet verwijderen – roestgevaar.
- Rubber manchet droogvegen.
Aanwijzingen
- Vuldeur en wasmiddellade open laten zodat het restwater kan opdrogen.
- Altijd het programma-einde afwachten, omdat anders het apparaat nog vergrendeld kan zijn. Vervolgens het apparaat inschakelen en wachten op de ontgrendeling.
- Wanneer het display na afloop van het programma niet verlicht is, is de energiebesparingsmodus actief. Om het te activeren kiest u een willekeurige toets.
Pagina 49
Home Connect nl
Home Connect
Dit apparaat is voorzien van Wi-Fi en kan via een mobiel eindapparaat op afstand worden bediend.
Via de Home Connect app kunt u met uw mobiele eindapparaat op dit apparaat:
- Programma's instellen en starten.
- Programma-instellingen aanpassen en activeren/deactiveren.
- Programmastatus opvragen.
- Apparaatinstellingen aanpassen en activeren/deactiveren.
- Apparaat uitschakelen.
Voor u de Home Connect functies kunt gebruiken, dient u volgende stappen uit te voeren:
- 1. Home Connect app op mobiel eindapparaat installeren.
- 2. Zich in de Home Connect app registreren.
- 3. Uw apparaat eenmalig automatisch of handmatig met het thuisnetwerk verbinden.
- 4. Apparaat met de Home Connect app verbinden.
Informatie over de app vindt u op onze internetpagina voor Home Connect www.home-connect.com.
De Home Connect diensten zijn niet in elk land beschikbaar. De beschikbaarheid van de functie Home Connect is afhankelijk van de beschikbaarheid van de Home Connect diensten in uw land. Informatie hierover vindt u op: www.home-connect.com
Aanwijzingen
- Houd u aan de veiligheidsinstructies in deze gebruiksaanwijzing en zorg ervoor dat deze ook worden nageleefd wanneer u niet thuis bent en u het apparaat bedient via de Home Connect app en daarbij niet thuis bent. Houd u ook aan de aanwijzingen in de Home Connect app.
- Wordt het apparaat bediend, dan kunt u niet tegelijkertijd wijzigingen via de Home Connect app uitvoeren. Aanpassingen op het apparaat worden echter wel in de
Home Connect app voor u zichtbaar.
Home Connect-menu oproepen
In het Home Connect-menu kunt u netwerkverbindingen aanmaken en bekijken, netwerkinstellingen resetten, Wi-Fi activeren/deactiveren en bijkomende Home Connect-functies vinden.
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Op Activeer drukken en minstens 3 seconden ingedrukt houden. Op het display verschijnt: Autom. log-in netw.
U bevindt zich nu in het Home Connectmenu.
Aanwijzing: Kort op Activeer drukken om het Home Connect menu te verlaten.
Pagina 50
nl Home Connect
Verbinden met het thuisnetwerk en de Home Connect app
Verbind uw apparaat eenmalig automatisch of handmatig met het thuisnetwerk.
Aanwijzingen
- Heeft uw thuisnetwerkrouter een WPS-functie, dan kunt u uw apparaat automatisch met uw thuisnetwerk verbinden.
- Heeft uw thuisnetwerkrouter geen WPS functie, dan moet u het apparaat handmatig met uw thuisnetwerk verbinden.
Vervolgens moet u zich met de Home Connect app verbinden.
Aanwijzing: Om uw apparaat met het thuisnetwerk te verbinden, moet Wi-Fi aan het apparaat geactiveerd zijn. Af fabriek is Wi-Fi aan het apparaat gedeactiveerd en deze activeert zich automatisch als u uw apparaat met het thuisnetwerk verbindt.
Automatisch verbinden met het thuisnetwerk
Stap 2.1
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
- 1. Op verbinden drukken.
LQ QHWZ
LQ QHWZ
Het apparaat probeert nu verbinding te maken met het thuisnetwerk. Op het display knippert .
- 2. WPS-functie binnen de volgende 2 minuten op de router van het thuisnetwerk activeren.
Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, verschijnt op het display verbonden en brandt continu.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt. Herhaal het automatische verbinden of voer het handmatige verbinden uit.
Handmatig verbinding maken met het thuisnetwerk
Stap 2.2
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
- 1. Op Handm. log-in netw. drukken.
- 2. Op verbinden drukken.
LQ QHWZ
LQ QHWZ
DSS
Het apparaat maakt nu een eigen Wi-Fi netwerk met de netwerknaam (SSID) HomeConnect.
Pagina 51
Home Connect nl
- 3. In het mobiele eindapparaat WLANinstellingen oproepen.
- 4. Mobiel eindapparaat met het WLANnetwerk HomeConnect verbinden en WLAN-wachtwoord (Key) HomeConnect invoeren.
Uw mobiele eindapparaat verbindt zich nu met het apparaat. De verbindingsprocedure kan tot wel 60 seconden duren.
- 5. Na een geslaagde verbinding de Home Connect app op het mobiele eindapparaat openen en de stappen in de app volgen.
- 6. In de Home Connect app de netwerknaam (SSID) en het wachtwoord (Key) van uw thuisnetwerk invoeren.
- 7. Volg de laatste stappen in de Home Connect app om uw apparaat te verbinden.
Wanneer het apparaat succesvol met het thuisnetwerk is verbonden, verschijnt op het display verbonden en brandt continu.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw apparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt.Herhaal het handmatige verbinden.
Verbinden met de Home Connect app
Stap 3
Is uw apparaat met het thuisnetwerk verbonden, dan moet u het verbinden met de Home Connect app.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
Controleer of u de Home Connect app hebt geopend en of u bent aangemeld.
- 1. Op Verbinden met app drukken.
- 2. Op App verbinden drukken.
LQ QHWZ
DSS
:L IL DDQ XLW
Het apparaat probeert zich nu met de Home Connect app te verbinden.
- 3. Zodra uw apparaat in de app wordt weergegeven, volgt u de laatste stappen in de Home Connect app.
Aanwijzing: Kon er geen verbinding gemaakt worden, controleer dan of uw mobiel eindapparaat zich binnen het bereik van het thuisnetwerk bevindt, resp. hiermee verbonden is. Herhaal het verbinden met de Home Connect app.
Pagina 52
nl Home Connect
Wi-Fi activeren of deactiveren
Is uw apparaat al met het thuisnetwerk verbonden, dan kunt u Wi-Fi op uw apparaat activeren of deactiveren.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
- 1. Op Wi-fi aan/uit drukken.
- 2. Op Aan of Uit drukken.
DSS
:L IL DDQ XLW
8LW
Aanwijzingen
- Als u uw apparaat met het thuisnetwerk verbindt, wordt Wi-Fi automatisch geactiveerd.
- Als Wi-Fi is geactiveerd, dan schakelt het apparaat niet automatisch uit.
- Als Wi-Fi aan het apparaat is uitgeschakeld, is noch de start op afstand, noch de afstandsbediening van het apparaat via de Home Connect app mogelijk.
- Als Wi-Fi wordt uitgeschakeld en uw apparaat voordien met uw thuisnetwerk was verbonden, wordt de verbinding bij het herinschakelen van Wi-Fi automatisch opnieuw hersteld.
- Als u deze functie activeert, verhoogt het energieverbruik in vergelijking met de in de verbruikswaardentabel aangegeven waarden.
Netwerkinstellingen resetten
U kunt alle netwerkinstellingen resetten.
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
- 1. Op Netwerkinstelling drukken.
- 2. Op terugzetten drukken.
:L IL DDQ XLW
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
Aanwijzing: Wilt u uw apparaat weer via de Home Connect app gebruiken, dan moet u het opnieuw met het thuisnetwerk en de Home Connect app verbinden.
Pagina 53
Home Connect nl
Software-update
U kunt de Home Connect software op uw apparaat updaten.Zodra een nieuwe software-update beschikbaar is, verschijnt een aanwijzing op het display:
Software update
Installeer de update direct via de aanwijzing op het display of als volgt handmatig:
Controleer of u zich in het Home Connect menu bevindt. Blz. 49
- 1. Op Software update drukken.
- 2. Op installeren drukken.
Aanwijzing: Het actualiseren van de software kan meerdere minuten duren. Schakel het apparaat tijdens de update niet uit.
Aanwijzing: Als er geen nieuwe software-update beschikbaar is, verschijnt op het display niet beschikbaar
Aanwijzing over gegevensbescherming
Wanneer het apparaat voor de eerste keer wordt verbonden met een Wi-Fi-netwerk dat op het internet is aangesloten, dan geeft het de volgende gegevenscategorieën door aan de Home Connect server (eerste registratie):
- Eenduidige identificatie van het apparaat (bestaande uit apparaatsleutels en het MAC-adres van de ingebouwde Wi-Fi communicatiemodule).
- Veiligheidscertificaat van de Wi-Fi communicatiemodule (voor de informatietechnische beveiliging van de verbinding).
- De actuele software- en hardwareversie van uw huishoudelijke apparaat.
- Status van een eventuele eerdere reset naar de fabrieksinstellingen.
Bij de eerste registratie wordt het gebruik van de Home Connect functionaliteiten voorbereid. Deze registratie dient pas te worden uitgevoerd op het moment dat u voor het eerst van de Home Connect functionaliteiten gebruik wilt maken.
Aanwijzing: Houd er rekening mee dat de Home Connect functionaliteiten alleen kunnen worden gebruikt in verbinding met de Home Connect app. Informatie over gegevensbeveiliging kan in de Home Connect app worden opgevraagd.
Conformiteitsverklaring
Hierbij verklaart BSH Hausgeräte GmbH dat het apparaat met Home Connect functionaliteit voldoet aan de fundamentele vereisten en de overige toepasselijke bepalingen van de richtlijn 2014/53/EU.
Een uitvoerige RED conformiteitsverklaring vindt u op het internet onder www.siemens-home.bsh-group.com op de productpagina van uw apparaat bij de aanvullende documenten.
2,4 GHz band: 100 mW max.
Pagina 54
nl Apparaatinstellingen
Apparaatinstellingen
mogelijk instellingen:
- Signaal uit – zacht – gemiddeld – luid – zeer luid
Geluidssterkte van de signalen aanpassen.
- Toetssignaal uit – zacht – gemiddeld – luid – zeer luid
Geluidssterkte van de toetssignalen aanpassen.
- Autom. uitschakelen van het apparaat na 15 – 30 – 60 min. – nooit
Het apparaat wordt na ... min.
automatisch uitgeschakeld (= 0 kWh energieverbruik); om het in te schakelen op de hoofdschakelaar - toets drukken.
Aanwijzing: Heeft u wifi ingeschakeld dan wordt het automatische uitschakelen op nooit gezet.
- Taal
Nederlands
Engels
...
Aangegeven taal veranderen.
- Info trommelreinig.
Aan – Uit
Deze opmerking herinnert u er aan een programma voor de trommelreiniging uit te voeren.
Voor het wijzigen van de apparaatinstellingen beide toetsen Instelmenu: 3 sec. ca. 3 seconden ingedrukt houden. Blz. 29
Aanwijzingen
- De instellingen blijven bewaard na uitschakeling van het apparaat.
- Door de toetsen langer ingedrukt te houden, lopen de instellingen automatisch verder.
Pagina 55
Sensoren nl
Sensoren
Beladingsautomaat
Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik en de programmaduur optimaal aan elk programma aan.
Onbalans-controlesysteem
Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Bij een heel ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het eindtoerental verlaagd of niet gecentrifugeerd.
Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen.
- Blz. 44, Blz. 61
Aquasensor
afhankelijk van programma en model
De Aquasensor controleert tijdens het spoelen de troebelheidsgraad van het spoelwater (troebelheid wordt veroorzaakt door vuil en wasmiddelresten). Afhankelijk van de troebelheid van het water worden het aantal en de duur van de spoelbeurten vastgesteld.
Beladingssensor/ Beladingsindicatie
De beladingssensor herkend bij geopend vulvenster de beladingsgraad van de wasmachine. Dit wordt aangegeven door een zich vullende balk op het display.
Aanwijzing: Om er voor te zorgen dat de beladingssensor de hoeveelheid wasgoed volledig kan registreren, moet de trommel vóór het inschakelen van de wasmachine leeg zijn.
Doseeradvies
Het doseeradvies geeft - afhankelijk van het gekozen programma en de herkende belading - een aanbeveling voor de wasmiddeldosering in procent aan. De %-indicatie heeft betrekking op de aanbeveling van de wasmiddelfabrikant.
Aanwijzing: Door u te houden aan de aanbevolen dosering ontziet u het milieu en uw portemonnee.
Pagina 56
nl Reinigen en onderhouden
2 Reinigen en onderhouden
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwing
Kans op vergiftiging!
Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.
wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:
Aanwijzingen
- Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waarin de wasautomaat is geplaatst.
- Laat de vuldeur en de wasmiddellade iets open staan wanneer de wasautomaat niet gebruikt wordt.
- Was af en toe met een Katoen 60 °C programma, gebruik makend van een poederwasmiddel voor hoofdwas.
Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel
- Neem de behuizing en het bedieningspaneel af met een zachte, vochtige doek.
- Wasmiddelresten onmiddellijk verwijderen.
- Reinigen met een waterstraal verboden.
Wastrommel
Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.
Bij geurvorming in de wasmachine, resp. om de trommel te reinigen, het programma Trommel reinigen 90 °C zonder wasgoed draaien. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.
Ontkalken
Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkingsmiddelen zijn verkrijgbaar via onze website of via de klantenservice. Blz. 63
Pagina 57
Reinigen en onderhouden nl
Wasmiddellade en de behuizing daarvan
Als er resten wasmiddel of wasverzachter aanwezig zijn:
- 1. Wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Inzetstuk eruit halen: met de vinger het inzetstuk van onder naar boven drukken.
- 3. Inspoellade en inzetstuk met water en een borstel reinigen en afdrogen. Ook de behuizing van binnen reinigen.
- 4. Inzetstuk plaatsen en vastklikken (cilinder op geleidestift steken).
- 5. Wasmiddellade erin schuiven.
Aanwijzing: Wasmiddellade open laten, zodat het resterende vocht kan opdrogen.
Afvoerpomp verstopt, noodlediging
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.
Laat het zeepsop afkoelen.
- 1. De waterkraan dichtdraaien, zodat er geen water meer toestroomt dat via de afvoerpomp afgevoerd moet worden.
- 2. Apparaat uitschakelen. Stekker uit het stopcontact halen.
- 3. Onderhoudsklep openen en eraf halen.
- 4. Aftapslang uit de houder halen. Stopje verwijderen, zeepsop in een geschikte opvangbak laten stromen. Stopje erin drukken en aftapslang in de houder zetten.
- 5. Pompdeksel voorzichtig losschroeven, er kan restwater uit lopen.
Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.
Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep staat verticaal.
- 6. Serviceklep plaatsen, inklikken en sluiten.
Pagina 58
nl Reinigen en onderhouden
Aanwijzing: Om te voorkomen dat bij de volgende wasbeurt wasmiddel ongebruikt in de afvoer wegstroomt giet u 1 liter water in compartiment II en start u programma Afpompen.
Afvoerslang aan de sifon verstopt
| 1. Apparaat de wandcontactdoos | uitschakelen. | Stekker nemen. | uit | ||||||
| 2. Slangenklem er voorzichtig | losmaken. aftrekken, | Afvoerslang er | kan | ||||||
| resterend 3. Afvoerslang sifon | schoonmaken. | water | en | uit aansluitstuk | lopen. | van | de |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 58)
- 4. Afvoerslang weer erop plaatsen en de aansluiting met een slangklem vastzetten.
Zeef in de watertoevoer verstopt.
Verlaag eerst de waterdruk in de toevoerslang.
- 1. Kraan dichtdraaien.
- 2. Willekeurig programma kiezen (behalve Centrifugeren/Afpompen).
- 3. Toets kiezen. Programma ca. 40 seconden laten draaien.
- 4. Toets indrukken. Het apparaat is uitgeschakeld.
- 5. Stekker uit het stopcontact halen.
Dan zeef reinigen.
- 1. Slang loskoppelen van de kraan. Zeef met een borsteltje reinigen.
- 2. Bij de modellen Standard en Aqua-Secure zeef op de achterkant van het apparaat reinigen:
Slang aan de achterkant van het apparaat eraf halen, Zeef met een tang eruit halen en schoonmaken.
- 3. Slang weer aansluiten en op dichtheid controleren.
Pagina 59
Storingen, wat te doen? nl
3 Storingen, wat te doen?
Noodontgrendeling
bijv. bij een stroomstoring.
Het programma wordt hervat als er weer stroom is.
Als het wasgoed toch uit de trommel gehaald moet worden, dan kan de vuldeur geopend worden zoals hierna beschreven:
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop en wasgoed brandwonden ontstaan.
Eventueel eerst laten afkoelen.
Waarschuwing
Gevaar voor letsel!
Wanneer u met uw handen in de draaiende trommel komt, kunt u letsel oplopen.
Niet met uw handen in de draaiende trommel komen.
Wacht tot de trommel niet meer draait.
Attentie!
Waterschade
Wegstromend water kan tot waterschade leiden.
De vuldeur niet openen zolang er water achter het glas te zien is.
- 1. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 2. Zeepsop laten weglopen. Blz. 57
- 3. Noodontgrendeling met een tang of iets dergelijks naar beneden trekken en loslaten.
Hierna kan de vuldeur geopend worden.
Pagina 60
nl Storingen, wat te doen?
Aanwijzingen op het display
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Pauze: bijvullen niet meer mogelijk | Temperatuur of waterniveau te hoog. Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| Deur kan niet worden geopend: waterniveau of temperatuur is te hoog | Temperatuur of waterniveau te hoog. Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| De deur kan niet worden vergrendeld, open de deur en sluit deze opnieuw daarna op de toets drukken | ■ Wasgoed eventueel ingeklemd. Vuldeur a.u.b. nogmaals openen en sluiten en toets kiezen. ■ Eventueel de vuldeur dichtdrukken of wasgoed verwijderen en de deur opnieuw dichtdrukken. ■ Eventueel apparaat uit- en weer inschakelen; programma instellen en individuele instellingen uitvoeren; programma starten. |
| Kraan openen a.u.b. | ■ Kraan helemaal opendraaien. ■ Toevoerslang geknikt/afgeklemd, ■ Waterdruk te laag. Zeef schoonmaken. Blz. 58 |
| Pomp reinigen a.u.b. | ■ Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 57 ■ Afvoerslang/afvoerpijp verstopt. Afvoerslang bij de sifon reinigen. Blz. 58 |
| AquaStop geactiveerd! Servicedienst bellen a.u.b. | vervalt bij modellen zonder Aquastop Water in de bodemplaat, lekkage van het apparaat. Kraan dichtdraaien. Servicedienst inschakelen! |
| Autom. uitschakelen over ... seconden | Apparaat schakelt na ... seconden automatisch uit, wanneer deze langere tijd niet bediend wordt. Om dit te annuleren kunt u op een willekeurige toets drukken. • Blz. 54 |
| Sopafkoeling | Om de afvoerleidingen te beschermen wordt het hete sop voor het afpompen gekoeld. |
| Opmerking trommelverzorging: | Deze opmerking herinnert u er aan het programma Trommel reinigen 90 °C of een 60 °C-programma voor de reiniging en onderhoud van de trommel en interieur uitvoeren. Aanwijzingen ■ Programma zonder wasgoed draaien. ■ Gebruik een poederwasmiddel of een bleekmiddelhoudend wasmiddel. Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel. ■ Herinneringsopmerking aan-/uitschakelen. Blz. 54 |
| Start op afst. is gekozen. |
Pagina 61
Storingen, wat te doen? nl
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| uit: wifi is uitgeschakeld en het apparaat is niet met het thuisnetwerk verbonden. knippert: Het apparaat probeert een verbinding met het thuisnetwerk op te bouwen. brandt: WiFi is ingeschakeld en het apparaat is met het thuisnetwerk verbonden. | |
| Andere indicaties Fout E:XXX | Apparaat uitschakelen, 5 seconden wachten en weer inschakelen. Verschijnt de indicatie opnieuw, schakel dan de servicedienst in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
Wat te doen bij storingen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Er lekt water. | ■ Afvoerslang goed vastzetten/vervangen. ■ Schroefkoppeling van de toevoerslang vastdraaien. |
| Geen watertoevoer. Wasmiddel niet ingespoeld. | ■ Toets niet gekozen? ■ Kraan niet geopend? ■ Zeef eventueel verstopt? Zeef reinigen. Blz. 58 ■ Toevoerslang geknikt of ingeklemd? |
| Vuldeur gaat niet open. | ■ Veiligheidsfunctie actief. Programma-afbreking? Blz. 48 ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 47 ■ (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 48 ■ Openen alleen via noodontgrendeling mogelijk? Blz. 59 |
| Programma start niet. | ■ Toets of Klaar in gekozen? ■ Vuldeur gesloten? ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. |
| Plotselinge schok/ draaien van de trommel na programmastart. | Geen storing - bij het starten van het wasprogramma kan kortstondig een schokbeweging van de trommel optreden, als gevolg van een interne motortest. |
| Waswater wordt niet weggepompt. | ■ (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 48 ■ Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 57 ■ Afvoerpijp en/of afvoerslang schoonmaken. |
| Water in de trommel niet zichtbaar. | Geen fout – het water bevindt zich onderin en is daardoor niet te zien. |
| Centrifugeresultaat niet naar tevredenheid. Wasgoed nat/te vochtig. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. ■ Antikreuk (afhankelijk van het model) gekozen? Blz. 41 ■ Te laag centrifugetoerental gekozen? Blz. 39 |
| Meermalen beginnen met centrifugeren. | Geen fout – het onbalans controlesysteem heft de onbalans op. |
| Programmaduur langer dan gewoonlijk. | ■ Geen fout - het onbalans controlesysteem heft de onbalans op door het wasgoed meermaals te verdelen. ■ Geen fout – schuimcontrolesysteem actief – er wordt een extra spoelbeurt uitgevoerd. |
Pagina 62
nl Storingen, wat te doen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| De programmaduur verandert tijdens de wascyclus. | Geen fout – het programmaverloop wordt geoptimaliseerd voor het betreffende wasproces. Dit kan leiden tot een verandering van de programmaduur op het display. |
| Resterend water in compartiment voor verzorgingsmiddel. | ■ Geen fout - werking van het verzorgingsmiddel wordt niet beïnvloed. ■ Eventueel het inzetstuk reinigen. Blz. 57 |
| Geurvorming in de wasautomaat. | Programma Trommel reinigen 90 °C of Katoen 90 °C zonder wasgoed draaien. Gebruik daarbij een poederwasmiddel of een bleekmiddelhoudend wasmiddel. Aanwijzing: . Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel. |
| Symbool gaat branden op het display. Er komt eventueel schuim uit de wasmiddellade. | Teveel wasmiddel gebruikt? Een eetlepel wasverzachter met 1/2 l water mengen en in compartiment II doen (niet bij outdoor- en sportkleding en textiel met dons!). Bij de volgende was minder wasmiddel gebruiken. |
| op display | Wifi is ingeschakeld, maar de verbinding met het thuisnetwerk kon niet gerealiseerd worden. Controleer of uw thuisnetwerk beschikbaar is of maak opnieuw verbinding met het thuisnetwerk. |
| Home Connect werkt niet. | ■ Bij problemen met Home Connect vindt u hulp op www.home-connect.com ■ Of u de Home Connect functies op uw apparaat kunt gebruiken, hangt af van de beschikbaarheid van de Home Connect Services in uw land. De Home Connect service is niet in elk land beschikbaar, informatie daarover vindt u op www.home-connect.com. |
| Harde geluiden, trillingen en „wandelen” tijdens het centrifugeren. | ■ Is het apparaat afgesteld? Apparaat afstellen. Blz. 21 ■ Zijn de voetjes vastgezet? Voetjes van het apparaat vastzetten. Blz. 21 ■ Transportbeveiligingen verwijderd? Transportbeveiligingen verwijderen. • Blz. 17 |
| Display/indicatielampjes werken niet tijdens het gebruik. | ■ Stroomstoring? ■ Zekeringen geactiveerd? Zekeringen inschakelen/vervangen. ■ Doet de storing zich vaker voor, servicedienst inschakelen. |
| Wasmiddelresten op het wasgoed. | ■ Soms bevatten fosfaatvrije wasmiddelen resten die niet in water oplosbaar zijn. ■ Spoelen kiezen of wasgoed na het wassen uitborstelen. |
| In de bijvullen-toestand knippert heel snel en er is een signaal te horen. | ■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. ■ Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| Wanneer u een storing niet zelf kunt verhelpen (na uit-/inschakelen) of wanneer een reparatie noodzakelijk is: ■ Apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. ■ Kraan dichtdraaien en de servicedienst inschakelen. | |
Pagina 63
Servicedienst nl
4 Klantenservice
Neem wanneer u de storing niet zelf kunt verhelpen a.u.b. contact op met onze Servicedienst. Omslagpagina
Wij vinden altijd een passende oplossing, ook om een onnodig bezoek van een monteur te voorkomen.
Aan de servicedienst dient u het typenummer (E-Nr.) en het fabricagenummer (FD) van de machine op te geven.
| ( 1U | )' |
|---|---|
| E-nr. | Typenummer |
| FD | Fabricagenummer |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 63)
Deze gegevens vindt u *afhankelijk van het model:
aan de binnenkant van de vuldeur* / de geopende serviceklep* en aan de achterkant van het apparaat..
Vertrouw op de competentie van de fabrikant.
Neem contact met ons op. Zo weet u zeker dat de reparatie wordt uitgevoerd door goed opgeleide servicemonteurs die de beschikking hebben over originele reserve-onderdelen.
Pagina 64
nl Verbruikswaarden
Verbruikswaarden
Energie- en waterverbruik, programmaduur en restvochtgehalte van het hoofdwasprogramma
(waarden bij benadering)
| Programma | Belading | Energieverbruik* | Waterverbruik* | Programmaduur* |
|---|---|---|---|---|
| Katoen 20 °C | 9 kg | 0,25 kWh | 90 l | 2 h |
| Katoen 40 °C | 9 kg | 1,10 kWh | 90 l | 3 h |
| Katoen 60 °C | 9 kg | 1,16 kWh | 90 l | 2 h |
| Katoen 90 °C | 9 kg | 2,14 kWh | 100 l | 2 h |
| Kreukherstellend 40 °C | 4 kg | 0,64 kWh | 71 l | 2 h |
| Snel + Mix 40 °C | 4 kg | 0,60kWh | 45 l | 1 h |
| Fijne was / zijde 30 °C | 2 kg | 0,19kWh | 37 l | h |
| Wol 30 °C | 2 kg | 0,19 kWh | 41 l | h |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)
| Programma | indicaties | van restvochtgehalte | bij | benadering** | |
|---|---|---|---|---|---|
| WM6... / WMH6... | WM4... / WMH4... | WM2... / WMH2... | WM0... / WMH0... | ||
| max 1600 tpm | max 1400 tpm | max 1200 tpm | max 1000 tpm | ||
| Katoen | 44 % | 48 % | 53 % | 62 % | |
| Kreukherstellend | 40 % | 40 % | 40 % | 40 % | |
| Fijne was / zijde | 30 % | 30 % | 30 % | 30 % | |
| Wol | 45 % | 45 % | 45 % | 45 % |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 64)
* De waarden wijken afhankelijk van de waterdruk, hardheid, toevoertemperatuur, ruimtetemperatuur, wasgoedsoort hoeveelheid en vervuiling, gebruikt wasmiddel, variaties in de netspanning en gekozen extra functies af van de aangegeven waarden.
** Restvochtindicaties op basis van programma-afhankelijke toerentalbegrenzing en maximale belading.