Siemens WMN16T3471, tekst van de handleiding
Pagina's 16–40 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–15verder op pagina 41 →
Pagina 16
nl Plaatsen en aansluiten
Lengte van de slang en aansluitkabel
- Aansluiting aan de linkerkant
| ■ | a FP a FP a FP |
| aansluiting aan de rechterkant | |
| a FP a FP a FP |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
Tip: Bij de vakhandel/servicedienst de volgende onderdelen verkrijgbaar:
- een verlenging voor de Aquastopresp. koudwatertoevoerslang (ca. 2,50 m); bestelnr. WM Z2380, WZ 10130, CZ 11350, Z 7070X0
- een langere toevoerslang (ca. 2,20 m) voor model Standaard; artikelnr. voor Servicedienst:
00353925
Pagina 17
Plaatsen en aansluiten nl
Watertoevoer
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.
Aqua-Stop-veiligheidssysteem niet in water onderdompelen (bevat een elektrisch ventiel).
Aanwijzingen
- Gebruik voor de wasmachine alleen koud leidingwater.
- Sluit de was-machine niet aan op de mengkraan van een geiser.
- Gebruik uitsluitend de meegeleverde of bij een geautoriseerde vakhandelaar gekochte toevoerslang, geen gebruikt exemplaar.
- De watertoevoerslang niet knikken of platdrukken.
- Verander (inkorten, doorsnijden) de watertoevoerslang niet (de sterkte is dan niet langer gegarandeerd).
- Draai de schroefverbindingen slechts handvast aan. Wanneer de schroefkoppelingen te stevig met gereedschap (tang) worden vastgedraaid, kunnen de schroefdraden beschadigd raken.
- Bij aansluiting op een waterkraan 21 mm = ½” eerst een adapter* met afdichtring van 21 mm = ½“ op 26,4 mm = ¾” monteren.
* wordt afhankelijk van het model
| meegeleverd | |
| ê | PLQ PP |
| ë | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Optimale waterdruk in de waterleiding
minimaal 100 kPa (1 bar)
maximaal 1000 kPa (10 bar)
Uit de geopende kraan stroomt ten minste 8 liter water per minuut.
Bij hogere waterdruk een drukreduceerventiel inbouwen.
Aansluiting
Sluit de watertoevoerslang aan op de waterkraan (26,4 mm = ¾" ) en het apparaat (bij modellen met Aquastop niet nodig, vast geïnstalleerd) op:
- Model: Standard
- Model: Aqua-Secure
- Model: Aquastop
Aanwijzing: Kraan voorzichtig opendraaien en daarbij de aansluitingen op dichtheid controleren. De schroefkoppeling staat onder druk van de waterleiding.
Pagina 18
nl Plaatsen en aansluiten
Waterafvoer
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop, bijv. wanneer er heet zeepsop in een wastafel wordt gepompt, brandwonden ontstaan.
Kom niet met uw handen in het hete zeepsop.
Attentie!
Waterschade
De afvoerslang staat bij het wegpompen onder waterdruk en kan uit de wastafel of uit het aansluitpunt glijden.
Borg de afvoerslang zodanig dat deze er niet uit kan schieten.
Attentie!
Beschadiging van het apparaat/textiel
Wanneer het uiteinde van de afvoerslang in het weggepompte water komt, kan het water in het apparaat worden teruggezogen en het apparaat/ de textiel beschadigd raken.
Let erop dat:
- de stop de afvoer van de wastafel niet afsluit.
- het uiteinde van de afvoerslang niet in het weggepompte water is gedompeld.
- het water snel genoeg wegstroomt.
Aanwijzing: De waterafvoerslang niet knikken of in de lengte uitrekken.
Aansluiting
| ■ Afvoer | in | een | sifon | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| De aansluiting slangklem, worden | geborgd. | ∅ | 24-40 | moet | met mm | (vakhandel) | een | |
| ■ Afvoer | in | een | wastafel | |||||
| Borg | de | afvoerslang | zodanig | dat |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
deze er niet uit kan schieten.
Bochtstuk bij de klantenservice verkrijgbaar:
| Onderdeelnummer | 00655300 | |||||||
| ■ Afvoer met afvoerputje | rubberen | in | een | kunststof mof | of | in | standpijp een | |
Pagina 19
Plaatsen en aansluiten nl
Stellen
Stel het apparaat horizontaal m.b.v. een waterpas.
Overmatig geluid, vibraties en „lopen” kunnen het gevolg zijn van het niet correct stellen van het apparaat!
- 1. Contramoeren met een steeksleutel SW17 losdraaien met de wijzers van de klok mee.
- 2. De stand van de wasmachine met een waterpas controleren, eventueel corrigeren. De hoogte veranderen door het voetje van het apparaat te draaien.
Alle vier de voetjes moeten stevig op de grond staan.
- 3. Contramoeren onder alle vier de apparaatvoeten met steeksleutel SW17 handvast aan tegen de behuizing. Het voetje hierbij vasthouden en niet in de hoogte verstellen.
Elektrische aansluiting
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onder spanning staande onderdelen bestaat er elektrocutiegevaar.
- De stekker nooit met natte handen aanraken.
- Trek de aansluitkabel altijd uitsluitend aan de stekker en niet aan de kabel zelf, omdat deze anders beschadigd kan raken.
- Nooit de stekker uit het stopcontact trekken tijdens het gebruik.
Houd u aan de volgende instructies en zorg ervoor dat:
Aanwijzingen
- De netspanning en aangegeven spanning op de wasmachine (typeplaatje) met elkaar overeenstemmen.
De aansluitwaarde en de vereiste zekering is op het typeplaatje aangegeven.
- De wasmachine uitsluitend op wisselstroom wordt aangesloten, via een volgens de voorschriften geïnstalleerd stopcontact met randaarde.
- De stekker in het stopcontact past.
- De doorsnede van de elektrische kabel groot genoeg is.
- Het aardingssysteem volgens de voorschriften is geïnstalleerd.
- Vervanging van de aansluitkabel (indien nodig) alleen door een vakkundig monteur. Een nieuwe kabel is bij de Servicedienst tegen meerprijs verkrijgbaar.
- Geen meervoudige stekkers/ contactdozen en/of verlengkabels gebruiken.
- Bij gebruik van een aardlekschakelaar alleen een type met dit symbool wordt gebruikt. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de nu geldende voorschriften.
- Dat de netstekker te allen tijde vrij toegankelijk is. Wanneer het niet mogelijk is te voldoen aan de relevante regelgeving, dan moet een schakelaar (2-polige uitschakelaar) worden ingebouwd in de permanente installatie, overeenkomstig de regelgeving voor elektrische installaties.
- De netspanningskabel niet wordt geknikt, bekneld, gewijzigd of doorgesneden.
- De aansluitkabel niet in contact komt met warmtebronnen.
Pagina 20
nl Plaatsen en aansluiten
Vóór de eerste was
De wasautomaat is voor het verlaten van de fabriek grondig getest. Om eventuele restjes water van het testen te verwijderen, de wasautomaat de eerste keer zonder wasgoed laten draaien.
Aanwijzingen
- De wasautomaat moet deskundig opgesteld en aangesloten zijn. vanaf Blz. 13
- Neem een beschadigde wasautomaat nooit in gebruik. Neem contact op met de servicedienst.
- 1. Apparaat controleren.
- 2. Folie van het bedieningspaneel verwijderen.
- 3. Stekker in stopcontact steken.
- 4. Kraan opendraaien.
- 5. Vuldeur sluiten (trommel niet vullen met wasgoed!).
- 6. Afhankelijk van het model het programma Trommelreiniging 90 °C of Katoen 90 °C instellen.
- 7. Wasmiddellade openen.
- 8. Ca. 1 liter water in compartiment II gieten.
- 9. Hoofdwasmiddel in compartiment II doen.
Aanwijzing: Ter voorkoming van schuimvorming slechts de helft van de door de wasmiddelproducent aanbevolen hoeveelheid wasmiddel gebruiken. Gebruik geen wol- of fijnwasmiddel.
- 10. Wasmiddellade sluiten.
- 11. Toets kiezen.
- 12. Na programma-einde apparaat uitschakelen.
Uw wasautomaat is nu gebruiksklaar.
Pagina 21
Plaatsen en aansluiten nl
Transporteren
bijv. bij verhuizing
Voorbereidende werkzaamheden:
- 1. Kraan dichtdraaien.
- 2. Waterdruk in de toevoerslang reduceren: Blz. 38; reinigen en onderhouden - Zeef in watertoevoer verstopt
- 3. Stekker van het apparaat uit het stopcontact trekken of de trekschakelaar uitschakelen.
- 4. Resterend sop afvoeren: ; reinigen en onderhouden - afvoerpomp verstopt, noodlediging
- 5. Slangen demonteren.
Transportbeveiligingen monteren:
- 1. Afdekkingen eraf halen en bewaren. Eventueel een schroevendraaier gebruiken.
- 2. Alle 4 de hulzen erin zetten. Aansluitkabel op de houders vastklemmen.
Transportbeveiligingsschroeven plaatsen en met een steeksleutel SW13 aandraaien.
Vóór het opnieuw in gebruik nemen:
Aanwijzingen
- absoluut de transportbeveiligingen verwijderen!
- ca. 1 liter water in compartiment II gieten, programma Afpompen kiezen en starten.
Zo voorkomt u dat bij de volgende wasbeurt wasmiddel ongebruikt in de afvoer stroomt.
Pagina 22: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 23
Het apparaat leren kennen nl
Bedieningspaneel
Bedieningspaneel afhankelijk van model
| •• | 3 |
| •• | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
0
Programmakiezer: voor het kiezen van een programma en voor het in- en uitschakelen van de wasautomaat via de Uit-positie ( );
Een overzicht van alle programma's vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
Temperatuur * wijzigen.
- Blz. 28
Centrifugetoerental wijzigen.
- Blz. 28
Klaar in-tijd wijzigen. Blz. 28
Kinderbeveiliging ( 3 sec./ Sec.) tegen per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies activeren/ deactiveren; Blz. 33
Hiervoor de toetsen
Centrifugetoerental en Klaar in-tijd ca. 3 sec. lang tegelijkertijd indrukken.
Extra programma-instellingen kiezen: Blz. 29
- speed/eco
- Water&Spoelen+ *
- Anti-kreuk *
- Voorwas *
Toets voor:
- het starten van een programma,
- het onderbreken van een programma, bijv wasgoed bijvullen Blz. 33,
- het afbreken van een programma Blz. 33
Display voor instellingen en informatie Blz. 24
* afhankelijk van model
8
Pagina 24
nl Het apparaat leren kennen
Display
Aanwijzing: In de tabel vindt u instelmogelijkheden en informatie voor het gekozen programma.
- 90 °C Temperatuur * in °C; = koud - - - -, 0 - 1600** 0 Centrifugetoerental in omw/min, 0 = geen centrifugeren, alleen afpompen
- Blz. 28, - - - - = spoelstop
- Blz. 28 bijv. 2:30 Klaar in-tijd Programmaduur na programmakeuze in h:min (uren:minuten), 1 - 24 Voorselectie eindtijde in uren; Programma-einde na ... uur 9** kg Aanbevolen lading
Indicatie energieverbruik*
- Blz. 12
Hoe meer indicatielampjes branden, des te hoger is het relatieve energieverbruik.
* afhankelijk van model
** afhankelijk van gekozen programma, instellingen en model
Overige aanwijzingen op het display
| Programmavoortgang: | |
|---|---|
| Wassen | |
| Spoelen | |
| 0 | Centrifugeren |
| End | Programma-einde |
| - - - - 0 | Programma-einde met instelling Spoelstop |
| Vuldeur: | |
| brandt | Vuldeur gaat niet open. |
| knippert | Na programmastart: vuldeur is niet goed gesloten. |
| Waterkraan: | |
| knippert | Kraan niet open geen waterdruk |
| brandt | Waterdruk te laag (kan de programmaduur verlengen) |
| Kinderbeveiliging: Blz. 33 | |
| • brandt | Kinderbeveiliging actief |
| • knippert | Kinderbeveiliging is actief en er is aan de programmakiezer gedraaid. |
| Schuimdetectie: | |
| brandt | • Blz. 32 |
| Foutindicatie: | |
| E: - - | • Blz. 39 |
| Signaalinstelling: | |
| 0 - 4 | • Blz. 35 |
Pagina 25
Wasgoed nl
Wasgoed
Wasgoed voorbereiden
Attentie!
Beschadiging van het apparaat/textiel
Vreemde voorwerpen (bijv. munten, paperclips, naalden, spijkers) kunnen het wasgoed, of onderdelen van de wasmachine beschadigen.
Neem daarom de volgende aanwijzingen in acht bij de voorbereiding van uw was:
- Zakken leegmaken.
- Metalen voorwerpen (zoals paperclips) verwijderen.
- Tere weefsels wassen in een wasnet/zak (panty’s, beugel-BH's).
- Ritssluitingen sluiten, overtrekken dichtknopen.
- Zand uit zakken en omslagen borstelen.
- Rollertjes van vitrage verwijderen of in een apart netje / aparte zak doen.
Wasgoed sorteren
Houdt u bij het sorteren van het wasgoed aan de aanwijzingen voor de verzorging en aan de opgaven van de producent, zoals aangegeven op de waslabels:
- soort weefsel/vezels
- kleur
Aanwijzing: Wasgoed kan verkleuren of niet goed schoon worden. Witte en bonte was dient u apart te wassen.
Nieuw bont wasgoed de eerste keer afzonderlijk wassen.
- mate van verontreiniging Kies steeds wasgoed dat in dezelfde mate verontreinigd is.
Enkele voorbeelden voor de mate van verontreiniging vindt u hier • Blz. 27.
- licht: niet voorwassen, eventueel instelling speed kiezen – normaal
- sterk: minder wasgoed in de wasautomaat doen, programma met voorwas kiezen
- vlekken: vlekken zolang ze nog 'vers' zijn, verwijderen/ voorbehandelen. Eerst met een sopje afdeppen/niet inwrijven.
Wasgoed hierna wassen met een geschikt programma.
Hardnekkige/ingedroogde vlekken verdwijnen pas na meerdere keren wassen.
- Symbolen op de verzorgingslabels Aanwijzing: Getallen in de symbolen verwijzen naar de maximaal in te stellen temperatuur van de wasautomaat.
- Geschikt voor normaal wasproces, bijv. programma Katoen
- Voorzichtig wasproces nodig, bijv. programma
Kreukherstellend
- Bijzonder voorzichtig wasprogramma nodig, bijv. programma Fijn/Zijde
- Geschikt voor handwas, bijv. programma Wol
- Was niet in de wasautomaat wassen.
Pagina 26
nl Wasgoed
Stijven
Aanwijzing: Het wasgoed mag niet met wasverzachter gespoeld zijn.
Stijfsel is met name bij het Spoelen en Katoen programma met vloeibaar stijfsel mogelijk. Doseer het stijfsel volgens instructies van de fabrikant in het compartiment (eventueel eerst schoonmaken).
Verven/Ontkleuren
Verf uitsluitend hoeveelheden die in het huishouden gebruikelijk zijn. Zout kan roestvrijstaal aantasten! Neem de instructies van de producent van de verf in acht!
Wasgoed niet in de machine ontkleuren!
Inweken
- 1. Apparaat inschakelen.
- 2. Programma Katoen 20 °C kiezen.
- 3. Inweek-/wasmiddel volgens opgave van de fabrikant in compartiment II doen.
- 4. Toets kiezen.
- 5. Na ca. 10 minuten toets kiezen om het programma te stoppen.
- 6. Na de gewenste inweektijd opnieuw toets kiezen als het programma voortgezet moet worden of programma wijzigen.
Aanwijzingen
- Wasgoed van dezelfde kleur in de trommel doen.
- Geen extra wasmiddel nodig, het inweeksop wordt ook gebruikt voor het wassen.
Pagina 27
Wasmiddel nl
Wasmiddel
Juiste wasmiddelkeuze
Voor de juiste wasmiddelkeuze, temperatuur en behandeling van het wasgoed is het waslabel doorslaggevend. zie ook www.sartex.ch
Op de website www.cleanright.eu vindt u veel aanvullende informatie over was-, verzorgings- en reinigingsmiddelen voor huishoudelijk gebruik.
- Totaal wasmiddel met optische witmakers geschikt voor kookbestendige witte was van linnen of katoen Programma: Katoen / koud - max. 90 °C
- Bontwasmiddel zonder bleekmiddel en optische witmakers geschikt voor bonte was van linnen of katoen
Programma: Katoen / koud - max. 60 °C
- Bonte-/fijnwasmiddel zonder optisch witmiddel geschikt voor bonte was van kreukherstellende vezels, synthetische materialen Programma: Kreukherstellend / koud - max. 60 °C
- Fijnwasmiddel geschikt voor kwetsbaar, fijn textiel, zijde of viscose
Programma: Fijn/Zijde / koud - max. 40 °C
- Wolwasmiddel geschikt voor wol
Programma: Wol / koud - max. 40 °C
Energie en wasmiddel besparen
U kunt bij licht en normaal verontreinigde was besparen op energie (lagere wastemperatuur) en wasmiddel:
| Besparen | Mate van verontreiniging / Aanwijzing |
|---|---|
| Lagere temperatuur en minder wasmiddel volgens doseeradvies | licht Geen verontreiniging of vlekken zichtbaar. Kledingstukken hebben lichaamsgeur aangenomen, bijv.: ■ lichte zomer-/ sportkleding (enkele uren gedragen) ■ T-shirts, overhemden, blouses, (max. 1 dag gedragen) ■ Beddengoed en handdoeken van gasten (1 dag gebruikt) |
| normaal Verontreiniging zichtbaar / of een paar lichte vlekken herkenbaar, bijv.: ■ T-shirts, overhemden, blouses, (bezweet, meerdere malen gedragen) ■ Handdoeken, beddengoed (max. 1 week gebruikt) | |
| Temperatuur volgens het waslabel en wasmiddelhoeveelheid volgens doseeradvies / sterk verontreinigd | sterk Verontreiniging en/of vlekken duidelijk zichtbaar, bijv. theedoeken, babywas, werkkleding |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
Aanwijzing: Bij dosering van alle was-/ hulp-/verzorgings- en reinigingsmiddelen moet u absoluut de aanwijzingen van de fabrikant en de overige aanwijzingen in acht nemen.
- Blz. 31
Pagina 28
nl
0 Programma voorinstellingen
De programmavoorinstellingen worden na het kiezen van het programma op het display weergegeven.
U kunt de voorinstellingen wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling op het display verschijnt.
Aanwijzing: Door de toets langer ingedrukt te houden, lopen de instelwaarden automatisch verder tot de eindwaarde. Druk dan nogmaals op de toets en u kunt opnieuw de instelwaarde wijzigen.
Een overzicht van alle mogelijke programma-instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
Temperatuur
(°C)
Toets afhankelijk van model
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang de ingestelde temperatuur wijzigen.
De maximaal in te stellen temperatuur hangt af van het gekozen programma.
Centrifugetoerental
(0, T/min)
Voor en tijdens het programma kunt u afhankelijk van de programmavoortgang het centrifugetoerental (in omw./min.; omwentelingen per minuut) wijzigen.
Instelling 0 : zonder eindcentrifugeren, het water wordt alleen afgepompd. Het wasgoed blijft nat in de trommel liggen,
bijv. voor wasgoed dat niet gecentrifugeerd mag worden.
Instelling - - - -: spoelstop = zonder eindcentrifugeren, het wasgoed blijft na de laatste keer spoelen in het water liggen.
Spoelstop kunt u kiezen om kreukvorming te voorkomen, wanneer na afloop van het programma het wasgoed niet direct uit de wasautomaat wordt genomen.
Om het programma te hervatten/ beëindigen Blz. 33
Het maximaal in te stellen toerental hangt af van het gekozen programma en het model.
Klaar in-tijd
( )
Vóór programmastart kunt u het programma-einde (Klaar in-tijd) in stappen van 1 uur (h=uur) tot maximaal 24h van tevoren instellen.
Hiervoor:
- 1. Programma kiezen.
De programmaduur voor het gekozen programma bijv. 2:30 (uren:minuten) wordt weergegeven.
- 2. Toets Klaar in-tijd net zo vaak indrukken tot het gewenste aantal uren verschijnt.
- 3. Toets kiezen.
Het programma start.
Op het display wordt het gewenste aantal uren bijv. 8h weergegeven en afgeteld totdat het wasprogramma begint. Dan wordt de programmaduur weergegeven.
Aanwijzing: De programmaduur wordt bij een lopend programma automatisch aangepast.
Bepaalde factoren kunnen de programmaduur beïnvloeden, bijv.:
- programma-instellingen,
Pagina 29
Extra programma-instellingen nl
- wasmiddeldosering (evt. extra spoelbeurten vanwege schuimvorming),
- maximale belading/textielsoort (wateropname verschillend),
- onbalans (bijv. door hoeslakens) wordt door meermalige centrifugestarts gecompenseerd,
- variaties in de netspanning,
- waterdruk (toevoersnelheid).
Na programmastart kunt u het van tevoren ingestelde aantal uur als volgt wijzigen:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Met de toets Klaar in-tijd het aantal uur wijzigen.
- 3. Toets kiezen.
Na programmastart kunt u indien nodig wasgoed bijvullen of uitnemen.
- Blz. 33
Extra programmainstellingen
Een overzicht van alle mogelijke extra instellingen vindt u op het extra blad bij de gebruiksaanwijzing en plaatsingshandleiding.
De instellingen zijn verschillend afhankelijk van model.
speed/eco
( )
Toets met twee instelmogelijkheden voor het aanpassen van het geselecteerde programma:
- speed
Voor het wassen in kortere tijd met vergelijkbaar wasresultaat, maar met hoger energieverbruik dan het gekozen programma zonder instelling speed/eco .
Aanwijzing: De maximale belading mag niet overschreden worden.
- eco
Energiezuinig wassen door tempertuurreductie bij vergelijkbaar wasresultaat bij het gekozen programma zonder instelling speed/ eco .
Kies hiervoor toets. Eerst wordt u de speed-instelling aangeboden. Als u de toets nogmaals indrukt, is de ecoinstelling actief. Het betreffende symbool brandt op het display als de instelling geactiveerd is.
Als u de toets nogmaals indrukt, is er geen instelling actief.
Anti-kreuk
( )
Toets afhankelijk van model
Beperkt de kreukvorming door een speciale centrifugemethode met aansluitend losser maken en een verlaagd centrifugetoerental.
Aanwijzing: Het restvochtgehalte van het wasgoed neemt toe.
Water&Spoelen+
( )
Toets afhankelijk van model
Hoger waterniveau en extra spoelbeurt bij bijzonder gevoelige huid en/of voor gebieden met zeer zacht water
Voorwas
( )
Toets afhankelijk van model
Voor sterk verontreinigd wasgoed.
Aanwijzing: Wasmiddel over compartiment I en II verdelen.
Pagina 30
nl Apparaat bedienen
1 Apparaat bedienen
Wasmachine voorbereiden
Aanwijzing: De wasautomaat moet deskundig worden geplaatst en aangesloten zijn. vanaf Blz. 13
- 1. Stekker in wandcontactdoos steken.
- 2. Kraan opendraaien.
- 3. Vuldeur openen.
- 4. Controleren of de trommel geheel leeg is. Eventueel leegmaken.
Programma kiezen/Apparaat inschakelen
Aanwijzing: Wanneer u de kinderbeveiliging hebt geactiveerd, moet u deze eerst deactiveren, voordat u een programma kunt instellen.
Kies met de programmakiezer het gewenste programma. De knop kan in beide richtingen worden gedraaid.
Het apparaat is ingeschakeld.
Op het display verschijnen de programmavoorinstellingen voor het gekozen programma:
- temperatuur*,
- programmaduur afgewisseld met de maximale belading en
- aanwijzing voor het energieverbruik*.
* afhankelijk van model
Programma-voorinstellingen wijzigen
U kunt de voorinstellingen voor deze wasbeurt gebruiken of wijzigen.
Druk hiervoor zo vaak op de betreffende toets tot de gewenste instelling wordt weergegeven.
De instellingen zijn zonder bevestiging actief.
Deze blijven na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Programmavoorinstellingen Blz. 28
Extra programma-instellingen kiezen
Door het kiezen van extra instellingen kunt u het wasprogramma nog beter aanpassen aan uw wasgoed.
De instellingen kunnen afhankelijk van de programmavoortgang geselecteerd/ gedeselecteerd worden.
De indicatielampjes van de toesten branden wanneer de instelling actief is.
De instellingen worden na het uitschakelen van de wasautomaat niet bewaard.
Extra programma-instellingen
- Blz. 29
Pagina 31
Apparaat bedienen nl
Wasgoed in de trommel doen
Waarschuwing
Levensgevaar!
Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel of wasbenzine) is behandeld, kan na vullen in de wastrommel tot een explosie leiden. Spoel het wasgoed van te voren grondig met de hand.
Aanwijzingen
- Doe grote en kleine stukken wasgoed door elkaar. Wasgoed met verschillende grootte verdeelt zich beter bij het centrifugeren. Losse stukken wasgoed kunnen tot onbalans leiden.
- Houd de aangegeven max. belading aan. Overbelading vermindert het wasresultaat en bevordert kreukvorming.
- 1. Voorgesorteerd wasgoed uit elkaar gevouwen in de trommel doen.
- 2. Let erop dat er geen wasgoed tussen vuldeur en rubberen manchet ingeklemd raakt en sluit de vuldeur.
Was- en verzoringsmiddel doseren en bijvullen
Attentie!
Schade aan het apparaat
Reinigingsmiddelen en middelen voor het voorbehandelen van was (bijv. vlekkenmiddelen, voorwasspray,...) kunnen het oppervlak van de wasmachine aantasten wanneer ze er mee in aanraking komen.
Breng deze middelen niet in contact met de oppervlakken van de wasmachine. Eventueel sproeinevelresten en andere restanten / druppels direct met een vochtige doek afvegen.
Doseren
Doseer de was- en onderhoudsmiddelen overeenkomstig:
- de waterhardheid; welke u kunt opvragen bij uw waterleidingbedrijf
- de instructies van de fabrikant op de verpakking
- Hoeveelheid wasgoed
- Mate van verontreiniging Blz. 27
Vullen
Waarschuwing
Oog-/huidirritaties!
Als de wasmiddellade tijdens het gebruik wordt geopend, kan er was-/ wasverzorgingsmiddel uitspuiten.
Open de wasmiddellade voorzichtig. Spoel bij contact met was-/ verzorgingsmiddel de ogen uit, resp. de huid af.
Raadpleeg bij per ongeluk innemen een arts.
Aanwijzing: Dikvloeibare wasverzachter en textielversteviger met wat water aanlengen. Dit voorkomt verstopping in het leidingsysteem van de wasautomaat.
Pagina 32
nl Apparaat bedienen
Doe het was- en verzorgingsmiddel in de betreffende compartimenten:
Doseerhulp A voor vloeibaar wasmiddel Compartiment II Wasmiddel voor de hoofdwas, waterontharder, bleekmiddel, vlekkenzout Compartiment Wasverzachter, vloeibaar stijfsel max niet overschrijden Compartiment I Wasmiddel voor de voorwas
- 1. Wasmiddellade tot aan de aanslag uittrekken.
- 2. Vullen met was- en wasverzorgingsmiddel.
- 3. Wasmiddellade sluiten.
Inzetstuk voor vloeibaar wasmiddel
*afhankelijk van het model
Voor het doseren van vloeibaar wasmiddel positioneert u de doseerhulp:
- 1. Wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Inzetstuk naar voren schuiven, inklikken en naar beneden klappen.
- 3. Lade weer terugplaatsen.
Aanwijzing: Gebruik de doseerhulp niet bij gelachtige wasmiddelen en waspoeder en bij programma's met voorwas of wanneer Klaar in tijd gekozen is.
Bij modellen zonder inzetstuk vult u het vloeibare wasmiddel in een doseerbol en legt u deze in de trommel
Starten van het programma
Toets kiezen. Het indicatielampje brandt en het programma start.
Op het display wordt tijdens het programma de Klaar in-tijd of, na het begin van het wasprogramma, de programmaduur en de symbolen voor de voortgang van het programma weergegeven.
Display Blz. 24
Aanwijzing: Schuimdetectie
Wanneer op het display bovendien het symbool verschijnt, dan heeft de wasautomaat te veel schuim tijdens het wasprogramma geconstateerd en daarna automatisch een extra spoelbeurt toegevoegd om het schuim tegen te gaan.
Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel.
Wilt u het programma tegen onbedoeld wijzigen beveiligen, kies dan als volgt de kinderbeveiliging.
Pagina 33
Apparaat bedienen nl
Kinderbeveiliging
( 3 sec./Sec.)
U kunt de wasautomaat beveiligen tegen het per ongeluk wijzigen van de ingestelde functies. Hiervoor na de start van het programma de kinderbeveiliging activeren.
Voor het activeren/deactiveren ca. 3 seconden lang tegelijkertijd de toetsen Centrifugetoerental en Klaar in-tijd selecteren. Op het display verschijnt het symbool .
- brandt: De kinderbeveiliging is actief.
- knippert: De kinderbeveiliging is actief en er is aan de programmakiezer gedraaid. Voor het deactiveren van de kinderbeveiliging zet u de programmakiezer terug op het uitgangsprogramma. Het symbool brandt weer.
Aanwijzing: Om het afbreken van het programma te voorkomen, de programmakiezer hierbij niet over de Uit-positie heen draaien.
Aanwijzing: De kinderbeveiliging blijft na programma-einde en uitschakeling van het apparaat actief. U moet deze altijd deactiveren, wanneer u een nieuwe programma wilt starten.
Wasgoed bijvullen
Na programmastart kunt u indien gewenst wasgoed bijvullen of uitnemen.
Kies hiervoor toets .
Het indicatielampje van de toets knippert en de wasautomaat controleert of bijvullen mogelijk is.
Wanneer op het display:
- het symbool is uitgegaan, is bijvullen mogelijk.
- het symbool brandt, is bijvullen niet mogelijk.
Kies voor het hervatten van het programma de toets . Het programma wordt automatisch hervat.
Aanwijzingen
- Laat bij het bijvulllen de vuldeur niet langere tijd open staan - er kan water uit het wasgoed naar buiten lopen.
- Bij een hoog waterniveau, een hoge temperatuur of een draaiende trommel blijft de vuldeur om veiligheidsredenen vergrendeld en is bijvullen niet mogelijk.
- De beladingsindicatie is tijdens het bijvullen niet actief.
Programma wijzigen
- 1. Toets kiezen.
- 2. Een ander programma kiezen.
- 3. Toets kiezen. Het nieuwe programma begint van voren af aan.
Progr. annuleren
Bij programma’s met hoge temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Wasgoed afkoelen: Spoelen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Bij programma’s met lage temperatuur:
- 1. Toets kiezen.
- 2. Centrifugeren / Afpompen kiezen.
- 3. Toets kiezen.
Programma-einde bij spoelstop
Op het display verschijnt - - - - 0 en het indicatielampje van de toets knippert.
Hervat het programma door:
- de toets te kiezen of
- een centrifugetoerental te kiezen resp. de programmakiezer op Centrifugeren / Afpompen te zetten en dan toets te kiezen.
Pagina 34
nl Sensoren
Programma-einde
Op het display verschijnt End en het indicatielampje van de toets is uit.
Wasgoed uitnemen / apparaat uitschakelen
- 1. Vuldeur openen en wasgoed eruit halen.
- 2. Toets Uit ( ) indrukken. Het apparaat is uitgeschakeld.
- 3. Kraan dichtdraaien.
Aanwijzing: Niet nodig bij modellen met Aquastop.
Aanwijzingen
- Geen wasgoed achterlaten in de trommel. Dit kan bij de volgende wasbeurt krimpen of iets anders verkleuren.
- Eventuele ongewenste voorwerpen uit de trommel en de rubbermanchet verwijderen – gevaar van roestvorming.
- Rubber manchet droogvegen.
- Vuldeur en wasmiddellade open laten zodat het restwater kan opdrogen.
- Altijd het programma-einde afwachten, omdat anders het apparaat nog vergrendeld kan zijn.
Vervolgens het apparaat inschakelen en wachten op de ontgrendeling.
- Wanneer het display na afloop van het programma niet verlicht is, dan is de energiebesparingsmodus actief.
Om de displayverlichting weer in te schakelen een willekeurige toets indrukken.
Sensoren
Beladingsautomaat
Afhankelijk van het soort textiel en de belading past de beladingsautomaat het waterverbruik optimaal aan elk programma aan.
Onbalans-controlesysteem
Het automatische onbalanscontrolesysteem herkent onbalans en zorgt door meermaals aanloopcentrifugeren voor een gelijkmatige verdeling van het wasgoed.
Bij een zeer ongunstige verdeling van het wasgoed wordt om veiligheidsredenen het toerental verlaagd of wordt er niet gecentrifugeerd.
Aanwijzing: Kleine en grote stukken wasgoed in de trommel doen.
- Blz. 40
VoltMonitor
afhankelijk van model
Het automatische spanningscontrolesysteem herkent een ontoelaatbare spanningsonderschrijding. Op het display knippert de dubbele punt van de Klaar in-indicatie. Blz. 24
Is de voedingsspanning weer stabiel, dan brandt de dubbele punt in de Klaar in-indicatie (normale toestand).
De herkende spanningsonderschrijding wordt in het verdere programmaverloop door het branden van alle drie de punten op het display weergegeven.
Aanwijzing:
Spanningsonderschrijdingen kunnen bijv. tot programmaverlenging en/of een niet bevredigend centrifugeerresultaat leiden.
Pagina 35
Signaalinstelling nl
Signaalinstelling
U kunt de volgende instellingen veranderen:
- het volume voor de instructiesignalen (bijv. aan het programma-einde) en/of
- het volume voor de toetssignalen.
Voor het wijzigen van de instellingen moet u eerst altijd de instelmodus activeren.
Instelmodus activeren
- 1. Programma Katoen op positie 1 kiezen. De wasautomaat is ingeschakeld.
- 2. Toets indrukken en tegelijkertijd de programmakiezer verder naar rechts naar positie 2 draaien. Toets loslaten.
De instelmodus is geactiveerd en op het display verschijnt het vooringestelde volume voor de instructiesignalen (bijv. aan het programma-einde).
Volume wijzigen
Met de toets Klaar in-tijd verandert u op de programmakiezer-posities:
- 2: het volume van de instructiesignalen en/of op
- 3: het volume voor de toetssignalen.
0 = uit, 1 = zacht, 2 = middel, 3 = luid, 4 = zeer luid
Instelmodus afronden
U kunt de procedure nu beëindigen en de programmakiezer op Uit ( ) zetten. De instellingen zijn opgeslagen.
Pagina 36
nl Reinigen en onderhouden
2 Reinigen en onderhouden
Waarschuwing
Levensgevaar!
Bij contact met onderdelen die onder spanning staan bestaat het risico van een elektrische schok.
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact.
Waarschuwing
Kans op vergiftiging!
Door oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen zoals wasbenzine kunnen giftige dampen ontstaan. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Attentie!
Schade aan het apparaat
Oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijv.
wasbenzine, kunnen oppervlakken en onderdelen van het apparaat aantasten. Gebruik geen oplosmiddelhoudende reinigingsmiddelen.
Zo voorkomt u biofilmvorming en geuroverlast:
Aanwijzingen
- Zorg voor een goede ventilatie van de ruimte waarin de wasautomaat is geplaatst.
- Laat de vuldeur en de wasmiddellade iets open staan wanneer de wasautomaat niet gebruikt wordt.
- Was af en toe met een Katoen 60°C -programma, gebruik makend van een poederwasmiddel voor hoofdwas.
Buitenkant van het apparaat/ Bedieningspaneel
- Neem de behuizing en het bedieningspaneel af met een zachte, vochtige doek.
- Wasmiddelresten onmiddellijk verwijderen.
- Reinigen met een waterstraal verboden.
Wastrommel
Gebruik een chloorvrij reinigingsmiddel, geen staalwol.
Bij geurvorming in de wasautomaat, of om de trommel te reinigen, afhankelijk van het model programma
Trommelreiniging 90 °C of
Katoen 90 °C zonder wasgoed uitvoeren. Gebruik daarbij een poederwasmiddel.
Ontkalken
Bij een correcte dosering van het wasmiddel is ontkalken niet nodig. Indien toch: te werk gaan volgens de opgaven van de fabrikant van het ontkalkingsmiddel. Geschikte ontkalkers zijn verkrijgbaar via onze website of via de servicedienst.
Pagina 37
Reinigen en onderhouden nl
Wasmiddellade en behuizing
Als er resten wasmiddel of wasverzachter aanwezig zijn:
- 1. wasmiddellade uittrekken. Inzetstuk naar beneden drukken en de lade er helemaal uithalen.
- 2. Inzetstuk eruit halen: met de vinger van beneden naar boven drukken.
- 3. Inspoellade en inzetstuk met water en een borstel reinigen en afdrogen. Ook de behuizing van binnen reinigen.
- 4. Inzetstuk plaatsen en vastklikken (cilinder op geleidestift steken).
- 5. Wasmiddellade erin schuiven.
Aanwijzing: Wasmiddellade open laten, zodat het resterende vocht kan opdrogen.
Afvoerpomp verstopt
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Zeepsop wordt heet bij het wassen op hoge temperaturen. Door contact met heet zeepsop kunnen brandwonden ontstaan.
Laat het zeepsop afkoelen.
- 1. De waterkraan dichtdraaien, zodat er geen water meer toestroomt dat via de afvoerpomp afgevoerd moet worden.
- 2. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 3. Onderhoudsklep openen en eraf halen.
- 4. Aftapslang uit de houder halen. Stopje verwijderen, zeepsop in een geschikte opvangbak laten stromen. Stopje erin drukken en aftapslang in de houder plaatsen.
- 5. Pompdeksel voorzichtig losschroeven, er kan restwater uit lopen.
Binnenruimte, schroefdraad van het pompdeksel en pomphuis reinigen. De waaier van de pomp moet gedraaid kunnen worden.
Pompdeksel weer plaatsen en vastschroeven. De handgreep moet verticaal staan.
Pagina 38
nl Reinigen en onderhouden
- 6. Serviceklep plaatsen, inklikken en sluiten.
Aanwijzing: Om te voorkomen dat bij de volgende wasbeurt ongebruikt wasmiddel in de afvoer loopt, raden wij u het volgende aan: 1 liter water in compartiment II gieten en het programma Afpompen starten.
Afvoerslang aan de sifon verstopt
| 1. Apparaat de wandcontactdoos | uitschakelen. | Stekker nemen. | uit | ||||||
| 2. Slangenklem er voorzichtig | losmaken. aftrekken, | Afvoerslang er | kan | ||||||
| resterend 3. Afvoerslang sifon | schoonmaken. | water | en | uit aansluitstuk | lopen. | van | de |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
- 4. Afvoerslang weer erop plaatsen en de aansluiting met een slangklem vastzetten.
Zeef in de watertoevoer verstopt.
Verlaag hiervoor eerst de waterdruk in de toevoerslang:
- 1. Kraan dichtdraaien.
- 2. Willekeurig programma kiezen (behalve Spoelen/Centrifugeren/ Afpompen).
- 3. Toets kiezen. Programma ca. 40 seconden laten draaien.
- 4. Programmakiezer op Uit ( ) zetten. Stekker uit het stopcontact halen.
- 5. Zeef van de waterkraan reinigen: Slang loskoppelen van de kraan. Zeef met een borsteltje reinigen.
- 6. Bij de modellen Standard en Aqua-Secure de zeef aan de achterkant van het apparaat reinigen:
Slang aan de achterkant van het apparaat eraf halen, Zeef met een tang eruit halen en schoonmaken.
- 7. Slang weer aansluiten en op dichtheid controleren.
Pagina 39
Storingen, wat te doen? nl
3 Storingen, wat te doen?
Noodontgrendeling
bijv. bij een stroomstoring.
Het programma wordt hervat als er weer stroom is.
Als het wasgoed toch uit de trommel gehaald moet worden, dan kan de vuldeur geopend worden zoals hierna beschreven:
Waarschuwing
Risico van verbranding!
Bij het wassen met hoge temperaturen kunnen er bij aanraking met heet zeepsop en wasgoed brandwonden ontstaan.
Eventueel eerst laten afkoelen.
Waarschuwing
Risico van letsel!
Wanneer u met uw handen in de draaiende trommel komt, kunt u letsel oplopen.
Niet met uw handen in de draaiende trommel komen.
Wacht tot de trommel niet meer draait.
Attentie!
Waterschade
Wegstromend water kan tot waterschade leiden.
De vuldeur niet openen zolang er water achter het glas te zien is.
- 1. Apparaat uitschakelen. Stekker uit de wandcontactdoos nemen.
- 2. Zeepsop laten weglopen.
- 3. Noodontgrendeling met een tang of iets dergelijks naar beneden trekken en loslaten.
Hierna kan de vuldeur geopend worden.
Aanwijzingen op het display
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| brandt | ■ Temperatuur te hoog. Wachten tot de temperatuur is gedaald. ■ Waterniveau te hoog. Bijvullen van wasgoed niet mogelijk. Eventueel vuldeur direct sluiten. Toets kiezen om het programma te hervatten. |
| knippert | ■ Wasgoed eventueel ingeklemd. Vuldeur a.u.b. nogmaals openen en sluiten en toets kiezen. ■ Eventueel de vuldeur dichtdrukken of wasgoed verwijderen en de deur opnieuw dichtdrukken. ■ Eventueel apparaat uit- en weer inschakelen; programma instellen en individuele instellingen uitvoeren; programma starten. |
| brandt | ■ Waterkraan voor koud water helemaal open draaien. ■ Toevoerslang is geknikt of zit klem. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren. ■ Waterdruk te laag. Zeef schoonmaken. Blz. 38 |
| Kinderbeveiliging geactiveerd; deactiveren. |
Pagina 40
nl Storingen, wat te doen?
| Indicatie | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| brandt | Te veel schuim herkend, extra spoelbeurten toegevoegd. Doseer bij de volgend wasbeurt met gelijke belading minder wasmiddel. Blz. 32 |
| : van de Klaar in-tijd knippert | Netspanning te laag. |
| . van de Klaar in-tijd knippert | Onderspanning in het wasprogramma. Het programma wordt verlengd. Blz. 34 |
| E:18 | ■ Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp schoonmaken. Blz. 37 ■ Afvoerslang/afvoerpijp verstopt. Afvoerslang bij de sifon reinigen. Blz. 38 |
| E:23 | Water in de bodemplaat, lekkage van het apparaat. Kraan dichtdraaien. Servicedienst inschakelen! |
| E:32 | knippert met End afwisselend aan het einde van het programma. Geen fout - het onbalans controlesysteem heeft het centrifugeren afgebroken wegens ongelijkmatige verdeling van het wasgoed. Kleine en grote stukken wasgoed verdelen over de trommel. Eventueel wasgoed nogmaals centrifugeren. |
| E:93 (bij modellen met warm- en koudwateraansluiting) | Waterdruk te laag: ■ Waterkraan voor warmwater volledig openen. ■ Toevoerslang voor warmwater geknikt/afgeklemd. De manier waarop de slang is gelegd corrigeren. ■ Zeef schoonmaken. Blz. 38 ■ Toevoerslang voor warmwater niet aangesloten. Apparaat wordt uitsluitend met koud water gebruikt. Indicatie verschijnt alleen bij de eerste keer wassen na de installatie van het apparaat zonder warmwateraansluiting. |
| Andere indicaties | Apparaat uitschakelen, 5 seconden wachten en weer inschakelen. Verschijnt de indicatie opnieuw, schakel dan de servicedienst in. Blz. 42 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Wat te doen bij storingen?
| Storingen | Oorzaak/Oplossing |
|---|---|
| Er lekt water. | ■ Afvoerslang goed vastzetten/vervangen. ■ Schroefkoppeling van de toevoerslang vastdraaien. |
| Geen watertoevoer. Wasmiddel niet ingespoeld. | ■ Toets niet gekozen? ■ Kraan niet geopend? ■ Zeef eventueel verstopt? Zeef reinigen. Blz. 38 ■ Toevoerslang geknikt of ingeklemd? |
| Vuldeur gaat niet open. | ■ Veiligheidsfunctie actief. Programma-afbreking? Blz. 33 ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 33 ■ - - - - (Spoelstop = zonder eindcentrifugeren) gekozen? Blz. 33 ■ Openen alleen via noodontgrendeling mogelijk? Blz. 39 |
| Programma start niet. | ■ Toets niet gekozen? ■ Klaar in-tijd gekozen? ■ Vuldeur gesloten? ■ • Kinderbeveiliging geactiveerd? Deactiveren. Blz. 33 |