Whirlpool AWM 288, tekst van de handleiding
Wasmachine · Whirlpool · 18 pagina's in het Nederlands · pdf: 18 pagina's, 0,4 MB
Handleiding openen (pdf) Bron: docs.emeaappliance-docs.eu
Deze handleiding geldt ook voor: AWM 288/3.
Storingen op pagina 13
Pagina 13
OPSPOREN VAN STORINGEN
De wasmachine is uitgerust met veiligheidsfuncties die eventuele storingen kunnen herkennen, signaleren en verhelpen. Het gaat daarbij vaak om kleine storingen, die snel opgelost kunnen worden verholpen.
De wasautomaat start niet:
Controleer het volgende:
- of de stekker goed in het stopcontact zit, - of er spanning op het stopcontact staat (door bijv. een staande lamp aan te sluiten), - of de deur goed gesloten is (kinderbeveiliging), - of er een programma ingesteld is, - of de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt is.
De wasautomaat blokkeert tijdens een programma:
- Heeft u een ander programma gekozen?
- Zo ja, druk ongeveer een seconde op de “Start”-toets om met het nieuw gekozen programma het wassen te hervatten. - Het programma is per ongeluk veranderd (bijv. door een kind):
Stel het gewenste programma opnieuw in en druk ongeveer een seconde op de “Start”-toets. Het programma wordt voortgezet.
- Geen of onvoldoende watertoevoer?
- Zet de programmakeuzeknop op “0”. Controleer het volgende:
- Is de waterkraan helemaal opengedraaid en is de watertoevoer (waterdruk) voldoende?
- Zit de watertoevoerslang bekneld?
- Zijn de filters van de wateraansluiting verstopt (Zie “Onderhoud en reiniging”, “Filters voor de aansluiting op de waterleiding”), - Is het water in de watertoevoerslang bevroren?
Stel het gewenste programma opnieuw in en druk ongeveer een seconde op de “Start”- toets (voeg voor dit programma geen wasmiddel toe).
Het programma wordt voortgezet.
- Voert de wasmachine geen water af?
- Draai de programmakeuzeknop op “0”.
Controleer het volgende:
- Of de afvoerslang goed is aangebracht (zie
“Aanwijzingen voor de installatie”),
- of de pomp geblokkeerd is en/of het filter voor vreemde voorwerpen verstopt zit (zie“Het verwijderen van het filter voor vreemde voorwerpen / Het afvoeren van restwater”).
BELANGRIJK: controleer of het waswater afgekoeld is, voordat het afgevoerd wordt.
- Is het water in de afvoerslang bevroren?
- Heeft u de toets “Spoelstop” ingedrukt?
Stel het gewenste programma opnieuw in en druk ongeveer een seconde op de “Start”- toets (voeg geen wasmiddel toe).
Het programma wordt voortgezet.
Indien de storing zich herhaalt, contact opnemen met de Klantenservice (zie “Klantenservice”).
- Gaat het lampje van de Waterstop (indien aanwezig) branden?
- Draai de waterkraan dicht en trek de stekker uit het stopcontact.
- Het Waterstop-systeem kan ingeschakeld worden: a) wanneer er zich teveel schuim vormt b) wanneer er een lek in de toevoerslang of in de wasmachine zit.
- Kantel de wasmachine naar voren om het water, wat zich verzamelt heeft, weg te laten lopen.
Vervolgens:
- draai de waterkraan open (als er onmiddellijk water naar de wasmachine stroomt, terwijl deze nog niet op de waterleiding is aangesloten, wijst dat op een defect; draai de kraan dicht en neem contact op met de Klantenservice).
- Steek de stekker weer in het stopcontact; het programma wordt voortgezet.
Indien de storing zich herhaalt, contact opnemen met de Klantenservice (zie “Klantenservice”).
Pagina 14
OPSPOREN VAN STORINGEN
De wasautomaat trilt tijdens het centrifugeren.
Controleer het volgende:
- Staat de machine waterpas en zijn alle vier de pootjes afgesteld? (zie “Aanwijzingen voor de installatie”).
- Zijn de veiligheidsbeugels voor het transport verwijderd?
Voordat de machine in bedrijf gesteld wordt, dient u de veiligheidsbeugels voor het transport te verwijderen (zie “Aanwijzingen voor de installatie”).
Na afloop van het programma is het wasgoed niet gecentrifugeerd.
- De wasmachine heeft een identificatie- en correctiesysteem voor het geval er een lading uit balans is. Voor enkele stukken wasgoed van grote afmetingen (bijvoorbeeld een badmat, een badjas) is het mogelijk dat het correctiesysteem in werking treedt om de centrifugeersnelheid automatisch te verminderen of het centrifugeren zelfs te onderbreken, indien de wasmachine merkt dat het wasgoed teveel uit balans is, nadat hij meermaals geprobeerd heeft de centrifugeercyclus te starten.
- Indien het wasgoed na het centrifugeren nog nat is, eventueel andere stukken wasgoed toevoegen en opnieuw de centrifugeercyclus starten.
Resten van wasmiddel en nabehandelingsproducten.
Controleer het volgende:
- Is de sifon correct geplaatst en is hij niet vuil? (zie “Onderhoud en reiniging”, “Wasmiddellade”) en controleer ook:
- Of er voldoende water wordt aangevoerd? Het kan zijn dat de filters voor de wateraansluiting verstopt zijn (zie “Onderhoud en reiniging”, “Filters voor de aansluiting op de waterleiding”).
KLANTENSERVICE
Voordat u contact opneemt met de Klantenservice:
- 1. Probeer het probleem eerst zelf op te lossen (met behulp van “Opsporen van storingen”).
- 2. Start het programma opnieuw om te controleren of het probleem is opgelost.
- 3. Indien dit niet zo is, contact opnemen met de Klantenservice
Vermeld:
- de aard van de storing,
- het model,
- het Service-nummer (dit nummer bevindt zich na het woord Service),
Het Service-plaatje bevindt zich aan de binnenzijde van de deur.
- uw volledige adres,
- uw telefoonnummer,
- de telefoonnummers en de adressen van de Klantenservice vindt u op het garantiebewijs. U kunt ook contact opnemen met uw eigen handelaar.
Pagina 15
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
VEILIGHEIDSBEUGELS VOOR HET TRANSPORT
De wasautomaat is voorzien van veiligheidsbeugels, om te voorkomen dat de binnenste onderdelen van het apparaat tijdens het transport beschadigingen oplopen.
Voordat u de wasautomaat in gebruik neemt, dient u de veiligheidsbeugels, die voor het transport zijn aangebracht, te verwijderen (zie afbeelding 1).
- 1. Draai met behulp van de bijgeleverde sleutel de vier schroeven een beetje los (zie afbeelding 2).
- 2. Schroef de schroeven met de hand verder los.
- 3. Houd de schroef tegen en verwijder hem samen met de rode plastic afdichting via de grootste zijde van het gat.
- 4. Sluit de nu vrijgekomen gaten af met de hiervoor bestemde plastic dopjes, die u in de richting van de pijl van het breedste naar het smalste gedeelte laat glijden, totdat ze vastgeklemd zitten (zie afbeelding 3).
- 5. Bewaar de veiligheidsbeugels.
Opmerking:
Wanneer de wasautomaat getransporteerd moet worden, dienen de plastic dopjes met een schroevendraaier verwijderd te worden, verschuif ze tegen de richting van de pijl in en trek ze naar buiten. Bevestig nu de veiligheidsbeugels door de montagehandelingen in omgekeerde volgorde uit te voeren.
afbeelding 1
afbeelding 2
afbeelding 3
Pagina 16
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
INSTALLATIE
- Plaats de wasautomaat op een stabiele en vlakke ondergrond, zo mogelijk in de hoek van een vertrek.
- Controleer of alle vier de pootjes stevig en stabiel op de vloer rusten, controleer of de wasautomaat exact horizontaal staat (gebruik hiervoor een waterpas).
- Wanneer de vloer niet glad of perfect vlak is, deze onregelmatigheden compenseren door de pootjes van de wasautomaat in of uit te schroeven (plaats geen stukjes hout, karton en dergelijke onder de pootjes).
- 1. Draai de tegenmoer los met behulp van de bijgeleverde sleutel.
- 2. Stel de pootjes met de hand af.
- 3. Draai de tegenmoer, tegen de wijzers van de klok in, vast tegen de wasmachine aan.
- Indien de wasautomaat op een houten balkenvloer wordt geplaatst, het apparaat op een hardboard plaat van 60 x 60 cm groot en 3 cm dik zetten. De plaat aan de vloer bevestigen.
VEILIGHEIDSBLAD / WERKBLAD Installeer de wasautomaat alleen onder een doorlopend werkblad.
De wasautomaat mag alleen worden geïnstalleerd met behulp van de serie elementen van het UBS veiligheidsblad.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- 1. Verwijder de bevestigingsschroeven, die in de achterzijde van de wasmachine zitten, uit het werkblad.
- 2. Schuif het werkblad zo ver mogelijk naar achteren en trek het weg terwijl u het optilt.
Monteer de serie elementen van het veiligheidsblad aan de hand van de aanwijzingen.
- 3. Draai de bevestigingsschroeven opnieuw aan.
AFMETINGEN VOOR INBOUW breedte 600 mm hoogte 825 mm diepte 600 mm
LET OP:
Sluit de wasmachine pas op het elektriciteitsnet aan nadat het werkblad of de afdekking tussen de wasmachine en het blad zijn gemonteerd.
Pagina 17
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
WATERTOEVOER
- Watertoevoer: uitsluitend koud water
- Waterkraan:schroefdraadaansluiting voor slang van 3/4".
- Waterdruk: 10-100 N/cm² (1-10 bar).
WATERTOEVOERSLANG
- 1. Plaats het bijgeleverde filter in de aansluiting tussen de slang en de kraan.
- 2. Schroef de watertoevoerslang, bij voorkeur met de hand, vast aan de waterkraan.
Breng de slang in positie en let erop dat deze niet geknikt of afgekneld is.
- 3. Controleer of de aansluitingen naar de wasmachine en de kraan niet lekken, door de waterkraan volledig open te draaien.
- Indien de slang niet lang genoeg is, de buigzame slang vervangen door een drukslang (min. 10 bar, conform de norm EN 50065) van de juiste lengte.
- Controleer geregeld de toestand van de toevoerslang en vervang deze wanneer dit nodig is.
- Het is mogelijk de wasautomaat aan te sluiten zonder terugslagklep.
- Houd u aan de plaatselijke veiligheidsvoorschriften van het
Waterleidingbedrijf.
WATERSTOP (indien aanwezig)
- De toevoerslang en de plastic doos van de wateraansluiting bevatten elektrische onderdelen.
- De slang niet doorsnijden en de plastic doos niet onderdompelen in water.
- Bij beschadiging van de slang de wasautomaat onmiddellijk van het elektriciteitsnet afkoppelen.
- Indien de slang niet lang genoeg is, de slang vervangen door een Waterstop-slang met een lengte van drie meter (verkrijgbaar bij de Klantenservice of bij uw handelaar).
Deze handeling mag uitsluitend door een gekwalificeerd elektricien worden uitgevoerd.
Pagina 18
AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE
afbeelding 1
WATERAFVOER
- Aansluiting van de afvoerslang.
- 1. Schroef de afvoerslang alleen los van de linkerbevestiging (zie pijl A afbeelding 1).
Schroef de afvoerslang niet los (zie pijl B in afbeelding 1), anders bestaat er risico op lekkage (u kunt zich branden aan het hete water).
- 2. Haal het bijgeleverde elleboogstuk uit de trommel en bevestig het aan het vrije uiteinde van de afvoerslang.
- 3. Sluit de afvoerslang aan op de sifon of hang hem met het elleboogstuk aan de rand van een wasbak (zie afbeelding 2).
Normale wastafels zijn niet geschikt voor dit doel.
- 4. Min. afvoerhoogte: 70 cm Max. afvoerhoogte: 125 cm
- 5. Indien het nodig is een verlengstuk te gebruiken, een slang van hetzelfde type gebruiken. Zet de aansluitpunten vast met klemmen.
Max. lengte van de afvoerslang: 2,50 m.
Belangrijk:
Vermijd bij het bevestigen van de waterafvoerslang dat deze geknikt of afgekneld wordt en maak hem goed vast, zodat hij tijdens het functioneren van de wasmachine niet kan vallen.
ELEKTRISCHE AANSLUITING
- Houd u aan de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
- De elektrische aansluiting mag uitsluitend tot stand worden gebracht door middel van een aansluiting met aarding, geïnstalleerd volgens de geldende normen.
De aarding is volgens de wet verplicht. De fabrikant wijst iedere aansprakelijkheid voor eventueel letsel aan personen of huisdieren, of schade aan voorwerpen, die te wijten zijn aan het veronachtzamen van bovengenoemde specificaties, af.
- De gegevens met betrekking tot de spanning, het opgenomen vermogen en de benodigde beveiliging staan op de binnenkant van de deur.
- De leiding voor aansluiting op het net mag alleen worden vervangen door een gekwalificeerde elektricien.
- De wasmachine voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften van de EG-richtlijn nr. 93/68/EEG en EN 60555.
- Gebruik geen verlengkabels of meervoudige adapters.
76
afbeelding 2
Pagina 1
GEBRUIKSAANWIJZING NL
VOOR HET EERSTE GEBRUIK:
- U DIENT ZICH BESLIST AAN DE “AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE” TE HOUDEN.
- VOORDAT U DE WASAUTOMAAT IN GEBRUIK NEEMT, DIENT U DE BEUGELS DIE VOOR HET TRANSPORT AANGEBRACHT ZIJN, TE VERWIJDEREN.
- Eerste wasprogramma zonder wasgoed:
- 1. Draai de waterkraan open.
- 2. Doe de deur dicht.
- 3. Doe een beetje wasmiddel in het vakje (ongeveer 100 ml).
- 4. Kies een kort programma (zie de programmatabel).
- 5. Als het functioneringslampje brandt, wil dat zeggen dat de wasautomaat is ingeschakeld.
- 6. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
Op deze manier worden eventuele resten van het water, dat in de fabriek is gebruikt om de machine te testen, verwijderd.
VOOR DAGELIJKS GEBRUIK:
- 1. Draai de waterkraan open.
- 2. Sorteer het wasgoed naar textielsoort en kleur en vul de trommel.
- 3. Sluit de deur.
- 4. Doe het wasmiddel en eventuele nabehandelingsproducten in het vakje.
- 5. Het programma, de temperatuur, de centrifugeersnelheid en de extra functies selecteren (zoals beschikbaar op de machine).
- 6. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
OPMERKING:
Tijdens de eerste 15 minuten na het starten van de programma's “Bontwas” en “Synthetische” weefsels (zonder voorwas), is het mogelijk de deur te openen om ander wasgoed toe te voegen.
Dit is niet mogelijk wanneer de extra functie “Snel” is gekozen.
59
Pagina 2
| NL INHOUD | |
|---|---|
| DE WASAUTOMAAT MET TOEBEHOREN | PAGINA 61 |
| MILIEUTIPS | PAGINA 62 |
| VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN | PAGINA 62 |
| TRANSPORT | PAGINA 62 |
| VOORBEREIDING VAN HET WASGOED | PAGINA 63 |
| WASMIDDEL EN NABEHANDELINGSPRODUCTEN | PAGINA 64 |
| VERVEN EN BLEKEN | PAGINA 65 |
| HET KIEZEN VAN HET PROGRAMMA / START VAN HET PROGRAMMA | PAGINA 66 |
| HET KIEZEN VAN DE EXTRA FUNCTIES | PAGINA 67 |
| WIJZER VAN DE PROGRAMMAFASEN | PAGINA 68 |
| HET BLOKKEREN VAN DE DEUR / EINDE VAN HET PROGRAMMA | PAGINA 68 |
| WIJZIGEN / ONDERBREKEN VAN HET PROGRAMMA | PAGINA 68 |
| HET VERWIJDEREN VAN HET FILTER VOOR VREEMDE VOORWERPEN / HET AFVOEREN VAN RESTWATER PAGINA 69 | |
| ONDERHOUD EN REINIGING | PAGINA 70 |
| KINDERBEVEILIGING | PAGINA 70 |
| OPSPOREN VAN STORINGEN | PAGINA 71 |
| KLANTENSERVICE | PAGINA 72 |
| AANWIJZINGEN VOOR DE INSTALLATIE | PAGINA 73 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 2)
60
Pagina 3
DE WASAUTOMAAT MET TOEBEHOREN
- 1. Werkblad
- 2. Bedieningspaneel
- 3. Wasmiddellade
- 4. Serviceplaatje (aan binnenzijde deur)
- 5. Deur
- 6. Handgreep voor het openen van de deur - Om de deur te openen: op de knop aan de binnenzijde van de handgreep drukken en trekken. - Om de deur te sluiten: zachtjes duwen (totdat u een klik hoort).
- 7. Kinderbeveiliging (aan binnenzijde deur)
- 8. Filter voor vreemde voorwerpen (achter het deurtje)
- 9. Afvoer van restwater (indien aanwezig).
Pagina 4
MILIEUTIPS
- Verpakking
Het verpakkingsmateriaal is 100% recyclebaar en draagt het recyclingssymbool .
- Product
De wasautomaat is vervaardigd van recyclebaar materiaal. Volg de plaatselijke voorschriften voor afvalwerking wanneer u hem afdankt. Maak het apparaat onbruikbaar door de stekker uit het stopcontact te trekken en de voedingskabel door te snijden.
- Milieutips
- Was, voor zover dit mogelijk is, altijd met een volledig beladen trommel (afhankelijk van het gekozen programma), voor een optimaal gebruik van energie en water.
- Gebruik voor licht of normaal vervuild wasgoed een programma zonder voorwas.
- Gebruik bij licht vervuild wasgoed een programma met lage temperatuur of een kort wasprogramma.
- Druk wanneer de trommel niet vol is, de “Bespaartoets” in (indien aanwezig), en de hoeveelheid wasmiddel verminderen.
- Indien het wasgoed in een droogtrommel wordt gedroogd, wordt aangeraden het op de max. snelheid te centrifugeren (afhankelijk van het gekozen programma).
De droogtrommel verbruikt dan minder energie.
- Overschrijd de op de verpakking aangegeven hoeveelheid wasmiddel niet.
- Gebruik vlekkenmiddel en bleekmiddel alleen indien dit absoluut noodzakelijk is.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
- Gebruik de wasautomaat uitsluitend voor huishoudelijke doeleinden.
- Zorg ervoor dat de installatie en de elektrische aansluiting door een gekwalificeerd technicus worden verrich, overeenkomstig de aanwijzingen van de fabrikant en de plaatselijke veiligheidsvoorschriften (zie “Aanwijzingen voor de installatie”).
- Alvorens onderhoudswerkzaamheden uit te voeren of het apparaat schoon te maken, de wasmachine uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken.
- Wanneer de wasmachine niet in werking is, de stroomtoevoer uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien.
- Wanneer de deur niet opengaat, hem niet forceren.
- Laat kinderen niet met de wasmachine spelen of in de trommel klimmen.
Leun niet tegen de deur.
- Bewaar het verpakkingsmateriaal (plastic zakken, schuimplastic, etc.) buiten bereik van kinderen, aangezien het een potentiële bron van gevaar kan vormen.
- De wasmachine voldoet aan de Europese veiligheidsvoorschriften van de EG-richtlijn nr. 93/68/EEG en EN 60555.
TRANSPORT
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Maak de toevoer- en afvoerslangen los.
- 4. Laat restwater uit de slangen en de wasautomaat lopen (zie “Het verwijderen van het filter voor vreemde voorwerpen” / “Het afvoeren van restwater”).
- 5. Monteer de beschermbeugels voor het transport (zie “Aanwijzingen voor de installatie”).
Pagina 5
VOORBEREIDING VAN HET WASGOED
- 1. Sorteer het wasgoed volgens:
- Textielsoort / symbool op etiket
Katoen, gemengde weefsels, synthetische weefsels, wol, zijde, viscose.
- De kleuren
Gekleurde en witte was altijd scheiden. Nieuw, gekleurd wasgoed de eerste keer apart wassen.
- De afmetingen van het wasgoed
Was stukken van verschillende afmetingen door elkaar, voor een optimale verdeling van de belading in de trommel.
- Teer wasgoed
Was teer wasgoed apart.
Gebruik speciale programma's voor Zuiver Scheerwol , gordijnen, zijde en andere tere weefsels. Haal de ringen van de gordijnen, of doe de gordijnen met ringen in waszak. Was alleen wasgoed dat in de wasautomaat kan worden gewassen!
Was kleine stukken wasgoed (bijv. panty's, ceintuurs, etc.) of wasgoed met haakjes (bijv. b.h's) in een speciale waszak of in een kussensloop met ritssluiting.
- 2. Maak de zakken leeg
Muntstukken, veiligheidsspelden en dergelijke kunnen het wasgoed, de trommel en het waterreservoir ernstig beschadigen.
- 3. Sluitingen
Doe ritssluitingen, knopen, haken dicht. Knoop de uiteinden van ceintuurs bijeen.
WASSEN EN ONDERHOUD VAN ZIJDEN ARTIKELEN
Wassen: Voor juiste behandeling van zijden artikelen:
- 1. Controleer de wasinstructies op het etiket en controleer of het zijden artikel in de machine mag worden gewassen (30°).
- 2. Was stukken wasgoed van dezelfde kleur samen.
Opmerking: controleer of nieuwe artikelen kleurvast zijn en was ze de eerste keer apart.
- 3. Gebruik voor zijde en wol een speciaal wasmiddel.
- 4. Dit programma heeft geen centrifugeercyclus.
- 5. Indien u de functie “Spoelstop” kiest, het wasgoed niet te lang in het spoelwater laten liggen.
Drogen en strijken
- Wikkel het stuk in een handdoek en wring het water eruit.
- Droog zijden artikelen nooit in de zon.
- Strijk binnenstebuiten als de zijden stof nog licht vochtig is.
- Spuit geen water op het stuk en gebruik geen stoomstrijkijzer, dit om watervlekken te voorkomen.
3 BEHANDELING VAN VLEKKEN
- Vlekken door bloed, melk, ei etc. worden normaal gesproken tijdens het wasprogramma verwijderd door de automatische werking van de enzymen.
- Voeg voor wijn-, koffie-, thee-, gras-, fruitvlekken etc. een vlekkenmiddel toe in het vakje of een bleekmiddel in het vakje van de wasmiddellade (afhankelijk van het model).
- Behandel voor hardnekkige vlekken het wasgoed zo nodig vooraf met een vlekkenmiddel.
WASGOED IN DE MACHINE DOEN
- 1. Open de deur.
- 2. Vouw het wasgoed uit en stop het in de trommel, zonder het aan te drukken.
- 3. Sluit de deur.
AANBEVOLEN BELADINGEN
Zie de aparte programmatabel.
Opmerking: Indien de trommel te vol is, wordt het wasgoed minder goed schoon en kreukt het meer.
Pagina 6
WASMIDDEL EN NABEHANDELINGSPRODUCTEN
KEUZE
De keuze van het wasmiddel is afhankelijk van:
- de textielsoort (katoen, synthetische weefsels, teer wasgoed, wol, zijde).
Opmerking: Gebruik voor wol en zijde uitsluitend speciale wasmiddelen.
- de kleur,
- de temperatuur van het wasprogramma,
- het soort vuil.
Opmerkingen:
- Eventuele witte resten op donkere stukken textiel zijn het gevolg van de niet-oplosbare wateronthardingsmiddelen in de moderne wasmiddelen zonder fosfaten.
In dit geval, de betreffende stukken uitkloppen en/of borstelen en een vloeibaar wasmiddel gebruiken.
- Bewaar het wasmiddel en de nabehandelingsproducten op een droge plek, buiten bereik van kinderen.
- Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die geschikt zijn voor wasautomaten voor huishoudelijk gebruik.
- Gebruik alleen wateronthardingsmiddelen, ontkalkingsmiddelen en verf, die geschikt zijn voor wasautomaten voor huishoudelijk gebruik.
- Gebruik geen oplosmiddelen (bijvoorbeeld terpentine of wasbenzine). Was geen met oplosmiddelen of ontvlambare vloeistoffen behandelde stoffen in de wasautomaat.
DOSERING
De doseeraanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel aanhouden, afhankelijk van:
- soort/mate van vervuiling,
- de belading,
- volledige belading: volgens de aanwijzingen van de fabrikant, - halfvolle trommel: 3/4 van de voor een volledige belading aangegeven hoeveelheid wasmiddel, - kleine belading (ca. 1 kg): de helft van de voor een volledige belading aangegeven hoeveelheid wasmiddel,
- de hardheid van het water (vraag hierover informatie bij de gemeente): zacht water vereist minder wasmiddel dan hard water.
Opmerkingen:
- Een te hoge dosering wasmiddel kan leiden tot sterke schuimvorming. Daardoor wordt het wasgoed niet zo goed gewassen. Indien er sprake is van teveel schuim, kan de ingebouwde verklikker verhinderen dat de wasautomaat centrifugeert.
- Bij onvoldoende wasmiddel wordt het wasgoed grauw. De kalkaanslag,die hiervan het resultaat is, kan het verwarmingselement en de trommel beschadigen.
- Volg, bij het gebruik van bleekmiddel, de aanwijzingen van de fabrikant strikt op. Teveel bleekmiddel kan het wasgoed aantasten.
HARDHEID VAN HET WATER
| CATEGORIE | EIGENSCHAPPEN | DUITSE HARDHEID °DH | FRANSE HARDHEID °FH | ENGELSE HARDHEID °EH | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 1 2 3 4 | zacht middelhard hard zeer hard | 0-7 7-14 14-21 boven 21 | 0-12 12-25 25-37 boven 37 | 0-9 9-17 17-26 boven 26 | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 6)
Indien de machine beschikt over een lade met drie vakjes, de markering voor de hardheid van het water regelen in overeenstemming met de hardheid van het water in het gebied waarin de wasautomaat wordt gebruikt. Schuif de markering zijwaarts in de gewenste positie.
Pagina 7
WASMIDDEL EN NABEHANDELINGSPRODUCTEN
DE WASMIDDELLADE VULLEN MET WASMIDDEL EN NABEHANDELINGSPRODUCTEN
Afhankelijk van het model kan de wasmiddellade 3 of 5 vakjes hebben.
- 1. Trek de wasmiddellade naar buiten.
- 2. Doe het wasmiddel in de lade.
- Programma's met voor- en hoofdwas.
- Hoofdwasprogramma zonder voorwas. Als een vloeibaar wasmiddel wordt gebruikt, verwijder dan het gekleurde doseringshulpmiddel uit de wasmiddellade en zet het in het vakje . De verdeling op het doseringshulpmiddel geeft de juiste dosering aan.
- Voeg wasverzachter en stijfsel toe, hooguit tot aan het “max” niveau (model met drie vakjes) of hooguit tot aan het “100 ml” niveau (model met vier vakjes).
- Voeg bleekmiddel toe (indien model geschikt is voor dit gebruik) (tot aan het “max” niveau).
- Vlekkenmiddel.
- Waterontharder (waterhardheidscategorie 4).
- Stijfsel.
Doe het stijfsel, in vloeibare of poederform, in een bakje en verdun het met ongeveer 1 liter water.
Vul de wasmachine met wasgoed, sluit de deur, kies en start het programma “Spoelen + Centrifugeren”. Gie, nadat het water in de wasmachine is gestroomd, het verdunde stijfsel in bakje . Giet daarna ongeveer een halve liter water in het bakje om het te reinigen.
- 3. Doe de wasmiddellade weer goed dicht.
Opmerkingen:
- Om bij zeer geconcentreerde wasmiddelen in poedervorm een onjuiste dosering te voorkomen, wordt aanbevolen de in de handel verkrijgbare doseringshulpmiddelen te gebruiken en het wasmiddel rechtstreeks in de trommel te doen (alleen voor programma’s zonder voorwas).
- Bij programma's met voorwas kan voor deze extra functie een vloeibaar wasmiddel worden gebruikt.
Voor het hoofdwasprogramma mag in dit geval alleen een waspoeder worden gebruikt.
- Bij het gebruik van geconcentreerde wasverzachters, dient u water toe te voegen in de wasmiddellade, hooguit tot aan het “max” niveau (3 vakjes) of hooguit tot aan het niveau “100 ml” (4 vakjes).
Wasmiddellade met 3 vakjes
Wasmiddellade met 4 vakjes
VERVEN EN BLEKEN
Verven: in de handel verkrijgbare producten zijn gewoonlijk samengesteld uit een kleurmiddel, een fixatiemiddel en zout. Doe het kleurmiddel, het fixatiemiddel en vervolgens het zout rechtstreeks in de lege trommel.
Vul de trommel pas daarna met wasgoed.
- Gebruik alleen producten die geschikt zijn voor wasautomaten.
- Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant.
- Na het verven kunnen de plastic en rubber delen van de wasmachine gekleurd zijn.
Pagina 8
HET KIEZEN VAN HET PROGRAMMA / START VAN HET PROGRAMMA
HET KIEZEN VAN HET PROGRAMMA
(Zie ook de aparte programma- en verbruikstabel)
- 1. Open de waterkraan.
- 2. Draai de programmakeuzeknop op het gewenste programma.
Het functioneringslampje gaat branden, wat aangeeft dat de wasautomaat is ingeschakeld 1. .
- 3. Draai de thermostaatknop op de gewenste temperatuur 2. .
- 4. Zet de keuzeknop voor de centrifugeersnelheid op de gewenste snelheid 3. .
Opmerkingen:
- 1. Indien de stand (“Niet Centrifugeren”) is gekozen
- wordt er niet gecentrifugeerd tijdens de programma's voor “Wol” en “Tere weefsels”;
- maar wordt er met een lagere snelheid en met tussenpozen tussen de spoelbeurten gecentrifugeerd in de programma's “Katoen” en “Synthetische Weefsels” om een goede spoeling te verzekeren. Aan het einde van het programma is er één korte centrifugeerperiode.
- 2. Aan ieder programma wordt automatisch een maximale centrifugeersnelheid toegekend.
| Programma | Max. centrifugeersnelheid in toeren per min. (afhankelijk van het model) 1200 1100 1000 900 800 600 | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen Synthethische weefsels Tere weefsels Wol Spoelen + Centrifugeren Centrifugeren op lage snelheid | 1200 900* 900* 900* 1200 900* | 1100 | 1000 | 900 | 800 | 600 600 600 600 600 600 |
| 900* | 900* | 900 | 800 | |||
| 900* | 900* | 900 | 800 | |||
| 900* | 900* | 900 | 800 | |||
| 1100 | 1000 | 900 | 800 | |||
| 900* | 900* | 900 | 800 | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
* Ter bescherming van het wasgoed is de werkelijke centrifugeersnelheid beperkt tot 900 toeren per min.
- 5. Stel eventueel de benodigde extra functies in (zie het volgende hoofdstuk).
- 6. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
Pagina 9
HET KIEZEN VAN DE EXTRA FUNCTIES
(Afhankelijk van het model, zie ook de aparte programmatabel).
Voorwas
- Wij raden deze functie alleen aan in het geval van zeer vuil wasgoed (bijv. zand, hardnekkig vuil).
- Programma's met voorwas duren ongeveer 15 minuten langer.
Spoelstop
- Het wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggen zonder gecentrifugeerd te worden, om kreukvorming en kleurverlies te voorkomen.
- Met name geschikt voor de programma's “Wol”, “Synthetisch” of “Teer” wasgoed, wanneer het wasgoed niet meteen na afloop van het wasprogramma uit de wasmachine wordt gehaald.
- Om de keuzefunctie “Spoelstop” te beeindigen:
de toets voor de “Spoelstop” nogmaals indrukken: de wasmachine voert automatisch het centrifugeerprogramma uit dat geschikt is voor het ingestelde wasprogramma.
Intensief spoelen
- Het wasgoed wordt langer gespoeld, en met meer water, zodat het grondiger wordt uitgespoeld.
- Deze functie is met name geschikt in gebieden met zeer zacht water, voor babywasgoed en wasgoed van personen met allergieën.
Snel /
- Deze mogelijkheid kan gekozen worden voor snelle en zuinige wasprogramma's.
- Met name geschikt voor een kleinere belading van de trommel, met licht vervuild wasgoed.
Halve belading
- Vermindert het waterverbruik in alle programma's, met name in de spoelfase.
- Met name geschikt voor weinig vervuild wasgoed en voor kleinere beladingen van de trommel (in dit geval ook de hoeveelheid wasmiddel verminderen).
Bespaartoets
- Het wasprogramma duurt langer en wordt uitgevoerd bij een lagere temperatuur. Dit levert een besparing van energie op (ongeveer 30%), terwijl men toch goede wasresultaten behaalt.
Pagina 10
WIJZER VAN DE PROGRAMMAFASEN
De indicator van de programmafasen geeft aan welk wasprogramma er wordt uitgevoerd.
Groene zone: Hoofdwas.
Zwartgestreepte zone: Spoelen. Zwarte zone: Centrifugeren. “Stop”: Einde programma.
HET BLOKKEREN VAN DE DEUR / EINDE VAN HET PROGRAMMA
HET BLOKKEREN VAN DE DEUR
Nadat het programma is gestart, wordt de deur automatisch geblokkeerd tot aan het einde van het programma.
Belangrijk: Tijdens de eerste 15 minuten na het starten van de programma's “Katoen” en “Synthetische weefsels” (zonder voorwas) is het mogelijk de deur te openen om ander wasgoed toe te voegen. Dit is niet mogelijk als de extra functie “Snel” is gekozen.
Als de programmakeuzeknop op “0” staat of de stroomtoevoer onderbroken wordt, wordt de deur na ongeveer 2 minuten ontgrendeld.
AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA
- 1. Het programma is beëindigd wanneer de indicator van de programmafasen op “Stop” stilstaat. Pas daarna wordt de deur ontgrendeld.
- 2. Draai de programmakeuzeknop op “0”. Het functioneringslampje gaat uit.
- 3. Schakel de gekozen extra functies uit door op de betreffende toets te drukken.
- 4. Open de deur en haal het wasgoed uit de trommel.
- 5. Draai de waterkraan open.
Opmerking: laat de deur halfopen, zodat de trommel kan drogen.
WIJZIGEN / ONDERBREKEN VAN HET PROGRAMMA
WIJZIGEN VAN EEN REEDS GEKOZEN PROGRAMMA
- a. EEN NIEUW PROGRAMMA OF EEN NIEUWE TEMPERATUUR INSTELLEN EN HET PROGRAMMA VOORTZETTEN
- 1. Stel een nieuw programma en eventueel een nieuwe temperatuur in.
- 2. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
Het nieuwe programma start vanaf hetzelfde punt waarop het eerder gekozen programma is onderbroken.
- b. HET PROGRAMMA AFBREKEN EN EEN NIEUW PROGRAMMA STARTEN
Bij het starten van het nieuwe programma hoeft er geen wasmiddel te worden toegevoegd, omdat de wasmachine weinig water afvoert wanneer een programma afgebroken wordt.
- 1. Houd de “Start”-toets ongeveer vijf seconden ingedrukt of totdat u duidelijk hoort dat het programma wordt voortgezet.
- 2. Wacht tot de fase-indicator van het programma op “Stop” is teruggekeerd.
- 3. Zet de programmakeuzeknop op “0”.
- 4. Zet de programmakeuzeknop op het nieuwe programma, stel de nieuwe temperatuur en eventueel nieuwe extra functies in.
- 5. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
EEN PROGRAMMA AFBREKEN - PAUZE
Indien een ingeschakeld programma voor een bepaalde tijd onderbroken moet worden, en vervolgens weer moet worden hervat:
- 1. Zet de programmakeuzeknop op “0”.
- 2. Stel het programma weer in wanneer u het programma wilt hervatten.
- 3. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
Het programma wordt voortgezet.
HET VOORTIJDIG AFBREKEN VAN HET PROGRAMMA / POMPEN
Een programma voortijdig afbreken en het water afvoeren:
- 1. Zet de programmakeuzeknop op “B” (Op lage snelheid centrifugeren).
- 2. Zet de keuzeknop van de centrifugeersnelheid op (Niet spoelen).
- 3. Houd de “Start”-toets ongeveer een seconde ingedrukt.
Het water wordt afgevoerd.
Open de deur pas als de indicator van de programmafasen op “Stop” staat.
Pagina 11
HET VERWIJDEREN VAN HET FILTER VOOR VREEMDE VOORWERPEN / HET AFVOEREN VAN RESTWATER
WANNEER MOET U HET FILTER VOOR VREEMDE VOORWERPEN VERWIJDEREN?
- Controleer het filter regelmatig, minstens twee of drie keer per jaar, op vreemde voorwerpen en maak het schoon als dat nodig is.
- Wanneer de wasmachine het water niet regelmatig afvoert of niet centrifugeert.
- Wanneer de pomp verstopt is door een vreemd voorwerp (knopen, muntstukken, veiligheidsspelden etc.).
BELANGRIJK: alvorens het water uit de machine te laten weglopen, dient u zich ervan te verzekeren dat het is afgekoeld.
HET VERWIJDEREN VAN HET FILTER VOOR VREEMDE VOORWERPEN
- 1. Schakel de wasautomaat uit (zet de programmakeuzeknop op “0”).
- 2. Open het deurtje van het filter voor vreemde voorwerpen met behulp van het gekleurde doseringshulpmiddel dat in de wasmiddellade zit.
- 3. Zet een bak onder het filter.
- 4. Draai de handgreep van het filter langzaam tegen de wijzers van de klok in verticale positie, zonder het naar buiten te trekken.
- 5. Wacht tot al het water in de bak gestroomd is.
- 6. Schroef het filter helemaal los en neem het weg.
- 7. Verwijder eventuele vreemde voorwerpen uit het filter.
- 8. Controleer of de rotor van de pomp weer goed kan bewegen.
- 9. Breng het filter weer aan en draai het zo ver mogelijk met de wijzers van de klok mee (handgreep in horizontale positie).
- 10. Sluit het deksel.
- 11. Doe 0,5 l water in de wasmiddellade om het “Eco”-systeem weer in te schakelen.
- 12. Stel het programma in en houd de “Start”- toets ongeveer een seconde ingedrukt.
WANNEER MOET HET RESTWATER WORDEN AFGEVOERD?
- Wanneer u de wasmachine wilt transporteren.
- In een ruimte waar de temperatuur onder het vriespunt kan zakken. In dit geval is het raadzaam het restwater na iedere wasbeurt uit de machine te verwijderen.
HET AFVOEREN VAN RESTWATER
De afvoerslang van het restwater (indien aanwezig) bevindt zich in de basis van de
machine. Als de wasautomaat niet met een afvoerslang is uitgerust, moet voor de afvoer van het restwater het filter voor vreemde voorwerpen verwijderd worden. Zie “Het verwijderen van het filter voor vreemde voorwerpen”.
- 1. Trek het deksel omhoog, door licht met een vinger van beneden naar boven te drukken.
- 2. Trek de afvoerslang langzaam ongeveer 15 cm naar buiten.
Verwijder de sluiting.
- 3. Laat het water weglopen in een lage bak, totdat de machine helemaal leeg is.
Sluit hierna de afvoerslangen breng hem weer in de oorspronkelijke positie.
- 4. Giet, wanneer u de wasmachine vervolgens weer gebruikt, ongeveer 1 liter water in de wasmiddellade om het “Eco”-systeem te activeren.
Pagina 12
2 ONDERHOUD EN REINIGING
BEHUIZING EN BEDIENINGSPANEEL
- Gebruik gewone, voor de huishouding gebruikte reinigingsmiddelen (gebruik geen schuurmiddelen).
- Maak de oppervlakken droog met een zachte doek.
WASMIDDELLADE
- 1. Maak de lade los en trek hem naar buiten; druk hiervoor zachtjes op de hendel in het voorwasvakje.
- 2. Haal de sifons weg (sifon van het vakje voor de wasverzachter en het gekleurde doseringshulpmiddel voor vloeibaar wasmiddel).
- 3. Spoel onder stromend water schoon.
- 4. Plaats de sifons en duw ze vast; zet de wasmiddellade terug.
DEURMANCHET
- Maak het zo nodig schoon met een vochtige doek.
- Controleer regelmatig de toestand van het manchet.
FILTERS VOOR DE AANSLUITING OP DE WATERLEIDING
- Controleer het filter regelmatig en maak het schoon.
Voor wasmachines met een rechte watertoevoerslang (zie afbeelding):
- 1. Draai de waterkraan dicht.
- 2. Schroef de watertoevoerslang van de kraan.
- 3. Verwijder het filter en maak het schoon.
- 4. Plaats het filter terug en schroef de toevoerslang op de waterkraan.
Rechte water-
- 5. Schroef de toevoerslang los van de wasmachine.
- 6. Haal het filter met een tang uit de wasmachine-aansluiting en maak het schoon.
toevoerslang
- 7. Zet het filter terug en schroef de toevoerslang weer vast.
- 8. Open de waterkraan en controleer of de verbindingen niet lekken.
Voor wasmachines met een Waterstop-slang (zie afbeelding):
- 1. Draai de waterkraan dicht.
- 2. Schroef de Waterstop-slang van de kraan.
- 3. Verwijder alleen het uittrekbare filter en maak het schoon.
- 4. Zet het filter weer terug en schroef de waterstopslang vast op de waterkraan.
Waterstop-
- 5. Open de waterkraan en controleer of de verbindingen niet lekken.
slang
FILTER VOOR VREEMDE VOORWERPEN
- Controleer het filter regelmatig, minstens twee of drie keer per jaar, op vreemde voorwerpen en maak het schoon als dat nodig is (zie “Het verwijderen van het filter voor vreemde voorwerpen”).
KINDERBEVEILIGING
Draai, om te voorkomen dat de wasautomaat op een onjuiste manier wordt gebruikt, de plastic schroef aan de binnenzijde van de deur met de dikke afgeronde hoek van het gekleurde inzetstuk dat in de wasmiddellade zit of gebruik hiervoor een muntstuk.
- 1. Als de gleuf verticaal is: de deur kan niet worden gesloten.
- 2. Als de gleuf horizontaal is: de deur kan worden gesloten.
Pagina 13: zie Storingen hierboven.
Pagina 14: zie hierboven.
Pagina 15: zie hierboven.
Pagina 16: zie hierboven.
Pagina 17: zie hierboven.
Pagina 18: zie hierboven.