naslaan.comZoekenAlle merken

Whirlpool TDLR 70210, tekst van de handleiding

Wasmachine · Whirlpool · 9 pagina's in het Nederlands · pdf: 32 pagina's, 5,8 MB

Handleiding openen (pdf) Bron: docs.emeaappliance-docs.eu

Storingen op pagina 27

Pagina 27

Klepafdichting

  • Controleer de conditie van de klepafdichting regelmatig en reinig deze van tijd tot tijd met een vochtige doek.

Watertoevoerslang(en)

  • Controleer de watertoevoerslang regelmatig op barsten of scheuren. Vervang deze zondig.

Filter

Gebruik geen brandbare vloeistoffen voor het reinigen van het apparaat.

Voorwerpen terughalen die tussen de trommel en de kuip gevallen zijn

Als er per ongeluk een voorwerp tussen de trommel en de kuip valt, kunt u dit eruithalen dankzij de verwi-jderbare trommelbladen:

  • 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
  • 2. Haal het wasgoed uit de trommel.
  • 3. Sluit de trommelkleppen en draai de trommel een halve slag (afbeelding 25).
  • 4. Druk op het plastic uiteinde met behulp van een schroevendraaier, terwijl u het blad van links naar rechts schuift (afbeelding 26, 27).
  • 5. Het blad valt in de trommel.
  • 6. Open de trommel: u kunt het voorwerp door de opening in de trommel eruithalen.
  • 7. Plaats het blad terug in de trommel: plaats het plastic uiteinde boven de opening aan de rechterkant van de trommel (afbeelding 28).
  • 8. Schuif vervolgens het plastic blad van rechts naar links tot het klemt.
  • 9. Sluit de trommelkleppen opnieuw, draai de trommel een halve slag en controleer de plaatsing van het blad bij alle ankerpunten.
  • 10. Steek de stekker weer in het stopcontact.

RESTVOCHT VAN HET WASGOED NA HET CENTRIFUGEREN

Het vochtgehalte van het wasgoed na het centrifugeren is vooral afhankelijk van het type weefsel, het geselecteerde programma en de snelheid van centrifugeren. Het laagste niveau van vochtigheid kan worden bereikt door het selecteren van het wasprogramma volgens het energielabel bij de maximale snelheid van centrifugeren. Dit programma wordt in de afzonderlijke tabel van programma’s vermeld als “Referentieprogramma voor het energielabel”. Hieronder kunt u een overzicht vinden van restvochtigheid (%) in verband met verschillende draaiefficiëntieklassen:

DraaiefficiëntieklasseRestvochtigheid in %
A (= het meest effectief)minder dan 45
B45 of meer, maar minder dan 54
C54 of meer, maar minder dan 63
D63 of meer, maar minder dan 72
E72 of meer, maar minder dan 81

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)

TRANSPORT EN BEHANDELING (afbeelding 29)

  • 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
  • 2. Draai de kraan dicht.
  • 3. Maak de toevoer- en afvoerslangen los.
  • 4. Laat het restwater uit de wasmachine en de slangen wegstromen (zie “Reinigen van het filter/

Afvoeren van restwater”). Wacht tot het water afgekoeld is om ongelukken te voorkomen.

  • 5. Om het verplaatsen van de wasmachine te vergemakkelijken trekt u de hendel onderaan op de voorkant van de machine (indien aanwezig op

uw model) met de hand een beetje naar buiten, en duwt u deze verder met uw voet tot hij niet verder kan. Duw de hendel na het verplaatsen terug in de oorspronkelijke positie.

  • 6. Bevestig de transportsteun opnieuw voor het vervoeren.
  • 7. Vervoer de wasmachine in rechtopstaande positie.

BELANGRIJK: gebruik de wasmachine niet wanneer de hendel uitgetrokken is.

KLANTENSERVICE

Voordat u contact opneemt met de klantenservice:

  • 1. Probeer of u de storing zelf kunt verhelpen (zie “Het oplossen van problemen”).
  • 2. Start het programma opnieuw om te controleren of de storing verholpen is.
  • 3. Als de machine nog steeds niet goed werkt, bel dan de klantenservice.

Vermeld het volgende:

  • De aard van de storing.
  • Het exacte model van de wasmachine.
  • Het servicenummer (achter het woord SERVICE).

De servicesticker bevindt zich achter het deurtje van het filter of aan de achterkant van de machine

  • Uw volledige adres.
  • Uw telefoonnummer. Neem bij voorkeur contact op met de Klantenservice van de leverancier bij wie u de wasmachine gekocht heeft.

Fabrikant:

Whirlpool Europe s.r.l. Viale Guido Borghi 27 21025 Comerio (VA) Italy

Pagina 28

HET OPLOSSEN VAN PROBLEMEN

Deze wasmachine is uitgerust met automatische veiligheidssystemen die storingen in het beginstadium herkennen en signaleren, zodat u daar op een geschikte manier op kunt reageren. Deze storingen zijn doorgaans zo klein dat ze binnen enkele minuten verholpen kunnen worden.

ProbleemOorzaken - Oplossingen - Tips
De wasmachine start niet, er branden geen controlelampjes• De stekker zit niet goed in het stopcontact.
• Het stopcontact of de zekering werken niet goed (sluit een tafellamp of iets dergelijks aan om dit te testen).
• De wasmachine schakelt automatisch voor het begin of na het einde van het programma vanwege het sparen van energie uit. Wilt u de wasmachine inschakelen, draai dan eerst het programmaschakelaar in de positie „Off/O“ (uit) en daarna weer in de positie van het gewenste programma.
De wasmachine start niet, hoewel “Start(Pauze)” is ingedrukt• De klep zit niet goed dicht.
• De functie “Kinderslot” is geactiveerd (indien aanwezig op uw model). Om de toetsen te ontgrendelen moeten de temperatuur- en de centrifugeersnelheidknop tegelijkertijd minstens 3 seconden ingedrukt worden gehouden. Het sleutelsymbool op het display verdwijnt en hetprogramma kan gestart worden.
De wasmachine stopt tijdens het programma, en het “Start(Pauze)” - lampje knippert• De “Spoelstop”-optie is geactiveerd (indien aanwezig op uw model) - beëindig “Spoelstop” door op “Start(Pauze)” te drukken of door het programma “Afpompen” te selecteren en te starten.
• Het programma is veranderd - selecteer het gewenste programma opnieuw en druk op “Start(Pauze)”.
• Het programma is onderbroken en de klep is eventueel geopend - doe de klep dicht en start het programma opnieuw door op “Start(Pauze)” te drukken.
• Het veiligheidssysteem van de wasmachine is geactiveerd (zie “Beschrijving van de controlelampjes die een storing aanduiden”).
• De waterkraan is niet open of er zit een knik in de watertoevoerslang (de melding “Waterkraan dicht” licht op).
Het wasmiddelbakje bevat resten wasmiddel en/of nabehandelingsproducten op het eind van de wasbeurt• Het wasmiddelbakje is niet goed geïnstalleerd, of is verstopt (zie “Onderhoud en reiniging”).
• Het filter in de watertoevoerslang is verstopt (zie “Onderhoud en reiniging”).
De wasmachine trilt tijdens het centrifugeren• De wasmachine staat niet waterpas; de pootjes zijn niet goed afgesteld (zie “Installatie”).
• De transportsteun is niet verwijderd; voordat u de wasmachine gebruikt moet de transportsteun verwijderd worden.
Na afloop van het wasprogramma is het wasgoed niet of onvoldoende gecentrifugeerd• Onbalans tijdens het centrifugeren stopt het centrifugeren om de wasmachine tegen de beschadiging te beschermen (zie “Onbalans bij het centrifugeren”).
• Sterke schuimvorming kan het centrifugeren blokkeren; selecteer en start het “Spoelen en centrifugeren”-programma. Doe niet te veel wasmiddel in de wasmachine (zie “Wasmiddel en nabehandelingsproducten”).
• De knop “Centrifugeersnelheid” is ingesteld op een lage centrifugeersnelheid.
“Onbalans bij het centrifugeren” Controlelampje “Centrifugeren/Leegmaken” of snelheid/toerental of het controlelampje van de snelheid van het centrifugeren knippert op de display, wanneer het wasprogramma klaar is (afhankelijk van het model). Het wasgoed blijft nat.Onbalans van de lading van de wasmachine tijdens het centrifugeren stopt het centrifugeren om de wasmachine tegen de beschadiging te beschermen. Om deze reden is het wasgoed nat. Mogelijke oorzaken van onbalans: kleine hoeveelheid wasgoed (slechts een paar vrij grote of sterk zuigende stukken wasgoed, bijvoorbeeld handdoeken) of grote/zware stukken wasgoed.
• Indien mogelijk, kleine hoeveelheden wasgoed niet wassen.
• Bij het wassen van grote of zware stukken wasgoed raden wij aan om de stukken van verschillende afmetingen toe te voegen.
Als het natte wasgoed centrifugeert dient te worden, eerst het wasgoed van verschillende afmetingen toevoegen en daarna het programma “Spoelen en centrifugeren” kiezen en starten.
De programmaduur is aanzienlijk langer of korter dan aangegeven in de “programmatabel” of op het display (indien aanwezig)Dit is een normale eigenschap van de wasmachine om zich aan factoren aan te passen waar de tijdsduur van het wasprogramma invloed op kan hebben, b.v. sterke schuimvorming, belading uit balans vanwege enkele zware stukken wasgoed, langere verwarmingstijd vanwege een lagere temperatuur van het toevoerwater etc. Bovendien past het detectiesysteem van de wasmachine de programmaduur aan de grootte van de belading aan. Door deze factoren wordt de programmatijd opnieuw berekend en, indien nodig, aangepast; tijdens een dergelijke update-periode verschijnt er een animatie op het tijdsdisplay
(indien aanwezig). Bij kleine beladingen kan de programmatijd die aangegeven staat in de “programmatabel” 50% korter worden.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)

Pagina 29

Beschrijving van storingsindicaties

Storing indicatie gaat brandenIndicatie op display (indien aanwezig)Beschrijving - Oorzaken - Oplossingen
“Assistentie”“bdd”
(als uw wasmachine geen display heeft: alle lampjes van de programmafasewijzer branden)
De wasmachine stopt tijdens het programma.
“Trommelkleppen open” (de trommelkleppen zijn niet goed gesloten). Houd de “Reset”-knop minstens 3 seconden ingedrukt en wacht tot “Deur open” gaat branden. Open de klep en sluit de kleppen van de trommel, en selecteer en start het gewenste programma opnieuw. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de Klantenservice.
van “F02” tot en met “F35” (behalve “F09”)“Storing elektrische module”
Selecteer en start het programma “Afpompen” of druk minstens 3 seconden lang op de “Reset”-knop.
“F09”“Waterpeil te hoog” (na het annuleren van een programma of foutieve werking). Schakel het apparaat uit en zet het weer aan, selecteer het programma “Afpompen” en start binnen 15 sec.
“FA”“Storing waterstop” Zet het apparaat uit, trek de stekker uit het stopcontact en draai de kraan dicht. Kantel het apparaat voorzichtig voorover om het verzamelde water uit de onderkant weg te laten stromen. Vervolgens:
• Steek de stekker weer in het stopcontact.
• Draai de waterkraan open (als het water onmiddellijk in de wasmachine stroomt, zonder dat deze aangezet is, is er sprake van een storing; draai de kraan dicht en neem contact op met de Klantenservice).
• Selecteer en start het gewenste programma opnieuw.
“Fod”“Te veel schuim”
Te sterke schuimvorming heeft het wasprogramma onderbroken.
• Selecteer en start het programma “Spoelen & Centrifugeren”.
• Selecteer daarna het gewenste programma opnieuw en start het, en gebruik minder wasmiddel.
Als de storing aanhoudt, trek dan de stekker uit het stopcontact, draai de kraan dicht en neem contact op met onze Klantenservice.
“Waterkraan dicht”Er wordt geen of onvoldoende water toegevoerd. Het “Start(Pauze)”-lampje knippert.
• De waterkraan helemaal open is en de watertoevoerdruk hoog genoeg is.
• Er knikken in de watertoevoerslang zitten.
• Het filter in de watertoevoerslang verstopt is (zie “Onderhoud en reiniging”).
• De waterslang bevroren is.
• Het inspectievenster van de veiligheidsklep van uw watertoevoerslang is rood (als uw machine tenminste een watertoevoerslang heeft zoals weergegeven op foto 22 - zie het vorige hoofdstuk “Onderhoud en reiniging”); vervang de slang door een nieuw exemplaar via de klantenservice of uw speciaalzaak.
Nadat het probleem verholpen is, start u het programma opnieuw door op “Start(Pauze)” te drukken. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.
“Reinig pomp”Het afvalwater wordt niet afgepompt. De wasmachine stopt in de correspon-derende programmastap; haal de stekker uit het stopcontact en controleer of:
• Er knikken in de afvoerslang zitten.
• Het filter of de pomp verstopt is (zie hoofdstuk “Reinigen van het filter/ Afvoeren van restwater”; laat het water afkoelen voordat u het afvoert uit het apparaat.
• De afvoerslang bevroren is.
Nadat het probleem verholpen is, selecteert en start u het programma “Afpompen” of drukt u minstens 3 seconden op de “Reset”-knop; start daarna het gewenste programma opnieuw. Als de storing aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)

Als uw wasmachine geen tijdsdisplay heeft, controleer dan welke van de eerder beschreven situaties de oorzaak van de storing zou kunnen zijn, en volg de bijbehorende instructies.

Pagina's 1–20: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.

Pagina 21

GEBRUIKSOMSCHRIJVING

Deze wasmachine is bestemd alleen voor het wassen • Bewaar deze gebruiksaanwijzing en de en centrifugeren van het wasgoed in een hoeveelheid programmatabel; als u de wasmachine aan iemand die gebruikelijk in een huishouden is. anders doorverkoopt, geef hem of haar dan ook de

ALGEMENE VOORZORGSMAATREGELEN EN ADVIEZEN

1. Veiligheidsvoorschriften uitsluitend worden vervangen door

• De wasmachine is alleen geschikt een gekwalificeerde elektricien. voor gebruik binnenshuis. être remplacé que par un

vloeistoffen in de buurt van het • Zet de wasmachine altijd uit apparaat. en haal altijd de stekker uit

• Kinderen moeten onder toezicht reinigingswerkzaamheden uitvoert. staan om er zeker van te zijn dat ze 2. Verpakking

niet met het apparaat spelen. • Het verpakkingsmateriaal is 100% recyclebaar Kinderen jonger dan 3 jaar zouden en draagt het recyclingsymbool . Voor de

genoeg afstand hebben van de worden nageleefd.

wasmachine als zij niet onder 3. De verpakking en oude apparaten als permanent toezicht zijn. afval verwerken

beperkte fysieke, zintuiglijke of • Door ervoor te zorgen dat dit product naar behoren psychische mogelijkheden en wordt afgevoerd, helpt u te voorkomen dat het mogelijke negatieve consequenties heeft voor het de personen met onvoldoende milieu en de menselijke gezondheid, die zouden ervaringen of kennis, bediend kunnen worden veroorzaakt door onjuiste afvoer als afval van dit product.

worden op voorwaarde, dat • Het symbool op het product, of op de ze onder toezicht zijn of documenten die bij het product geleverd worden, geeft aan dat dit apparaat niet mag worden waren onderricht door een behandeld als huishoudelijk afval. In plaats verantwoordelijke persoon over een daarvan moet het worden afgegeven bij het desbetreffende verzamelpunt voor recycling veilig gebruik van een wasmachine van elektrische en elektronische apparaten. De

en dat ze begrijpen, dat er afvoer moet geschieden in overeenstemming

met de plaatselijke milieuvoorschriften inzake mogelijke gevaren uit het gebruik afvalver-werking. Voor nadere informatie over kunnen voortvloeien. Kinderen de behandeling, herwinning en recycling van dit product, wordt u verzocht contact op te nemen met mogen niet met de wasmachine het plaatselijke stadskantoor, uw afvalophaaldienst spelen. Zorg en onderhoud van de of de winkel waar u het product heeft aangeschaft.

• nodig kan het netsnoer vervangen

service. Het netsnoer mag de kraan dicht.

Pagina 22

5. EG-conformiteitsverklaring

De producent is niet vertantwoordelijk voor eventuele beschadiging van het wasgoed veroorzaakt door ongeschikt of onjuist gerbruik zonder de instructies m.b.t. de behandeling van het wasgoed te volgen die aan de labels van de kleding of het wasgoed zijn aangegev.

VOORDAT U DE WASMACHINE IN GEBRUIK NEEMT

1. Verpakking verwijderen en controleren

2. Verwijderen van de transportsteun

Voordat u de wasmachine gebruikt moet u de transportsteun verwijderen (zie

“Installatie”/“Verwijderen van de transportsteun”).

3. Installeren van de wasmachine

4. Watertoevoer

5. Afvoerslang

6. Elektrische aansluiting

Geschatte afmetingen: Breedte: 400 mm Hoogte: 900 mm Diepte: 600 mm

Pagina 23

BESCHRIJVING VAN DE WASMACHINE (afbeelding 1)

INSTALLATIE

Verwijderen van de transportsteun

De wasmachine is uitgerust met een transportsteun om schade tijdens het vervoer te voorkomen.

BELANGRIJK: Voordat u de wasmachine in gebruik neemt, MOET de transportsteun verwijderd worden.

Opmerking: vergeet niet de vier buitenste schroeven terug te plaatsen en vast te draaien.

Afstellen van de pootjes (afbeelding 5, 6)

Installeer de wasmachine op een vlakke ondergrond, dichtbij de aansluitingen van elektriciteit, water en afvoer.

Als de vloer oneffen is, moeten de pootjes worden bijgesteld (leg geen stukken hout, karton enz. onder de pootjes):

Controleer of de pootjes stevig op de vloer rusten en controleer of de wasmachine exact horizontaal staat (gebruik hiervoor een waterpas).

De wasmachine kan geïnstalleerd worden in een ruimte van 40 cm breed en 63 cm diep.

Opmerking: als u de machine op een dik tapijt installeert, stel de pootjes dan zodanig bij dat er voldoende ruimte onder de machine is voor luchtcirculatie.

Aansluiten van de watertoevoerslang

(afbeelding 7)

langere slang voor de beperking van de watertoevoer nodig heeft, neemt u contact op met onze afdeling Klantenservice of met uw handelaar.

Waterstopsysteem tegen overstroming

(afbeelding 8) (indien aanwezig)

Aansluiten van de watertoevoerslang

(afbeelding 9)

Haak de afvoerslang los van de linkerklem, zie pijl “A” op de foto.

Belangrijk:

Maak de aansluiting van de afvoerslang NIET los van de rechterkant, zie pijl “B” op de foto. Anders ontstaat er een risico op lekkage en verbranding door heet water.

Verbind de uitlaatbuis vast aan de stankafsluiter of aan een andere uitlaat van de riolering.

Als het nodig is een verlengstuk te gebruiken, gebruik dan een slang van dezelfde maat en zet de aansluitpennen vast met klemmen.

Maximale lengte van de afvoerslang: 2,50 m.

Maximale afvoerhoogte: 100 cm.

Minimale afvoerhoogte: 55 cm.

Belangrijk:

Zorg ervoor dat er geen knikken in de afvoerslang zitten en neem maatregelen om te voorkomen dat de slang valt terwijl het apparaat werkt.

Pagina 24

VOOR HET EERSTE WASPROGRAMMA

Om eventueel restwater te verwijderen dat door de fabrikant is gebruikt om de machine te testen, raden wij u aan een kort wasprogramma zonder wasgoed uit te voeren.

wasmiddel (max. 1/3 van de door de producent aanbevolen hoeveelheid voor licht vervuild wasgoed).

VOORBEREIDING VAN HET WASGOED VOOR HET WASSEN

Het wasgoed sorteren

Katoen, gemengde weefsels, easy care/ synthetische weefsels, wol, textiel dat met de hand gewassen moet worden.

Scheid bonte en witte was. Gekleurd wasgoed de eerste keer apart wassen.

Was stukken van verschillende afmetingen samen voor betere wasresultaten en een optimale verdeling van de belading in de trommel.

Teer wasgoed apart wassen: gebruik een speciaal programma voor zuivere scheerwol , gordijnen en andere tere weefsels. Haal de ringen van de gordijnen of doe de gordijnen met ringen in een katoenen zak. Gebruik het speciale program ma voor de handwas. Was kleine stukken zoals kousen, riemen of stukken met haakjes (bijvoorbeeld bh’s) in speciale katoenen waszakken of in kussenslopen met ritssluiting.

Muntstukken, veiligheidsspelden en dergelijke kunnen het wasgoed, de trommel en de kuip beschadigen.

Doe ritssluitingen, knopen of haken dicht; knoop de uiteinden van ceintuurs bijeen.

Behandeling van vlekken

Verven en bleken

Wasgoed in de machine doen

- door het houder van de achterdeur van de trommel, het schuiven van de deurstop naar achter, in de pijlrichting en door het drukken van de voordeur naar binnen, totdat het sluitmechanisme niet loskomt (afbeelding 12).

- Als de wasmachine te vol wordt gestopt, wordt het wasgoed minder goed gewassen en kreukt het meer.

- Let erop dat het wasgoed niet uit de trommel hangt; als dit het geval is, duw het wasgoed dan omlaag in de trommel zodat er genoeg vrije ruimte is om de kleppen van de trommel goed te sluiten.

- Gebruik niet de kleppen om het wasgoed in de trommel te duwen.

- alle metalen haken moeten goed in de achterste klep gehaakt zijn - zie afbeelding 14.

- alle metalen haken moeten goed in de achterste klep gehaakt zijn, en de knop moet over de rand van de achterste klep vallen - zie afbeelding 15. - de stop van de voordeur moet een beetje over de rand van de achterdeur vooruit steken – zie afbeelding 16.

Controleer of er geen wasgoed tussen de kleppen zit, of tussen de kleppen en de trommel.

Pagina 25

WASMIDDEL EN NABEHANDELINGSPRODUCTEN

Bewaar wasmiddelen en nabehandelingsproducten op een droge plaats, buiten het bereik van kinderen.

Gebruik geen oplosmiddelen (b.v. terpen- tine, benzine). Was geen stoffen in de was- machine die behandeld zijn met oplosmid- delen of ontvlambare vloeistoffen.

Gebruik alleen wasmiddelen en nabehandelingsproducten die bedoeld zijn voor apparaten voor huishoudelijk gebruik. Volg de wassymbolen op het etiket op het wasgoed.

De keuze van het wasmiddel is afhankelijk van:

Type wasgoedSoort reinigingsmiddel
Wit bestendig wasgoed (koud water – 95 °C):effectief wasmiddel met bleekmiddel
Wit zacht wasgoed (koud water – 40 °C):mild wasmiddel met bleekmiddel en/of optische witmakers
Heldere/pastelkleuren (koud water – 60 °C):wasmiddel met bleekmiddel en/of optische witmakers
Intense kleuren (koud water – 60 °C):wasmiddel voor kleurig wasgoed zonder bleekmiddel/ optische witmakers
Zwart/donkere kleuren (koud water – 60 °C):speciale wasmiddelen voor zwart/donker wasgoed

Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)

Voor de was die speciale behandeling vereist (bijvoorbeeld wol of microvezels) raden wij aan om speciale beschikbare wasmiddelen, weekmakers en wasverzachters te gebruiken. Voor andere informatie zie www.cleanright.eu.

Gebruik geen vloeibaar wasmiddel voor de hoofdwas wanneer u de functie “Voorwas” heeft geactiveerd

Gebruik geen vloeibaar wasmiddel bij het selecteren van de functie “Uitgestelde start einde” (afhankelijk van het model).

Dosering

Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel. De dosering is afhankelijk van:

hieromtrent informatie bij het waterleidingbedrijf). Bij zacht water heeft u minder wasmiddel nodig dan bij hard water.

Opmerking:

Een te hoge dosering wasmiddel kan tot sterke schuimvorming leiden. Het wasgoed wordt hierdoor minder goed gewassen. Als de wasmachine te veel schuim detecteert, centrifugeert het apparaat mogelijk niet, of duurt het programma langer en wordt er meer water gebruikt (zie ook de opmerkingen over schuimvorming in het hoofdstuk “Het oplossen van problemen”). Bij te weinig wasmiddel wordt het wasgoed op den duur grauw, en ontstaan er afzettingen op het verwarmingselement, de trommel en de slangen.

Dosering van wasmiddelen en extra middelen (afbeelding 17)

Voorwascompartiment

Compartiment voor hoofdwas

Compartiment voor een wasverzachter

Chloorbleekmiddel gebruiken

Stijfsel gebruiken

Als u stijfselpoeder wilt gebruiken, gaat u als volgt te werk:

Pagina 26

REINIGEN VAN HET FILTER/AFVOEREN VAN RESTWATER

De wasmachine is uitgerust met een zelfreinigende pomp. Het filter houdt voorwerpen als knopen, munten, veiligheids-spelden etc. die in het wasgoed zijn achtergebleven vast.

Controleer en reinig het filter regelmatig, ten minste twee of drie keer per jaar.

Met name:

Het restwater moet ook afgevoerd worden voordat u de machine transporteert.

ONDERHOUD EN REINIGING

Altijd de stekker van de wasmachine voordat enig onderhoud.

Doseerbakje wasmiddel

Reinig het doseerbakje voor wasmiddel regelmatig, ten minste drie tot vier keer per jaar, om te voorkomen dat er wasmiddel aankoekt:

Opmerking: zorg ervoor dat het doseerbakje op de juiste manier wordt teruggeplaatst.

Filter van de watertoevoerslang Controleer en reinig het filter regelmatig (ten minste twee of drie keer per jaar).

Toevoerslang (slangen)

(afbeelding 22, 23 of 24, afhankelijk van het model)

Controleer de slang regelmatig op kreuken en scheuren. Indien de toevoerslang zichtbaar beschadigd is, vervang deze door een nieuwe slang van hetzelfde type. Dit kunt u bij de servicedienst of in een gespecialiseerde winkel kopen.

Als de watertoevoerslang van uw wasmachine overeenkomt met het model op afb. 22, controleer dan regelmatig het inspectievenster van de veiligheidsklep: (A) als dit rood is, dan is de waterstopfunctie van de slang ingeschakeld en moet de slang vervangen worden door een nieuw exemplaar. Een nieuwe slang is verkrijgbaar bij onze Klantenservice of bij uw speciaalzaak. Voor het losschroeven van de toevoerslang zoals afgebeeld op afb. 22 dient de ontgrendelingshendel (B) (indien beschikbaar) naar beneden ingedrukt worden.

Indien uw toevoerslang een doorzichtig oppervlak heeft (afb. 23), controleer regelmatig de kleur ervan. Indien de kleur van het doorzichtige oppervlak donker wordt, betekent het dat in de slang een scheur is en dat deze zou moeten worden vervangen. Neem contact op met een servicedienst of een deskundige technicus om uw slang te vervangen.

Behuizing en bedieningspaneel

Binnenste van het apparaat

Pagina 27: zie Storingen hierboven.

Pagina 28: zie hierboven.

Pagina 29: zie hierboven.

Inhoud

Meer handleidingen: Whirlpool wasmachine