Zanussi ZDI22003XA, tekst van de handleiding
Vaatwasser · Zanussi · 19 pagina's in het Nederlands · pdf: 40 pagina's, 0,7 MB
Storingen op pagina 31
Pagina 31
AANWIJZINGEN EN TIPS
ALGEMEEN
Volg de onderstaande tips om te zorgen voor optimale schoonmaak- en droogresultaten en ook het milieu te helpen beschermen.
- Het afwassen in de vaatwasser volgens de instructies in de gebruikershandleiding verbruikt meestal minder water en energie dan het afwassen met de hand.
- Laad de vaatwasser volledig in om water en energie te besparen. Voor de beste reinigingsresultaten plaatst u items in de korven volgens de instructies in de gebruikershandleiding en overbelast u de korven niet.
- Spoel de vaat niet eerst af. Het verhoogt het water- en energieverbruik. Kies indien nodig een programma met voorwasfase.
- Verwijder grotere voedselresten van de borden en lege bekers en glazen voordat u ze in het apparaat plaatst.
- Week kookgerei met stevig vastgekookt of vastgebakken voedsel of poets het lichtjes voordat u het in het apparaat wast.
- Zorg ervoor dat de vaat in de manden elkaar niet raakt of overlapt. Alleen dan kan het water de vaat volledig bereiken en wassen.
- U kunt apart vaatwasmiddel, glansmiddel en zout gebruiken of kiezen voor het gebruik van multitabletten (bijv. ''alles-in-1''). Volg de instructies op de verpakking.
- Kies een programma op basis van het type
lading en de mate van bevuiling. biedt het meest efficiënte gebruik van water en energieverbruik.
- Om kalkaanslag in het apparaat te voorkomen:
- Vul de zoutcontainer indien nodig bij.
- Gebruik de aanbevolen dosering van het wasmiddel en spoelglansmiddel.
- Controleer of het ingestelde stand van de waterontharder juist is voor de waterhardheid in uw omgeving.
- Volg de instructies in het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
DE WATERONTHARDER
De waterontharder verwijdert mineralen uit van de watertoevoer die een nadelige invloed hebben op de wasresultaten en het apparaat.
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen, des te harder is het water. De waterhardheid wordt gemeten in de volgende gelijkwaardige schalen. De waterontharder moet worden afgesteld op de hardheid van het water in uw woonplaats. Uw
waterleidingbedrijf kan u informeren over de hardheid van het water in uw woonplaats. Het is belangrijk om het correcte niveau voor de waterontharder in te stellen voor goede wasresultaten.
GEBRUIK VAN ZOUT, GLANSMIDDEL EN VAATWASMIDDEL
- Gebruik enkel zout, glansmiddel en vaatwasmiddel voor afwasautomaten. Overige producten kunnen het apparaat beschadigen.
- Maar in gebieden met hard en erg hard water raden we het gebruik aan van enkelvoudig vaatwasmiddel (poeder, gel, tabletten zonder extra middelen), met afzonderlijk glansmiddel en zout voor optimale reinigings- en droogresultaten.
- Draai het apparaat minstens eenmaal per maand met een apparaatreiniger die hier speciaal voor bestemd is.
- Vaatwasmiddeltabletten lossen bij korte programma's niet geheel op. Om te voorkomen dat vaatwasmiddelresten op het servies achterblijven, raden we u aan om tabletten enkel bij lange programma's te gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid wasmiddel.
Onvoldoende dosering van het wasmiddel kan leiden tot slechte reinigingsresultaten en hardwaterfilmen of vlekken op de voorwerpen.
Het gebruik van te veel wasmiddel met zacht of verzacht water resulteert in wasmiddelresten op de borden. Pas de hoeveelheid wasmiddel aan op basis van de waterhardheid. Zie de instructies van de vaatwasmiddelfabrikant.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid spoelglansmiddel. Onvoldoende dosering van spoelglansmiddel vermindert de droogresultaten. Het gebruik van te veel spoelglansmiddel resulteert in blauwachtige lagen op de items.
- Controleer of het wateronthardersniveau correct is. Als het niveau te hoog is, kan de verhoogde hoeveelheid zout in het water leiden tot roest op bestek.
WAT MOET U DOEN ALS U WILT STOPPEN MET HET GEBRUIK VAN MULTITABLETTEN
Doe het volgende voordat u begint met het gebruiken van apart wasmiddel, zout en glansmiddel.
- 1. Stel het hoogste niveau van de waterontharder in.
- 2. Zorg ervoor dat het zout- en het glansmiddeldoseerbakje gevuld zijn.
Pagina 32
- 3. Start het kortste programma met een spoelfase. Voeg geen afwasmiddel toe en ruim de mandjes niet in.
- 4. Als het programma is voltooid, wijzigt u de waterontharder in de waterhardheid van uw omgeving.
- 5. Stel de hoeveelheid glansmiddel in.
DE MANDJES INRUIMEN
- Gebruik altijd de hele ruimte van de mandjes.
- Gebruik het apparaat alleen om voorwerpen af te wassen die vaatwasbestendig zijn.
- Was in het apparaat geen items gemaakt van hout, hoorn, aluminium, tin en koper, omdat ze kunnen barsten, kromtrekken, verkleuren of putjes kunnen krijgen.
- Reinig geen voorwerpen in het apparaat die water kunnen absorberen (sponzen, keukenhanddoeken).
- Verwijder alle voedselresten van de voorwerpen.
- Maak aangebrande voedselresten op de voorwerpen zachter.
- Plaats holle voorwerpen (bijv. kopjes, glazen en pannen) met de opening naar beneden.
- Zorg dat serviesgoed en bestek niet in elkaar schuiven. Meng lepels met ander bestek.
- Zorg er voor dat glazen andere glazen niet aanraken.
- Leg kleine voorwerpen in de bestekmand.
- Leg lichte voorwerpen in het bovenrek. Zorg ervoor dat de voorwerpen niet verschuiven.
- Zorg er voor dat de sproeiarm vrij kan ronddraaien voordat u een programma start.
VOOR HET STARTEN VAN EEN PROGRAMMA
Zorg er, voordat u het gekozen programma start, voor dat:
- De filters schoon zijn en correct zijn geplaatst.
- De dop van het zoutreservoir goed dicht zit.
- De sproeiarmen niet zijn verstopt.
- Er regenereerzout en glansmiddel is toegevoegd (tenzij u gecombineerde afwastabletten gebruikt).
- De positie van de items in de mandjes correct is.
- Het programma geschikt is voor het type lading en de mate van bevuiling.
- De juiste hoeveelheid afwasmiddel is gebruikt.
DE REKKEN UITRUIMEN
- 1. Laat de borden afkoelen voordat u deze uit het apparaat neemt. Hete borden zijn gevoelig voor beschadigingen.
- 2. Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit.
Na voltooiing van het programma kan er zich aan de binnenkant van het apparaat nog water bevinden.
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
DE FILTERS REINIGEN
Vuile filters en verstopte sproeiarmen verminderen de wasresultaten.
Controleer regelmatig de filters en reinig deze zo nodig.
B
A
Pagina 33
C
- Zorg ervoor dat er geen etensresten of vuil in of rond de rand van de opvangbak zitten.
- Plaats de platte filter (C) terug. Zorg ervoor dat het goed onder de 2 geleidingen zit.
- Plaats de filters (A) en (B) terug.
- Plaats de filter (A) terug in de platte filter (C). Rechtsom draaien tot het vastzit.
Een onjuiste plaatsing van de filters kan leiden tot slechte wasresultaten en het apparaat beschadigen.
DE SPROEIARMEN REINIGEN
Probeer niet de sproeiarmen te verwijderen. Als etensresten de openingen in de sproeiarmen hebben verstopt, verwijder deze dan met een smal en puntig voorwerp.
BUITENKANT REINIGEN
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek.
- Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of oplosmiddelen.
DE BINNENKANT VAN DE MACHINE REINIGEN
- Reinig het apparaat zorgvuldig, inclusief de rubberen afdichting van de deur, met een zachte, vochtige doek.
- Als u regelmatig korte programma's gebruikt dan kunnen er vetresten en kalkaanslag achterblijven in het apparaat. Om dit te voorkomen raden we aan minstens 2 keer per maand progamma's met een lange duur te gebruiken.
- Om de prestaties van uw apparaat op en top te houden raden we u aan iedere maand een
specifiek schoonmaakproduct voor vaatwasmachines te gebruiken. Volg de instructies op de verpakking van de producten zorgvuldig op.
VERWIJDEREN VAN VREEMDE VOORWERPEN
Controleer de filters en de opvangbak na elk gebruik van de vaatwasser. Vreemde voorwerpen (bijv. stukken glas, plastic, botten of tandenstokers, enz.) verminderen de reinigingsprestaties en kunnen schade aan de afvoerpomp veroorzaken.
- 1. Demonteer het filtersysteem volgens de instructies in dit hoofdstuk.
- 2. Verwijder alle vreemde voorwerpen met de hand.
LET OP! Als u de voorwerpen niet kunt verwijderen, neem dan contact op met een erkend servicecentrum.
- 3. Monteer de filters opnieuw volgens de instructies in dit hoofdstuk.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Onjuiste reparatie van het apparaat kan een gevaar voor de veiligheid van de gebruiker vormen. Alle reparaties moeten worden uitgevoerd door bevoegd personeel.
Het merendeel van de problemen die ontstaan kunnen worden opgelost zonder contact op te nemen met een erkend servicecentrum.
Zie de onderstaande tabel voor informatie over mogelijke problemen.
Pagina 34
Bij enkele problemen knippert het toegewezen indicatielampje af en toe om een storing en de alarmcode aan te geven.
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| U kunt het apparaat niet activeren. | • Controleer of de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. |
| Het programma start niet. | • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Druk op de starttoets. • Als startuitstel is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot het einde van het aftellen. • Het apparaat herlaadt de hars uit de waterontharder. De duur van de procedure is ongeveer 5 minuten. |
| Het apparaat wordt niet gevuld met water. • Het indicatielampje knippert 1 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Zorg ervoor dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of het filter in de toevoerslang niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. |
| Het apparaat pompt geen water weg. • Het indicatielampje knippert 2 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of het binnenfiltersysteem niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. |
| Het beschermingssysteem tegen waterlekkage is aan. • Het indicatielampje knippert 3 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Draai de waterkraan dicht. • Zorg ervoor dat het apparaat correct geïnstalleerd is. • Zorg ervoor dat de korven zijn geladen volgens de instructies in de gebruikershandleiding. |
| Storing van de waterniveaudetectiesen-sor. • Het indicatielampje knippert 4 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Zorg dat de filters schoon zijn. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Storing van de waspomp of de afvoerpomp. • Het indicatielampje knippert 5 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
Pagina 35
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| De temperatuur van het water in het apparaat is te hoog of er is een storing in de temperatuursensor opgetreden. • Het indicatielampje knippert 6 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Zorg ervoor dat de temperatuur van het inlaatwater niet hoger is dan 60° C. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Technische storing van het apparaat. • Het indicatielampje knippert 12 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Het niveau van het water in het apparaat is te hoog. • Het indicatielampje knippert 15 keer met tussenpozen. • Het lampje van de startknop knippert constant. | • Schakel het apparaat uit en aan. • Zorg dat de filters schoon zijn. • Zorg ervoor dat de uitlaatslang op de juiste hoogte boven de vloer is geïnstalleerd. Raadpleeg de installatie-instructies. |
| Het apparaat stopt en start meerdere keren tijdens de werking. | • Dat is normaal. Het voorziet in optimale reinigingsresultaten en energiebesparing. |
| Het programma duurt te lang. | • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot het aftellen is voltooid. |
| Kleine lekkage uit de deur van het apparaat. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • De deur van het apparaat is niet gecentreerd op de kuip. Verstel de achterpoot (indien van toepassing). |
| De deur van het apparaat sluit moeilijk. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • Delen van het serviesgoed steken uit de korven. |
| Ratelende / kloppende geluiden vanuit het apparaat. | • Het serviesgoed is niet juist in de korven gerangschikt. Raadpleeg de folder voor het laden van de korven. • Zorg ervoor dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien. |
| Het apparaat maakt kortsluiting. | • De stroomsterkte is onvoldoende om alle tegelijk werkende apparaten van stroom te voorzien. Controleer de stroomsterkte van het stopcontact en het vermogen op de meter, of zet één van de in gebruik zijnde apparaten uit. • Interne elektrische storing van het apparaat. Neem contact op met een erkend servicecentrum. |
Pagina 36
Raadpleeg "Voor het eerste gebruik", "Dagelijks gebruik", or
"Hints en tips" voor andere mogelijke oorzaken.
Druk als u het apparaat gecontroleerd hebt op de startknop. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met onze klantenservice of een servicecentrum.
Voor alarmcodes die niet in de tabel vermeld zijn, neemt u contact op met de service-afdeling.
WAARSCHUWING! We raden u aan het apparaat niet te gebruiken, totdat het probleem volledig is opgelost. Haal de stekker uit het stopcontact en sluit het apparaat pas weer aan als u zeker weet dat het correct werkt.
DE WAS- EN DROOGRESULTATEN ZIJN NIET NAAR TEVREDENHEID
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Slechte wasresultaten. | • Raadpleeg "Dagelijks gebruik", "Aanwijzingen en tips" en de folder voor het laden van de korf. • Gebruik intensievere wasprogramma´s. • Maak de inspuiters van de sproeiarm en het filter schoon. Zie "Onderhoud en reiniging". |
| Slechte droogresultaten. | • Serviesgoed heeft te lang in het gesloten apparaat gestaan. • Het glansmiddel is op of de dosering van glansmiddel is niet voldoende. Stel de dosering van het glansmiddel in op een hogere stand. • Plastic voorwerpen moeten mogelijk met een doek worden afgedroogd. • Activeer voor de beste droogprestatie AirDry. • We raden aan altijd glansmiddel te gebruiken, zelfs in combinatie met wastabletten. |
| Witte strepen of een blauwe waas op glazen en serviesgoed. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansmiddel is te hoog. Zet de dosering van het glansmiddel op een lagere stand. • Er is te veel vaatwasmiddel gebruikt. |
| Vlekken en opgedroogde watervlekken op glazen en servies. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansmiddel is te laag. Zet de dosering van het glansmiddel op een hogere stand. • De kwaliteit van het glansmiddel kan de oorzaak zijn. |
| Het serviesgoed is nat. | • Activeer voor de beste droogprestatie AirDry. • Het programma heeft geen droogfase of heeft een droogfase met lage temperatuur. • Het glansmiddeldoseerbakje is leeg. • De kwaliteit van het glansmiddel kan de oorzaak zijn. • De kwaliteit van de multitabletten kan de oorzaak zijn. Probeer een ander merk of activeer het glansmiddeldoseerbakje en gebruik het glansmiddel samen met de multitabletten. |
| De binnenkant van het apparaat is nat. | • Dit is geen fout van het apparaat. Het wordt veroorzaakt door de vochtigheid in de lucht die tegen de wanden condenseert. |
| Opvallend veel schuim tijdens het wassen. | • Gebruik alleen wasmiddel voor afwasautomaten. • Het glansmiddeldoseerbakje is lek. Neem contact op met de klantenservice. |
Pagina 37
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Roestresten op bestek. | • Er wordt voor het wassen teveel zout in het water gebruikt. Zie 'De waterontharder instellen'. • Zilver en roestvrijstalen bestek zijn samen geplaatst. Zet zilveren en roestvrijstalen voorwerpen niet dicht bij elkaar. |
| Er bevinden zich aan het einde van het programma resten van vaatwasmiddel in het vaatwasmiddeldoseerbakje. | • De vaatwastablet raakte klem in het vaatwasmiddeldoseerbakje en is daardoor niet volledig weggespoeld door het water. • Het water kan het vaatwasmiddel niet uit het vaatwasmiddeldoseerbakje spoelen. Zorg ervoor dat de bovenste sproeiarm niet geblokkeerd of verstopt is. • Zorg dat voorwerpen in de rekken het openen van het klepje van het afwasmiddeldoseerbakje niet kunnen belemmeren. |
| Geuren in het apparaat. | • Raadpleeg "Reiniging binnenkant". |
| Kalkresten op het serviesgoed, op de kuip en aan de binnenkant van de deur. | • Het zoutniveau is laag, controleer de bijvulaanduiding. • De dop van het zoutreservoir zit los. • U heeft hard kraanwater. Zie 'De waterontharder instellen'. • Gebruik zelfs met multitabletten zout en stel de waterontharder in. Zie 'De waterontharder instellen'. • Indien de kalkaanslag blijft bestaan, reinigt u het apparaat met reinigingsmiddelen die hier speciaal voor zijn bestemd. • Probeer een ander wasmiddel. • Neem contact op met de wasmiddelfabrikant. |
| Dof, ontkleurd of afgeschilverd serviesgoed. | • Zorg dat alleen vaatwasmachinebestendige voorwerpen in het apparaat worden gewassen. • Laad de korf voorzichtig in en uit. Raadpleeg de folder voor het laden van de korven. • Leg tere voorwerpen in de bovenkorf. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Raadpleeg "Voor het eerste gebruik", "Dagelijks gebruik" of "Aanwijzingen en tips" voor mogelijke andere oorzaken.
TECHNISCHE INFORMATIE
| Afmetingen | Breedte / hoogte / diepte (mm) | 596 / 818 - 898 / 575 |
| Elektrische aansluiting ¹) | Voltage (V) | 220 - 240 |
| Frequentie (Hz) | 50 | |
| Watertoevoerdruk | Min. / max. bar (MPa) | 0.5 (0.05) / 8 (0.8) |
| Watertoevoer | Koud water of warm water ²) | max. 60 °C |
| Inhoud | Couverts | 13 |
Pagina 38
| Stroomverbruik | Modus aan laten (W) | 5.0 |
| Uit-modus (W) | 0.50 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
- 1) Zie het typeplaatje voor andere waarden.
- 2) Als het hete water door een alternatieve, milieuvriendelijkere energiebron geproduceerd wordt (bijv. zonnepanelen), gebruik dan een heetwatervoorziening om het energieverbruik te verminderen.
LINK NAAR DE EU-EPREL-DATABANK
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de registratie van dit apparaat in de EU-EPRELdatabase. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd. Het is ook mogelijk om informatie gerelateerd aan de prestaties van het product in de EU-EPREL-
databank te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer kunt u vinden op het typeplaatje van het apparaat. Zie het hoofdstuk ‘Productbeschrijving’.
Kijk voor meer informatie over het energielabel op www.theenergylabel.eu
MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Pagina's 1–19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 20
GA NAAR ONZE WEBSITE VOOR:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, onderhouds- en reparatie-informatie:
www.zanussi.com/support
VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
VEILIGHEID VAN KINDEREN EN KWETSBARE MENSEN
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met beperkte lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke vermogens of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de eventuele gevaren begrijpen.
- Kinderen tussen de 3 en 8 jaar oud en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, mits zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
- Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
- Houd reinigingsmiddelen uit de buurt van kinderen.
- Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat als de deur open is.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
ALGEMENE VEILIGHEID
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke en soortgelijke toepassingen, zoals:
Pagina 21
- boerderijen; personeelskeukens in winkels, kantoren of andere werkomgevingen;
- door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts- en andere woonomgevingen.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- De waterdruk (minimaal en maximaal) moet liggen tussen 0.5 (0.05) / 8 (0.8) bar (MPa)
- Volg het maximale aantal 13 plaatsen.
- Als de voedingskabel beschadigd is, moet de fabrikant, een erkende serviceverlener of een gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties te voorkomen.
- Leg het bestek in de besteklade met de scherpe randen naar beneden of leg ze horizontaal in de besteklade met de scherpe randen naar beneden.
- Laat om ongelukken te voorkomen het apparaat niet onbeheerd achter met open deur.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat u onderhoudshandelingen verricht.
- Gebruik geen waterstralen onder druk en/of stoom om het apparaat te reinigen.
- Als het apparaat is voorzien van ventilatieopeningen in de basis, mogen deze niet worden afgedekt met bijv. een vloerkleed.
- Het apparaat moet met de nieuwe slangset worden aangesloten op een kraan. Oude slangsets mogen niet opnieuw worden gebruikt.
VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
INSTALLATIE
WAARSCHUWING! Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Installeer of gebruik het apparaat niet op een plek waar de temperatuur onder de 0 °C komt.
- Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.
ELEKTRISCHE AANSLUITING
WAARSCHUWING! Gevaar voor brand en elektrische schokken.
Pagina 22
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Dit apparaat is voorzien van een 13 A stekker.
Als de zekering van de stekker vervangen moet worden, moet een ASTA (BS 1362)-zekering van 13-ampère worden gebruikt (uitsluitend VK en Ierland).
WATERAANSLUITING
- Beschadig de waterslangen niet.
- Indien buizen lang niet zijn gebruikt, er reparaties hebben plaatsgevonden of er nieuwe apparaten zijn geplaatst (watermeters, enz.), moet u, voordat de nieuwe buizen worden aangesloten, het water laten stromen tot het schoon en helder is.
- Zorg ervoor dat er geen zichtbare waterlekken zijn tijdens en na het eerste gebruik van het apparaat.
- De watertoevoerslang heeft een veiligheidsventiel en een omhulsel met een hoofdkabel aan de binnenkant.
WAARSCHUWING! Gevaarlijke spanning.
- Als de watertoevoerslang beschadigd is, sluit dan onmiddellijk de waterkraan en haal de stekker uit het stopcontact. Neem contact op met de service-afdeling om de watertoevoerslang te vervangen.
GEBRUIK
- Plaats geen ontvlambare producten of items die vochtig zijn door ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Vaatwasmiddel is gevaarlijk. Volg de veiligheidsinstructies op de verpakking van het wasmiddel op.
- Speel niet met het water van het apparaat en drink het niet op.
- Verwijder de borden pas uit het apparaat als het programma is voltooid. Er kan wat wasmiddel op de vaat achterblijven.
- Bewaar geen voorwerpen en oefen geen druk uit op de open deur van het apparaat.
- Het apparaat kan hete stoom laten ontsnappen als u de deur opent terwijl er een programma wordt uitgevoerd.
BINNENVERLICHTING
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht:
Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
- Neem contact op met het service-centrum om de binnenverlichting te vervangen.
SERVICE
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik uitsluitend originele reserveonderdelen.
- Houd er rekening mee dat zelfreparatie of nietprofessionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen.
- De volgende reserveonderdelen zijn beschikbaar gedurende 7 jaar nadat het model is stopgezet: motor, circulatie- en afvoerpomp, verwarmingstoestellen en verwarmingselementen, inclusief warmtepompen, leidingen en aanverwante apparatuur, waaronder slangen, kleppen, filters en aquastops, structurele en interne onderdelen met betrekking tot deurconstructies, printplaten, elektronische displays, drukschakelaars, thermostaten en sensoren, software en firmware, inclusief resetsoftware. Houd er
Pagina 23
rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen.
- De volgende reserveonderdelen zullen beschikbaar zijn gedurende 10 jaar nadat het model is stopgezet: deurscharnieren en - afdichtingen, andere afdichtingen, spuitarmen, afvoerfilters, binnenrekken en plastic randapparatuur zoals manden en deksels.
VERWIJDERING
WAARSCHUWING! Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deurgreep om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
Pagina 24
EENVOUDIGE START
| 5 4 | ||
| 1 | Controlelampje Aan/uit | Startknop |
| 2 | Programmawijzer | Programmaknop |
| 3 | Controlelampjes | |
| 4 | Toets startuitstel |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
6 INDICATIELAMPJES
Wasfase. Gaat aan wanneer de wasfase loopt.
Droogfase. Gaat aan wanneer de droogfase loopt.
Einde-indicatielampje.
Zoutindicatielampje. Dit indicatielampje is altijd uit als het programma in werking is.
PROGRAMMA’S
De volgorde van de programma´s in de tabel geeft mogelijk niet hun volgorde op het bedieningspaneel weer.
Pagina 25
| Programma | Vuilgraad Type belading | Programmafasen | Verbruikswaarden 1)2) | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Duur (min) | Energie (kWh) | Water (l) | |||
| 3) | Normale bevuiling Serviesgoed en bestek | • Voorspoelen • Wassen op 50 °C • Spoelbeurten • Drogen | 227⁴) / 227⁵) | 1.039⁴) / 1.036⁵) | 11 ⁴) / 9.9⁵) |
| Zware bevuiling Serviesgoed, bestek, potten en pannen | • Voorspoelen • Wassen op 70 °C • Spoelbeurten • Drogen | 160 | 1.052 - 1.285 | 11.1 - 13.6 | |
| Normale bevuiling Serviesgoed en bestek | • Voorspoelen • Wassen op 65 °C • Spoelbeurten • Drogen | 90 | 0.886 - 1.083 | 9.6 - 11.7 | |
| 6) | Recente bevuiling Serviesgoed en bestek | • Wassen op 60 °C of 65 °C • Spoelbeurten | 30 | 0.556 - 0.680 | 9.2 - 11.2 |
| 7) | Alles | • Voorspoelen | 15 | 0.012 - 0.015 | 3.4 - 4.2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) De druk en temperatuur van het water, de variaties in stroomtoevoer, de opties en de hoeveelheid vaat kunnen de verbruikswaarden veranderen.
- 2) De waarden voor andere programma's dan ECO zijn slechts een indicatie.
- 3) Dit programma heeft het meest efficiënte water- en energieverbruik voor normaal vervuild serviesgoed en bestek. Dit is het standaardprogramma voor testinstituten. Dit programma wordt gebruikt voor de beoordeling van de naleving van Verordening (EU) 2019/2022 van de Commissie inzake ecologisch ontwerp.
- 4) Conform verordening 1016/2010.
- 5) Conform verordening 2019/2022.
- 6) Dit programma is geschikt voor het wassen van een hele of een halve lading met recent vuil. Het zorgt in een korte tijd voor goede wasresultaten.
- 7) Met dit programma kunt u voedselresten snel van de vaat afspoelen om zo geurvorming in het apparaat te voorkomen. Gebruik geen vaatwasmiddel bij dit programma.
AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
Om de nodige informatie te ontvangen over het uitvoeren van prestatietesten (bijv. volgens EN60436 ), stuurt u een e-mail naar:
info.test@dishwasher-production.com
Vermeld in uw verzoek de productnummercode (PNC) dat u op het typeplaatje aantreft.
Raadpleeg voor andere vragen betreffende uw vaatwasmachine het serviceboekje dat met uw apparaat is meegeleverd.
Pagina 26
INSTELLINGEN
PROGRAMMAKEUZEMODUS
De programmakeuzemodus laat u een wasprogramma kiezen en starten met de geschikte opties en laat u de gebruikersmodus ingaan om de instellingen van het apparaat te wijzigen.
Programmakeuzemodus ingaan: Draai de programmaknop naar een stand waarin de programma-aanduider naar een van de beschikbare programma´s wijst.
Als het apparaat aanstaat en de programma-aanwijzer naar een van de beschikbare programma ´s wijst, maar het bedieningspaneel niet aangeeft dat het apparaat in de programmakeuzemodus staat, schakelt u het apparaat uit en weer aan of gebruikt u de CANCEL-procedure.
CANCEL PROCEDURE
Gebruik CANCEL om het volgende te doen:
- Een momenteel actief programma annuleren.
- Het aftellen van optie te stoppen.
- Het apparaat weer in de programmaselectiemodus te zetten.
Als u CANCEL wilt implementeren:
Houd ingedrukt totdat het apparaat naar de programmaselectiemodus gaat.
GEBRUIKERSMODUS
Ga naar de gebruikersmodus om de volgende apparaatinstellingen te wijzigen:
- Het niveau van de waterontharder aan te passen op basis van de waterhardheid.
- Activeren of deactiveren AirDry.
Voordat u naar de gebruikersmodus gaat, zorgt u ervoor dat het apparaat in de programmaselectiemodus staat.
Naar de gebruikersmodus gaan:
Houd ingedrukt en draai de knop tegelijkertijd linksom totdat de programma-aanwijzer in de stand
staat.
De aan/uit-indicator en beginnen te knipperen.
Het apparaat slaat de instellingen op, dus u hoeft deze niet voor iedere cyclus te configureren.
DE WATERONTHARDER AFSTELLEN
Zorg ervoor dat de programma-aanwijzer naar de aan/uit-indicator wijst.
- 1. Houd ingedrukt en draai de knop tegelijkertijd linksom totdat de programma-
aanwijzer in de stand staat.
- 2. Laat los wanneer de aan/uit-indicator en beginnen te knipperen.
De met tussenpozen knipperen de indicator geeft de huidige instelling van de waterontharder aan (bijv. 5 x knipperen + pauze + 5 x knipperen... = niveau 5).
- 3. Druk herhaaldelijk op om de instelling te
wijzigen. Telkens wanneer u op de toets drukt, gaat het niveaunummer met één omhoog.
Nadat niveau 10 is bereikt, begint de telling weer vanaf niveau 1.
- 4. Draai de knop terug naar de stand van de aan/ uit-indicator om de instelling te bevestigen en op te slaan.
DE WATERHARDHEIDTABEL
De waterontharder verwijdert mineralen van de watertoevoer die een nadelige invloed hebben op de wasresultaten en het apparaat.
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen, des te harder is het water. De waterhardheid wordt gemeten in de volgende gelijkwaardige schalen. De waterontharder moet worden afgesteld op de hardheid van het water in uw woonplaats. Uw waterleidingbedrijf kan u informeren over de hardheid van het water in uw woonplaats. Het is belangrijk om het correcte niveau voor de waterontharder in te stellen voor goede wasresultaten.
Waterhardheid
| Duitse hardheid (°dH) | Franse hardheid (°fH) | mmol/l | Clarke-hardheid | Wateronthardingsniveau | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 47 - 50 | 84 - 90 | 8,4 - 9,0 | 58 - 63 | 10 | |||
Pagina 27
| Duitse hardheid (°dH) | Franse hardheid (°fH) | mmol/l | Clarke-hardheid | Wateronthardingsniveau |
|---|---|---|---|---|
| 43 - 46 | 76 - 83 | 7,6 - 8,3 | 53 - 57 | 9 |
| 37 - 42 | 65 - 75 | 6,5 - 7,5 | 46 - 52 | 8 |
| 29 - 36 | 51 - 64 | 5,1 - 6,4 | 36 - 45 | 7 |
| 23 - 28 | 40 - 50 | 4,0 - 5,0 | 28 - 35 | 6 |
| 19 - 22 | 33 - 39 | 3,3 - 3,9 | 23 - 27 | 5 ¹) |
| 15 - 18 | 26 - 32 | 2,6 - 3,2 | 18 - 22 | 4 |
| 11 - 14 | 19 - 25 | 1,9 - 2,5 | 13 - 17 | 3 |
| 4 - 10 | 7 - 18 | 0,7 - 1,8 | 5 - 12 | 2 |
| <4 | <7 | <0,7 | < 5 | 1 ²) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
1) Fabrieksinstelling. 2) Gebruik geen zout op dit niveau.
Stel ongeacht het gebruikte soort wasmiddel het juiste waterhardheidniveau in om de
Wateronthardingsni-
bijvulindicator voor zout geactiveerd te
Hoeveelheid water (l)
veau
houden.
Multivaatwastabletten die zout bevatten zijn niet effectief genoeg als waterontharder.
Regeneratieproces Voor de juiste werking van de waterontharder moet de hars van de ontharder regelmatig worden geregenereerd. Dit proces is automatisch en maakt deel uit van de normale vaatwasmachinewerking. Wanneer de voorgeschreven hoeveelheid water (zie
In het geval van de hoge wateronthardersinstelling
waarden in de tabel) is gebruikt sinds het vorige
kan dit ook in het midden van het programma
regeneratieproces, wordt een nieuw
gebeuren, vóór het spoelen (tweemaal tijdens een
regeneratieproces gestart tussen de laatste
programma). De start van de regeneratie heeft
spoeling en het einde van het programma.
geen invloed op de cyclusduur, tenzij deze plaatsvindt in het midden van een programma of aan het einde van een programma met een korte
Wateronthardingsni-
droogfase. In dat geval verlengt de regeneratie de
Hoeveelheid water (l)
veau
totale duur van een programma met nog eens 5 minuten. Vervolgens kan het spoelen van de waterontharder wat 5 minuten duurt, beginnen in dezelfde cyclus of aan het begin van het volgende programma. Deze activiteit verhoogt het totale waterverbruik van een programma met 4 liter en het totale energieverbruik van een programma met 2 Wh. Het spoelen van de waterontharder eindigt met een volledige afvoer. Elke uitgevoerde waterontharderspoeling (mogelijk meer dan één in dezelfde cyclus) kan de
Pagina 28
programmaduur met nog eens 5 minuten verlengen wanneer deze op enig moment aan het begin of in het midden van een programma plaatsvindt.
Alle in deze paragraaf genoemde verbruikswaarden worden bepaald volgens de huidige geldende norm in laboratoriumomstandigheden met waterhardheid 2,5 mmol/l volgens de verordening 2019/2022 (waterontharder: niveau 3).
De druk en de temperatuur van het water en de variaties van de netvoeding kunnen de waarden veranderen.
AIRDRY-FUNCTIE
AirDry biedt goede droogresultaten met minder energieverbruik.
Tijdens de werking van de droogfase, wordt de deur van het apparaat door het instrument geopend. De deur blijft op een kier.
Standaard is AirDry bij alle programma´s
geactiveerd, behalve (indien beschikbaar), maar het kan worden gedeactiveerd.
DEACTIVEREN AIRDRY
Zorg ervoor dat de programma-aanwijzer naar de aan/uit-indicator wijst.
- 1. Houd ingedrukt en draai de knop tegelijkertijd linksom totdat de programma-
aanwijzer in de stand staat.
- 2. Laat los wanneer de aan/uit-indicator en beginnen te knipperen.
- 3. Draai de knop linksom totdat de programma-
aanwijzer in de stand staat.
De indicator geeft de huidige instelling aan. Indien on (aan) = AirDry staat aan, indien off (uit) = AirDry staat uit.
- 4. Druk op om AirDry te activeren of deactiveren.
- 5. Om de instelling te bevestigen en op te slaan, draait u de knop terug naar de stand van de aan/uit-indicator.
LET OP! Als het apparaat toegankelijk is voor kinderen, adviseren wij u om AirDry te deactiveren, omdat het openen van de deur gevaarlijk kan zijn.
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 1. Controleer of het ingestelde stand van de waterontharder juist is voor de waterhardheid in uw omgeving. Indien niet, stel dan de stand van de waterontharder juist in.
- 2. Vul het zoutreservoir.
- 3. Vul het glansspoelmiddeldoseerbakje.
- 4. Draai de waterkraan open.
- 5. Start een programma om resten te verwijderen die misschien nog in het apparaat zijn
achtergebleven. Gebruik geen afwasmiddel en plaats geen vaat in de korven.
Na het starten van het programma laadt het apparaat de hars in de waterverzachter maximaal 5 minuten op. De wasfase start pas nadat deze procedure voltooid is. De procedure wordt regelmatig herhaald.
Pagina 29
ZOUT TOEVOEGEN
Doe voor het eerste gebruik één liter water in het zoutreservoir.
LET OP! Water en zout kunnen uit het zoutreservoir stromen als u het bijvult. Om roestvorming te voorkomen, dient er onmiddellijk na het vullen van het zoutreservoir een programma gestart te worden.
GLANSMIDDEL TOEVOEGEN
A
Met glansspoelmiddel wordt het serviesgoed zonder vlekken of strepen gedroogd. Het wordt automatisch vrijgegeven tijdens de warme spoelfase. Vul het glansmiddeldoseerbakje bij wanneer de lens ( (A) doorzichtig is.
DAGELIJKS GEBRUIK
- 1. Draai de waterkraan open.
- 2. U dient het juiste programma in te stellen voor het type lading en de mate van vervuiling. Zorg dat het apparaat in de keuzemodus Programma staat.
- Vul het zoutreservoir als het zoutindicatielampje brandt.
AFWASMIDDEL TOEVOEGEN
- 3. Ruim de korven in.
- 4. Voeg vaatwasmiddel toe.
- 5. Het programma starten.
Pagina 30
Plaats een kleine hoeveelheid van het vaatwasmiddel in de binnenkant van de deur van het apparaat als het programma een voorwasfase heeft.
MULTITABLETTEN TOEVOEGEN
1
2
- Vul het zoutreservoir en het glansmiddeldoseerbakje niet.
- Stel de dosering van het glansmiddel in op de laagste stand.
EEN PROGRAMMA STARTEN
- 1. Open de waterkraan en sluit de deur van het apparaat.
- 2. Draai de programmaknop met de klok mee of tegen te klok in om een programma te kiezen.
- 3. Stel geschikte opties in (indien beschikbaar).
- 4. Druk op .
Het apparaat begint te werken.
DELAY-OPTIE
- 1. Selecteer een programma.
- 2. Druk op de toets om het starten van het programma uit te stellen.
Het lampje brandt.
- 3. Druk op om het aftellen te starten.
Het programma start automatisch als het aftellen wordt beëindigd.
DE DEUR OPENEN ALS HET APPARAAT IN WERKING IS
Als u de deur opent terwijl een programma loopt, stopt het apparaat. Dit kan het energieverbruik en de programmaduur beïnvloeden. Als u de deur weer sluit, gaat het apparaat verder vanaf het moment van onderbreking.
Als de deur tijdens de droogfase langer dan 30 seconden wordt geopend, stopt het lopende programma. Dit gebeurt niet als de deur wordt geopend door de functie AirDry.
Probeer de deur van het apparaat niet binnen 2 minuten nadat AirDry hem automatisch opent te openen, want dit kan schade aan het apparaat veroorzaken.
Als hierna de deur gedurende ten minste 3 minuten wordt gesloten, beëindigt het draaiende programma.
AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA.
Als het programma is voltooid, gaat lampje branden. Na 5 minuten schakelt het apparaat automatisch uit om energie te besparen.
- 1. Draai om het apparaat uit te schakelen de programmaschakelaar totdat de programmamarkering overeenkomt met de aan-/uitstand.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
Pagina 31: zie Storingen hierboven.
Pagina 32: zie hierboven.
Pagina 33: zie hierboven.
Pagina 34: zie hierboven.
Pagina 35: zie hierboven.
Pagina 36: zie hierboven.
Pagina 37: zie hierboven.
Pagina 38: zie hierboven.