Zanussi ZDI6895SX, tekst van de handleiding
Pagina's 13–16 van 17 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 13
Onderhoud
Binnenkant van het apparaat
Maak de deurafdichting, het afwasmiddelbakje en het glansmiddelreservoir regelmatig schoon met een vochtige doek.
Laat de machine elke drie maanden een 65°C-programma afwerken, zonder servies, met afwasmiddel.
Reiniging van de afvoerzeef
(Na iedere afwasbeurt)
Voedselresten kunnen zich in de afvoerzeef (A) ophopen; daarom dient u de zeef regelmatig onder stromend water schoon te maken.
- U tilt de zeef met behulp van het handgreepje uit de machine.
Na het reinigen klikt u de zeef weer in de machinebodem terug.
A
MA04
MA19
Reiniging van de bodemzeef
(iedere week)
Maak, indien noodzakelijk, de grote zeef (B) aan beide kanten onder stromend water met een borsteltje schoon.
Grote zeef losnemen:
- 1. Verwijder hiertoe de sproeiarm door deze omhoog te trekken
- 2. Draai het asje (C) 90° naar links en haal de zeef uit de machine.
- 3. Na het reinigen de zeef in omgekeerde volgorde weer terugplaatsen.
- 4. Controleer of de zeef weer goed op z’n plek zit. De hendel moet naar de voorkant van het apparaat wijzen.
90°
C
MA20
B
MA05
MA21
MA18
Gebruik de machine nooit zonder de zeven.
Zorg er bovendien voor dat de zeven correct op hun plaats zitten.
Het is belangrijk de zeven te reinigen om een goede werking van de machine te garanderen.
Controleer of de SID niet verstopt is met afwasmiddel resten. Spoel de SID af onder een lopende straal uit de kraan.
Losnemen gaat als volgt: draai de SID tegen de klok in en trek de SID tegelijkertijd naar boven. Het weer terug plaatsen gaat in omgekeerde volgorde.
Gebruik van de afwasautomaat zonder geplaatste SID.
Omdat de SID voor een goede waterverdeling naar de bovenste sproeiarm zorgt, zal het afwasresultaat slechter worden, als de SID niet geplaatst is.
MA12
Buitenkant van het apparaat
Reinig de buitenkant van het apparaat en het bedieningspaneel met een vochtig doekje. In geen geval agressieve reinigingsmiddelen of schuurmiddelen gebruiken.
Als de machine langere tijd buiten gebruik is
Wordt de machine voor langere tijd niet gebruikt, dan:
- 1. Kraan dichtdraaien.
- 2. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 3. Deur op een kier laten staan om het ontstaan van een onaangename geur te vermijden.
- 4. Binnenkant en accessoires reinigen.
Bescherming tegen vorst
Plaats de afwasmachine nooit in een ruimte waar de temperatuur onder het vriespunt kan zakken. Mocht dat toch het geval zijn, maak de machine dan leeg, draai de kraan dicht, verwijder de waterafvoerslang en laat deze leeg lopen.
Vervoeren van de machine
Als u de machine gaat vervoeren (bijv. bij verhuizing):
- 1. Stekker uit het stopcontact trekken.
- 2. Waterkraan dichtdraaien.
- 3. Watertoevoerslang van de waterkraan losschroeven en leeg laten lopen.
- 4. De machine samen met de slangen vervoeren.
Zorg ervoor dat de machine tijdens het transport rechtop blijft staan.
13
Pagina 14
Herstel van eenvoudige storingen
Een storing is vaak het gevolg van een kleinigheid die u zelf kunt verhelpen. Wij adviseren u eerst onderstaande aanwijzingen te lezen voordat u contact opneemt met de servicedienst.
Wanneer de veiligheidsinrichting heeft ingegrepen, start de afwasmachine niet of hij stopt tijdens het afwassen, alle lampjes zijn gedoofd en alle toetsen zijn buiten werking, behalve toets aan/uit. Op de display knippert een van de volgende alarmmeldingen: AL1, AL2, AL3, AL4, AL5, AL6, AL7, AL8. Ook een geluidssignaal geeft aan dat de veiligheidsinrichting heeft ingegrepen.
Schakel de afwasmachine uit met toets aan/uit en ga na of u de storing kunt verhelpen met behulp van onderstaande tabel. Start een programma om te controleren of u de storing verholpen heeft; bel de servicedienst als de alarmmelding nog steeds aanwezig is.
| Storing | Foutcode | Oplossing | |
|---|---|---|---|
| De machine start niet | De machinedeur is niet goed dicht. Lampje "deur is open" brandt. De stekker zit niet in het stopcontact. Er staat geen spanning op het stopcontact. | ||
| De machine neemt geen water in | Waarschuwingssignaal AL5 en/of controlelampje "kraan is dicht" knippert | De kraan is dichtgedraaid. Er is geen druk op de kraan. De toevoerslang is geknikt. Het zeefje in de toevoer is verstopt. | |
| De machine pompt niet | Waarschuwingssignaal AL6 | De afvoerslang is geknikt. De afvoermogelijkheid is verstopt. De verlenging van de afvoerslang ligt niet goed. De afvoer is niet belucht. | |
| De bescherming tegen overstroming is in werking getreden | Waarschuwingssignaal AL4 | Waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met de servicedienst. | |
| Algemeen | Waarschuwingssignaal AL1, AL2, AL3, AL7, AL8 | Schakel de afwasmachine uit en weer in en start een programma; bel de servicedienst als de alarmmelding wederom verschijnt. | |
| Teveel geluid | Er slaan serviesdelen tegen elkaar. Een sproeiarm stoot tegen serviesgoed. | ||
| De deur gaat moeilijk dicht | De machine staat niet waterpas of is niet op de juiste wijze ingebouwd. | ||
| Kalkvlekken, strepen, waas op het serviesgoed | Kijk in alle gevallen naar zowel het zout- als het glansmiddelreservoir. In beide moet voldoende aanwezig zijn. | ||
| Het servies is niet droog | Het serviesgoed is na het beëindigen van het programma te lang in de machine gebleven. | ||
| Het afwasresultaat is niet goed | De korven zijn te vol beladen. Het serviesgoed is onjuist geplaatst. Een of beide sproeiarmen kan (kunnen) niet draaien. Een of enkele gaatjes in één of beide sproeiarmen is of zijn verstopt. Uiteinde van de afvoerslang steekt onder water (inspoelbak). Een of meerdere zeven verstopt. Een zeef zit niet goed op z’n plaats. Verkeerd of te weinig afwasmiddel gebruikt, het is te oud en/of te klonterig en/of van slechte kwaliteit. De draaidop van het zoutreservoir zit los. Het gekozen programma was niet geschikt voor de aard en/of hoeveelheid van de bevuiling. | ||
Pagina 15
Kunt u de oorzaak van een storing niet zelf opsporen en verhelpen, belt u dan de servicedienst. Houd merk en modelnummer van uw machine bij de hand; de servicedienst zal u erom vragen. U vindt het merk en modelnummer op het typeplaatje van de machine. Zie de afbeelding.
Prod.No. ........ Ser. No. ......... Mod. ........
RA01
Service en onderdelen
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd.
Er mogen alleen originele onderdelen worden gebruikt. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico’s voor de gebruiker leiden.
Bescherming tegen overstroming
De machine is voorzien van twee inrichtingen tot bescherming tegen overstroming van water, met de volgende eigenschappen:
- 1. Aan de toevoerslang (zie wateraansluiting)
Hij gaat werken als de toevoerslang kapot gaat doordat hij de waterstroom blokkeert. Deze inrichting is ook met uitgeschakelde machine werkzaam.
2. Op de bodem van de machine
De machine is voorzien van een bescherming tegen overstroming van water op de bodem van de machine; hij gaat werken als er waterlekken binnen de machine zijn .
Deze inrichting is bij functionerende machine werkzaam.
Wanneer deze veiligheidsinrichting heeft ingegrepen, verschijnt de melding "AL4" op de display.
Sluit in dat geval de waterkraan en wend u tot de servicedienst.
Toelichtingen voor testinstituten
Voor het begin van de test moeten het zoutreservoir van de ontkalkingsinrichting en het glansmiddelreservoir volledig gevuld worden.
| Testnorm: | EN 50242 |
|---|---|
| Vergelijkend programma: | Programma 6 - Bio 50°C met voorspoelen |
| Laadvermogen: | 12 couverts |
| Glansmiddelreservoir: | stand 5 |
| Dosering afwasmiddel: | 20 g in bakje 10 g op het dekseltje |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
Rangschikking in de onderste korf
Rangschikking in de bovenste korf
Rangschikking in de bestekmand
Rangschikking in de messenmand
Pagina 16
Installatie
Plaats de machine, indien mogelijk, zo dicht mogelijk bij aansluitingen voor de watertoe- en afvoer.
De machine mag met zowel een zijwand als de achterkant tegen een muur staan.
Attentie!
Volg bij de montage van het paneel aan de deur en de inbouw van de afwasautomaat de instructies op het meegeleverde boorpatroon.
Watertoevoer
De afwasautomaat mag niet aan open heetwatertoestellen en doorstroomtoestellen worden aangesloten.
De machine mag op warm water, tot maximaal 50°C, aangesloten worden.
Wij adviseren u echter dat niet te doen omdat dan de afwasresultaten niet altijd goed zullen zijn en daarnaast ook de koude spoelgangen met warm water gebeuren, zodat van besparing nauwelijks sprake is.
Wel is de programmaduur aanzienlijk korter, omdat de noodzakelijke opwarmtijd ontbreekt. Dat is echter tevens één van de redenen waarom, met name bij sterk bevuilde afwas, de resultaten niet altijd goed zullen zijn.
De slangwartel van de toevoerslang sluit u aan op een kraan met 3/4" schroefdraad, of op een watertoevoer met snelaansluiting (press block).
Gebruik een nieuwe slang voor de aansluiting.
De slang is voorzien van een veiligheidsinrichting om de waterstroom te stoppen als de interne slang vanwege slijtage stuk gaat. Het defect wordt door middel van het naar buiten komen van het rode staafje in het venster (B) aangegeven. In dit geval moet u de waterkraan sluiten en de slang vervangen.
Draai de slangwartel (A) stevig vast om waterlekken te voorkomen.
B
A
A
CA13
Opmerking: alleen voor toevoerslangen met een veiligheidshendel ter voorkoming van losschroeven ➁.
Wanneer u de toevoerslang wilt losmaken, druk dan op de geelgekleurde velligheidshendel ter voorkoming van losschroeven (C) en draai de schijfmoer tegen de wijzers van de klok in.
Zie erop toe dat de waterleidingdruk niet de bij de technische gegevens vermelde waarde overschrijdt.
De slang mag nimmer geknikt kunnen raken, want dat zou de waterstroom kunnen belemmeren.
Belangrijk:
De slang mag nooit geknikt kunnen raken, ook niet tijdens het op z'n plaats schuiven van de machine. De slang mag niet verlengd worden. U kunt echter wel een langere, complete en voor dit doel gemaakte slang kopen.
Waterafvoer
De waterafvoerslang kan op de volgende manieren gemonteerd worden
- 1. In een sifon, zorg er dan wel voor dat de slang niet kan wegglijden.
- 2. In een afvoerpijp met ventilatie, binnendiameter min. 4 cm.
CS13
De hoogte van de afvoerslang moet tussen 30 cm (min.) en 100 cm (max.) boven de onderkant van het apparaat liggen. De afvoerslang kan links of rechts van de afwasmachine gedraaid worden.
Zorg ervoor dat de slang niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld is, dat kan de waterafvoer verstoren. Als u een verlengslang gebruikt, mag deze niet langer dan 2 meter zijn en de binnendiameter mag niet kleiner zijn dan die van de oorspronkelijke afvoerslang. Ook de binnendiameter van de koppelingen die u gebruikt voor aansluiting aan de afvoerpijp mag niet kleiner zijn.
CS14
+ 2 m max
Let op!
Al onze afwasmachines zijn voorzien van een beveiliging die verhindert dat afvalwater in de machine kan terugstromen. Als de sifon (afvoerpijp, zwanenhals) van de gootsteen is voorzien van een eenrichtingsklep, dan kan deze klep de waterlozing van de afwasmachine storen. Daarom raden wij aan de klep te verwijderen.
Elektrische aansluiting
De machine is gemaakt voor 230V met een frequentie van 50Hz. Het gebruik op 60Hz (verhuizing naar dienovereenkomstig land) is uitgesloten, daar de machine met synchroonmotoren uitgerust is.
De aansluitwaarde is circa 2,30 kW, hetgeen een groepzekering van minimaal 10A vereist.
De machine is voorzien van een 3-aderig aansluitsnoer en een stekker met aardcontacten.
De stekker mag u alleen plaatsen in een stopcontact met (aangesloten en functionerende) aardcontacten. De aardverbinding dient deugdelijk te zijn.
Het stopcontact dient altijd bereikbaar te zijn, ook nadat de machine onder- of ingebouwd is.
Indien het aansluitsnoer te kort blijkt te zijn, laat dan de installateur het betreffende stopcontact verplaatsen of een langer, op de aansluitwaarde van de machine aangepast, aansluitsnoer aan de machine monteren.
De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade of letsel, ontstaan door het niet voldoen aan deze veiligheidsvoorschriften.