Zanussi ZNC12X, tekst van de handleiding
Pagina's 69–83 van 180 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 62–68verder op pagina 84 →
Pagina 69
TIPS VOOR HET KOKEN IN DE MAGNETRONOVEN
Microgolven zijn energiegolven net als de golven die voor tv - en radiosignalen worden gebruikt.
Elektrische energie wordt omgezet in microgolvenenergie die via een geleider naar de ovenruimte wordt geleid. Om te voorkomen dat er voedsel en vet in deze komt, wordt de golfgeleider beschermd door een afdekking. Metaal laat geen microgolven door en daarom is de ovenruimte van metaal vervaardigd en is de ovendeur voorzien van een dunne metalen laag. Tijdens het koken worden de microgolven door de zijwanden van de ovenruimte weerkaatst.
Bepaalde materialen zoals glas en kunststof laten microgolven door om het voedsel op te warmen. (Zie ‘Magnetron-bestendig kookgerei’ op pag. 68).
Om voedsel te bereiden/ontdooien in een magnetronoven moet het servies microgolven doorlaten die in het voedsel doordringen.
Daarom is het belangrijk om geschikt servies te gebruiken. Ronde/ovale schalen verdienen de voorkeur boven vierkante/rechthoekige schalen aangezien het voedsel in de hoeken overgaar wordt. Een verscheid-enheid aan servies kan worden gebruikt, zoals vermeld op pag. 68.
EIGENSCHAPPEN VAN LEVENSMIDDELEN
Water, suiker en vet in voedsel absorberen microgolven en gaan hierdoor trillen. Door de wrijving ontstaat warmte, op dezelfde manier dat je handen warm worden als je ze tegen elkaar wrijft.
De buitenkant van het voedsel wordt door de microgolvenenergie verwarmd en hierna verplaatst de warmte zich door geleiding naar het midden, net als bij conventioneel koken. Het is belangrijk om het voedsel om te keren, te herschikken of om te roeren met het oog op een gelijkmatige verwarming.
Na het koken houdt de oven automatisch op met het produceren van microgolven.
Na het koken is een bepaalde standtijd nodig aangezien de warmte zich hierdoor gelijkmatig door het voedsel verspreidt.
Microgolven koken voedsel sneller dan conventioneel koken. Daarom is het essentieel dat bepaalde technieken worden gebruikt om goede resultaten te garanderen. Een groot aantal van de volgende technieken zijn gelijk aan de technieken gebruikt bij conventioneel koken.
| Samenstelling | Voedsel met een hoog vet- of suikergehalte (bijv. pasteitjes) vereist een kortere verwarmingstijd. Voorzichtigheid is geboden aangezien oververhitting brand kan veroorzaken. |
| Dichtheid | De dichtheid van voedsel heeft invloed op de vereiste kooktijd. Licht, poreus voedsel zoals cake of brood, kookt sneller dan zwaar, compact voedsel zoals braadstukken en ovenschotels. |
| Hoeveelheid | De kooktijd moet verlengd worden naarmate de hoeveelheid voedsel in de oven groter is. Bijv. vier aardappelen vereisen een langere kooktijd dan twee aardappelen. |
| Afmetingen | Voedsel met kleine afmetingen en kleine stukken koken sneller dan grote stukken omdat de microgolven het voedsel van alle kanten tot het midden binnendringen. Zorg ervoor dat alle stukken dezelfde afmetingen hebben zodat ze gelijkmatig gaar worden. |
| Vorm | De dikkere gedeelten van voedsel met onregelmatige afmetingen zoals kippenborsten of kippenpoten, vereisen een langere kooktijd. Voedsel met ronde vormen wordt gelijkmatiger gaar dan voedsel met vierkante vormen tijdens het koken in de magnetron. |
| Temperatuur | De oorspronkelijke temperatuur van het voedsel heeft invloed op de vereiste kooktijd. Gekoeld voedsel vereist een langere kooktijd dan voedsel op kamertemperatuur. Prik met een vork in voedsel met vulling, bijvoorbeeld donuts met jam, om de warmte of stoom te laten ontsnappen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 69)
KOOKTECHNIEKEN
| Rangschikken | Plaats de dikste gedeelten van het voedsel dichtbij de rand van de schaal. Bijv. kippenpoten. |
| Afdekken | Gebruik magnetronfolie of een geschikt deksel. |
| Doorprikken | Voedsel met een schil of vel moet op verschillende plaatsen worden ingeprikt voor het koken of opwarmen aangezien de hoeveelheid stoom toeneemt en het voedsel kan laten ontploffen. Bijv. aardappelen, vis, kip, worst. |
| Belangrijk: Eieren mogen niet in de magnetron worden opgewarmd omdat ze kunnen ontploffen, zelfs na het koken. Bijv. gepocheerde, gebakken of hardgekookte eieren. | |
| Roeren, omkeren en anders rangschikken | Voor een gelijkmatig resultaat is het belangrijk om voedsel om te roeren, om te kerenen te anders rangschikken tijdens het koken. Het voedsel altijd vanaf de buitenkant naar het midden omroeren en herschikken. |
| Standtijd | Standtijd is nodig na het koken aangezien de warmte zich hierdoor gelijkmatig door het voedsel verspreidt. |
| Afdekken | Sommige delen van voedsel dat wordt ontdooid, kunnen warm worden. De warme delen kunnen worden afgedekt met kleine stukjes folie die de microgolven weerkaatsen. Bijv. kippenpoten en kippenvleugels. |
Pagina 70
TIPS VOOR HET KOKEN IN DE MAGNETRONOVEN
VOEDSELTHERMOMETER GEBRUIKEN OM DE BEREIDINGSTIJD TE BEPALEN
De kerntemperatuur van levensmiddelen en dranken In onderstaande tabel vindt u een overzicht van kunt u vaststellen met een voedselthermometer. temperaturen.
| Product | Kerntemperatuur | Kerntemperatuur |
|---|---|---|
| ne het bereiden | na 10-15 minuten standtijd | |
| Dranken verwarmen (koffie, water, thee, enz.) Melk verwarmen Soep verwarmen Stoofschotel verwarmen Gevogelte Lamsvlees roze van binnen door en door gaar Rosbief rood van binnen roze van binnen door en door gaar Varkensvlees, kalfsvlees | oC 65-75 oC 60-65 oC 75-80 oC 75-80 oC 80-85 oC 70 oC 75-80 oC 50-55 oC 60-65 oC 75-80 oC 80-85 | oC 85-90 oC 70-75 oC 80-85 oC 55-60 oC 65-70 oC 80-85 oC 80-85 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 70)
MAGNETRONBESTENDIG KOOKGEREI
| Servies | Geschikt voor de magnetron | Opmerkingen |
| Aluminiumfolie / servies van folie Bruineringsservies Porselein en keramiek Glas bijv. Pyrex ® Metaal Kunststof/polystyreen bijv. servies waarin fastfood wordt verkocht Huishoudfolie Vries-/braadzakken Papier – borden, kopjes en keukenrol Stro en hout Kringlooppapier en krantenpapier | / / | Kleine stukjes aluminiumfolie kunnen worden gebruikt om het voedsel tegen oververhitting te beschermen. Zorg ervoor dat het folie minstens 2 cm van de ovenwanden is verwijderd aangezien vonkvorming kan optreden. Servies van folie is niet aanbevolen, tenzij voorgeschreven door de fabrikant, bijv. Microfoil ®. Alle voorschriften nauwgezet opvolgen. Altijd de voorschriften van de fabrikant opvolgen. De vermelde kooktijden niet overschrijden. Oppassen want deze schalen kunnen zeer heet worden. Porselein, keramiek en geglazuurd aardewerk zijn doorgaans geschikt, behalve aardewerk met metalen versiering. Wees voorzichtig met dun glas aangezien dit kan breken of scheuren als het plotseling wordt verwarmd. Het is niet aanbevolen om metalen servies in de magnetron te gebruiken. Dit veroorzaakt vonkvorming en kan tot brand leiden. Wees voorzichtig aangezien dergelijk servies kan vervormen, smelten of verkleuren bij hoge temperaturen. Het huishoudfolie mag het voedsel niet aanraken en moet ingeprikt worden om de stoom te laten ontsnappen. Moeten ingeprikt worden om de stoom te laten ontsnappen. Controleer of de zakken geschikt zijn voor gebruik in de magnetron. Gebruik geen plastic of metalen binddraad aangezien dit kan smelten of vlam vatten door vonkvorming van het metaal. Gebruik papier uitsluitend om op te warmen of vocht te absorberen. Wees voorzichtig aangezien oververhitting brand kan veroorzaken. Let altijd goed op bij het gebruik van dit materiaal aangezien oververhitting brand kan veroorzaken. Kan stukjes metaal bevatten die vonkvorming veroorzaken en tot brand kunnen leiden.en |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 70)
68
Pagina 71
VERMOGENSSTANDEN
Voor het handmatig gebruik kunt u kiezen uit 5 verschillende vermogensstanden. Richt u daarbij naar de aanwijzingen in de recepten.
In het algemeen gelden de volgende adviezen: 800 watt voor snel koken of verwarmen, bijv. voor soep, éénpansgerechten, gerechten uit blik, hete dranken, groente, vis enz.
560 watt voor langer koken van compactere levensmiddelen zoals vlees en gehakt en voor gerechten als cake. Bij deze lage instelling koken sauzen niet over en de gerechten worden gelijkmatig gaar, zonder dat ze aan de rand hard worden of overlopen.
400 watt voor compactere gerechten die bij het bereiden op traditionele wijze een langere tijd nodig hebben, bijv. rundvleesgerechten. Bij deze instelling blijft het vlees mals.
240 watt kiest u om gelijkmatig te ontdooien. Deze stand is ook geschikt om rijst en pasta te koken.
80 watt voor voorzichtig ontdooien, bijv. voor slagroomtaart of bladerdeeg.
W = WATT
Om het vermogen in te stellen toets VERMOGENSSTAND indrukken, tot de gewenste vermogensstand wordt aangegeven. Als u toets VERMOGENSSTAND één maal indrukt, verschijnt . Als u de gewenste vermogensstand mist, toets VERMOGENSSTAND zo vaak indrukken, tot de gewenste stand weer wordt aangegeven. Als u deze toets niet indrukt, werkt het apparaat automatisch met vol vermogen (800 watt).
HANDMATIG GEBRUIK
Bij handmatig gebruik kunt u een bereidingstijd van max. 90 minuten (90.00) instellen.
De tijdseenheid varieert van 10 seconden tot 5 minuten, afhankelijk van de totale bereidingstijd zoals aangegeven in de tabel.
| bereidingstijd | tijdseenheden |
|---|---|
| 0-5 minuten 5-10 minuten 10-30 minuten 30-90 minuten | 10 seconden 30 seconden 1 minuut 5 minuten |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 71)
Voorbeeld: Soep verwarmen, 2 minuten en 30 seconden met 560 watt vermogen.
- 1. Voer door knop TIJDSCHAKELKLOK/GEWICHT rechtsom te draaien de gewenste bereidingstijd in.
- 2. Stel het gewenste vermogen in door toets VERMOGENSSTAND twee maal in te drukken.
- 3. Start het proces door toets START/+30 één maal in te drukken.
2x
1x
Indicatie controleren.
AANWIJZINGEN:
- 1. Als u de ovendeur tijdens het bereidingsproces opent, wordt de bereidingstijd op het display automatisch aangehouden. Het terugtellen van de tijd gaat weer verder als u de deur sluit en toets START/+30 indrukt.
- 2. Als u tijdens het bereidingsproces de vermogensstand wilt controleren, drukt u toets VERMOGENSSTAND in. Zolang uw vinger deze toets aanraakt, wordt de vermogensstand aangegeven.
- 3. U kunt knop TIJDSCHAKELKLOK/GEWICHT rechtsom of linksom draaien. Als u de knop linksom draait, wordt de bereidingstijd trapsgewijze vanaf 90 minuten verminderd.
Pagina 72
ANDERE NUTTIGE FUNCTIES
- 1. KOKEN IN VERSCHILLENDE FASES
U kunt een reeks van (maximaal) 3 standen programmeren.
Voorbeeld: koken: 5 minuten bij 800 watt vermogen (fase 1) 16 minuten bij 240 watt vermogen (fase 2)
FASE 1
- 1. Voer door knop TIJDSCHAKELKLOK/
GEWICHT rechtsom te draaien de gewenste tijd in.
- 2. Stel het gewenste vermogen in door één maal toets VERMOGENSSTAND in te drukken.
FASE 2
- 3. Voer door knop TIJDSCHAKELKLOK/
GEWICHT rechtsom te draaien de gewenste tijd in.
- 4. Stel het gewenste vermogen in door toets VERMOGENSSTAND vier maal in te drukken.
- 5. Start het proces door toets START/+30 in te drukken.
Controleer het display.
(Het apparaat werkt nu 5 minuten op 800 watt en aansluitend 16 minuten op 240 watt.)
Pagina 73
ANDERE NUTTIGE FUNCTIES
- 2. SNELSTARTFUNCTIE
Met toets START/+30 kunt u de volgende functies bedienen:
- a. Direct starten
U kunt direct 30 seconden lang op een vermogen van 800 watt koken, als u toets START/+30 indrukt.
AANWIJZING:
Om misbruik door kinderen te voorkomen, kan toets START/+30 slechts 3 minuten na de voorafgaande bedieningshandeling, d.w.z. sluiten van de deur of indrukken van toets STOP worden gebruikt.
- b. Verlengen van de bereidingstijd
Tijdens handmatig gebruik kunt u de bereidingstijd door herhaald op de toets te drukken steeds met 30 seconden verlengen.
- 3. CONTROLEREN VAN DE VERMOGENSSTAND
Om tijdens het bereidingsproces de vermogensstand te controleren, drukt u toets VERMOGENSSTAND in.
1x
Zolang u met uw vinger toets VERMOGENSSTAND aanraakt, wordt de vermogensstand aangegeven.
Het terugtellen van de tijd gaat verder, ook als op het display de vermogensstand wordt aangegeven.
- 4. VEILIGHEIDSFUNCTIE
INSTELLEN VAN DE VERGRENDELFUNCTIE
- 1. Druk toets STOP 3 seconden lang in.
1x 3 seconden
Controleer het display.
OPHEFFEN VAN DE VERGRENDELFUNCTIE
- 1. Druk toets STOP 3 seconden lang in.
1x 3 seconden
Als de veiligheidsfunctie is ingesteld, geeft het display de dagtijd aan.
AANWIJZING: als de veiligheidsvergrendeling is ingesteld, kunt u m.u.v. toets STOP geen toetsen gebruiken.
Pagina 74
AUTOMATISCH GEBRUIK
De automatische programma's berekenen de juiste methode en bereidingstijd. U kunt kiezen uit 7 automatische kookprogramma's en 5 automatische ontdooiprogramma's.
Let daarbij op het volgende:
- 1. Druk toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S één maal in, de indicatie komt dan overeen met de afbeelding.
Het menu kiest u door toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S in te drukken tot het gewenste menunummer wordt aangegeven. Zie pag. 73 - 75, tabellen AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S. Om een ontdooimenu te kiezen moet u toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S minstens 8 maal indrukken. Als u deze toets 8 maal indrukt, verschijnt in het display. Het menu wijzigt automatisch, als u toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S ingedrukt houdt.
- 2. Voer door knop TIJDSCHAKELKLOK/GEWICHT te draaien het gewenste gewicht in.
- Alleen het gewicht van de levensmiddelen invoeren. Het gewicht van het servies niet meerekenen.
- Voor gerechten met een hoger of lager gewicht dan in de tabel aangegeven kiest u handmatig gebruik. Let op de aanwijzingen in de tabel om goede resultaten te bereiken. Zie pag. 77 - 78.
toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S x1
menunummer
knop TIJDSCHAKELKLOK/ GEWICHT
toets START/+30
- 3. Start het proces door toets START/+30 in te drukken.
Als een bedieningshandeling noodzakelijk is (bijv. levensmiddelen omkeren) stopt het apparaat automatisch, er klinkt een akoestisch signaal, de resterende bereidingstijd en andere symbolen worden knipperend aangegeven. Om het proces voort te zetten toets START/+30 indrukken.
De temperatuur aan het einde van de bereidingstijd hangt af van de uitgangstemperatuur. Controleer of de levensmiddelen gaar genoeg zijn. Indien nodig kunt u de bereidingstijd verlengen en een hoger vermogen instellen.
Voorbeeld: Voor het bereiden van een ovenschotel met een gewicht van 1 kg kiest u AUTOMATISCH KOOKPROGRAMMA AC-7.
- 1. Kies het gewenste menu door toets AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S 7 maal in te drukken.
- 2. Voer door knop TIJDSCHAKELKLOK/GEWICHT rechtsom te draaien het gewicht in.
- 3. Druk toets START/+30 in.
Controleer het display.
Pagina 75
TABELLEN AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
| TOETS | KOOK-PROGRAMMA | HOEVEELHEID (gewichtseenheid)/SERVIES | TIPS | |
|---|---|---|---|---|
| 1x | AC-1 koken Diepgevroren groente | 0,1 - 0,6 kg (100 g) Schaal met deksel | • Per 100 g 1 el water en wat zout toevoegen (voor paddestoelen is geen extra water nodig). • Met een deksel afdekken. • Roer het gerecht om als het geluidssignaal klinkt, en dek het weer af. | |
| • Na het bereiden uit de oven halen en ca. 2 minuten laten staan. BELANGRIJK: voor compact bevroren groente handmatig gebruik kiezen. | ||||
| 2x | AC-2 koken Verse groente | 0,1 - 0,6 kg (100 g) Schaal met deksel | • In stukjes snijden, bijv. reepjes of plakken. • Per 100 g 1 el water en wat zout toevoegen (voor paddestoelen is geen extra water nodig). • Met een deksel afdekken. | |
| • Roer het gerecht om als het geluidssignaal klinkt, en dek het weer af. • Na het bereiden uit de oven halen en ca. 2 minuten laten staan. | ||||
| 3x | AC-3 koken Diepgevroren gerechten (Roerbaar) | 0,3 - 1,0 kg* (100 g) Schaal met deksel | • Gerecht in een voor de magnetron geschikte schaal doen. • Indien door de fabrikant aangegeven, wat vloeistof toevoegen. • Met een deksel afdekken. • Indien door de fabrikant aangegeven, zonder | |
| deksel koken. • Roer het gerecht om als het geluidssignaal klinkt, en dek het weer af. afdekken. • Na het bereiden uit de oven halen en ca. 2 minuten laten staan. | ||||
| 4x | AC-4 koken Diepgevroren ovenschotels | 0,2 - 0,6 kg (100 g) Platte, ovale ovenschaal met magnetronfolie of voor de magnetron geschikte originele | • Ovenschotel uit de verpakking nemen. Evt. in een ovenschaal overdoen. • Met magnetronfolie afdekken. • Als de verpakking geschikt voor de magnetron is, papieren deksel verwijderen en met | |
| verpakking met magnetronfolie | magnetronfolie afdekken. • Na het bereiden uit de oven halen en ca. 5 minuten laten staan. | |||
| AC-5 koken | 0,1 - 0,8 kg (100 g) | Gekookte aardappelen: aardappelen schillen en | ||
| 5x | Gekookte aardappelen aardappelen schil | en in de | Schaal met deksel | in even grote stukken snijden. In de schil gekookte aardappelen: aardappelen van gelijke grootte uitzoeken en wassen. • Aardappelen in een schaal doen. • Benodigde hoeveelheid water (ca. 2 el per 100 g) en wat zout toevoegen. • Met een deksel afdekken. |
| • Roer het gerecht om als het geluidssignaal klinkt, en dek het weer af. • Na het bereiden uit de oven halen en ca. 2 minuten laten staan. | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 75)
Belangrijk: Gekoelde voedingsmiddelen worden vanaf 5 oC opgewarmd, bevroren voedingsmiddelen vanaf -18 oC.
73
Pagina 76
TABELLEN AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
| TOETS | KOOK-PROGRAMMA | HOEVEELHEID (gewichtseenheid)/SERVIES | TIPS | |
|---|---|---|---|---|
| AC-6 koken | 0,4 - 1,2 kg* (100 g) | • Zie recept "Visfilet met saus" op pag. 75 - 76. | ||
| 6x | Visfilet met | saus | Gratinschaal met magnetronfolie | * Totale gewicht van alle ingrediënten. |
| 7x | AC-7 koken Ovenschotels | 0,5 - 1,5 kg* (100 g) Gratinschaal | • Zie recept "Ovenschotels " op pag. 76. * Totale gewicht van alle ingrediënten. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)
| TOETS | ONTDOOI-PROGRAMMA | HOEVEELHEID (gewichtseenheid)/SERVIES | TIPS | |
|---|---|---|---|---|
| 8x | Ad-1 ontdooien Befstuk en karbonade | 0,2 - 0,8 kg (100 g) Ovenschaal (zie AANWIJZING op pag. 75.) | • Leg de voedingsmiddelen op een platte schaal in het midden van het draaiplateau. • Zodra het geluidssignaal klinkt, dient het omgedraaid te worden, dienen de delen van elkaar gehaald te worden en vervolgens anders neergelegd te worden. Dek de dunne delen en warme plekken af met aluminiumfolie. • Wikkel na het ontdooien in aluminiumfolie en laat 10- 15 minuten staan totdat het volledig is ontdooid. | |
| 9x | Ad-2 ontdooien Gehakt | 0,2 - 0,8 kg (100 g) Ovenschaal (zie AANWIJZING op pag. 75.) | • Leg het blok gehakt in een platte schaal op het midden van het draaiplateau. • Draai het gehakt om zodra het geluidssignaal klinkt. Verwijder de reeds ontdooide delen indien mogelijk. • Dek na het ontdooien af met aluminiumfolie en laat het 5-10 minuten staan totdat het volledig is ontdooid. | |
| 10x | Ad-3 ontdooien Gevogelte | 0,9 - 1,5 kg (100 g) Ovenschaal (zie AANWIJZING op pag. 75.) | • Leg de kip met het borststuk naar beneden in een platte schaal op het midden van het draaiplateau. • Keer, zodra het geluidssignaal klinkt, het gevogelte en dek de dunne delen en warme plekken af met aluminiumfolie. • Na het ontdooien met aluminiumfolie afdekken en 15- 30 minuten laten staan, tot alles volledig ontdooid is. • Gevogelte onder stromend water afspoelen. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 76)
Belangrijk: Gekoelde voedingsmiddelen worden vanaf 5 oC opgewarmd, bevroren voedingsmiddelen vanaf -18 oC.
Pagina 77
TABELLEN AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
| TOETS | ONTDOOI-PROGRAMMA | HOEVEELHEID (gewichtseenheid)/SERVIES | TIPS |
|---|---|---|---|
| 11x | Ad-4 ontdooien Gebak | 0,1 - 1,4 kg (100 g) Plat bord | • Verwijder de verpakking van de cake. • Plaats de cake direct op het draaiplateau, of op een bord in het midden van het draaiplateau. • Snijd de cake na het ontdooien in gelijke plakken en leg ze iets uit elkaar. Laat de cake 15-30 minuten staan totdat de cake volledig is ontdooid. |
| 12x | Ad-5 ontdooien Brood | 0,1 - 1,0 kg (100 g) Ovenschaal (Voor dit programma alleen sneetjes brood.) | • Verdeel de boterhammen over een platte schaal in het midden van het draaiplateau. Een brood met een gewicht van 1 kg kunt u rechtstreeks over het draaiplateau verdelen. • Als het geluidssignaal klinkt, dienen de boterhammen omgedraaid te worden, anders neergelegd te worden en reeds ontdooide boterhammen uitgenomen te worden. • Dek na het ontdooien af met aluminiumfolie en laat het 5-15 minuten staan totdat het volledig is ontdooid. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 77)
Belangrijk: Gekoelde voedingsmiddelen worden vanaf 5 oC opgewarmd, bevroren voedingsmiddelen vanaf -18 oC.
BELANGRIJK: automatische ontdooiprogramma's
- 1. Biefstukken en karbonades naast elkaar (in 1 laag) invriezen.
- 2. Gehakt plat invriezen.
- 3. Na het omkeren de al ontdooide delen met strookjes aluminiumfolie afdekken.
- 4. Gevogelte moet meteen na het ontdooien worden bereid.
- 5. Taarten voorzien van een garnering en room zijn heel gevoelig voor de energie van de magnetron. Als de room snel ontdooit, dient het direct uit de magnetronoven genomen te worden om 10-30 minuten op kamertemperatuur te laten staan, om de beste resultaten te krijgen.
RECEPTEN VOOR AUTOMATISCHE KOOKPROGRAMMA'S AC-6 EN AC-7
VISFILET MET SAUS (AC-6) visfilet met pikante saus
| 0,4 kg | 0,8 kg | 1,2 kg | |
| 140 g 40 g 4 g 12 g 1 tsp 200 g | 280 g 80 g 8 g 24 g 1-2 tsp 400 g | 420 g 120 g 12 g 36 g 2 tsp 600 g | tomaten uit blik (uitgelekt) mais chilisaus uien (gesnipperd) rode wijnazijn mosterd, tijm, cayennepeper visfilet zout |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 77)
- 1. De ingrediënten voor de saus door elkaar mengen.
- 2. De gezouten visfilets met de dunne einden naar het midden in een ronde ovenschaal leggen.
- 3. De saus over de filets gieten.
- 4. Met magnetronfolie afdekken en met AUTOMATISCH KOOKPROGRAMMA (AC-
- 6) “Visfilet met saus”.
- 5. Laat het gerecht na het koken 2 minuten staan.
Pagina 78
RECEPTEN VOOR AUTOMATISCHE KOOKPROGRAMMA'S AC-6 EN AC-7
VISFILET MET SAUS (AC-6) visfilet met kerriesaus
| 0,4 kg | 0,8 kg | 1,2 kg | |
| 200 g 40 g 160 g | 400 g 80 g 320 g | 600 g 120 g 480 g | visfilet zout bananen (in kleine stukjes) kant-en-klare kerriesaus |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)
OVENSCHOTELS (AC-7) spinazieschotel
| 0,5 kg | 1,0 kg | 1,5 kg | |
| 5 g 150 g 15 g 150 g 35 g 50 g 1 40 g | 10 g 300 g 30 g 300 g 75 g 100 g 2 75 g | 15 g 450 g 45 g 450 g 110 g 150 g 3 115 g | boter of margarine (voor het invetten van de schaal) bladspinazie (ontdooien en afgieten) uien (gesnipperd) zout, peper, nootmuskaat aardappelen (in plakjes) gekookte ham (in blokjes) crème fraiche ei (eren) geraspte kaas paprikapoeder |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)
OVENSCHOTELS (AC-7) aardappel-courgetteschotel
| 0,5 kg | 1,0 kg | 1,5 kg | |
| 5 g 200 g 115 g 75 g 1 1/2 40 g 10 g | 10 g 400 g 230 g 150 g 2 1 80 g 20 g | 15 g 600 g 345 g 225 g 3 2 120 g 30 g | boter of margarine (voor het invetten van de schaal) aardappelen (in plakjes) courgettes (in plakjes) crème fraiche ei (eren) teentjes knoflook (geperst) zout, peper kaas (geraspt) zonnebloempitten paprikapoeder |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 78)
- 1. De gezouten visfilets met de dunne einden naar het midden in een ronde ovenschaal leggen.
- 2. De saus over de filets gieten en de stukjes banaan erop leggen.
- 3. Met magnetronfolie afdekken en met AUTOMATISCH KOOKPROGRAMMA (AC-
- 6) “Visfilet met saus”.
- 4. Laat het gerecht na het koken 2 minuten staan.
- 1. Spinazie en ui met elkaar vermengen en zout, peper en nootmuskaat toevoegen.
- 2. Ovenschaal invetten. Om en om laagjes aardappel, ham en spinazie in de schaal leggen. De bovenste laag moet spinazie zijn.
- 3. Meng de eieren met de crème fraiche, voeg zout en peper toe en giet over de gratin.
- 4. Met geraspte kaas en paprikapoeder bestrooien.
Met AUTOMATISCH KOOKPROGRAMMA
(AC-7) “Ovenschotels”.
- 5. Laat het gerecht na het koken 5-10 minuten staan.
- 1. Ovenschaal invetten en om en om laagjes aardappel en courgette in de schaal leggen.
- 2. Meng de eieren met de crème fraîche, voeg zout, peper en knoflook toe en giet over de gratin.
- 3. Met geraspte kaas en paprikapoeder bestrooien.
- 4. Besprenkel als laatste de gratin met zonnebloempitten en paprikapoeder en kook op de stand AUTOMATISCH KOOKPROGRAMMA
(AC-7) “Ovenschotels”.
- 5. Laat het gerecht na het koken 5-10 minuten staan.
Pagina 79
TABELLEN
GEBRUIKTE AFKORTINGEN
el = eetlepel kp - kopje g = gram ml = milliliter tl = theelepel kg = kilogram l = liter cm = centimeter
min. = minuten
TABEL: DRANKEN EN GERECHTEN VERWARMEN Hoeveelheid Vermogens- Tijd Tips (g/ml) stand (min.)
Drank/gerecht
| Koffie, 1 kopje 150 | 800 W | ca. 1 | niet afdekken |
|---|---|---|---|
| Melk, 1 kopje 150 | 800 W | ca. 1 | niet afdekken |
| Water, 1 kopje 150 | 800 W | 1¹/2 -2 | niet afdekken |
| 6 kopjes 900 | 800 W | 10-12 | niet afdekken |
| 1 kom 1000 | 800 W | 11¹/2-13 | niet afdekken |
| Gerecht geserveerd op een bord 400 (groente, vlees en garnituur) | 800 W | 3-6 | wat water op de saus sprenkelen, afdekken, halverwege het opwarmproces roeren |
| Éénpansgerecht / Soup 200 | 800 W | 1¹/2-2¹/2 | afdekken, na het verwarmen omroeren |
| Groente 200 | 800 W | 2-2¹/2 | indien nodig water toevoegen, afdekken, |
| 500 | 800 W | 4-5 | halverwege het opwarmproces roeren |
| Vlees 1 plak* 200 | 800 W | 3-4 | saus dun over de toplaag verdelen, afdekken |
| Visfilet * 200 | 800 W | 2-3 | afdekken |
| Gebak, 1 stuk 100 | 400 W | 1/2 | op een rooster leggen |
| Babyvoeding. 1 potje 190 | 400 W | ca. 1 | in een voor de magnetron geschikt bakje plaatsen, na het opwarmen goed roeren en de temperatuur testen |
| Margarine of boter smelten* 50 | 800 W | 1/2 | afdekken |
| Chocolade smelten 100 | 400 W | 2-3 | af en toe roeren |
| * vanaf koelkasttemperatuur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)
Product Hoeveelheid (g)
| Visfilet | 300 |
|---|---|
| Maaltijd op bord | 400 |
| Broccoli | 300 |
| Erwtjes | 300 |
| Gemengde groente | 500 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)
TABEL: ONTDOOIEN EN KOKEN
Vermogens- Tijd Water Tips stand (min.) toevoegen(el)
| 800 W | 10-12 | - | afdekken |
|---|---|---|---|
| 800 W | 9-11 | - | afdekken, na 6 minuten roeren tijd omroeren |
| 800 W | 7-9 | 3-5 | afdekken, halverwege de kooktijd omroeren |
| 800 W | 7-9 | 3-5 | afdekken, halverwege de kooktijd omroeren |
| 800 W | 11-13 | 3-5 | afdekken, halverwege de kooktijd omroeren |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 79)
Standtijd (min.)
1-2 2 2 2 2
TABEL: ONTDOOIEN
Product Hoeveelheid Vermogens- Tijd Tips Standtijd (g) stand (min.) (min.)
| Geroosterd vlees 1500 80 W 58-64 in een platte schaal leggen, (varken, rundvlees, lamsvlees) 1000 80 W 42-48 halverwege de ontdooitijd omkeren biefstuk, schnitzel 500 80 W 19-23 Goulash 500 240 W 8-12 halverwege de ontdooitijd roeren Worstjes: 8 stuks 600 240 W 6-9 naast elkaar leggen, halverwege de 4 stuks 300 240 W 4-5 ontdooitijd omdraaien Kippenbout 200 240 W 4-5 halverwege de ontdooitijd omdraaien Visfilet 400 240 W 7-10 halverwege de ontdooitijd omdraaien Broodjes, 2 stuks 80 240 W env. 1 slechts gedeeltelijk ontdooien Gebak, 1 stuk 100-150 80 W 2-5 plaats in een platte schaal Fruit, (bijv. kersen, 250 240 W 4-5 gelijkmatig verdelen, halverwege de aardbeien, frambozen, pruimen) ontdooitijd omdraaien | 30-90 30-90 30-90 10-15 5-10 5-10 10-15 5-10 - 5 5 |
| De in de tabel vermelde tijden zijn richtlijnen, die naargelang de vriestemperatuur, kwaliteit en gewicht van de levensmiddelen variëren. | kunnen |
Pagina 80
TABELLEN
TABEL: VLEES, VIS EN GEVOGELTE BRADEN EN VERSE GROENTE KOKEN
Product Hoeveel Vermogens- Tijd Tips Standtijd heid (g) stand (min.) (min.)
| Vlees (varkenslvees, | 500 | 800 W 400 W | 8-10* 10-12 | naar smaak kruiden, in een platte schaal leggen, na * omkeren | 10 |
| rundvlees, lamsvlees) Biefstuk (medium) Visfilet Kip Kippenbout Broccoli Erwtjes Wortels Aardappelen, lekookt | 1000 1500 1000 200 1200 200 500 500 500 300 500 | 800 W 400 W 800 W 400 W 800 W 400 W 800 W 800 W 800 W 800 W 800 W 800 W 800 W 800 W | 19-21* 11-14 33-36* 13-17 9-11* 5-7 3-4 21-24 3-4 9-11 9-11 10-12 7-9 9-11 | naar smaak kruiden, in een schaal leggen, na * omkeren op smaak brengen, in platte schaal leggen, afdekken op smaak brengen, in ondiepe schaal leggen, halverwege de kooktijd omkeren op smaak brengen, in een platte schaal leggen in roosjes verdelen, 4-5 el water toevoegen, afdekken, tijdens het koken af en toe roeren afdekken, 4-5 el water toevoegen, tijdens het koken af en toe roeren in plakjes snijden, 4-5 el water toevoegen, afdekken - tijdens het koken af en toe roeren in grote gelijke stukken snijden, een beetje zout en 150 ml toevoegen, afdekken, tijdens het koken af en toe roeren | 10 10 10 3 3 3 - - - - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 80)
RECEPTEN
Alle recepten in deze gebruiksaanwijzing zijn, tenzij anders aangegeven, bedoeld voor 4 porties.
AANPASSEN VAN TRADITIONELE RECEPTEN
Als u uw vanouds beproefde recepten wilt aanpassen voor de magnetron, moet u op het volgende letten: De bereidingstijden met een derde tot de helft verkorten. Zie ook de recepten in deze gebruiksaanwijzing. Levensmiddelen met veel vocht zoals vlees, vis, gevogelte, groente, fruit, éénpansgerechten en soep kunnen zonder problemen in de magnetron worden bereid. Bij gerechten met
CHAMPIGNONSOEP
Servies: Schaal met deksel (2 l inhoud) ingrediënten
200 g champignons, in plakjes 50 g ui, gesnipperd
300 ml vleesbouillon
300 ml room
25 g bloem
25 g boter of margarine zout, peper
1 eidooier
150 g crème fraiche
weinig vloeistof zoals maaltijden op een bord moet u het oppervlak wat vochtig maken.
Toevoegen van vloeistoffen bij rauwe levensmiddelen die gestoofd worden, tot ca. tweederde van de hoeveelheid in het originele recept reduceren. Indien nodig tijdens het bereidingsproces wat vloeistof toevoegen.
Toevoegen van vet kan aanzienlijk gereduceerd worden.
Een kleine hoeveelheid boter, margarine of olie is voldoende om het gerecht smaak te geven. Daarom is de magnetron uitstekend geschikt voor het bereiden van vetarme gerechten.
- 1. Champignons en bouillon in de schaal doen en afgedekt koken.
- 2. Met een mixer alle ingrediënten pureren. De room toevoegen.
- 3. Meng de bloem en de boter tot een deeg en roer door de soep. Voeg peper en zout toe en kook de soep met het deksel erop. Roer na het koken.
- 4. De eidooier met de crème fraiche vermengen en lepel voor lepel door de soep mengen. Nog even verwarmen, maar niet meer laten koken!
Na afloop van de kooktijd ca. 2 minuten laten nagaren.
78
Pagina 81
RECEPTEN
| KALFSVLEES IN ROOMSAUS | 1. Snij het kalfsvlees in reepjes. |
| Servies: Schaal met deksel (2 l inhoud) ingrediënten | 2. Vet de schaal in met boter. Plaats de ui en het vlees toe in de schaal, dek af en kook. Roer een enkele |
| 600 g kalfsfilet | keer tijdens het koken. |
| 10 g boter of margarine | 7 - 10 min. 800 W |
| 50 g ui, gesnipperd | 3. Voeg de witte wijn, het jusblokje en de room toe, roer, |
| 100 ml witte wijn | dek af en laat verder koken. Roer af en toe. |
| gekruid jusblokje voor ongeveer 1/2 liter jus | 4 - 5 min. 800 W |
| 300 ml room | 4. Na afloop van de kooktijd het mengsel omroeren en |
| 1 el peterselie, gehakt | ca. 5 minuten laten nagaren. Met peterselie garneren. |
| GEVULDE HAM | 1. Vermeng de spinazie met de kaas en kwark, en |
| Servies: Schaal met deksel (2 l inhoud) | breng dit mengsel op smaak. |
| Ovale ovenschotel (ca. 26 cm lang) ingrediënten | 2. Leg op elk plakje gekookte ham een eetlepel van de vulling en rol het op. Steek de ham vast met een |
| 125 g bladspinazie, fijngehakt | houten pen. |
| 125 g kwark, 6 % vet | 3. Maak een bechamelsaus: giet hiervoor het water en |
| 40 g Emmentaler kaas, gemalen | de room in een kom, dek deze af en verwarm. |
| peper, paprika | 3 - 4 min. 800 W |
| 6 plakjes gekookte ham (300 g) | Meng de boter met de bloem om een roux te maken, |
| 125 ml water | voeg aan de vloeistof toe en roer met een garde tot |
| 125 ml room | een glad mengsel ontstaat. Dek af, kook tot de roux |
| 20 gl bloem | dik is. |
| 20 g boter of margarine | 1 min. 800 W |
| 10 g boter of margarine om de schaal in | Roer en proef. |
| te vetten | 4. Giet de saus in de ingevette schaal, leg de gevulde hamrolletjes erin en kook het met de deksel erop. |
| 3 - 4 min. 800 W | |
| Na afloop van de kooktijd ca. 5 minuten laten nagaren. | |
| LASAGNE AL FORNO | 1. Snij de tomaten in kleine stukjes, meng met de ham, |
| Servies: Schaal met deksel (2 l inhoud) | ui, knoflook, gehakt en tomatenpuree. Op smaak |
| Ondiepe, vierkante schaal met | brengen, afdekken en koken. |
| deksel (ca. 20 x 20 x 6 cm) | 7 - 9 min. 800 W |
| ingrediënten | 2. Meng de crème fraîche met de melk, Parmezaanse |
| 300 g tomaten uit blik | kaas, kruiden, olie en specerijen. |
| 50 g ham, fijngesneden | 3. Vet de schaal in en leg 1/3 van de lasagnebladen |
| 50 g ui, gesnipperd | op de bodem. Leg de helft van het gehaktmengsel |
| 1 teentje knoflook, geperst 250 g gehakt | op de pasta en giet hier wat saus over. Herhaal dit en zorg dat de laatste laag de resterende pasta is. |
| 2 el tomatenpuree zout, peper | Giet de saus over de pasta en bestrooi met Parmezaanse kaas. Kook het gerecht met gesloten |
| 150 ml crème fraiche | deksel. |
| 100 ml melk | 15 - 17 min. 560 W |
| 50 g Parmezaanse kaas, geraspt 1 tl gemengde kruiden, gehakt 1 tl olijfolie | Na afloop van de kooktijd ca. 5 -10 minuten laten nagaren. |
| 1 tl plantaardige olie om de schaal in te vetten 125 g groene lasagne | |
| 1 el Parmezaanse kaas, geraspt |
Pagina 82
RECEPTEN
| RATATOUILLE | 1. Olijfolie en knoflook in de schaal doen. Groente m.u.v. |
| Servies: Schaal met deksel (2 l inhoud) | de artisjokharten toevoegen en met peper kruiden. |
| ingrediënten | Bouquet garni toevoegen en afgedekt stoven. Tussendoor |
| 5 el olijfolie | één maal omroeren. |
| 1 teentje knoflook, geperst | 19 - 21 min. 800 W |
| 50 g ui, in plakjes | 5 minuten voor het einde de artisjokharten toevoegen. |
| 250 g aubergine, in blokjes gesneden 250 g courgette, in blokjes gesneden 200 g peper, in grote stukjes gesneden | 2. De ratatouille met zout en peper op smaak brengen. Het bouquet garni voor het opdienen verwijderen. Na het stoven ongeveer 2 minuten laten staan. |
| 75 g venkel, in grote stukjes gesneden 1 bouquet garni | Tip: Bij vleesgerechten serveren. Het gerecht smaakt koud uitstekend als voorgerecht. |
| 200 g artisjokharten uit blik, in vieren zout, peper | Tip: Een bouquet garni bestaat uit: takje peterselie, bosje soepgroente, takje lavas, takje tijm, enkele laurierbladeren. |
| ZEETONGFILET | 1. De filets wassen en droog deppen. Graten |
| Servies: Ondiepe, ovale ovenschotel met | verwijderen. |
| magnetronfolie (ca. 26 cm lang) | 2. Snijd de citroen en de tomaten in dunne plakjes. |
| ingrediënten | 3. Vet de schaal in met boter. Leg de visfilets in de |
| 400 g tongfilet | schotel en besprenkel met plantaardige olie. |
| 1 citroen, heel | 4. Strooi peterselie over de vis, leg de plakjes tomaten |
| 150 g tomaten | erop en breng op smaak. Leg de plakjes citroen |
| 1 tl boter | bovenop de tomaten en giet hier witte wijn over. |
| 1 el plantaardige olie | 5. Leg kleine klontjes boter bovenop de citroen, dek af |
| 1 el peterselie, gehakt | en kook. |
| zout, peper | 13 - 16 min. 800 W |
| 4 el witte wijn | Na afloop van de kooktijd ca. 2 minuten laten |
| 20 g boter of margarine | nagaren. |
| Tip: Voor dit gerecht kunt u ook roodbaars, heilbot, harder, schol of kabeljauw gebruiken. | |
| BESSENGELEI MET VANILLESAUS | 1. Een paar vruchten achterhouden voor de garnering. De |
| Servies: Schalen met deksel (2 l inhoud) | rest met de witte wijn pureren, in de schaal doen en |
| Schalen met deksel (1 l inhoud) | afgedekt verwarmen. |
| ingrediënten | 7 - 9 min. 800 W |
| 150 g rode aalbessen, gewassen en ontdaan van | 2. Suiker en citroensap mengen. |
| kroontjes | 3. Laat de gelatine ongeveer 10 minuten in koud water |
| 150 g aardbeien, gewassen en ontdaan van kroontjes | weken, haal uit het water en knijp droog. Roer de gelatine door de warme vruchtenpuree totdat deze |
| 150 g frambozen, gewassen en ontdaan van | oplost. Zet de gelei in de koelkast en laat stijf worden. |
| kroontjes | 4. Vanillesaus bereiden; giet de melk in de andere schaal. |
| 250 ml witte wijn | |
| Snij het vanillestokje open en schraap de vanille uit, roer | |
| 100 g suiker | dit in de melk met het suikermengsel en de maïsmeel. |
| 50 ml citroensap | |
| Afdekken en koken, tijdens het koken roeren, aan het | |
| 8 blaadjes gelatine | einde van de kooktijd nogmaals roeren. |
| 300 ml melk | |
| 3 - 4 min. 800 W | |
| 1/2 vanillestokje | |
| 5. Keer de schaal met de gelei om op een bord en | |
| 30 g suiker | garneer met het resterende fruit. Giet de vanillesaus over |
| 15 g maïsmeel | de gelei. |
| Tip: U kunt ook diepvriesfruit gebruiken, dat moet dan eerst worden ontdooid. |
Pagina 83
REINIGING EN ONDERHOUD
WAARSCHUWING: GEBRUIK GEEN COMMERCIËLE OVENREINIGERS, STOOMREINIGERS, SCHURENDE REINIGINGSMIDDELEN, SCHOONMAAKMIDDELEN DIE NATRIUMHYDROXIDE BEVATTEN OF SCHUURSPONSJES DIT GELDT VOOR ALLE DELEN. VAN UW MAGNETRON.
REINIG DE MAGNETRONOVEN REGELMATIG EN VERWIJDER ALLE VOEDSELRESTEN. Als u de oven niet regelmatig reinigt dan kan dit slijtage van ovenbekleding veroorzaken waardoor de levensduur van het apparaat wordt verkort en gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.
Ommanteling
De buitenkant van het apparaat met een mild sopje schoonmaken. Goed met een droge doek afnemen en met een handdoek nadrogen.
Bedieningspaneel
Voor het reinigen de deur openen om het bedieningspaneel te deactiveren.
Het paneel voorzichtig met een vochtige doek schoonmaken. Nooit te veel water en geen chemische of schurende reinigingsmiddelen gebruiken, omdat het bedieningspaneel daardoor kan worden beschadigd.
Ovenruimte
- 1. Na elk gebruik het nog warme apparaat met een zachte, vochtige doek of spons afnemen, om lichte verontreinigingen te verwijderen. Voor sterke verontreinigingen een mild sopje gebruiken en verschillende keren met een zachte, vochtige doek of spons grondig afnemen, tot alle resten volledig verwijderd zijn. Verwijder nooit de afdekking van de microgolvengeleider.
- 2. Let erop dat er geen zeepsop of water door de kleine openingen in de wand dringt, omdat het apparaat daardoor beschadigd kan raken.
- 3. Gebruik geen reinigingsspray in de ovenruimte.
Draaiplateau en draaimechanisme: Verwijder eerst het draaiplateau en het draaimechanisme uit de ovenruimte. Draaiplateau en mechanisme met een mild sopje schoonmaken en met een zachte doek afdrogen. Beide delen kunnen in de afwasautomaat worden gereinigd.
Apparaatdeur
De deur, de deurafdichting en de afsluitvlakken regelmatig met een vochtige doek afnemen om verontreinigingen te verwijderen. Gebruik geen agressieve schuurmiddelen of scherpe metalen schrapers om de ruit van de ovendeur te reinigen aangezien hierdoor krassen op het oppervlak kunnen ontstaan waardoor de ruit kan breken.
AANWIJZING: Gebruik geen stoomreiniger.
SERVICE
In het hoofdstuk "Wat te doen als...” zijn enkele storingen beschreven die u zelf kunt opheffen. Lees in geval van storing eerst dit hoofdstuk. Als u daar geen aanwijzingen vindt, neemt u contact op met onze service-afdeling.
Bereid het gesprek altijd goed voor. Zo vergemakkelijkt u de diagnose en de beslissing of bezoek van een servicetechnicus nodig is.
Noteer modelnummer en serienummer. Deze nummers vindt u op het typeplaatje van het apparaat.
model ........................................ S-nr. ........................................
Geef onze service-afdeling ook het volgende op:
- Hoe doet de storing zich voor?
- Onder welke omstandigheden treedt de storing op?
Wanneer ontstaan er voor u ook tijdens de garantietermijn kosten?
- als u de storing m.b.v. de storingstabel (zie hoofdstuk "Wat te doen als ...") zelf had kunnen opheffen, - als onze service-technicus u verschillende malen moet bezoeken, omdat hij voor zijn bezoek niet alle belangrijke informatie heeft gekregen en nu bijv. onderdelen moet halen. Dit kunt u voorkomen als u uw telefoongesprek goed voorbereidt zoals boven beschreven.
Adres service-afdeling
Zanussi fabrieksservice
Postbus 120 2400 AC Alphen aan den Rijn
Service-informatielijn tel. (0172) 468 300 (voor bezoek servicetechnicus en onderdelen) Consumentenbelangen tel. (0172) 468 172 (voor algemene, product- of gebruiksinformatie) www.zanussi.nl
81