Zanussi ZVEIM6KN, tekst van de handleiding
Oven · Zanussi · 26 pagina's in het Nederlands · pdf: 188 pagina's, 2,2 MB
Storingen op pagina 51
Pagina 51
Vanaf de titel; het begin van pagina 51 staat in de pdf.
12. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Wat te doen als...
Neem in alle gevallen die niet in deze tabel zijn opgenomen contact op met een erkend servicecentrum.
| Het apparaat gaat niet aan of warmt niet | op |
|---|---|
| Probleem | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| U kunt het apparaat niet inschakelen of gebruiken. | Het apparaat is op de juiste manier op een elektrische toevoer aangesloten. |
| Het apparaat warmt niet op. | De automatische uitschakeling is gedeactiveerd. |
| Het apparaat warmt niet op. | De zekering is niet doorgeslagen. |
| Het apparaat warmt niet op. | Het slot is uitgeschakeld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 51)
| Onderdelen | |
|---|---|
| Probleem | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| De verlichting werkt niet. | De lamp is opgebrand. |
Pagina 52
| Foutcodes | |
|---|---|
| Op het display verschijnt… | Controleer of de volgende zaken van toepassing zijn... |
| 00:00 | Er was een stroomstoring. Stel het tijdstip van de dag in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
Als het display een foutcode weergeeft die niet in deze tabel staat, schakelt u de zekering van het huis uit en weer in om de oven opnieuw te starten. Als de foutcode opnieuw optreedt, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
12.2 Service-informatie
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje. Het typeplaatje bevindt zich op het voorframe van de apparaatruimte. Verwijder het typeplaatje niet uit de apparaatruimte.
| Wij raden je aan om de teren: | gegevens hier te no‐ |
|---|---|
| Model (MOD.) | ......................................... |
| Productnummer (PNC) | ......................................... |
| Serienummer (S.N.) | ......................................... |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 52)
13. ENERGIEZUINIGHEID
13.1 Energiebesparing
Zorg ervoor dat de deur van het apparaat gesloten is als het apparaat in werking is. Open de deur van het apparaat niet te vaak tijdens het koken. Houd het deurrubber schoon en zorg ervoor dat het goed op zijn plaats vastzit.
Gebruik metalen kookgerei om meer energie te besparen (alleen als u geen magnetronfunctie gebruikt).
Verwarm het apparaat niet voor alvorens te koken als dat niet hoeft.
Houd onderbrekingen tussen het bakken zo kort mogelijk als je een aantal gerechten tegelijkertijd bereidt.
Koken met hete lucht
Gebruik indien mogelijk de bereidingsfuncties met hete lucht om energie te besparen.
Restwarmte
De ventilator en lamp blijven werken. Wanneer je de oven uitschakelt, geeft het
display de restwarmte aan. U kunt die warmte gebruiken om het eten warm te houden.
Wanneer de kookduur langer is dan 30 minuten, verlaag dan de oventemperatuur tot minimaal 3-10 minuten voor het einde van het koken. De restwarmte binnen in het apparaat zal blijven koken.
Je kunt de restwarmte gebruiken om andere maaltijden op te warmen.
Eten warm houden
Kies de laagst mogelijke temperatuurinstelling om de restwarmte te gebruiken en een maaltijd warm te houden. Het indicatielampje van de restwarmte of temperatuur verschijnt op het display.
Koken met de verlichting uitgeschakeld
Schakel de verlichting tijdens het koken uit. Doe het aan als je het nodig hebt.
Pagina 53
14. MENUSTRUCTUUR
14.1 Menu
| Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | Stap 4 | Stap 5 |
|---|---|---|---|---|
| - selecteer om de Menu. | Selecteer de optie in de Menu structuur en druk op . | Selecteer de instelling. | - druk op om de instelling te bevestigen. | Pas de waarde aan en druk op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
| Draai de | knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om Menu af te sluiten. | ||
| Menu-structuur te betreden | |||
| Kook- En Bakassistent | Instellingen | ||
| Instellingen | |||
| 01 | Dagtijd | Wijzigen 02 Helderheid display | 1 - 5 |
| 03 | Toetstonen | 1 - Piep 04 Geluidsvolume 2 - Klik 3 - Geluid uit | 1 - 4 |
| 05 | Uptimer | Aan/uit 06 Binnenverlichting | Aan/uit |
| 07 | Demofunctie | Activeringscode: 08 Softwareversie 2468 | Controleren |
| 09 | Terug naar fabrieksinstellingen | Ja / Nee | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 53)
15. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Pagina's 1–27: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 28
Welkom bij Zanussi! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.zanussi.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE..........................................................................28
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN.................................................................32
- 3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT........................................................ 35
- 4. BEDIENINGSPANEEL..................................................................................36
- 5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK......................................... 36
- 6. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................. 37
- 7. KLOKFUNCTIES...........................................................................................43
- 8. GEBRUIK VAN DE ACCESSOIRES.............................................................44
- 9. EXTRA FUNCTIES....................................................................................... 45
- 10. AANWIJZINGEN EN TIPS.......................................................................... 46
- 11. ONDERHOUD EN REINIGING...................................................................49
- 12. PROBLEEMOPLOSSING........................................................................... 51
- 13. ENERGIEZUINIGHEID............................................................................... 52
- 14. MENUSTRUCTUUR................................................................................... 53
- 15. MILIEUBESCHERMING..............................................................................53
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 De veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of
Pagina 29
instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met het apparaat gaan spelen..
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren en de kabel vervangen.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Trek de stekker van het apparaat uit het stopcontact voordat u welke soort onderhoud dan ook gaat uitvoeren.
- Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, een erkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoon
Pagina 30
deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties met elektriciteit te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat is uitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrische schokken te voorkomen.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorg ervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlak van de apparaatruimte niet aanraakt.
- Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires of ovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.
- Activeer de magnetronfunctie niet wanneer het apparaat leeg is. Metalen onderdelen in de ruimte kunnen elektrische vonken veroorzaken.
- Tijdens bereiding in de magnetron zijn geen metalen voedselbakjes en drinkbekers toegestaan. Deze vereiste is niet van toepassing als de fabrikant heeft aangegeven dat het formaat en de vorm van het metalen voorwerp geschikt is voor bereiding in de magnetron.
- WAARSCHUWING: Als de deur of deurafdichtingen beschadigd zijn, mag het apparaat niet worden gebruikt totdat het is gerepareerd door een erkende installatietechnicus.
- WAARSCHUWING: Alleen een erkende installatietechnicus kan service- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren waarbij een afdekking wordt verwijderd die bescherming biedt tegen blootstelling aan magnetronenergie.
- WAARSCHUWING: Warm geen vloeistoffen en ander voedsel in afgesloten verpakkingen op. Ze kunnen exploderen.
- Gebruik alleen voorwerpen die geschikt zijn voor gebruik in de magnetron.
- Let bij het opwarmen van voedsel in plastic of papieren verpakkingen op het apparaat vanwege de mogelijkheid tot zelfontbranding.
Pagina 31
- Het apparaat is bedoeld voor het opwarmen van voedsel en dranken. Het drogen van voedsel of kleding en het opwarmen van warmhoudkussentjes, slippers, sponzen, vochtige doeken enzovoort kunnen leiden tot letsel, vonkontsteking of brand.
- Als rook wordt uitgestoten, schakelt u het apparaat uit of trekt u de stekker uit het stopcontact en houdt u de deur gesloten om vlammen te kunnen doven.
- Het opwarmen van dranken in de magnetron kan tot kookvertraging leiden. Wees voorzichtig bij het hanteren van de verpakking.
- De inhoud van zuigflesjes en babyvoedingspotjes moet worden geroerd of geschud en de temperatuur vóór het gebruik worden gecontroleerd om brandwonden te voorkomen.
- Eieren in hun schaal en hele hardgekookte eieren mogen niet in het apparaat worden opgewarmd omdat ze kunnen exploderen, zelfs nadat de opwarming in de magnetron is beëindigd.
- Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkant van de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden.
Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.
- Het apparaat moet regelmatig worden gereinigd en alle voedselresten moeten worden verwijderd.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpe metalen schrapers om de glazen deur schoon te maken.
Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoor het glas zou kunnen breken.
- Als het apparaat niet in een schone toestand wordt onderhouden, kan dit leiden tot een verslechtering van het oppervlak. Dit kan de levensduur van het apparaat negatief beïnvloeden en mogelijk een gevaarlijke situatie opleveren.
Pagina 32
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Trek het apparaat nooit aan de handgreep van zijn plaats.
- Installeer het apparaat op een veilige en geschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Controleer, voordat je het apparaat monteert, of de ovendeur onbelemmerd opent.
- Het apparaat is uitgerust met een elektrisch koelsysteem. Het moet worden gebruikt met de elektrische voeding.
- De inbouwunit moet voldoen aan de stabiliteitsvereisten van DIN 68930.
| Minimumhoogte kast (Minimumhoogte kast onder werkblad) | 444 (460) mm |
| Kastbreedte | 560 mm |
| Kastdiepte | 550 (550) mm |
| Hoogte van de voorkant van het apparaat | 455 mm |
| Hoogte van de achterkant van het apparaat | 440 mm |
| Breedte van de voorkant van het apparaat | 595 mm |
| Breedte van de achterkant van het apparaat | 559 mm |
| Diepte van het apparaat | 567 mm |
| Ingebouwde diepte van het apparaat | 546 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
| Diepte met open deur | 882 mm |
|---|---|
| Minimumgrootte ventilatieopening. Opening geplaatst aan de onderkant van de achterzijde | 560x20 mm |
| Lengte netvoedingskabel. Kabel wordt in de rechterhoek van de achterzijde geplaatst | 1500 mm |
| Bevestigingsschroeven | 3.5x25 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
- Alle elektrische aansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg dat u de netstekker en het netsnoer niet beschadigt. Indien de voedingskabel moet worden vervangen, dan moet dit gebeuren door onze Klantenservice.
- Laat de stroomkabel niet in aanraking komen met de deur van het apparaat of de niche onder het apparaat, met name niet als deze werkt of als de deur heet is.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
Pagina 33
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
- Dit apparaat wordt geleverd met een stekker en een netsnoer.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden, elektrische schokken of een explosie.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Schakel het apparaat na elk gebruik uit.
- Wees voorzichtig met het openen van de deur van het apparaat wanneer het apparaat in werking is. Er kan hete lucht vrijkomen.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Oefen geen druk uit op de open deur.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Open de deur van het apparaat voorzichtig. Het gebruik van ingrediënten met alcohol kan een mengsel van alcohol en lucht veroorzaken.
- Laat geen vonken of open vlammen in contact met het apparaat komen wanneer u de deur opent.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Gebruik de magnetronfunctie niet om het apparaat voor te verwarmen.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Om schade of verkleuring van het email te voorkomen:
- leg geen aluminiumfolie op de bodem van de ruimte in het apparaat.
- plaats geen water direct in het hete apparaat.
- bewaar geen vochtige gerechten en voedsel in het apparaat nadat u klaar bent met koken.
- wees voorzichtig bij het verwijderen of bevestigen van accessoires.
- Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
- Gebruik een diepe pan voor vochtige taarten. Vruchtensappen veroorzaken vlekken die permanent kunnen zijn.
- Kook altijd met de deur van het apparaat gesloten.
- Als het apparaat achter een meubelpaneel gemonteerd is (bijv. een deur), zorg er dan voor dat de deur nooit gesloten is als het apparaat in werking is. Warmte en vocht kunnen achter een gesloten meubelpaneel ophopen en schade aan het apparaat, de behuizing of de vloer veroorzaken. Sluit het meubelpaneel niet tot het apparaat compleet is afgekoeld na gebruik.
2.4 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, vuur of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld.
Er bestaat een risico dat de glasplaten kunnen breken.
- Vervang direct de glazen deurpanelen als deze beschadigd zijn. Neem contact op met een erkend servicecentrum.
- Wees voorzichtig als u de deur van het apparaat verwijdert. De deur is zwaar!
Pagina 34
- Zorg ervoor dat de ovenruimte en de deur na elk gebruik worden afgeveegd. Stoom geproduceerd tijdens de werking van het apparaat condenseert op de wanden en kan roest veroorzaken.
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Vet en voedsel dat in het apparaat achterblijft, kan brand en elektrische vonken veroorzaken wanneer de magnetronfunctie werkt.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Volg als u een ovenspray gebruikt de aanwijzingen op de verpakking.
2.5 Hanteren van glaswerk
Als u uw glaswerk niet met passende zorg behandelt, kan dit leiden tot breuken, afsplintering, barsten of aanzienlijke krassen:
- Mors geen koud water of andere vloeistoffen op het glaswerk omdat een plotselinge daling van de temperatuur ertoe kan leiden dat het glas onmiddellijk breekt. Stukjes gebroken glas kunnen zeer scherp zijn en moeilijk te vinden.
- Plaats heet glaswerk niet op een nat of koel oppervlak, direct op het aanrecht of een metalen oppervlak of in de gootsteen of hanteer heet glaswerk niet met een vochtige doek.
- Gebruik of repareer geen glaswerk dat is afgesplinterd, gebarsten of zwaar bekrast.
- Laat heet glaswerk niet op of tegen een hard voorwerp stoten en sla er niet met keukengerei tegen.
- Verwarm leeg of bijna leeg glaswerk niet in de magnetron, of oververhit olie of boter niet in de magnetron (neem de minimale kooktijd in acht).
Laat heet glaswerk afkoelen op een koelrek, pannenlap of droge doek. Zorg ervoor dat het glaswerk genoeg is afgekoeld voordat het wordt gewassen of in de koelkast of diepvries wordt gezet.
Vermijd het hanteren van heet glaswerk (waaronder items met silicone grijpvlakken) zonder droge pannenlappen.
Vermijd misbruik van de magnetron (bijv. de oven aanzetten zonder iets erin te zetten of met een zeer kleine belasting).
2.6 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
- Dit product bevat een lichtbron van energie-efficiëntieklasse G.
- Gebruik alleen lampjes met dezelfde specificaties.
2.7 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat.
- Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
2.8 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
- Verwijder de deurvergrendeling om te voorkomen dat kinderen of huisdieren binnen in het apparaat vast komen te zitten.
Pagina 35
3. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
3.1 Algemeen overzicht
3.2 Accessoires
Bakrooster
Voor kookgerei, bak- en braadvormen.
Bakplaat
Voor gebak en koekjes.
Glazen bodemplaat van de magnetron
Voor het bereiden van voedsel in de magnetronstand.
Bedieningspaneel
Knop voor verwarmingsfuncties Display
Bedieningsknop
Verwarmingselement
Magnetrongenerator
Lamp
Ventilator
Inschuifrails, verwijderbaar Inzetniveaus
Pagina 36
4. BEDIENINGSPANEEL
4.1 Verzonken knoppen
Om het apparaat te bedienen, moet u de bedieningsknop indrukken. De knop komt dan naar buiten.
4.2 Overzicht bedieningspaneel
Selecteer een verwarmingsfunctie om het apparaat in te schakelen. Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen.
Timer
Snel opwarmen
Binnenverlichting
Magnetronvermogen
Instelling bevestigen
4.3 Display
Display met toetsfuncties.
Indicatielampjes op de display
| Basisindicatoren | |
|---|---|
| Blokkering Kook- En Bakassistent Instellingen | Indicatielampje magnetronfunctie |
| Indicatielampjes timer | |
| Kookwekker Eindtijd Uitsteltijd | Uptimer |
| Voortgangsbalk – voor temperatuur of tijd. De balk is volledig rood wanneer de oven de ingestelde temperatuur bereikt. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Pagina 37
5.1 Eerste reiniging
| Reinig vóór het eerste gebruik het lege apparaat en stel de tijd in: | |
|---|---|
| 00:00 | |
| Stel de tijd in. Druk op | . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
6. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Instellen: Verwarmingsfuncties
| Stap 1 | Draai aan de knop van de verwarmingsfuncties om een verwarmingsfunctie te selecteren. |
| Stap 2 | Draai aan de regelknop om de temperatuur in te stellen. Druk op . |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
- ingedrukt houden om de functie in te schakelen: Snel opwarmen. Het is beschikbaar voor sommige ovenfuncties.
6.2 Instellen: Magnetronfuncties
| Stap 1 | Verwijder alle accessoires uit de oven. Plaats de glazen bodemplaat van de magnetron. Plaats het voedsel op de glazen bodemplaat van de magnetron. |
| Stap 2 | Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties en selecteer de functie Magnetron: . |
| Stap 3 | Druk op: om te beginnen met de standaardinstellingen. Het display toont: duur en magnetronvermogen. |
| Stap 4 | Draai aan de regelknop om de duur aan te passen. Druk op: . |
| Stap 5 | Druk op: . Draai aan de regelknop om het magnetronvermogen te wijzigen. Druk op: |
| Stap 6 | Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
Je kunt de instellingen tijdens het koken aanpassen.
De maximale tijd van de magnetronfuncties is afhankelijk van het door jou ingestelde magnetronvermogen:
Pagina 38
| MAGNETRONVERMOGEN W | MAXIMUMTIJD min |
|---|---|
| 100 - 600 | 59:55 |
| >600 | 7 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
Als je de deur opent, stopt de functie. Om de functie opnieuw te starten, sluit de deur. Druk op .
6.3 Instellen van: Combimagnetronfuncties
| Stap 1 | Verwijder alle accessoires uit de oven. Plaats de glazen bodemplaat van de magnetron. Plaats het voedsel op de glazen bodemplaat van de magnetron. |
| Stap 2 | Draai aan de knop voor de verwarmingsfuncties en selecteer de functie: . Op het display verschijnt: temperatuur en magnetronvermogen. |
| Stap 3 | Draai aan de regelknop om de temperatuur aan te passen. |
| Stap 4 | Druk op: . |
| Stap 5 | Draai aan de regelknop om het magnetronvermogen te wijzigen. Druk op: . |
| Stap 6 | Druk op: om de functie te starten. |
| Stap 7 | Draai de knop voor de verwarmingsfuncties naar de uit-stand om het apparaat uit te schakelen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 38)
Je kunt de instellingen tijdens het koken aanpassen.
6.4 Verwarmingsfuncties
| Verwarmingsfunctie | Toepassing |
|---|---|
| Hetelucht | .Om op 2 rekstanden te bakken en tegelijk voedsel te drogen.Stel de temperatuur 20 - 40 °C lager in dan voor Boven + onderwarmte. |
| Boven + onderwarmte | Voor het bakken en roosteren op één ovenniveau. |
| Circulatiegrill | Voor het braden van grote stukken vlees of gevogelte met bot op één niveau. Voor gratineren en bruinen. |
| Pizza-functie | Voor het bakken van pizza. Voor intensieve bruining en een krokante bodem. |
Pagina 39
| Verwarmingsfunctie | Toepassing |
|---|---|
| Circulatiegrill + magnetron | Om grote stukken vlees op één niveau te braden. Om gratins te maken en te bruinen.De functie met MW-boost, vermogensbereik: 100 - 600 W. |
| Hetelucht + magnetron | Bakken op één rekstand.De functie met MW-boost, vermogensbereik: 100 - 600 W. |
| Ontdooien | Vlees, vis, gebak ontdooien, vermogensbereik: 100 - 200 W |
| Opwarmen | Opwarmen van vooraf bereide maaltijden en delicate gerechten, vermogensbereik: 300 - 700 W |
| Magnetron | Opwarmen, koken, vermogensbereik: 100 - 1000 W |
| Menu | Om het menu te openen: Kook- En Bakassistent, Instellingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 39)
6.5 Instellen:Kook- En Bakassistent
Het submenu Kook- En Bakassistent bestaat uit een reeks extra functies en gerechten met aanbevolen verwarmingsfuncties, temperaturen en tijden. Gebruik de functie om snel een gerecht met standaardinstellingen te bereiden. U kunt ook de tijd en temperatuur tijdens het koken aanpassen.
Als de functie is afgelopen, controleert u of het voedsel klaar is.
| Voor sommige gerechten kunt u ook koken met: | • Per gewicht | |
| Stap 1 Stap 2 | Stap 3 | Stap 4 |
| P1 - P... | ||
| Open het menu. Selecteer Kook- En Bakassistent. Druk op . | Selecteer de schaal. Druk op . | Plaats de schaal in de oven. Instelling bevestigen. |
Pagina 40
6.6 Kook- En Bakassistent
| Verwarmingsfunctie | Omschrijving | |
|---|---|---|
| F2 | Onderwarmte | Voor het bakken van taarten met een krokante bodem en het bewaren van voedsel. |
| F3 | Bevroren gerechten | Om kant-en-klaar-gerechten (bijv. patat, aardappelpartjes of loempia's) krokant te maken. |
| F4 | Boven- en onderwarmte + magnetron | Bakken en braden van voedsel op één rek. De functie met MW-boost, vermogensbereik: 100 - 600 W. |
| F5 | Grill + magnetron | Om gerechten korter te bereiden en tegelijkertijd een bruin korstje te geven. De functie met MW-boost, vermogensbereik: 100 - 600 W. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Schapniveau/accessoire 1; bakplaat
Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats
| Legenda | |
|---|---|
| Per gewicht beschikbaar. | |
| Functie met magnetronvermogen. Gebruik een magnetronbestendig accessoire. | |
| Verwarm het apparaat voor voordat je begint met koken. | |
| Lagerniveau. | |
| Verwar‐ Omschrijving mingsfunctie | |
| F1 | Grillen Om dunne stukken voedsel te grillen en brood te roosteren. |
| P1 | Gerecht Gewicht Biefstuk, rauw |
| P2 | Biefstuk: medium 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cm dikke stukken |
| P3 P4 | Biefstuk, gaar Biefstuk, medium 180 - 220 g per stuk; 3 cm dikke plakken |
| P5 P6 | Rundvlees geroo‐ 1.5 - 2 kg sterd/gestoofd (prime rib, bovenste ronde, dikke flank) Biefstuk, rauw (langzaam koken) |
| P7 | Biefstuk, medium 1 - 1.5 kg; 4 - 5 cm (langzaam koken) dikke stukken |
| P8 P9 | Biefstuk, gaar (langzaam koken) Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur garen) |
| P10 | Filet, gemiddeld (lage 0,5 - 1,5 kg; 5 - 6 temperatuur garen) cm dikke stukken |
| P11 | Rundvleesfilet, gaar (lage temperatuur garen) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
in het apparaat.
2 braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.
1 braadschaal op bakrooster
1; bakplaat
Gebruik je favoriete kruiden of gewoon zout en vers gemalen peper. Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.
1; bakplaat
Gebruik je favoriete kruiden of gewoon zout en vers gemalen peper. Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Plaats in het apparaat.
Pagina 41
| Gerecht | Gewicht | Schapniveau/accessoire | |
|---|---|---|---|
| P12 | Geroosterd kalfsvlees (bijv. schouder) | 0.8 - 1.5 kg; 4 cm dikke stukken | 1 braadschaal op bakrooster Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Vloeistof toevoegen. Plaats in het apparaat. |
| P13 | Geroosterde varkenshals of schouder | 1.5 kg | 1; keramische of glazen braadpan op rooster, geschikt voor MW Gebruik je favoriete kruiden. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P14 | Aangetrokken varkensvlees (lage temperatuur garen) | 1.5 - 2 kg | 1; bakplaat Gebruik je favoriete kruiden. Draai het vlees na halverwege de bereidingstijd, om een gelijkmatige bruining te krijgen. |
| P15 | Varkenslende, vers | 1 - 1.5 kg; 5 - 6 cm dikke stukken | 1; braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. |
| P16 | Reserveribben varkensvlees | 2 - 3 kg; gebruik rauwe, 2 - 3 cm dunne spare ribs | 2; diepe pan Voeg vloeistof toe om de bodem van een schaal te bedekken. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P17 | Lambeen met botten | 1.5 - 2 kg; 7 - 9 cm dikke stukken | 1; braadschaal op bakplaat Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. Vloeistof toevoegen. Draai halverwege de bereidingstijd het vlees om. |
| P18 | Hele kip | 1 - 1.1 kg; vers | 1; keramische of glazen braadpan op bakrooster, geschikt voor MW Gebruik je favoriete kruiden. Leg de kip met de borst naar beneden en draai deze na de helft van de bereidingstijd om. |
| P19 | Halve kip | 0.5 - 0.8 kg | 2; bakplaat Gebruik je favoriete kruiden. |
| P20 | Kippenborst | 180 - 200 g per stuk | 1 stoofschotel op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Bak het vlees een paar minuten in een hete pan. |
| P21 | Kippenpoten, vers | 250 - 400 g | 2; bakplaat Als u eerst kippenpoten hebt gemarineerd, stel dan een lagere temperatuur in en kook ze langer. |
| P22 | Hele eend | 1.5 - 2.5 kg | 1 braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Leg het vlees op de braadschaal. Draai halverwege de bereidingstijd de eend om. |
| P23 | Gans, borststuk | 1kg | 1;braadschaal op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. Draai halverwege de bereidingstijd de gans om. |
| P24 | Vleesbrood | 1 kg | 1; bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. |
Pagina 42
| Gerecht | Gewicht | Schapniveau/accessoire | |
|---|---|---|---|
| P25 | Hele vis, gegrild | 0.5 - 1 kg per vis | 1; bakplaat Vul de vis met boter en gebruik je favoriete kruiden en specerijen. |
| P26 | Visfilet | - | 2 stoofschotel op bakrooster Gebruik je favoriete kruiden. |
| P27 | Cheesecake | - | 1; 28 cm springvorm van op bakrooster |
| P28 | Appelcake | - | 2; bakplaat |
| P29 | Appeltaart | - | 1; taartvorm op bakrooster |
| P30 | Appeltaart | - | 1 taartvorm op 22 cmbakrooster |
| P31 | Brownies | 2 kg van deeg | 2; diepe pan |
| P32 | Chocolade muffins | - | 2 muffinbakplaat op bakrooster |
| P33 | Broodcake | - | 1; broodvorm op bakrooster |
| P34 | Gebakken aardappelen | 1 kg | 1; bakplaat Leg de gesneden aardappelen met huid op de bakplaat. |
| P35 | Aardappelpartjes | 1 kg | 2; bakplaat bedekt met bakpapier Gebruik je favoriete kruiden. Snijd aardappelen in stukken. |
| P36 | Gegrilde gemengde groenten | 1 - 1.5 kg | 2; bakplaat bedekt met bakpapier Gebruik je favoriete kruiden. Snijd de groenten in stukken. |
| P37 | Aardappelkroketjes, bevroren | 0.5 kg | 2; bakplaat |
| P38 | Patat, bevroren | 0.75 kg | 2; bakplaat |
| P39 | Vlees-/groentelasag-ne met droge pastabladen | 1 - 1.5 kg | ; 1; keramische of glazen braadpan op bakrooster, geschikt voor MW |
| P40 | Aardappelgratin (ruwe aardappelen) | 1.1 kg | ; 2; keramische of glazen braadpan op bakrooster, geschikt voor MW Draai het gerecht na de helft van de bereidingstijd. |
| P41 | Verse pizza, dun | - | 1; bakplaat bedekt met bakpapier |
| P42 | Verse pizza, dik | - | 1; bakplaat bedekt met bakpapier |
| P43 | Quiche | - | 1; bakblik op bakrooster |
Pagina 43
| Gerecht | Gewicht | Schapniveau/accessoire | |
|---|---|---|---|
| P44 | Stokbrood / ciabatta / witbrood | 0.8 kg | 1; bakplaat bedekt met bakpapier Meer tijd nodig voor witbrood. |
| P45 | Volkoren / rogge / bruin brood | 1 kg | 1; bakplaat bedekt met bakpapier / bakrooster |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
7. KLOKFUNCTIES
7.1 Klokfuncties
| Klokfunctie | Toepassing |
|---|---|
| Kookwekker | Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluidssignaal. |
| Kooktijd | Wanneer de timer stopt, klinkt het signaal en stopt de verwarmingsfunctie. |
| Uitsteltijd | Om het begin en/of het einde van het koken uit te stellen. |
| Uptimer | Maximum is 23 uur 59 min. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. Om de Uptimer in en uit te schakelen, selecteer: Menu, Instellingen. |
| Kookwekker, Uitsteltijd | en Kooktijd zijn beschikbaar voor: Hetelucht, Boven + onderwarmte, |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Circulatiegrill, Pizza-functie. Kooktijd is ook beschikbaar voor Circulatiegrill + magnetron, Hetelucht + magnetron.
7.2 Instellen: Klokfuncties
| Instellen: Dagtijd | ||
|---|---|---|
| Stap 1 Stap 2 | Stap 3 | |
| Om de tijd van de dag te wijzigen, opent u het me-Stel de klok in. nu en selecteert u Instellingen, Dagtijd. | Druk op: | . |
Verder lezen op pagina 44Inhoud