Zanussi ZWFN146ATW, tekst van de handleiding
Pagina's 18–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 17: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 18
| Programma | Universeel poe-der¹) | Universele vloeistof (Liquid Universal) | Vloeistof voor gekleurde was | Fijne was en wol | Speciaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Wol | -- | -- | -- | ▲ | ▲ |
| Denim | -- | -- | ▲ | ▲ | ▲ |
| Sportkleding | -- | ▲ | ▲ | -- | ▲ |
| Donkere was | -- | -- | ▲ | ▲ | ▲ |
| CleanBoost | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Opfrissen 14min | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Kort 30min | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
| EasyWash 60min | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
- 1) Bij een temperatuur hoger dan 60 °C wordt het gebruik van waspoeder aanbevolen.
▲ = Aanbevolen -- = Niet aanbevolen
INSTELLINGEN
GELUIDSSIGNALEN
Dit apparaat is uitgevoerd met verschillende geluidssignalen, die werken als:
- Je het apparaat activeert (speciale korte toon).
- Je het apparaat deactiveert (speciale korte toon).
- Je een toets aanraakt (klikgeluid).
- u een ongeldige keuze maakt (3 korte tonen).
- Het programma voltooid is (gedurende 2 minuten opeenvolgende geluiden).
- Het apparaat met een storing te maken heeft (gedurende 5 minuten opeenvolgende geluiden).
Voor het deactiveren/activeren van de geluidssignalen: stel een van de programma’s in en raak gedurende 2 seconden tegelijkertijd de toetsen Temp. en Centrif. aan. Op het display verschijnt On/Off
Als u de geluidssignalen uitschakelt, werken ze wel als er een storing optreedt.
KINDERSLOT
Met deze optie kunt u voorkomen dat kinderen met het bedieningspaneel spelen.
Druk om deze optie te activeren/deactiveren op
de knop Makkelijk strijken totdat op het display aan-/uitgaat.
Het apparaat behoudt deze optie als standaard nadat u het heeft uitgeschakeld.
De kinderslotfunctie is mogelijk niet beschikbaar de eerste paar seconden nadat u het apparaat heeft ingeschakeld.
VOORDAT U HET APPARAAT VOOR DE EERSTE KEER GEBRUIKT
- 1. Zorg ervoor dat er stroom aanwezig is er dat de waterkraan openstaat.
- 2. Giet een kleine hoeveelheid wasmiddel in het
vak dat wordt aangegeven met .
- 3. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed in de trommel en start het programma.
Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
Pagina 19
DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
HET APPARAAT INSCHAKELEN
- 1. Steek de stekker in het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan open.
- 3. Druk een paar seconden op de knop Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
Er klinkt een korte toon.
WASGOED IN DE MACHINE DOEN
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Maak de zakken leeg en zorg ervoor dat de items niet opgevouwen zijn voordat u ze in het apparaat plaatst.
- 3. Doe de was in de trommel, één item tegelijk. Doe niet te veel wasgoed in de trommel.
- 4. Doe de deur stevig dicht.
LET OP! Zorg dat er geen wasgoed tussen de deur klemt om het risico op waterlekkage en schade aan het wasgoed te voorkomen.
Het wassen van hele vette of olieachtige vlekken kan schade aan de rubberen delen van de wasmachine veroorzaken.
WASMIDDEL EN ADDITIEVEN (WASVERZACHTER, VLEKKENMIDDEL) TOEVOEGEN
Vakje voor voorwasmiddel, weekprogramma of vlekkenverwijderaar.
Wasmiddelvakje voor wasfase.
Bakje voor vloeibare toevoegingen (wasverzachter, stijfsel).
Dit is het maximale niveau voor vloeibare toevoegingen.
Klep voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel.
Volg altijd de instructies op die u op de verpakking van het wasmiddel aantreft. We raden u wel aan het maximaal aangegeven niveau niet te overschrijden ( ). Deze hoeveelheid zal u echter de beste wasresultaten geven.
Verwijder na de wascyclus indien vereist achtergebleven wasmiddel uit het wasmiddelvakje.
DE STAND VAN DE WASMIDDELKLEP CONTROLEREN
- 1. Trek de wasmiddeldispenserlade zo ver mogelijk naar buiten.
Pagina 20
1
2
- 2. Druk de hendel omlaag om de dispenser te verwijderen.
- 3. Draai de klep omhoog om waspoeder te gebruiken.
- 4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
Met de klep in de stand OMLAAG:
- Gebruik geen geleiachtige of dikvloeibare wasmiddelen.
- Overschrijd de dosis voor het vloeibare wasmiddel die op de klep staat aangeduid niet.
- Stel de voorwasfase niet in.
- Stel de uitgestelde start niet in.
- 5. Doseer het wasmiddel en de wasverzachter.
- 6. Sluit de wasmiddeldispenserlade zorgvuldig.
Zorg ervoor dat de klep geen verstopping veroorzaakt wanneer u de lade sluit.
EEN PROGRAMMA INSTELLEN
- 1. Draai de programmaknop op het gewenste wasprogramma.
Het lampje van de knop Start/Pauze knippert. Op het display verschijnt de geschatte programmaduur.
- 2. Om de temperatuur en/of de centrifugesnelheid te wijzigen, raakt u de bijbehorende toetsen aan.
- 3. Stel indien gewenst een of meer opties in door de desbetreffende knoppen aan te raken. De bijhorende aanduidingen gaan vervolgens branden in het display en de aangegeven informatie wijzigt.
Indien een keuze niet mogelijk is klinkt er een geluidssignaal en toont
het display .
EEN PROGRAMMA STARTEN
Raak de Start/Pauze toets aan om het programma te starten. Het is niet mogelijk om het programma te starten wanneer het indicatielampje van de knop uitgeschakeld is en niet knippert (bijv. programmawijzer op een foute positie).
Het bijbehorende indicatielampje stopt met knipperen en blijft branden.
Het programma start en de deur wordt vergrendeld.
.
Op het display verschijnt het indicatielampje
De afvoerpomp gaat in werking kort voordat het apparaat zich met water vult.
EEN PROGRAMMA STARTEN MET EEN UITGESTELDE START
- 1. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel totdat het display de gewenste uitsteltijd
Pagina 21
weergeeft. Op het display verschijnt het
indicatielampje .
- 2. Druk op de knop Start/Pauze . De deur van het apparaat vergrendelt en het aftellen van de uitgestelde start begint. Op het display
verschijnt het indicatielampje .
Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het programma automatisch gestart.
Het annuleren van de uitgestelde start als het afstellen is begonnen
De uitgestelde start annuleren:
- 1. Druk op de knop Start/Pauze om het apparaat te pauzeren. Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel
totdat het display weergeeft en het
indicatielampje uitgaat.
- 3. Druk nogmaaks op de toets Start/Pauze om het programma onmiddellijk te starten.
Het wijzigen van de uitgestelde start als het afstellen is begonnen
De uitgestelde start wijzigen:
- 1. Druk op de knop Start/Pauze om het apparaat te pauzeren. Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel totdat het display de gewenste uitsteltijd weergeeft.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze om het aftellen opnieuw te laten beginnen.
DE AUTOADJUST SYSTEM LADINGDETECTIE
De programmaduur in het display is van toepassing op een middelmatige/grote lading.
Nadat de knop Start/Pauze wordt aangeraakt, begint het AutoAdjust System met de waarneming van de wasgoedlading:
- 1. Het apparaat zal de lading nu gedurende 30 seconden waarnemen. In de programma's waar FlexiTime beschikbaar is, spelen de FlexiTime
balken onder de tijdcijfers tijdens deze fase een eenvoudige animatie af. De trommel draait kort.
- 2. De programmaduur kan overeenkomstig worden aangepast en kan worden verlengd of verkort. Na nog eens 30 seconden gaat de watertoevoer stromen.
Circa 20 minuten na de start van het programma kan de programmaduur afhankelijk van de capaciteit van de wateropname van de stoffen weer worden aangepast.
De AutoAdjust-detectie wordt uitsluitend uitgevoerd met volledige wasprogramma´s en alleen als de programmaduur niet verkort is.
De AutoAdjust System is niet beschikbaar bij alle programma's zoals: Wol, Spoelen, en
Centrif.programma's met korte cycli.
EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN EN DE OPTIES WIJZIGEN
U kunt als er een programma bezig is maar een paar opties wijzigen:
- 1. Druk op de knop Start/Pauze .
Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de opties. De weergegeven informatie in het display wijzigt overeenkomstig.
- 3. Druk nogmaals op toets Start/Pauze . Het wasprogramma gaat verder.
EEN ACTIEF PROGRAMMA STOPPEN
- 1. Druk op de Aan/Uit toets om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op de Aan/Uit toets om het apparaat in te schakelen.
Als het AutoAdjust System voltooid is en het vullen van water al begonnen is, begint het nieuwe programma zonder het AutoAdjust System te herhalen.
Het water en wasmiddel worden niet weggepompt om verspilling te voorkomen. De display toont de maximumduur van het programma en werkt dit 20 minuten na de start van het nieuwe programma bij.
Er bestaat ook een andere manier om te annuleren:
- 1. Draai de programmakiezer naar de ”Reset”-stand
.
- 2. Wacht vervolgens 1 seconde Op het display
verschijnt .
U kunt nu een nieuw wasprogramma kiezen.
Pagina 22
OPENEN VAN DE DEUR - KLEDINGSTUKKEN TOEVOEGEN
Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn en/of de trommel nog draait, mag u de deur niet openen.
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van de wasmachine vergrendeld. Op het
display verschijnt het controlelampje .
- 1. Druk op de knop Start/Pauze .
Op het display gaat het indicatielampje van de deurvergrendeling uit.
- 2. Open de deur van het apparaat. Indien nodig kunt u items toevoegen of uitnemen. Sluit de
deur en druk op de toets Start/Pauze . Het programma of startuitstel gaat verder.
EINDE VAN HET PROGRAMMA
Wanneer het programma is voltooid, stopt het apparaat automatisch. De geluidssignalen weerklinken (als ze actief zijn). Op het display
verschijnt
Het lampje van Start/Pauze toets gaat uit.
De deur ontgrendelt en de aanduiding gaat uit.
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfuncie het apparaat automatisch uit.
Als u het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het voorgaande programma in het display weergegeven. Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 3. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 4. Laat de deur en het wasmiddeldoseerbakje iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
LAAT HET WATER WEGLOPEN NA AFLOOP VAN DE CYCLUS
Indien u een programma heeft gekozen of een optie die het water van de laatste spoelbeurt niet wegpompt, wordt het programma voltooid, maar:
en het display toont de
- Het tijdveld toont
vergrendelde deur .
- De trommel draait nog regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen:
- 1. Raak indien nodig de toets Centrif. aan om het centrifugeertoerental dat door het apparaat wordt voorgesteld te verlagen.
- 2. Druk op de Start/Pauze-toets:
- Indien u Spoelstop heeft ingesteld, pompt het apparaat het water weg en gaat centrifugeren.
- Indien u Nacht heeft ingesteld, pompt het apparaat alleen het water weg.
De optielampjes Spoelstop en Nacht verdwijnen.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het
deurvergrendelingssymbool uit en kunt u de deur openen.
- 4. Druk een paar seconden op de knop voor Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
STAND-BY-OPTIE
De stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- u het apparaat gedurende 5 minuten niet gebruikt en er geen programma draait. Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na beëindiging van het wasprogramma.
Druk opnieuw op de Aan/Uit-toets om het apparaat in te schakelen.
De tijd van het laatste programma wordt weergegeven op het display.
Draai aan de programmaknop om een nieuwe cyclus in te stellen.
Als de keuzeknop naar de 'Reset'-stand wordt gedraaid, gaat het apparaat na 30 seconden automatisch uit.
Pagina 23
Als u een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet gedeactiveerd door de stand-by-functie om u eraan te herinneren het water weg te pompen.
AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
VOOR U HET WASGOED IN DE TROMMEL DOET
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste paar keren.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met opdrukken binnenstebuiten.
- Behandel hardnekkige vlekken voor.
- Was hardnekkige vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt: a. onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'); b. herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld; c. druk op de toets Start/Pauze. De centrifugeerfase gaat door.
- Vermijd het wassen van kleding vol met lange haren van dieren of van kleren van slechte kwaliteit die veel pluis afgeven, want dat kan het afvoercircuit blokkeren en daarom leiden tot de noodzaak van hulp van een technicus.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Maak de zakken leeg en vouw de artikelen open.
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt. Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
TYPE EN HOEVEELHEID WASMIDDEL
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder voor alle soorten weefsels, met uitzondering van fijne was. Kies bij voorkeur voor waspoeder met bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen,
- vloeibare wasmiddelen, voor wasprogramma's op lage temperatuur (max.
Pagina 24
60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder
het aangegeven maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- u een kleine lading wast,
- het wasgoed licht vervuild is,
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Bij het gebruik van wasmiddeltabletten of -pods, plaatst u ze altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
MILIEUTIPS
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden wij u aan de volgende tips ter harte te nemen
- Normaal vuile waskanzonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!)
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed kan dan op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie
"Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheidin voor het geselecteerde wasprogramma voordat u uw was droogt in een wasdroger. Dit bespaart energie tijdens het drogen!
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterontharder niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
ONDERHOUD EN REINIGING
| WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. SCHEMA PERIODIEKE REINIGING Periodieke reiniging helpt de levensduur van uw apparaat te verlengen. Houd na elke cyclus de deur en de wasmiddeldispenser een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en | Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact. Indicatief schema periodieke reiniging: |
| Ontkalken Twee keer per jaar | |
| Onderhoudswas- Eenmaal ter maand beurt | |
| Deurafdichting reini- Iedere twee maangen den |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
geurtjes.
Pagina 25
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
|---|---|
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
VREEMDE VOORWERPEN VERWIJDEREN
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw cyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filter van de toevoerslang en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen’ en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met een erkend servicecentrum.
BUITENKANT REINIGEN
Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
LET OP! Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
LET OP! Reinig de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
ONTKALKEN
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan.
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag. Normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
ONDERHOUDSWASBEURT
Bij herhaaldelijke en voortdurend gebruik van programma´s bij lage temperaturen kunnen er wasmiddelresten en pluizen achterblijven en kan er bacteriëngroei in de trommel en de kuip ontstaan. Dit kan slechte geurtjes en meeldauw veroorzaken. Draai om deze resten te verwijderen en de binnenkant van het apparaat te reinigen regelmatig een onderhoudswasbeurt (minstens eenmaal per maand).
Raadpleeg de paragraaf “Trommelreiniging”.
DEURAFDICHTING MET VAL MET DUBBELE LIP
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer de afdichting regelmatig. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
Controleer en verwijder voorwerpen (indien aanwezig) die in de vouw vast kunnen komen te zitten.
Controleer of er geen wasgoed tussen het deurrubber en de deur blijft zitten.
Gebruik een vochtige doek om vuil of waterresten die na afloop van de programmacyclus in de deurafdichting achterblijven, weg te vegen.
Pagina 26
DE TROMMEL REINIGEN
Controleer de trommel regelmatig om ongewenste aanslag te voorkomen.
Roestaanslag in de trommel kan voorkomen vanwege roestende vreemde voorwerpen in de was of door leidingwater dat ijzer bevat
Reinig de trommel met speciale producten voor roestvrij staal.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
Maak de trommel niet schoon met zure ontkalkingsmiddelen, schuurmiddelen die chloor of ijzer of staalwol bevatten.
Voor een grondige reiniging:
- 1. Haal al het wasgoed uit de trommel.
- 2. Voer een Katoen-programma uit op de hoogste temperatuur.
- 3. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
Het display kan soms aan het einde
van een cyclus het pictogram weergeven: dit is een aanbeveling om de “reiniging van de trommel” uit te voeren. Zodra de trommelreiniging is uitgevoerd, verdwijnt het pictogram.
HET WASMIDDELDOSEERBAKJE REINIGEN
Om mogelijke afzetting van opgedroogd wasmiddel of geklonterde wasverzachter en/of schimmelvorming in de wasmiddellade te voorkomen dient u af en toe de volgende reinigingsprocedure uit te voeren:
- 1. Open de lade. Duw de pal zoals aangegeven in de afbeelding naar beneden en trek de lade uit.
1
2
- 2. Verwijder het bovenste gedeelte van het vak voor toevoegingen om het reinigen te vereenvoudigen en spoel het af onder de kraan met warm water om resten van opgehoopt wasmiddel te verwijderen. Plaats het bovenste gedeelte na reiniging terug op zijn plek.
- 3. Zorg ervoor dat achtergebleven wasmiddel volledig is verwijderd het bovenste en onderste gedeelte van de holte. Gebruik een klein borsteltje om de holte te reinigen.
- 4. Plaats de wasmiddellade in de geleiders en sluit de lade. Draai het spoelprogramma zonder kleding in de trommel.
Pagina 27
HET FILTER VAN DE TOEVOERSLANG EN HET KLEPFILTER REINIGEN
3 NOODAFVOER
Als het apparaat het water niet kan wegpompen, voert u dezelfde procedure uit zoals die is beschreven in de paragraaf 'Reinigen van de afvoerpomp'. Maak de pomp zo nodig schoon.
VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd op een plek waar de temperatuur 0 °C of daaronder kan bereiken, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Haal de netstekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 28
ALARMCODES EN MOGELIJKE STORINGEN
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING! Voordat u een handeling verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
Bij enkele problemen geeft het display een alarmcode weer en kan de
Start/Pauze -knop continu knipperen:
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Zorg ervoor dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg dat de positie van de watertoevoerslang correct is. • Dit probleem kan ook worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de filter van de toevoerslang en de filter van de klep niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". |
| Het apparaat pompt geen water weg. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de aansluiting van de waterafvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie heeft gekozen waarbij water in de kuip blijft. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen elektronische elementen van de machine. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer verschijnt, neem dan contact op met een erkend servicecentrum. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
Als het display andere alarmcodes aangeeft, schakel het apparaat dat uit en weer in. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de wasmachine.
Pagina 29
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het programma start niet. | • Controleer of de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. • Verzeker u ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot de afloop van de afteltijd. • Schakel het kinderslot uit. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
| De machine vult zich met water en pompt dit direct weg. | • Zorg dat de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeerprogramma in. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Verdeel het wasgoed handmatig in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem wordt mogelijk veroorzaakt door problemen met de balans. |
| Er ligt water op de vloer. | • Zorg dat de aansluitingen van de waterslangen goed vast zitten en dat er geen lekken zijn. • Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd zijn. • Zorg dat u het juiste wasmiddel en de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | • Zorg ervoor dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Zorg dat het wasprogramma voltooid is. • Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. • Verzeker u ervan dat er elektrische stroom op de machine staat. • Dit probleem kan veroorzaakt worden door een storing van het apparaat. Neem contact op met een erkend servicecentrum. |
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Zorg dat het apparaat waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Zorg dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed aan de trommel toe. De lading is te klein. |
| De programmaduur neemt toe of neemt af tijdens het draaien van het programma. | • Het AutoAdjust System kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie AutoAdjust System' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | • Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. • U hebt de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. • Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. • Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
Pagina 30
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel. |
| Na de wascyclus is er wat wasmiddel achtergebleven in de wasmiddellade. | • Ga na of de klep zich in de juiste positie bevindt (OMHOOG voor waspoeder - OMLAAG voor vloeibaar wasmiddel). • Verzeker u ervan dat u het wasmiddelvakje heeft gebruikt volgens de instructie in deze gebruiksaanwijzing. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met het geautoriseerd servicecentrum.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
VERBRUIKSWAARDEN
| INLEIDING Zie de link www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel. | |
| De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd. Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https://eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die je vindt op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk 'Productbeschrijving' voor de positie van het typeplaatje. LEGENDA | |
| kg Wasgoed. u:mm Duur programma. | |
| kWh Energieverbruik. °C Temperatuur in de was. | |
| Liter Waterverbruik. tpm Centrifugeersnelheid. | |
| % Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als je de standaardinstelling van een programma wijzigt.
Pagina 31
IN OVEREENSTEMMING MET VERORDENING VAN DE COMMISSIE (EU) 2019/2023
| Eco 40-60 programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Volledige lading | 10 | 0.860 | 70 | 3:50 | 53 | 34 | 1351 |
| Halve belading | 5 | 0.465 | 55 | 2:55 | 53 | 27 | 1351 |
| Kwartbelading | 2,5 | 0.305 | 40 | 2:35 | 54 | 25 | 1351 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende modi | |||
| Uit (W) | Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | |
| 0.50 | 0.50 | 4.00 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
| VEELVOORKOMENDE PROGRAMMA'S Deze waarden zijn slechts indicatief. | |||||
| Programma kg kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
| Katoen²) 10 2.90 90 °C | 85 | 4:05 | 52 | 85 | 1400 |
| Katoen 10 1.80 60 °C | 80 | 3:40 | 52 | 55 | 1400 |
| Katoen³) 10 0.40 20 °C | 80 | 3:15 | 52 | 20 | 1400 |
| Synthetica 4 0.85 40 °C | 75 | 2:30 | 35 | 40 | 1200 |
| Fijne was⁴) 2 0.35 30 °C | 60 | 1:25 | 35 | 30 | 1200 |
Pagina 32
| Programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Wol 30 °C | 1,5 | 0.30 | 70 | 1:05 | 30 | 30 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
- 1) Referentie-indicator van de centrifugeersnelheid.
- 2) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel.
- 3) Geschikt voor licht vervuilde katoen, synthetische en gemengde stoffen.
- 4) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed.
MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.