Zanussi ZWFN742TW, tekst van de handleiding
Pagina's 20–31 van 32 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 20
Je kunt de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen voordat je
op de toets drukt. Om de uitgestelde start te annuleren:
- Druk op om het apparaat op pauze te zetten.
- Druk Startuitstel totdat ’ op het display verschijnt.
- Druk opnieuw op om het programma onmiddellijk te starten.
DE AUTOSENSE SYSTEM LADINGDETECTIE
Na op de toets Start/Pauze te hebben gedrukt:
- 1. Het AutoSense System begint het gewicht van de lading te schatten om de werkelijke programmaduur te berekenen. Tijdens deze fase is op het display de eenvoudige animatie te zien.
- 2. Na ongeveer 10-15 minuten wordt een nieuwe cyclusduur weergegeven.
Het apparaat past de programmaduur automatisch aan de lading aan om in de kortst mogelijke tijd zo perfect mogelijke wasresultaten te krijgen.
EEN PROGRAMMA ONDERBREKEN EN DE OPTIES WIJZIGEN
U kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- 1. Druk op .
Het indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de opties.
- 3. Druk weer op .
Het wasprogramma gaat verder.
ACTIEF PROGRAMMA ANNULEREN
- 1. Druk de programmaknop naar om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op de programmaknop om het apparaat in te schakelen. Nu kunt u een nieuw wasprogramma kiezen.
Het apparaat voert het water af voordat u een nieuw programma start.
Zorg er in dit geval voor dat het wasmiddel nog in het doseerbakje zit, zo niet vul het dan bij.
DE DEUR VAN HET APPARAAT OPENEN WANNEER HET STARTUITSTEL IN WERKING IS
Als een startuitstel in werking is, is de deur van het
apparaat vergrendeld en is het indicatielampje aan.
- 1. Druk op om het apparaat te pauzeren.
De aanduiding begint te knipperen.
- 2. Wacht ongeveer 2 minuten tot de
stopt met
deurvergrendelingsaanduiding knipperen en uitgaat.
- 3. U kunt de deur openen.
- 4. Sluit de deur en druk weer op de toets . De uitgestelde start is weer geactiveerd.
DE DEUR OPENEN ALS HET PROGRAMMA IN WERKING IS
Als een programma in werking is, is de deur van het
apparaat vergrendeld en is het indicatielampje aan.
LET OP! Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn, kunt u de deur niet openen.
- 1. Draai de programmaknop op om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Wacht een paar minuten met het openen van de deur.
- 3. Sluit de deur van het apparaat.
- 4. Stel het programma opnieuw in.
AAN HET EINDE VAN HET PROGRAMMA
- Het apparaat stopt vanzelf.
- Als het geluidssignaal actief is, weerklinkt het signaal.
- In het display gaat aan.
- Het lampje van gaat uit.
- Het deurvergrendelingssymbool knippert voor een paar minuten en gaat dan uit.
- U kunt de deur openen.
- Haal het wasgoed uit het apparaat. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- Draai de waterkraan dicht.
- Draai de programmaknop op om het apparaat uit te schakelen.
- Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
Het wasprogramma is voltooid, maar er staat water in de trommel:
Pagina 21
- De trommel draait regelmatig om kreukvorming van het wasgoed te voorkomen.
- Het deurvergrendelingssymbool brandt.
Het controlelampje gaat knipperen. De deur blijft vergrendeld.
- U moet het water afvoeren om de deur te kunnen openen.
Om het water weg te pompen:
- 1. Druk op . Het apparaat voert het water af en centrifugeert.
- 2. Als het programma is voltooid, knippert het
deurvergrendelingssymbool voor een paar minuten. Wanneer het symbool uit gaat, kunt u de deur openen.
- 3. Draai de programmaknop op om het apparaat uit te schakelen.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren (behalve bij het wolprogramma).
STAND-BY
Enkele minuten na het einde van het wasprogramma wordt de energiezuinige modus geactiveerd, wanneer u het apparaat niet uitschakelt.
Hierdoor wordt het energieverbruik beperkt wanneer het apparaat in de standby-stand staat.
- Alle indicatielampjes en de display gaan uit.
- Het indicatielampje van knippert langzaam
- Druk op een van de opties om de energiezuinige modus te deactiveren.
Als u een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt de energiebesparingsfunctie niet geactiveerd om u eraan te herinneren het water weg te pompen.
AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
VOOR U HET WASGOED IN DE TROMMEL DOET
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste paar keren.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met opdrukken binnenstebuiten.
- Behandel hardnekkige vlekken voor.
- Was hardnekkige vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt: a. onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik');
- b. herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld; c. druk op de toets Start/Pauze. De centrifugeerfase gaat door.
- Vermijd het wassen van kleding vol met lange haren van dieren of van kleren van slechte kwaliteit die veel pluis afgeven, want dat kan het afvoercircuit blokkeren en daarom leiden tot de noodzaak van hulp van een technicus.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Maak de zakken leeg en vouw de artikelen open.
Pagina 22
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt. Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
TYPE EN HOEVEELHEID WASMIDDEL
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder voor alle soorten weefsels, met uitzondering van fijne was. Kies bij voorkeur voor waspoeder met bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen,
- vloeibare wasmiddelen, voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder
het aangegeven maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- u een kleine lading wast, – het wasgoed licht vervuild is, – er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Bij het gebruik van wasmiddeltabletten of -pods, plaatst u ze altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
MILIEUTIPS
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden wij u aan de volgende tips ter harte te nemen
- Normaal vuile waskanzonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!)
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed kan dan op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie "Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheidin voor het geselecteerde wasprogramma voordat u uw was droogt in een wasdroger. Dit bespaart energie tijdens het drogen!
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterontharder niet nodig.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
Pagina 23
REINIGING EN ONDERHOUD
| WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. Dit apparaat is alleen bedoeld voor normaal huishoudelijk gebruik. | trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen’ en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met een erkend servicecentrum. |
| BUITENKANT REINIGEN | |
| Lees het hoofdstuk zorgvuldig door voor het beste onderhoud en zorg. SCHEMA PERIODIEKE REINIGING | Het apparaat alleen schoonmaken met milde zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal. |
| Periodieke reiniging helpt de levensduur van uw apparaat te verlengen. Houd na elke cyclus de deur en de wasmiddeldispenser een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes. Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact. Indicatief schema periodieke reiniging: | LET OP! Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten. LET OP! Reinig de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis. ONTKALKEN Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan. Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag. Normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product. ONDERHOUDSWAS Bij herhaaldelijke en voortdurend gebruik van programma´s bij lage temperaturen kunnen er |
| Ontkalken Twee keer per jaar | |
| Onderhoudswas- Eenmaal ter maand beurt | |
| Deurafdichting reini- Iedere twee maangen den | |
| Trommel reinigen Iedere twee maanden | |
| Wasmiddeldoseer- Iedere twee maanbakje reinigen den | |
| De filter van de toe- Twee keer per jaar voerslang en de klepfilter reinigen | |
| In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen. VREEMDE VOORWERPEN VERWIJDEREN Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw cyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'. | wasmiddelresten en pluizen achterblijven en kan er bacteriëngroei in de trommel en de kuip ontstaan. Dit kan slechte geurtjes en meeldauw veroorzaken. Draai om deze resten te verwijderen en de binnenkant van het apparaat te reinigen regelmatig een onderhoudswasbeurt (minstens eenmaal per maand). Raadpleeg het hoofdstuk 'Trommelreiniging'. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filter van de toevoerslang en de
DE TROMMEL REINIGEN
Controleer de trommel regelmatig om ongewenste aanslag te voorkomen.
Pagina 24
Roestaanslag in de trommel kan voorkomen vanwege roestende vreemde voorwerpen in de was of door leidingwater dat ijzer bevat
Reinig de trommel met speciale producten voor roestvrij staal.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
Maak de trommel niet schoon met zure ontkalkingsmiddelen, schuurmiddelen die chloor of ijzer of staalwol bevatten.
Voor een grondige reiniging:
- 1. Haal al het wasgoed uit de trommel.
- 2. Voer een Katoen-programma uit op de hoogste temperatuur.
- 3. Voeg een kleine hoeveelheid waspoeder toe aan de lege trommel om achtergebleven resten weg te spoelen.
DEURAFDICHTING MET VAL MET DUBBELE LIP
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer regelmatig de afdichting. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
HET WASMIDDELBAKJE REINIGEN
Pagina 25
HET FILTER VAN DE TOEVOERSLANG EN HET KLEPFILTER REINIGEN
3 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0° C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 26
VERBRUIKSWAARDEN
INLEIDING
Deze gebruikershandleiding rapporteert twee verschillende tabellen om een geleidelijke overgang van een verordening naar de andere te bevorderen:
- Verordening EU 1061/2010, geldig tot 28 februari 2021, heeft betrekking op de energie-efficiëntieklassen van A+++ tot D,
- Verordening EU 2019/2023, geldig vanaf 1 maart 2021, heeft betrekking op de energie-efficiëntieklassen van A tot G vastgesteld door Verordening EU 2019/2014.
Zie de link www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd. Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https://eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk 'Productbeschrijving' voor de positie van het typeplaatje.
LEGENDA
| kg | Wasgoed. | u:mm | Programmaduur. |
|---|---|---|---|
| kWh | Energieverbruik. | °C | Temperatuur in de was. |
| Liter | Waterverbruik. | tpm | Centrifugeersnelheid. |
| % | Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als u de standaardinstelling van een programma wijzigt.
VOLGENS VERORDENING (EU) 2019/2023 VAN DE COMMISSIE
| Eco 40-60 programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Volledige belading | 7 | 1.050 | 50 | 3:20 | 52 | 44 | 1351 |
Pagina 27
| Eco 40-60 programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Halve belading | 3,5 | 0.790 | 42 | 2:30 | 52 | 41 | 1351 |
| Kwartbelading | 2 | 0.405 | 40 | 2:30 | 54 | 29 | 1351 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende modi | |||
| Uit (W) | Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | |
| 0,48 | 0,48 | 4,00 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
| IN OVEREENSTEMMING MET VERORDENING 1061/2010 | |||
|---|---|---|---|
| Lading Standaard katoenprogramma's. (kg) | Energieverbruik (kWh) | Gemiddelde Waterver- programmabruik (liter) duur (minuten) | Resterend vocht (%)¹) |
| Voor standaard 60°C katoen: 7 Stel Eco 40-60 in op 60°C | 0.92 | 44 250 | 52 |
| Voor standaard 60°C katoen: 3,5 Stel Eco 40-60 in op 60°C | 0.68 | 35 204 | 52 |
| Voor standaard 40°C katoen: 3,5 Stel Eco 40-60 in op 30°C | 0.59 | 36 189 | 52 |
| 1) Aan het einde van de centrifugeerfase. | |||
| Uit-modus (W) | Modus aan laten (W) | ||
| 0,48 | 0,48 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
De gegevens in de bovenstaande tabel zijn in overeenstemming met verordening 1015/2010 van de Europese Commissie tot uitvoering van de richtlijn 2009/125/EG.
VEELVOORKOMENDE PROGRAMMA'S
Deze waarden zijn slechts indicatief.
Pagina 28
| Programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen²) 90°C | 7 | 2.45 | 85 | 3:25 | 52 | 85 | 1400 |
| Katoen 60°C | 7 | 1.62 | 80 | 3:15 | 52 | 55 | 1400 |
| Katoen³) 20°C | 7 | 0.42 | 80 | 3:00 | 52 | 20 | 1400 |
| Synthetica 40°C | 3 | 0.68 | 55 | 2:00 | 35 | 40 | 1200 |
| Fijne was⁴) 30°C | 2 | 0.26 | 45 | 1:00 | 35 | 30 | 1200 |
| Wol 30°C | 1,5 | 0.24 | 60 | 1:05 | 30 | 30 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
- 1) Referentie-indicator van de centrifugeersnelheid.
- 2) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel.
- 3) Geschikt voor het wassen van licht vervuild katoen.
- 4) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
ALARMCODES EN MOGELIJKE STORINGEN
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING! Voordat u een handeling verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
Bij enkele problemen geeft het display een alarmcode weer en kan de
Start/Pauze -knop continu knipperen:
Probleem Mogelijke oplossing
Pagina 29
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Zorg ervoor dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg dat de positie van de watertoevoerslang correct is. • Dit probleem kan ook worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de filter van de toevoerslang en de filter van de klep niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". |
| Het apparaat pompt geen water weg. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de aansluiting van de waterafvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie heeft gekozen waarbij water in de kuip blijft. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen elektronische elementen van de machine. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer verschijnt, neem dan contact op met een erkend servicecentrum. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
Als het display andere alarmcodes aangeeft, schakel het apparaat dat uit en weer in. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de wasmachine.
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het programma start niet. | • Controleer of de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. • Verzeker u ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot de afloop van de afteltijd. • Schakel het kinderslot uit. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
Pagina 30
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De machine vult zich met water en pompt dit direct weg. | • Zorg dat de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeerprogramma in. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Verdeel het wasgoed handmatig in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem wordt mogelijk veroorzaakt door problemen met de balans. |
| Er ligt water op de vloer. | • Zorg dat de aansluitingen van de waterslangen goed vast zitten en dat er geen lekken zijn. • Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd zijn. • Zorg dat u het juiste wasmiddel en de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| U kunt de deur van het apparaat niet openen. | • Zorg ervoor dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Zorg dat het wasprogramma voltooid is. • Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. • Verzeker u ervan dat er elektrische stroom op de machine staat. • Dit probleem kan veroorzaakt worden door een storing van het apparaat. Neem contact op met een erkend servicecentrum. |
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Zorg dat het apparaat waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Zorg dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed aan de trommel toe. De lading is te klein. |
| De programmaduur neemt toe of neemt af tijdens het draaien van het programma. | • Het AutoSense System kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie AutoSense System' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | • Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. • U hebt de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. • Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. • Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met het geautoriseerd servicecentrum.
De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
Pagina 31
MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.