Zanussi ZWG5140, tekst van de handleiding
Pagina's 16–29 van 30 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 16
BELANGRIJK!
Als er een verkeerde optie is geselecteerd, knippert het rode controlelampje van toets 5 3 maal.
Selecteer de optie Startuitstel met toets 7
Als u de start van het programma wilt uitstellen, dient u voordat het programma gaat starten herhaaldelijk op de toets Starttijd te drukken, om de gewenste starttijd te selecteren. Het desbetreffende controlelampje gaat branden.
Deze optie moet u selecteren nadat u het programma heeft ingesteld, maar voordat u op toets 5 heeft gedrukt.
Het programma start na afloop van het ingestelde uitstel.
U kunt te allen tijde de Uitgestelde Start wijzigen of annuleren, voordat u op toets 5 drukt.
Annulering van van het Startuitstel nadat de toets 5 is ingedrukt
- zet de wasautomaat op PAUZE, door de toets 5 in te drukken;
- druk een keer op de toets 7, het betreffende lampje van de geselecteerde starttijd gaat uit;
- druk nogmaals op de toets 5 om het programma te starten.
BELANGRIJK!
- De geselecteerde starttijd kan alleen worden gewijzigd, door nogmaals de programmakeuzeknop op «O» draaien en het wasprogramma te selecteren.
- De deur blijft vergrendeld tijdens de uitgestelde starttijd. Als u de deur toch wilt openen, moet u de wasautomaat eerst op PAUZE zetten, door de toets 5 in te drukken en ongeveer wat minuten wachten. Nadat u de deur heeft gesloten, drukt u weer op de toets 5.
Opmerking!
Deze optie kan niet worden geselecteerd in combinatie met de programma POMPEN.
Een instelling of lopend programma wijzigen
Ledere instelling kan worden gewijzigd, voordat het programma deze uitvoert. Voordat u echter wijzingen aanbrengt, moet u de wasautomaat eerst op pauze zetten door de toets 5 in te drukken.
Een lopend programma kan alleen worden gewijzigd door deze te resetten. Zet de programmakiezer op de stand «O» en vervolgens op het nieuwe programma. Het spoelwater in de kuip wordt niet weggepompt. Start het nieuwe programma door nogmaals de toets 5 in te drukken.
Een programma onderbreken
Druk op de toets 5 om een lopend programma te onderbreken, het betreffende lampje begint te knipperen. Druk nogmaals op deze toets om het programma weer te starten.
Een programma afbreken
Zet de programmakiezer op de stand «O» om een lopend programma af te breken. U kunt nu een nieuw programma selecteren.
De deur openen nadat het programma is gestart
Zet de machine eerst op pauze door de toets 5 in te drukken.
Enkele minuten later kan de deur geopend worden.
Als het apparaat aan het opwarmen is, dat het waterniveau boven de onderrand van deur staat of dat de trommel draait, kan de deur niet worden geopend.
Als u de deur niet kunt openen, maar deze toch geopend moet worden, moet u de machine uitschakelen door de programmakiezer op de stand «O» zetten. Na ongeveer enkele
Pagina 17
minuten kunt u de deur openen (let op het waterniveau en de temperatuur!).
Om het programma verder te laten gaan, moet het opnieuw gestart worden.
Aan het einde van het programma
De machine stopt automatisch.
Het controlelampje van de 5 gaat uit en het controlelampje C gaat branden. Kan de deur geopend worden.
Als aan het eind van een programma er water in de kuip is, leeg volgt het water uit de volgende instructies:
Om het water af te voeren:
- de programmakeuzeknop op «O» draaien
- selecteer POMPEN of CENTRIFUGEREN programma
- verlaag het centrifugetoerental, indien nodig, door de betreffende toets in te drukken
- druk op de toets 5
Zet de programmakiezer op de stand «O» om de machine uit te schakelen. Verwijder de was uit de trommel en controleer of de trommel leeg is.
Draai de waterkraan dicht, als u van plan bent niet meer verder te wassen. Laat de deur open staan om schimmelvorming en onaangename geuren te voorkomen.
Pagina 18
Onderhoud en reiniging
IMPORTANT!
U moet het apparaat loskoppelen van de elektrische voeding, voordat u welke reinigings- of onderhoudswerkzaamheden dan ook kunt uitvoeren.
Ontkalken
Het water dat wij gewoonlijk gebruiken bevat kalk. Daarom is het raadzaam om regelmatig een waterontharder in de machine te gebruiken. Doe dit apart van het wassen van wasgoed en volgens de aanwijzingen van de fabrikant van de waterontharder. Hiermee voorkomt u de vorming van kalkaanslag.
Na iedere wasbeurt
Laat de deur een tijdje open staan. Dit helpt schimmel- en geurvorming in het apparaat te voorkomen. Het open houden van de deur na een wasbeurt verlengt de levensduur van het manchet (rubberen deurring).
Onderhoudswasbeurt
Bij wasbeurten met lage temperaturen is het mogelijk dat zich restanten in de trommel vormen.
Wij raden u daarom aan om regelmatig een onderhoudswasbeurt uit te voeren.
Om een onderhoudswasbeurt uit te voeren:
- Moet de trommel leeg zijn.
- Dient u het heetste wasprogramma voor katoen te selecteren.
- Dient u een normale hoeveel wasmiddel te gebruiken, dit moet waspoeder zijn met biologische eigenschappen.
Schoonmaken van de buitenkant
Maak de buitenkant van de behuizing van het apparaat alleen schoon met water en zeep, droog het daarna grondig af.
18 De wasmiddellade schoonmaken
De lade voor was- en nabehandelingsmiddelen moet regelmatig worden schoongemaakt.
Verwijder de lade door de vergrendeling naar beneden te drukken en de lade naar buiten te trekken.
Spoel de lade af onder een kraan om eventuele resten waspoeder te verwijderen. Om het schoonmaken te vergemakkelijken kan het bovenste gedeelte van het vakje voor nabehandelingsmiddelen verwijderd worden.
De uitsparing van de lade schoonmaken
Nadat u de lade hebt verwijderd, kunt u met een borsteltje de uitsparing schoonmaken, zo zorgt u er voor dat alle resten waspoeder verwijderd worden van de boven en onderkant van de uitsparing. Schuif de lade weer naar binnen en laat het spoelprogramma lopen, zonder kleding in de trommel.
De pomp schoonmakenz
De pomp moet worden gecontroleerd als:
- de machine het water niet wegpompt en/of niet centrifugeert
- de machine tijdens het afvoeren van het water een ongebruikelijk geluid maakt, tengevolge van veiligheidsspelden, munten, enz. die de pomp blokkeren.
Pagina 19
Ga als volgt te werk:
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Wacht indien nodig tot het water is afgekoeld.
- Open het pompdeurtje.
- Zet een opvangbak op de grond om eventueel gemorst water op te vangen.
- Trek de noodafvoerslang naar buiten, plaats hem in de opvangbak en verwijder de dop.
- Als er geen water meer naar buiten komt, het deksel van de pomp losschroeven en verwijderen. Houd altijd een oude doek bij de hand om het eventueel gemorste water te kunnen opvegen.
- Verwijder eventuele voorwerpen uit het schoepenrad van de pomp, door dit rond te draaien.
- Controleer of het mogelijk is het schoepenrad dat helemaal achter op het pomplichaam zit te draaien. (het is normaal dat het schoepenrad van de pomp onregelmatig draait). Als het onmogelijk blijkt het schoepenrad te draaien, neem dan contact op met de klantenservice.
- Plaats de dop terug op de noodafvoerslang en zet de slang terug op zijn plaats.
- Schroef het pompdeksel weer helemaal vast.
- Sluit het pompdeurtje.
Belangrijk!
Als het apparaat in werking is en afhankelijk van het geselecteerde programma kan er heet water in de pomp aanwezig zijn.
Verwijder het pompdeksel nooit tijdens een wascyclus ; wacht altijd tot de machine de cyclus heeft afgemaakt en tot u het wasgoed uit de trommel heeft gehaald. Wanneer u het deksel weer vastschroeft dient u goed te controleren of het stevig is vastgezet om lekkages te voorkomen en te verhinderen dat jonge kinderen het kunnen verwijderen. .
Het filter van de watertoevoerslang
Als het water erg hard is of sporen van kalkaanslag bevat, of als u merkt dat het langer duurt voordat de machine met water gevuld is, kan het filter verstopt zijn.
Daarom is het goed om het zo nu en dan schoon te maken. Draai de waterkraan dicht. Schroef de watertoevoerslang los. Maak het filter met een harde, ruwe borstel schoon. Draai de waterslang weer goed vast.
Pagina 20
Bevriezingsgevaren
Als de machine wordt blootgesteld aan temperaturen onder 0°C, dient u enkele voorzorgsmaatregelen te treffen:
- Trek de stekker uit het stopcontact.
- Draai de waterkraan dicht.
- Schroef de toevoerslang van het leidingwater los.
- Plaats het uiteinde van de kleine noodafvoerslang en dat van de watertoevoerslang in een opvangbak op de grond en laat het water er uitstromen
- Schroef de watertoevoerslang weer aan de kraan en zet de noodafvoerslang weer op zijn plaats, na eerst de stop te hebben teruggeplaatst. Op die manier is het water dat nog in de leidingen zat afgetapt, waardoor ijsvorming en daarmee beschadiging van het apparaat voorkomen wordt.
- Als u de machine opnieuw op wilt starten, controleer dan of de omgevingstemperatuur boven de 0°C ligt.
BELANGRIJK!
Telkens als u het water aftapt via de noodafvoerslang moet u 2 liter water bijvoegen in het vak voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade en vervolgens het programma Pompen starten. Hierdoor wordt de SPAARKLEP geactiveerd en wordt voorkomen dat bij de volgende wasbeurt wasmiddel ongebruikt achterblijft.
Machine legen in geval van nood
Als de machine niet leeg wil lopen, ga dan als volgt te werk om het water af te voeren:
- trek de stekker uit het stopcontact;
- draai de waterkraan dicht;
- wacht indien nodig totdat het water is afgekoeld;
- open het pompdeurtje;
- zet een opvangbak op de vloer, maak de kleine noodafvoerslang los, hang deze in de bak. Trek de stop eruit. Het water zou door de zwaartekracht in de opvangbak moeten lopen. Plaats als de opvangbak vol is de stop terug op de slang. Gooi de opvangbak leeg. Herhaal deze procedure totdat er geen water meer uit de slang komt;
- reinig indien nodig de pomp, zoals hierboven beschreven;
- zet de kleine noodafvoerslang terug op zijn plaats, nadat u de dop er weer opgezet hebt;
- schroef het pompdeksel vast en sluit het deurtje.
Pagina 21
Als zich een storing voordoet
BELANGRIJK!
Wij raden u met klem aan de volgende controles van uw apparaat ui te voeren voordat u contact opneemt met de klantenservice. Het is mogelijk dat het een eenvoudig probleem is dat u zelf op kunt lossen.
Tijdens de werking kan het rode controlelampje van de toets 5 gaan knipperen om aan te geven dat er een storing is.
Als het probleem eenmaal is opgelost, op de toets 5 drukken om het programma opnieuw te starten. Als het probleem, na alle controles, nog steeds niet opgelost is, neem dan contact op met de klatenservice van uw leverancier.
Storing
De wasmachine start niet:
De machine wordt niet gevuld met water:
Mogelijke oorzaak/Oplossing
De deur is niet goed gesloten. (Het rode controlelampje knippert)
- Doe de deur goed dicht.
Het apparaat is niet goed aangesloten.
- Controleer de elektrische installatie in uw woning.
Er staat geen spanning op het stopcontact.
- Controleer de elektrische installatie in uw woning.
De hoofdzekering is doorgebrand.
- Vervang de zekering.
De keuzeknop staat niet goed en de toets 5 is niet ingedrukt.
- Draai de aan keuzeknop en druk nogmaals op de toets 5.
De toets 7 his geselecteerd.
- Als het wasgoed onmiddellijk moet worden gewassen, annuleer dan de uitgestelde start.
De watertoevoerkraan is dicht. (Het rode controlelampje knippert)
- Draai de watertoevoerkraan open.
De watertoevoerslang is plat gedrukt of geknikt. ((Het rode controlelampje knippert)
- Check the inlet hose connection.
Het filter van de watertoevoerslang is verstopt. (Het rode controlelampje knippert)
- Maak het filter van de watertoevoerslang schoon.
De deur is niet goed gesloten. (Het rode controlelampje knippert)
- Doe de deur goed dicht.
Pagina 22
Storing
De wasmachine voert het water niet af en/of centrifugeert niet:
Er ligt water rond de wasmachine:
Onbevredigende wasresultaten:
22 Mogelijke oorzaak/Oplossing
De afvoerslang is plat gedrukt of geknikt. (Het rode controlelampje knippert)
- Controleer de aansluiting van de afvoerslang. (Het rode controlelampje knippert)
- Maak de afvoerpomp schoon.
De optie Spoelstop og het programma WEKEN is geselecteerd.
- Schakel de optie Spoelstop uit.
- Selecteer het programma «Pompen» of «Centrifugeren».
Het wasgoed is niet gelijkmatig in de trommel verdeeld.
- Verdeel het wasgoed opnieuw.
U heeft te veel wasmiddel gebruikt of een wasmiddel dat niet geschikt is voor gebruik in een wasmachine (te veel schuimvorming).
- Verminder de hoeveelheid wasmiddel of gebruik een ander, geschikter wasmiddel.
Controleer of er lekkages zijn bij de koppelstukken van de slangen. Dit is niet altijd gemakkelijk te zien, omdat het water langs de slang naar beneden loopt; controleer of de slang vochtig is.
- Controleer de aansluiting van de watertoevoerslang.
De afvoerslang is beschadigd.
- Vervang de slang, indien nodig.
De dop op de noodafvoerslang is na het schoonmaken van de pomp niet op zijn plaats gezet.
- Plaats de dop terug op de noodafvoerslang en zet de slang terug op zijn plaats.
Er is te weinig wasmiddel gebruikt of een wasmiddel dat niet geschikt is voor gebruik in een wasmachine.
- Verhoog de dosering van het wasmiddel of gebruik een ander, geschikter wasmiddel.
Hardnekkige vlekken zijn niet behandeld vóór het wassen.
- Gebruik normaal in de handel verkrijgbare producten om hardnekkige vlekken te behandelen. U heeft geen geschikt programma of geschikte temperatuur geselecteerd.
- Controleer of u de juiste temperatuur en het juiste programma geselecteerd heeft.
Er zit te veel wasgoed in de trommel.
- Stop wat minder wasgoed in de trommel.
Pagina 23
Storing
De deur gaat niet open:
De machine staat te schudden of maakt lawaai:
Centrifugeren begint traag of de machine centrifugeert niet:
De machine maakt een ongebruikelijk geluid:
Er is geen water zichtbaar in de trommel:
Er stroomt water in de machine en dat loopt meteen weer weg:
Mogelijke oorzaak/Oplossing
Het programma is niet afgelopen.
- Wacht tot de wascyclus is afgelopen.
De vergrendelingsvoorziening van de deur is niet uitgeschakeld.
- Wacht indien u de deur kunt openen.
Er staat water in de trommel.
- Selecteer het programma «Waterafvoer» of «centrifugeren om het water af te voeren.
De transportbouten en het verpakkingsmateriaal zijn niet verwijderd.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is.
De stelvoetjes zijn niet afgesteld.
- Controleer of het apparaat correct waterpas staat.
Het wasgoed is niet gelijkmatig verdeeld in de trommel.
- Verdeel opnieuw het wasgoed.
Er is te weinig wasgoed aanwezig in de trommel.
- Stop meer wasgoed in de trommel.
Het elektronische stabilisatie-controlesysteem is in werking getreden, omdat het wasgoed niet gelijkmatig in de trommel is verdeeld. Het wasgoed wordt opnieuw verdeeld doordat de machine de trommel in tegenovergestelde richting ronddraait. Dit kan verschillende keren nodig zijn voordat de onbalans verdwijnt en het normale centrifugeren kan worden hervat. Als het wasgoed na tien minuten nog steeds niet gelijkmatig in de trommel is verdeeld, zal de machine niet centrifugeren. Verdeel het wasgoed in dat geval met de hand in de trommel en selecteer het programma centrifugeren.
- Verdeel opnieuw het wasgoed.
De machine is uitgerust met een type motor die vergeleken met andere motoren een ongebruikelijk geluid maakt. Deze nieuwe motor zorgt voor een soepelere start en een betere verdeling van het wasgoed in de trommel tijdens het centrifugeren, alsmede voor een betere stabiliteit van de machine.
Machines die gebaseerd zijn op de moderne technologie, werken zeer zuinig en verbruiken weinig water zonder dat dit van invloed is op de prestatie van de machine.
Het uiteinde van de afvoerslang zit te laag.
- Raadpleeg de paragraaf van het deel «Pompen».
Pagina 24
Als u het probleem niet kunt vinden of kunt oplossen, neem dan contact op met onze servicedienst. Noteer alvorens te bellen het model, het serienummer en de aankoopdatum van de machine: de servicedienst zal om deze informatie vragen.
Mod. ... ... ...
Prod. No. ... ... ...
Ser. No. ... ... ...
Technische gegevens
| Afmetingen Aansluitspanning - Totale vermogen - Zekering Waterleidingdruk | Breedte 60 cm Hoogte 85 cm Diepte 63 cm |
| Informatie over de elektrische aansluiting is te vinden op het typeplaatje op de binnenrand van de deur van het apparaat | |
| Minimaal 0,05 MPa Maximaal 0,8 MPa | |
| Maximale belading Centrifugetoerental 24 | Katoen 6 kg Synthetica en Fijne was 3 kg |
| 0 0 Maximaal 1200 tpm (ZWG 5120) 1400 tpm (ZWG 5140) 1600 tpm (ZWG 5160) |
Pagina 25
Verbruikswaarde
Programma Energie-verbruik
Waterverbruik Programma-duur (in liter) (in minuten)
(in kWh)
| Katoen 95° | 2.0 61 | 135 |
|---|---|---|
| Katoen 60°E | 1.02 54 | 155 |
| Katoen 60° | 1.3 58 | 120 |
| Synthetica 60° | 1.0 54 | 90 |
| Anti-kreuk 40° | 0.35 60 | 90 |
| Fijne was 40° | 0.55 60 | 65 |
| Handwas 40° | 0.4 53 | 60 |
| Wol 40° | 0.4 53 | 60 |
| Sport Intensief 40° | 0.65 59 | 100 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
| Gordijnen 40° | 0.55 |
|---|---|
| Inweken 30° | 0.4 |
| Spoelen | 0.1 |
| Pompen | - |
| Centrifugeren | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
INFORMATIE
De verbruiksgegevens die in deze tabel worden weergegeven dienen slechts als richtlijn en kunnen afhankelijk van de hoeveelheid en het soort wasgoed, de watertemperatuur en de omgevingstemperatuur variëren. Ze hebben betrekking op de hoogste temperatuur voor ieder wasprogramma.
(*) Het “Katoen 60° Eco” (6 Kg) is het referentieprogramma voor de gegevens op het energielabel, overeenkomstig de EG-richtlijnen 95/75.
Pagina 26
Installatie
Uitpakken
Alle transportbouten en verpakkingsmaterialen moeten worden verwijderd alvorens demachine in gebruik te nemen. Wij raden u aan alle transportbeveiligingen tebewaren, zodat zij kunnen worden gemonteerd als de machine ooit nog eens moetworden vervoerd.
- 1. Nadat u al het verpakkingsmateriaal verwijderd heeft, de machine voorzichtig opzijn achterkant leggen, om het piepschuim aan de onderkant te kunnen verwijderen.
- 2. Verwijder het aansluitsnoer en de af-entoevoerslang van de slanghouders op deachterkant van het apparaat.
- 3. Draai de drie bouten los.
- 4. Schuif de betreffende kunststof afstandhouders naar buiten.
- 5. Open de vuldeur en verwijder het poly-
styreen blokje dat op de afdichting van dedeur zit.
- 6. Maak het kleine gaatje aan de bovenkanten de twee grotere gaten dicht met deplastic doppen die in het zakje zitten vande gebruiksaanwijzing.
Plaatsen
Zet de machine op een vlakke harde vloer neer. Zorg ervoor dat de luchtcirculatie rondom de machine niet wordt belemmerd door tapijten, vloerbedekking, enz. Zorg er voor dat de machine geen muren of keukenkasten raakt. Zet de wasautomaat waterpas met behulp van de stelvoetjes. De stelvoetjes kunnen te vast zitten om te worden afgesteld (zelfborgende moer), maar de machine MOET waterpas staan en stabiel zijn. Controleer, zo nodig, de afstelling met een luchtbelwaterpas. Iedere noodzakelijke aanpassing van de afstelling kan met een sleutel worden uitgevoerd. Als u de machine nauwkeurig waterpas zet, voorkomt u tijdens de werking ervan dat de machine gaat trillen, lawaai gaat maken of zich verplaatst. Plaats nooit geen karton, hout of iets dergelijks onder de machine om oneffenheden in de vloer te compenseren.
Watertoevoer
Een toevoerslang die is meegeleverd treft u in de trommel van de machine aan.
Gebruik niet de slang van uw vorige machine, om aan te sluiten op de waterleiding..
Pagina 27
LET OP!
Bevestig de toevoerslang niet naar beneden gericht.
Bevestig de slang altijd onder een hoek naar links of naar rechts, afhankelijk van de plaats waar de waterkraan zich bevindt.
- 1. Plaats de slang in de juiste positie, door de ringmoer los te draaien. Als de slang zich in de juiste positie bevindt, draai de ringmoer dan weer vast om lekkages te voorkomen.
- 2. Sluit de slang aan op een kraan met 3/4”- schroefdraad. Gebruik altijd de bij de machine geleverde slang. De toevoerslag mag niet langer worden gemaakt. Als de slang te kort is en u de kraan niet wilt verplaatsen, zult u een nieuwe, langere slang moeten kopen die speciaal voor dit doel is gemaakt.De toevoerslag mag niet langer worden gemaakt. Als de slang te kort is en u de kraan niet wilt verplaatsen, zult u een nieuwe, langere slang moeten kopen die speciaal voor dit doel is gemaakt.
Waterafvoer
Het uiteinde van de afvoerslang kan op drie manieren worden aangesloten:
Hang de slang over de rand van een gootsteen en gebruik hiervoor de bij de wasautomaat geleverde plastic houder. Zorg er in dit geval voor dat het uiteinde niet kan losschieten, als de wasautomaat aan het leegpompen is. Om het wegglijden van de slang te voorkomen kunt u hem het beste met een stuk touw vastmaken aan de waterkraan of aan een haak in de muur bevestigen.
Op een aftakking van de afvoerpijp van de gootsteen. De aftakking dient zich boven de sifon te bevinden, zodat de bocht zich ten minste 60 cm boven de grond bevindt.
Rechtstreeks in een afvoerpijp op een hoogte van niet minder dan 60 cm en niet meer dan 90 cm. Het uiteinde van de afvoerslang moet altijd belucht zijn, dat wil zeggen, de binnendiameter van de afvoerpijp moet groter zijn dan de buitendiameter van de afvoerslang. De afvoerslang mag niet geknikt zijn.
Pagina 28
Elektrische aansluiting
Deze machine is gemaakt voor 220-230 V / 50
Hz (eenfasig). Controleer of de elektrische installatie in uw woning geschikt is voor het maximale vereiste vermogen (2,2 kW), houd hierbij rekening met eventuele andere apparaten die ingeschakeld zijn.
LET OP!
Sluit de machine aan op een stopcontact met randaarde. De fabrikant aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel die veroorzaakt wordt door het niet naleven van de hierboven genoemde veiligheidsvoorzorgsmaatregelen.
LET OP!
Moet het netsnoer van het apparaat worden vervangen, moet dit worden uitgevoerd door onze servicedienst.
OPMERKING
Zorg er voor als het apparaat wordt geïnstalleerd dat het netsnoer gemakkelijk toegankelijk is.
Pagina 29
Het milieu
Verpakkingsmaterialen
De materialen gemarkeerd met het symbool zijn recyclebaar.
>PE<=polyethyleen >PS<=polystyreen >PP<=polypropyleen
Dit betekent dat deze materialen gerecycled kunnen worden door ze op de correcte wijze weg te gooien in de hiervoor bestemde containers.
Oude machine
Als uw apparaat is afgedankt, lever hem dan in op de door de gemeente aangewezen afvalverwerkingsplaatsen. Houd uw land schoon!
Het symbool op het product of op de verpakking, betekent dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparaten worden gerecycled. Als u er voor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijke negatieve gevolgen voor de mens en het milieu die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, kunt u het beste contact opnemen met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst die belast is met de verwijdering van huisafval of de winkel waar u het product heeft gekocht.
Ecologische adviezen en tips
Om water en energie te besparen en het milieu te beschermen, raden wij u aan de volgende tips op te volgen:
- Normale vuile was kan zonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!).
- De wasmachine werkt het zuinigst met een volle trommel.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed kan daarna op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Doseer wasmiddel aan de hand van de waterhardheid, de mate van vervuiling van het wasgoed en de hoeveelheid wasgoed.