Zanussi ZWY61225NW, tekst van de handleiding
Pagina's 17–25 van 28 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 17
- Druk op toets . Het apparaat pompt het water weg en centrifugeert met maximale centrifugeersnelheid voor het geselecteerde wasprogramma.
- Of, druk op de toets om de centrifugeersnelheid aan te passen en druk
dan op toets . Het apparaat voert het
water af en centrifugeert. Als u instelt, pompt het apparaat alleen.
- 2. Als het programma is voltooid, gaat het
dekselvergrendelingssymbool na een paar minuten uit en kunt u het deksel openen.
- 3. Druk een paar seconden op de knop voor om het apparaat uit te schakelen.
Na ongeveer 18 uur begint het apparaat automatisch met het afvoeren van water en centrifugeren (behalve bij het wolprogramma).
AUTO-UIT OPTIE
De AUTO UIT-optie schakelt het apparaat automatisch uit om het energieverbruik te beperken. Alle indicatielampjes en het display doven als:
- U het apparaat niet gebruikt binnen 5 minuten
na het aanraken van de toets .
Druk opnieuw op de toets om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na afloop van het wasprogramma.
Druk opnieuw op de toets om het apparaat in te schakelen.
De tijd van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Druk op de toets als u een nieuwe cyclus wenst in te stellen.
AANWIJZINGEN EN TIPS
VOOR U HET WASGOED IN DE TROMMEL DOET
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste keer.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met geverfde opdrukken binnenstebuiten.
- Verwijder ingedroogde vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Zwaar bevuilde was met vlekken moet gewassen en voorbehandeld worden voordat het in de trommel wordt gedaan
- Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt:
- onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'); -herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld;
- druk op de toets . De centrifugeerfase gaat door.
- Vermijd het wassen van kleding vol met lange haren van dieren of van kleren van slechte kwaliteit die veel pluis afgeven, want dat kan het afvoercircuit blokkeren en daarom leiden tot de noodzaak van hulp van een technicus.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Maak alle zakken leeg en vouw alle artikelen open.
HARDNEKKIGE VLEKKEN
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt. Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
Pagina 18
TYPE EN HOEVEELHEID WASMIDDEL.
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder voor alle soorten weefsels, met uitzondering van fijne was. Kies bij voorkeur voor waspoeder met bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen,
- vloeibare wasmiddelen, voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder
het aangegeven maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Vermeng geen verschillende soorten wasmiddel met elkaar.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- u een kleine lading wast,
- het wasgoed licht vervuild is,
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Bij het gebruik van wasmiddeltabletten of -pods, plaatst u ze altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
MILIEUTIPS
Om water en energie te besparen en om het milieu te helpen beschermen, raden wij u aan de volgende tips ter harte te nemen
- Normaal vuile waskanzonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen (ook het milieu wordt zo beschermd!)
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en vuil worden verwijderd; het wasgoed kan dan op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie "Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheidin voor het geselecteerde wasprogramma voordat u uw was droogt in een wasdroger. Dit bespaart energie tijdens het drogen!
WATERHARDHEID
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterverzachter voor wasautomaten aan. In gebieden waar de waterhardheid zacht is, is het gebruik van een waterverzachter niet nodig. Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterverzachter. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
SCHEMA PERIODIEKE REINIGING
Periodieke reiniging helpt de levensduur van uw apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en de wasmiddeldispenser een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Pagina 19
Indicatief schema periodieke reiniging:
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswasbeurt | Eenmaal ter maand |
| Dekselafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
VREEMDE VOORWERPEN VERWIJDEREN
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw cyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de filter van de toevoerslang en de trommel.
Raadpleeg de paragrafen 'De trommel reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met een erkend servicecentrum.
BUITENKANT REINIGEN
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
HET WASMIDDELDOSEERBAKJE REINIGEN
LET OP! Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
LET OP! Gebruik de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
ONTKALKEN
Als de waterhardheid in uw gebied hoog of gemiddeld is, raden we u het gebruik van waterontharder voor wasautomaten aan.
Controleer de trommel regelmatig om kalk en roestdeeltjes te voorkomen.
Gebruik alleen speciale producten voor wasmachines om roestdeeltjes te verwijderen. Doe dit apart van het wassen van wasgoed.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
ONDERHOUDSWASBEURT
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Kies het katoenprogramma met de hoogste temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
DEKSEL
Controleer regelmatig de afdichting. Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
- 3 4
Pagina 20
HET FILTER VAN DE TOEVOERSLANG EN HET KLEPFILTER REINIGEN
1
2
3 VOORZORGSMAATREGELEN BIJ VORST
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0 °C, dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
Voer deze procedure ook uit als u de noodafvoer wilt gebruiken.
- 1. Haal de netstekker uit het stopcontact.
- 2. Verwijder de watertoevoerslang.
- 3. Schroef de afvoerslang los van de achtersteun en maak de slang los van de gootsteen of tap.
- 4. Leg de uiteinden van de afvoer- en toevoerslang in een opvangbak. Laat het water uit de slangen stromen.
- 3 4
90˚
- 5. Stel elk geselecteerde programma in met optie Pompen & Centrifugeren en laat dit tot het eind van de cyclus draaien.
- 6. Als er geen water meer stroomt, plaats de toevoerslang en de afvoerslang terug.
- 7. Druk op de knop Aan/Uit om de machine uit te schakelen.
WAARSCHUWING! Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING! Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
ALARMCODES EN MOGELIJKE STORINGEN
Het apparaat start of stopt niet tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING! Voordat u een handeling verricht, de stekker uit het stopcontact trekken.
-knop continu knip-
Bij enkele problemen geeft het display een alarmcode weer en kan de peren:
Probleem Mogelijke oplossing
Pagina 21
| Het apparaat wordt niet goed gevuld met water. | • Zorg ervoor dat de waterkraan geopend is. • Ga na of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contactpersoon op met uw plaatselijke waterleidingsbedrijf. • Verzeker u ervan dat de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of er geen knikken of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn. • Zorg dat de positie van de watertoevoerslang correct is. • Dit probleem kan ook worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de filter van de toevoerslang en de filter van de klep niet verstopt zijn. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging". |
| Het apparaat pompt geen water weg. | • Verzeker u ervan dat de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Verzeker u ervan dat de aftapslang geen knikken of bochten heeft. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Zorg dat de aansluiting van de waterafvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als u een programma zonder afvoerfase instelt. • Stel het afvoerprogramma in als u een optie heeft gekozen waarbij water in de kuip blijft. |
| Geen communicatie tussen elektronische elementen van de machine. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer verschijnt, neem dan contact op met een erkend servicecentrum. |
| De trommeldeuren van het apparaat zijn open of niet goed gesloten. | • Controleer of de trommeldeuren goed gesloten zijn. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht tot de stroomtoevoer stabiel is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Als het display andere alarmcodes aangeeft, schakel het apparaat dat uit en weer in. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met de Servicedienst.
Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de wasmachine.
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Het programma start niet. | • Controleer of de netstekker is aangesloten op het stopcontact. • Zorg dat het deksel en de trommeldeur goed gesloten zijn. • Zorg dat er geen zekering in de zekeringenkast is doorgebrand. • Verzeker u ervan dat bediend is. • Als de uitgestelde start is ingesteld, annuleert u deze functie of wacht u tot de afloop van de afteltijd. • Schakel het kinderslot uit. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
Pagina 22
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| De machine vult zich met water en pompt dit direct weg. | • Zorg dat de afvoerslang zich op de juiste hoogte bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeerprogramma in. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een verstopt afvoercircuit. Neem contact op met een erkend servicecentrum. • Verdeel het wasgoed handmatig in de trommel en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem wordt mogelijk veroorzaakt door problemen met de balans. |
| Er ligt water op de vloer. | • Zorg dat de aansluitingen van de waterslangen goed vast zitten en dat er geen lekken zijn. • Zorg ervoor dat de watertoevoer- en afvoerslangen niet beschadigd zijn. • Zorg dat u het juiste wasmiddel en de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| U kunt het deksel van het apparaat niet openen. | • Zorg ervoor dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Zorg dat het wasprogramma voltooid is. • Stel het afvoer- of centrifugeerprogramma in als er zich water in de trommel bevindt. • Verzeker u ervan dat er elektrische stroom op de machine staat. • Dit probleem kan veroorzaakt worden door een storing van het apparaat. Neem contact op met een erkend servicecentrum. |
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Zorg dat het apparaat waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Zorg dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed aan de trommel toe. De lading is te klein. |
| De programmaduur neemt toe of neemt af tijdens het draaien van het programma. | • Het SensiCare-systeem kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie SensiCare-systeem' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| Het wasresultaat is niet bevredigend. | • Gebruik meer wasmiddel of gebruik een ander middel. • U hebt de hardnekkige vlekken niet voor het wassen uit het wasgoed gehaald. • Zorg dat u de juiste temperatuur instelt. • Verminder de hoeveelheid wasgoed. |
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking. Als het probleem opnieuw optreedt, neemt u contact op met het geautoriseerd servicecentrum. De contactgegevens van het servicecentrum staan op het typeplaatje.
Pagina 23
VERBRUIKSWAARDEN
INLEIDING
Deze gebruikershandleiding rapporteert twee verschillende tabellen om een geleidelijke overgang van een verordening naar de andere te bevorderen:
- Verordening EU 1061/2010, geldig tot 28 februari 2021, heeft betrekking op de energie-efficiëntieklassen van A+++ tot D,
- Verordening EU 2019/2023, geldig vanaf 1 maart 2021, heeft betrekking op de energie-efficiëntieklassen van A tot G vastgesteld door Verordening EU 2019/2014.
Zie de link www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk 'Productbeschrijving' voor de positie van het typeplaatje.
LEGENDA
| kg | Wasgoed. | u:mm | Programmaduur. |
|---|---|---|---|
| kWh | Energieverbruik. | °C | Temperatuur in de was. |
| Liter | Waterverbruik. | tpm | Centrifugeersnelheid. |
| % | Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht. | ||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als u de standaardinstelling van een programma wijzigt.
VOLGENS VERORDENING (EU) 2019/2023 VAN DE COMMISSIE
| Eco 40-60 programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Volledige belading | 6 | 1.080 | 48 | 3:10 | 52 | 47 | 1151 |
| Halve belading | 3 | 0.590 | 39 | 2:25 | 52 | 39 | 1151 |
Pagina 24
| Eco 40-60 programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Kwartbelading | 1,5 | 0.635 | 39 | 2:25 | 55 | 39 | 1151 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
| 1) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende modi | |||
| Uit (W) | Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) | |
| 0,48 | 0,48 | 4,00 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
| IN OVEREENSTEMMING MET VERORDENING 1061/2010 | ||
|---|---|---|
| Lading Energiever-Standaard katoenprogramma's. (kg) bruik (kWh) | Gemiddelde Waterver- programmabruik (liter) duur (minuten) | Resterend vocht (%)¹) |
| Voor standaard 60°C katoen: 6 0,87 Stel Eco 40-60 in op 60°C | 43 247 | 53 |
| Voor standaard 60°C katoen: 3 0,57 Stel Eco 40-60 in op 60°C | 33 185 | 53 |
| Voor standaard 40°C katoen: 3 0,54 Stel Eco 40-60 in op 30°C | 35 179 | 53 |
| 1) Aan het einde van de centrifugeerfase. | ||
| Uit-modus (W) | Modus aan laten (W) | |
| 0,48 | 0,48 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
De gegevens in de bovenstaande tabel zijn in overeenstemming met verordening 1015/2010 van de Europese Commissie tot uitvoering van de richtlijn 2009/125/EG.
VEELVOORKOMENDE PROGRAMMA'S
Deze waarden zijn slechts indicatief.
Pagina 25
| Programma | kg | kWh | Liter | u:mm | % | °C | tpm¹) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen²) 90°C | 6 | 2.45 | 85 | 3:25 | 53 | 85 | 1200 |
| Katoen 60°C | 6 | 1.80 | 85 | 3:25 | 53 | 55 | 1200 |
| Mix 20°³) 20°C | 6 | 0.40 | 85 | 2:45 | 53 | 20 | 1200 |
| Synthetica 40°C | 3 | 0.65 | 55 | 2:10 | 35 | 40 | 1200 |
| Fijne Was⁴) 30°C | 2 | 0.35 | 50 | 1:00 | 35 | 30 | 1200 |
| Wol/Handwas 30°C | 1 | 0.20 | 35 | 1:10 | 30 | 30 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Referentie-indicator van de centrifugeersnelheid.
- 2) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel.
- 3) Geschikt voor het wassen van licht vervuild katoen.
- 4) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed.
MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische
apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het
symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.