AEG 69476VS-MN, tekst van de handleiding
Pagina's 15–37 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–14verder op pagina 38 →
Pagina 15
NEDERLANDS 15
| Symbool | Naam | Beschrijving |
|---|---|---|
| Huishoudelijk | U kunt deze temperatuur wijzigen. | |
| Deurslot | De functie deurvergrendeling is ingeschakeld. | |
| Binnenverlichting | U hebt het licht uitgeschakeld. | |
| Kookwekker | De kookwekker staat aan. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
8.3 Voorverwarmindicatie
Als u een ovenfunctie inschakelt, gaan de balkjes op het display branden. De balkjes geven aan dat de temperatuur in het apparaat toe- of afneemt.
Wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, verdwijnen de balkjes van het display.
8.4 Het apparaat gebruiken
U kunt het apparaat gebruiken in:
- de handmatige modus
- automatische programma's
8.5 Ovenfuncties
| Ovenfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| Hetelucht | Om op twee ovenniveaus te bakken of om voedsel te drogen.Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor Boven + Onderwarmte | |
| Pizza Hetelucht | Om gerechten op één niveau te bakken met intensief bruineren en een krokantere korst. Stel de temperatuur 20 - 40°C lager in dan voor boven- en onderwarmte. | |
| Lage Temperatuur Garen | Voor het bereiden van mals en sappig braadvlees. | |
| Boven-/Onder-warmte | Voor het bakken en braden op een ovenniveau. | |
| Bevroren Gerechten | Om kant-en-klaar-gerechten zoals patat, aardappelpartjes of loempia's krokant te maken. | |
| Circulatiegrill | Voor het braden van grotere stukken vlees of gevogelte met botten op één niveau. Ook om te gratineren en te bruinen. | |
| Grill Intens | Voor het roosteren van plat voedsel in grote hoeveelheden en voor het maken van toast. | |
| Grill | Om plat voedsel te grillen en brood te roosteren. |
Pagina 16
16 www.aeg.com
| Ovenfunctie | Applicatie | |
|---|---|---|
| Hetelucht (vochtig) | Voor het bakken van taarten, gebak, brood. Om tijdens de bereiding energie te besparen. Deze functie moet worden gebruikt in overeenstemming met de Hetelucht (vochtig) om de gewenste kookresultaten te bereiken. Raadpleeg het hoofdstuk aanwijzingen en tips, Hetelucht (vochtig) voor meer informatie over de aanbevolen instellingen. Deze functie wordt gebruikt om de energie-efficiëntieklasse vast te stellen overeenkomstig EN 60350-1. | |
| Warm houden | Om het voedsel warm te houden. | |
| Ontdooien | Deze functie kan gebruikt worden om bevroren voedsel te ontdooien zoals groente en fruit. De ontdooitijd hangt af van de hoeveelheid en dikte van het voedsel. | |
| Onderwarmte | Voor het bakken van taarten met een knapperige bodem en het inmaken van voedsel. | |
| ECO-braden | Als u deze functie tijdens het koken gebruikt, kunt u het energieverbruik optimaliseren. Voor meer informatie over de aanbevolen instellingen raadpleegt u het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips' met de equivalente ovenfunctie (Circulatiegrill). | |
| Pyrolytische reiniging | Automatische pyrolytische reiniging van de oven. Hierdoor worden vuilresten in de oven verbrand. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
8.6 De ovenfunctie instellen
of
- 1. Schakel het apparaat in met
.
Het display geeft de ingestelde temperatuur, het symbool en het nummer van de ovenfunctie weer.
- 2. Raak of aan om een ovenfunctie in te stellen.
- 3. Raak aan. Anders start het apparaat na vijf seconden automatisch.
Als u het apparaat activeert en geen ovenfunctie of programma instelt, wordt het apparaat na 20 seconden automatisch uitgeschakeld.
8.7 Temperatuur wijzigen
Raak of om de temperatuur in stappen van 5 °C te wijzigen.
Wanneer het apparaat de ingestelde temperatuur heeft bereikt, weerklinkt er drie keer een geluidssignaal en gaat de verwarmingsindicatie uit.
8.8 Temperatuur opvragen
U kunt de temperatuur in het apparaat controleren wanneer de functie of het programma in werking is.
- 1. Tik op .
Het temperatuur-/tijddisplay geeft de temperatuur in het apparaat aan.
- 2. Raak aan om terug te keren naar de ingestelde temperatuur. Het display geeft dit na vijf seconden automatisch weer.
Pagina 17
8.9 Functie Snel opwarmen
Leg geen voedsel in de oven wanneer de functie Snel opwarmen is ingeschakeld.
De functie Snel opwarmen is niet bij elke ovenfunctie beschikbaar. Als de Fouttoon is ingeschakeld in het Instelmenu zal als deze functie niet beschikbaar is voor de ingestelde functie, er een geluidssignaal klinken. Raadpleeg "Het instelmenu gebruiken".
De functie Snel opwarmen verlaagt de opwarmtijd.
Om deze functie te activeren, tik op en houd meer dan drie seconden ingedrukt.
Als u de functie Snel opwarmen activeert, gaan de balkjes op het display
één voor één knipperen en gaat branden om aan te geven dat de functie werkt.
8.10 Gebruik van de functie Mijn favoriet programma
Gebruik deze functie voor het opslaan van uw favoriete temperatuur- en tijdinstellingen van een ovenfunctie of programma.
- 1. Stel de temperatuur en tijd voor een ovenfunctie of programma in.
- 2. Raak gedurende langer dan drie seconden aan. Er klinkt een geluidssignaal.
- 3. Schakel het apparaat uit.
- Voor het inschakelen van de functie
raakt u aan. Het apparaat start het programma Favoriet.
Wanneer de functie in werking is, kunt u de tijd en temperatuur veranderen.
- Voor het uitschakelen van de
functie raakt u aan. Het apparaat beëindigt het programma Favoriet.
NEDERLANDS 17
8.11 Gebruik van het Kinderslot
Het kinderslot voorkomt dat het apparaat per ongeluk in werking wordt gesteld.
Als de pyrolysefunctie actief is, wordt de deur vergrendeld. Er verschijnt een melding op het display als u een tiptoets aanraakt.
- 1. Om de functie te activeren,
deactiveer het apparaat met . Stel geen ovenfunctie in.
- 2. Houd en gedurende ten minste 2 seconden samen ingedrukt.
Er klinkt een geluidssignaal.
SAFE verschijnt op het display. De deur blijft vergrendeld.
Om het Kinderslot te deactiveren, herhaal stap 2.
8.12 Gebruik van de Functievergrendeling
U kunt de functie alleen inschakelen als het apparaat in werking is.
Toetsblokkering voorkomt dat een ovenfunctie per ongeluk wordt ingeschakeld.
- 1. Om de functie te activeren, schakel het apparaat in.
- 2. Schakel een ovenfunctie of instelling in.
- 3. Houd en gedurende ten minste 2 seconden samen ingedrukt. Er klinkt een geluidssignaal.
Loc verschijnt op het display.
Om de Functievergrendeling te deactiveren, herhaal stap 3.
Als de pyrolysefunctie actief is, wordt de deur vergrendeld. Er verschijnt een melding op het display als u een tiptoets aanraakt.
U kunt het apparaat uitschakelen als de toetsblokkering aan is. Als u het apparaat uit zet, wordt de toetsblokkering uitgeschakeld.
Pagina 18
18 www.aeg.com
| 8.13 Gebruik van het instellingenmenu | Het instellingenmenu laat u toe om functies in het hoofdmenu te activeren en deactiveren. Het display toont SET en |
| U kunt het instellingenmenu alleen instellen wanneer de oven is uitgeschakeld. | het nummer van de instelling. |
| Beschrijving | In te stellen waarde |
| 1 QUICK START | AAN/UIT |
| 2 RESTWARMTE-INDICATIE | AAN/UIT |
| 3 REINIGINGSHERINNERING | AAN/UIT |
| 4 TOETSVOLUME1) | KLIKKEN / PIEPEN / UIT |
| 5 FOUTTOON | AAN/UIT |
| 6 DEMO MODUS | Activeringscode: 2468 |
| 7 ONDERHOUDSMENU | - |
| 8 INSTELLINGEN RESETTEN | JA / NEE |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
- 1) Het geluid van de tiptoets AAN / UIT kan niet worden uitgeschakeld.
- 1. Als het apparaat uitstaat, houdt 3 seconden ingedrukt.
Het display geeft "SET1" weer en "1" knippert.
- 2. Raak of aan om de instelling te bevestigen.
- 3. Tik op .
- 4. Raak of aan om de waarde van de instelling te wijzigen.
- 5. Tik op .
Raak om het Instellingenmenu te
verlaten aan of houd vast.
8.14 Automatische uitschakeling
Om veiligheidsredenen wordt het apparaat na een tijdje automatisch uitgeschakeld als een ovenfunctie werkt en u geen instellingen wijzigt.
| Temperatuur (°C) | Uitschakeltijd (u) |
|---|---|
| 30 - 115 | 12.5 |
| 120 - 195 | 8.5 |
| 200 - 245 | 5.5 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Temperatuur (°C) Uitschakeltijd (u)
250 - maximum 1.5
Na een automatische uitschakeling, raakt u een tiptoets aan om het apparaat weer in werking te stellen.
De automatische uitschakeling werkt niet met de functies: licht, langzaam garen, duur, einde, tijduitstel.
8.15 Helderheid van het display
Er zijn twee standen voor de helderheid van het display:
- Helderheid 's nachts - wanneer het apparaat uit staat, is de helderheid van het display tussen 22:00 en 06:00 lager.
- Helderheid overdag:
- als het apparaat aan staat.
- als u tijdens helderheid 's nachts een tiptoets aanraakt (behalve
AAN/UIT), keert het display
Pagina 19
NEDERLANDS 19
gedurende 10 seconden terug naar helderheid voor overdag.
- als het apparaat uit staat en u de kookwekker hebt ingesteld.
Wanneer de kookwekker eindigt, keert het display terug naar helderheid voor 's nachts.
8.16 Koelventilator
Als de oven in werking is, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld om de oppervlakken van de oven koel te houden. Na het uitschakelen van de oven blijft de ventilatie doorgaan totdat de oven is afgekoeld.
8.17 De accessoires plaatsen
Bakrooster:
Plaats het rooster tussen de geleidestangen van de roostersteun en zorg ervoor dat de pootjes omlaag staan.
Bakplaat / Diepe pan:
Schuif de bakplaat / diepe pan tussen de geleidestangen van de roostersteun.
Bakrooster en bakplaat / diepe pan samen:
Plaats de bakplaat / diepe pan tussen de geleiders van de inschuifrails en het bakrooster op de geleiders erboven.
8.18 Telescopische geleiders - de ovenaccessoires plaatsen
Met de telescopische geleiders kunt u de roosters eenvoudig plaatsen en verwijderen.
LET OP!
Reinig de telescopische geleiders niet in de afwasautomaat. Maak de telescopische geleiders niet vet.
LET OP!
Zorg dat u de telescopische geleiders helemaal in de oven schuift voordat u de ovendeur sluit.
Bakrooster:
Plaats het bakrooster op de telescopische geleiders zodat de pootjes naar beneden zijn gericht.
Door de verhoogde rand die om het rooster loopt is het kookgerei bovendien beveiligd tegen wegglijden.
Braadpan:
Pagina 20
20 www.aeg.com
Plaats de braadpan op de telescopische geleiders.
Bakrooster en braadpan samen:
Plaats het rooster en de braadpan samen op de telescopische geleider.
9. OVEN - KLOKFUNCTIES
9.1 Tabel met klokfuncties
| Klokfunctie | Applicatie |
|---|---|
| DAGTIJD | De tijd van de dag controleren of wijzigen. U kunt de dagtijd alleen wijzigen als het apparaat aanstaat. |
| DUUR | Instellen hoe lang het apparaat in werking is. |
| EINDE | Instellen wanneer het apparaat wordt uitgeschakeld. |
| TIJDUITSTEL | Combineren van de functie TIJDSDUUR en EINDE. |
| QUICK START | Het apparaat wordt op een later tijdstip met één aanraking van de tiptoets met de benodigde instellingen gestart. |
| KOOKWEKKER | Voor het instellen van een afteltijd. Deze functie heeft geen invloed op de werking van de oven. U kunt de KOOKWEKKER op elk gewenst moment instellen, ook als het apparaat uit staat. |
| 00:00 TIMER MET OPTEL-FUNCTIE | Om de optelfunctie in te stellen; toont hoe lang het apparaat in werking is. Deze functie heeft geen invloed op de werking van het apparaat. Deze wordt onmiddellijk ingeschakeld wanneer de oven begint met opwarmen. De OPTELTIMER is niet geactiveerd als TIJDSDUUR en EINDE zijn ingesteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
9.2 TIMER MET OPTELFUNCTIE
- 1. Om de Optelfunctie te resetten, tik herhaaldelijk op tot in het display knippert.
- 2. Raak aan totdat op het display "00:00" staat en de timer met
optelfunctie weer opnieuw begint te tellen.
9.3 De DUUR instellen
- 1. Selecteer een ovenfunctie en de temperatuur.
Pagina 21
NEDERLANDS 21
- 2. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display gaat knipperen.
- 3. Raak of aan om de minuten van de TIJDSDUUR in te stellen.
- 4. Raak aan. Anders start de TIJDSDUUR na vijf seconden automatisch.
- 5. Gebruik of om de uren van de TIJDSDUUR in te stellen.
- 6. Tik op . Anders start de TIJDSDUUR na vijf seconden automatisch.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten
een geluidssignaal en knipperen en de tijd in het display. Het apparaat wordt uitgeschakeld.
- 7. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 8. Schakel het apparaat uit.
9.4 Het EINDE instellen
- 1. Selecteer een ovenfunctie en de temperatuur.
- 2. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display gaat knipperen.
- 3. Gebruik of om het EINDE in
te stellen en of om te bevestigen. U stelt eerst de minuten en dan de uren in.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten
een geluidssignaal en knipperen en de tijd in het display. Het apparaat wordt automatisch uitgeschakeld.
- 4. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 5. Schakel het apparaat uit.
9.5 SET+GO instellen
U kunt de functie SET+GO alleen gebruiken als de DUUR is ingesteld.
- 1. Selecteer een ovenfunctie (of een programma) en de temperatuur.
- 2. Stel de TIJDSDUUR in.
- 3. Raak herhaaldelijk aan totdat in het display knippert.
- 4. Raak aan om de functie SET+GO in te stellen.
Het display geeft en met een indicatie weer. Deze indicatie wordt weergegeven wanneer de klokfunctie wordt geactiveerd.
- 5. Raak een sensorveld aan (behalve AAN/UIT) om de functie SET+GO te starten.
9.6 De KOOKWEKKER instellen
- 1. Tik op .
en "00" knipperen in het display.
- 2. Gebruik om tussen de opties te kiezen. U moet eerst seconden en dan minuten en uren instellen.
- 3. Gebruik of om de KOOKWEKKER in te stellen en
bevestig met .
- 4. Raak aan. Anders start de KOOKWEKKER na vijf seconden automatisch.
Wanneer de ingestelde tijd eindigt, weerklinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal en knipperen "00:00"
en in het display.
- 5. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
9.7 De tijdvertragingsfunctie instellen
De items DUUR en EINDE kunnen tegelijkertijd worden gebruikt, wanneer de oven op een later tijdstip automatisch wordt in- en uitgeschakeld. In dit geval
wordt de DUUR eerst ingesteld, en
dan EINDE (zie "De DUUR instellen" en "Het EINDE instellen").
Pagina 22
22 www.aeg.com
Wanneer de tijdvertragingsfunctie wordt ingeschakeld, geeft het display het statische symbool van de ovenfunctie
weer, met een punt en
. De punt geeft aan welke klokfunctie zich op het display voor de klok-/ restwarmte bevindt.
10. OVEN - AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
10.1 Automatische programma's
| Programmanummer | Programmanaam |
|---|---|
| 1 | GEBRADEN VLEES |
| 2 | GEROOSTERD VARKENSVLEES |
| 3 | GEROOSTERD KALFSVLEES |
| 4 | GEROOSTERD LAMSVLEES |
| 5 | GEROOSTERD WILD |
| 6 | HELE KIP |
| 7 | VISFILET |
| 8 | PIZZA |
| 9 | QUICHE LORRAINE |
| 10 | CITROENCAKE |
| 11 | KWARKTAART |
| 12 | GOOIT |
| 13 | VOLKORENBROOD |
| 14 | DEEG LATEN RIJZEN |
| 15 | AARDAPPELGRATIN |
| 16 | LASAGNE |
| 17 | CANNELLONI |
| 18 | KANT-EN-KLARE TAART |
Pagina 23
NEDERLANDS 23
| Programmanummer | Programmanaam |
|---|---|
| 19 | AFBAKPIZZA |
| 20 | KANT-EN-KLARE AARDAPPELGERECHTEN |
| 10.2 Automatische programma's | 6. Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 23)
- 1. Schakel het apparaat in. knippert.
- 2. Tik op . 7. Raak een tiptoets aan of open de Het display geeft , een symbool en ovendeur om het geluidssignaal te nummer van het automatische stoppen.
programma weer. 8. Schakel het apparaat uit.
- 3. Raak of aan om het automatische programma te kiezen.
- 4. Tik op of wacht vijf seconden tot het apparaat automatisch start.
- 5. Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal. Het
symbool knippert.
- 6. Raak een tiptoets aan of open de ovendeur om het geluidssignaal te stoppen.
- 7. Schakel het apparaat uit.
10.3 Automatische programma's met gewichtinvoer
Als u het gewicht van het vlees instelt, berekent het apparaat de braadtijd.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Tik op .
- 3. Raak of aan om het gewichtprogramms in te stellen. Op het display verschijnt: de kooktijd,
duursymbool, , een standaard gewicht, een maateenheid (kg, g).
- 4. Raak aan. Anders worden de instellingen na vijf seconden automatisch opgeslagen.
Het apparaat wordt ingeschakeld.
- 5. U kunt het standaardgewicht wijzigen
met of . Tik op .
10.4 Automatische programma's met vleesthermometer (geselecteerde modellen)
De kerntemperatuur van het gerecht is standaard en kan in programma's met de vleesthermometer niet worden veranderd. Het programma eindigt wanneer het apparaat de ingestelde kerntemperatuur heeft bereikt.
- 1. Schakel het apparaat in.
- 2. Tik herhaaldelijk op tot het display
weergeeft.
- 3. Gebruik van de vleesthermometer. Raadpleeg "Vleesthermometer".
- 4. Raak of aan om het programma voor de vleesthermometer in te stellen.
Op het display verschijnt de kooktijd,
en .
- 5. Raak aan. Anders worden de instellingen na vijf seconden automatisch opgeslagen.
Wanneer de ingestelde tijd is verlopen, klinkt er gedurende twee minuten een geluidssignaal. De waarde van de
kerntemperatuur en knipperen.
- 6. Raak een tiptoets aan, of open de deur om het geluidssignaal te stoppen.
- 7. Schakel het apparaat uit.
Pagina 24
24 www.aeg.com
11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
De temperaturen en baktijden in de tabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld. Deze zijn afhankelijk van de recepten en de kwaliteit en de hoeveelheid van de gebruikte ingrediënten.
Verwarm de lege oven altijd 20 minuten voordat u gaat koken voor op de vereiste temperatuur voor het voedsel.
11.1 Bakken
- Uw oven kan anders bakken of roosteren dan de oven die u tot nu toe gebruikt heeft. Pas uw normale
instellingen zoals temperatuur, gaartijd en ovenniveau aan de tabelwaarden aan.
- Gebruik de eerste keer de laagste temperatuur.
- Als u voor een speciaal recept de instelling niet kunt vinden, zoek dan naar een soortgelijk recept.
- Bij het bereiden van cake op meerdere niveaus kan de baktijd ca.
10 - 15 minuten langer zijn.
- Als de cake niet overal even hoog is, wordt de cake in het begin van het bakproces niet overal even bruin.
Verander in dit geval de temperatuurinstelling niet. De verschillen verminderen tijdens het bakproces.
- Tijdens het bakken kunnen bakplaten in de oven vervormen. Wanneer de bakplaten afkoelen, verdwijnt de vervorming.
11.2 Baktips
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De onderkant van de cake is niet voldoende gebruind. | De rekstand is incorrect. | Plaats de cake op een lagere rekstand. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | De oventemperatuur is te hoog. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur lager in. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Te korte baktijd. | Baktijd verlengen. U kunt de baktijd niet verlagen door een hogere temperatuur in te stellen. |
| De cake zakt in en wordt klef, klonterig, streperig. | Er zit te veel vloeistof in het mengsel. | Minder vocht gebruiken. Let op de kneedtijden, vooral bij het gebruik van keukenmachines. |
| De cake is te droog. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur hoger in. |
| De cake is te droog. | Te lange baktijd. | De volgende keer dat u een cake bakt, gebruikt u een kortere baktijd. |
Pagina 25
NEDERLANDS 25
| Bakresultaat | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | De oventemperatuur is te hoog en de baktijd te kort. | De baktemperatuur lager instellen en de baktijd verlengen. |
| De cake wordt ongelijkmatig bruin. | Het deeg is niet gelijkmatig verdeeld. | Verdeel het deeg gelijkmatig over de bakplaat. |
| De cake wordt niet gaar binnen de aangegeven baktijd. | De oventemperatuur is te laag. | De volgende keer dat u een cake bakt, stelt u de baktemperatuur een beetje hoger in. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
11.3 Bereiding met hete lucht
Bakken op één ovenniveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 150 - 160 | 50 - 70 | 2 |
| Moskovisch gebak / vruchtencake | 140 - 160 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 150 - 1601) | 25 - 40 | 3 |
| Taartbodem - zandtaartdeeg | 170 - 1801) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 150 - 170 | 20 - 25 | 2 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 160 | 60 - 90 | 2 - 3 |
| 1) Oven voorverwarmen. Gebak / brood op bakplaat | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Kruimeltaart (droog) | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/ roerdeeg) 1) | 150 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 160 - 170 | 40 - 80 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
- 1) Gebruik braadpan.
Pagina 26
26 www.aeg.com
Koekjes
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 10 - 20 | 3 |
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 20 - 35 | 3 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 150 - 160 | 15 - 20 | 3 |
| Eiwitgebak / schuimgebak | 80 - 100 | 120 - 150 | 3 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 30 - 50 | 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 150 - 160 | 20 - 40 | 3 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 20 - 30 | 3 |
| Broodjes | 1601) | 10 - 35 | 3 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 35 | 3 |
| 1) Oven voorverwarmen. Tabel voor ovenschotels en gegratineerde gerechten | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Stokbroden bedekt met gesmolten kaas | 160 - 1701) | 15 - 30 | 1 |
| Gevulde groente | 160 - 170 | 30- 60 | 1 |
| 1) Oven voorverwarmen. Bakken op meerdere niveaus Gebak / brood op bakplaat | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte 2 standen |
| Roomsoezen / Eclairs | 160 - 1801) | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Kruimeltaart | 150 - 160 | 30 - 45 | 2 / 4 |
| 1) Oven voorverwarmen. Koekjes/small cakes/gebak/broodjes | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte 2 standen |
| Zandkoekjes | 150 - 160 | 20 - 40 | 2 / 4 |
Pagina 27
NEDERLANDS 27
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte 2 standen |
|---|---|---|---|
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 140 | 25 - 45 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van roerdeeg | 160 - 170 | 25 - 40 | 2 / 4 |
| Eiwitgebak, schuimgebak | 80 - 100 | 130 - 170 | 2 / 4 |
| Bitterkoekjes | 100 - 120 | 40 - 80 | 2 / 4 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 160 - 170 | 30 - 60 | 2 / 4 |
| Klein bladerdeeggebak | 170 - 1801) | 30 - 50 | 2 / 4 |
| Broodjes | 1801) | 25- 40 | 2 / 4 |
| Kleine cakes (20 stuks/bakplaat) | 1501) | 20 - 40 | 2 / 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 27)
- 1) Oven voorverwarmen.
11.4 Boven- en onderwarmte op één niveau
Bakken in een bakblik
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Tulband of brioche | 160 - 180 | 50 - 70 | 2 |
| Moskovisch gebak/vruchtencake | 150 - 170 | 50 - 90 | 1 - 2 |
| Biscuittaart zonder vet | 1701) | 25 - 40 | 3 |
| Taartbodem van zandtaartdeeg | 190 - 2101) | 10 - 25 | 2 |
| Taartbodem - zacht cakedeeg | 170 - 190 | 20 - 25 | 2 |
| Appeltaart (2 vormen Ø 20 cm, diagonaal geplaatst) | 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| Hartige taart (bijv. quiche lorraine) | 180 - 220 | 35 - 60 | 1 |
| Kwarktaart | 160 - 180 | 60 - 90 | 1 - 2 |
| 1) Oven voorverwarmen. Gebak op bakplaat | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Vlechtbrood/broodkrans | 170 - 190 | 40 - 50 | 2 |
| Kerststol | 160 - 1801) | 50 - 70 | 2 |
Pagina 28
28 www.aeg.com
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Brood (roggebrood): 1. Eerste deel van het bakproces. 2. Tweede deel van het bakproces. | 1. 2301) 2. 160 - 1801) | 1. 20 2. 30 - 60 | 1 - 2 |
| Roomsoezen/tompoezen | 190 - 2101) | 20 - 35 | 3 |
| Koninginnenbrood (opgerolde cake met jam) | 180 - 2001) | 10 - 20 | 3 |
| Kruimeltaart (droog) | 160 - 180 | 20 - 40 | 3 |
| Amandelcake/suikertaart | 190 - 2101) | 20 - 30 | 3 |
| Vruchtentaart (bereid met gistdeeg/ sponsdeeg) 2) | 170 | 35 - 55 | 3 |
| Vruchtentaart met kruimeldeeg | 170 - 190 | 40 - 60 | 3 |
| Plaatkoek met kwetsbare garnering (bijv. kwark, room, puddingvulling) | 160 - 1801) | 40 - 80 | 3 |
| Pizza (met veel garnering) | 190 - 2101) | 30 - 50 | 1 - 2 |
| Pizza (dunne korst) | 220 - 2501) | 15 - 25 | 1 - 2 |
| Ongedesemd brood | 230 - 250 | 10 - 15 | 1 |
| Vlaaien (CH) | 210 - 230 | 35 - 50 | 1 |
| 1) Oven voorverwarmen. 2) Gebruik braadpan. Koekjes | |||
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Zandkoekjes | 170 - 190 | 10 - 20 | 3 |
| Zandtaartdeeg/ Deegreepjes | 1601) | 20 - 35 | 3 |
| Roerdeegkoekjes | 170 - 190 | 20 - 30 | 3 |
| Eiwitgebak, schuimgebak | 80 - 100 | 120 - 150 | 3 |
| Bitterkoekjes | 120 - 130 | 30 - 60 | 3 |
| Koekjes gemaakt van gistdeeg | 170 - 190 | 20 - 40 | 3 |
| Klein bladerdeeggebak | 190 - 2101) | 20 - 30 | 3 |
| Broodjes | 190 - 2101) | 10 - 55 | 3 |
Pagina 29: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 30
30 www.aeg.com
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Piroggen (Russische variant op calzone) | 180 - 2002) | 15 - 25 | 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
- 1) Gebruik braadpan.
- 2) Oven voorverwarmen.
11.6 Hetelucht (vochtig)
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|
| Lasagne | 190 - 210 | 60 - 80 | 3 |
| Cannelloni | 180 - 200 | 70 - 85 | 3 |
| Aardappelgratin | 190 - 210 | 70 - 85 | 3 |
| Pastagratin | 190 - 210 | 45 - 55 | 3 |
| Moussaka | 180 - 200 | 60 - 75 | 3 |
| Witbrood | 190 - 210 | 55 - 70 | 3 |
| Rijstpudding | 180 - 200 | 45 - 55 | 2 |
| Broodpudding | 190 - 210 | 55 - 70 | 3 |
| Appeltaart | 180 - 190 | 60 - 75 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
11.7 Roosteren
- Gebruik voor het roosteren hittebestendige ovenschalen. Zie de instructies van de fabrikant van de ovenschalen.
- Grote braadstukken kunt u direct in de diepe braadpan roosteren (indien aanwezig) of op een rooster boven de braadpan.
- Schenk wat vloeistof in de braadpan om te voorkomen dat de vleessappen of het vet op het oppervlak inbranden.
- Alle soorten vlees die een korst moeten krijgen, kunt u in de braadschaal zonder deksel braden.
- Indien nodig het braadstuk na 1/2 - 2/3 van de gaartijd keren.
- Om het vlees sappiger te houden:
- braad mager vlees in een braadpan met deksel of gebruik een braadzak.
- rooster vlees en vis in stukken die minimaal 1 kg wegen.
- besprenkel grote braadstukken en gevogelte diverse keren tijdens het braden met het eigen vleessap.
Pagina's 31–32: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 33
NEDERLANDS 33
Varkensvlees
| Gerecht | Gewicht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Schouderstuk, nekstuk, hamlap | 1 – 1,5 kg | 160 - 180 | 90 - 120 | 1 |
| Kotelet, ribbetje | 1 – 1,5 kg | 170 - 180 | 60 - 90 | 1 |
| Gehaktbrood | 750 g - 1 kg | 160 - 170 | 50 - 60 | 1 |
| Varkensschenkel(voorgekookt) | 750 g - 1 kg | 150 - 170 | 90 - 120 | 1 |
| Kalfsvlees | ||||
| Gerecht | Gewicht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Geroosterd kalfsvlees | 1 kg | 160 - 180 | 90 - 120 | 1 |
| Kalfsschenkel | 1,5 – 2 kg | 160 - 180 | 120 - 150 | 1 |
| Lamsvlees | ||||
| Gerecht | Gewicht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Lamsbout, geroosterd lamsvlees | 1 – 1,5 kg | 150 - 170 | 100 - 120 | 1 |
| Lamsrug | 1 – 1,5 kg | 160 - 180 | 40 - 60 | 1 |
| Gevogelte | ||||
| Gerecht | Gewicht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) | Roosterhoogte |
| Stukken gevogelte | 200 – 250 g p.p. | 200 - 220 | 30 - 50 | 1 |
| Halve kip | 400 – 500 g p.p. | 190 - 210 | 35 - 50 | 1 |
| Kip, haantje | 1 – 1,5 kg | 190 - 210 | 50 - 70 | 1 |
| Eend | 1,5 – 2 kg | 180 - 200 | 80 - 100 | 1 |
| Gans | 3,5 – 5 kg | 160 - 180 | 120 - 180 | 1 |
| Kalkoen | 2,5 – 3,5 kg | 160 - 180 | 120 - 150 | 1 |
| Kalkoen | 4 – 6 kg | 140 - 160 | 150 - 240 | 1 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
11.10 Grillen in het algemeen
WAARSCHUWING!
Tijdens het grillen moet de ovendeur altijd gesloten zijn.
- Grill altijd met de maximale temperatuurinstelling.
- Rooster in de rekstand plaatsen zoals aanbevolen in grilltabel.
- Zet de diepe ovenschaal om vet op te vangen altijd op de eerste rekstand.
- Alleen platte stukken vlees of vis grillen.
Pagina 34
34 www.aeg.com
Het grilgedeelte is ingesteld in het midden van het rooster.
11.11 Grill
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) 1e kant | 2e kant | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Biefstuk, medium | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Runderfilet, medium | 230 | 20 - 30 | 20 - 30 | 3 |
| Varkensrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Kalfsrug | 210 - 230 | 30 - 40 | 30 - 40 | 2 |
| Lamsrug | 210 - 230 | 25 - 35 | 20 - 35 | 3 |
| Hele vis, 500 - 1000g | 210 - 230 | 15 - 30 | 15 - 30 | 3 - 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
11.12 Grill intens
| Gerecht | Temperatuur (°C) | Tijd (min) 1e kant | 2e kant | Roosterhoogte |
|---|---|---|---|---|
| Burgers | max 1) | 9 - 15 | 8 - 13 | 4 |
| Varkensfilet | Maximaal | 10 - 12 | 6 - 10 | 4 |
| Worstjes | Maximaal | 10 - 12 | 6 - 8 | 4 |
| Runderfilet, kalfsbiefstukken | Maximaal | 7 - 10 | 6 - 8 | 4 |
| Geroosterd brood | max 1) | 1 - 4 | 1 - 4 | 4 - 5 |
| Brood met iets erop | Maximaal | 6 - 8 | - | 4 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
- 1) De oven voorverwarmen
11.13 Inmaken - Onderwarmte
- Gebruik alleen weckpotten van dezelfde afmetingen.
- Gebruik geen wekglazen met een draai- of bajonetsluiting en metalen bakken.
- Gebruik het eerste rooster van de bodem van deze functie.
- Zet niet meer dan zes weckflessen van 1 liter op het bakrooster.
- Vul de flessen tot hetzelfde niveau en sluit ze af met een klem.
- De weckpotten mogen elkaar niet raken.
- Vul ca. 1/2 liter water op de bakplaat, zodat er voldoende vocht in de oven ontstaat.
- Zodra de vloeistof in de eerste weckpotten begint te borrelen (na circa 35 - 60 minuten bij 1 literglazen), schakelt u de oven uit of
Pagina 35
NEDERLANDS 35
verlaagt u de temperatuur tot 100 °C (zie tabel).
Zachte vruchten
| Bewaren | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
|---|---|---|---|
| Aardbeien, bosbessen, frambozen, rijpe kruisbessen | 160 - 170 | 35 - 45 | - |
| Steenvruchten | |||
| Bewaren | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
| Peren, kweeperen, pruimen | 160 - 170 | 35 - 45 | 10 - 15 |
| Groenten | |||
| Bewaren | Temperatuur (°C) | Inmaken/wecken tot het parelen begint (min) | Door blijven koken op 100 °C (min.) |
| Wortelen 1) | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Komkommers | 160 - 170 | 50 - 60 | - |
| Gemengde augurken | 160 - 170 | 50 - 60 | 5 - 10 |
| Koolrabi, erwten, asperges | 160 - 170 | 50 - 60 | 15 - 20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 35)
- 1) In de uitgeschakelde oven laten staan.
11.14 Ontdooien
- Haal het voedsel uit de verpakking. Doe het voedsel op een bord.
- Gebruik voor het afdekken geen borden of schotels. Hierdoor kan de ontdooitijd worden verlengd.
- Gebruik de eerste rekstand van de oven. Het inzetniveau onderaan.
| Gerecht | Gewicht | Ontdooitijd (min.) | Nadooitijd (min) | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Kip | 1 kg | 100 - 140 | 20 - 30 | Kip op een omgedraaid schoteltje in een groot bord leggen. Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
Pagina 36
36 www.aeg.com
| Gerecht | Gewicht | Ontdooitijd (min.) | Nadooitijd (min) | Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|
| Vlees | 1 kg | 100 - 140 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Vlees | 500 g | 90 - 120 | 20 - 30 | Halverwege de bereidingstijd omdraaien. |
| Forel | 150 g | 25 - 35 | 10 - 15 | - |
| Aardbeien | 300 g | 30 - 40 | 10 - 20 | - |
| Boter | 250 g | 30 - 40 | 10 - 15 | - |
| Room | 2 x 200 g | 80 - 100 | 10 - 15 | Klop de nog licht bevroren slagroom. |
| Cake | 1,4 kg | 60 | 60 | - |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
12.1 Opmerkingen over schoonmaken
- Maak de voorkant van de oven schoon met een zachte doek, warm water en een mild reinigingsmiddel.
- Gebruik voor metalen oppervlakken een specifiek reinigingsmiddel.
- Reinig de binnenkant van de oven na elk gebruik. Vetophoping of andere voedingsresten kunnen brand veroorzaken. Het gevaar is groter voor de grillpan.
- Verwijder hardnekkig vuil met een speciale ovenreiniger.
- Reinig alle accessoires na elk gebruik en laat ze drogen. Gebruik een zachte doek met een warm sopje en een reinigingsmiddel.
- Toebehoren met antiaanbaklaag mogen niet worden schoongemaakt met een agressief reinigingsmiddel, voorwerpen met scherpe randen of een afwasautomaat. Dit kan de antiaanbaklaag beschadigen.
12.2 Apparaten van roestvrij staal of aluminium
Maak de ovendeur alleen met een vochtige doek of natte spons schoon. Droog maken met een zachte doek. Vermijd het gebruik van staalwol, zure of schurende producten, deze kunnen de oppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven net zo voorzichtig schoon.
12.3 Verwijderen van de geleiders
Zorg ervoor dat de oven is afgekoeld voordat u onderhoud verricht. Er bestaat verbrandingsgevaar.
Om het apparaat te reinigen, verwijder de inschuifrails.
- 1. Inschuifrails voorzichtig naar boven toe uit de voorste ophanging trekken.
Pagina 37
NEDERLANDS 37
- 2. Trek de inschuifrail bij de voorkant uit de zijwand.
- 3. Geleiders uit de achterste ophanging trekken.
Installeer de inschuifrails in de omgekeerde volgorde.
12.4 Pyrolyse
LET OP!
Verwijder alle accessoires en uitneembare bakplaatsteunen.
De pyrolysereinigingsprocedure kan niet worden gestart:
- U heeft de ovendeur niet helemaal gesloten. Bij sommige modellen geeft de display "C3" weer als deze fout zich voordoet.
LET OP!
Gebruik de kookplaat niet tegelijk met de pyrolytische functie. Dit kan schade aan het apparaat veroorzaken.
De deur wordt vergrendeld tijdens de
pyrolytische reiniging. Het symbool en de balkjes van de verwarmingsindicatie lichten op totdat de deur weer is ontgrendeld. De deur wordt ontgrendeld wanneer de temperatuur in de oven onder de veiligheidvoorwaarde ligt en de pyrolytische reiniging is voltooid.
Het lampje brandt niet tijdens de pyrolytische reiniging.
- 1. Verwijder het ergste vuil met de hand.
- 2. Reinig de binnenkant van de deur met heet water, zodat de resten niet inbranden door de hete lucht.
- 3. Schakel het apparaat in.
- 4. Stel de pyrolytische functie in. Raadpleeg de "Ovenfuncties".
- 5. Tik op .
- 6. Raak of aan om de duur in te stellen van de reinigingsprocedure:
| Optie | Beschrijving |
|---|---|
| 1 | 1:00 voor een lage vuilgraad |
| 2 | 1:30 voor een gewone vuilgraad |
| 3 | 2:30 voor een hoge vuilgraad |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
U kunt de eindfunctie gebruiken om het starten van de reinigingsprocedure uit te stellen.
- 7. Raak aan om de Pyrolysefunctie in te schakelen.
12.5 Reinigingsherinnering
Het symbool voor de reinigingsherinnering knippert gedurende 10 seconden op het display
telkens als u het toestel hebt uitgeschakeld om u eraan te herinneren dat pyrolytische reiniging is vereist.
De reinigingsherinnering gaat uit:
- na het einde van de functie pyrolytische reiniging.
- als u het uitschakelt in de basisinstellingen.
Raadpleeg het menu "De instellingen gebruiken".
12.6 Uitnemen van de ovendeur
Om het reinigen te vergemakkelijken, verwijdert u best de ovendeur.