AEG FFB75707PW, tekst van de handleiding
Pagina's 23–62 van 64 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 23
INSTELLINGEN
Hoe hoger het gehalte van deze mineralen, des te harder is je water. Waterhardheid wordt gemeten in gelijkwaardige schalen.
De waterontharder moet worden aangepast aan de hardheid van het water in jouw omgeving. Je plaatselijke waterleidingbedrijf kan je adviseren over de hardheid van het water in jouw omgeving. Stel het juiste niveau van de waterontharder in, teneinde goede wasresultaten te garanderen.
Waterhardheid
| Duitse graden (°dH) | Franse graden (°fH) | mmol/l | mg/l (ppm) | Clarke graden | Niveau waterontharder |
|---|---|---|---|---|---|
| 47 - 50 | 84 - 90 | 8.4 - 9.0 | 835 - 904 | 58 - 63 | 10 |
| 43 - 46 | 76 - 83 | 7.6 - 8.3 | 755 - 834 | 53 - 57 | 9 |
| 37 - 42 | 65 - 75 | 6.5 - 7.5 | 645 - 754 | 46 - 52 | 8 |
| 29 - 36 | 51 - 64 | 5.1 - 6.4 | 505 - 644 | 36 - 45 | 7 |
| 23 - 28 | 40 - 50 | 4.0 - 5.0 | 395 - 504 | 28 - 35 | 6 |
| 19 - 22 | 33 - 39 | 3.3 - 3.9 | 325 - 394 | 23 - 27 | 5 ¹) |
| 15 - 18 | 26 - 32 | 2.6 - 3.2 | 255 - 324 | 18 - 22 | 4 |
Pagina 24
INSTELLINGEN
| Duitse graden (°dH) | Franse graden (°fH) | mmol/l | mg/l (ppm) | Clarke graden | Niveau waterontharder |
|---|---|---|---|---|---|
| 11 - 14 | 19 - 25 | 1.9 - 2.5 | 185 - 254 | 13 - 17 | 3 |
| 4 - 10 | 7 - 18 | 0.7 - 1.8 | 70 - 184 | 5 - 12 | 2 |
| <4 | <7 | <0.7 | <70 | < 5 | 1 ²) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
- 1) Fabrieksinstelling.
- 2) Gebruik geen zout op dit niveau.
Stel ongeacht het gebruikte soort wasmiddel het juiste waterhardheidniveau in om de bijvulindicator voor zout geactiveerd te houden.
Multivaatwastabletten die zout bevatten zijn niet effectief genoeg als waterontharder.
Regeneratieproces
Voor de juiste werking van de waterontharder moet de hars van de ontharder regelmatig worden geregenereerd. Dit proces is automatisch en maakt deel uit van de normale vaatwasmachinewerking.
Wanneer de voorgeschreven hoeveelheid water (zie waarden in de tabel) is gebruikt sinds het vorige regeneratieproces, wordt een nieuw regeneratieproces gestart tussen de laatste spoeling en het einde van het programma.
| Niveau waterontharder | Hoeveelheid water (l) |
|---|---|
| 1 | 250 |
Pagina 25
INSTELLINGEN
| Niveau waterontharder | Hoeveelheid water (l) |
|---|---|
| 2 | 100 |
| 3 | 62 |
| 4 | 47 |
| 5 | 25 |
| 6 | 17 |
| 7 | 10 |
| 8 | 5 |
| 9 | 3 |
| 10 | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 25)
In het geval van de hoge wateronthardersinstelling kan dit ook in het midden van het programma gebeuren, vóór het spoelen (tweemaal tijdens een programma). De start van de regeneratie heeft geen invloed op de cyclusduur, tenzij deze plaatsvindt in het midden van een programma of aan het einde van een programma met een korte droogfase. In dergelijke gevallen verlengt de regeneratie de totale duur van een programma met nog eens 5 minuten.
Vervolgens kan het spoelen van de waterontharder wat 5 minuten duurt, beginnen in dezelfde cyclus of aan het begin van het volgende programma. Deze activiteit verhoogt het totale waterverbruik van een programma met 4 liter en het totale energieverbruik van een programma met 2 Wh. Het spoelen van de waterontharder eindigt met een volledige afvoer.
Elke uitgevoerde waterontharderspoeling (mogelijk meer dan één in dezelfde cyclus) kan de programmaduur met nog eens 5 minuten
25/64
Pagina 26
INSTELLINGEN
verlengen wanneer deze op enig moment aan het begin of in het midden van een programma plaatsvindt.
Alle in deze paragraaf genoemde verbruikswaarden worden bepaald volgens de huidige geldende norm in laboratoriumomstandigheden met waterhardheid 2,5 mmol/l (waterontharder: niveau 3). 2019/2022 .
De druk en de temperatuur van het water en de variaties van de netvoeding kunnen de waarden doen veranderen.
Het instellen van het wateronthardingsniveau
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
- 1. Druk op Program.
- Het indicatielampje
blijft knipperen.
- De resterende indicatielampjes zijn uit.
- Het display toont de huidige instelling: bijv. = niveau 5.
- 2. Druk herhaaldelijk op Program om de instelling te wijzigen.
- 3. Druk op de aan/uit-toets om de instelling te bevestigen.
8.3 Het glansspoelmiddel niveau
Het glansmiddel zorgt dat het serviesgoed zonder vlekken of strepen droogt. Het wordt automatisch vrijgegeven tijdens de hete spoelfase.
De vrij te geven hoeveelheid spoelglansmiddel kan worden ingesteld tussen stand 1 (minimale hoeveelheid) en stand 6 (maximale hoeveelheid). Fabrieksinstelling. 5.
Als het glansspoelmiddelreservoir leeg is, gaat de glansspoelmiddelindicator branden om aan te geven dat u glansspoelmiddel moet bijvullen. Als u tevreden bent met de droogresultaten bij gebruik van alleen multitabletten, kunt u de aanduiding van het doseerbakje en het indicatielampje deactiveren. Gebruik echter voor de beste droogprestaties altijd
Pagina 27
INSTELLINGEN
glansspoelmiddel en houdt het lampje van het glansspoelmiddel actief.
Om het glansspoelmiddeldoseerbakje en -lampje te deactiveren, stelt u het niveau van glansspoelmiddel in op 0.
Het glansspoelmiddelniveau instellen
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
- 1. Druk op Start
- Het indicatielampje knippert nog steeds.
- De resterende indicatielampjes zijn uit.
- Het display toont de huidige instelling: bijv. = niveau 4.
- 2. Druk herhaaldelijk op Start om de instelling te wijzigen.
- 3. Druk op de aan/uit-toets om de instelling te bevestigen.
8.4 AirDry
AirDry biedt goede droogresultaten met minder energieverbruik. Tijdens de droogfase opent de deur van het apparaat automatisch en blijft deze op een kier staan.
AirDry wordt bij alle programma's automatisch geactiveerd, behalve bij (indien van toepassing).
De duur van de droogfase en de openingstijd van de deur variëren afhankelijk van het geselecteerde programma en de opties. Wanneer AirDry de deur opent, toont het display de resterende tijd van het actieve programma.
27/64
Pagina 28
INSTELLINGEN
LET OP!
Probeer de deur van het apparaat niet binnen 2 minuten na automatisch openen te sluiten. Dit kan het apparaat beschadigen.
Als hierna de deur gedurende ten minste 3 minuten wordt gesloten, eindigt het draaiende programma.
LET OP!
Als kinderen toegang tot het apparaat hebben, adviseren we AirDry om te deactiveren. Het automatisch openen van de deur kan een gevaar vormen.
Deactiveren van AirDry
Zorg dat het apparaat in de gebruikersmodus staat.
- 1. Druk op Delay.
- Het indicatielampje blijft knipperen.
- De resterende indicatielampjes zijn uit.
- Het display toont de huidige instelling:
- = AirDry is uitgeschakeld.
- = AirDry is ingeschakeld.
- 2. Druk op Delay om de instelling te wijzigen.
- 3. Druk op de aan/uit-toets om de instelling te bevestigen.
8.5 Fabrieksreset
De fabrieksreset herstelt de fabrieksinstellingen. Controleer vóór de reset of het apparaat in de gebruikersmodus staat.
Druk op Start en houd Option gedurende 5 seconden ingedrukt. De displays worden _ _ _ gedurende ongeveer 5 seconden weergegeven.
Het apparaat keert terug naar modus voor programmakeuze.
De fabrieksreset reset de cyclusteller niet.
Pagina 29
INSTELLINGEN
8.6 Cyclusteller
U kunt het aantal voltooide afwascycli in de cyclusteller bekijken.
- 1. Druk op de aan/uit-toets om de vaatwasser te activeren. Zorg dat het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
- 2. Druk op Start en houd Option gedurende 5 seconden ingedrukt. De displays tonen uC en vervolgens het aantal cycli.
Druk op een willekeurige knop om de cyclusteller te verlaten.
Na het bereiken van 65535 start de cyclusteller opnieuw.
Pagina 30
9. VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 1. Controleer of het ingestelde stand van de waterontharder juist is voor de waterhardheid in uw omgeving. Indien niet, stel dan de stand van de waterontharder juist in.
- 2. Vul het zoutreservoir.
- 3. Vul het glansspoelmiddeldoseerbakje.
- 4. Draai de waterkraan open.
- 5. Start een programma om resten te verwijderen die misschien nog in het apparaat zijn achtergebleven. Gebruik geen afwasmiddel en plaats geen vaat in de korven.
Na het starten van het programma laadt het apparaat de hars in de waterverzachter maximaal 5 minuten op. De wasfase start pas nadat deze procedure voltooid is. De procedure wordt regelmatig herhaald.
9.1 Het zoutreservoir
LET OP!
Gebruik alleen regeneratiezout voor vaatwassers. Gebruik geen keukenzout.
Het zout wordt gebruikt om de hars in de waterontharder te herladen en voor goede wasresultaten voor dagelijks gebruik.
Het zoutreservoir vullen
- 1. Draai de dop van het zoutreservoir linksom en verwijder hem.
- 2. Doe 1 liter water in het zoutreservoir (alleen de eerste keer).
- 3. Vul het zoutreservoir met vaatwaszout (totdat het vol is).
- 4. Schud de trechter voorzichtig bij het handvat om de laatste korrels erin te krijgen.
- 5. Verwijder het zout rond de opening van het zoutreservoir.
Pagina 31
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 6. Draai de dop rechtsom om het zoutreservoir te sluiten.
LET OP!
Water en zout kunnen uit het zoutreservoir stromen als u het bijvult. Om corrosie te voorkomen, vult u het zoutreservoir en start u onmiddellijk een volledige vaatwascyclus met wasmiddel.
9.2 Het glansmiddelreservoir vullen
A
LET OP!
Het vakje (B) is alleen voor glansmiddel. Vul het niet met vaatwasmiddel.
LET OP!
Gebruik alleen glansspoelmiddel dat speciaal is ontworpen voor vaatwassers.
- 1. Open het deksel (C).
- 2. Vul het reservoir (B) tot het glansmiddel de markering ''MAX'' bereikt.
Pagina 32
VOOR HET EERSTE GEBRUIK
- 3. Verwijder gemorst glansspoelmiddel met een absorberend doekje om te voorkomen dat er te veel schuim ontstaat.
- 4. Sluit de deur. Zorg ervoor dat het deksel op zijn plaats vergrendelt.
Vul het glansspoelmiddelreservoir bij als de indicator (A) helder is.
Pagina 33
10. DAGELIJKS GEBRUIK
- 1. Open de waterkraan.
- 2. Druk op de Aan/uit-toets om het apparaat te activeren. Zorg dat het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
- Vul het zoutreservoir als het zoutindicatielampje aan staat.
- Vul het glansmiddeldoseerbakje als het glansmiddellampje brandt.
- 3. Ruim de rekken in.
- 4. Voeg het wasmiddel toe.
- 5. Voor het type lading en de mate van vervuiling dien je het juiste programma in te stellen en te starten.
10.1 Gebruik van het vaatwasmiddel
A
B
C
LET OP!
Gebruik uitsluitend vaatwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor vaatwassers.
- 1. Druk op de ontgrendelingsknop (A) om het deksel te openen (C).
- 2. Doe het vaatwasmiddel (gel, poeder of tabletten) in het vakje (B).
- 3. Als het programma een voorspoelfase heeft, plaats dan een kleine hoeveelheid vaatwasmiddel aan de binnenkant van de deur van het apparaat.
- 4. Sluit de deur. Zorg ervoor dat het deksel op zijn plaats vergrendelt.
Pagina 34
DAGELIJKS GEBRUIK
Raadpleeg de instructies van de fabrikant op de verpakking van het product voor informatie over de dosering van het vaatwasmiddel. Doorgaans is 20 - 25 ml gel-vaatwasmiddel geschikt voor het wassen van een lading met normaal vervuild serviesgoed.
De bovenste uiteinden van de twee verticale ribben in het vakje (B) geeft het maximale niveau aan voor het vullen van het doseerbakje met gel (max. 30 ml).
10.2 Een programma instellen en starten
Een programma starten
- 1. Druk op de aan/uit-knop om het apparaat te activeren. Zorg dat het apparaat in de keuzemodus Programma staat en de deur gesloten is.
- 2. Blijf op Program drukken totdat het indicatielampje van het gewenste programma aangaat.
Het display geeft de programmaduur weer.
- 3. Stel de bruikbare opties in.
- 4. Druk op Start om het programma te starten.
- Het indicatielampje van de lopende fase is aan.
- De programmaduur neemt af in stappen van 1 minuut.
Een programma starten met een uitgestelde start
- 1. Stel een programma in.
- 2. Blijf op Delay drukken tot het display de uitgestelde tijd toont die u wilt instellen (van 1 tot 24 uur).
- 3. Druk op Start om het aftellen te starten.
- Het -lampje brandt.
- De resterende tijd telt af in uren. Het laatste uur wordt in minuten weergegeven.
Pagina 35
DAGELIJKS GEBRUIK
Als het aftellen klaar is, start het programma en gaat het indicatielampje van de lopende fase branden. Het indicatielampje is uit.
De deur openen als het apparaat in werking is
Als u de deur opent terwijl een programma loopt, stopt het apparaat. Dit kan het energieverbruik en de programmaduur beïnvloeden. Als u de deur weer sluit, gaat het apparaat verder vanaf het moment van onderbreking.
Als de deur tijdens de droogfase langer dan 30 seconden wordt geopend, stopt het lopende programma. Dit gebeurt niet als de deur wordt geopend door de functie AirDry.
Probeer de deur van het apparaat niet binnen 2 minuten nadat AirDry hem automatisch opent te openen, want dit kan schade aan het apparaat veroorzaken.
Als hierna de deur gedurende ten minste 3 minuten wordt gesloten, beëindigt het draaiende programma.
De uitgestelde start annuleren tijdens het aftellen
Als je de uitgestelde start annuleert, moet je het programma en de opties opnieuw instellen.
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Druk tegelijkertijd op Delay en Option tot het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
Het programma annuleren
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Houd tegelijkertijd Delay en Option ingedrukt tot het apparaat in de programmakeuzemodus staat.
Controleer of er vaatwasmiddel in het afwasmiddeldoseerbakje aanwezig is voordat u een nieuw programma start.
Pagina 36
DAGELIJKS GEBRUIK
Einde van het programma
Als het programma is voltooid, schakelt de Auto Off functie het apparaat automatisch uit.
Alle knoppen zijn inactief, behalve de aan/uit-toets.
Draai de waterkraan dicht.
Auto Off-functie
Deze functie bespaart energie door het apparaat uit te schakelen als het niet in werking is.
De functie gaat aan:
- Als het wasprogramma is voltooid.
- Als er na 5 minuten nog geen programma is gestart.
Pagina 37
11. AANWIJZINGEN EN TIPS
11.1 Algemeen
Volg de onderstaande tips om te zorgen voor optimale schoonmaak- en droogresultaten en ook het milieu te helpen beschermen.
- Het afwassen in de vaatwasser volgens de instructies in de gebruikershandleiding verbruikt meestal minder water en energie dan het afwassen met de hand.
- Laad de vaatwasser volledig in om water en energie te besparen. Voor de beste reinigingsresultaten plaatst u items in de korven volgens de instructies in de gebruikershandleiding en overbelast u de korven niet.
- Spoel de vaat niet eerst af. Het verhoogt het water- en energieverbruik. Kies indien nodig een programma met voorwasfase.
- Verwijder grotere voedselresten van de borden en lege bekers en glazen voordat u ze in het apparaat plaatst.
- Week kookgerei met stevig vastgekookt of vastgebakken voedsel of poets het lichtjes voordat u het in het apparaat wast.
- Zorg ervoor dat de vaat in de manden elkaar niet raakt of overlapt. Alleen dan kan het water de vaat volledig bereiken en wassen.
- U kunt apart vaatwasmiddel, glansmiddel en zout gebruiken of kiezen voor het gebruik van multitabletten (bijv. ''alles-in-1''). Volg de instructies op de verpakking.
- Kies een programma op basis van het type lading en de mate van bevuiling. biedt het meest efficiënte gebruik van water en energieverbruik.
- Om kalkaanslag in het apparaat te voorkomen:
- Vul de zoutcontainer indien nodig bij.
- Gebruik de aanbevolen dosering van het wasmiddel en spoelglansmiddel.
- Controleer of het ingestelde stand van de waterontharder juist is voor de waterhardheid in uw omgeving.
Pagina 38
AANWIJZINGEN EN TIPS
- Volg de instructies in het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
11.2 Gebruik van zout, glansmiddel en vaatwasmiddel
- Gebruik enkel zout, glansmiddel en vaatwasmiddel voor vaatwassers. Overige producten kunnen het apparaat beschadigen.
- Maar in gebieden met hard en erg hard water raden we het gebruik aan van standaard vaatwasmiddel (poeder, gel, tabletten zonder extra middelen), met afzonderlijk glansmiddel en zout voor optimale reinigings- en droogresultaten.
- Vaatwasmiddeltabletten lossen bij korte programma's niet geheel op. Om te voorkomen dat vaatwasmiddelresten op het servies achterblijven, raden we u aan om tabletten enkel bij lange programma's te gebruiken.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid wasmiddel. Onvoldoende dosering van het wasmiddel kan leiden tot slechte reinigingsresultaten en hardwaterfilmen of vlekken op de voorwerpen. Het gebruik van te veel wasmiddel met zacht of verzacht water resulteert in wasmiddelresten op de borden. Pas de hoeveelheid wasmiddel aan op basis van de waterhardheid. Zie de instructies van de vaatwasmiddelfabrikant.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid spoelglansmiddel. Onvoldoende dosering van spoelglansmiddel vermindert de droogresultaten. Het gebruik van te veel spoelglansmiddel resulteert in blauwachtige lagen op de items.
- Controleer of het wateronthardersniveau correct is. Als het niveau te hoog is, kan de verhoogde hoeveelheid zout in het water leiden tot roest op bestek.
11.3 Wat moet u doen als u wilt stoppen met het gebruik van multitabletten
Volg de volgende stappen voordat u begint met het gebruiken van apart wasmiddel, zout en glansmiddel:
- 1. Stel het hoogste niveau van de waterontharder in.
Pagina 39
AANWIJZINGEN EN TIPS
- 2. Zorg ervoor dat het zout- en het glansspoelmiddeldoseerbakje gevuld zijn.
- 3. Start het kortste programma met een spoelfase. Voeg geen afwasmiddel toe en plaats vaat in de korven.
- 4. Als het programma is voltooid, wijzigt u de waterontharder in de waterhardheid van uw omgeving.
- 5. Stel de hoeveelheid glansspoelmiddel in.
11.4 De korven inruimen
- Raadpleeg de folder voor het laden van de mand die bij het apparaat geleverd wordt.
- Gebruik altijd de hele ruimte van de korven.
- Gebruik het apparaat alleen om voor het reinigen van vaatwasserbestendige artikelen.
- Was de volgende materialen niet in de vaatwasser: hout, hoorn, tin, koper, aluminium, delicaat geëmailleerd porselein en onbeschermd koolstofstaal. Hierdoor kunnen ze barsten, kromtrekken, verkleuren, kuiltjes krijgen of roesten.
- Reinig geen voorwerpen in het apparaat die water kunnen absorberen (sponzen, keukenhanddoeken).
- Plaats holle voorwerpen (bijv. kopjes, glazen en pannen) met de opening naar beneden.
- Zorg ervoor dat glazen voorwerpen elkaar niet aanraken.
- Doe lichte voorwerpen in de bovenste korf. Zorg ervoor dat de voorwerpen niet kunnen verschuiven.
- Plaats bestek en kleine voorwerpen in de besteklade.
- Schuif de bovenste korf naar boven om plaats te maken voor grote voorwerpen in de onderste korf.
- Zorg dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien voordat u een programma start.
11.5 Voordat u een programma start
Zorg vóór het starten van het gekozen programma dat:
Pagina 40
AANWIJZINGEN EN TIPS
- De filters schoon zijn en correct zijn geïnstalleerd.
- De dop van het zoutreservoir vastzit.
- De sproeiarmen niet verstopt zijn.
- Er regenereerzout en glansmiddel is toegevoegd (tenzij u gecombineerde afwastabletten gebruikt).
- De positie van de voorwerpen in de korven correct is.
- Het programma geschikt is voor het type lading en de mate van bevuiling.
- De juiste hoeveelheid afwasmiddel wordt gebruikt.
11.6 De rekken uitruimen
- 1. Laat de borden afkoelen voordat u deze uit het apparaat neemt. Hete borden zijn gevoelig voor beschadigingen.
- 2. Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit.
Na voltooiing van het programma kan er zich aan de binnenkant van het apparaat nog water bevinden.
Pagina 41
12. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
Vuile filters en verstopte sproeiarmen hebben een negatief effect op de wasresultaten. Reinig de filters één keer per week en de sproeiarmen - eenmaal per twee maanden. De reinigingsfrequentie kan variëren afhankelijk van hoe vaak het apparaat wordt gebruikt.
12.1 Interne reiniging
- Reinig de binnenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, scherpe voorwerpen, sterke chemicaliën, pannensponsjes of oplosmiddelen.
- Veeg de deur, inclusief de rubberen afdichting, eenmaal per week schoon.
- Gebruik om de prestaties van uw apparaat te onderhouden minstens elke twee maanden een reinigingsproduct dat specifiek is ontwikkeld voor vaatwassers. Volg de instructies op de verpakking van de producten zorgvuldig op.
- Gebruik het automatische reinigingsprogramma voor optimale reinigingsresultaten.
- Het regelmatig gebruiken van korte programma´s kan ophoping van vet en kalk in het apparaat tot gevolg hebben. Draai minstens tweemaal per maand lange programma´s om deze ophoping te voorkomen.
12.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Controleer de filters en de opvangbak na elk gebruik van de vaatwasser. Vreemde voorwerpen (zoals stukjes glas, plastic, botten of tandenstokers ) verminderen de reinigingsprestaties en kunnen schade aan de afvoerpomp veroorzaken.
Pagina 42
ONDERHOUD EN REINIGING
LET OP!
Als u de voorwerpen niet kunt verwijderen, neemt u contact op met een erkende servicedienst.
- 1. Demonteer het filtersysteem volgens de instructies in dit hoofdstuk.
- 2. Verwijder eventuele vreemde voorwerpen handmatig.
- 3. Monteer de filters opnieuw volgens de instructies in dit hoofdstuk.
12.3 Buitenkant reinigen
- Maak het apparaat schoon met een vochtige, zachte doek.
- Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes of oplosmiddelen.
12.4 De filters reinigen
Het filtersysteem bestaat uit 3 delen.
C
B
A
- 1. Draai de filter (B) linksom en verwijder die.
Pagina 43
ONDERHOUD EN REINIGING
- 2. Verwijder de filter (C) uit de filter (B).
- 3. Verwijder de platte filter (A).
- 4. Was de filters.
- 5. Zorg ervoor dat er geen etensresten of vuil in of rond de rand van de opvangbak zitten.
- 6. Plaats de platte filter (A) terug op zijn plaats. Zorg ervoor dat het goed onder de 2 geleidingen zit.
Pagina 44
ONDERHOUD EN REINIGING
- 7. Plaats de filters (B) en (C) terug.
- 8. Plaats de filter (B) terug in de platte filter (A). Rechtsom draaien tot het vastzit.
LET OP!
Een onjuiste plaatsing van de filters kan leiden tot slechte wasresultaten en het apparaat beschadigen.
12.5 De onderste sproeiarm reinigen
We raden u aan om de onderste sproeiarm regelmatig schoon te maken, om te voorkomen dat de gaten verstopt raken met vuil.
Verstopte gaten kunnen voor onbevredigende wasresultaten zorgen.
- 1. Trek de onderste sproeiarm naar boven om deze te verwijderen.
Pagina 45
ONDERHOUD EN REINIGING
- 2. Was de sproeiarm onder stromend water. Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen.
- 3. Duw de sproeiarm naar beneden om deze weer terug te plaatsen.
12.6 De bovenste sproeiarm reinigen
We raden u aan om de bovenste sproeiarmen regelmatig schoon te maken om te voorkomen dat de gaten verstopt raken met vuil.
Pagina 46
ONDERHOUD EN REINIGING
Verstopte gaten kunnen voor onbevredigende wasresultaten zorgen.
- 1. Trek de bovenste korf naar buiten.
- 2. Druk de sproeiarm naar boven om de sproeiarm van de korf los te maken en draai hem tegelijkertijd naar rechts.
- 3. Was de sproeiarm onder stromend water. Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen.
- 4. Druk de sproeiarm naar boven om de sproeiarm weer op zijn plaats te installeren en draai hem tegelijkertijd naar links totdat hij op zijn plaats vergrendelt.
Pagina 47
ONDERHOUD EN REINIGING
12.7 Reinigen van de plafondsproeiarm
We raden je aan om de plafondsproeiarm regelmatig schoon te maken om te voorkomen dat vuil de gaten verstopt. Verstopte gaten kunnen voor onbevredigende wasresultaten zorgen.
De plafondsproeiarm wordt geplaatst op het plafond van het toestel. De sproeiarm (C) is geïnstalleerd in de toevoerleiding (A) met het montage-element (B).
C
B
A
- 1. Maak de stoppen los aan de zijkanten van de geleidestang van de besteklade en trek de lade naar buiten.
- 2. Beweeg de bovenmand naar het onderste niveau om beter bij de sproeiarm te kunnen.
- 3. Draai om de sproeiarm (C) van de toevoerleiding (A) los te koppelen het bevestigingselement (B) naar links en trek de sproeiarm naar beneden.
- 4. Was de sproeiarm onder stromend water. Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen. Laat water door de gaten lopen om vuildeeltjes uit de binnenkant weg te spoelen.
Pagina 48
ONDERHOUD EN REINIGING
- 5. Steek om de sproeiarm (C) terug te plaatsen het bevestigingselement (B) in de sproeiarm en bevestig deze in de toevoerleiding (A) door deze naar rechts te draaien. Zorg ervoor dat het bevestigingselement op zijn plek dichtklikt.
- 6. Plaats de besteklade op de geleidestang en blokkeer de stoppen.
Pagina 49
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Onjuiste reparatie van het apparaat kan een gevaar voor de veiligheid van de gebruiker vormen. Reparaties moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
Het merendeel van de problemen die ontstaan kunnen worden opgelost zonder contact op te nemen met een erkend servicecentrum.
Zie de onderstaande tabel voor informatie over mogelijke problemen.
Bij sommige problemen toont het display een alarmcode.
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. |
| Het programma start niet. | • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Druk op de startknop. • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleer je de instelling of je wacht totdat het aftellen voorbij is. • Het apparaat herlaadt de hars uit de waterontharder. De duur van de procedure is ongeveer 5 minuten. |
Pagina 50
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Het apparaat wordt niet met water gevuld. Het display toont i10 of i11. | • Controleer of de waterkraan geopend is. • Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf. • Controleer of de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of het filter in de toevoerslang niet verstopt is. • Controleer of de toevoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| De machine pompt geen water weg. Op het display verschijnt i20. | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of het binnenfiltersysteem niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| De overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. Op het display verschijnt i30. | • Draai de waterkraan dicht. • Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. • Controleer of de korven zijn geladen volgens de instructies in de gebruikershandleiding. |
Pagina 51
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Storing van de waterniveaudetectie-sensor. Op het display verschijnt i41 - i44. | • Controleer of de filters schoon zijn. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Storing van de waspomp of de afvoerpomp. Het display toont i51 - i59 of i5A - i5F. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| De temperatuur van het water in het apparaat is te hoog of er is een storing in de temperatuursensor opgetreden. Het display toont i61 of i69. | • Controleer of de temperatuur van het toegevoerde water niet hoger is dan 60 °C. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Technische storing van het apparaat. Het display toont iC0 of iC3. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
Pagina 52
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Het niveau van het water in het apparaat is te hoog. Op het display verschijnt iF1. | • Schakel het apparaat uit en aan. • Controleer of de filters schoon zijn. • Controleer of de afvoerslang op de juiste hoogte boven de vloer is geïnstalleerd. Raadpleeg de installatie-instructies. |
| Het apparaat stopt en begint meerdere keren tijdens de werking. | • Dat is normaal. Het zorgt voor optimale reinigingsresultaten en energiebesparing. |
| Het programma duurt te lang. | • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleert u de uitgestelde instelling of wacht u tot het aftellen voorbij is. • Het activeren van opties kan de duur van het programma verlengen. |
| De weergegeven programmaduur is anders dan de duur in de tabel verbruikswaarden. | • De druk en temperatuur van het water, de variaties in stroomtoevoer, de opties, de hoeveelheid vaat en de mate van vervuiling kunnen de verbruikswaarden doen veranderen. |
| De resterende duur in het display wordt verlengd en schakelt bijna naar het eind van de programmaduur. | • Dit is geen defect. Het apparaat werkt correct. |
Pagina 53
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Kleine lekkage van de deur van het apparaat. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • De deur van het apparaat is niet centraal uitgelijnd op de kuip. Verstel de achterpoot (indien van toepassing). |
| De deur van het apparaat is moeilijk te sluiten. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • Delen van het serviesgoed steken uit de korven. |
| De deur van het apparaat gaat open tijdens de wascyclus. | • De functie AirDry is geactiveerd. U kunt de functie uitschakelen. Raadpleeg Instellingen. |
| Ratelende of kloppende geluiden vanuit het apparaat. | • Het serviesgoed is niet juist in de korven gerangschikt. Raadpleeg de folder voor het beladen van de korven. • Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien. |
Pagina 54
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Het apparaat maakt kortsluiting. | • De stroomsterkte is niet voldoende om alle apparaten tegelijkertijd te voeden. Controleer de stroomsterkte van het stopcontact en de capaciteit van de meter of schakel een van de apparaten die in gebruik zijn uit. • Interne elektrische storing van het apparaat. Neem contact op met de servicedienst. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 54)
Raadpleeg Voor het eerste gebruik, Dagelijks gebruik, of Tips en advies voor andere mogelijke oorzaken.
Schakel het apparaat uit en weer in als je het apparaat hebt gecontroleerd. Als het probleem zich opnieuw voordoet, neem je contact op met een erkend servicecentrum.
Voor alarmcodes die niet in de tabel worden beschreven, neemt u contact op met een erkend servicecentrum.
WAARSCHUWING!
We raden u aan om het apparaat niet te gebruiken totdat het probleem volledig is opgelost. Haal de stekker uit het stopcontact en sluit het apparaat pas weer aan als je zeker weet dat het correct werkt.
Pagina 55
PROBLEEMOPLOSSING
| 13.1 De was- en droogresultaten zijn niet naar tevredenheid | |
|---|---|
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
| Slechte wasresultaten. | • Raadpleeg Dagelijks gebruik, Tips en advies en de folder voor het laden van de korf. • Gebruik een intensiever wasprogramma. • Activeer de optie ExtraPower om de wasresultaten van een geselecteerd programma te verbeteren. • Maak de openingen in de sproeiarm en het filter schoon. Raadpleeg Onderhoud en reiniging. |
Pagina 56
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Slechte droogresultaten. | • Serviesgoed heeft te lang in het gesloten apparaat gestaan. Activeer de functie AirDry om het automatisch openen van de deur in te stellen en de droogprestatie te verbeteren. • Het glansspoelmiddel is op of de dosering van het glansspoelmiddel is niet voldoende. Vul het doseerbakje van het glansspoelmiddel of zet de glansspoelmiddelstand hoger. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. • Gebruik altijd glansmiddel, zelfs met multitabletten. • Plastic voorwerpen moeten mogelijk met een handdoek worden afgedroogd. • Het programma heeft geen droogfase. Raadpleeg "Programmaoverzicht". |
| De glazen en borden vertonen witte strepen of een blauwe waas. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansspoelmiddel is te hoog. Zet de dosering van het glansspoelmiddel op een lagere stand. • De hoeveelheid vaatwasmiddel is te hoog. |
Pagina 57
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| De glazen en borden vertonen vlekken en droge waterdruppels. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansmiddel is niet voldoende. Zet de dosering van het glansspoelmiddel op een hogere stand. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. |
| De binnenkant van het apparaat is nat. | • Dit is geen defect van het apparaat. Vochtige lucht condenseert op de wanden van het apparaat. |
| Opvallend veel schuim tijdens het wassen. | • Gebruik de vaatwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in vaatwassers. • Gebruik een vaatwasmiddel van een andere fabrikant. • Spoel gerechten niet af onder stromend water. |
| Roestresten op het bestek. | • Er zit te veel zout in het water dat voor het wassen wordt gebruikt. Zie De waterontharder instellen. • Zilver en roestvrijstalen bestek zijn samen geplaatst. Zet zilveren en roestvrijstalen voorwerpen niet dicht bij elkaar. |
Pagina 58
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Er bevinden zich aan het einde van het programma resten van het vaatwasmiddel in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel. | • De vaatwastablet raakte klem in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel en is daardoor niet volledig weggespoeld door het water. • Water kan het vaatwasmiddel niet uit het doseerbakje wegspoelen. Controleer of de sproeiarmen niet geblokkeerd of verstopt zijn. • Controleer of de voorwerpen in de rekken het deksel van het doseerbakje voor het vaatwasmiddel niet belemmeren. |
| Geuren in het apparaat. | • Raadpleeg De binnenkant reinigen. • Start het programma met een ontkalker of een reinigingsproduct bestemd voor vaatwassers. |
Pagina 59
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Kalkresten op het serviesgoed, op de kuip en aan de binnenkant van de deur. | • Het zoutniveau is laag, controleer de bijvulaanduiding. • De dop van het zoutreservoir zit los. • Het kraanwater heeft een hoge hardheid. Zie De waterontharder instellen. • Gebruik zout en stel zelfs bij het gebruik van multitabs de waterontharder in. Zie De waterontharder instellen. • Start het programma met een ontkalker bestemd voor vaatwassers. • Reinig het apparaat met de geschikte wasmiddelen als kalkaanslag aanhoudt. • Probeer een ander vaatwasmiddel. • Neem contact op met de vaatwasmiddelfabrikant. |
Pagina 60
PROBLEEMOPLOSSING
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Dof, ontkleurd of afgeschilferd serviesgoed. | • Zorg ervoor dat alleen vaatwasserbestendige voorwerpen in het apparaat worden gewassen. • Laad de korf voorzichtig in en uit. Raadpleeg de folder voor het laden van de korven. • Plaats kwetsbare voorwerpen in de bovenste korf. • Activeer de optie GlassCare om te zorgen voor speciale verzorging voor glaswerk en fijne items. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 60)
Raadpleeg Voor het eerste gebruik, Dagelijks gebruik, of Tips en advies voor andere mogelijke oorzaken.
Pagina 61
14. TECHNISCHE INFORMATIE
| Afmetingen | Breedte / hoogte / diepte (mm) | 598 / 850 / 603 |
| Elektrische aansluiting ¹) | Spanning (V) | 220 - 240 |
| Frequentie (Hz) | 50 | |
| Watertoevoerdruk | Min. / max. MPa (bar) | 0.05 (0.5) / 1 (10) |
| Watertoevoer | Koud water of warm water ²) | min. 5 - max. 60 °C |
| Capaciteit | Plaatsinstellingen | 14 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 61)
- 1) Zie het typeplaatje voor andere waarden.
- 2) Als het hete water door een alternatieve energiebron wordt geproduceerd (bijv. zonnepanelen), ge‐
bruik dan de heetwatervoorziening om het energieverbruik te verminderen.
14.1 Link naar de EU-EPREL-databank
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de registratie van dit apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om informatie gerelateerd aan de prestaties van het product in de EU-EPREL-databank te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer kunt u vinden op het typeplaatje van het apparaat. Zie het hoofdstuk ‘Productbeschrijving’.
Kijk voor meer informatie over het energielabel op www.theenergylabel.eu
Pagina 62
15. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.