AEG FSE74507P, tekst van de handleiding
Pagina's 13–22 van 44 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 13
LET OP!
Gebruik alleen glansspoelmiddel dat speciaal is ontworpen voor vaatwassers.
- 1. Druk op het ontgrendelelement (A) om het deksel te openen (B).
- 2. Giet het glansspoelmiddel in het doseervakje (C) totdat de vloeistof de markering "FILL” heeft bereikt.
- 3. Verwijder gemorst glansspoelmiddel met een absorberend doekje om te voorkomen dat er te veel schuim ontstaat.
- 4. Sluit de deur. Zorg ervoor dat het deksel op zijn plaats vergrendelt.
8. DAGELIJKS GEBRUIK
- 1. Open de waterkraan.
- 2. Houd ingedrukt totdat het apparaat wordt geactiveerd.
- 3. Vul het zoutreservoir bij als het leeg is.
- 4. Vul het glansspoelmiddelreservoir bij als het leeg is.
- 5. Ruim de rekken in.
- 6. Voeg het wasmiddel toe.
- 7. Een programma selecteren en starten
- 8. Sluit de waterkraan als het programma voltooid is.
8.1 Gebruik van het vaatwasmiddel
A
C
B
LET OP!
Gebruik alleen vaatwasmiddelen die specifiek zijn ontworpen voor gebruik in vaatwassers.
- 1. Druk op de ontgrendelingsknop (B) om het deksel te openen (C).
- 2. Doe het vaatwasmiddel in het vakje (A). Je kunt vaatwasmiddel in tabletten, poeder of gel gebruiken.
- 3. Als het programma een voorwasfase bevat, plaats dan tot 5 g vaatwasmiddel
aan de binnenkant van de vaatwasserdeur.
- 4. Sluit de deur. Zorg ervoor dat het deksel op zijn plaats vergrendelt.
Vul het compartiment (A) niet met meer dan 30 ml vaatwasmiddelgel.
Raadpleeg de instructies van de fabrikant op de verpakking van het product voor informatie over de dosering van het vaatwasmiddel. Gewoonlijk is 20 - 25 ml vaatwasmiddelgel of 18 g vaatwasmiddelpoeder voldoende voor het wassen van een normaal vervuilde lading vaat.
8.2 Hoe een programma te selecteren en starten met gebruik van de MY TIME keuzebalk
- 1. Sleep uw vinger over selectiebalk MY TIME om een geschikt programma te kiezen.
- De met het geselecteerde programma overeenkomstige lamp licht op
- De energiemeter geeft het niveau van energie- en waterverbruik aan.
- Op het display wordt de programmaduur weergegeven.
- 2. Activeer desgewenst toe te passen EXTRAS.
- 3. Sluit de deur van de afwasmachine om het programma te starten.
8.3 EXTRAS inschakelen
De opties moeten telkens voordat het programma wordt gestart worden geactiveerd. Het is niet mogelijk opties te activeren of deactiveren zolang een programma loopt. Niet alle opties zijn compatibel met elkaar.
- 1. Kies een programma met gebruik van de keuzebalk MY TIME.
Pagina 14
- 2. Druk op de toets van het programma dat u wilt activeren.
- Het lampje van de knop gaat aan.
Het activeren van opties verhoogt vaak het waterverbruik, het energieverbruik en de programmaduur.
8.4 Hoe ga ik te werk om het programma AUTO Sense te starten
- 1. Druk op .
- Het lampje van de knop gaat aan.
- Het display geeft de langst mogelijke programmaduur weer.
- 2. Sluit de deur van de afwasmachine om het programma te starten.
Het apparaat neemt het type lading waar en past aan naar een geschikte wascyclus. Tijdens de cyclus werken de sensoren verschillende keren en de aanvankelijke programmaduur kan verminderen.
8.5 De start van een programma uitstellen
- 1. Selecteer een programma.
- 2. Blijf op drukken tot het display de uitgestelde tijd toont die u wilt instellen (van 1 tot 24 uur).
Het lampje van de knop gaat aan.
- 3. Sluit de deur van het apparaat om het aftellen te starten.
Tijdens het aftellen is het niet mogelijk de uitsteltijd en de programmakeuze te wijzigen. Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het programma gestart.
8.6 De uitgestelde start annuleren tijdens het aftellen
Houd ongeveer 3 seconden ingedrukt. Het apparaat keert terug naar de programmakeuze.
Als u de uitgestelde start annuleert, moet u het programma opnieuw instellen.
8.7 Het annuleren van een actief programma
Houd ongeveer 3 seconden ingedrukt. Het apparaat keert terug naar de programmakeuze.
Controleer of er vaatwasmiddel in het vaatwasmiddelbakje aanwezig is voordat u een nieuw programma start.
8.8 De deur openen als het apparaat in werking is
Als u de deur opent terwijl een programma loopt, stopt het apparaat. Dit kan het energieverbruik en de programmaduur beïnvloeden. Als u de deur weer sluit, gaat het apparaat verder vanaf het moment van onderbreking. Als de deur tijdens de droogfase langer dan 30 seconden wordt geopend, wordt het lopende programma beëindigd. Dit gebeurt niet als de deur wordt geopend door de AirDryfunctie.
8.9 Auto Off-functie
Deze functie bespaart energie door het apparaat uit te schakelen als het niet in werking is. De functie gaat automatisch aan:
- Als het wasprogramma is voltooid.
- Als er na 10 minuten nog geen programma is gestart.
8.10 Einde van het programma
Nadat het programma is voltooid, verschijnt het volgende op het display 0:00.
De functie Auto Off schakelt het apparaat automatisch uit.
Alle knoppen zijn inactief, behalve de aan-uitknop.
9. AANWIJZINGEN EN TIPS
9.1 Algemeen
Volg de onderstaande tips om te zorgen voor optimale schoonmaak- en droogresultaten en ook het milieu te helpen beschermen.
- Het afwassen in de vaatwasser volgens de instructies in de gebruikershandleiding
14 NEDERLANDS
verbruikt meestal minder water en energie dan het afwassen met de hand.
- Laad de vaatwasser volledig in om water en energie te besparen. Voor de beste reinigingsresultaten plaatst u items in de korven volgens de instructies in de gebruikershandleiding en overbelast u de korven niet.
Pagina 15
- Spoel vaatwerk niet met de hand voor. Het verhoogt het water- en energieverbruik.
Kies indien nodig een programma met voorwasfase.
- Verwijder grotere voedselresten van de borden en lege bekers en glazen voordat u ze in het apparaat plaatst.
- Zorg ervoor dat de vaat in de manden elkaar niet raakt of overlapt. Alleen dan kan het water de vaat volledig bereiken en wassen.
- Kies een programma op basis van het type lading en de mate van bevuiling.
ECO biedt het meest efficiënte gebruik van water en energieverbruik.
- Om kalkaanslag in het apparaat te voorkomen:
- Vul de zoutcontainer indien nodig bij.
- Gebruik de aanbevolen dosering van het wasmiddel en spoelglansmiddel.
- Zorg ervoor dat het huidige niveau van de waterontharder overeenkomt met de hardheid van de watertoevoer.
- Volg de instructies in het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
9.2 Het gebruik van zout, glansmiddel en vaatwasmiddel
- Gebruik enkel zout, glansmiddel en vaatwasmiddel voor vaatwassers. Andere producten kunnen het apparaat beschadigen.
- Maar in gebieden met hard en erg hard water raden we het gebruik aan van standaard vaatwasmiddel (poeder, gel, tabletten zonder extra middelen), met afzonderlijk glansmiddel en zout voor optimale reinigings- en droogresultaten.
- Multi-tabs kunnen mogelijk niet volledig oplossen tijdens korte programma's, wat kan leiden tot resten van vaatwasmiddel op de schotels. Raadpleeg de productverpakking. Gebruik tabs alleen met langere programma's.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid wasmiddel. Onvoldoende dosering van het wasmiddel kan leiden tot slechte reinigingsresultaten en hardwaterfilmen of vlekken op de voorwerpen. Het gebruik van te veel wasmiddel met zacht of verzacht water resulteert in wasmiddelresten op de borden.
Raadpleeg de instructies op de verpakking van het vaatwasmiddel.
- Gebruik altijd de juiste hoeveelheid spoelglansmiddel. Onvoldoende dosering van spoelglansmiddel vermindert de droogresultaten. Het gebruik van te veel
spoelglansmiddel resulteert in blauwachtige lagen op de items.
- Controleer of het wateronthardersniveau correct is. Als het niveau te hoog is ingesteld, wordt het water te zacht, wat glascorrosie kan veroorzaken. Raadpleeg het hoofdstuk over de instellingen om het niveau van de waterontharder aan te passen.
9.3 Wat moet u doen als u wilt stoppen met het gebruik van multitabletten
Volg de volgende stappen voordat u begint met het gebruiken van apart wasmiddel, zout en glansspoelmiddel:
- 1. Stel het hoogste niveau van de waterontharder in.
- 2. Zorg ervoor dat het zout- en het glansspoelmiddeldoseerbakje gevuld zijn.
- 3. Start het Quick-programma. Voeg geen afwasmiddel toe en plaats vaat in de korven.
- 4. Als het programma is voltooid, wijzigt u de waterontharder in de waterhardheid van uw omgeving.
- 5. Stel de hoeveelheid glansspoelmiddel in.
9.4 Voordat u een programma start
Zorg vóór het starten van het gekozen programma dat:
- De filters schoon zijn en correct zijn geïnstalleerd.
- De dop van het zoutreservoir vastzit.
- De sproeiarmen niet verstopt zijn.
- Er is genoeg zout en glansmiddel.
- De positie van de voorwerpen in de korven correct is.
- Het programma geschikt is voor het type lading en de mate van bevuiling.
- De juiste hoeveelheid afwasmiddel wordt gebruikt.
9.5 De korven inruimen
- Gebruik altijd de hele ruimte van de korven.
- Gebruik het apparaat alleen om voor het reinigen van vaatwasserbestendige artikelen.
- Was de volgende materialen niet in de vaatwasser: hout, hoorn, tin, koper, aluminium, delicaat geëmailleerd porselein en onbeschermd koolstofstaal. Hierdoor kunnen ze barsten, kromtrekken, verkleuren, kuiltjes krijgen of roesten.
Pagina 16
- Reinig geen voorwerpen in het apparaat die water kunnen absorberen (sponzen, keukenhanddoeken).
- Plaats holle voorwerpen (bijv. kopjes, glazen en pannen) met de opening naar beneden.
- Zorg ervoor dat glazen elkaar niet aanraken.
- Plaats lichte of plastic voorwerpen in het bovenrek. Zorg ervoor dat de voorwerpen niet kunnen verschuiven.
- Plaats bestek en kleine voorwerpen in de besteklade.
- Zorg dat de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien voordat u een programma start.
9.6 De rekken uitruimen
- 1. Laat de borden afkoelen voordat u deze uit het apparaat neemt. Hete borden zijn gevoelig voor beschadigingen.
- 2. Ruim eerst het onderrek en dan het bovenrek uit.
Na voltooiing van het programma kan er zich aan de binnenkant van het apparaat nog water bevinden.
10. ONDERHOUD EN REINIGING
LET OP!
Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je andere onderhoudshandelingen verricht dan het uitvoeren van het programmaMachine Care.
Vuile filters en verstopte sproeiarmen hebben een negatief effect op de wasresultaten. Reinig de filters eenmaal per week. Maak de sproeiarmen elke twee maanden schoon, of eerder als u na afloop van het programma nog etensresten op de vaat ziet. De reinigingsfrequentie kan variëren afhankelijk van hoe vaak het apparaat wordt gebruikt.
10.1 Machine Care
Machine Care is een programma dat is ontworpen om de binnenkant van het apparaat met optimale resultaten te reinigen. Het verwijderd kalkaanslag en vetresten.
Als het apparaat reiniging nodig acht, gaat
het lampje aan. Start het programma Machine Care om de binnenkant van het apparaat te reinigen.
Hoe ga ik te werk om het programma Machine Care te starten
Reinig voordat je het programma start, de filters en sproeiarmen.
- 1. Gebruik een ontkalker of schoonmaakproduct dat specifiek is bestemd voor vaatwassers. Volg de instructies op de verpakking. Doe geen vaat in het manden.
- 2. Druk tegelijkertijd op en en houd ze ongeveer 3 seconden ingedrukt.
De lampjes en knipperen. Op het display wordt de programmaduur weergegeven.
- 3. Sluit de deur van de afwasmachine om het programma te starten.
Als het programma is voltooid, gaat lampje
uit.
10.2 Interne reiniging
- Reinig de binnenkant van het apparaat met een zachte, vochtige doek.
- Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, scherpe voorwerpen, sterke chemicaliën, pannensponsjes of oplosmiddelen.
- Veeg de deur, inclusief de rubberen pakking, eenmaal per week schoon.
- Gebruik om de prestaties van uw apparaat te onderhouden minstens elke twee maanden een reinigingsproduct dat specifiek is ontwikkeld voor vaatwassers. Volg de instructies op de verpakking van de producten zorgvuldig op.
- Start voor optimale schoonmaakresultaten het programma Machine Care.
10.3 Vreemde voorwerpen verwijderen
Controleer de filters en de opvangbak na elk gebruik van de vaatwasser. Vreemde voorwerpen (zoals stukjes glas, plastic, botten of tandenstokers ) verminderen de reinigingsprestaties en kunnen schade aan de afvoerpomp veroorzaken.
Pagina 17
LET OP!
Als u de voorwerpen niet kunt verwijderen, neemt u contact op met een erkende servicedienst.
- 1. Demonteer het filtersysteem volgens de instructies in dit hoofdstuk.
- 2. Verwijder eventuele vreemde voorwerpen handmatig.
- 3. Monteer de filters opnieuw volgens de instructies in dit hoofdstuk.
10.4 De buitenkant van de machine reinigen
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek.
- Gebruik alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik voor het bedieningspaneel water zonder reinigingsmiddelen.
- Gebruik geen schurende producten, schurende reinigingskussentjes of oplosmiddelen.
10.5 De filters reinigen
Het filtersystem bestaat uit 3 delen.
C
B
A
- 1. Draai de filter (B) linksom en verwijder het.
2
- 2. Verwijder het filter (C) uit filter (B).
- 3. Verwijder het platte filter (A).
- 4. Was de filters.
- 5. Zorg ervoor dat er geen voedselresten of vuil in of rond de rand van de opvangbak zitten.
- 6. Plaats het platte filter terug (A). Zorg ervoor dat het correct onder de 2 geleidingen is geplaatst.
- 7. Zet de filters (B) en (C) weer in elkaar.
- 8. Plaats het filter terug (B) in het vlakke filter (A). Draai het met de klok mee tot het vastklikt.
1
2 LET OP!
Een onjuiste plaatsing van de filters kan leiden tot slechte wasresultaten en het apparaat beschadigen.
10.6 De onderste sproeiarm reinigen
- 1. Trek de onderste sproeiarm naar boven om deze te verwijderen.
Pagina 18
- 2. Was de sproeiarm onder stromend water.
Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen. Laat water door de gaten lopen om vuildeeltjes uit de binnenkant weg te spoelen.
- 3. Duw de sproeiarm naar beneden om deze weer terug te plaatsen.
10.7 De bovenste sproeiarmen schoonmaken
De bovenste sproeiarmen worden onder de bovenste korf geplaatst. De sproeiarmen (B) zijn geïnstalleerd in de toevoerleiding (A) met de bevestigingselementen (C).
A
B
C
- 1. Trek de bovenste korf naar buiten.
- 2. Om de sproeiarm los te maken, draait u het bevestigingselement met de klok mee.
- 3. Was de sproeiarm onder stromend water.
Gebruik een smal en puntig gereedschap, bijv. een tandenstoker, om de vuildeeltjes uit de gaten te verwijderen. Laat water door de gaten lopen om vuildeeltjes uit de binnenkant weg te spoelen.
- 4. Steek om de sproeiarm terug te plaatsen het bevestigingselement in de sproeiarm en bevestig deze in de toevoerleiding door deze naar links te draaien. Zorg ervoor dat het bevestigingselement op zijn plek dichtklikt.
11. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Onjuiste reparatie van het apparaat kan een gevaar voor de veiligheid van de gebruiker vormen. Reparaties moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel.
Het merendeel van de problemen die ontstaan kunnen worden opgelost zonder con
tact op te nemen met een erkend servicecentrum.
Zie de onderstaande tabel voor informatie over mogelijke problemen.
Bij sommige problemen toont het display een alarmcode.
Pagina 19
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Je kunt het apparaat niet inschakelen. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. |
| Het programma start niet. | • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleer je de instelling of je wacht totdat het aftellen voorbij is. • Het apparaat herlaadt de hars uit de waterontharder. De duur van de procedure is ongeveer 5 minuten. |
| Het apparaat wordt niet met water gevuld. Het display toont i10 of i11. | • Controleer of de waterkraan geopend is. • Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf. • Controleer of de waterkraan niet verstopt is. • Controleer of het filter in de toevoerslang niet verstopt is. • Controleer of de toevoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| de machine geen water wegpompt, Op het display verschijnt i20. | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of het binnenfiltersysteem niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. |
| De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. Op het display verschijnt i30. | • Draai de waterkraan dicht. • Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. • Controleer of de korven zijn geladen volgens de instructies in de gebruikershandleiding. |
| Storing van de waterniveaudetectie-sensor. Op het display verschijnt i41 - i44. | • Controleer of de filters schoon zijn. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Storing van de waspomp of de afvoerpomp. Op het display verschijnt i51 - i59 of i5A - i5F. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| De temperatuur van het water in het apparaat is te hoog of er is een storing in de temperatuursensor opgetreden. Het display toont i61 of i69. | • Controleer of de temperatuur van het toegevoerde water niet hoger is dan 60 °C. • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Technische storing van het apparaat. Het display toont iC0 of iC3. | • Schakel het apparaat uit en aan. |
| Het niveau van het water in het apparaat is te hoog. Op het display verschijnt iF1. | • Schakel het apparaat uit en aan. • Controleer of de filters schoon zijn. • Controleer of de afvoerslang op de juiste hoogte boven de vloer is geïnstalleerd. Raadpleeg de installatie-instructies. |
| Het apparaat stopt en begint meerdere keren tijdens de werking. | • Dat is normaal. Het zorgt voor optimale reinigingsresultaten en energiebesparing. |
| Het programma duurt te lang. | • Als de optie uitgestelde start is ingesteld, annuleert u de uitgestelde instelling of wacht u tot het aftellen voorbij is. • Het activeren van opties verlengt de duur van het programma. |
| De weergegeven programmaduur is anders dan de duur in de tabel verbruikswaarden. | • De druk en temperatuur van het water, de variaties in stroomtoevoer, de opties, de hoeveelheid vaat en de mate van vervuiling kunnen de verbruikswaarden doen veranderen. |
| De resterende duur in het display wordt verlengd en schakelt bijna naar het eind van de programmaduur. | • Dit is geen defect. Het apparaat werkt correct. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 19)
NEDERLANDS 19
Pagina 20
| Probleem en alarmcode | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Kleine lekkage van de deur van het apparaat. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • De deur van het apparaat is niet centraal uitgelijnd op de kuip. Verstel de achterpoot (indien van toepassing). |
| De deur van het apparaat is moeilijk te sluiten. | • Het apparaat staat niet waterpas. Draai aan de verstelbare pootjes (indien van toepassing). • Delen van het serviesgoed steken uit de korven. |
| De deur van het apparaat gaat open tijdens de wascyclus. | • De functie AirDry is geactiveerd. U kunt de functie uitschakelen. Raadpleeg het hoofdstuk Basisinstellingen. |
| Ratelende of kloppende geluiden vanuit het apparaat. | • Het serviesgoed is niet juist in de korven gerangschikt. Raadpleeg de folder voor het beladen van de korven. • Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen ronddraaien. |
| Het apparaat maakt kortsluiting. | • De stroomsterkte is niet voldoende om alle apparaten tegelijkertijd te voeden. Controleer de stroomsterkte van het stopcontact en de capaciteit van de meter of schakel een van de apparaten die in gebruik zijn uit. • Interne elektrische storing van het apparaat. Neem contact op met de servicedienst. |
| Het apparaat is ingeschakeld, maar werkt niet. Op het display verschijnt PF. | • De stroomtoevoer bevindt zich buiten het bedrijfsbereik. De vaatwascyclus wordt tijdelijk onderbroken en hervat automatisch als de stroom is hersteld. |
| Het apparaat schakelt tijdens de werking uit. | • Volledige stroomuitval. De vaatwascyclus wordt tijdelijk onderbroken en hervat automatisch als de stroom is hersteld. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
Schakel het apparaat uit en weer in als je het apparaat hebt gecontroleerd. Als het probleem zich opnieuw voordoet, neem je contact op met een erkend servicecentrum.
WAARSCHUWING!
We raden u aan om het apparaat niet te gebruiken totdat het probleem volledig is opgelost. Haal de stekker uit het stopcontact en sluit het apparaat pas weer aan als je zeker weet dat het correct werkt.
11.1 De vaatwas- en droogresultaten zijn niet naar tevredenheid
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Slechte wasresultaten. | • Raadpleeg de Dagelijks gebruik, Aanwijzingen en tips voor het laden van de korven. • Gebruik een intensiever wasprogramma. • Activeer optie ExtraPower om de wasresultaten van een geselecteerd programma te verbeteren. • Maak de openingen in de sproeiarm en de filters schoon. Zie Onderhoud en reiniging. |
| Slechte droogresultaten. | • Serviesgoed heeft te lang in het gesloten apparaat gestaan. Activeer AirDry om het automatisch openen van de deur in te stellen en de droogprestatie te verbeteren. • Het glansspoelmiddel is op of de dosering is niet voldoende. Vul de glansmiddeldispenser of stel de dosering in op een hoger niveau. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. • Gebruik altijd glansmiddel, zelfs met multitabletten. • Plastic voorwerpen moeten mogelijk met een handdoek worden afgedroogd. • Het programma heeft geen droogfase. Raadpleeg de programmatabel. |
Pagina 21
| Probleem | Mogelijke oorzaak en oplossing |
|---|---|
| Witte strepen of een blauwe waas op de glazen en borden. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansspoelmiddel is te hoog. Pas de dosering aan naar een lager niveau. • De hoeveelheid vaatwasmiddel is te hoog. |
| Vlekken en droge waterdruppels op de glazen en borden. | • De vrijgegeven hoeveelheid glansmiddel is niet voldoende. Pas de dosering aan naar een hoger niveau. • De kwaliteit van het glansspoelmiddel kan de oorzaak zijn. |
| De binnenkant van het apparaat is nat. | • Dit is geen defect van het apparaat. Vochtigheid condenseert op de wanden van het apparaat. |
| Opvallend veel schuim tijdens het wassen. | • Gebruik de vaatwasmiddelen die specifiek zijn bedoeld voor gebruik in vaatwassers. • Gebruik een vaatwasmiddel van een andere fabrikant. • Spoel de vaat niet voor onder stromend water. |
| Roestresten op het bestek. | • Er zit te veel zout in het water dat voor het wassen wordt gebruikt. Verwijder na het vullen van het zoutreservoir altijd het gemorste zout. • Zilver en roestvrijstalen bestek zijn samen geplaatst. Plaats zilveren en roestvrijstalen voorwerpen niet dicht bij elkaar. |
| Resten van het vaatwasmiddel in het doseerbakje voor het vaatwasmiddel aan het einde van het programma. | • De vaatwastablet zat klem in het doseerbakje en is daardoor niet weggespoeld door het water. • Water kan het vaatwasmiddel niet uit het doseerbakje wegspoelen. Controleer of de sproeiarmen niet geblokkeerd of verstopt zijn. • Controleer of de voorwerpen in de rekken het deksel van het doseerbakje voor het vaatwasmiddel niet belemmeren. |
| Geuren in het apparaat. | • Raadpleeg het hoofdstuk Onderhoud en reiniging. • Start het programma Machine Care met een specifiek voor vaatwassers ontwikkeld ontkalkings- of reinigingsproduct. • Gebruik regelmatig een programma met een vaatwastemperatuur van 60°C. |
| Kalkresten op het serviesgoed, op de kuip en aan de binnenkant van de deur. | • Het zoutniveau is laag, controleer de bijvulaanduiding. • De dop van het zoutreservoir zit los. • Het kraanwater heeft een hoge hardheid. Raadpleeg de instelling van de waterverzachter. • Gebruik zout en stel zelfs bij het gebruik van multitabs de waterontharder in. Raadpleeg de instelling van de waterverzachter. • Start het programma Machine Care met een specifiek voor vaatwassers ontwikkeld ontkalkingsproduct. • Reinig het apparaat met de geschikte wasmiddelen als kalkaanslag niet verdwijnt. • Probeer een ander vaatwasmiddel. • Neem contact op met de vaatwasmiddelfabrikant. |
| Dof, ontkleurd of afgeschilferd serviesgoed. | • Zorg ervoor dat alleen vaatwasserbestendige voorwerpen in het apparaat worden gewassen. • Laad de korf voorzichtig in en uit. Raadpleeg de folder voor het laden van de korven. • Plaats kwetsbare voorwerpen in de bovenste korf. • Activeer optie GlassCare om speciale zorg voor glaswerk en delicate items te waarborgen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 21)
Raadpleeg Voor het eerste gebruik, Dagelijks gebruik of Aanwijzingen en tips voor andere mogelijke oorzaken.
Pagina 22
12. TECHNISCHE GEGEVENS
| Afmetingen | Breedte / hoogte / diepte (mm) | 446 / 818 - 898 / 550 |
| Elektrische aansluiting 1) | Spanning (V) | 200 - 240 |
| Frequentie (Hz) | 50 - 60 | |
| Watertoevoerdruk | Min. / max. MPa (bar) | 0.05 (0.5) / 1 (10) |
| Watertoevoer | Koud water of warm water (°C) 2) | min. 5 - max. 60 |
| Capaciteit | Plaatsinstellingen | 10 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
- 1) Zie het typeplaatje voor andere waarden.
- 2) Als het hete water door een alternatieve energiebron wordt geproduceerd (bijv. zonnepanelen), gebruik dan de heetwatervoorziening om het energieverbruik te verminderen.
12.1 Link naar de EU-EPRELdatabank
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een weblink naar de registratie van dit apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om informatie gerelateerd aan de prestaties van het product in de EU-EPREL-databank te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer kunt u vinden op het typeplaatje van het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Productbeschrijving".
13. HET MILIEUPERSPECTIEF
Recycle materialen met het symbool . Gooi de verpakking in de juiste containers om het te recyclen. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi appa
ENGLISH
- 1. SAFETY INFORMATION......................... 23
- 2. SAFETY INSTRUCTIONS....................... 24
- 3. PRODUCT DESCRIPTION......................26
- 4. CONTROL PANEL...................................26
- 5. PROGRAMME SELECTION....................27
- 6. BASIC SETTINGS ...................................29
- 7. BEFORE FIRST USE...............................31
Subject to change without notice.
raten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar de milieustraat bij je in de buurt of neem contact op met de gemeente.
- 8. DAILY USE...............................................32
- 9. HINTS AND TIPS.....................................34
- 10. CARE AND CLEANING......................... 35
- 11. TROUBLESHOOTING........................... 38
- 12. TECHNICAL DATA ............................... 41
- 13. ENVIRONMENTAL CONCERNS...........41