AEG HDB95623NB, tekst van de handleiding
Kookplaat · AEG · 30 pagina's in het Nederlands · pdf: 36 pagina's, 0,7 MB
Storingen op pagina 26
Pagina 26
Vanaf de titel; het begin van pagina 26 staat in de pdf.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Wat moet u doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| U kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. Raadpleeg het aansluitdiagram. |
Pagina 27
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De zekering is doorgeslagen. | Ga na of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. | |
| Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. | ||
| U hebt 2 of meer sensorvelden tegelijk aangeraakt. | Raak slechts één tiptoets tegelijk aan. | |
| Er ligt water of er zitten vetspatten op het bedieningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal als de kookplaat wordt uitgeschakeld. | U hebt een of meer tiptoetsen afgedekt. | Verwijder het voorwerp van de tiptoetsen. |
| De kookplaat schakelt uit. | U hebt iets op de tiptoets geplaatst. | Verwijder het object van de tiptoets. |
| De restwarmte-indicator gaat niet aan. | De zone is niet heet, omdat hij slechts kortstondig is gebruikt. | Als de kookzone lang genoeg in werking is geweest om heet te zijn, neemt u contact op met de klantenservice. |
| De automatische opwarmfunctie start niet. | De zone is heet. | Laat de zone voldoende afkoelen. |
| De hoogste verwarmingsstand is ingesteld. | De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. | |
| De kookstand schakelt tussen twee kookstanden. | De Powerfunctie is in werking. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| De sensorvelden worden warm. | Het kookgerei is te groot of staat te dicht bij het bedieningspaneel. | Plaats groter kookgerei op de achterste kookzones indien nodig. |
| Er klinkt geen signaal wanneer u de sensorvelden van het bedieningspaneel aanraakt. | De signalen zijn uitgeschakeld. | Schakel de signalen in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden. | De automatische uitschakeling is in werking getreden. | Schakel de kookplaat uit en weer in. |
| gaat branden. | De kinderbeveiliging of de vergrendelfunctie is actief. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden. | Er staat geen kookgerei op de zone. | Zet kookgerei op de zone. |
| Het kookgerei is niet goed. | Gebruik het juiste kookgerei. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'. | |
| De diameter van de bodem van het kookgerei is te klein voor de zone. | Gebruik kookgerei met de juiste afmetingen. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. |
Pagina 28
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| en een getal gaat branden. | Er heeft zich een fout in de kookplaat voorgedaan. | Ontkoppel de kookplaat enige tijd van de stroomtoevoer. Ontkoppel de zekering uit het elektrische systeem van het huis. Sluit het apparaat opnieuw aan. Als weer gaat branden, neem dan contact op met de klantenservice. |
| Er is geen vonk als de vonkontsteking wordt geactiveerd. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. | Ga na of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. | |
| De branderdeksel en kroon zitten niet goed op hun plaats. | Plaats de branderdeksel en de kroon op juiste wijze. | |
| De vlam gaat meteen na de ontsteking uit. | Het thermokoppel is niet voldoende opgewarmd. | Na het ontsteken van de vlam, de knop circa 10 sec. ingedrukt houden. |
| De vlamring is ongelijk. | De branderkroon is verstopt met etensresten. | Controleer of de hoofdinjector niet is verstopt en of de branderkroon schoon is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
8.2 Als je geen oplossing kunt vinden...
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Geef ook een foutmelding op.Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het
onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
Pagina 29
8.3 met
| Labels meegeleverd in de zak accessoires Bevestig de stickers zoals hieronder weergegeven: | |
| A B C | |
| MOD. MOD. MOD. PROD.NO. PROD.NO. PROD.NO. 0049 SER.NO. SER.NO SER.NO 03 IT DATA DATA MADE IN ITALY | TYPE IP20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
A. Plak het op de garantiekaart en verstuur dit deel (indien van toepassing).
B. Plak het op de garantiekaart en bewaar dit deel (indien van toepassing).
C. Plak het op het instructieboekje.
9. TECHNISCHE GEGEVENS
9.1 Afmetingen kookplaat
| Breedte | 880 mm |
| Diepte | 520 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
9.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Nominaal vermogen (max warmte-instelling) [W] | PowerBoost [W] | PowerBoost maximale duur [min] | Diameter van het kookgerei [mm] |
|---|---|---|---|---|
| Links voor | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
| Links achter | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
| Midden-centrum | 1800 3600 | 2800 3600 | 10 10 | 145 - 245 245 - 280 |
Pagina 30
Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.
9.3 Diameters bypass
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die niet groter is dan vermeld in de tabel.
| BRANDER | Ø BYPASS 1/100 mm |
|---|---|
| Ultrasnel | 57 |
| Semi-snel | 32 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.4 Overige technische gegevens
| TOTAAL VERMO-GEN: | Origineel gas: | G25.3 (2EK) 25 mbar G25 (2L) 25 mbar | 4,5 kW |
| Gasvervanging: | G30/G31 (3B/P) 30/30 mbar | 319 g/h | |
| G20Y20 (2EY20) 20 mbar | 4,5 kW | ||
| Elektrische zones: | 7,2 kW | ||
| Elektrische voeding: | 230/400 V 2N~ 50-60 | Hz | |
| Apparaatcategorie: | II2EY20K3B/P II2L3B/P | ||
| Gasaansluiting: | R 1/2" | ||
| Apparaatklasse: | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.5 Gasbranders voor AARDGAS G25.3 25 mbar / G25 25 mbar
| brander | NORMAAL VERMO-GEN kW | MINIMAAL VERMO-GEN kW | INSPUITMARKERING |
|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,55 | 1,4 | 115x |
| Semi-snel | 1,9 | 0,45 | 96x |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.6 Gasbranders voor LPG G30/G31 30/30 mbar
| BRANDER | NORMAAL VER-MOGEN kW | MINIMAAL VERMOGEN kW | INSPUITMAR-KERING | NOMINALE GAS-STROOM kW |
|---|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,55 | 1,75 | 83 | 185 |
| Semi-snel | 1,85 | 0,55 | 67 | 134 |
Pagina 31
9.7 Gasbranders voor AARDGAS G20 20 mbar / G20Y20 20 mbar
| brander | NORMAAL VERMO-GEN kW | MINIMAAL VERMO-GEN kW | INSPUITMARKERING |
|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,65 | 1,4 | 110 |
| Semi-snel | 1,85 | 0,45 | 103x |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie volgens EU Ecodesign-regelgeving
| Modelnummer | HDB95623NB | |
| Type kookplaat | Inbouwkookplaat | |
| Aantal elektrische kookzones | 3 | |
| Verwarmingstechnologie per elektrische kookzone | Inductie | |
| Diameter van ronde elektrische kookzones (Ø) | Links achter | 18,0 cm |
| Links voor | 18,0 cm | |
| Midden-centrum | 27,0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) | Links achter | 180,0 Wh / kg |
| Links voor | 190,2 Wh / kg | |
| Midden-centrum | 180,0 Wh / kg | |
| Aantal gasbranders | 2 | |
| Energetisch rendement per gasbrander (EE gas burner) | Rechtsachter - Ultrasnel | 56,5% |
| Rechtsvoor - Halfsnel | 61,9% | |
| Energetisch rendement voor het gasfornuis (EE gas hob) | 59,2% | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 183,4 Wh / kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
EN 30-2-1: Huishoudelijke kooktoestellen die gas verbranden - Deel 2-1 : Verstandig gebruik van energie - Algemeen
IEC/EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties
10.2 Energiebesparend
- Controleer voor gebruik of de branders en pannendragers correct zijn bevestigd.
- Gebruik kookgerei met diameters geschikt voor de grootte van de branders.
- Plaats de pan in het midden van de brander.
- Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt.
- Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei.
- Zet het vuur zachter waneer de vloeistof begint te koken om de vloeistof heel zacht te laten sudderen.
Pagina 32
- Gebruik indien mogelijk een snelkookpan.
Raadpleeg de gebruikershandleiding.
10.3 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
| Stroomverbruik in uit-modus | 0.3 W |
| De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken | 2 min |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Electrolux Appliances AB - Contact Address: Al. Powstancow Slaskich 26, 30-570 Krakow, Poland
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie met betrekking tot service en reparatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE............................................................................2
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN...................................................................5
- 3. MONTAGE ..................................................................................................... 8
- 4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT........................................................ 15
- 5. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................. 17
- 6. AANWIJZINGEN EN TIPS............................................................................ 21
- 7. ONDERHOUD EN REINIGING.....................................................................25
- 8. PROBLEEMOPLOSSING............................................................................. 26
- 9. TECHNISCHE GEGEVENS..........................................................................29
- 10. ENERGIEZUINIGHEID............................................................................... 31
- 11. MILIEUBESCHERMING..............................................................................32
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen jonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te
Pagina 3
worden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezicht staan.
- Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Houd kinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdens het gebruik en bij het afkoelen.
- Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit te worden geactiveerd.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijke onderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dient te voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.
- WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaat met vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.
- Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.
- WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroom worden voorzien door een extern schakelapparaat, zoals een tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat door
Pagina 4
het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordt geschakeld.
- LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kort kookproces moet voortdurend bewaakt worden.
- WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geen voorwerpen op de kookoppervlakken.
- Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels en deksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaat worden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde constructie installeert.
- Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon te maken.
- Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met de bedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.
- Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is, schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit het stopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op de stroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert u de zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neem altijd contact op met de erkende servicedienst.
- In geval van glasbreuk van de kookplaat:
- schakel alle branders en alle elektrische verwarmingselementen onmiddellijk uit en isoleer het apparaat van de stroomvoorziening, – raak het oppervlak van het apparaat niet aan, – gebruik het apparaat niet.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende service of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
- Als het apparaat rechtstreeks op de stroomvoorziening wordt aangesloten, is er een alpolige isolatieschakelaar met een contactopening nodig op alle polen. De volledige ontkoppeling, in overeenstemming met de voorwaarden die
Pagina 5
gespecificeerd zijn in overspanningscategorie III, moet worden gegarandeerd. De aardkabel is hiervan uitgesloten.
- Let er bij het leiden van de stroomkabel op dat de kabel niet rechtstreeks in contact komt (bijvoorbeeld met behulp van isolatiehuls) met onderdelen die temperaturen van meer dan 50°C boven kamertemperatuur kunnen bereiken.
- WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermers die door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpen of door de fabrikant van het apparaat in de gebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven of kookplaatbeschermers die in het apparaat zijn geïntegreerd. Het gebruik van ongeschikte kookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
Dit apparaat is geschikt voor de volgende
markten: NL
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Volg de installatie-instructies die zijn meegeleverd met het apparaat.
- Houd de minimumafstand naar andere apparaten en units in acht.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Dicht de oppervlakken af met kit om te voorkomen dat ze gaan opzetten door vocht.
- Bescherm de bodem van het apparaat tegen stoom en vocht.
- Installeer het apparaat niet naast een deur of onder een raam. Dit voorkomt dat heet kookgerei van het apparaat valt als de deur of het raam wordt geopend.
- Als het apparaat geïnstalleerd is boven lades zorg er dan voor dat de ruimte tussen de onderkant van het apparaat en de bovenste lade voldoende is voor luchtcirculatie.
- De onderkant van het apparaat kan heet worden. Installeer een onbrandbaar scheidingspaneel onder het apparaat om te voorkomen dat de onderkant kan worden aangeraakt.
- Zorg ervoor dat er een ventilatieruimte van 2 mm tussen het werkblad en de voorzijde van de eenheid eronder wordt vrijgelaten.
De garantie dekt geen schade die wordt veroorzaakt door het ontbreken van voldoende ventilatieruimte.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
Pagina 6
- Alle elektrische aansluitingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerde elektricien.
- , moet het apparaat geaard worden.
- Verzeker jezelf ervan dat de stekker uit het stopcontact is getrokken, voordat je welke werkzaamheden dan ook uitvoert.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Controleer of het apparaat correct geïnstalleerd is. Losse en onjuiste stroomkabels of stekkers (indien van toepassing) kunnen ertoe leiden dat de contactklem te heet wordt.
- Gebruik het juiste netsnoer.
- Zorg dat de stroomkabel niet verstrikt raakt.
- Controleer of er een aardlekschakelaar is geïnstalleerd.
- Gebruik de trekontlastingsklem op de kabel.
- Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker (indien van toepassing) het hete apparaat of heet kookgerei niet aanraakt als je het apparaat op een nabijgelegen contactdoos aansluit.
- Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat je de stekker (indien van toepassing) of het netsnoer niet beschadigt. Neem contact op met ons erkende servicecentrum of een elektricien om een beschadigde stroomkabel te vervangen.
- De schokbescherming van delen onder stroom en geïsoleerde delen moet op zo'n manier worden bevestigd dat het niet zonder gereedschap kan worden verplaatst.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Als het stopcontact los zit, mag u de stekker niet in het stopcontact steken.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
- Gebruik enkel correcte isolatievoorzieningen: stroomonderbrekers, zekeringen (schroefzekeringen moeten uit de houder
worden verwijderd), aardlekschakelaars en contactgevers.
- De elektrische installatie moet een isolatieapparaat bevatten waardoor het apparaat volledig van het lichtnet afgesloten kan worden. Het isolatieapparaat moet een contactopening hebben met een minimale breedte van 3 mm.
2.3 Gasaansluiting
LET OP!
Bij gebruik van een gasfles moet je deze altijd op een vlak horizontaal oppervlak houden (met de gasklep bovenaan).
- Alle gasaansluitingen moeten door een gediplomeerd elektromonteur worden gemaakt.
- Controleer vóór de installatie of de plaatselijke distributieomstandigheden (gassoort en -druk) en de afstelling van het apparaat met elkaar te combineren zijn.
- Zorg ervoor dat er koude luchtcirculatie in het apparaat aanwezig is.
- Op het typeplaatje staat informatie over de gastoevoer.
- Dit apparaat mag niet aangesloten worden op een inrichting dat producten afvoert voor verbranding. Sluit het apparaat aan volgens de geldende installatieregels.
Volg de vereisten voor voldoende ventilatie.
2.4 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
Pagina 7
LET OP!
Het gebruik van een gaskooktoestel resulteert in de productie van warmte, vocht en verbrandingsproducten in de ruimte waarin het apparaat wordt geïnstalleerd. Zorg ervoor dat de keuken goed geventileerd is, vooral wanneer het apparaat in gebruik is.
Langdurig intensief gebruik van het apparaat kan extra ventilatie vereisen. Dit is bijvoorbeeld het verhogen van mechanische ventilatie waar aanwezig, extra ventilatie om de verbrandingsproducten veilig te verwijderen naar buitenlucht (externe lucht), terwijl het ook ruimtelucht ververst met extra ventilatie. Raadpleeg een bevoegde persoon voordat je de extra ventilatie installeert.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Verwijder voorafgaand aan het eerste gebruik alle verpakkingsmaterialen, etiketten en beschermfolie (indien van toepassing).
- Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet geblokkeerd worden.
- Laat het apparaat tijdens de werking niet onbeheerd achter.
- Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik.
- Plaats geen bestek of deksels van steelpannen op de kookzones. Ze kunnen heet worden.
- Gebruik het apparaat niet met natte handen of als het contact maakt met water.
- Gebruik het apparaat niet als werkblad of als opslagoppervlak.
- Als het oppervlak van het apparaat gebarsten is, koppel het apparaat dan onmiddellijk los van de stroomtoevoer. Dit dient om een elektrische schok te voorkomen.
- Gebruikers met een pacemaker moeten een afstand van minimaal 30 cm aanhouden tot de inductiekookzones als het apparaat in werking is.
- Als u voedsel in hete olie plaatst, kan het spatten.
WAARSCHUWING!
Risico op brand en explosie
- Wanneer ze verwarmd worden, kunnen vetten en oliën ontvlambare dampen afgeven. Houd open vuur of verwarmde voorwerpen uit de buurt van vetten en oliën wanneer u ermee kookt.
- De dampen die boven erg hete olie ontstaan kunnen spontaan ontbranden.
- Gebruikte olie, die voedselresten kan bevatten, kan ontbranden bij een lagere temperatuur dan olie die voor de eerste keer wordt gebruikt.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
WAARSCHUWING!
Risico op schade aan het apparaat.
- Laat geen heet kookgerei op het bedieningspaneel staan.
- Leg geen hete deksel op het glazen oppervlak van de kookplaat.
- Laat kookgerei niet droogkoken.
- Zorg ervoor dat je geen voorwerpen of kookgerei op het apparaat laat vallen. Het oppervlak kan beschadigd raken.
- Laat nooit een brander aan met leeg kookgerei of zonder kookgerei.
- Schakel de kookzones niet terwijl er leeg kookgerei of geen kookgerei op geplaatst is.
- Leg geen aluminiumfolie op het apparaat.
- Kookgerei gemaakt van gietijzer, aluminium of met een beschadigde bodem kan krassen op het glas/glaskeramiek veroorzaken. Til deze voorwerpen altijd op als je ze op de kookplaat moet verplaatsen.
- Gebruik alleen stabiel kookgerei met een juiste vorm en diameter die groter is dan de afmetingen van de branders.
- Zorg ervoor dat het kookgerei in het midden van de branders staat.
- Gebruik geen grote pannen die de randen van het apparaat overschrijden. Dit kan het apparaat beschadigen.
- Gebruik alleen de accessoires die bij het apparaat zijn geleverd.
- Plaats geen vlamverdeler op de brander.
Pagina 8
- Zorg dat geen zure vloeistoffen, zoals azijn, citroensap of kalkaanslagverwijderaar, de kookplaat aanraken. Dit kan matte plekken veroorzaken.
- Verkleuring van het email of roestvrij staal is niet van invloed op de werking van het apparaat.
2.5 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Verwijder de toetsen, knoppen of pakkingen niet van het bedieningspaneel. Er kan water in het apparaat komen en schade veroorzaken.
- Reinig het apparaat regelmatig om te voorkomen dat het materiaal van het oppervlak achteruitgaat.
- Schakel het apparaat uit en laat het afkoelen voordat u het schoonmaakt.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen. Gebruik geen schurende producten, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen, tenzij anders aangegeven.
2.6 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het
apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.7 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Neem contact op met uw plaatselijke overheid voor informatie over het afvoeren van het apparaat.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat af en gooi het weg.
- Maak de externe gasleidingen plat.
3. MONTAGE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
3.1 Voor montage
Voordat u de kookplaat installeert, dient u de onderstaande informatie van het typeplaatje te noteren. Het typeplaatje bevindt zich onderop de kookplaat.
Model ....................................... Productnummer (PNC) ........................................ Serienummer ...........................
3.2 Ingebouwde kookplaten
Inbouwkookplaten mogen alleen worden gebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikte inbouwunits of werkbladen die aan de normen voldoen.
Pagina 9
3.3 Gasaansluiting
WAARSCHUWING!
De volgende instructies over montage, aansluiting en onderhoud moeten door gekwalificeerd personeel in overeenstemming met de geldende normen en voorschriften worden uitgevoerd.
Kies voor vaste aansluitingen of gebruik een flexibele leiding van roestvrij staal die voldoet aan de geldende voorschriften. Als u flexibele metalen leidingen gebruikt, zorg er dan voor dat deze niet in aanraking komen met bewegende onderdelen en dat deze niet bekneld raken. Wees ook voorzichtig met het plaatsen van de kookplaat met een oven.
De aansluiting moet worden uitgevoerd volgens NEN 1078.
Controleer of de gastoevoerdruk van het apparaat voldoet aan de aanbevolen waarden. De verstelbare aansluiting wordt op de uitbreidingsbrug bevestigd met behulp van een schroefdraadmoer R 1/2" (NEN 3258). Schroef de onderdelen vast en gebruik eventueel teflontape om de juiste richting te verkrijgen.
A
B
C
A. Einde van as met schroefdraad
B. Vulring meegeleverd met het apparaat
C. Kniekoppeling meegeleverd met het apparaat
WAARSCHUWING!
Het is belangrijk de elleboog correct te installeren. Controleer of de borst aanligt tegen het uiteinde van de schroefdraad. Installeer deze vervolgens op de aansluitleiding van de kookplaat.
Foutieve montage kan leiden tot een gaslek.
Vloeibaar gas
Gebruik de houder voor de rubberen vloeibaar gasslang. Gebruik altijd de pakking. Ga vervolgens verder met de gasaansluiting.
De flexibele leiding is voorbereid op gebruik als:
- deze kan niet warmer worden dan kamertemperatuur, hoger dan 30°C;
- het niet langer is dan 1500mm;
- deze geen afklemmingen vertoont;
- deze niet wordt belast met trek- of torsiekrachten;
- deze niet in aanraking komt met scherpe randen of hoeken;
- deze eenvoudig kan worden onderzocht om te verzekeren dat deze in orde is. De controle voor behoud van de flexibele leiding bestaat uit het controleren of:
- deze geen barsten, sneden, sporen van verbranden op de twee uiteinden en over de volledige lengte vertoont;
- het materiaal niet verhard is, maar de correcte elasticiteit vertoont;
- de bevestigingsklemmen niet verroest zijn;
- de levensduur niet verlopen is.
Als er een of meer defecten zichtbaar zijn, mag de leiding niet worden gerepareerd, maar moet deze worden vervangen.
WAARSCHUWING!
Controleer na montage of de afdichting van elke leidingaansluiting correct is. Gebruik een zeepoplossing, geen vlam!
3.4 Sproeiers vervangen
- 1. Verwijder de pannendragers.
- 2. Verwijder de kappen en kronen van de brander.
- 3. Verwijder de injectoren met een dopsleutel 7 en vervang ze door de sproeiers die nodig zijn voor het type gas
Pagina 10
dat je gebruikt (zie de tabel in het hoofdstuk "Technische gegevens").
- 4. Plaats alle onderdelen terug, waarbij je dezelfde procedure in omgekeerde volgorde uitvoert.
- 5. Bevestig het label met het nieuwe type gastoevoer in de buurt van de gastoevoerleiding. Dit etiket kun je vinden in het pakket dat bij het apparaat is meegeleverd.
Als de toevoergasdruk kan worden gewijzigd of anders is dan de benodigde druk, moet je een geschikte drukregelaar op de gastoevoerleiding plaatsen.
3.5 Het minimumniveau aanpassen
Het minimumniveau van de branders afstellen:
- 1. Steek de brander aan.
- 2. Draai de knop op de minimumstand.
- 3. Verwijder de knop, de pakking en de sluitring.
- 1 2
WAARSCHUWING!
Let op dat u de pakking niet beschadigt. Gebruik geen scherp gereedschap om die te verwijderen.
WAARSCHUWING!
Gebruik het oppervlak van de kookplaat niet om de pakking op te heffen. Dit kan het glas beschadigen.
- 4. Pas de stand van de bypass-schroef aan met een smalle schroevendraaier (A).
A
- 5. Bij omschakelen:
- van aardgas G25.3 25 mbar, G25 25 mbar of aardgas G20 20 mbar /
G20Y20 20 mbar naar vloeibaar gas, draai de instelschroef volledig vast.
- van vloeibaar gas naar aardgas G25.3
25 mbar, G25 25 mbar of aardgas G20 20 mbar / G20Y20 20 mbar, draai de instelschroef ongeveer een kwartslag los.
- van aardgas G25.3 25 mbar, G25 25 mbar naar aardgas G20 20 mbar /
G20Y20 20 mbar, aanpassing is niet noodzakelijk.
- 6. Zet de sluitring, de pakking en de knop weer in elkaar.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat u de pakking en de sluitring precies in hun oorspronkelijke positie plaatst.
WAARSCHUWING!
Controleer of de vlam niet dooft als u de knop snel van de maximale stand naar de minimale stand draait.
Pagina 11
3.6 Aansluitsnoer
- Zorg ervoor dat de nominale spanning en het type vermogen op het typeplaatje overeenkomen met de spanning en het vermogen van de lokale stroomvoorziening.
- De kookplaat is voorzien van een aansluitsnoer.
- Vervang het beschadigde stroomsnoer uitsluitend met een kabel van de reserveonderdelen. Neem contact op met een erkende klantenservice bij u in de buurt.
- Laat het netsnoer niet opwarmen tot een temperatuur hoger dan 90°C.
WAARSCHUWING!
Alle elektrische aansluitingen moeten door een gekwalificeerde elektricien worden aangelegd.
LET OP!
Boor of soldeer de draaduiteinden niet. Dit is ten strengste verboden!
LET OP!
Sluit de kabel niet aan zonder de huls voor het kabeluiteinde.
Gebruik alleen de meegeleverde speciale kabel voor het vervangen van de aansluitkabel. Het kabeltype is:H05V2V2-F T90.
Zorg ervoor dat de doorsnede van het snoer geschikt is voor de voltagebelasting en de bedrijfstemperatuur. De groen-gele aarddraad moet ongeveer 1cm langer zijn dan de bruine en zwarte fasedraden.
3.7 Aansluitingsdiagram
| 220-240V 2L/2N~ | 380-415V 2N~ | 220-240V 1N~ | |
| 220 - 240V ~ 220 - 240V ~ | 220 - 240V ~ 220 - 240V ~ | 220 - 240V ~ | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 11)
| Tweefasige aansluiting:220-240V 2L/2N~ | Tweefasige aansluiting:380-415V 2N~ | Eenfasige aansluiting:220 - 240V 1N ~ | |
|---|---|---|---|
| Groen - geel | Groen - geel | Groen - geel | |
| Blauw N1 | Blauw en blauw N | Blauw en blauw | N |
| Blauw N2 | Zwart L1 | Zwart en bruin | L |
| Zwart L1 | Bruin L2 | ||
| Bruin L2 | |||
Pagina 12
3.8 De afdichting bevestigen - Installatie aan bovenkant
- 1. Reinig het werkblad rond de uitsnijding.
- 2. Bevestig de meegeleverde afdichtstrip tegen de onderrand van de kookplaat langs de buitenrand van de keramische plaat. Rek het niet uit. Zorg dat de uiteinden van de afdichtstrip zich in het midden van een van de zijden van de kokplaat bevinden.
- 3. Tel een paar millimeter bij de af te knippen lengte van de afdichtstrip.
- 4. Duw de twee uiteinden van de afdichtstrip samen.
3.9 Montage
INSTALLATIE AAN BOVENKANT
min.
650mm
min.
450mm
min.
2mm
A
min.20 mm (max.150 mm)
C. Verwijderbaar paneel
D. Ruimte voor aansluitingen
B
C
min.
- min.
- 2 mm
- 6. Installeer alle vier de veren met de meegeleverde T20-schroeven:
Pagina 13: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 14
4.
5.
- min.
min.
- min.
- 2 mm
3.10 Mogelijkheden voor insertie
Keukeneenheid met deur
Het paneel dat onder de kookplaat is geïnstalleerd, moet gemakkelijk te verwijderen zijn. Ook moet het gemakkelijk toegankelijk zijn voor het geval dat er technische ondersteuning nodig is.
| A | min |
|---|---|
| 60 mm | |
| B |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 14)
A. Verwijderbaar paneel
B. Ruimte voor aansluitingen
Keukeneenheid met oven
De elektrische aansluiting van de kookplaat en de oven moeten afzonderlijk worden geïnstalleerd, om veiligheidsredenen en zodat de oven gemakkelijk uit de unit kan worden verwijderd.
LET OP!
De onderkant van het apparaat kan heet worden. Als er geen oven onder de kookplaat is geïnstalleerd, moet er een onbrandbaar scheidingspaneel onder het apparaat worden geïnstalleerd om toegang tot de onderkant te voorkomen. De positie van het paneel wordt beschreven in het hoofdstuk "Installatie".
Pagina 15
4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT
4.1 Indeling kookplaat
1 Bedieningspaneel
2 Inductiekookzones
3 Ultrasnelle brander
4.3 Indeling Bedieningspaneel
4 Semi-snelle brander
5 Bedieningsknoppen
4.2 Bedieningsknop
| Symbool | Beschrijving |
|---|---|
| geen gastoevoer / uit-stand | |
| ontstekingsstand / maximale gastoevoer | |
| minimale gastoevoer | |
| 1 - 9 | vermogensniveaus |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 15)
| Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluiden tonen welke functies worden gebruikt. | |
| Tiptoets Functie | Opmerking |
| 1 AAN / UIT | De kookplaat in- en uitschakelen. |
| 2 Vergrendelen /Kinderbeveili-gingsinrichting | Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen. |
| 3 STOP+GO | De functie in- en uitschakelen. |
| 4 Bridge | De functie in- en uitschakelen. |
| 5 - Kookstanddisplay | De kookstand weergeven. |
Pagina 16
| Tiptoets | Functie | Opmerking | |
|---|---|---|---|
| 6 | - | Timerindicatie voor de kookzones | Geeft aan voor welke zone u de tijd instelt. |
| 7 | - | Timerdisplay | De tijd in minuten weergeven. |
| 8 | - | Om de kookzone te selecteren. | |
| 9 | / | - | De tijd verlengen of verkorten. |
| 10 | PowerBoost | De functie in- en uitschakelen. | |
| 11 | - | Bedieningsstrip | Het instellen van de kookstand. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
4.4 Kookstand-displays
| Weergave | Beschrijving |
|---|---|
| De kookzone is uitgeschakeld. | |
| - | De kookzone werkt. |
| Automatisch opwarmen is in werking. | |
| PowerBoost is in werking. | |
| + cijfer | Er is een storing. |
| / / | OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken/warm houden/ restwarmte. |
| Blokkering Kinderbeveiligingsinrichting is in werking. | |
| Incorrect of te klein kookgerei of geen kookgerei op de kookzone. | |
| Automatische uitschakeling is in werking. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 16)
4.5 OptiHeat Control (3-staps restwarmte-indicator)
WAARSCHUWING!
/ / Zolang het indicatielampje aanstaat, bestaat er een risico op brandwonden door restwarmte.
De inductiekookzones creëren de voor het kookproces benodigde warmte rechtstreeks in de bodem van het kookgerei. Het glaskeramiek wordt verwarmd door de warmte van het kookgerei.
De indicatielampjes verschijnen als een kookzone heet is. De aanduidingen tonen het niveau van de restwarmte voor de kookzones die je momenteel gebruikt:
- doorgaan met koken,
- warm houden,
- restwarmte.
Het indicatielampje kan ook verschijnen:
- voor de aangrenzende kookzones, zelfs als je ze niet gebruikt,
- als er heet kookgerei op de koude kookzone wordt geplaatst,
Verder lezen op pagina 17Inhoud