AEG HDB95623NB, tekst van de handleiding
Pagina's 17–32 van 36 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 17
- als de kookplaat is uitgeschakeld, maar de Het indicatielampje verdwijnt als de kookzone kookzone nog heet is. is afgekoeld.
5. DAGELIJKS GEBRUIK
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
5.1 Gasbranders
Overzicht brander
$
%
&
' (
A. Branderkap
B. Branderkroon
C. Ontstekingskaars
D. Thermokoppel
E. Vlam van de piloot
De brander ontsteken
Steek de brander altijd aan voordat je er kookgerei op plaatst.
WAARSCHUWING!
Wees bijzonder voorzichtig bij het gebruik van open vuur in de keukenomgeving. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld in het geval van onjuist gebruik van de vlam.
- 1. Druk de bedieningsknop omlaag en draai deze linksom naar de maximale
gastoevoerstand ( ).
- 2. Houd de bedieningsknop even lang of korter dan 10 seconden ingedrukt. Hierdoor kan het thermokoppel opwarmen. Zo niet, dan wordt de gastoevoer onderbroken.
- 3. Stel de vlam af nadat deze regelmatig is.
Als de brander na enkele pogingen niet aangaat, controleer dan of de kroon en de dop goed op hun plaats zitten.
WAARSCHUWING!
Houd de bedieningsknop niet langer dan vijftien seconden ingedrukt. Als de brander na 15 seconden niet brandt, laat dan de bedieningsknop los en probeer de brander na minimaal 1 minuut weer aan te steken.
LET OP!
Bij afwezigheid van elektriciteit kun je de brander ontsteken zonder elektrische inrichting. Breng in dit geval de brander bij met een vlam, draai de bedieningsknop tegen de klok in naar de maximale gastoevoerstand en druk deze omlaag. Houd de bedieningsknop ongeveer 10 seconden ingedrukt om het thermokoppel op te warmen.
Als de brander per ongeluk uitgaat, draai de bedieningsknop dan naar de uit-stand en probeer de brander na minimaal 1 minuut weer aan te steken.
Pagina 18
De vonkontsteking kan automatisch starten als je het apparaat inschakelt, na installatie of een stroomstoring. Dat is normaal.
De kookplaat wordt geleverd metStepPower. Met deze functie kunt u het vermogen nauwkeuriger instellen van 9-1.
De vlam rondom het thermokoppel is een waakvlam. Het voorkomt onverwachte uitschakeling.
De brander uitschakelen
Om de vlam te doven, de knop naar de off-
positie draaien .
WAARSCHUWING!
Draai de vlam altijd lager of schakel hem uit voordat u de pan van de brander haalt
5.2 Inductiekookzones
In- of uitschakelen
Raak 1 seconde aan om de kookplaat in– of uit te schakelen.
Automatische uitschakeling
De functie schakelt de kookplaat automatisch uit als:
- alle kookzones zijn uitgeschakeld;
- je de kookstand niet instelt nadat je de kookplaat hebt ingeschakeld;
- je iets hebt gemorst of langer dan 10 seconden iets op het bedieningspaneel hebt gelegd (een pan, doek). Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Verwijder het voorwerp of reinig het bedieningspaneel.
- de kookplaat te heet wordt (bijv. als een pan droog kookt). Laat de kookzone afkoelen voordat je de kookplaat weer gebruikt.
- je onjuist kookgerei gebruikt. Het symbool
gaat branden en de kookzone wordt na 2 minuten automatisch uitgeschakeld.
- je een kookzone niet uitschakelt of de
kookstand wijzigt. Na enige tijd gaat branden en de kookplaat wordt uitgeschakeld.
De relatie tussen de kookstand en de tijd waarna de kookplaat wordt uitgeschakeld:
| Warmte-instelling | De kookplaat wordt uitgeschakeld na |
|---|---|
| , 1 - 2 | 6 uur |
| 3 - 4 | 5 uur |
| 5 | 4 uur |
| 6 - 9 | 1,5 uur |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
De kookstand
Voor het instellen of wijzigen van de kookstand:
Raak de bedieningsstrip aan bij de juiste kookstand of beweeg uw vinger langs de bedieningsstrip totdat u de jusite kookstand heeft bereikt.
Pagina 19
Bridge De functie uitschakelen: wijzig de kookstand.
De functie werkt als de pan de middelpunten van beide zones bedekt.
De functie verbindt twee kookzones en ze werken als één kookzone.
Stel eerst de kookstand in voor één van de kookzones aan de linkerkant.
Om de functie te activeren: raak aan. Raak een van de regelsensoren aan om de warmte-instelling in te stellen of te wijzigen.
Om de functie uit te schakelen: raak aan. De kookzones werken onafhankelijk van elkaar.
Automatisch opwarmen
Gebruik de functie om de gewenste kookstand binnen een kortere tijd te verkrijgen. Als de functie is ingeschakeld, werkt de kookzone in het begin op de hoogste kookstand waarna hij op de gewenste kookstand blijft werken.
Voor het activeren van de functie, moet de kookzone koud zijn.
Om de functie voor een kookzone in te
schakelen: tik op ( gaat aan). Raak meteen de gewenste kookstand aan. Na 3
seconden gaat branden.
Om de functie uit te schakelen: wijzig de warmte-instelling.
PowerBoost
Deze functie maakt meer vermogen beschikbaar voor de inductiekookzones. De functie kan voor een beperkte tijdsduur voor uitsluitend de inductiekookzone worden geactiveerd. Daarna wordt de inductiekookzone automatisch teruggeschakeld naar de hoogste kookstand.
Om de functie voor een kookzone in te
schakelen: raak aan. gaat aan.
Timer
- Timer met aftelfunctie
U kunt deze functie gebruiken om de lengte van één kooksessie in te stellen.
Stel eerst de warmtestand voor de kookzone in en dan de functie.
Om de kookzone in te stellen: tik
herhaaldelijk op totdat het lampje van een kookzone verschijnt.
Om de functie te activeren of de tijd te
wijzigen: tik op of van de timer om de tijd in te stellen (00 - 99 minuten). Als het lampje van de kookzone gaat knipperen, wordt de tijd afgeteld.
Om de resterende tijd te zien: tik op om de kookzone in te stellen. Het indicatielampje van de kookzone begint te knipperen. Op het display wordt de resterende tijd weergegeven.
Om de functie te deactiveren: tik op om de kookzone in te stellen en tik vervolgens op
. De resterende tijd telt terug tot 00. Het indicatielampje van de kookzone verdwijnt.
Als de aftelling beëindigd is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00. De kookzone wordt uitgeschakeld.
Om de functie te stoppen: tik op .
- Kookwekker
U kunt deze functie gebruiken wanneer de kookplaat is ingeschakeld maar de kookzones niet werken. De warmtestand op
het display toont .
Om de functie te activeren: tik op en tik
vervolgens op of van de timer om de tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkt er een geluidssignaal en knippert 00.
Om de functie te stoppen: tik op .
Pagina 20
De functie heeft geen invloed op de werking van de kookzones.
Pauzeer
Deze functie stelt alle kookzones in die op de laagste warmte-instelling werken.
Als de functie in gebruik is, kun je de kookstand niet wijzigen.
De functie inschakelen: aanraken . gaat branden.
Om de functie uit te schakelen: aanraken. De vorige kookstand gaat branden.
Blokkering
U kunt het bedieningspaneel vergrendelen terwijl de kookzones in werking zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de kookstand per ongeluk wordt veranderd.
Stel eerst de kookstand in.
De functie inschakelen: raak aan. gaat gedurende 4 seconden aan.
De functie uitschakelen: Raak aan. De vorige kookstand gaat aan.
Als u de kookplaat uitzet, stopt u deze functie ook.
Kinderbeveiligingsinrichting
Deze functie voorkomt dat de kookplaat onbedoeld wordt gebruikt.
Om de functie te activeren: activeer de
kookplaat met . Stel geen warmteinstelling
in. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met .
Om de functie te deactiveren: activeer de
kookplaat met . Stel geen warmteinstelling
in. Raak 4 seconden aan. gaat aan. Schakel de kookplaat uit met .
OffSound Control (De geluiden in- en uitschakelen)
Schakel de kookplaat uit. Raak 3 seconden aan. Het display gaat aan en uit.
Raak 3 seconden aan. of gaat
branden. Raak van de timer aan om één van het volgende te kiezen:
- - de signalen zijn uit
- - de signalen zijn aan
Om uw keuze te bevestigen moet u wachten tot de kookplaat automatisch uitschakelt.
Als de functie op staat, kunt u de geluiden alleen horen als:
- u aanraakt
- Kookwekker naar beneden komt
- Timer met aftelfunctie naar beneden komt
- u iets op het bedieningspaneel plaatst.
Energiebeperking
Aanvankelijk staat de kookplaat op zijn hoogste vermogensstand.
Om het vermogensniveau te verlagen of verhogen:
- 1. De kookplaat uitschakelen.
- 2. Gedurende 3 seconden aanraken. Het display gaat aan en weer uit.
- 3. Raak 3 seconden aan. of gaat branden.
- 4. Raak aan.P72 gaat branden.
- 5. Raak / van de timer aan om de vermogensstand in te stellen.
- 6. Wacht totdat het display uitgaat.
Vermogensniveaus
Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.
- P72 — Max. vermogen
- P15 — 1500W
- P20 — 2000W
- P25 — 2500W
- P30 — 3000W
- P35 — 3500W
- P40 — 4000W
- P45 — 4500W
- P50 — 5000W
- P60 — 6000W
Pagina 21
LET OP!
Zorg ervoor dat de gekozen stand past binnen de zekeringenkast van je thuisinstallatie.
Vermogensbeheer-functie
- Kookzones zijn gegroepeerd volgens de locatie en het aantal fasen van de kookplaat. Zie de afbeelding.
- Elke fase heeft een maximale elektriciteitslading van 3600W.
- De functie verdeelt het vermogen tussen kookzones die zijn aangesloten op dezelfde fase.
- De functie wordt geactiveerd wanneer de totale elektriciteitslading van de kookzones die op een enkele fase zijn aangesloten hoger is dan 3600W.
- De functie verlaagt het vermogen naar de andere kookzones die zijn aangesloten op dezelfde fase.
- De weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones wisselt af tussen de gekozen warmte-instelling en de verlaagde warmte-instelling. Na enige tijd blijft de weergave van de warmte-instelling van de verlaagde zones op de verlaagde warmtestand staan.
Vermogensbeheer functie metEnergiebeperking functie
Als u deEnergiebeperking functie instelt op 4.5kW of minder, wordt het vermogen van de kookplaat verdeeld over alle kookzones.
Als u deEnergiebeperking functie instelt op meer dan 4,5kW, wordt het vermogen van de kookplaat verdeeld tussen de linker- en rechterzijde.
6. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
6.1 Pannen
Elektrisch:
Voor inductiekookzones creëert een sterk elektromagnetisch veld de hitte in de pannen zeer snel.
Gebruik de inductiekookzones met geschikte pannen.
- De bodem van de pannen moet zo dik en vlak mogelijk zijn.
- Zorg ervoor dat bodems schoon en droog zijn voordat de pannen op de kookplaat worden gezet.
- Schuif of wrijf de pan niet over het keramische glas, om krassen te voorkomen.
Panmaterialen
- goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal, roestvrij staal, meerlaagse bodem
Pagina 22
(aangemerkt als geschikt door de fabrikant).
- niet goed: aluminium, koper, messing, glas, keramiek, porselein.
Een pan is geschikt voor een inductiekookplaat als:
- water op de hoogste kookstand binnen korte tijd wordt verwarmd,
- een magneet op de onderkant van het kookgerei plakt.
Afmetingen van pannen
- Inductiekookzones passen zich tot op zekere hoogte automatisch aan de afmetingen van pannen aan.
- De efficiëntie van de kookzone hangt samen met de diameter van de pan.
Pannen met een diameter kleiner dan het minimum ontvangen slechts een deel van het vermogen dat door de kookzone wordt gegenereerd.
- Gebruik zowel om veiligheidsredenen als voor optimale kookresultaten geen pannen groter dan aangegeven in de kookzonespecificaties. Zorg ervoor dat pannen tijdens het koken niet dicht bij het bedieningspaneel blijven. Dit kan invloed hebben op de werking van het bedieningspaneel of onbedoeld de kookplaatfuncties activeren.
Raadpleeg de technische gegevens.
LET OP!
Gebruik geen gietijzeren pannen, aardewerk, grillaccessoires of grillplaten.
Gas:
WAARSCHUWING!
Plaats één pan niet op twee branders.
WAARSCHUWING!
Zet geen instabiele of beschadigde pannen op de brander, om morsen en letsel te voorkomen.
LET OP!
Zorg ervoor dat de handgrepen van pannen zich niet boven de voorrand van de kookplaat bevinden.
LET OP!
Zorg dat de potten zich in het midden van de brander bevinden, voor een maximum aan stabiliteit en lager gasverbruik.
LET OP!
Vloeistoffen die tijdens het koken worden gemorst, kunnen ertoe leiden dat het glas breekt.
6.2 Diameters van kookgerei
LET OP!
Gebruik kookgerei met diameters geschikt voor de grootte van de branders.
| Brander | Diameters van kookgerei (mm) |
|---|---|
| Ultrasnel | 180 - 260 |
| Semi-snel | 160 - 220 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
6.3 Öko Timer (Eco-timer)
Om energie te besparen schakelt het verwarmingselement van de kookzone eerder uit dan het signaal van de timer met aftelfunctie klinkt. Het verschil in werkingstijd hangt af van het niveau van de kookstand en de tijd dat u kookt.
6.4 De geluiden tijdens de werking (voor inductiekookzones)
Als u het volgende kunt horen:
- kraakgeluid: kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (sandwichconstructie).
- fluitend geluid: bij gebruik van een kookzone met een hoge kookstand en als het kookgerei is gemaakt van verschillende materialen (een sandwichconstructie).
Pagina 23
- zoemen: u gebruikt een hoog vermogensniveau.
- klikken: er wordt elektrisch geschakeld.
- sissen, zoemen: de ventilator werkt.
De geluiden zijn normaal en wijzen niet op een storing in de kookplaat.
6.5 Voorbeelden van kooktoepassingen (voor inductiekookzones)
De relatie tussen de kookstand en het verbruik van de kookzone is niet lineair.
Wanneer je de kookstand verhoogt, is dit niet proportioneel met de toename in stroomverbruik van de kookzone. Het betekent dat de kookzone op de medium kookstand minder dan de helft van het vermogen gebruikt.
De gegevens in de tabel dienen alleen als richtlijn.
| Warmte-instelling | Gebruik om het volgende te doen: | Tijd (min) | Tips |
|---|---|---|---|
| - 1 | Warm voedsel warm houden. | indien nodig | Plaats een deksel op het kookgerei. |
| 1 - 2 | Hollandaisesaus, smelten: boter, chocolade, gelatine. | 5 - 25 | Van tijd tot tijd mengen. |
| 1 - 2 | Stollen: luchtige omeletten, gebakken eieren. | 10 - 40 | Kook met een deksel. |
| 2 - 3 | Zachtjes aan de kook brengen van rijst en gerechten op melkbasis, reeds bereide gerechten opwarmen. | 25 - 50 | Voeg minimaal twee keer zoveel vloeistof toe als rijst, melkgerechten mengen. |
| 3 - 4 | Stoom groenten, vis en vlees. | 20 - 45 | Voeg enkele eetlepels vloeistof toe. |
| 4 - 5 | Stoom aardappelen. | 20 - 60 | Gebruik max. ¼ l water voor 750 g aardappelen. |
| 4 - 5 | Bereid grotere hoeveelheden voedsel, stoofschotels en soepen. | 60 - 150 | Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten. |
| 6 - 7 | Zachtjes bakken: kalfsvlees, kalfsvlees cordon bleu, koteletten, rissoles, worstjes, lever, roux, eieren, pannenkoeken, donuts. | indien nodig | Halverwege de bereidingstijd omdraai- en. |
| 7 - 8 | Sterk bakken, aardappelen, lendenbiefstukken, steaks. | 5 - 15 | Halverwege de bereidingstijd omdraai- en. |
| 9 | Water koken, pasta koken, aanbraden van vlees (goulash, stoofvlees), frituren van friet. | ||
| Kook grote hoeveelheden water. Powerfunctie is geactiveerd. | |||
Pagina 24
6.6 Voorbeelden van kooktoepassingen (voor gasbranders)
| Voedselcategorie- en | Recepten | Brandertype | Vermogensniveau verwarmingsfase 1) | Vermogensniveau kookfase |
|---|---|---|---|---|
| Pasta - rijst - andere graansoorten | Champignonrijst | Groot | - | 5-8 |
| Couscous | Groot | 4-6 | 1-32) | |
| Spaghetti | Groot | - | 7-9 | |
| Ravioli | Groot | - | 7-9 | |
| Soep - groenten | Groentesoep | Medium | - | 6-92) |
| Champignon- en aardappelsoep | Medium | - | 6-92) | |
| Vissoep | Groot | - | 1-22) | |
| Vlees | Gehaktballen van rundvlees | Groot | 3-6 | 1-32) |
| Gebraden varkensfilet | Groot | 7-9 | 4-6 | |
| Gegratineerde runderburger | Medium | 7-9 | 3-6 | |
| Vis | Inktvis met erwten | Groot | - | 1-32) |
| Gebakken tonijnsteak | Groot | 7-9 | 4-6 | |
| Groenten | Champignons met kruiden | Medium | - | 5-8 |
| Caponata met groenten | Groot | 4-6 | 1-32) | |
| Gekookte aardappelen | Medium | - | 7-9 | |
| Bevroren spinazie met boter | Groot | - | 1-3 | |
| Frituurgerechten | Patat | Groot | - | 8-9 |
| Donuts | Groot | 6-8 | 1-2 | |
| Snacks gekookt met pan | Noten roosteren | Groot | 7-9 | 4-6 |
| Croutons van brood en escarole | Groot | 7-9 | 4-6 | |
| Pannenkoeken | Medium | 7-9 | 2-5 | |
| 1) Handig om de optimale kookomstandigheden te bereiken (bijv. correcte pan-/pottemperatuur, koken van water en opwarmen van olie...) voordat de echte kookfase wordt gestart met een ander/lager vermogensniveau. 2) Kook met een deksel erop. | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
Alle recepten voor ongeveer vier porties.
Pagina 25
De instellingen die in de kooktabel worden voorgesteld, dienen alleen als richtlijnen en moeten worden aangepast op basis van de rauwheid van het voedsel, het gewicht en de hoeveelheid ervan, alsook op basis van het type gas dat wordt gebruikt en het materiaal van het kookgerei dat wordt gebruikt om het gerecht te bereiden.
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
7.1 Algemene informatie
- Reinig de kookplaat na elk gebruik.
- Gebruik altijd kookgerei met een schone bodem.
- Krassen of donkere vlekken op het oppervlak hebben geen invloed op de werking van de kookplaat.
- Gebruik een speciaal reinigingsmiddel dat geschikt is voor het oppervlak van de kookplaat.
- Gebruik een speciale schraper voor het glas.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen messen, schrapers of gelijksoortige hulpmiddelen om het glazen oppervlak of tussen de randen van de branders en het frame schoon te maken (indien van toepassing).
- Was de onderdelen van roestvrij staal met water en droog ze vervolgens af met een zachte doek.
- 2. Zorg er na het reinigen van de pandragers voor dat deze op de juiste plaats zijn teruggezet.
- 3. Om de brander goed te laten werken, moet u ervoor zorgen dat de armen van de pannendragers in de uitsparingen van de geëmailleerde platen zijn geplaatst.
7.3 Verwijderen en terugplaatsen van pannendragers
Zorg ervoor dat u de pannendragers, nadat u ze heeft afgewassen, op de juiste manier terugplaatst. Om de pannendragers goed te plaatsen, Zorg ervoor dat de armen passen bij de handgrepen die aan de basis van de brander zijn geplaatst zoals weergegeven in de afbeelding. Op deze manier is de pannendrager stabiel en stevig.
7.2 Pandragers
U kunt de pannendragers in een vaatwasser wassen.
- 1. Verwijder de pandragers om de kookplaat gemakkelijk te reinigen.
Wees voorzichtig bij het terugzetten van de pandragers om te voorkomen dat de kookplaat beschadigd raakt.
7.4 De kookplaat reinigen
- Verwijder onmiddellijk: gesmolten kunststof, plastic folie, zout, suiker en suikerhoudend voedsel, anders kan dit schade aan de kookplaat veroorzaken.
Doe voorzichtig om brandwonden te voorkomen. Gebruik de speciale schraper
Pagina 26
op de glazen plaat en verwijder resten door het blad over het oppervlak te schuiven.
- Verwijder wanneer de kookplaat voldoende is afgekoeld: kalkringen, waterringen, vetvlekken, glanzende metaalverkleuring. Reinig de kookplaat met een vochtige doek en een beetje nietschurend reinigingsmiddel. Droog de kookplaat na reiniging af met een zachte doek.
- Verwijder glanzende metaalverkleuring: reinig het glazen oppervlak met een doek en een oplossing van water met azijn.
- Was de geëmailleerde delen, deksels en kronen met een warm sopje en laat ze goed drogen alvorens ze terug te plaatsen.
7.5 Reiniging van de vlammenspreider
U kunt de vlammenspreiders in de afwasautomaat reinigen.
WAARSCHUWING!
Laat de vlammenspreiders afkoelen voordat u ze schoonmaakt.
Licht vervuild:
Was de vlammenspreider af met warm water en zeep en droog het af met een zachte doek.
Gemiddeld vervuild:
Gebruik de afwasautomaat. Plaats de vlammenspreider plat in het onderste rek met de bovenkant omhoog.
Zwaar vervuild:
Was de vlammenspreider af met warm water en zeep en was het daarna in de afwasautomaat. Was als de vlammenspreider daarna nog steeds vies is de bovenkant van de vlammenspreider af met een grillreiniger en doe de vlammenspreider nog een keer in de afwasautomaat.
Gebruik een tandenstoker om de gaatjes van de vlammenspreider te reinigen.
7.6 Reinigen van de ontstekingsknop
Dit onderdeel is uitgerust met een keramische ontstekingsbougie met een metalen elektrode. Reinig deze onderdelen altijd grondig, om moeilijkheden bij het aansteken te voorkomen, en controleer of de branderkroonopeningen niet verstopt zijn.
7.7 Periodiek onderhoud
Raadpleeg regelmatig uw lokale serviceafdeling, om de staat van de gastoevoerleiding en de drukregelaar (indien gemonteerd) te controleren.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
8.1 Wat moet u doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| U kunt de kookplaat niet inschakelen of bedienen. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. Raadpleeg het aansluitdiagram. |
Pagina 27
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De zekering is doorgeslagen. | Ga na of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. | |
| Schakel de kookplaat opnieuw in en stel de kookstand binnen 10 seconden in. | ||
| U hebt 2 of meer sensorvelden tegelijk aangeraakt. | Raak slechts één tiptoets tegelijk aan. | |
| Er ligt water of er zitten vetspatten op het bedieningspaneel. | Reinig het bedieningspaneel. | |
| Er klinkt een geluidssignaal en de kookplaat wordt uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal als de kookplaat wordt uitgeschakeld. | U hebt een of meer tiptoetsen afgedekt. | Verwijder het voorwerp van de tiptoetsen. |
| De kookplaat schakelt uit. | U hebt iets op de tiptoets geplaatst. | Verwijder het object van de tiptoets. |
| De restwarmte-indicator gaat niet aan. | De zone is niet heet, omdat hij slechts kortstondig is gebruikt. | Als de kookzone lang genoeg in werking is geweest om heet te zijn, neemt u contact op met de klantenservice. |
| De automatische opwarmfunctie start niet. | De zone is heet. | Laat de zone voldoende afkoelen. |
| De hoogste verwarmingsstand is ingesteld. | De hoogste kookstand heeft hetzelfde vermogen als de functie. | |
| De kookstand schakelt tussen twee kookstanden. | De Powerfunctie is in werking. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| De sensorvelden worden warm. | Het kookgerei is te groot of staat te dicht bij het bedieningspaneel. | Plaats groter kookgerei op de achterste kookzones indien nodig. |
| Er klinkt geen signaal wanneer u de sensorvelden van het bedieningspaneel aanraakt. | De signalen zijn uitgeschakeld. | Schakel de signalen in. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden. | De automatische uitschakeling is in werking getreden. | Schakel de kookplaat uit en weer in. |
| gaat branden. | De kinderbeveiliging of de vergrendelfunctie is actief. | Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| gaat branden. | Er staat geen kookgerei op de zone. | Zet kookgerei op de zone. |
| Het kookgerei is niet goed. | Gebruik het juiste kookgerei. Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingen en tips'. | |
| De diameter van de bodem van het kookgerei is te klein voor de zone. | Gebruik kookgerei met de juiste afmetingen. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. |
Pagina 28
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| en een getal gaat branden. | Er heeft zich een fout in de kookplaat voorgedaan. | Ontkoppel de kookplaat enige tijd van de stroomtoevoer. Ontkoppel de zekering uit het elektrische systeem van het huis. Sluit het apparaat opnieuw aan. Als weer gaat branden, neem dan contact op met de klantenservice. |
| Er is geen vonk als de vonkontsteking wordt geactiveerd. | De kookplaat is niet aangesloten op een stopcontact of is niet goed geïnstalleerd. | Controleer of de kookplaat goed is aangesloten op het lichtnet. |
| De zekering is doorgeslagen. | Ga na of de zekering de oorzaak van de storing is. Als de zekeringen keer op keer doorslaan, neemt u contact op met een erkende installateur. | |
| De branderdeksel en kroon zitten niet goed op hun plaats. | Plaats de branderdeksel en de kroon op juiste wijze. | |
| De vlam gaat meteen na de ontsteking uit. | Het thermokoppel is niet voldoende opgewarmd. | Na het ontsteken van de vlam, de knop circa 10 sec. ingedrukt houden. |
| De vlamring is ongelijk. | De branderkroon is verstopt met etensresten. | Controleer of de hoofdinjector niet is verstopt en of de branderkroon schoon is. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 28)
8.2 Als je geen oplossing kunt vinden...
Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen, neem dan contact op met je verkoper of een erkende serviceafdeling. Geef de gegevens op het typeplaatje. Geef ook een foutmelding op.Zorg ervoor dat je de kookplaat correct gebruikt. Als dit niet het geval is, is het
onderhoud van een servicemonteur of dealer niet gratis, ook tijdens de garantieperiode. De informatie over garantieperiode en geautoriseerde servicecentra vind je in het garantieboekje.
Pagina 29
8.3 met
| Labels meegeleverd in de zak accessoires Bevestig de stickers zoals hieronder weergegeven: | |
| A B C | |
| MOD. MOD. MOD. PROD.NO. PROD.NO. PROD.NO. 0049 SER.NO. SER.NO SER.NO 03 IT DATA DATA MADE IN ITALY | TYPE IP20 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
A. Plak het op de garantiekaart en verstuur dit deel (indien van toepassing).
B. Plak het op de garantiekaart en bewaar dit deel (indien van toepassing).
C. Plak het op het instructieboekje.
9. TECHNISCHE GEGEVENS
9.1 Afmetingen kookplaat
| Breedte | 880 mm |
| Diepte | 520 mm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
9.2 Specificatie kookzones
| Kookzone | Nominaal vermogen (max warmte-instelling) [W] | PowerBoost [W] | PowerBoost maximale duur [min] | Diameter van het kookgerei [mm] |
|---|---|---|---|---|
| Links voor | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
| Links achter | 1800 | 2800 | 10 | 145 - 180 |
| Midden-centrum | 1800 3600 | 2800 3600 | 10 10 | 145 - 245 245 - 280 |
Pagina 30
Het vermogen van de kookzones kan binnen een bepaalde kleine marge verschillen van de gegevens in de tabel. Dit kan veranderen afhankelijk van het materiaal en de afmetingen van het kookgerei.
9.3 Diameters bypass
Gebruik voor optimale kookresultaten alleen kookgerei met een diameter die niet groter is dan vermeld in de tabel.
| BRANDER | Ø BYPASS 1/100 mm |
|---|---|
| Ultrasnel | 57 |
| Semi-snel | 32 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.4 Overige technische gegevens
| TOTAAL VERMO-GEN: | Origineel gas: | G25.3 (2EK) 25 mbar G25 (2L) 25 mbar | 4,5 kW |
| Gasvervanging: | G30/G31 (3B/P) 30/30 mbar | 319 g/h | |
| G20Y20 (2EY20) 20 mbar | 4,5 kW | ||
| Elektrische zones: | 7,2 kW | ||
| Elektrische voeding: | 230/400 V 2N~ 50-60 | Hz | |
| Apparaatcategorie: | II2EY20K3B/P II2L3B/P | ||
| Gasaansluiting: | R 1/2" | ||
| Apparaatklasse: | 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.5 Gasbranders voor AARDGAS G25.3 25 mbar / G25 25 mbar
| brander | NORMAAL VERMO-GEN kW | MINIMAAL VERMO-GEN kW | INSPUITMARKERING |
|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,55 | 1,4 | 115x |
| Semi-snel | 1,9 | 0,45 | 96x |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
9.6 Gasbranders voor LPG G30/G31 30/30 mbar
| BRANDER | NORMAAL VER-MOGEN kW | MINIMAAL VERMOGEN kW | INSPUITMAR-KERING | NOMINALE GAS-STROOM kW |
|---|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,55 | 1,75 | 83 | 185 |
| Semi-snel | 1,85 | 0,55 | 67 | 134 |
Pagina 31
9.7 Gasbranders voor AARDGAS G20 20 mbar / G20Y20 20 mbar
| brander | NORMAAL VERMO-GEN kW | MINIMAAL VERMO-GEN kW | INSPUITMARKERING |
|---|---|---|---|
| Ultrasnel | 2,65 | 1,4 | 110 |
| Semi-snel | 1,85 | 0,45 | 103x |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
10. ENERGIEZUINIGHEID
10.1 Productinformatie volgens EU Ecodesign-regelgeving
| Modelnummer | HDB95623NB | |
| Type kookplaat | Inbouwkookplaat | |
| Aantal elektrische kookzones | 3 | |
| Verwarmingstechnologie per elektrische kookzone | Inductie | |
| Diameter van ronde elektrische kookzones (Ø) | Links achter | 18,0 cm |
| Links voor | 18,0 cm | |
| Midden-centrum | 27,0 cm | |
| Energieverbruik per kookzone (EC electric cooking) | Links achter | 180,0 Wh / kg |
| Links voor | 190,2 Wh / kg | |
| Midden-centrum | 180,0 Wh / kg | |
| Aantal gasbranders | 2 | |
| Energetisch rendement per gasbrander (EE gas burner) | Rechtsachter - Ultrasnel | 56,5% |
| Rechtsvoor - Halfsnel | 61,9% | |
| Energetisch rendement voor het gasfornuis (EE gas hob) | 59,2% | |
| Energieverbruik van de kookplaat (EC electric hob) | 183,4 Wh / kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
EN 30-2-1: Huishoudelijke kooktoestellen die gas verbranden - Deel 2-1 : Verstandig gebruik van energie - Algemeen
IEC/EN 60350-2 - Huishoudelijke elektrische kooktoestellen - Deel 2: Kookplaten - Methoden voor het meten van prestaties
10.2 Energiebesparend
- Controleer voor gebruik of de branders en pannendragers correct zijn bevestigd.
- Gebruik kookgerei met diameters geschikt voor de grootte van de branders.
- Plaats de pan in het midden van de brander.
- Gebruik bij het opwarmen van water alleen de hoeveelheid die je nodig hebt.
- Plaats, indien mogelijk, altijd de deksels op het kookgerei.
- Zet het vuur zachter waneer de vloeistof begint te koken om de vloeistof heel zacht te laten sudderen.
Pagina 32
- Gebruik indien mogelijk een snelkookpan.
Raadpleeg de gebruikershandleiding.
10.3 Productinformatie voor stroomverbruik en maximale tijd om de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken
| Stroomverbruik in uit-modus | 0.3 W |
| De maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laag vermogen te bereiken | 2 min |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
11. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Electrolux Appliances AB - Contact Address: Al. Powstancow Slaskich 26, 30-570 Krakow, Poland