AEG L16820, tekst van de handleiding
Pagina's 13–43 van 50 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–12verder op pagina 44 →
Pagina 13
Beschrijving van het toestel
UIT/O
Annuleren van het ingestelde programma, uitschakelen van de machine.
Toetsen voor extra programma’s
Afhankelijk van het programma kunnen verschillende functies met elkaar gecombineerd worden.
Deze moeten worden gekozen nadat het programma is ingesteld en voordat toets START/PAUZE wordt ingedrukt.
Als een toets wordt ingedrukt, gaat het betreffende lampje branden. Als de toets nogmaals wordt ingedrukt, gaat het lampje uit.
Als u een onjuiste optie kiest, knippert het lampje ca. 2 seconden en wordt in het display ERR aangegeven.
VOORWAS
Voorwassen vóór de automatisch volgende hoofdwas (kan niet bij ZIJDE/WOL/ en in combinatie met VLEKKEN gekozen worden). De voorwas eindigt met een korte centrifugegang bij de programma’s witte/bonte was en synthetica en met alleen pompen bij de fijnewas programma’s.
Belangrijk: door gelijktijdig op de toetsen CENTRIFUGEREN en DROOGTIJD te drukken laat u de machine een extra spoelgang uitvoeren (voor meer informatie zie blz. 76).
VLEKKEN
Voor het behandelen van sterk verontreinigd wasgoed of van wasgoed met vlekken met vlekkenzout (verlengde hoofdwas met inspoeling van vlekkenzout op het juiste moment, kan niet bij ZIJDE/WOL/ (handwas), bij temperaturen beneden 40°C en in combinatie met VOORWAS gekozen worden).
SENSITIVE
Als u deze toets indrukt, wordt het toerental van de trommel en daardoor de intensiteit van het wasproces verminderd. Bij de programma's voor witte/bonte was en synthetica wordt een extra spoelgang uitgevoerd.
Deze functie kan niet in combinatie met STRIJKVRIJ worden gekozen.
KORT
Verkorte hoofdwas voor licht verontreinigd wasgoed, kan niet bij ECO, ZIJDE/WOL/ en 40-60 MIX gekozen worden. De wastijd wordt afhankelijk van soort wasgoed en wastemperatuur gereduceerd.
62
Pagina 14
Beschrijving van het toestel
Toets START/PAUZE
Deze toets heeft 2 functies:
- a) Start
Door op de toets te drukken, wordt het gekozen programma gestart en het lampje van toets START/PAUZE knippert niet meer maar brandt continu tijdens de duur van het programma.
Als de functie STARTTIJDKEUZE gekozen is, begint nu het terugtellen. Het display toont de duur van het gekozen programma of de uitgestelde starttijd.
- b) Pauze
Bij het drukken op deze toets, wordt het lopende programma onderbroken; druk opnieuw op de toets en het programma wordt vervolgd. Tijdens de pauze knippert het lampje van toets START/PAUZE.
Toets EXTRADROOG, KASTDROOG of STRIJKDROOG (elektro-
nisch drogen)
Door indrukken van deze toets kiest u de gewenste droogheidsgraad voor witte/bonte was en synthetica:
- extradroog (alleen voor witte en bonte was) - kastdroog - strijkdroog (alleen voor witte en bonte was) Als het droogprogramma begint, regelt de machine de droogtijd automatisch: het wasgoed wordt zo lang gedroogd tot het de gewenste droogheidsgraad heeft bereikt.
!
,
+
+
Toets DROOGTIJD
Met deze toets kunt u een bepaalde droogtijd kiezen.
Bij iedere druk op de toets wordt de tijd 5 minuten langer.
Druk de toets zo vaak in tot de gewenste droogtijd in het multidisplay wordt aangegeven.
Voor witte/bonte was en synthetica kan de droogtijd van 10 minuten tot 130 minuten worden ingesteld.
Pagina 15
Beschrijving van het toestel
CENTRIFUGEREN
Door indrukken van deze toets kunt u het maximale centrifugetoerental voor het ingestelde programma reduceren of functie SPOELSTOP kiezen.
De centrifugetoerentallen zijn aangepast aan de betreffende textielsoort.
De volgende toerentallen zijn mogelijk:
- witte/bonte was 700/900/1200 max. 1600 tpm
- synethetica/zijde/wol/ 700/max. 900 tpm
- fijne was 700 max 900 tpm
SPOELSTOP
Als u deze functie kiest blijft het wasgoed in het laatste spoelwater liggen; het wordt niet gecentrifugeerd.
Na beëindiging van het programma brandt lampje EINDE in de indicatie van het programmaverloop, de deur is vergrendeld (lampje DEUR is rood). Hiermee wordt aangegeven dat het water nog moet worden weggepompt, voordat de deur kan worden geopend.
U hebt 2 mogelijkheden:
- programma POMPEN kiezen om het water weg te pompen. Er wordt dan niet gecentrifugeerd;
- programma CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN kiezen om het wasgoed te centrifugeren;
- centrifugetoerental instellen en toets START/PAUZE indrukken. Attentie! Voordat u programma POMPEN, CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN kunt instellen, moet u eerst de programmakiezer op UIT/O draaien.
De functie SPOELSTOP kan niet gekozen worden bij NON-STOP wassen en drogen.
Toets STARTTIJDKEUZE
Met deze toets kan de start van het programma 30, 60, 90 minuten, 2- 23 uur worden uitgesteld. Zo kunt u bijv. in de voordeeluren wassen.
Deze toets moet worden ingedrukt voordat u toets START/PAUZE indrukt.
In het display verschijnt 3 seconden lang de gekozen tijd, daarna wordt de duur van het gekozen programma weer aangegeven.
Na indrukken van toets START/PAUZE begint de machine in stappen van 1 uur terug te tellen.
64
Pagina 16
Beschrijving van het toestel
Als u de ingestelde starttijdkeuze wilt wijzigen, drukt u toets START/PAUZE in. Dan drukt u toets STARTTIJDKEUZE in, tot op het multidisplay 0’ verschijnt (daarmee is de starttijdkeuze geannuleerd). Dan drukt u nogmaals toets START/PAUZE in.
STARTTIJDKEUZE kan niet bij programma POMPEN, CENTRIFUGEREN en KORT CENTRIFUGEREN gekozen worden.
Multidisplay
Dit display geeft de volgende informatie:
- Duur van het gekozen programma in minuten; wordt automatisch berekend aan de hand van het max. vulgewicht.
- Ingestelde droogtijd (maximaal 130 minuten voor witte/bonte was en synthetica).
Na de start van het programma telt de resterende tijd in stappen van 1 minuut terug.
- Een verlichte nul aan het einde van het programma.
- Starttijdkeuze, gekozen met de betreffende toets.
De tijd (max. 23 uur) telt terug in stappen van 1 uur en van 30 minuten.
- Foutcode. Als storingen aan het apparaat optreden, wordt dat door een speciale foutcode in het multidisplay aangegeven. Dat is een waardevol hulpmiddel voor de gebruiker en onze service-afdeling, bijv. "E10" (zie blz. 38).
!
Indicatie van het programmaverloop
Geeft vóór de start de gekozen programma-onderdelen aan. Tijdens het wasprogramma wordt aangegeven met welk onderdeel de machine bezig is.
Als aan het einde van het programma het lampje OVERDOSERING brandt, is er teveel wasmiddel gebruikt of is het filter verstopt.
Pagina 17
Beschrijving van het toestel
Wasprogramma afbreken
Als u een reeds lopend programma wilt afbreken, draait u de programmakiezer op UIT/O.
Attentie! Na een programma met spoelstop moet eerst UIT/O worden gezet en daarna programma POMPEN, CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN worden gekozen.
Wijzigen van een lopend programma
Om een gekozen optie te wijzigen dient u de machine de pauze-stand te zetten door op toets START/PAUZE te drukken.
Elke functie kan gewijzigd worden voor de machine deze start. Nadat u de nieuwe optie gekozen heeft, drukt u opnieuw op toets START/PAUZE om het programma verder af te werken.
Om het programma te wijzigen, draait u de programmakiezer op UIT/O en kiest u het nieuwe programma.
Het waswater wordt niet weggepompt en nadat u opnieuw op toets START/PAUZE heeft gedrukt wordt het programma verder afgewerkt.
Deur openen tijdens een lopend programma
Als u de deur moet openen dient u de machine eerst de pauze-stand te zetten met behulp van toets START/PAUZE.
Lampje DEUR geeft aan of de deur wel of niet geopend kan worden:
- groen: de deur kan geopend worden
- rood: de deur kan niet geopend worden.
De deur kan geopend worden als:
- de machine het water verwarmt of het wasgoed droogt
- het waterniveau te hoog is
- de trommel in beweging is
Lampje DEUR is in deze gevallen rood.
Als het absoluut nodig is om de vuldeur open te doen moet u het apparaat uitschakelen door de programmakiezer op UIT/O te draaien en 3 minuten wachten voordat u de deur opendoet (het water blijft in de kuip staan).
Pas op het waterniveau en de watertemperatuur in de machine!
Pagina 18
Lade voor was- en nabehandelingsmiddel
Doseervakje voor voorwasmiddel of vlekkenzout.
Het voorwasmiddel wordt aan het begin van het wasprogramma ingespoeld.
Het vlekkenzout wordt bij programma VLEKKEN op het juiste moment tijdens de hoofdwas ingespoeld.
Doseervakje voor poedervormig of vloeibaar hoofdwasmiddel. Wordt aan het begin van de hoofdwas ingespoeld.
Doseervakje voor vloeibaar nabehandelingsmiddel (wasverzachter, stijfsel). Wordt in de laatste spoelgang ingespoeld.
Attentie! Vakje niet verder dan markering MAX vullen.
Vóór het in gebruik nemen
Voer een wasgang zonder wasgoed uit (WITTE WAS 95°C) met een halve maatbeker wasmiddel.
Daardoor worden vetresten (die bij de fabricage zijn ontstaan) in de wastrommel en de kuip verwijderd.
Pagina 19
Voordat u gaat wassen
Wasgoed sorteren en voorbereiden
- Wasgoed volgens soort en wasetiket sorteren (zie “Textielsoorten en wasetiketten”).
- Zakken leegmaken.
- Metalen delen (paperclips, veiligheidsspelden e.d.) verwijderen. Als onze servicetechnicus voorwerpen moet verwijderen die niet in het apparaat thuis horen, wordt dat niet door onze garantiebepalingen gedekt.
- Om te voorkomen dat het wasgoed beschadigt en in een kluwen raakt: ritssluitingen sluiten, slopen en dekbedovertrekken dichtknopen, losse stofceintuurs en lange schortbanden samenbinden.
- Wasgoed dat uit meer lagen bestaat (slaapzak e.d.) binnenste buiten wassen.
- Gebreid gekleurd textiel, wol en textiel met applicaties binnenste buiten wassen.
- Kleine en tere stukken wasgoed (bijv. babysokjes, panty’s) in een wasnetje, een kussensloop met ritssluiting of in een grote sok stoppen.
- Vitrages bijzonder voorzichtig behandelen. Ze kunnen al door openstaande ramen of bij het afnemen zijn beschadigd. Metalen of kunststof rolletjes of haken uit de vitrages verwijderen of de vitrages in een net of een zak binden.
Bij eventuele beschadigingen van vitrages kunnen wij niet aansprakelijk worden gesteld.
- Gekleurd en wit wasgoed niet samen wassen. Wit wasgoed wordt dan grauw.
- Nieuw gekleurd wasgoed geeft vaak af. Was zulke stukken daarom de eerste keer apart.
- Grote en kleine stukken tegelijk wassen! Daardoor verbetert de waswerking en het wasgoed wordt bij het centrifugeren gunstiger verdeeld.
- Wasgoed niet in elkaar gevouwen in de machine doen.
Pagina 20
Voordat u gaat drogen
Textielsoorten en wasetiketten
De wasetiketten helpen u bij de keuze van het juiste wasprogramma. Het wasgoed moet volgens textielsoort en wasetiket gesorteerd worden. De aangegeven temperaturen in de wasetiketten zijn maximale temperaturen.
Witte was
Textiel van katoen en linnen met dit wasetiket is ongevoelig voor mechanische belasting en hoge temperaturen. Voor deze textielsoort is het programma WITTE/BONTE WAS geschikt.
Bonte was
Textiel van katoen en linnen met dit wasetiket is ongevoelig voor mechanische belasting. Voor deze textielsoort is het programma WIT-TE/BONTE WAS geschikt.
Kreukherstellend goed
Textiel van kreukherstellend gemaakte katoen, weefsels gemengd met katoen, synthetische weefels met dit wasetiket vereisen een mechanisch voorzichtiger behandeling. Voor deze textielsoort is het programma KREUKHERSTELLEND geschikt.
Fijne was
Textiel dat uit verschillende lagen bestaat, textiel van microvezels, synthetische weefsels en vitrages met dit wasetiket vereisen een bijzonder voorzichtige behandeling. Voor deze textielsoort is het programma FIJ-NE WAS geschikt.
Wol en bijzonder teer wasgoed
Textiel van wol, weefsels gemengd met wol en zijde met dit wasetiket zijn bijzonder gevoelig voor mechanische belasting. Voor deze textielsoorten is het programma ZIJDE/WOL/ (handwas) geschikt. Attentie! Textiel met het wasetiket (niet wassen!) mag niet in de wasautomaat gewassen worden.
Pagina 21
Was- en nabehandelingsmiddelen
Welk was- en nabehandelingsmiddel?
Gebruik alleen was- en nabehandelingsmiddelen die geschikt zijn voor huishoud-wasmachines. Let altijd op de aanwijzingen van de fabrikant van de middelen.
Hoeveel was- en nabehandelingsmiddel?
De hoeveelheid is afhankelijk
- van het vulgewicht:
Als de wasmiddelfabrikant geen doseeraanwijzingen voor kleine hoeveelheden wasgoed geeft, doseert u bij halve belading 1/3 minder en bij nog kleinere belading 1/2 minder dan normaal.
- van de mate van verontreiniging van het wasgoed:
Bij licht verontreinigd wasgoed minder doseren. Let op de aanwijzingen van de wasmiddelfabrikant en op het vulgewicht.
- van de hardheidsgraad van het water:
Hoe harder het water, des te hoger de dosering! Let op de doseeraanwijzingen op de wasmiddelverpakking.
Vloeibare wasmiddelen
Gebruik voor het doseren van vloeibaar wasmiddel de door de wasmiddelindustrie aangeboden doseerhulpjes. Doseer deze middelen volgens de aanwijzingen van de fabrikant.
Waterontharder gebruiken
Gebruik bij gemiddelde tot hoge waterhardheid (vanaf hardheid II) een speciale ontharder. Let op de aanwijzingen van de fabrikant. Wasmiddel dan altijd voor hardheid I (= zacht) doseren. Informatie over de waterhardheid in uw woonplaats kunt u bij het waterleidingbedrijf krijgen.
Waterhardheid
| waterhardheid in °dH | waterhardheid in mmol/l | |
| hardheidsbereik | (graden Duitse hardheid) | (millimol per liter) |
| I - laag | onder 10 | onder 1,8 |
| II - gemiddeld | 10-16 | 1,8-2,9 |
| III - hoog | boven 16 | boven 2,9 |
Pagina 22
Voordat u gaat drogen
De wasdroger werkt volgens het condensatieprincipe. Daarom moet ook bij het drogen de waterkraan open zijn en moet de afvoerslang in een gootsteen of badkuip hangen.
Vulgewichten
Textielsoort
| Max. vulgewicht (droog wasgoed) | |
| Witte en bonte was | 3 kg |
| Kreukherstellend goed | 2 kg |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
Attentie:
Grotere hoeveelheden wasgoed moeten voor het drogen beslist in tweeën gedeeld worden, anders wordt het droogresultaat niet bevredigend.
Niet geschikt om te drogen
- Bijzonder tere weefsels, bijv. gordijnen van synthetische vezels, wol, zijde, textiel met metalen versieringen, nylons, grote stukken wasgoed zoals anoraks, doorgestikte dekens, slaapzakken en dekbedden mogen niet in de machine gedroogd worden.
- Stukken wasgoed die schuimrubber of op rubber lijkend materiaal bevatten mogen niet in de machine gedroogd worden. Brandgevaar!
- Stukken wasgoed die resten van haarspray, nagellakremover, schuim-versteviger e.d. bevatten, mogen niet in de machine gedroogd worden.
Attentie:
Alleen in water gewassen textiel drogen. Goed dat met brandgevaarlijke reinigings- of oplosmiddelen (wasbenzine, alcohol, middelen om vlekken te verwijderen enz.) behandeld is, mag niet in de machine gedroogd worden. Brandgevaar! Explosiegevaar!
Pagina 23
Voordat u gaat drogen
Textielbehandelingsetiketten
Controleer zorgvuldig of het wasgoed geschikt is om machinaal gedroogd te worden. Aanwijzingen daarvoor vindt u op het textielbehandelingsetiket.
De volgende symbolen zijn van belang voor het drogen:
machinaal drogen is mogelijk normaal drogen voorzichtig drogen mag niet machinaal gedroogd worden
Droogtijd
De droogtijd kan zeer verschillend zijn, omdat deze afhangt van:
- het toerental waarmee het wasgoed gecentrifugeerd is
- de gewenste droogheidsgraad (kastdroog of strijkdroog)
- de textielsoort
- het vulgewicht.
De normale droogtijden voor tijdsinstelling vindt u in de tabel op blz.
- 32. De ervaring zal u leren welke droogtijd de verschillende textielsoorten nodig hebben.
Wijzigen van de droogtijd resp. van de droogheidsgraad
Als u tijdens het droogproces de ingestelde droogtijd of de droogheidsgraad wilt wijzigen, zet u de machine in de pauze-stand door toets START/PAUZE in te drukken.
Na instellen van de gewenste droogtijd of droogheidsgraad toets START/PAUZE nogmaals indrukken om het programma voort te zetten.
Pluizen
Na het drogen van sterk pluizend wasgoed, bijv. nieuwe badhanddoeken, is het aan te raden, het wasprogramma SPOELEN in te stellen, om er zeker van te zijn dat eventueel in de kuip verzamelde pluizen weggespoeld worden en zich niet bij een volgend wasprogramma op het wasgoed kunnen vastzetten.
Pagina 24
Voordat u gaat drogen
Nadrogen
Is het wasgoed na beëindiging van het droogprogramma nog te vochtig, dan kan door instellen van een korte droogtijd nagedroogd worden. Droogprogramma opnieuw instellen.
Voorzichtig! Om kreukvorming en krimpen te vermijden, wasgoed niet te droog laten worden.
Drogen
Alleen drogen
Belading: - witte/bonte was
max. 3 kg
- kreukherstellend goed max. 2 kg
Tijdens het drogen moet de waterkraan geopend zijn en moet de afvoerslang in een gootsteen of badkuip hangen.
Droogprogramma kiezen, afhankelijk van textielsoort.
Bij drogen met tijdsinstelling toets DROOGTIJD zo vaak indrukken, tot de gewenste droogtijd in het multidisplay wordt aangegeven.
Bij elektronisch drogen de betreffende toets indrukken, !
,
tot de gewenste droogheidsgraad (EXTRADROOG, KAST-DROOG of STRIJKDROOG) ingesteld is: het betreffende + lampje brandt.
+
.
Apparaat starten door toets START/PAUZE in te drukken.
Aan het einde van het programma de programmakiezer op UIT/O draaien.
Wasgoed uit de machine nemen.
Pagina 25
Wassen
Vulgewichten:
witte/bonte was kreukherstellend goed en fijne was zjide/wol/ (handwas)
6,0 kg 3,0 kg 2,0 kg
Wasgoed in de machine doen
Deur openen.
De stukken wasgoed uit elkaar halen en losjes in de trommel doen. Liefst grote en kleine stukken door elkaar wassen. Deur stevig sluiten.
Was-/nabehandelingsmiddel doseren
Wasmiddellade zo ver mogelijk naar buiten trekken.
Wasmiddel doseren in het vakje voor de hoofdwas (let op de doseeraanwijzingen van de wasmiddelfabrikant).
Als u VOORWAS of VLEKKEN kiest, ook in vak doseren.
Eventueel vloeibaar nabehandelingsmiddel (wasverzachter, stijfsel) in vak doseren.
Niet verder dan de markering MAX.
Wasmiddellade helemaal naar binnen schuiven.
Wasprogramma instellen ( *
& ) &
Draai de programmakiezer op het % gewenste programma. !
" # ! "
De brandende lampjes in de indicatie $
$
van het programmaverloop geven " #
% $ " ' ( " "
aan uit welke onderdelen het programma bestaat.
De duur van het gekozen programma verschijnt op het display.
Pagina 26
Wassen
Eventueel extra programma’skiezen kiezen
Afhankelijk van mate van verontreiniging en textielsoort. Het betreffende lampje brandt.
| Centrifugetoerental instellen of SPOELSTOP | kiezen |
|---|---|
| Toets eventueel indrukken tot het gewenste toerental of SPOELSTOP ingesteld is: het betreffende lampje brandt. | |
| Bij aanduiding SPOELSTOP blijft het wasgoed in het laatste spoelwater staan. | |
| Als het centrifugetoerental niet veranderd wordt, wordt de laatste centrifugegang automatisch aan het wasprogramma aangepast: | |
| - WITTE/BONTE WAS | 1600 tpm |
| - KREUKHERSTELLEND | 900 tpm |
| - FJINE WAS | 900 tpm |
| - ZIJDE/WOL/ (handwas) | 900 tpm |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 26)
Eventueel EXTRA SPOELEN kiezen
De machine is ontworpen om zo weinig mogelijk water te verbruiken. Voor personen die allergisch voor wasmiddelen zijn kan het nodig zijn het wasgoed met meer water te spoelen.
Als deze functie is ingesteld, worden bij de programma's voor witte/bonte was twee extra spoelgangen uitgevoerd en bij de programma's voor kreukherstellend goed en fijne was een extra spoelgang.
Keuze van extra spoelgang
Druk gelijktijdig ongeveer 3 seconden op toetsen CENTRIFUGEREN en DROOGTIJD: lampje EXTRA SPOELEN in die indicatie van het programmaverloop gaat branden.
Deze functie blijft voortdurend actief.
Extra spoelcyclus opheffen:
Houd de CENTRIFUGEREN en DROOGTIJD ingedrukt totdat EXTRA SPOELEN in de indicatie van het programmaverloop uitgaat.
Pagina 27
Wassen
Starttijdkeuze instellen
Voordat het programma wordt gestart kunt u de starttijd instellen: toets START-TIJD indrukken, tot de tijd tot de gewenste programmastart is ingesteld; in het multidisplay wordt deze tijd 3 seconden lang aangegeven. Daarna verschijnt de duur van het gekozen programma.
Na indrukken van toets START/PAUZE verschijnt in het display weer de starttijdkeuze en de machine begint de resterende tijd terug te tellen.
Programma starten
- 1. Controleer of de waterkraan open is.
- 2. Toets START/PAUZE indrukken om het ingestelde programma te starten.
Het wasprogramma start direct resp na afloop van de ingestelde starttijdkeuze.
Als bij het starten van het programma lampje EINDE knippert en op het display alarmcode E40 wordt aangegeven, is de deur niet dicht. Deur sluiten en opnieuw op toets START/PAUZE drukken.
Bij ingestelde starttijdkeuze:
De ingestelde tijd loopt af, in het multidisplay wordt de resterende tijd tot de programmastart (in volle uren) aangegeven. Tijdens deze periode kunt u nog wasgoed in de machine doen of de starttijdkeuze wijzigen resp. afbreken.
- Wasgoed toevoegen: druk op toets START/PAUZE, de deur kan geopend worden. Doe het wasgoed in de machine, sluit de deur en druk weer op toets START/PAUZE.
- Starttijdkeuze annuleren: druk op toets START/PAUZE, druk zo vaak op toets STARTTIJDKEUZE totdat op het display 0’ verschijnt. Druk opnieuw op ! toets START/PAUZE.
Indicatie van het programmaverloop
Geeft vóór de start de gekozen programma-onderdelen aan. Tijdens het waspogramma wordt aangegeven met welk onderdeel de machine bezig is.
Multidisplay
De te verwachten resterende looptijd (in minuten) wordt tot het einde van het programma in het multidisplay aangegeven.
76
Pagina 28
Wassen
Einde van het programma
De machine stopt automatisch. Op het display verschijnt een nul. Lampje EINDE brandt.
Als lampje OVERDOSERING brandt heeft u teveel wasmiddel gebruikt. Houd u de volgende keer goed aan de instructies van de wasmiddelfabrikant en het vulgewicht.
Dit lampje gaat ook branden wanneer het pluizenfilter verstopt is.
Als de optie SPOELSTOP gekozen is, het water wegpompen (de deur blijft vergrendeld, lampje DEUR is rood):
- programma POMPEN kiezen om het water weg te pompen. Er wordt dan niet gecentrifugeerd;
- programma CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN kiezen om het wasgoed te centrifugeren;
- centrifugetoerental instellen en toets START/PAUZE indrukken. Attentie! Voordat u programma POMPEN, CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN kunt instellen, moet u eerst de programmakiezer op UIT/O draaien.
Programmakiezer op UIT/O draaien.
Wasgoed uit de machine nemen.
Controleren of de trommel helemaal leeg is, anders zou wasgoed bij de volgende wasbeurt kunnen beschadigen (bijv. krimpen) of op ander wasgoed afgeven.
Als u niet verder wast, waterkraan dichtdraaien en stekker uit het stopcontact trekken.
De deur iets open laten staan, zodat de machine kan drogen.
Pagina 29
Wassen en aansluitend drogen
(NON-STOP-gebruik)
Droogtijd of droogheidsgraad moeten reeds bij instellen van het wasprogramma gekozen worden.
De ingestelde droogtijd of droogheidsgraad kunnen tijdens het wasproces gewijzigd worden. Daartoe toets START/PAUZE indrukken, nieuwe droogtijd of droogheidsgraad instellen en nogmaals toets START/PAUZE indrukken om het programma voort te zetten.
NON-STOP-gebruik is alleen mogelijk in de programma’s WITTE/BON-TE WAS en KREUKHERSTELLEND.
Belading: - witte/bonte was max. 3 kg - kreukherstellend goed max. 2 kg
Wasgoed in de machine doen.
Was-/nabehandelingsmiddel doseren.
Gebruik omdat uw nieuwe machine heet droogt nooit een doserbol of andere doseermiddelen die door de hitte kunnen smelten.
Wasprogramma instellen.
Eventueel extra functie kiezen.
Centrifugetoerental liever niet reduceren, om zo energie te besparen en de droogtijd zo kort mogelijk te maken.
Bij NON-STOP-gebruik is het NIET mogelijk een centrifugetoerental lager dan 900 tpm te kiezen.
Droogtijd of droogheidsgraad instellen.
Apparaat starten (toets START/PAUZE indrukken).
Het wasgoed wordt nu automatisch gewassen en aansluitend gedroogd. Als de aangegeven tijd is afgelopen, is het was-/droogprogramma beëindigd.
Programmakiezer op UIT/O draaien.
Wasgoed uit de machine nemen.
Pagina 30
Programmatabellen
Wassen
| Programma | Temp. | Soort wasgoed | Mogelijke Vulgewicht extra functies max. | Verbruikswaarden* Stroom kWh | Water liter | Tijd min. | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| WITTE WAS | 95°-60° | Wit wasgoed, normaal verontreinigd, bijv. beddengoed, tafellakens, ondergoed, handdoeken | VOORWAS VLEKKEN SENSITIVE KORT EXTRA SPOELEN CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 6 kg | 2,30 | 61 | 143 |
| Energie-spaarprogramma ECO | 60° | Wit wasgoed, licht verontreinigd, bijv. beddengoed, tafellakens, enz. | VOORWAS VLEKKEN SENSITIVE EXTRA SPOELEN CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 6 kg | 1,07 | 39 | 99 |
| BONTE WAS | 60°- 40°-30° 40-60 MIX | Bont wasgoed, normaal verontreinigd, katoen en linnen, bijv. overhemden, ondergoed, handdoeken | VOORWAS VLEKKEN*** SENSITIVE KORT** EXTRA SPOELEN CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 6 kg | 1,30 | 57 | 122 |
| KREUKHER- 60°-50° STELLEND 40° STRIJKVRIJ 40° | Synthetische weefsels, ondergoed, blouses | VOORWAS VLEKKEN SENSITIVE KORT EXTRA SPOELEN CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 3 kg | 0,55 | 53 | 90 | |
| FIJNE WAS | 40°-30° KOUD | Alle tere textielsoorten, bijv. vitrages | VOORWAS VLEKKEN*** KORT EXTRA SPOELEN SPOELSTOP CENTRIFUGEREN | 3 kg | 0,50 | 57 | 58 |
| ZIJDE/WOL/ 40°-30 handwas KOUD | Wol en bijzonder teer wasgoed | CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 2 kg | 0,35 | 50 | 57 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 30)
Het programma ECO is het referentie programma voor de gegevens op het energielabel volgens richtlijn 92/75 EEG.
* Deze verbruikswaarden zijn richtlijnen die afhangen van hoeveelheid wasgoed, soort wasgoed, watertemperatuur en omgevingstemperatuur. Ze hebben betrekking op de hoogst mogelijke wastemperatuur voor het betreffende programma.
** Niet bij 40-60 MIX.
*** Niet met temperaturen onder 40ºC.
79
Pagina 31
Programmatabellen
Extra programma’s
| Programma | Beschrijving | Programmaverloop | Mogelijke extra functies | Vulgewicht max. | Verbruikswaarden* Stroom kWh | Water liter | Tijd min. |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| SPOELEN | Spoelen van met de hand gewassen goed | 3 spoelgangen, kort centrifugeren (max. 900 tpm) | CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 6 kg 0,03 50 23 | |||
| WAS-VERZACHTEN | Wasverzachten van met de hand gewassen goed | 1 spoelgang met wasverzachter, normaal centrifugeren | CENTRIFUGEREN SPOELSTOP | 6 kg - | 20 | 24 | |
| POMPEN | Wegpompen van het laatste spoelwater bij programma’s met spoelstop | water wegpompen | / | - | - | 2 | |
| CENTRIFU-GEREN | Apart centrifugeren voor witte/bonte was | normaal centrifugeren | CENTRIFUGEREN | 6 kg | - | - | 13 |
| KORT CENTRIFU-GEREN | Apart centrifugeren voor kreukherstellend goed, fijne was en wol | voorzichtig centrifugeren (max. 900 tpm) | CENTRIFUGEREN | 3 kg | - | - | 6 |
| UIT/O | annuleren van het ingestelde programma en uitschakelen van de machine | / - | - | - | |||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 31)
* Deze verbruikswaarden zijn richtlijnen die afhangen van hoeveelheid wasgoed, soort wasgoed, watertemperatuur en omgevingstemperatuur.
Pagina 32
Programmatabellen
Drogen met tijdsinstelling
Droogheidsgraad
Soort wasgoed
Vulgewicht max.
Centrifugetoerental
| Extradroog | Dikke stoffen of stoffen die uit meerdere lagen bestaan die volledig gedroogd moeten worden, zoals bijv. badstof wasgoed. | 3 kg 1600 1,5 kg 1600 | |
| Katoenen textiel van gelijkmatige dikte dat door en door droog moet | 3 kg 1600 | ||
| worden, bijv. badstof, tricot, handdoeken | 1,5 kg | 1600 | |
| Kastdroog (*) | Kreukherstellend textiel dat geen nabehandeling (bijv. strijken) meer behoeft, | 2 kg | 900 |
| bijv. overhemden, tafellakens, babygoed, sokken, ondergoed | 1 kg | 900 | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 32)
3 kg 1600 Strijkdroog
Katoen die nog moet worden gestreken, bijv.
beddegoed, tafellakens
1,5 kg 1600
Duur in minuten
(*) Het programma KASTDROOG is het referentieprogramma voor de gegevens op het energielabel volgens richtlijn 92/75 EEG.
Pagina 33
Verbruikswaarden voor droogprogramma’s met tijdsinstelling
De waarden in onderstaande tabel zijn onder normomstandigheden bepaald en dienen alleen als richtlijn.
Soort wasgoed/ droogheidsgraad
Witte/bonte was
Extradroog
Kastdroog
Strijkdroog
Kreukherstellend goed
Kastdroog
| Centrifugetoerental | Vulgewicht max. | Water liter | Stroom kWh |
|---|---|---|---|
| 1600 | 3 kg | 22 | 2,15 |
| 1600 | 3 kg | 19 | 1,85 |
| 1600 | 3 kg | 15 | 1,4 |
| 900 | 2 kg | 20 | 1,2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
Duur Min.
Pagina 34
Reiniging en onderhoud
In het dagelijks gebruik
Na beëindiging van het programma de wasmiddellade een klein stukje naar buiten trekken, opdat hij kan drogen.
De deur na het wassen en drogen open laten staan, opdat de was/droog-automaat kan drogen.
Als u de machine langere tijd niet gebruikt:
Waterkraan dichtdraaien en de was/droogautomaat spanningloos maken.
Bedieningselementen reinigen
Bedieningspaneel
Attentie! Het paneel en de bedieningselementen in geen geval met middelen voor het onderhoud van meubelen of agressieve reinigingsmiddelen schoonmaken.
Het bedieningspaneel en de bedieningselementen met een vochtig doekje reinigen. Alleen warm water gebruiken.
Wasmiddellade
Van tijd tot tijd moet de wasmiddellade gereinigd worden. De lade losnemen door de vergrendelingstoets in te drukken.
Het bovenste deel van het vakje voor wasverzachter kunt u uitnemen.
De lade onder stromend water reinigen.
Ook de behuizing van de wasmiddellade met een borsteltje schoonmaken.
Pagina 35
Reiniging en onderhoud
Wastrommel
De wastrommel is van roestvrij edelstaal. Door roestende vreemde voorwerpen in het wasgoed kunnen roestvlekken op de trommel ontstaan.
Attentie! De trommel niet met zuurhoudende ontkalkingsmiddelen, chloor- of ijzerhoudende schuurmiddelen of staalwol reinigen. Bij de afdeling Onderdelen is onder ET-nummer 644 003 006 een geschikt ontkalkingsmiddel te verkrijgen.
Roestvlekken op de trommel met een reinigingsmiddel voor roestvrij staal verwijderen.
Deur
Regelmatig controleren of zich aanslag of vreemde voorwerpen in de rubber manchet achter de deur bevinden.
Waterinloopzeef
Af en toe moet de zeef aan de waterkraan gereinigd worden. Waterkraan dichtdraaien.
Watertoevoerslang van de waterkraan losschroeven.
Zeef binnenin de slang met een tandenborstel onder stromend water schoonmaken.
Watertoevoerslang weer stevig aan de waterkraan schroeven.
Pagina 36
Reiniging en onderhoud
Afvoerpomp
De afvoerpomp moet regelmatig worden gecontroleerd en vooral als
- de machine niet pompt en/of centrifugeert
- de machine tijdens het pompen een ongewoon geluid maakt dat wordt veroorzaakt door voorwerpen als veiligheidsspelden, munten e.d. die de pomp blokkeren.
Ga als volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Wacht, indien nodig, tot het water is afgekoeld.
Klap het klepje naar beneden.
Zet een bak op de vloer om evt. water op te vangen.
Trek de noodaftapslang uit de houder, leg hem in de bak en verwijder de dop.
Als er geen water meer uitkomt, draai dan het pompdekseltegen de wijzers van de klok in los en trek de pomp naar buiten. Evt. restwater wordt in het klepje opgevangen.
Verwijder vreemde voorwerpen uit het pomphuis zoals in de afbeelding aangegeven.
Zet de dop weer op de noodaftapslang en plaats de slang terug.
Zet de pomp weer in en draai het deksel met de wijzers van de klok mee vast.
Sluit het klepje.
Pagina 37
Reiniging en onderhoud
Water aftappen
Als om dwingende redenen het apparaat moet worden geleegd, gaat u als volgt te werk:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Draai de waterkraan dicht.
Wacht, indien nodig, tot het water is afgekoeld.
Klap het pompklepje naar beneden.
Zet een bak op de vloer om het sop op te vangen. Trek de noodaftapslang uit de houder, leg hem in de bak en verwijder de dop. Het sop loopt weg. Als de bak vol is, zet u de dop weer op de slang. Herhaal de procedure tot er geen water meer uitkomt.
Als het sop helemaal weggelopen is:
Maak de pomp eventueel schoon zoals eerder beschreven.
Zet de dop weer op de noodaftapslang en plaats de slang terug. Sluit het klepje.
Kans op vorst
Als de machine aan temperaturen onder 0°C wordt blootgesteld, moet u enkele voorzorgsmaatregelen nemen:
Trek de stekker uit het stopcontact.
Draai de waterkraan dicht en draai de watertoevoerslang van de kraan los.
Zet een bak op de vloer, leg het uiteinde van de noodaftapslang en van de toevoerslang in de bak en laat het water uit de machine lopen. Schroef de watertoevoerslang weer op de kraan, zet de dop weer op de noodaftapslang en plaats de slang terug.
Zo wordt voorkomen dat water binnenin de machine blijft staan, wat bij vorst schade zou kunnen aanrichten.
De machine pas weer in gebruik nemen als de temperatuur boven 0°C ligt.
Pagina 38
Wat te doen als …
De was/droogautomaat heeft een modern aandrijfsysteem, dat in vergelijking met oudere wasautomaten een ietwat fluitend geluid maakt.
Als in de trommel geen water zichtbaar is, komt dat door het moderne wassysteem van de machine.
Moderne wasautomaten verbruiken minder water dan oude, was- en spoelresultaat blijven echter optimaal.
Hulp bij storingen
Aan de hand van onderstaande aanwijzingen kunt u kleine storingen aan het apparaat zelf opheffen. Helpt deze informatie u niet verder, neem dan contact op met onze service-afdeling. Als u toch voor één van de hier vermelde storingen of vanwege foutieve bediening de onze service-afdeling inschakelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
Sommige storingen worden in het multidisplay aangegeven:
- E10: er wordt geen water toegevoerd - E20: het water wordt niet weggepompt - E40: de machinedeur is niet goed gesloten - EF0: de beveiliging tegen waterschade is in werking getreden Tegelijkertijd knippert lampje EINDE klinkt een akoestisch signaal. Na opheffen van de storing toets START/PAUZE indrukken. Als de foutcode opnieuw wordt aangegeven, neem dan contact op met de service-afdeling.
Storing
De was/droogautomaat werkt helemaal niet.
Mogelijke oorzaak
De stekker zit niet in het stopcontact.
De zekering in de huisinstallatie is niet in orde.
De deur is niet goed gesloten. (E40)
Starttijdkeuze ingesteld.
Toets START/PAUZE niet ingedrukt.
Oplossing
Stekker in het stopcontact steken.
Zekering vervangen resp. inschakelen.
Deur sluiten; de sluiting moet hoorbaar dichtvallen. Controleer de tijd op het display.
Toets indrukken.
87
Pagina 39
Wat is er aan de hand als ...
Storing
Er wordt geen water toegevoerd.
De machine neemt water in, maar dit stroomt dadelijk weer uit de afvoerslang.
De machine pompt het water niet weg resp. centrifugeert niet.
Onder de was/droogauto-maat komt water te voorschijn.
In het multidisplay wordt EF0 aangegeven.
Mogelijke oorzaak Oplossing
De waterkraan is dicht. (E10) Waterkraan opendraaien. Toevoerslang is geknikt. (E10) Slang controleren en goed leggen.
De zeef in de koppeling Slang van de waterkraan van de toevoerslang is losschroeven, zeef onder verstopt. (E10) stromend water reinigen. De deur is niet goed Deur sluiten; de sluiting gesloten. (E40) moet hoorbaar dichtvallen. Het uiteinde van de De hoogte moet min. afvoerslang ligt niet 60 cm bedragen.
hoog genoeg. Zie aansluitaanwijzing. De afvoerslang is geknikt. Slang controleren en goed (E20) leggen.
Afvoerpomp of afvoerslang Afvoerpomp reinigen of zijn verstopt. (E20) afvoerslang controleren. Spoelstop gekozen. Water wegpompen door toets START/PAUZE in te drukken of programma POMPEN, CENTRIFUGEREN of KORT CENTRIFUGEREN kiezen.
Wasgoed niet gelijkmatig Wasgoed beter verdelen. in de trommel verdeeld.
De slangkoppeling van de Toevoerslang vastschroeven. toevoerslang is lek.
De afvoerslang is lek. Afvoerslang controleren en eventueel vervangen. Afvoerpomp niet goed Afvoerpomp goed sluiten. gesloten.
De wasmiddellade is Lade reinigen.
verstopt.
Te veel of te sterk Wasmiddel precies volgens schuimend wasmiddel de aanwijzingen van de gedoseerd. wasmiddelfabrikant doseren. De beveiliging tegen Waterkraan sluiten, dan wateroverlast is in werking stekker uit het stopcontact getreden. trekken en contact opnemen met de serviceafdeling.
Pagina 40
Wat is er aan de hand als ...
Storing
Het apparaat vibreert tijdens het gebruik of staat onrustig.
De deur kan niet geopend worden.
Het centrifugeren begint traag resp. het wasgoed wordt na afloop van het programma niet gecentrifugeerd.
In de wasmiddellade bevinden zich wasmiddelresten.
Het spoelwater is troebel.
Mogelijke oorzaak Oplossing
De transportbeveiliging is Zie het betreffende hoofdstuk niet geheel verwijderd. in deze gebruiksaanwijzing. De in hoogte verstelbare Voeten afstellen schroefvoeten zijn niet (zie aansluitaanwijzing). goed ingesteld.
Er zit erg weinig wasgoed Dit heeft geen invloed op in de trommel (bijv. slechts de werking van de machine. één badjas).
De trommel is in beweging. De deur is tijdens het gehele programma vergrendeld.
Het waterniveau in de Water laten wegpompen, machine bevindt zich voordat de deur kan boven het onderste deel worden geopend.
van de deur.
De machine is aan het Wachten tot de opwarm- of opwarmen of aan het drogen. droogfase afgelopen is. Het elektronische Het wasgoed wordt, stabilisatie-controlesysteem doordat de draairichting is in werking getreden. van de trommel gewijzigd wordt, losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuw met centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijk het geval zijn, totdat de onbalans opgeheven is en het centrifugeren definitief afgewerkt kan worden, eventueel met een lager toerental als het wasgoed nog niet goed verdeeld is. Als na 10 minuten de onbalans nog niet opgeheven is, voert de machine het centrifugeprogramma niet uit. De waterkraan is Waterkraan geheel niet geheel open. opendraaien.
De zeef in de koppeling van Zeef reinigen.
de toevoerslang is verstopt.
Waarschijnlijk hebt u Geen negatieve invloed op wasmiddel met hoog het spoelresultaat, evt. silicaatgehalte gebruikt. vloeibaar wasmiddel gebruiken.
Pagina 41
Wat is er aan de hand als ...
Storing
De machine droogt niet of het wasgoed is te vochtig.
Mogelijke oorzaak Oplossing
De waterkraan is gesloten. (E10) Waterkraan opendraaien. Afvoerpomp verstopt. Afvoerpomp reinigen. Droogtijd of droogheidsgraad Droogtijd kiezen of droogniet ingesteld. heidsgraad instellen. Geen passende droogtijd Bij gewenste droogheidsgraad gekozen. en textielsoort passende droogtijd kiezen Te veel goed in de Vulgewicht reduceren. machine gedaan.
Als het wasresultaat niet bevredigend is
Als het wasgoed grauw is en zich in de trommel kalkaanslag bevindt
- U hebt niet genoeg wasmiddel gedoseerd.
- U hebt niet het juiste wasmiddel gebruikt.
- U hebt speciale verontreinigingen niet voorbehandeld.
- U hebt niet het juiste programma of de juiste temperatuur gekozen.
Als op het wasgoed nog grijze vlekken zitten
- U hebt door zalf, cräme of olie verontreinigd wasgoed met te weinig wasmiddel gewassen. De hoeveelheid wasmiddel was niet voldoende om het vet op te lossen.
- U hebt een te lage temperatuur gekozen.
- In zulke gevallen is vaak wasverzachter (vooral in geconcentreerde vorm) buiten de machine direct op het wasgoed terechtgekomen. Dergelijke vlekken zo snel mogelijk uitwassen.
Als na de laatste spoelgang nog schuim zichtbaar is
- Moderne wasmiddelen kunnen ook in het laatste spoelwater nog schuim veroorzaken. Het wasgoed is dan echter voldoende gespoeld.
Als op het wasgoed witte resten zitten
- Hierbij gaat het om onoplosbare bestanddelen van moderne wasmiddelen. Ze zijn niet het gevolg van een onvoldoende spoeleffect. Wasgoed uitborstelen of uitschudden. Evt. ook het wasgoed binnenste buiten wassen. Evt. vloeibaar wasmiddel gebruiken.
Pagina 42
Technische gegevens
| Hoogte x breedte x diepte | 84x60x60 |
| Diepte bij open deur | 101,5 cm |
| In hoogte verstelbaar | ca. 10 mm |
| Vulgewicht (afhankelijk van het programma) | max. 6 kg |
| Toepassingsgebied | huishouden |
| Trommeltoerental wassen | max. 55 tpm |
| Trommeltoerental centrifugeren | 1600/1200/900/700 |
| Waterdruk | 0,05-0,8 MPa |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen: - 73/23/EEG van 19.2.1973 “laagspanningsrichtlijn”, incl. wijzigingsrichtlijn 93/68/EEG - 89/336/EEG van 3.5.1989 “EMC-richtlijn”, incl. wijzigingsrichtlijn 92/31/EEG
Pagina 43
ADRES SERVICE-AFDELING
AEG/ELECTROLUX fabrieksservice
Postbus 120 2400 AC Alphen aan den Rijn
Als u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kunt u de volgende afdelingen raadplegen:
| Service-informatielijn tel. (voor bezoek servicetechnicus en onderdelen) | (0172) 468 300 |
| Consumentenbelangen tel. (voor algemene, product- of gebruiksinformatie) | (0172) 468 172 |
| Onderdelenverkoop tel. | 0172 - 468 400 |
| www.aeg.nl |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
Belangrijk!
Houd bij het opgeven van een storing altijd het Prod.- en Ser.-nummer van uw apparaat bij de hand. Deze nummers vindt u op het typeplaatje (aan de binnenzijde van de deur van de was/droogautomaat) en kunt u het beste hieronder en voorop deze gebruiksaanwijzing noteren. Modelaanduiding . . . . . . . . . . . . . . .
Prod.-nr. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Ser.-nr. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .
Geef onze service-afdeling ook het volgende op:
- Hoe doet de storing zich voor?
- Onder welke omstandigheden treedt de storing op?
- Wordt op het multidisplay een foutcode aangegeven?
(E en een cijfer)
Aan de hand van deze nummers kan onze service-afdeling de juiste voorbereidingen treffen, zodat de machine bij het eerste bezoek van de servicetechnicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft u slechts één maal thuis te blijven.
Als u toch voor één van de in deze gebruiksaanwijzing vermelde storingen of vanwege foutieve bediening de AEG/ELECTROLUX service-afdeling inschakelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
92