AEG LR7DRESDEN, tekst van de handleiding
Pagina's 35–46 van 92 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
Pagina 35
.
12.9 Het filter van de afvoerpomp reinigen
WAARSCHUWING!
Haal de stekker uit het stopcontact.
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.
Reinig het filter van de afvoerpomp als:
- de machine geen water wegpompt,
- de trommel niet ronddraait,
- het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt door de blokkering van de afvoerpomp.
- Op het display verschijnt de alarmcode
.
WAARSCHUWING!
- Verwijder het filter niet als het apparaat in werking is.
- Reinig de pomp niet zolang het water in de machine heet is. Wacht tot het water is afgekoeld
Ga te werk zoals beschreven in de volgende diagrammen om het pompfilter te reinigen:
Houd altijd een oude doek bij de hand om het eventueel gemorste water te kunnen opvegen als u het filter verwijdert.
- 1. Open het pompdeksel.
2
1
- 2. Plaats een geschikte bak onder de afvoerpompopening om het afgepompte water op te vangen.
- 3. Open de afvoerklep naar beneden. Houd altijd een oude doek bij de hand om het eventueel gemorste water te kunnen opvegen als je het filter verwijdert.
- 4. Draai het filter 180 graden naar links om het te openen, zonder verwijdering. Laat het water wegstromen.
180˚
- 5. Als de bak vol is met water, draait u het filter terug en leegt u de bak.
- 6. Herhaal stappen 4 en 5 totdat er geen water meer uitloopt.
- 7. Draai het filter naar links om het te verwijderen.
Pagina 36
1
2
- 8. Verwijder indien noodzakelijk pluizen en andere voorwerpen uit de filterholte.
- 9. Controleer of de pompwaaier onbelemmerd kan ronddraaien. Als deze niet roteert, neem dan contact op met onze servicedienst.
- 10. Reinig het filter onder de waterkraan.
- 11. Zet het filter terug in de speciaal geleidingen door hem met de klok mee te draaien. Zorg ervoor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
| 2 1 | |
|---|---|
| 12. Sluit het pompdeksel. | |
| 1 1 | 2 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 36)
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, moet u het afvoersysteem opnieuw activeren:
- a. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade.
- b. Start het programma om het water af te voeren.
12.10 De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen
Het wordt aanbevolen om de filters van de inlaatslang en -klep twee keer per jaar te reinigen om eventuele afzettingen te verwijderen die zich in de loop van de tijd hebben opgehoopt. Ga te werk zoals beschreven in de volgende diagrammen om filters te reinigen:
- 1. Verwijder de toevoerslang van de kraan en reinig het filter.
Pagina 37
- 2. Verwijder de toevoerslang van het apparaat door de ringmoer los te draaien.
- 3. Reinig het klepfilter aan de achterzijde van het apparaat met een tandenborstel.
- 4. Draai de slang bij het weer aansluiten op het apparaat naar links of rechts (niet in verticale positie) afhankelijk van de positie van uw waterkraan.
12.11 Noodafvoer
Als het apparaat het water niet kan wegpompen, voert u dezelfde procedure uit zoals beschreven in de paragraaf 'Reinigen van de afvoerpomp-filter'. Reinig de pomp, indien nodig.
Als u het water afvoert met de noodafvoerprocedure, moet u het afvoersysteem opnieuw activeren:
- 1. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel van de wasmiddellade.
- 2. Start het programma om het water af te voeren.
12.12 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd op een plek waar de temperatuur 0°C of daaronder kan bereiken, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 38
13. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
13.1 Alarmcodes en mogelijke storingen
Het apparaat start niet of stopt tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING!
Voordat u controles uitvoert, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
Bij sommige problemen wordt op de display een alarmcode
weergegeven en kan de Start/Pauze -knop continue knipperen:
Als de machine te vol geladen is, moet u een aantal kledingstukken uit de trommel verwijderen en/of tegen de deur duwen en tegelijkertijd op de toets Start/Pauze drukken totdat het controlelampje stopt met knipperen (zie de onderstaande afbeelding).
Probleem
Het apparaat wordt niet goed gevuld met water.
Mogelijke oplossing
- Controleer of de waterkraan geopend is.
- Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf.
- Controleer of de waterkraan niet verstopt is.
- Controleer of er geen knikken, beschadigingen of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn.
- Zorg ervoor dat de aansluiting van de watertoevoerslang correct is.
- Zorg ervoor dat het filter van de toevoerslang en het filter van de klep niet verstopt zijn. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'.
Pagina 39
| de machine geen water wegpompt, | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de afvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als je een programma instelt zonder afvoerfase. • Stel het afvoerprogramma in als je een optie instelt die eindigt met water in de kuip. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer wordt weergegeven, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. | • Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de erkende servicedienst. |
| Als de display andere alarmcodes aangeeft, schakel je het apparaat uit en weer in. Als het probleem aanhoudt, neem je contact op met de erkende servicedienst. Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met het apparaat. | |
| Probleem | Mogelijke oplossing |
| Het programma start niet. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. • Verzeker je ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de optie voor uitgestelde start ingesteld is, annuleer je de instelling of wacht je tot het aftellen voorbij is. • Schakel de kinderbeveiliging uit, als deze actief is. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
| Het apparaat wordt met water gevuld, maar dat wordt onmiddellijk afgetapt. | • Zorg ervoor dat de afvoerslang zich in de juiste positie bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeprogramma in. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Pas de kleding in de kuip handmatig aan en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan worden veroorzaakt door problemen met de balans. |
Pagina 40
| Probleem | Mogelijke oplossing |
|---|---|
| Er is water op de vloer. | • Verzeker je ervan dat de koppelingen van de waterslangen stevig vastzitten en dat er geen waterlekkage is. • Verzeker je ervan dat de watertoevoerslang en de afvoerslang niet beschadigd zijn. • Zorg ervoor dat je het juiste wasmiddel en in de juiste hoeveelheid gebruikt. |
| Je kunt de deur van het apparaat niet openen. | • Verzeker je ervan dat er geen wasprogramma is gekozen dat eindigt met water in de trommel. • Verzeker je ervan dat het afwasprogramma is afgelopen. • Stel het afvoerprogramma of het centrifugeprogramma in als er water in de trommel zit. • Verzeker je ervan dat het apparaat elektriciteit krijgt. • Dit probleem kan worden veroorzaakt door een storing in het apparaat. Neem contact op met de erkende servicedienst. Als je de deur moet openen, lees je zorgvuldig 'Nooddeuropening'. |
| De machine maakt abnormale geluiden en trilt. | • Verzeker je ervan dat deze waterpas staat. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Verzeker je ervan dat de verpakking en/of de transportbouten verwijderd zijn. Raadpleeg 'Montage-instructies'. • Voeg meer wasgoed toe aan de trommel. De lading is mogelijk te klein. |
| De programmaduur neemt toe of af tijdens het draaien van het programma. | • Het ProSense System kan de duur van het programma aanpassen aan het type en de hoeveelheid wasgoed. Zie 'Beladingsdetectie ProSense System' onder het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'. |
| De wasresultaten zijn niet bevredigend. | • Verhoog de hoeveelheid wasmiddel of gebruik een ander wasmiddel. • Gebruik speciale producten om hardnekkige vlekken te verwijderen voordat je het wasgoed wast. • Zorg ervoor dat je de juiste temperatuur instelt. • Verminder de wasgoedlading. |
| Te veel schuim in de trommel tijdens de wascyclus. | • Verminder de hoeveelheid wasmiddel of het aantal tabletten of wasmiddelen voor eenmalig gebruik. |
| Na de wascyclus is er wat wasmiddel achtergebleven in de wasmiddellade. | • Verzeker je ervan dat je het wasmiddelvakje hebt gebruikt volgens de instructies in deze gebruiksaanwijzing. • Zorg ervoor dat je verse tabletten of wasmiddelen voor eenmalig gebruik gebruikt. Bewaar ze in hun doos en sluit ze na gebruik, volgens de aanbevelingen van de fabrikant. Directe blootstelling aan het milieu kan hun karakteristiek en hun gedrag in het Pods®compartiment wijzigen, met name in combinatie met bepaalde opties (bijv. Startuitstel). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 40)
Schakel na de controle de machine in. Het programma wordt voortgezet vanaf het punt van onderbreking.
Als het probleem opnieuw optreedt, neem je contact op met een erkende servicedienst.
De contactgegevens van de servicedienst staan op het typeplaatje.
Pagina 41
13.2 Nooddeur openen
In het geval van een stroomstoring of apparaatstoring blijft de deur van het apparaat vergrendeld. Het wasprogramma gaat verder als er weer stroom is. Als de deur door een storing vergrendeld blijft, is het mogelijk om de deur te openen met een noodontgrendeling.
Voordat je de deur opent:
LET OP!
Gevaar voor brandwonden! Zorg ervoor dat de watertemperatuur niet te hoog is en dat het wasgoed niet heet is. Wacht indien nodig tot de watertemperatuur en het wasgoed zijn afgekoeld.
LET OP!
Gevaar voor verwonding! Zorg ervoor dat de trommel niet draait. Wacht indien nodig tot de trommel stopt met draaien.
Zorg ervoor dat het waterpeil in de trommel niet te hoog is. Voer indien nodig een noodafvoerprocedure uit (zie 'Water afvoeren in een noodgeval' in het hoofdstuk 'Onderhoud en reiniging').
Ga als volgt te werk om de deur te openen:
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Haal de stekker uit het stopcontact.
- 3. Open de filterklep.
- 4. Trek de noodvergrendelingstrekker eenmaal naar beneden. Trek die nogmaals naar beneden, houd hem gespannen en open in de tussentijd de deur van het apparaat.
- 5. Verwijder het wasgoed en sluit vervolgens de deur van het apparaat.
- 6. Sluit de filterklep.
Pagina 42
14. VERBRUIKSWAARDEN
14.1 Opmerking
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de link https:// eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die je vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Waarden en programmaduur kunnen verschillen afhankelijk van verschillende omstandigheden (bijv. kamertemperatuur, watertemperatuur en -druk, ladinggrootte en type wasgoed, voedingsspanning) en ook als je de standaardinstelling van een programma wijzigt.
14.2 Overeenkomstig Verordening EU 2019/2023 van de Commissie en het Oekraïense decreet 834/2023
| Eco 40-60 programma kg kWh Liter uu:mm | % 1) °C tpm2) |
|---|---|
| Volledige belading 9.0 0.820 55.0 03:40 | 52.00 35.0 1551 |
| Halve belading 4.5 0.540 45.0 02:35 | 52.00 33.0 1551 |
| Kwartbelading 2.5 0.185 38.0 02:30 | 54.00 23.0 1551 |
| 1) Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht. 2) Maximale centrifugesnelheid. Stroomverbruik in verschillende modi | |
| Uit (W) Stand-by (W) | Uitgestelde start (W) |
| 0.50 0.50 | 4.00 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 42)
De tijd tot de Uit-/Stand-bymodus is maximaal 15 minuten.
14.3 Gebruikelijke programma's
Deze waarden zijn slechts indicatief.
Pagina 43
| Programma | kg | kWh | Liter | uu:mm | % 1) | °C | tpm2) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Katoen3) 95 °C | 9.0 | 2.700 | 90.0 | 04:05 | 44.00 | 85.0 | 1600 |
| Katoen 60 °C | 9.0 | 1.600 | 85.0 | 03:50 | 44.00 | 55.0 | 1600 |
| Katoen4) 20 °C | 9.0 | 0.350 | 85.0 | 03:00 | 44.00 | 20.0 | 1600 |
| Synthetica 40 °C | 4.0 | 0.800 | 55.0 | 02:15 | 35.00 | 40.0 | 1200 |
| Fijne was5) 30 °C | 2.0 | 0.400 | 60.0 | 01:05 | 35.00 | 30.0 | 1200 |
| Wol 30 °C | 1.5 | 0.300 | 65.0 | 01:05 | 30.00 | 30.0 | 1200 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 43)
- 1) Resterend vocht aan het einde van de centrifugeerfase. Hoe hoger de centrifugeersnelheid, hoe hoger het geluid en hoe lager het resterende vocht.
- 2) Referentie-indicator van de centrifugeersnelheid.
- 3) Geschikt voor het wassen van zwaar vervuild textiel.
- 4) Geschikt voor het wassen van licht vervuilde katoenen, synthetische en gemengde stoffen.
- 5) Het werkt ook als een snelle wascyclus voor licht vervuild wasgoed.
15. SNELHANDLEIDING
15.1 Dagelijks gebruik
- Steek de stekker in het stopcontact.
- Open de waterkraan.
- Druk op de Aan/Uit -toets om het apparaat aan te zetten (1).
- Draai de programmaknop om het gewenste wasprogramma in te stellen (2).
- Stel de gewenste opties in met de overeenkomstige tiptoetsen (3).
- Plaats het wasgoed in de trommel, één item tegelijk zonder overschrijding van de maximale voorgestelde lading. Sluit de
deur en zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen de deur blijft klemmen.
- Plaats het wasmiddel en andere behandelmiddelen in de juiste vakken van het wasmiddeldoseerbakje. Als je tabletten gebruikt, activeer dan de Pods®- optie
- Om het programma te starten, druk op de
Start/Pauze -toets (4).
- Het apparaat start.
- Neem aan het einde van het programma het wasgoed er uit.
Pagina 44
- Druk op deAan/Uit -toets om het apparaat uit te zetten.
15.2 Reinigen van het filter van de afvoerpomp
1
180˚
Reinig het filter regelmatig en in het bijzonder als de alarmcode op het display verschijnt.
15.3 Programma’s
| Programma’s | Belading | Productbeschrijving |
|---|---|---|
| MixLoad 69min | 5.0 kg | Katoen en synthetische stoffen. Dit programma zorgt in een korte tijd voor goede wasprestaties. De standaard programmaduur is ontwikkeld bij een wasgoedlading van 5 kg. Als u een kleinere of grotere lading wast, wordt de wastijd automatisch verkort of verlengd, waardoor perfecte resultaten worden verkregen. |
| Eco 40-60 | 9.0 kg | Lage energiecyclus voor katoen. Verlaagt de temperatuur en verlengt de tijd om goede wasresultaten te bereiken. |
| Katoen | 9.0 kg | Witte en gekleurde katoenen stoffen. Ideaal voor normaal en zwaar bevuild wasgoed. |
| Synthetica | 4.0 kg | Synthetische of gemengde stoffen. |
| Fijne was | 2.0 kg | Delicate stoffen zoals acryl, viscose en polyester. |
| Wol | 1.5 kg | Machinewasbare wol, handwasbare wol en fijne was. |
| 20 min. - 3 kg | 3.0 kg | Katoenen en synthetische kledingstukken, licht vervuild of slechts eenmaal gedragen. |
| Stoom | 1.0 kg | Katoenen en synthetische artikelen die moeten ontkreuken. |
| Machine Clean | - | Onderhoudscyclus voor reinigen van trommel. |
Pagina 45
Programma’s Belading Productbeschrijving
Witte katoenen stoffen. Dit programma verwijdert meer dan 9.0 kg 99,99% van de bacteriën en virussen 1) Het zorgt ook voor Hygiëne een goede vermindering van allergenen.
Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Programma 9.0 kg
Spoelen voor spoelen en centrifugeren.
Om het wasgoed te centrifugeren en het water uit de trommel 9.0 kg
Centrifugeren/Pompen af te voeren. Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen.
- 1) Getest op Staphylococcus aureus, Enterococcus faecium, Candida albicans, Pseudomonas aeruginosa en MS2 Bacteriophage in een externe test uitgevoerd door Swissatest Testmaterialien AG in 2021 (Testrapport nr. 202120117).
Door het apparaat te laden tot de maximale aangegeven, wordt het energie- en capaciteit die voor elk programma is waterverbruik verminderd.
Geschikte wasmiddelen voor wasprogramma’s
Programma Universeel Universele Vloeistof voor Fijne was en Speciaal poeder1) vloeistof (Li gekleurde wol quid Univer was sal)
MixLoad 69min -- ▲ ▲ -- -- Eco 40-60 ▲ ▲ ▲ -- -- Katoen ▲ ▲ ▲ -- -- Synthetica ▲ ▲ ▲ -- -- Fijne was -- -- -- ▲ ▲ Wol -- -- -- ▲ ▲ 20 min. - 3 kg -- ▲ ▲ -- -- Hygiëne ▲ ▲ -- -- ▲
- 1) Bij een temperatuur hoger dan 60 °C wordt het gebruik van waspoeder aanbevolen.
15.4 Type en hoeveelheid bij voorkeur voor wasprogramma's op wasmiddel. lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en middelen voor wollen artikelen. andere middelen die speciaal bedoeld zijn • Meng geen verschillende soorten voor wasmachines. Volg eerst deze wasmiddelen.
algemene regels: • Gebruik minder wasmiddel als:
- waspoeder (ook tabletten en – je een kleine lading wast, wasmiddelen met een enkele dosis) – het wasgoed licht vervuild is, voor alle soorten stoffen, met – er grote hoeveelheden schuim zijn uitzondering van delicate stoffen. Kies tijdens het wassen.
bij voorkeur voor waspoeder met Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de bleekmiddel voor witte was en volgende dingen:
hygiënisch wassen, • onbevredigende wasresultaten,
- vloeibare wasmiddelen (ook • het wasgoed dat grijs wordt, wasmiddelen voor eenmalig gebruik),
Pagina 46
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
15.5 Schema periodieke reiniging
Periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje open om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Indicatief schema voor periodiek reinigen:
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswas | Eenmaal ter maand |
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
| Controleer de trommel kalkaanslag. We raden | regelmatig op aan om af en toe met |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 46)
een leeg vat en een ontkalkingsproduct een cyclus uit te voeren.
Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.
Deurrubber
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer het deurrubber regelmatig en reinig het indien nodig zoals beschreven in het volgende diagram. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Verwijder indien noodzakelijk pluizen en andere voorwerpen uit de filterholte.
16. HET MILIEUPERSPECTIEF
Recycle materialen met het symbool . Gooi de verpakking in de juiste containers om het te recyclen. Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycle het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar de milieustraat bij je in de buurt of neem contact op met de gemeente.