AEG LWF62R842, tekst van de handleiding
Pagina's 16–39 van 48 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–15verder op pagina 40 →
Pagina 16
Door deze optie kan het programma langer duren.
Deze optie is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40 °C.
7.8 Startuitstel
Met deze optie kun je het starten van een programma uitstellen naar een handiger tijdstip.
Tik herhaaldelijk op de toets om de gewenste uitsteltijd in te stellen. De tijd wordt met stappen van 30 minuten verhoogd tot 90' en van 2 tot maximaal 20 uur.
Na het starten van de cyclus met de toets
Start/Pauze geeft het display de gekozen uitsteltijd weer en begint het apparaat met aftellen.
7.9 Droogtijd
Raak in het programma waar het selecteerbaar is deze toets aan om de tijd in te stellen die past bij de stoffen die Je moet drogen (zie tabel 'Tijddrogen'). Het display toont de ingestelde waarde.
Telkens als je op deze toets drukt, wordt de tijdswaarde met 5 minuten verlengd.
Je kunt niet alle tijdwaarden instellen voor verschillende soorten stoffen.
7.10 Kinderslot
Met deze optie kun je voorkomen dat kinderen met het bedieningspaneel spelen.
- Om deze optie te activeren/deactiveren, raak je de knop Startuitstel en de knop Droogtijd tegelijkertijd aan totdat het controlelampje LOC aangaat op het display.
- Om deze optie te activeren/deactiveren, raak je de knop Startuitstel en de knop Droogtijd tegelijkertijd aan totdat het controlelampje UnL aangaat op het display.
Je kunt deze optie activeren:
- Nadat je op de toets Start/Pauze hebt gedrukt, worden alle toetspen en het programmakeuzewiel gedeactiveerd (behalve de toets Aan/Uit ).
- Voordat je drukt op de toets Start/Pauze
: het apparaat kan niet starten. Het apparaat behoudt de keuze van deze optie nadat je het hebt uitgeschakeld.
7.11 Start/Pauze
Raak de toets Start/Pauze aan om het apparaat te starten, te pauzeren of het draaiende programma te onderbreken.
Pagina 17
8. PROGRAMMA’S
8.1 Programmatabel
| Programma Standaardtemperatuur Temperatuurbereik | Maximale lading Referentie centrifugeersnelheid | Programmabeschrijving (Soort lading en mate van vervuiling) |
|---|---|---|
| Eco 40-60 (Alleen wassen-modus) 40 °C1) | 8 kg 1600 tpm | Wit katoen en kleurvast katoen. Normaal vervuilde kledingstukken. |
| Eco 40-60 + Kastdroogniveau (modus Wassen en drogen) 40 °C2) | 4 kg 1600 tpm | |
| Eco 40-60 + Kastdroogniveau (Alleen drogen-modus) | 4 kg | Wit katoen en kleurvast katoen. |
| Katoen 40 °C 95 °C - Koud | 8 kg 1600 tpm | Wit katoen en bont katoen. Voor normaal, zwaar en licht bevuild wasgoed. |
| Synthetica 30 °C 60 °C - Koud | 3 kg 1200 tpm | Synthetische of gemengde stoffen. Normaal vervuilde kledingstukken. |
| Fijne was 30 °C 40°C - Koud | 2 kg 1200 tpm | Fijne stoffen zoals acryl, viscose en gemengde stoffen hebben een milde wasbeurt nodig. Voor normaal en licht bevuild wasgoed. |
| Wol 40 °C 40°C - Koud | 1.5 kg 1200 tpm | Machinewasbestendige wol, handwasbestendige wol en andere stoffen met «handwas»-symbool3). |
| 20 min. - 3 kg 30 °C 40 °C - 30 °C | 3 kg 1200 tpm | Katoen en synthetische stoffen . Licht vervuild of slechts eenmaal gedragen. |
| Centrifugeren/Pompen 4) | 8 kg 1600 tpm | Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Om het wasgoed te centrifugeren en het water uit de trommel af te voeren. |
| Spoelen Koud | 8 kg 1600 tpm | Het wasgoed spoelen en centrifugeren. Alle stoffen, behalve wol en zeer delicate stoffen. Verlaag de centrifugeersnelheid afhankelijk van het type wasgoed. |
Pagina 18
| Programma Standaardtemperatuur Temperatuurbereik | Maximale lading Programmabeschrijving Referentie centri‐ (Soort lading en mate van vervuiling) fugeersnelheid |
|---|---|
| ® Wol | 1 kg Droogprogramma voor wol. Voorzichtig drogen voor wol die met de hand gewassen moet worden. Het wasgoed onmiddellijk na het voltooien van het programma uit het apparaat halen. |
| Fijne was | 2 kg Droogprogramma voor fijne was. |
| Synthetica | 3 kg Droogprogramma voor synthetische artikelen en gemengde stoffen. |
| Katoen | 4 kg Droogprogramma voor katoenen kledingstukken. |
| Nonstop 1h/1kg 30 °C 40 °C - 30 °C | 1 kg Compleet programma samengesteld uit een wasfase 1200 tpm en een droogfase voor een kleine belading van gemengde overhemden. |
| Stoom | 1 kg Katoen, synthetische en gemengde artikelen. Speciale stoomcyclus zonder wassen, die gebruikt kan worden om uw gedroogde was te bereiden voor het strijken of opfrissen van kleding die eenmaal gedragen is. Dit programma vermindert kreuken, geurtjes en ontspant de vezels. Gebruik geen wasmiddel. |
| 1) In overeenstemming met Verordening van de Commissie EU 2019/2023. Dit programma bij standaard temperatuur en centrifugeersnelheid, in wasmodus, met een nominale capaciteit van 8 kg, is in staat om normaal bevuild katoenen wasgoed dat wasbaar is verklaard bij 40°C of 60°C, samen in dezelfde cyclus te reinigen. | |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
Voor de bereikte temperatuur in het wasgoed, de duur van het programma en andere gegevens wordt verwezen naar het hoofdstuk 'Verbruikswaarden'.
De meest efficiënte programma's op het gebied van energieverbruik zijn over het algemeen programma's die presteren bij lagere temperaturen en een langere duur.
- 2) In overeenstemming met Verordening van de Commissie EU 2019/2023. Dit programma bij standaardtemperatuur en centrifugeersnelheid, in was- en droogmodus, met nominaal vermogen van 4 kg en Kastdroog-niveau voert de was- en droogcyclus uit die geschikt is voor het reinigen van normaal bevuild katoenen wasgoed dat wasbaar is verklaard bij 40°C of 60°C, samen in dezelfde cyclus en, na de droogfase, kan het wasgoed onmiddellijk in een kast worden opgeslagen.
- 3) Tijdens deze cyclus draait de trommel langzaam om te zorgen voor een zacht wasproces. Het kan lijken alsof de trommel niet draait of niet goed draait, maar dat is normaal voor dit programma.
- 4) Stel de centrifugeersnelheid in. Zorg ervoor dat deze geschikt is voor het soort stof dat wordt gewassen. Als u de optie Niet centrifugeren instelt, is enkel de afvoerfase beschikbaar.
Pagina 19: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 20
| Katoen | ■ ■ |
|---|---|
| Nonstop 1h/1kg | |
| Stoom |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 1) De opties voorwas en vlekken zijn niet samen te selecteren.
- 2) De functie Vlekken is niet beschikbaar bij een temperatuur lager dan 40°C.
- 3) Stel de centrifugeersnelheid in. Zorg ervoor dat deze geschikt is voor het soort stof dat wordt gewassen. Als u de optie Niet centrifugeren instelt, is enkel de afvoerfase beschikbaar.
▲ = Alleen Kastdroog optie is beschikbaar.
- = Selecteerbaar.
Geschikte wasmiddelen voor elk programma
| Programma | Universeel poeder1) | Universele vloeistof (Liquid Universal) | Vloeistof voor gekleurde was | Fijne was en wol | Speciaal |
|---|---|---|---|---|---|
| Eco 40-60 | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Katoen | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Synthetica | ▲ | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Fijne was | -- | -- | -- | ▲ | ▲ |
| Wol | -- | -- | -- | ▲ | ▲ |
| 20 min. - 3 kg | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
| Nonstop 1h/1kg | -- | ▲ | ▲ | -- | -- |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 20)
- 1) Bij een temperatuur hoger dan 60 °C wordt het gebruik van waspoeder aanbevolen.
▲ = Aanbevolen. -- = Niet aanbevolen.
Pagina 21: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 22
| Droogtegraad | Soort stof | Lading (kg) | Centrifugeersnelheid (tpm) | Voorgestelde duur (min) |
|---|---|---|---|---|
| Synthetische en gemengde stoffen. (truien, blouses, ondergoed, huishoudlinnen en beddengoed) | 3 | 1200 | 135 - 150 | |
| 1 | 1200 | 45 - 55 | ||
| Fijne was (acryl, viscose en fijne gemengde stoffen) | 2 | 1200 | 155 - 165 | |
| 1 | 1200 | 95 - 105 | ||
| Wol (wollen truien) | 1 | 1200 | 80 - 100 | |
| Strijkdroog Geschikt voor kledingstukken die gestreken moeten worden. | Katoen en linnen (lakens, tafelkleden, overhemden, enz.) | 4 | 1600 | 110 - 125 |
| 2 | 1600 | 65 - 75 | ||
| 1 | 1600 | 40 - 80 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 22)
8.4 Woolmark Premium Wool Care - Blauw
- De wolwascyclus van deze machine is getest en goedgekeurd door The
Woolmark Company voor het wassen van
wollen kleding met een wasetiket voor handwas, mits de kledingstukken worden gewassen volgens de instructies op het etiket in het kledingstuk en die van de fabrikant van deze wasmachine. M1380.
- De droogcyclus voor wol van deze machine is getest en goedgekeurd door de Woolmark Company. De cyclus is geschikt voor wollen kleding die volgens het etiket op de hand moet worden gewassen op voorwaarde dat de kleding op een door Woolmark aangeraden manier op de hand gewassen is en gedroogd wordt volgens de instructies van de fabrikant van deze wasmachine.
M1381.
Pagina 23
9. VOOR HET EERSTE GEBRUIK
Tijdens de installatie of voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt, kunt u wat water in het apparaat waarnemen. Dit is restwater dat in het apparaat is achtergebleven nadat in de fabriek een volledige functietest werd uitgevoerd om te garanderen dat het apparaat in perfect functionerende staat aan de klant wordt geleverd, en is geen reden voor ongerustheid.
- 1. Zorg ervoor dat alle transportbouten uit het apparaat zijn verwijderd.
- 2. Zorg ervoor dat er stroom aanwezig is en dat de waterkraan openstaat.
- 3. Giet 2 liter water in het vakje voor het hoofdwasmiddel dat wordt aangegeven
met .
Deze handeling activeert het afvoersysteem.
- 4. Giet een kleine hoeveelheid wasmiddel in
het vak dat wordt aangegeven met .
- 5. Stel het programma voor katoen in op de hoogste temperatuur zonder wasgoed in de trommel en start het programma. Dit verwijdert al het mogelijke vuil uit de trommel en de kuip.
10. DAGELIJKS GEBRUIK
10.1 Wasgoed in de machine doen
- 1. Open de deur van het apparaat.
- 2. Plaats het wasgoed stuk voor stuk in de trommel.
- 3. Schud de items voor u ze in de wasautomaat plaatst.
Zorg ervoor dat u niet te veel was in de trommel plaatst.
- 4. Doe de deur stevig dicht.
LET OP!
Zorg ervoor dat er geen wasgoed tussen het rubber en de deur terechtkomt. Er kan waterlekkage of beschadigd wasgoed ontstaan.
10.2 Vullen met wasmiddel en toevoegingen
Vakje voor voorwasmiddel, weekprogramma of vlekkenverwijderaar.
Wasmiddelvakje voor wasfase.
Vakje voor vloeibare toevoegingen (textielversteviger, stijfsel).
Dit is het maximale niveau voor vloeibare toevoegingen.
Klep voor waspoeder of vloeibaar wasmiddel.
Pagina 24
Gebruik wasmiddelen altijd volgens de aanwijzingen op de verpakking.
10.3 De stand van de klep controleren
- 1. Trek de wasmiddeldoseerlade uit tot deze niet meer verder kan.
- 2. Druk de hendel in om de lade uit te trekken.
- 3. Draai de klep omhoog om poederwasmiddel te gebruiken.
A
- 4. Draai de klep omlaag om vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
| B | |
|---|---|
| Met de klep in de stand OMLAAG: • Gebruik geen gelatineachtige of dikke vloeibare wasmiddelen. • Giet niet meer vloeibaar wasmiddel in het vakje dan de limiet op de klep. • Stel de voorwasfase niet in. • Stel de startuitstelfunctie niet in. | |
| 5. Meet het wasmiddel en wasverzachter 6. Sluit de wasmiddeldoseerlade voorzichtig. Zorg bij het sluiten van de lade dat de klep geen blokkering veroorzaakt. | af. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 24)
10.4 Het apparaat inschakelen
- 1. Steek de stekker in het stopcontact.
- 2. Open de waterkraan.
- 3. Druk opnieuw op de Aan/Uit-toets om het apparaat aan te zetten.
Er klinkt een korte toon.
10.5 Een programma kiezen
- 1. Draai de programmatoets en stel het programma in:
- Het bijbehorende controlelampje gaat branden.
- Het indicatielampje van Start/Pauze
knippert.
- Het display toont: de standaardtemperatuur, de centrifugeersnelheid en de programmaduur.
- 2. Indien nodig, wijzig de temperatuur en de centrifugeersnelheid of voeg extra opties toe. Als je een optie activeert, gaat het
Pagina 25
indicatielampje van de ingestelde optie branden.
Als een keuze niet mogelijk is, gaat het controlelampje niet aan en klinkt er een geluidssignaal.
10.6 Een programma starten zonder uitgestelde start
Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
Het desbetreffende indicatielampje stopt met knipperen en blijft branden.
Het programma start, de deur is vergrendeld.
De display toont het indicatielampje .
De afvoerpomp kan een korte tijd werken als het apparaat water vult.
10.7 De ProSense System ladingdetectie
Na op de toets Start/Pauze te hebben gedrukt:
- 1. Het ProSense System begint het gewicht van de lading te schatten om de werkelijke programmaduur te berekenen.
Tijdens deze fase knipperen de twee punten die uren van minuten scheiden.
- 2. Na ongeveer 15-20 minuten wordt een nieuwe cyclusduur weergegeven.
Het apparaat past de programmaduur automatisch aan de lading aan om in de kortst mogelijke tijd zo perfect mogelijke wasresultaten te krijgen.
De ProSense System is niet beschikbaar bij alle programma's, bijvoorbeeld: Wol en bij programma's met korte cycli.
Het apparaat kan een dubbele pieptoon laten horen om overbelasting of ongelijk verdeelde lading aan te geven. Het geluid klinkt als de geluidssignalen niet zijn uitgeschakeld.
10.8 Een programma starten met Uitgestelde start
- 1. Druk herhaaldelijk op de toets Startuitstel tot het display het aantal minuten of de uitgestelde uren weergeeft.
Het bijbehorende indicatielampje gaat branden.
- 2. Druk op de -toets Start/Pauze . De deur van het apparaat wordt vergrendeld en het aftellen voor de uitgestelde start begint.
Nadat het aftelproces voltooid is, wordt het programma automatisch gestart.
Voordat je op de toets Start/Pauze drukt om het apparaat te starten, kun je de instelling van de uitgestelde start annuleren of wijzigen.
10.9 De uitgestelde start annuleren
De uitgestelde start annuleren:
- 1. Druk op de toets Start/Pauze om het apparaat op PAUZE te zetten.
Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Druk op de toets Startuitstel totdat op het
display verschijnt.
- 3. Druk op de toets Start/Pauze om het programma onmiddellijk te starten.
10.10 Onderbreken van een programma en een optie wijzigen
Je kunt slechts enkele functies wijzigen voordat ze gaan werken.
- 1. Druk op de -toets Start/Pauze . Het bijbehorende indicatielampje knippert.
- 2. Wijzig de ingestelde optie.
- 3. Druk opnieuw op de toets Start/Pauze
.
Het programma gaat verder.
10.11 Een actief programma stoppen
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het programma te annuleren en om het apparaat uit te schakelen.
- 2. Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat aan te zetten.
Pagina 26
Je kunt nu een nieuw wasprogramma instellen.
Voordat je het nieuwe programma start, kan het apparaat het water afvoeren. Zorg er in dat geval voor dat het wasmiddel nog in het wasmiddelbakje zit, als je het wasmiddel niet opnieuw bijvult.
10.12 De deur openen
Als de temperatuur en het waterniveau in de trommel te hoog zijn en/of de trommel nog draait, kun je de deur niet openen.
Als een programma of het startuitstel in werking is, is de deur van het apparaat vergrendeld.
- 1. Druk op de toetsStart/Pauze . Op het display gaat het bijbehorende deurvergrendelingssymbool uit.
- 2. Open de deur van het apparaat.
- 3. Sluit de deur en druk op de toets Start/
Pauze .
Het programma (of startuitstel) gaat verder.
10.13 Einde programma
Als het programma is afgelopen, stopt het apparaat automatisch. Het geluidssignaal werkt.
Op het display gaat branden en de
aanduiding deur vergrendeld gaat uit.
Het lampje van toets Start/Pauze gaat uit.
- 1. Druk op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te zetten.
Vijf minuten na afloop van het programma schakelt energiebesparingsfunctie het apparaat automatisch uit.
Als je het apparaat weer inschakelt, wordt het einde van het als laatste gekozen programma in het display weergegeven. Draai aan de programmatoets om een nieuwe cyclus in te stellen.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat.
- 3. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 4. Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen
10.14 Water afvoeren na het einde van de cyclus
Het afwasprogramma is voltooid, maar er bevindt zich water in de trommel:
De trommel draait regelmatig om kreuken in het wasgoed te voorkomen.
Het deurvergrendelingssymbool brandt. De deur blijft vergrendeld.
Je moet het water afvoeren om de deur te openen:
- 1. Verlaag indien nodig de centrifugeersnelheid.
- 2. Druk op de -toets Start/Pauze . Het apparaat pompt het water weg en centrifugeert.
- 3. Als het programma is voltooid, gaat het
deurvergrendelingssymbool uit waarna je de deur kunt openen.
- 4. Druk een paar seconden lang op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen.
Het apparaat pompt en centrifugeert automatisch na ongeveer 18 uur.
10.15 Stand-by optie
De stand-by-functie schakelt het apparaat automatisch uit om stroom te besparen als:
- Je hebt het apparaat 5 minuten voordat je op de toets Start/Pauze drukt niet gebruikt.
Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
- 5 minuten na beëindiging van het wasprogramma
Druk opnieuw op de toets Aan/Uit om het apparaat in te schakelen.
Het einde van het laatst ingestelde programma wordt weergegeven op het display.
Draai aan de programmatoets om een nieuwe cyclus in te stellen.
Pagina 27
Als je een programma of optie instelt die eindigt met water in de trommel, wordt het apparaat niet gedeactiveerd door de stand-by-functie om je eraan te herinneren dat je het water weg moet pompen.
11. DAGELIJKS GEBRUIK - WASSEN & DROGEN
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Dit apparaat is een automatische wasdroogcombinatie.
11.1 Gecombineerd programma wassen en drogen
- 1. Houd de Aan/Uit-toets enkele seconden ingedrukt om het apparaat in te schakelen.
- 2. Plaats de te drogen items een voor een in de trommel.
Voor goede droogprestaties niet de maximale droogladingen overschrijden die in de gebruikershandleiding worden aanbevolen. Stel geen centrifugeersnelheid in die lager is dan de automatische snelheid van het ingestelde programma.
- 3. Doe het wasmiddel en de aanvullende middelen in het juiste vakje.
- 4. Draai de programmaknop naar het wasprogramma.
Het display toont de indicatielampjes van de verschillende wasfases.
- 5. Stel de beschikbare opties in.
Het Nonstop 1h/1kgprogramma is al een compleet was- en droogprogramma en het is niet nodig om de Droogtegraad of de Droogtijd .
11.2 Wassen en automatisch drogen
- 1. Druk herhaaldelijk op de toets Droogtegraad totdat op het display een van de droogtegraadindicatoren wordt weergegeven:
- Strijkdroog;
- optie Kastdroog;
- optie Extra droog.
Op het display verschijnt het indicatielampje
. De tijdswaarde op het display is de duur van de was- en droogcycli, berekend op een standaardlading.
Om een goed droogresultaat te krijgen, is het niet mogelijk om een te lage centrifugeersnelheid in te stellen voor de kledingstukken die moeten worden gewassen en gedroogd.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
Op het display blijft het indicatielampje van het ingestelde droogniveau branden.
De aanduiding deur vergrendeld gaat branden.
Het display toont regelmatig een nieuwe tijdswaarde.
De laatste minuten van de droogcyclus voert het apparaat de antikreukbeveiliging en de koelfasen uit.
11.3 Wassen en tijdgestuurd drogen
Voor een goede droging laat het apparaat jou niet een te lage centrifugeersnelheid instellen
Pagina 28
voor de te wassen en te drogen kledingstukken.
- 1. Druk op de toets Droogtijd om de droogtijdwaarde in te stellen. Het display toont 10 minuten.
Op het display verschijnt het lampje . Het display toont de ingestelde droogwaarde.
Bijvoorbeeld: .Na enkele seconden toont
het display de definitieve tijdwaarde , d.w.z. de totale duurtijd van de was- en droogcycli (wassen + drogen + anti-kreuk + koelfasen).
Als je na het wassen slechts 10 minuten droogtijd instelt, berekent het apparaat ook de duur van de anti-kreukbeveiliging en de koelfasen.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
Op het display verschijnt het lampje . De deur wordt vergrendeld. Het display toont regelmatig een nieuwe tijdswaarde.
11.4 Einde van het programma
Het apparaat stopt automatisch. De geluidssignalen werken.
Voor meer informatie, raadpleeg "Aan het einde van het droogprogramma" van het vorige hoofdstuk.
- 1. Haal het wasgoed uit het apparaat. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 2. Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
12. DAGELIJKS GEBRUIK - ALLEEN DROGEN
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
Dit apparaat is een automatische wasdroogcombinatie.
12.1 Instelling drogen
WAARSCHUWING!
Controleer of de waterkraan geopend is.
- 1. Houd de toets Aan/Uit enkele seconden ingedrukt om het apparaat in te schakelen.
- 2. Plaats de te drogen items een voor een in de trommel.
- 3. Draai de programmakeuzetoets op het
gewenste droogprogramma . Het
display toont de droogindicatie .
Voor goede droogprestaties niet de maximale droogladingen overschrijden die in de gebruikershandleiding worden aanbevolen. Stel geen centrifugeersnelheid in die lager is dan de automatische snelheid van het ingestelde programma.
12.2 Drogen bij automatische niveaus
Het wasgoed kan worden gedroogd op vooraf ingestelde droogniveaus:
- 1. Druk herhaaldelijk op de toets Droogtegraad totdat op het display een van de droogtegraadindicatoren wordt weergegeven:
- Strijkdroog;
- optie Kastdroog;
- optie Extra droog.
Het display toont een tijdswaarde, berekend op de standaardlading. Als de hoeveelheid wasgoed meer of minder is dan de standaardafmetingen, past het apparaat automatisch de tijdswaarde tijdens de cyclus aan.
Pagina 29
- 2. Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
Het display toont de aanduiding deur
vergrendeld . De droogindicator gaat knipperen.
Je kunt niet alle droogniveaus gebruiken voor ieder type wasgoed.
12.3 Tijdgestuurd drogen
Het wasgoed kan ook worden gedroogd met een handmatig tijdgestuurd droogprogramma:
- 1. Druk nogmaals op de toets Droogtijd om de droogtijdwaarde in te stellen. Het display toont 10 minuten.
- Het display toont de ingestelde
tijdwaarde: bijv. . Telkens als je op deze toets drukt, wordt de tijdswaarde met 5 minuten verlengd.
- Na een paar seconden toont het display een nieuwe tijdswaarde: bijv.
. Het apparaat berekent ook de duur van de anti-kreukbeveiliging en de koelfasen.
- 2. Druk op de toets Start/Pauze om het programma te starten.
- Het display toont regelmatig een nieuwe tijdswaarde.
- Het drooglampje gaat knipperen.
- Op het display verschijnt de aanduiding voor deur vergrendeld
.
Als je slechts 10 minuten droogt, voert het apparaat alleen een afkoelfase uit. Als het wasgoed niet voldoende droog is, stel dan een korte droogtijd in.
12.4 Einde van het droogprogramma
Het apparaat stopt automatisch.
- De geluidssignalen werken.
- Op het display gaat branden.
- Het indicatielampje Start/Pauze gaat uit.
- Tijdens de laatste minuten van de droogcyclus voert het apparaat een afkoel- en anti-kreukfase uit. De deur is nog steeds vergrendeld.
Als de deur vergrendeld is en gaat uit op het display, kun je de deur openen.
- 1. Druk een paar seconden op de toets Aan/Uit om het apparaat uit te schakelen. Een paar minuten na het einde van het programma schakelt de energiebesparende functie het apparaat automatisch uit.
- 2. Haal het wasgoed uit het apparaat. Zorg ervoor dat de trommel leeg is.
- 3. Laat de deur iets open staan om de vorming van schimmel en onaangename luchtjes te voorkomen.
13. PLUIS IN DE STOFFEN
Tijdens de was- en/of droogfase geven bepaalde soorten stoffen (spons, wol, sweaterstof) pluisjes af.
De vrijgekomen pluisjes kunnen tijdens de volgende cyclus aan de stoffen blijven kleven.
Dit ongemak is nog groter bij technische stoffen.
Om het pluisjes in uw wasgoed te voorkomen:
- Was geen donkere stoffen na het wassen en drogen van lichtgekleurde stoffen (handdoeken, wol en sweaterstof) en vice versa.
- Laat dit soort stoffen in de open lucht drogen wanneer ze voor het eerst zijn gewassen.
- Reinig het afvoerfilter.
- Na de droogfase reinigt u de lege trommel, de pakking en de deur met een natte doek.
Pagina 30
Ga als volgt te werk om pluisjes uit de trommel te verwijderen:
- Maak de trommel leeg.
- Reinig de trommel, de pakking en de deur met een natte doek.
- Stel het spoelprogramma in.
- Druk tegelijkertijd op de toetsen Droogtegraad en Temperatuur totdat het display CLE weergeeft om de reinigingsfunctie te activeren.
- Raak de toets Start/Pauze aan om het programma te starten.
Gebruik, als het apparaat veelvuldig wordt gebruikt, regelmatig het programma CLE.
14. AANWIJZINGEN EN TIPS
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
14.1 Voor u het wasgoed in de trommel doet
- Verdeel het wasgoed in: wit, gekleurd, synthetisch, fijne was en wol.
- Volg de wasinstructies die u op de waslabels van het wasgoed vindt.
- Was witte en bonte artikelen niet samen.
- Sommige bonte items kunnen verkleuren met de eerste wasbeurt. We raden je aan ze apart te wassen voor de eerste paar keren.
- Draai meerlagige stoffen, wollen en kleding met opdrukken binnenstebuiten.
- Behandel hardnekkige vlekken voor.
- Was hardnekkige vlekken met een speciaal wasmiddel.
- Wees voorzichtig met gordijnen. Verwijder de haken of stop de gordijnen in een waszak of kussensloop.
- Een zeer kleine lading kan problemen veroorzaken bij de centrifugefase die leiden tot overmatige trillingen. Als dit voorkomt: a. onderbreek het programma en open de deur (raadpleeg hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'); b. herverdeel de lading met de hand zodat de items gelijkmatig over de trommel zijn verdeeld; c. druk op de toets Start/Pauze. De centrifugeerfase gaat door.
- Knoop kussenslopen dicht, sluit ritsen, haakjes en drukknopen. Bind riemen, koorden, veters, linten en andere losse elementen vast.
- Was geen wasgoed zonder zomen of met scheuren. Gebruik een waszakje om kleine items te wassen (bijv. beugelbh's, riemen, panty's, veters, linten, etc.).
- Maak de zakken leeg en vouw de artikelen open.
14.2 Hardnekkige vlekken
Voor sommige vlekken is water en wasmiddel niet voldoende.
We raden u aan om deze vlekken te behandelen voordat u deze artikelen in de machine stopt.
Er zijn speciale vlekkenverwijderaars verkrijgbaar. Gebruik een speciale vlekkenverwijderaar die geschikt is voor het type vlek en stof.
Spuit geen vlekkenverwijderaar op kledingstukken in de buurt van het apparaat,
Pagina 31
omdat het corrosief is voor de plastic onderdelen.
14.3 Type en hoeveelheid wasmiddel
De keuze van het wasmiddel en het gebruik van de juiste hoeveelheden beïnvloedt niet alleen uw wasprestaties, maar helpt ook om verspilling te voorkomen en het milieu te beschermen:
- Gebruik uitsluitend wasmiddelen en andere middelen die speciaal bedoeld zijn voor wasmachines. Volg eerst deze algemene regels:
- waspoeder (ook tabletten en wasmiddelen met een enkele dosis) voor alle soorten stoffen, met uitzondering van delicate stoffen. Kies bij voorkeur voor waspoeder met bleekmiddel voor witte was en hygiënisch wassen, – vloeibare wasmiddelen (ook wasmiddelen voor eenmalig gebruik), bij voorkeur voor wasprogramma's op lage temperatuur (max. 60 °C) voor alle weefselsoorten of speciale middelen voor wollen artikelen.
- De keuze en hoeveelheid wasmiddel zal afhangen van: type stof (delicaat, wollen, katoen, enz.), de kleur van de kleding, de grootte van de lading, de mate van vervuiling, wastemperatuur, tijd en hardheid van het gebruikte water.
- Volg de aanwijzingen op de verpakking van het wasmiddel of de andere toevoegingen zonder het aangegeven
maximumniveau ( ) te overschrijden.
- Meng geen verschillende soorten wasmiddelen.
- Gebruik minder wasmiddel als:
- je een kleine lading wast, – de programmaduur is verkort met de Time Manager-knop.
- het wasgoed licht vervuild is,
- er grote hoeveelheden schuim zijn tijdens het wassen.
- Wanneer je wasmiddeltabs of -pods gebruikt, plaats deze dan altijd in de trommel, niet in het wasmiddeldoseerbakje en volg de aanbevelingen van de fabrikant op.
Onvoldoende wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- onbevredigende wasresultaten,
- het wasgoed dat grijs wordt,
- vettige kleding,
- schimmel in het apparaat.
Overmatig wasmiddel kan leiden tot de volgende dingen:
- schuimen,
- verminderd waseffect,
- ontoereikend spoelen,
- een grotere impact op het milieu.
14.4 Tips voor besparen
Om water, energie en wasmiddel te besparen, raden we u aan deze tips te volgen:
- Normaal vuile was kan zonder voorwas worden gewassen om wasmiddel, water en tijd te besparen.
- Door het apparaat te laden tot de maximale capaciteit die voor elk programma is aangegeven, wordt het energie- en waterverbruik verminderd.
- Met de juiste voorbehandeling kunnen vlekken en beperkte vervuiling worden verwijderd; het wasgoed kan vervolgens op een lagere temperatuur worden gewassen.
- Om de juiste hoeveelheid wasmiddel te gebruiken, raadpleegt u de hoeveelheid voorgesteld door de producent van het wasmiddel en controleert u de waterhardheid van uw huishoudelijk systeem. Zie "Waterhardheid".
- Stel de maximaal mogelijke centrifugeersnelheid in voor het geselecteerde programma om energie te besparen tijdens het drogen.
- Gebruik bij voorkeur korte cycli bij lagere temperaturen.
Pagina 32
14.5 Waterhardheid
Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharderadditief voor wasmachines te gebruiken.
In gebieden waar het water zacht is, is het niet nodig om een waterontharder te gebruiken.
Neem contact op met het plaatselijke waterleidingbedrijf voor de waterhardheid in uw gebied.
Gebruik de juiste hoeveelheid van de waterontharder. Volg altijd de instructies die u vindt op de verpakking van het product.
14.6 De droogfase voorbereiden
- Draai de waterkraan open.
- Controleer of de afvoerslang goed is aangesloten. Zie het hoofdstuk over de installatie voor meer informatie.
- Raadpleeg voor informatie over de maximale wasgoedlading bij droogprogramma's de droogprogrammatabel.
14.7 Items die niet geschikt zijn voor de droger
Stel voor dit wasgoed geen droogprogramma in:
- Synthetische gordijnen.
- Kledingstukken met metalen invoegstukken.
- Nylon kousen.
- Dekbedden.
- Bedspreien.
- Dekbedovertrekken.
- Anoraks.
- Slaapzakken.
- Stoffen met restjes haarspray, nagellakremover of iets dergelijks.
- Kledingstukken met schuimrubber of met materialen die hierop lijken.
14.8 Wasvoorschriften in de kleding
Bij het drogen van uw wasgoed moet u zich houden aan de voorschriften van de fabrikant:
- = Het artikel is geschikt voor de droogtrommel
- = Droogprogramma op hoge temperatuur
- = Droogprogramma op lage temperatuur
- = Het artikel is niet geschikt voor de droogtrommel.
14.9 Duur van het droogprogramma
De droogtijd kan variëren afhankelijk van:
- snelheid van de laatste keer centrifugeren
- droogheidsniveau
- soort wasgoed
- het gewicht van het wasgoed
14.10 Extra drogen
Als het wasgoed aan het einde van het droogprogramma nog steeds vochtig is, stelt u nogmaals een korte droogfase in.
WAARSCHUWING!
Om kreuken en krimpen te voorkomen dient u het wasgoed niet te lang te drogen.
14.11 Algemene tips
Raadpleeg de tabel "Droogprogramma's" om de gemiddelde droogtijden op te zoeken. Het drogen van wasgoed zal beter gaan naarmate u het vaker doet. Houd bij hoe lang uw droogprogramma's duren.
Statische lading na het drogen voorkomen:
- 1. Gebruik wasverzachter tijdens de wasfase.
- 2. Gebruik speciale wasverzachter voor droogautomaten.
Na afloop van het droogprogramma dient u het wasgoed meteen uit de trommel te halen.
Pagina 33
15. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
15.1 Schema periodieke reiniging
Periodiek reinigen helpt de levensduur van je apparaat te verlengen.
Houd na elke cyclus de deur en het wasmiddeldoseerbakje een beetje op een kier om luchtcirculatie te krijgen en de vochtigheid in het apparaat te drogen: dit voorkomt schimmels en geurtjes.
Als het apparaat lange tijd niet wordt gebruikt: sluit de waterkraan en trek de stekker uit het stopcontact.
Indicatief schema voor periodiek reinigen:
| Ontkalken | Twee keer per jaar |
|---|---|
| Onderhoudswas | Eenmaal ter maand |
| Deurafdichting reinigen | Iedere twee maanden |
| Trommel reinigen | Iedere twee maanden |
| Pluis in de trommel verwijderen | Twee keer per maand1) |
| Wasmiddeldoseerbakje reinigen | Iedere twee maanden |
| De filter van de afvoerpomp reinigen | Twee keer per jaar |
| De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen | Twee keer per jaar |
| 1) Raadpleeg het hoofdstuk | ''Pluis in de stoffen''. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 33)
In de volgende paragrafen wordt uitgelegd hoe u elk onderdeel moet reinigen.
15.2 Vreemde voorwerpen verwijderen
Zorg ervoor dat de zakken leeg zijn en dat alle losse elementen zijn vastgebonden voordat u uw wascyclus uitvoert. Raadpleeg 'De waslading' in 'Aanwijzingen en tips'.
Verwijder alle vreemde voorwerpen (zoals metalen clip, knoppen, munten, enz.) die u kunt vinden in de deurafdichting, de filters en de trommel. Raadpleeg de paragrafen 'Deurafdichting met dubbele lip', 'De trommel reinigen', 'De afvoerpomp reinigen' en 'De filter van de toevoerslang en de klepfilter reinigen'. Neem indien nodig contact op met het erkende servicecentrum.
15.3 Buitenkant reinigen
Het apparaat alleen schoonmaken met zeep en warm water. Maak alle oppervlakken volledig droog. Gebruik geen schuursponsjes of krassend materiaal.
LET OP!
Gebruik geen alcohol, oplosmiddelen of chemische producten.
LET OP!
Gebruik de metalen oppervlakken niet met een reinigingsmiddel op chloorbasis.
15.4 Ontkalken
Als het water in uw omgeving hard of medium hard is, raden we u aan om een waterontharder voor wasmachines te gebruiken.
Controleer de trommel regelmatig op kalkaanslag.
Normale wasmiddelen bevatten al wateronthardende middelen, maar we raden aan om af en toe een cyclus te draaien met een lege trommel en een ontkalkingsproduct.
Volg altijd de instructies die u op de verpakking van het product vindt.
15.5 Onderhoudswas
Bij programma's met lage temperaturen is het mogelijk dat er wat wasmiddel achterblijft in
Pagina 34
de trommel. Voer regelmatig een onderhoudswasbeurt uit. Ga als volgt te werk:
- Haal al het wasgoed uit de trommel.
- Kies het katoenprogramma met de hoogste temperatuur met een kleine hoeveelheid wasmiddel.
15.6 Deurafdichting met val met dubbele lip
Dit apparaat is ontworpen met een zelfreinigend afvoersysteem, waardoor lichte pluisvezels die van de kleding vallen met het water kunnen worden afgevoerd. Controleer de afdichting regelmatig. Munten, knoppen en andere kleine voorwerpen kunnen aan het einde van de cyclus worden teruggevonden.
15.7 Het wasmiddelbakje reinigen
1.
Maak schoon indien nodig met een ammoniakmiddel zonder het oppervlak van de afdichting te bekrassen.
Volg altijd de instructies die je op de verpakking van het product vindt.
Controleer en verwijder voorwerpen (indien aanwezig) die in de vouw vast kunnen komen te zitten.
Controleer of er geen wasgoed tussen het deurrubber en de deur blijft zitten.
Gebruik een vochtige doek om vuil of waterresten die na afloop van de programmacyclus in de deurafdichting achterblijven, weg te vegen.
2.
Pagina 35
- 3. 4.
15.8 Het afvoerfilter reinigen
Controleer het filter van de afvoerpomp regelmatig en houd het schoon.
Reinig het afvoerfilter niet als het water in het apparaat heet is. Verwijder het filter niet als het apparaat in werking is.
Reinig de afvoerpomp als:
de machine geen water wegpompt, de trommel niet ronddraait, het apparaat een ongebruikelijk geluid maakt als gevolg van de blokkering van de afvoerpomp.
- Herhaal stap 2 en 3 tot er geen water meer wegstroomt.
- Houd altijd een doek bij de hand om eventueel morsen van water op te nemen.
Zorg ervoor dat u het filter goed vastdraait om lekkage te voorkomen.
- 1. 2.
180°
Pagina 36: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 37
15.9 Het filter van de toevoerslang en het klepfilter reinigen
| 1 | 2 | 3 |
|---|---|---|
| 3. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
15.10 Noodafvoer
Het apparaat kan geen water afvoeren door een storing.
Als dit optreedt, voert u stappen (1) tot (8) uit van "Het afvoerfilter reinigen". Maak de pomp zo nodig schoon.
Als u het water afpompt met gebruikmaking van de noodafpompprocedure, moet u het aftapsysteem opnieuw activeren:
- 1. Giet 2 liter water in het wasvak van de wasmiddellade.
- 2. Start het programma om het water af te pompen.
15.11 Voorzorgsmaatregelen bij vorst
Als het apparaat is geïnstalleerd in een gebied waar de temperatuur lager is dan 0°
C, dan dient u het resterende water uit de afvoerslang en de afvoerpomp te verwijderen.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact.
- 2. Draai de waterkraan dicht.
- 3. Plaats de twee uiteinden van de toevoerslang in een bak en laat het water uit de slang stromen.
- 4. Leeg de afvoerpomp. Raadpleeg de noodafvoerprocedure.
- 5. Als de afvoerpomp leeg is, installeert u de toevoerslang opnieuw.
WAARSCHUWING!
Zorg ervoor dat de temperatuur hoger is dan 0°C voordat u het apparaat opnieuw gebruikt.
De fabrikant is niet verantwoordelijk voor schade die door lage temperaturen is veroorzaakt.
Pagina 38
16. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.
16.1 Alarmcodes en mogelijke storingen
Het apparaat start niet of stopt tijdens de werking. Probeer eerst het probleem zelf op te lossen (zie tabellen).
WAARSCHUWING!
Voordat je controles uitvoert, moet je de stekker uit het stopcontact trekken.
Bij sommige problemen wordt op de display een alarmcode
weergegeven en kan de Start/Pauze -knop continue knipperen:
Als de machine te vol geladen is, moet je een aantal items uit de trommel verwijderen en/of tegen de deur duwen en tegelijkertijd op de toets Start/Pauze drukken totdat het controlelampje stopt met knipperen (zie de onderstaande afbeelding).
Probleem
Het apparaat wordt niet goed gevuld met water.
Mogelijke oplossing
- Controleer of de waterkraan geopend is.
- Controleer of de druk van de watervoorziening niet te laag is. Neem voor deze informatie contact op met je plaatselijke waterleidingbedrijf.
- Controleer of de waterkraan niet verstopt is.
- Controleer of er geen knikken, beschadigingen of bochten in de watertoevoerslang aanwezig zijn.
- Zorg ervoor dat de aansluiting van de watertoevoerslang correct is.
- Zorg ervoor dat het filter van de toevoerslang en het filter van de klep niet verstopt zijn. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'.
Pagina 39
| De machine pompt geen water weg. | • Controleer of de gootsteenafvoer niet verstopt is. • Controleer of de afvoerslang geen knikken of bochten heeft. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Zorg ervoor dat de aansluiting van de afvoerslang correct is. • Stel het afvoerprogramma in als je een programma instelt zonder afvoerfase. • Stel het afvoerprogramma in als je een optie instelt die eindigt met water in de kuip. |
| De deur is open of niet goed gesloten. | • Controleer of de deur goed gesloten is. |
| Interne fout. Geen communicatie tussen de elektronische elementen van het apparaat. | • Het programma werd niet juist voltooid of het apparaat is te vroeg gestopt. Schakel het apparaat uit en weer aan. • Als de alarmcode weer wordt weergegeven, neem je contact op met een erkende servicedienst. |
| De stroomtoevoer is niet stabiel. | • Wacht totdat de stroomtoevoer stabiel is. |
| De anti-overstromingsbeveiliging is ingeschakeld. | • Koppel het apparaat los en draai de waterkraan dicht. Neem contact op met de erkende servicedienst. |
| Als de display andere alarmcodes aangeeft, schakel je het apparaat uit en weer in. Als het probleem aanhoudt, neem je contact op met de erkende servicedienst. Raadpleeg onderstaande tabel voor mogelijke oplossingen in geval van een ander probleem met de drogertrommel. | |
| Probleem | Mogelijke oplossing |
| Het programma start niet. | • Controleer of de stekker is aangesloten op het stopcontact. • Controleer of de deur van het apparaat gesloten is. • Controleer of er geen beschadigde zekering in het zekeringenkastje is. • Verzeker je ervan dat Start/Pauze bediend is. • Als de optie voor uitgestelde start ingesteld is, annuleer je de instelling of wacht je tot het aftellen voorbij is. • Schakel de kinderbeveiliging uit, als deze actief is. • Controleer de stand van de knop op het gekozen programma. |
| Het apparaat wordt met water gevuld, maar dat wordt onmiddellijk afgetapt. | • Zorg ervoor dat de afvoerslang zich in de juiste positie bevindt. De slang kan te laag hangen. Raadpleeg 'Montage-instructies'. |
| De centrifugeerfase werkt niet of de wasfase duurt langer dan normaal. | • Stel het centrifugeprogramma in. • Zorg ervoor dat het afvoerfilter niet verstopt is. Reinig het filter indien nodig. Raadpleeg 'Onderhoud en reiniging'. • Pas de kleding in de kuip handmatig aan en start de centrifugeerfase opnieuw. Dit probleem kan worden veroorzaakt door problemen met de balans. |