AEG TF6DS181ES, tekst van de handleiding
Koelkast · AEG · 17 pagina's in het Nederlands · pdf: 56 pagina's, 0,7 MB
Storingen op pagina 16
Pagina 16
7. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
7.1 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat werd uitgeschakeld. | Schakel het apparaat in. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installateur. | |
| Het apparaat is lawaaiig. | Het apparaat staat niet stabiel. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
| Er is een hoorbaar of zichtbaar alarm. | De kast werd onlangs ingeschakeld. | Raadpleeg "Hoge temperatuuralarm" of "Deur open-alarm". |
| De temperatuur in het apparaat is te hoog. | Raadpleeg "Hoge temperatuuralarm" of "Deur open-alarm". | |
| De deur is open blijven staan. | Sluit de deur. | |
| De compressor werkt voortdurend. | De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". |
| Er werden veel voedingsproducten in een keer opgeborgen. | Wacht een paar uur en controleer dan de temperatuur opnieuw. | |
| De temperatuur in de ruimte is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk "Installeren". | |
| De temperatuur van de voedingsproducten in het apparaat was te hoog. | Laat voedingsproducten afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De Extra Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Freezefunctie’. | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op "Extra Freeze" , of na het veranderen van de temperatuur. | De compressor start niet direct. | Dit is normaal en geen storing. |
| De deur is niet goed gemonteerd of dekt het ventilatierooster af. | Het apparaat staat niet waterpas. | Raadpleeg de montage-instructies. |
| Deur gaat moeilijk open. | Je probeerde de deur direct nadat je die sloot opnieuw te openen. | Wacht even met de deur openen nadat je die hebt gesloten. |
Pagina 17
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De verlichting werkt niet. | De stand-bystand van de verlichting is ingeschakeld. | Sluit en open de deur. |
| De lamp is defect. | Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. | |
| Er is te veel bevroren rijp en ijs. | De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". |
| Het deurrubber is vervormd of vuil. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De voedingsproducten is niet goed verpakt. | Verpak de voedingsproducten beter. | |
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Er stroomt water over de achterwand van de koelkast. | Tijdens automatisch ontdooien smelt rijp op de achterwand. | Dit is correct. |
| Er condenseert teveel water op de achterwand van de koelkast. | De deur werd te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. |
| De deur is niet volledig gesloten. | Zorg ervoor dat de deur volledig gesloten is. | |
| Het bewaarde voedsel was niet ingepakt. | Verpak voedsel in geschikt materiaal voordat je het in het apparaat plaatst. | |
| Er stroomt water in de koelkast. | Opgeborgen voedingsproducten voorkomen dat het water in de wateropvangbak loopt. | Zorg ervoor dat voedingsproducten de achterwand niet raken. |
| De waterafvoer is verstopt. | Reinig de waterafvoer. | |
| Er stroomt water op de vloer. | De smeltwaterafvoer is niet aangesloten op de verdampschaal boven de compressor. | Sluit de smeltwaterafvoer aan op de verdampschaal. |
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De Extra Freeze-functie wordt ingeschakeld. | Schakel Extra Freeze-functie handmatig uit, of wacht totdat de functie automatisch wordt gedeactiveerd om de temperatuur in te stellen. Raadpleeg de rubriek over "Extra Freeze functie". |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/te hoog. | De temperatuur is niet correct ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". |
Pagina 18
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De temperatuur van de voedingsproducten is te hoog. | Laat de voedingsproducten afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| Er worden veel voedingsproducten in een keer opgeborgen. | Berg minder voedingsproducten in een keer op. | |
| De dikte van de rijp is groter dan 4 - 5 mm. | Ontdooi het apparaat. | |
| De deur werd vaak geopend. | Open de deur alleen als dat nodig is. | |
| De Extra Freeze-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Freezefunctie’. | |
| Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. | Zorg ervoor dat er koude lucht in het apparaat circuleert. Raadpleeg het hoofdstuk "Tips en advies". | |
| De vijfde temperatuurindicator knippert. | Communicatieprobleem. | Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
| Eerste of tweede temperatuurindicator knippert. | Storing van de temperatuursensor. | Neem contact op met de dichtstbijzijnde klantenservice. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 18)
7.3 De deur sluiten
Bel, wanneer het advies niet tot resultaten leidt, de dichtstbijzijnde servicedienst voor dit merk.
7.2 Het lampje vervangen
Het apparaat is uitgerust met een LED-lampje aan de binnenkant met een lange levensduur.
Alleen service mag het verlichtingsapparaat vervangen. Neem contact op met onze erkende servicedienst.
- 1. Reinig de deurpakkingen.
- 2. Pas zo nodig de deur aan. Raadpleeg de montage-instructies.
- 3. Vervang indien nodig de defecte deurpakkingen. Neem contact op met de erkende servicedienst.
8. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de
informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Pagina 19
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
9. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moeten in overeenstemming zijn met EN 62552 (EU). De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen
aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in “Installeren“. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
10. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten.
Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval. Breng het product naar het milieustation bij u in de buurt of neem contact op met de gemeente.
Pagina's 1–2: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 3
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE............................................................................3
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN...................................................................5
- 3. BEDIENINGSPANEEL....................................................................................8
- 4. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................... 9
- 5. TIPS EN ADVIES.......................................................................................... 12
- 6. ONDERHOUD EN REINIGING.....................................................................14
- 7. PROBLEEMOPLOSSING............................................................................. 16
- 8. TECHNISCHE GEGEVENS..........................................................................18
- 9. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN..................................................... 19
- 10. MILIEUBESCHERMING..............................................................................19
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar en personen met zeer uitgebreide en complexe beperkingen mogen het apparaat in- en uitladen op voorwaarde dat ze de juiste instructies hebben
Pagina 4
gekregen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, tenzij zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor het bewaren van voedsel en dranken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Neem de volgende instructies in acht om besmetting van voedsel te voorkomen:
- open de deur niet gedurende lange perioden;
- reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komen met voedsel en toegankelijke afwateringssystemen;
- bewaar rauw vlees en vis in geschikte recipiënten in de koelkast, zodat het niet in contact komt met of druppelt op andere levensmiddelen.
- WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen vrij van obstructies. Dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische apparaten of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve de middelen die door de fabrikant worden aanbevolen.
Pagina 5
- WAARSCHUWING: Beschadig het koelcircuit niet.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de bewaarvakken van het apparaat, tenzij dit het type is dat door de fabrikant wordt aanbevolen.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit, ontdooi, reinig en droog het en laat de deur open om te voorkomen dat er schimmel in het apparaat ontstaat.
- Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende serviceverlener of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen.
- Volg de afzonderlijke instructies voor de installatie van het apparaat en het achteruitrijden van de deur die beschikbaar zijn op onze website.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Zorg ervoor dat rondom het apparaat de lucht vrij kan circuleren.
- Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Dit is om de olie terug te laten stromen in de compressor.
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur).
- Installeer het apparaat niet in de buurt van radiatoren of fornuizen, ovens of kookplaten, tenzij anders aangegeven in de installatie-instructies.
- Stel het apparaat niet bloot aan regen.
- Installeer het apparaat niet als er direct zonlicht is.
- Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn.
- Als je het apparaat verplaatst, til het dan op aan de voorrand, om krassen op de vloer te voorkomen.
Pagina 6
- Bescherm de vloer tegen krassen bij het omdraaien van de deur van het apparaat.
- Het apparaat bevat een zakje droogmiddel. Dit is geen speelgoed. Dit is geen levensmiddel. Gooi het onmiddellijk weg.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
WAARSCHUWING!
Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Als het stopcontact voor huishoudelijk gebruik niet geaard is, sluit je het apparaat aan op een aparte aarding in overeenstemming met de huidige voorschriften. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerde elektricien.
- Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen (bijv. stekker, netsnoer, compressor) niet beschadigd raken. Neem contact met de Bevoegde Servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen.
- Het netsnoer moet onder het niveau van de stekker blijven.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
Het apparaat bevat ontvlambaar gas, isobutaan (R600a), een aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Elk gebruik van het ingebouwde product als vrijstaand product is ten strengste verboden.
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur variërend van 10°C tot 38°C. De juiste werking van het apparaat kan alleen worden gegarandeerd binnen het gespecificeerde temperatuurbereik.
- Zet geen elektrische apparaten (bijv. ijsvormers) in het apparaat, tenzij dit van toepassing is op de fabrikant.
- Als er schade optreedt aan het koelcircuit, zorg er dan voor dat er geen vlammen en ontstekingsbronnen in de kamer aanwezig zijn. Ventileer de kamer.
- Laat geen hete voorwerpen de kunststof onderdelen van het apparaat aanraken.
- Zet geen frisdranken in het vriesvak.
Hierdoor ontstaat er druk op de drankverpakking.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Raak de compressor of de condensator niet aan. Ze zijn heet.
- Verwijder of raak geen voorwerpen uit het vriesvak als je handen nat of vochtig zijn.
- Vries voedsel dat ontdooid is niet opnieuw in.
- Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.
- Wikkel het voedsel in eender welk contactmateriaal voor voedsel alvorens het in het vriesvak te plaatsen.
Pagina 7
- Zorg dat er geen voedsel in contact komt met de binnenwanden van de compartimenten van het apparaat.
2.4 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Dit product bevat een of meer lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse F.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.5 Onderhoud en reinigen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koelunit. Alleen een gekwalificeerd persoon mag het apparaat onderhouden en bijvullen.
- Controleer regelmatig de afvoer van het apparaat en reinig deze, zo nodig. Als de afvoer geblokkeerd is, hoopt er zich op de bodem van het apparaat water op.
2.6 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het
apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen.
- De volgende reserveonderdelen zullen gedurende 7 jaar nadat het model niet meer verkrijgbaar is leverbaar zijn: thermostaten, temperatuursensoren, printplaten, lichtbronnen, deurgrepen, deurscharnieren, laden en mandjes.
Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaar nadat het model uit de handel is genomen.
De termijn kan in uw land langer zijn. Ga voor meer informatie naar onze website.
- Houd er rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen.
2.7 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
- Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
- Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
- Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
Pagina 8
3. BEDIENINGSPANEEL
1
MIN MAX
1 Knop koelvak /
Knop Apparaat AAN/UIT
2 Temperatuurindicatoren koelkast
3 Knop vriesvak
Extra Freeze-toets
4 Extra Freeze-indicatielampje
5 Temperatuurindicatoren vriesvak
3.1 Inschakelen
- 1. Steek de stekker in het stopcontact.
- 2. Houd de AAN/UIT-toets van het apparaat ingedrukt.
Temperatuurindicatoren tonen de ingestelde standaardtemperatuur.
3.2 Uitschakelen
- 1. Houd de AAN/UIT-toets van het apparaat ingedrukt.
Temperatuurindicatoren gaan uit.
- 2. Neem de stekker uit het stopcontact.
3.3 Temperatuurregeling
Het is niet mogelijk om de temperatuur in te stellen wanneer de Extra Freezefunctie is ingeschakeld.
Stel de temperatuur van het apparaat in door op de knop van het koelvak of de knop van het vriesvak te tikken.
Temperatuurindicatoren geven het ingestelde temperatuurniveau aan.
De aanbevolen ingestelde temperatuur voor het koelvak is +4 °C. De ECO-indicator gaat branden wanneer de aanbevolen temperatuur is ingesteld.
Het temperatuurbereik kan variëren tussen 2°C en 8°C.
De ingestelde temperatuur wordt binnen 24 uur bereikt.
Na een stroomstoring herstelt het apparaat de ingestelde temperaturen.
3.4 Extra Freeze-functie
De Extra Freeze-functie wordt gebruikt om in het vriesvak achtereenvolgens voor te vriezen en snel in te vriezen. Deze functie versnelt het invriezen van vers voedsel en beschermt tegelijkertijd voedsel dat reeds is opgeslagen tegen ongewenste opwarming.
Voor het invriezen van vers voedsel dien je de Extra Freeze-functie ten minste 24 uur voordat je het voedsel erin plaatst te activeren om het voorvriezen te voltooien.
De functie stopt automatisch na maximaal 52 uur.
Het is mogelijk om de functie uit te schakelen door op de toets van het vriesvak te drukken.. Het Extra Freeze -indicatielampje wordt uitgeschakeld.
3.5 Hoge temperatuur-alarm
Als er een temperatuurstijging in het vriesvak is (bijvoorbeeld als gevolg van een eerdere stroomstoring), knipperen de eerste en derde temperatuurindicatielampjes van de vriezer en is het geluid aande.
Druk op een willekeurige knop om het alarm 1 uur uit te stellen. Het geluid wordt uitgeschakeld. De indicatielampjes van de eerste en derde vriezertemperatuur gaan 5 seconden lang branden voordat de vriezertemperatuur weer wordt aangegeven.
Na een uur start het alarm opnieuw op totdat de normale omstandigheden zijn hersteld.
Als u niet op een knop drukt, wordt het geluid na ongeveer een uur uitgeschakeld.
Pagina 9
3.6 Deur open-alarm
Als de koelkastdeur ongeveer 5 minuten open blijft staan, knipperen de temperatuurlampjes van de koelkast en is het geluid aan.
Tijdens het alarm kunt u het geluid dempen door op een willekeurige knop te drukken.
Het geluid wordt na ongeveer een uur uitgeschakeld.
Het alarm stopt als de deur wordt gesloten.
4. DAGELIJKS GEBRUIK
4.1 Het plaatsen van de deurschappen
Voor het bewaren van etenswaren van verschillende groottes kunnen de deurrekken op verschillende hoogtes worden geplaatst.
- 1. Trek het rek enigszins omhoog totdat het loskomt.
- 2. Plaats het terug op een gewenste positie.
4.2 Verplaatsbare schappen
De wanden van de koelkast zijn voorzien van een aantal glijschoenen zodat de schappen op de gewenste plaats gezet kunnen worden.
| Verwijder de glasplaat boven de groentelade niet om een goede luchtcirculatie te garanderen. | |||
| 4.3 Groentelade | |||
| De lade groenten Verwijder 1. Trek | is | geschikt en fruit. de lade (bijv. de lade eruit | voor het bewaren van om schoon te maken): en til hem op. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 9)
- 2. Duw de rails in de kast om schade aan het apparaat te voorkomen bij het sluiten van de deur.
Pagina 10
| Om 1. | weer in elkaar te Trek de rails eruit. | zetten: | |||
| 2. | Plaats op de rails. | het achterste | deel | van de lade | |
| 1 | 2 | ||||
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 10)
(1)
- 3. Houd de voorkant van de lade (2) omhoog terwijl u de lade naar binnen duwt.
- 4. Druk het voorste deel van de lade naar beneden.
Trek de lade er weer uit en controleer of deze correct op zowel de achterste als de voorste haken is geplaatst.
4.4 Temperatuurindicator
Voor het op de juiste manier bewaren van het voedsel is de koelkast uitgerust met het temperatuurindicator. Het symbool aan de zijwand van het apparaat duidt de koudste zone in de koelkast aan.
Als OK wordt weergegeven (A), breng dan vers voedsel naar een zone die is aangegeven met een symbool, zo niet (B), wacht dan ten minste 12 uur en controleer of het OK (A) is.
Als het nog steeds niet OK (B) is, stelt u de instellingsregeling in op een koudere stand.
A
B
4.5 Ventilator
Het koelvak is voorzien van een apparaat dat snelle koeling van voedsel mogelijk maakt en zorgt voor een gelijkmatigere temperatuur in het vak.
Dit apparaat wordt automatisch geactiveerd wanneer dat nodig is.
Pagina 11
De ventilator werkt alleen als de deur gesloten is.
Verwijder het deksel van de ventilator niet.
4.6 Bottle Stop
Het accessoire voorkomt dat flessen of blikken kunnen rollen. U kunt de flessen of blikjes op elkaar stapelen om ruimte te besparen en uw koelkast beter te ordenen.
Voor het accessoire is geen montage of gereedschap nodig. Plaats het accessoire met de siliconen onderkant naar beneden en stapel de flessen.
De siliconen onderkant van het accessoire is antislip en zal niet plakken of slippen.
Bewaar maximaal 10 kg flessen en/of blikjes van verschillende afmetingen in maximaal twee rijen, zoals weergegeven in de afbeelding.
Berg alleen dichte flessen of blikjes op en plaats ze met de opening naar voor gericht.
Plaats onverpakt voedsel niet in direct contact met het accessoire.
4.7 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het invriezen van vers voedsel en voor het gedurende een lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Activeer deExtra Freezefunctie om vers voedsel in te vriezen ten minste 24 uur voordat u het voedsel plaatst om het voorvriezen te voltooien.
De maximale hoeveelheid voedsel dat kan worden ingevroren zonder ander vers voedsel toe te voegen, gedurende 24 uur, staat aangegeven op het typeplaatje (een label dat zich aan de binnenkant van het apparaat bevindt).
Wanneer het invriesproces is voltooid, keert het apparaat automatisch terug naar de vorige temperatuurinstelling (zie "Extra Freeze-functie").
Raadpleeg voor meer informatie "Tips voor het invriezen".
4.8 Het bewaren van ingevroren voedsel
Als u het apparaat voor het eerst of na een periode waarin het niet is gebruikt inschakelt, dient u voordat u de producten in het vak legt het apparaat minstens 3 uur te laten werken met de Extra Freeze-functie ingeschakeld.
Pagina 12
Bewaar het voedsel op minstens 15 mm afstand van de deur.
LET OP!
Bij onbedoelde ontdooiing door bijvoorbeeld stroomuitval, waarbij de stroom langer is uitgeschakeld dan de waarde die op het typeplaatje staat onder 'tijdsduur', moet het ontdooide voedsel snel worden geconsumeerd of onmiddellijk worden bereid, vervolgens afgekoeld en daarna opnieuw worden ingevroren. Zie "Hoge temperatuuralarm".
4.9 Ontdooien
Diepgevroren of gevroren voedsel kan, voordat het wordt geconsumeerd, worden ontdooid in de koelkast of in een plastic zak onder koud water.
Deze handeling is afhankelijk van de beschikbare tijd en het soort voedsel. Kleine stukjes kunnen zelfs nog bevroren gekookt worden.
5. TIPS EN ADVIES
5.1 Tips voor energiebesparing
- Koelkast: Het meest efficiënte energiegebruik is verzekerd in de configuratie waarbij de lades zich in het onderste deel van het apparaat bevinden en de rekken gelijkmatig verdeeld zijn. De positie van de deurbakken heeft geen invloed op het energieverbruik.
- Open de deur niet te vaak of laat deze niet langer open staan dan noodzakelijk.
- Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik.
- Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij dit nodig is vanwege het soort voedsel.
- Als de omgevingstemperatuur hoog is, de temperatuurregeling op een lage temperatuur staat en het apparaat volledig gevuld is, kan de compressor continu aanstaan waardoor er ijs op de verdamper ontstaat. Stel in dit geval de temperatuurregeling in op een hogere temperatuur, om automatisch ontdooien mogelijk te maken en zo energie te besparen.
- Zorg voor een goede ventilatie. Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
5.2 Tips voor het invriezen
- Activeer de Extra Freeze-functie ten minste 24 uur voordat je het voedsel in het vriesvak legt.
- Vóór het invriezen moet vers voedsel ingepakt en verzegeld worden in: aluminium folie, plastic folie of zakken, luchtdichte recipiënten met deksel.
- Verdeel voor efficiënter invriezen en ontdooien het voedsel in kleine porties.
- Het wordt aanbevolen om etiketten en datums op al je diepvriesproducten te plakken. Dit zal helpen voedingsmiddelen te identificeren en te weten wanneer ze moeten worden gebruikt voordat ze bederven.
- Het voedsel moet vers zijn op het moment het wordt ingevroren, om een goede kwaliteit te behouden. Vooral groenten en fruit moeten na de oogst worden ingevroren, zodat al hun voedingsstoffen behouden blijven.
- Flessen of blikken met vloeistoffen niet invriezen, in het bijzonder dranken die kooldioxide bevatten. Ze kunnen ontploffen tijdens het invriezen.
- Plaats geen warm voedsel in het vriesvak.
Koel het af bij kamertemperatuur voordat je het in het vak plaatst.
- Om te voorkomen dat de temperatuur van al ingevroren voedsel toeneemt, dien je vers voedsel hier niet direct naast te plaatsen. Plaats voedsel op kamertemperatuur in het deel van het vriesvak waar geen bevroren voedsel ligt.
- IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten. Gevaar voor bevriezing.
Pagina 13
- Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen.
Als het voedsel ontdooid is, kook het dan, laat het afkoelen en vries het dan in.
5.3 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
- Het vriesvak is het vak gemarkeerd met
.
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van ingevroren voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan -18°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid.
- Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten.
- Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren.
- Raadpleeg voor adequate opslag het etiket van de voedselverpakking om de houdbaarheid van voedsel te bekijken.
- Het is belangrijk om het voedsel zodanig in te pakken dat er geen water, vocht of condens bij kan komen.
5.4 Winkeltips
Na het boodschappen doen:
- Zorg ervoor dat de verpakking niet beschadigd is - het voedsel kan bedorven zijn. Als de verpakking gezwollen of nat is, is deze mogelijk niet in de optimale omstandigheden opgeslagen en is het ontdooien mogelijk al begonnen.
- Om het ontdooiproces te beperken, koopt u diepvriesproducten aan het einde van uw boodschappen en vervoert u ze in een thermische en geïsoleerde koeltas.
- Plaats de diepvriesproducten onmiddellijk na terugkomst uit de winkel in de vriezer.
- Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid is, mag u het niet opnieuw invriezen.
Consumeer het zo snel mogelijk.
- Respecteer de vervaldatum en de bewaarinformatie op de verpakking.
5.5 Houdbaarheid voor vriescompartiment
| Soort voedsel | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Brood | 3 |
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten | 8 - 10 |
| Restjes zonder vlees | 1 - 2 |
| Zuivelproducten: | |
| Boter Zachte kaas (zoals mozzarella) Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar) | 6 - 9 3 - 4 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (zoals zalm, makreel) Magere vis (zoals kabeljauw, bot) Garnalen Gepelde mosselen en mosselen Gekookte vis | 2 - 3 4 - 6 12 3 - 4 1 - 2 |
| Vlees: | |
| Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees | 9 - 12 6 - 12 4 - 6 6 - 9 1 - 2 1 - 2 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
5.6 Tips voor het koelen van vers voedsel
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid van voedsel.
- Bedek het voedsel met een verpakking om de versheid en het aroma te behouden.
- Gebruik altijd gesloten recipiënten voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt je het
Pagina 14
gekookte voedsel en scheidt je het van het rauwe.
- Het wordt aanbevolen om het voedsel in de koelkast te ontdooien.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat. Zorg ervoor dat het is afgekoeld bij kamertemperatuur voordat je het in het apparaat plaatst.
- Om voedselverspilling te voorkomen, moet de nieuwe voorraad voedsel altijd achter de oude worden geplaatst.
5.7 Tips voor het koelen van voedsel
- Het vak voor vers voedsel is het vak met de markering (op het typeplaatje) met
.
- Vlees (alle soorten): verpakken in geschikt materiaal en op de glazen plaat leggen, boven de groentelade. Bewaar vlees maximaal 1-2 dagen.
- Groente en fruit: grondig reinigen (het zand verwijderen) en in een speciale lade (groentelade) bewaren.
- Het is raadzaam om exotische vruchten zoals bananen, mango’s, papaja’s, etc. niet in de koelkast te bewaren.
- Groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook mogen niet in de koelkast worden bewaard.
- Boter en kaas: in een luchtdicht bakje leggen of in aluminiumfolie of plastic zakjes wikkelen, om zoveel mogelijk lucht uit te sluiten.
- Flessen: afsluiten met een dop en op de flessenplank van de deur plaatsen of (indien beschikbaar) in het flessenrek.
- Raadpleeg altijd de houdbaarheidsdatum van de producten, om te weten hoelang ze bewaard kunnen worden.
6. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
6.1 Het reinigen van de binnenkant
Voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt, moet u de binnenkant en de interne accessoires wassen met lauwwarm water en een beetje neutrale zeep om de typische geur van een nieuw product te verwijderen.
Daarna moet u het grondig drogen.
LET OP!
Gebruik geen reinigingsmiddelen, schuurpoeders, chloor of reinigers op oliebasis. Deze beschadigen de afwerking.
LET OP!
De accessoires en onderdelen van het apparaat zijn niet vaatwasserbestendig.
LET OP!
Reinig het bedieningspaneel met een vochtige doek. Gebruik geen reinigingsmiddelen. Veeg het bedieningspaneel na het reinigen droog met een zachte doek.
6.2 Periodieke reiniging
Het apparaat moet regelmatig worden schoongemaakt:
- 1. Maak de binnenkant en de accessoires schoon met lauw water en wat neutrale zeep.
- 2. Controleer de afdichtingen regelmatig en wrijf ze schoon om u ervan te verzekeren dat ze schoon en vrij van resten zijn.
- 3. Afspoelen en goed afdrogen.
6.3 Ontdooien van de koelkast
Rijp wordt tijdens normaal gebruik automatisch van de verdamper van het koelgedeelte verwijderd. Het dooiwater wordt via een gootje afgevoerd naar een speciale opvangbak aan de achterkant van het
Pagina 15
apparaat, boven de compressor, waar het verdampt.
Het is belangrijk om het afvoergaatje voor het dooiwater midden in het afvoerkanaal van het koelgedeelte regelmatig te reinigen, om te voorkomen dat het water overloopt en op het voedsel in de koelkast terechtkomt.
Gebruik hiervoor de buisreiniger die is meegeleverd met het apparaat.
6.4 De vriezer ontdooien
LET OP!
Gebruik nooit scherpe metalen hulpmiddelen om rijp van de verdamper af te schrapen, omdat u deze hiermee zou kunnen beschadigen.
Gebruik geen mechanische of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve middelen die door de fabrikant zijn aanbevolen.
Stel ongeveer 12 uur voordat je gaat ontdooien een lagere temperatuur in om voldoende koudereserve op te bouwen in geval van mogelijke onderbrekingen tijdens de werking.
Er zal altijd een bepaalde hoeveelheid rijp worden gevormd op de vriesvakken en rond het bovenste vak.
Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag een dikte van ongeveer 3-5 mm heeft.
- 1. Trek de stekker uit het stopcontact of schakel het apparaat uit.
- 2. Verwijder al het ingevroren voedsel en leg het op een koele plaats.
LET OP!
Een temperatuurstijging tijdens het ontdooien van de ingevroren levensmiddelen kan de veilige bewaartijd verkorten.
Raak bevroren levensmiddelen niet met natte handen aan. Uw handen kunnen dan aan het voedsel vastvriezen.
- 3. Laat de deur open staan. Bescherm de vloer tegen het dooiwater met bijv. een doek of een platte opvangbak.
- 4. Om het ontdooiproces te versnellen, kunt u een pan met warm water in het vriesvak plaatsen. Verwijder bovendien stukken ijs die loskomen voordat het ontdooien voltooid is.
- 5. Maak de binnenkant grondig droog na afloop van het ontdooien.
- 6. Zet het apparaat aan en sluit de deur.
- 7. Zet de thermostaatknop op de maximale koude en laat het apparaat minstens drie uur in deze instelling werken.
Plaats het eten pas na deze tijd terug in het vriesvak.
6.5 Periode dat het apparaat niet gebruikt wordt
Neem de volgende voorzorgsmaatregelen als het apparaat gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
- 1. Koppel het apparaat los van de stroomtoevoer.
- 2. Verwijder alle etenswaren.
- 3. Ontdooi het apparaat.
- 4. Reinig het apparaat en alle accessoires.
- 5. Laat de deuren geopend om onaangename luchtjes te voorkomen.
Pagina 16: zie Storingen hierboven.
Pagina 17: zie hierboven.
Pagina 18: zie hierboven.
Pagina 19: zie hierboven.