AEG TF9ZS181EC, tekst van de handleiding
Koelkast · AEG · 16 pagina's in het Nederlands · pdf: 72 pagina's, 0,8 MB
Storingen op pagina 14
Pagina 14
Vanaf de titel; het begin van pagina 14 staat in de pdf.
7. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Zie de hoofdstukken over veiligheid.
7.1 Wat te doen als...
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Het apparaat werkt niet. | Het apparaat werd uitgeschakeld. | Schakel het apparaat in. |
| De stekker zit niet goed in het stopcontact. | Steek de stekker goed in het stopcontact. | |
| Er staat geen spanning op het stopcontact. | Sluit het apparaat aan op een ander stopcontact. Neem contact op met een erkend elektrotechnisch installateur. | |
| Het apparaat is lawaaiig. | Het apparaat staat niet stabiel. | Controleer of het apparaat stabiel staat. |
Pagina 15
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| Er is een hoorbaar of zichtbaar alarm. | De deur is open blijven staan. | Sluit de deur. |
| De compressor werkt voortdurend. | De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". |
| Te veel voedsel wordt tegelijkertijd bewaard. | Wacht een paar uur en controleer dan de temperatuur opnieuw. | |
| De temperatuur in de ruimte is te hoog. | Raadpleeg het hoofdstuk "Installeren". | |
| Het voedsel dat in het apparaat werd geplaatst was te heet. | Laat voedsel afkoelen tot kamertemperatuur voordat je ze opbergt. | |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| De Extra Cool-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Cool-functie’. | |
| De compressor start niet onmiddellijk na het drukken op "Extra Cool", of na het veranderen van de temperatuur. | De compressor start niet direct. | Dit is normaal en geen storing. |
| De deur is niet goed gemonteerd of dekt het ventilatierooster af. | Het apparaat staat niet waterpas. | Raadpleeg de montage-instructies. |
| Deur gaat moeilijk open. | Je probeerde de deur direct nadat je die sloot opnieuw te openen. | Wacht even met de deur openen nadat je die hebt gesloten. |
| De verlichting werkt niet. | De stand-bystand van de verlichting is ingeschakeld. | Sluit en open de deur. |
| De lamp is defect. | Neem contact op met de erkende servicedienst. | |
| Er is te veel bevroren rijp en ijs. | De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". |
| Het deurrubber is vervormd of vuil. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| Voedsel is niet goed verpakt. | Wikkel het voedsel goed in. | |
| De temperatuur is verkeerd ingesteld. | Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Apparaat is volledig geladen en is ingesteld op de laagste temperatuur. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| De ingestelde temperatuur in het apparaat is te laag en de omgevingstemperatuur is te hoog. | Stel een hogere temperatuur in. Raadpleeg het hoofdstuk "Bedieningspaneel". | |
| Er stroomt water over de achterwand van de koelkast. | Tijdens automatisch ontdooien smelt rijp op de achterwand. | Dit is correct. |
| Er zit te veel gecondenseerd water in de koelkast. | De deur werd te vaak geopend. | Open de deur alleen als het nodig is. |
Pagina 16
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| De deur is niet volledig gesloten. | Zorg ervoor dat de deur volledig gesloten is. | |
| Het bewaarde voedsel was niet ingepakt. | Verpak voedsel in geschikt materiaal voordat je het in het apparaat plaatst. | |
| Dit is normaal dat er in de zomer en herfst meer condensatie kan ontstaan door de verhoogde lucht- en voedselvochtigheid. De koelkast produceert geen vocht. Na deze periode neemt de vochtigheid in de koelkast af. | Stel in de zomer en herfst de warmere temperatuur in de koelkast in (ca. 6-7°C). | |
| Er zitten waterdruppels op de glazen planken. | Er zit te veel vocht in de koelkast. | Veeg de glazen planken af met een doek om waterdruppels te verwijderen. |
| Er stroomt water op de vloer. | De smeltwaterafvoer is niet aangesloten op de verdampschaal boven de compressor. | Sluit de smeltwaterafvoer aan op de verdampschaal. |
| De temperatuur kan niet worden ingesteld. | De Extra Cool-functie wordt ingeschakeld. | Schakel Extra Cool-functie handmatig uit, of wacht totdat de functie automatisch wordt gedeactiveerd. Raadpleeg de rubriek over "Extra Cool functie". |
| De temperatuur in het apparaat is te laag/te hoog. | De temperatuur is niet correct ingesteld. | Stel een hogere/lagere temperatuur in. |
| De deur is niet goed gesloten. | Raadpleeg het gedeelte "De deur sluiten". | |
| Het eten is te heet. | Laat het voedsel afkoelen voordat u het opbergt. | |
| Te veel voedsel wordt tegelijkertijd bewaard. | Bewaar minder voedsel tegelijkertijd. | |
| De dikte van de rijp is groter dan 4-5 mm. | Ontdooi het apparaat. | |
| De deur werd vaak geopend. | Open de deur alleen als dat nodig is. | |
| De Extra Cool-functie is ingeschakeld. | Zie de rubriek over ‘Extra Cool-functie’. | |
| Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. | Er wordt geen koude lucht gecirculeerd in het apparaat. Raadpleeg het hoofdstuk "Tips en advies". | |
| verschijnt op het display. | Het apparaat staat in de demonstratiemodus. | |
| verschijnt en het alarmlampje brandt. | Communicatieprobleem. | Neem contact op met de erkende servicedienst. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
Pagina 17
| Probleem | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
|---|---|---|
| of of en de huidige instelling verschijnt afwisselend voor 5 sec en het alarmlampje brandt. | Storing van de temperatuursensor. | Neem contact op met de erkende servicedienst. Het koelsysteem blijft de voedingsproducten koelen, maar de temperatuurinstelling kan niet worden gewijzigd. |
| 7.3 De deur 1. Reinig de | sluiten deurpakkingen. |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 17)
Als het probleem aanhoudt, neemt dan 2. Raadpleeg de installatie-instructies om de contact op met een erkende deur aan te passen.
servicedienst. 3. Neem contact op met het erkende servicecentrum om de defecte 7.2 Het lampje vervangen deurpakkingen te vervangen. Neem voor het vervangen van de lamp contact op met het erkende servicecentrum.
8. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij het apparaat wordt geleverd, biedt een internetkoppeling naar de informatie gerelateerd aan de prestaties van het apparaat in de EU-EPREL-database. Bewaar het energielabel ter referentie samen met de gebruikershandleiding en alle andere documenten die bij dit apparaat worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde informatie in EPREL te vinden via de koppeling htps:/eprel.ec.europa.eu en de modelnaam en het productnummer die u vindt op het typeplaatje van het apparaat.
Zie de koppeling www.theenergylabel.eu voor gedetailleerde informatie over het energielabel.
9. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het toestel voor elke EcoDesign-verificatie moeten in overeenstemming zijn met EN 62552 (EU). De ventilatievoorschriften, de afmetingen van de uitsparingen en de minimale open afstanden aan de achterzijde moeten voldoen
aan de voorschriften van deze gebruikershandleiding in “Installeren“. Neem contact op met de fabrikant voor verdere informatie, inclusief laadplannen.
10. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het symbool . Gooi de verpakking in een geschikte afvalcontainer om het te recycleren.
Bescherm het milieu en de volksgezondheid
en recycleer op een correcte manier het afval van elektrische en elektronische apparaten. Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Pagina 1: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 2
Welkom bij AEG! Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebt gekozen.
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:
www.aeg.com/support
Wijzigingen voorbehouden.
INHOUDSOPGAVE
- 1. VEILIGHEIDSINFORMATIE............................................................................2
- 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN...................................................................4
- 3. BEDIENINGSPANEEL....................................................................................7
- 4. DAGELIJKS GEBRUIK................................................................................... 9
- 5. TIPS EN ADVIES.......................................................................................... 11
- 6. ONDERHOUD EN REINIGING.....................................................................13
- 7. PROBLEEMOPLOSSING............................................................................. 14
- 8. TECHNISCHE GEGEVENS..........................................................................17
- 9. INFORMATIE VOOR TESTINSTITUTEN..................................................... 17
- 10. MILIEUBESCHERMING..............................................................................17
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen
- Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaar en ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan of instructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar en personen met zeer uitgebreide en complexe beperkingen mogen het apparaat in- en uitladen op voorwaarde dat ze de juiste instructies hebben
Pagina 3
gekregen. Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, tenzij zij voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit de buurt te worden gehouden.
- Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij gaan spelen met het apparaat.
- Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.
- Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
- Dit apparaat is alleen bedoeld voor het bewaren van voedsel en dranken.
- Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijk gebruik.
- Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers, bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en andere soortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de (gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus niet overschrijdt.
- Neem de volgende instructies in acht om besmetting van voedsel te voorkomen:
- open de deur niet gedurende lange perioden;
- reinig regelmatig oppervlakken die in contact kunnen komen met voedsel en toegankelijke afwateringssystemen;
- bewaar rauw vlees en vis in geschikte recipiënten in de koelkast, zodat het niet in contact komt met of druppelt op andere levensmiddelen.
- WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen vrij van obstructies. Dit geldt zowel voor losstaande als ingebouwde modellen.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische apparaten of andere middelen om het ontdooiproces te versnellen, behalve de middelen die door de fabrikant worden aanbevolen.
Pagina 4
- WAARSCHUWING: Beschadig het koelcircuit niet.
- WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische apparaten in de bewaarvakken van het apparaat, tenzij dit het type is dat door de fabrikant wordt aanbevolen.
- Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat te reinigen.
- Reinig het apparaat met een vochtige zachte doek. Gebruik alleen neutrale reinigingsmiddelen. Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes, oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
- Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit, ontdooi, reinig en droog het en laat de deur open om te voorkomen dat er schimmel in het apparaat ontstaat.
- Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat.
- Indien het netsnoer beschadigd is, moet het worden vervangen door de fabrikant, een erkende serviceverlener of vergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installeren
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende installatietechnicus mag dit apparaat installeren.
- Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
- Installeer en gebruik geen beschadigd apparaat.
- Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwde structuur installeert omwille van veiligheidsredenen.
- Volg de afzonderlijke instructies voor de installatie van het apparaat en het achteruitrijden van de deur die beschikbaar zijn op onze website.
- Pas altijd op bij verplaatsing van het apparaat, want het is zwaar. Gebruik altijd veiligheidshandschoenen en gesloten schoeisel.
- Zorg ervoor dat rondom het apparaat de lucht vrij kan circuleren.
- Bij de eerste installatie of na het omdraaien van de deur moet u minstens 4 uur wachten voordat u het apparaat op de stroom aansluit. Dit is om de olie terug te laten stromen in de compressor.
- Trek de stekker uit het stopcontact voordat u handelingen aan het apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien van de deur).
- Installeer het apparaat niet in de buurt van radiatoren of fornuizen, ovens of kookplaten, tenzij anders aangegeven in de installatie-instructies.
- Stel het apparaat niet bloot aan regen.
- Installeer het apparaat niet als er direct zonlicht is.
- Installeer dit apparaat niet in ruimtes die te vochtig of te koud zijn.
- Als je het apparaat verplaatst, til het dan op aan de voorrand, om krassen op de vloer te voorkomen.
Pagina 5
- Bescherm de vloer tegen krassen bij het omdraaien van de deur van het apparaat.
- Het apparaat bevat een zakje droogmiddel. Dit is geen speelgoed. Dit is geen levensmiddel. Gooi het onmiddellijk weg.
2.2 Elektrische aansluiting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en elektrische schokken.
WAARSCHUWING!
Zorg er bij het plaatsen van het apparaat voor dat het stroomsnoer niet klem zit of wordt beschadigd.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen adapters met meerdere stekkers en verlengkabels.
- Zorg ervoor dat de parameters op het vermogensplaatje overeenkomen met elektrische vermogen van de netstroom.
- Dit apparaat moet worden aangesloten op een geaard stopcontact.
- Gebruik altijd een juist geïnstalleerd schokbestendig stopcontact.
- Als het stopcontact voor huishoudelijk gebruik niet geaard is, sluit je het apparaat aan op een aparte aarding in overeenstemming met de huidige voorschriften. Raadpleeg hiervoor een gekwalificeerde elektricien.
- Zorg ervoor dat de elektrische onderdelen (bijv. stekker, netsnoer, compressor) niet beschadigd raken. Neem contact met de Bevoegde Servicedienst of een elektricien om de elektrische onderdelen te wijzigen.
- Het netsnoer moet onder het niveau van de stekker blijven.
- Steek de stekker pas in het stopcontact als de installatie is voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer na installatie bereikbaar is.
- Trek niet aan het netsnoer om het apparaat los te koppelen. Trek altijd aan de stekker.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel, brandwonden of elektrische schokken.
Het apparaat bevat ontvlambaar gas, isobutaan (R600a), een aardgas met een hoge ecologische compatibiliteit. Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat isobutaan bevat, niet beschadigt.
- De specificatie van dit apparaat niet wijzigen.
- Elk gebruik van het ingebouwde product als vrijstaand product is ten strengste verboden.
- Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij een omgevingstemperatuur variërend van 10°C tot 38°C. De juiste werking van het apparaat kan alleen worden gegarandeerd binnen het gespecificeerde temperatuurbereik.
- Zet geen elektrische apparaten (bijv. ijsvormers) in het apparaat, tenzij dit van toepassing is op de fabrikant.
- Als er schade optreedt aan het koelcircuit, zorg er dan voor dat er geen vlammen en ontstekingsbronnen in de kamer aanwezig zijn. Ventileer de kamer.
- Laat geen hete voorwerpen de kunststof onderdelen van het apparaat aanraken.
- Zet geen frisdranken in het vriesvak.
Hierdoor ontstaat er druk op de drankverpakking.
- Bewaar geen ontvlambare gassen en vloeistoffen in het apparaat.
- Plaats geen ontvlambare producten of artikelen die vochtig zijn met ontvlambare producten in, bij of op het apparaat.
- Raak de compressor of de condensator niet aan. Ze zijn heet.
- Verwijder of raak geen voorwerpen uit het vriesvak als je handen nat of vochtig zijn.
- Vries voedsel dat ontdooid is niet opnieuw in.
- Bewaar de voedingswaren volgens de instructies op de verpakking.
- Wikkel het voedsel in eender welk contactmateriaal voor voedsel alvorens het in het vriesvak te plaatsen.
Pagina 6
- Zorg dat er geen voedsel in contact komt met de binnenwanden van de compartimenten van het apparaat.
2.4 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische schokken.
- Dit product bevat een of meer lichtbronnen van energie-efficiëntieklasse F.
- Met betrekking tot de lamp(en) in dit product en reservelampen die afzonderlijk worden verkocht: Deze lampen zijn bedoeld om bestand te zijn tegen extreme fysieke omstandigheden in huishoudelijke apparaten, zoals temperatuur, trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld om informatie te geven over de operationele status van het apparaat. Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in andere toepassingen en zijn niet geschikt voor verlichting in huishoudelijke ruimten.
2.5 Onderhoud en reinigen
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade aan het apparaat.
- Schakel het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact voordat je onderhoudshandelingen verricht.
- Dit apparaat bevat koolwaterstoffen in de koelunit. Alleen een gekwalificeerd persoon mag het apparaat onderhouden en bijvullen.
2.6 Service
- Neem contact op met de erkende servicedienst voor reparatie van het apparaat. Gebruik alleen originele reserveonderdelen.
- Houd er rekening mee dat zelfreparatie of niet-professionele reparatie gevolgen kan hebben voor de veiligheid en de garantie kan doen vervallen.
- De volgende reserveonderdelen zullen gedurende 7 jaar nadat het model niet meer verkrijgbaar is leverbaar zijn: thermostaten, temperatuursensoren, printplaten, lichtbronnen, deurgrepen, deurscharnieren, laden en mandjes.
Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10 jaar nadat het model uit de handel is genomen.
De termijn kan in uw land langer zijn. Ga voor meer informatie naar onze website.
- Houd er rekening mee dat sommige van deze reserveonderdelen alleen beschikbaar zijn voor professionele reparateurs en dat niet alle reserveonderdelen relevant zijn voor alle modellen.
2.7 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of verstikking.
- Haal de stekker uit het stopcontact.
- Snij het netsnoer van het apparaat af en gooi dit weg.
- Verwijder de deur om te voorkomen dat kinderen en huisdieren opgesloten raken in het apparaat.
- Het koelcircuit en de isolatiematerialen van dit apparaat zijn ozonvriendelijk.
- Het isolatieschuim bevat ontvlambare gassen. Neem contact met uw plaatselijke overheid voor informatie m.b.t. correcte afvalverwerking van het apparaat.
- Veroorzaak geen schade aan het deel van de koeleenheid dat zich naast de warmtewisselaar bevindt.
Pagina 7
3. BEDIENINGSPANEEL
3
- 8 7
- 1 ECOMETER-indicatielampje
- 2 Extra Cool-knop/aanduiding
- 3 Indicatielampje koelvak
- 4 Alarmindicator Deur open
- 5 0° Mode-indicatielampje
- 6 0° Mode-toets
- 7 Koelkasttemperatuurknop/aanduiding
- 8 ECO-toets
3.1 In-/uitschakelen
Inschakelen
Steek de stekker in het stopcontact.
Zie 'Temperatuurregeling' om een andere temperatuur in te stellen.
Zie als in het display de melding wordt weergegeven 'Probleemoplossing'.
Schakel de
- 1. Houd de temperatuurknop van de koelkast gedurende 5 sec ingedrukt.
In het display wordt de melding knipperend weergegeven.
- 2. Trek de stekker uit het stopcontact
wanneer op het display verschijnt.
3.2 Temperatuurregeling
Het temperatuurbereik kan variëren tussen 3°C en 8°C voor de koelkast (aanbevolen 4°C).
Druk op de temperatuurknop van de koelkast om de temperatuur van het apparaat in te stellen.
Stel de aanbevolen temperatuur in door ECO functie in te schakelen. Zie "ECO functie".
De temperatuurlampjes tonen de ingestelde temperatuur.
De ingestelde temperatuur wordt binnen 24 u bereikt.
Na een stroomstoring herstelt het apparaat de ingestelde temperatuur.
3.3 ECO functie
De ECO-functie stelt de koelkasttemperatuur optimaal in voor het bewaren van het voedsel en minimaliseert het energieverbruik.
- 1. Druk op de ECO-toets om de functie in te schakelen.
De koelkasttemperatuur is ingesteld op +4 °C.
- 2. Druk om de functie uit te schakelen nogmaals de ECO-knop in of selecteer een andere insteltemperatuur (zie 'Temperatuurregeling').
Na het uitschakelen van de ECO-functie wordt de vriezertemperatuur ingesteld op +3°C.
Activering van de ECO deactiveert Extra Cool-functie.
De ECOMETER-indicator geeft het huidige energieverbruik van het apparaat weer. Drie volledig verlichte balken betekenen de meest energiezuinige instelling.
3.4 Extra Cool-functie
De Extra Cool-functie wordt gebruikt voor voorvriezen en vervolgens snelvriezen in het vriezercompartiment. Deze functie versnelt het invriezen van verse etenswaren en beschermt de etenswaren die al in de vriesruimte aanwezig zijn tegen opwarmen.
Pagina 8
Activeer de functie Extra Cool minstens 24 u van te voren om het voorvriezen te voltooien voordat je de etenswaren in de vriesruimte plaatst.
Druk op de knop Extra Cool om deze functie te activeren.
Het Extra Cool controlelampje licht op. De functie Extra Cool stopt automatisch na maximaal 52 u.
Druk op de knop Extra Cool om de functie uit te schakelen voordat deze automatisch wordt uitgeschakeld.
3.5 0° Mode instellingen
Met de 0° Mode kunt u verschillende temperatuurniveaus in het LongFresh-vak instellen.
De standaardinstelling is 5. De koudste instelling is 1 en de warmste instelling is 5.
Om de instelling te wijzigen
- 1. tikt u op de knop 0° Mode totdat u het gewenste temperatuurniveau selecteert.
- 2. Het 0° Mode indicatielampje geeft een geluid en knippert gedurende 3 seconden.
- 3. Wanneer het 0° Mode indicatielampje stopt met knipperen, wordt het huidige weergegeven temperatuurniveau geactiveerd.
Activering en deactivering van de ECO functie wijzigt de instellingen van de 0° Mode niet.
3.6 Deur open-alarm
Het alarmindicatielampje ‘deur open’ knippert en het akoestische alarm klinkt als de deur van de koelkast gedurende 5 min geopend blijft.
Het alarm stop als de deur wordt gesloten. Druk op een willekeurige knop om het akoestisch alarm en het knipperen van de binnenverlichting van de koelkast uit te schakelen.
Als je niet op een willekeurige knop drukt, wordt het akoestische alarm na ongeveer 1 uur automatisch uitgeschakeld.
3.7 Instellingsmodus
Met de instelmodus kunt u de ECOMETER indicator, de fabrieksinstellingen van het apparaat resetten en de temperatuureenheden wijzigen van °C in °F.:
De instelmodus activeren
- 1. Houd de knop ECO gedurende 3 sec ingedrukt. Het display toont afwisselend
een knipperende en .
- 2. Zodra de instelmodus is ingeschakeld,
toont het display afwisselend en .
Houd de knop ECO ongeveer 3 sec ingedrukt om de instellingsmodus uit te schakelen.
De instellingsmodus wordt automatisch uitgeschakeld als je gedurende 60 sec het bedieningspaneel niet gebruikt.
Navigeren door de instelmodus
Tik op de temperatuurknop om de parameter te wijzigen.
Tik op de Extra Cool knop om de parameterwaarde te wijzigen.
| Display | Standaardparameters |
|---|---|
| ECOMETER-indicatielampje | |
| Knopgeluiden | |
| Temperatuureenheden | |
| Fabrieksinstellingen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 8)
ECOMETER indicatielampje
Om de ECOMETER in of uit te schakelen:
- 1. De instellingsmodus activeren.
- 2. Tik herhaaldelijk op de Extra Cool knop om het ECOMETER indicatielampje in of uit te schakelen. De indicator wordt
afwisselend weergegeven en
Pagina 9
voor de ingeschakelde of voor de uitgeschakelde ECOMETER indicator.
- 3. Verlaat de instellingsmodus.
Toetsgeluiden
De geluiden in- of uitschakelen:
- 1. De instellingsmodus activeren.
- 2. Tik op de temperatuurindicator totdat op
het display verschijnt. Tik herhaaldelijk op de Extra Cool-knop om de akoestische alarmen in of uit te schakelen. Het display toont afwisselend
en voor de ingeschakelde of voor de uitgeschakelde geluiden.
- 3. Verlaat de instellingsmodus.
Temperatuureenheden
De temperatuureenheid wijzigen:
- 1. De instellingsmodus activeren.
- 2. Tik op de temperatuurindicator totdat op
het display verschijnt. Tik
herhaaldelijk op de knop Extra Cool om te
kiezen tussen voor Celsius en voor Fahrenheit.
- 3. Verlaat de instellingsmodus.
Fabrieksinstellingen
Deze functie herstelt elke instelling naar de fabrieksinstellingen. De standaard fabrieksinstellingen herstellen:
- 1. De instellingsmodus activeren.
- 2. Tik op de temperatuurknop totdat op het
display verschijnt. Tik op de knop
Extra Cool totdat op het display verschijnt.
verandert in knipperend en
vervolgens in , wat aangeeft dat de fabrieksinstellingen zijn hersteld.
- 3. Verlaat de instellingsmodus.
4. DAGELIJKS GEBRUIK
LET OP!
Dit koelapparaat is niet geschikt voor het invriezen van levensmiddelen.
4.1 Het plaatsen van de deurschappen
Om het bewaren van voedsel te vergemakkelijken, kunnen de deurrekken op verschillende hoogtes worden geplaatst. Trek het schap omhoog om deze te verplaatsen.
Dit model is uitgerust met een variabele opbergdoos.
4.2 Verplaatsbare legrekken
De wanden van de koelkast zijn voorzien van geleiders. U kunt de positie van de planken wijzigen.
Dit apparaat is uitgerust met een flexibel schap. De voorste helft van het schap kan onder de tweede helft worden geplaatst:
- 1. Haal de voorste helft er voorzichtig uit.
- 2. Schuif het in de onderliggende geleider en onder de andere helft.
1
2
Verplaats de glazen plaat boven de groentelade niet, om de juiste luchtcirculatie te garanderen.
Pagina 10
4.3 LongFresh-vak
De temperatuur en de relatieve vochtigheid in het compartiment bieden optimale omstandigheden voor het bewaren van verschillende soorten vers voedsel (vis, vlees, zeevruchten, enz.).
Zie voor de temperatuurinstellingen in het vak het gedeelte "0° Mode instellingen".
4.4 Vochtregeling
Het LongFresh-vak heeft stoppers die zorgen dat de lades niet uit het apparaat vallen wanneer ze geheel naar buiten worden getrokken. De lade verwijderen:
- 1. Trek de lade tot het maximum uit.
- 2. Til de lade op en trek hem naar buiten.
De laden die symbolen bevatten: MAX en MIN kunnen worden gebruikt in overeenstemming met de gewenste opslagcondities, onafhankelijk van elkaar, met lagere of hogere luchtvochtigheid.
De regeling voor elke lade is afzonderlijk en wordt geregeld met behulp van de schuifklep aan de voorkant van de lade.
- “Droog”: lage relatieve vochtigheidsgraad.
Dit vochtigheidsniveau wordt bereikt wanneer beide schuifregelaars in deze positie MIN zijn ingesteld en de ventilatieopeningen wijd open zijn.
- “Vochtig”: hoge relatieve vochtigheidsgraad.
Dit vochtigheidsniveau wordt bereikt wanneer beide schuifregelaars in deze positie zijn ingesteld MAX en de ventilatieopeningen zijn gesloten.
Vochtigheid blijft behouden en kan niet ontsnappen.
4.5 MULTIFLOW
De koelruimte is uitgerust met de MULTIFLOW ventilator die snelle en effectieve koeling van voedsel mogelijk maakt
en zorgt voor een gelijkmatige temperatuur in het vak.
De ventilator wordt alleen automatisch ingeschakeld als de deur gesloten is.
Blokkeer de ventilatieopeningen niet.
Verwijder het MULTIFLOW-paneel niet. Raadpleeg voor reinigingsinstructies het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging".
4.6 Bottle Stop
Het accessoire voorkomt dat flessen of blikken kunnen rollen. Bewaar de flessen of blikjes op elkaar.
Voor het accessoire is geen montage of gereedschap nodig. Plaats het accessoire met de siliconen onderkant naar beneden om de flessen te bewaren.
Bewaar max. 10 kg flessen en/of blikjes van verschillende afmetingen in maximaal twee rijen, zoals weergegeven in de afbeelding.
Pagina 11
Berg alleen dichte flessen of blikjes op en plaats ze met de opening naar voor gericht.
Plaats onverpakt voedsel niet in direct contact met het accessoire.
4.7 Vers voedsel invriezen
Gebruik het vriesvak voor het invriezen van vers voedsel en voor het gedurende een
lange periode bewaren van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Overschrijd niet de maximale hoeveelheid voedsel die kan worden ingevroren zonder binnen 24 u ander vers voedsel toe te voegen (zie het typeplaatje).
Raadpleeg voor meer informatie "Tips voor het invriezen".
4.8 Het bewaren van ingevroren voedsel
LET OP!
Als de stroom langer uitstaat dan de waarde die op het typeplaatje staat vermeld onder "stijgtijd", moet het ontdooide voedsel onmiddellijk worden geconsumeerd.
5. TIPS EN ADVIES
5.1 Tips voor energiebesparing
- Koelkast: Het meest efficiënte energiegebruik is verzekerd in de configuratie waarbij de lades zich in het onderste deel van het apparaat bevinden en de rekken gelijkmatig verdeeld zijn. De positie van de deurbakken heeft geen invloed op het energieverbruik.
- Open de deur niet te vaak of laat deze niet langer open staan dan noodzakelijk.
- Vriezer: Hoe kouder de temperatuurinstelling, hoe hoger het energieverbruik.
- Koelkast: Stel de temperatuur niet te hoog in om energie te besparen, tenzij dit nodig is vanwege het soort voedsel.
- Dek de ventilatieroosters of -gaten niet af.
- Zorg ervoor dat voedingsmiddelen in het apparaat lucht door speciale gaten in de achterzijde van het apparaat laten circuleren.
5.2 Tips voor het invriezen
- Vries flessen of blikjes niet in met vloeistoffen, met name dranken die
kooldioxide bevatten. Ze kunnen tijdens het invriezen exploderen.
- Plaats geen warm voedsel in het vriesvak.
- Plaats vers niet-bevroren voedsel niet direct naast al ingevroren voedsel.
- IJsblokjes, ingevroren water of waterijsjes niet meteen nadat ze uit de vriezer zijn gehaald opeten om bevriezingen te voorkomen.
- Ontdooid voedsel niet opnieuw invriezen.
5.3 Tips voor het bewaren van ingevroren voedsel
- Het vriesvak is het vak gemarkeerd met
.
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van ingevroren voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan -18°C.
- Een hogere temperatuurinstelling in het apparaat kan leiden tot een kortere houdbaarheid.
- Het hele vriesvak is geschikt voor de opslag van diepvriesproducten.
Pagina 12
- Laat voldoende ruimte rond het voedsel om de lucht vrij te laten circuleren.
5.4 Houdbaarheid voor vriescompartiment
| Soort voedsel | Houdbaarheid (maanden) |
|---|---|
| Brood | 3 |
| Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) | 6 - 12 |
| Groenten | 8 - 10 |
| Restjes zonder vlees | 1 - 2 |
| Zuivelproducten: | |
| Boter Zachte kaas (zoals mozzarella) Harde kaas (zoals Parmezaanse kaas, cheddar) | 6 - 9 3 - 4 6 |
| Vis/Zeevruchten: | |
| Vette vis (zoals zalm, makreel) Magere vis (zoals kabeljauw, bot) Garnalen Gepelde mosselen en mosselen Gekookte vis | 2 - 3 4 - 6 12 3 - 4 1 - 2 |
| Vlees: | |
| Gevogelte Rundvlees Varkensvlees Lamsvlees Worst Ham Restjes met vlees | 9 - 12 6 - 12 4 - 6 6 - 9 1 - 2 1 - 2 2 - 3 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 12)
5.5 Tips voor het koelen van voedsel
- Het vak voor vers voedsel is het vak met
de markering met .
- Een goede temperatuurinstelling die de conservering van vers voedsel garandeert is een temperatuur lager dan of gelijk aan +4°C.
- Gebruik altijd gesloten recipiënten voor vloeistoffen en voor voedsel, om smaken of geuren in het vak te voorkomen.
- Om kruisbesmetting tussen gekookt en rauw voedsel te voorkomen, bedekt je het
gekookte voedsel en scheidt je het van het rauwe.
- Wikkel het vlees in en plaats het op de glazen plank boven de groentelade.
- Ontdooi het voedsel in de koelkast.
- Plaats geen warm voedsel in het apparaat.
- Reinig fruit en groenten en plaats ze in een speciale lade (groentelade).
- Bewaar geen exotisch fruit in de koelkast.
- Bewaar geen groenten zoals tomaten, aardappelen, uien en knoflook in de koelkast.
- Sluit de flessen voordat u ze in de koelkast plaatst.
5.6 Tips voor het bewaren van vers voedsel in de LongFresh lade
De LongFresh lade is gemarkeerd met MAX en MIN.
| Soort voedsel | Aanpassing van de luchtvochtigheid | Bewaartijd |
|---|---|---|
| Boter | MIN “droog” | maximaal 1 maand |
| Biefstuk, wild, kleine stukken vlees, gevogelte | MIN “droog” | maximaal 7 dagen |
| Tomatensaus | MIN “droog” | maximaal 4 dagen |
| Vis, schaaldieren, gekookte vleesproducten | MIN “droog” | maximaal 3 dagen |
| Gekookte zeevruchten | MIN “droog” | maximaal 2 dagen |
| Salade, groenten Wortelen, kruiden, spruitjes, bleekselderij | MAX “vochtig” | maximaal 1 maand |
| Artisjokken, bloemkool, ci-chorei, ijsbergsla, andijvie, lamssla, sla, prei, radicchio | MAX “vochtig” | maximaal 21 dagen |
Pagina 13
| Soort voedsel | Aanpassing van de luchtvochtigheid | Bewaartijd |
|---|---|---|
| Broccoli, Chinese bladeren, boerenkool, kool, radijsjes, savooiekool | MAX “vochtig” | maximaal 14 dagen |
| Erwten, koolrabi | MAX “vochtig” | maximaal 10 dagen |
| Lente-uitjes, radijsjes, asperges, spinazie | MAX “vochtig” | maximaal 7 dagen |
| Fruit Peren, dadels (vers), aardbei- en, perziken | MAX “vochtig” | maximaal 1 maand |
| Pruimen rabarber, kruisbessen | MAX “vochtig” | maximaal 21 dagen |
| Appels (niet koudegevoelig), kweeperen | MAX “vochtig” | maximaal 20 dagen |
| Abrikozen, kersen | MAX “vochtig” | maximaal 14 dagen |
| Damsons, druiven | MAX “vochtig” | maximaal 10 dagen |
| Bramen, zwarte bessen | MAX “vochtig” | maximaal 8 dagen |
| Vijgen (vers) | MAX “vochtig” | maximaal 7 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
| Soort voedsel | Aanpassing Bewaartijd van de luchtvochtigheid |
| Bosbessen, frambozen | MAX “vochtig” maximaal 5 dagen |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 13)
Bewaar taarten met room niet langer dan 3 dagen in de lade.
Leg exotische groenten en fruit die bij kamertemperatuur moeten worden bewaard niet in de lade.
Het type voedsel dat hierboven niet wordt genoemd, dient te worden bewaard in het koelvak (bijv. alle soorten kaas, koude vleeswaren, enz.).
Het niveau van luchtvochtigheid in de laden hangt af van de hoeveelheid vocht in het opgeslagen voedsel en van de frequentie waarop de deur wordt geopend.
De lade is geschikt voor het langzaam ontdooien van voedsel. Bewaar het ontdooide voedsel niet langer dan twee dagen in de lade.
Neem al het voedsel dat in de lade is bewaard 15-30 minuten voor consumptie uit de lade.
6. ONDERHOUD EN REINIGING
| WAARSCHUWING! | LET OP! |
|---|---|
| Zie de hoofdstukken over veiligheid. | Reinig het bedieningspaneel met een vochtige doek. Gebruik geen |
| 6.1 Het reinigen van de binnenkant | reinigingsmiddelen. Veeg het bedieningspaneel droog met een zachte |
| Reinig vóór het eerste gebruik de binnenkant en alle accessoires met lauwwarm water en | doek. |
| neutrale zeep en droog vervolgens af. | 6.2 Periodieke reiniging |
| LET OP! | Reinig de apparatuur regelmatig: |
| De accessoires en onderdelen van het apparaat zijn niet vaatwasserbestendig. | • Reinig de binnenkant en de accessoires met lauw water en wat neutrale zeep. |
| Spoel af en veeg ze droog. |
Pagina 14: zie Storingen hierboven.
Pagina 15: zie hierboven.
Pagina 16: zie hierboven.
Pagina 17: zie hierboven.