ATAG CS8412D, tekst van de handleiding
Pagina's 20–47 van 232 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–19verder op pagina 48 →
Pagina 20
De oven gebruiken
Vochtreductie wordt aanbevolen bij de bereiding van:
- deegwaren (tegen het einde van de bereidingstijd): voor een mooie bruine, krokante korst;
- vlees (tegen het einde van de bereidingstijd): voor een mooi bruin, krokant oppervlak;
- groente: gebruik de functie meerdere keren tijdens de bereiding om overmatig vocht uit het apparaat te laten ontsnappen;
- patat, koekjes en vergelijkbare deegwaren (tegen het einde van de bereidingstijd): voor een betere textuur.
INFORMATIE!
Tijdens de toevoeging van stoom, kan de stoominstelling niet worden aangepast en verschijnt er een waarschuwing op het display.
1.
Selecteer in het menu .
- 2. Stel de tijd in voor de eerste keer dat de stoom wordt verwijderd en bevestig de instelling.
- 3. Stel vervolgens een tijd in voor de tweede en de derde keer. Het aantal keer is afhankelijk van de bereidingsduur.
De ovendeur gaat automatisch op de ingestelde tijdstippen open en dicht.
U kunt de geselecteerde instelling opnieuw instellen door op te drukken.
WAARSCHUWING!
De deur gaat automatisch dicht nadat hij is geopend. De deur met de hand of geforceerd dicht duwen, kan het mechanisme beschadigen.
Bereidingen in fasen
Met deze functie kunt u bereidingen in drie stappen instellen (drie opeenvolgende bereidingsstappen combineren tot één bereidingsproces).
INFORMATIE!
Deze functie kan worden geselecteerd in het menu
of in het hoofdmenu.
Pagina 21
De oven gebruiken
- 1. Stap 1
Druk op . U kunt als eerste stap de bereidingsstand, de bereidingstemperatuur en de -duur selecteren. U kunt ook kiezen voor snel voorverwarmen. Bevestig uw selectie.
OPMERKING: als u een bereidingsduur selecteert, kunt u de eerste stap ook in de basisinstellingen instellen.
- 2. Stap 2
Selecteer de instellingen voor stap 2 en stap 3.
U kunt de stappen ook wijzigen voordat de bereiding wordt gestart.
- 3. Druk op om de bereiding te starten.
De oven begint eerst bij de instellingen voor stap 1.
OPMERKING: u kunt individuele stappen verwijderen door op
te drukken.
Eigen ovenprogramma's opslaan
Hiermee kunt u uw favoriete en meestgebruikte instellingen in het geheugen opslaan en later opnieuw gebruiken. Er kunnen maximaal 50 voorinstellingen worden opgeslagen.
- 1. Opslaan in instellingen
Vanuit de instellingen kunt u uw geselecteerde parameters opslaan in uw voorinstellingen zodat u ze de toekomst weer kunt gebruiken.
Druk op om het toetsenbord te openen en uw voorinstelling een naam te geven. Er zit geen limiet aan de lengte van de naam. Bevestig de naam met .
- 2. Instellingen opslaan na afloop van een bereiding.
Nadat de taak is voltooid, geeft het scherm weer. Druk op deze toets om de voorinstelling op te slaan.
Het hoofdmenu verschijnt op het scherm.
- 3. Reeds opgeslagen instellingen weergeven
U kunt uw favoriete recepten opnieuw selecteren door naar het hoofdmenu te gaan en OPGESLAGEN PROGRAMMA'S te selecteren. De namen van alle opgeslagen recepten worden weergegeven.
OPMERKING: u kunt ook de vooraf ingestelde waarden voor al opgeslagen recepten wijzigen en de recepten na de bereiding opslaan onder een nieuwe naam.
- 4. Eerder opgeslagen instellingen verwijderen
Selecteer de voorinstelling. Druk op en selecteer . U ziet nu een waarschuwing op het scherm. Bevestig uw selectie.
Bereidingen met stoom
Met dit proces wordt precies de juiste hoeveelheid stoom toegevoegd om het oppervlak van het voedsel meer te garen en het voedsel knapperiger te maken, terwijl de binnenkant ervan zacht en luchtig blijft. Het is raadzaam om de stand voor het toevoegen van stoom te gebruiken bij het bakken van voedsel als brood, verse broodjes, cakerollen en sponscake en bij het bereiden van kleine stukken gevogelte en groente.
Combimagnetronstanden
1.
Selecteer de functie
COMBIMAGNETRONSTANDEN in het hoofdmenu.
21
Pagina 22
De oven gebruiken
Vervolg tabel vorige pagina
- 2. Selecteer de stand (zie onderstaande tabel).
Afhankelijk van de geselecteerde bereidingsstand, ziet u instellingen voor: - temperatuur - duur - voorverwarmingsopties
- 3. U kunt bovendien het volgende instellen:
- Menu (zie hoofdstuk: Plus-menu - aanvullende instellingen).
- 4. Vul het waterreservoir (zie het hoofdstuk ‘Het waterreservoir vullen’).
- 5. Druk op om de bereiding te starten.
Stoom
Stomen is een gezonde manier om voedsel te bereiden zonder verlies van voedingsstoffen, textuur en smaak. Het is geschikt voor groente, vis, vlees, eieren, pasta en rijst.
Pro Steam
In het Pro Steam-programma wordt de stoomtoevoer automatisch aangepast aan het soort en de hoeveelheid voedsel in het apparaat. De grotere hoeveelheid stoom en het aangepaste temperatuurprofiel zorgen voor uitstekende resultaten bij de bereiding van groente (zoals broccoli of erwten).
1.
Selecteer in het hoofdmenu de functie
STOOM/ PRO STEAM.
- 2. Selecteer de stand (zie onderstaande tabel).
- 3. Afhankelijk van de geselecteerde bereidingsstand, ziet u instellingen voor:
- temperatuur
- duur
- 4. U kunt bovendien het volgende instellen:
- Menu (zie hoofdstuk: Plus-menu - aanvullende instellingen).
- 5. Vul het waterreservoir (zie het hoofdstuk ‘Het waterreservoir vullen’).
- 6. Druk op om de bereiding te starten.
Symbool
Gebruik
Stoom
Door stoom toe te voegen, wordt het vlees sappiger en zachter zonder toevoeging van vet. Geschikt voor het bereiden van groente, eieren, fruit en rijst.
Pro Steam
Geavanceerde technologie voor bereidingen met stoom die zorgt voor snellere resultaten en betere smaken en tegelijkertijd de voedingsstoffen in het gestoomde voedsel behoudt. Geschikt voor alle soorten groente.
Pagina 23
De oven gebruiken
Vervolg tabel vorige pagina
Symbool
Gebruik
Bovenwarmte + onderwarmte + ventilator + stoom
Het gerecht wordt verwarmd met de verwarmingselementen boven en onder. De ventilator distribueert de warmte gelijkmatig. De toevoeging van stoom verhoogt de hoeveelheid vocht om ervoor te zorgen dat het voedsel knapperig is aan de buitenkant en zacht in het midden. Deze functie is ideaal voor het bakken van brood en gebak.
Hete lucht + stoom HOOG: bereiding van vlees, steak en kleinere stukken vlees.
MEDIUM: opwarmen van koude/bevroren maaltijden, bereiden van visfilets and het gratineren van groente.
LAAG: bereiding van grote stukken vlees (braden van een hele kip), bakken van rijsdeeg (brood e.d.), lasagne, enzovoort. Zorg er altijd voor dat het waterreservoir is gevuld met vers water.
WAARSCHUWING!
Door de grotere hoeveelheid stoom kan er zich aan het eind van de bereiding een grote hoeveelheid water in de bodem van het apparaat bevinden. Dit is normaal en heeft geen invloed op de goede werking van het apparaat. Het is raadzaam het water na gebruik te verwijderen met een zachte doek.
Pagina 24
De oven gebruiken
Het waterreservoir vullen
Met het waterreservoir kan er apart water in het apparaat worden gedaan. Het reservoir heeft een inhoud van ongeveer 1,3 l.
- 1. Haal het waterreservoir uit de behuizing door op het klepje te drukken.
- 2. Open de afdekking. Vul het reservoir met water.
Monteer het reservoir en schenk er schoon water in. Gebruik indien nodig een zachte doek om water van de buitenkant van het reservoir te verwijderen.
- 3. Plaats het reservoir helemaal terug in de behuizing. Het display toont het waterniveau in het reservoir (van niveau 0 t/m 5).
OPMERKING: als het display waterniveau 0 aangeeft, verschijnt de volgende inscriptie Vul watertank tot juiste niveau
Na de bereiding wordt het resterende water van het stoomsysteem naar het waterreservoir gepompt. De afdekking en de houder van het waterreservoir kunnen worden schoongemaakt met gewone, niet-schurende reinigingsmiddelen.
INFORMATIE!
Controleer of het mechanisme voor het duwen en uittrekken van het waterreservoir volledig werkt bij het openen. Als het slechts gedeeltelijk werkt, is het mogelijk dat het reservoir niet in de eindpositie vastklikt.
WAARSCHUWING!
Als u meer water in het waterreservoir schenkt dan tot de aanduiding MAX, kan het teveel aan water door de opening tussen de afdekking van het reservoir en het reservoir zelf op de grond lekken.
Water dat in het reservoir wordt geschonken, moet op kamertemperatuur (tussen 10 en 30 °C) zijn. Gebruik geen gedestilleerd water, kraanwater met een hoog chloorgehalte of andere vergelijkbare vloeistoffen. Gebruik alleen vers leidingwater, onthard water of niet-koolzuurhoudend mineraalwater.
Pagina 25
De oven gebruiken
Automatische programma's
Met dit programma kunt u kiezen uit een groot aantal recepten die zijn goedgekeurd door chef-koks en voedingsdeskundigen.
AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S in het
- 1. Schakel het apparaat in . Selecteer hoofdmenu.
- 2. Selecteer het type voedsel en vervolgens het gerecht. Bevestig met .
Voor elk van de recepten is vooraf een stand, temperatuur en bereidingstijd vastgesteld.
Automatische programma's worden verdeeld in de volgende hoofdcategorieën:
- Eén ingrediënt: programma's die zijn bedoeld voor het bereiden van afzonderlijke ingrediënten zoals vlees, groenten, eieren of fruit.
- Gerechten: programma's voor gerechten met meerdere ingrediënten, die meer complexe bereiden vergen.
- Bakken: programma's voor producten zoals brood en verschillende soorten gebak.
- Kant-en-klaarmaaltijden en snacks: programma's voor bevroren of kant-en-klare gerechten en voorgekookte snacks zoals friet en popcorn.
- Favorieten: een selectie programma's uit de bovenstaande categorieën die u markeert als favorieten.
OPMERKING: voor bepaalde gerechten kunt u ook de programmaparameters wijzigen.
- 3. U kunt bovendien het volgende instellen:
- Menu (zie hoofdstuk: Plus-menu - aanvullende instellingen).
Het automatische programma maakt het mogelijk om extra functies te kiezen voor het
- 4. geselecteerde gerecht (zie latere hoofdstukken).
Opmerking: links op het scherm kunt u op
drukken voor meer informatie over het programma.
Zoeken
Met de zoekfunctie kunt u zoeken op een woord of deel van een woord, zoals een automatisch programma of een ingrediënt.
. Selecteer AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S in het
- 1. Schakel het apparaat in hoofdmenu.
2.
Druk op en typ de naam van het gerecht of een deel van de naam van het gerecht waar u naar op zoek bent.
- 3. Bevestig uw selectie met .
Er worden al na de invoer van slechts één teken automatisch zoekresultaten weergegeven.
INFORMATIE!
Als de browser geen relevante resultaten vindt, wordt het bericht 'Geen resultaten' weergegeven.
Toevoegen aan favorieten
Door programma's als favoriet te markeren, hebt u snel toegang tot veel gebruikte instellingen.
25
Pagina 26
De oven gebruiken
- 1. Schakel het apparaat in . Selecteer AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S in het hoofdmenu.
- 2. Selecteer het type voedsel en vervolgens het gerecht.
3.
Druk op en selecteer . Bevestig uw selectie.
om een voorinstelling te verwijderen.
Selecteer
INFORMATIE!
De lijst met favorieten wordt in alfabetische volgorde weergegeven.
Aangepast programma
Met deze functie kunt u de programmaparameters aanpassen aan uw voorkeuren.
- 1. Schakel het apparaat in . Selecteer AUTOMATISCHE PROGRAMMA'S in het hoofdmenu.
- 2. Selecteer het type voedsel en vervolgens het gerecht.
- 3. Druk op en selecteer .
U krijgt opties en voorinstellingen te zien waarmee u de belangrijkste parameters kunt instellen en naar wens kunt aanpassen, zoals temperatuur, stand, vochtigheid en vermogen.
- 4. Bevestig uw selectie met .
INFORMATIE!
Aangepaste instellingen kunnen worden opgeslagen als voorinstellingen.
Extra functies
(afhankelijk van het model)
om het hoofdmenu op
Een aantal aanvullende functies kunnen worden geselecteerd. Druk op het scherm weer te geven.
ONTDOOIEN
Ontdooien met stoom
Wordt gebruikt om bevroren voedsel (taart, gebak, brood en fruit) snel te ontdooien. Halverwege het ontdooien moeten de voedingsmiddelen worden omgedraaid, omgeroerd en van elkaar gescheiden als ze aan elkaar bevroren waren.
CONSERVEREN
Pagina 27
De oven gebruiken
Vervolg tabel vorige pagina
Drogen
De functie is bedoeld voor het drogen van voedsel. Geschikt voor het drogen van fruit en groente.
Kruiden drogen
De functie is bedoeld voor het drogen van voedsel. Geschikt voor het drogen van kruiden.
Pasteurisatie
De functie voorkomt de groei van bacteriën door het gebruik van hitte. Geschikt voor sappen.
Inmaken
Voor het afdichten van potten voor ingemaakt voedsel (zoals compote, jam, appelmoes, tomatensaus, voedsel op zuur, ingemaakte groenten, enzovoort).
NON-FOOD
Borden verwarmen
Gebruik deze functie om borden warm te maken voordat u er gerechten op serveert, zodat de gerechten langer warm blijven. U kunt de temperatuur en de begin- en eindtijd instellen voor het verwarmen.
Hot stones
Wordt gebruikt om stenen op te warmen. Plaats schone stenen op de bakplaat en plaats deze op het tweede rek.
Oshibori
Wordt gebruikt voor het bereiden van vochtige handdoeken. Maak de handdoeken vochtig, rol ze op en plaats ze op een geperforeerde, roestvrijstalen bakplaat.
Steriliseren
Voor non-foodartikelen, zoals glazen potten, voedingsflesjes voor baby's enzovoort.
OPWARMEN
Opwarmen met hete lucht
Met deze functie kunnen eerder bereide maaltijden geleidelijk worden opgewarmd. Zorg dat de deur tijdens de werking niet onnodig wordt geopend.
Warm houden
Wordt gebruikt om voedsel warm te houden. U kunt de temperatuur en de begin- en eindtijd van het opwarmen instellen.
Opwarmen met hete lucht + stoom
Deze functie wordt gebruikt om voorgekookt voedsel opnieuw op te warmen. Door het gebruik van stoom is er geen verlies van kwaliteit omdat smaak en structuur worden behouden zoals bij vers bereide gerechten. Verschillende soorten voedsel kunnen tegelijkertijd worden bereikt zonder dat dat invloed heeft op hun kwaliteit.
Opmerking: met een aantal functies kunt u vooraf ingestelde programma's selecteren.
Pagina 28
Beginnen met bakken/braden
Begin met koken door op
te drukken.
De volgende parameters verschijnen op het display (afhankelijk van de geselecteerde instellingen):
- bereidingsstand
- huidig stoom in de oven
- huidige en ingestelde temperaturen
- werkingsduur
- uitgestelde start
- waterniveau in het reservoir
Pagina 29
Einde bereiding en oven uitschakelen
Wanneer de bereiding is voltooid, wordt op het display EET SMAKELIJK! weergegeven. Er klinkt een pieptoon.
U kunt werking ook annuleren door op te drukken.
Door de knop in te drukken, kunt u een nieuwe instelling selecteren.
De inhoud van het menu hangt af van de op dat moment beschikbare bedieningsopties.
| Door dit te selecteren, verlengt u de bereidingstijd met 5 minuten. De | |
| Hervat programma | duur en de bereidingsstand kunnen worden ingesteld. |
| Met deze modus kunt u de geselecteerde instellingen opslaan bij uw favorieten en ze later opnieuw gebruiken (als u een handmatig | |
| Sla op | bereidingsprogramma heeft gebruikt) (zie hoofdstuk: Eigen ovenprogramma's opslaan). |
| Met deze modus kunt u snel overschakelen van hoge naar lage | |
| Snel koelen | temperaturen. |
| Met deze modus kunt u het warmteniveau in de oven handhaven (het | |
| Warm houden | voedsel in de oven blijft warm). |
| Verwijder stoom wanneer programma | Het automatisch openen van de deur maakt het mogelijk om automatisch stoom te laten ontsnappen. |
| eindigt | Opmerking: de schermtekst wordt weergegeven als deze functie niet is geselecteerd in de algemene instellingen (zie hoofdstuk De algemene instellingen kiezen). |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 29)
INFORMATIE!
Nadat de bereiding is voltooid, zal de koelventilator nog enige tijd draaien.
Condensatie in de ovenruimte en op de binnendeur na een bakprogramma is een normaal verschijnsel en heeft geen invloed op het bakresultaat. Na het koken met stoom is het echter in grotere hoeveelheden aanwezig, aangezien het systeem gedurende het hele stoom kookproces water gebruikt. Nadat het programma is voltooid, raden we aan om het aanwezige vocht aan de binnenkant van de oven af te vegen met een doek zodat de oven droog is voor het volgende gebruik.
WAARSCHUWING!
Als u een stoomstand of een stand met de toevoeging van stoom hebt gebruikt, kan het zijn dat water zich onder in de ovenruimte heeft verzameld. Dit moet na gebruik worden afgeveegd.
Pagina 30
De algemene instellingen kiezen
WAARSCHUWING!
Na een stroomstoring of het uitschakelen van het apparaat worden de aanvullende functies bewaard.
Druk op
om het selectiemenu te openen.
START OP AFSTAND
Druk op deze knop om de afstandsbediening te activeren (zie hoofdstuk: Wifigebruik).
OVENVERLICHTING
Druk op deze knop om de ovenverlichting in- of uit te schakelen.
HERINNERINGEN
Het alarm werkt onafhankelijk van de oven. De maximale instelling is 24 uur. U kunt drie verschillende alarmsignalen instellen. Om het alarm uit te schakelen, stelt u de tijd in op 0:00.
OPMERKING: als het apparaat wordt uitgeschakeld, blijft het alarm actief.
DISPLAYSLOT - AUTOMATISCH
Hiermee wordt de veiligheidsvergrendeling van de toetsen geactiveerd of gedeactiveerd, om onbedoeld gebruik van het apparaat te voorkomen.
Vergrendel het scherm door de toets aan te raken.
Als u het scherm wilt ontgrendelen, raakt u het scherm of een willekeurige toets aan. Veeg van links naar rechts op het scherm en druk op de KNOP.
- Als het kinderslot is geactiveerd en er geen timerfunctie is ingesteld (alleen de klok wordt weergegeven), werkt de oven niet.
- Als de vergrendeling is geactiveerd nadat er een timerfunctie is ingesteld, werkt het apparaat normaal, maar is het niet mogelijk om de instellingen te wijzigen.
- Wanneer de toetsen zijn vergrendeld, kunt u de bereidingsstanden of aanvullende functies niet wijzigen. U kunt dan alleen de bereiding uitschakelen.
- De toetsen blijven ook vergrendeld nadat het apparaat is uitgeschakeld. Als u een nieuwe stand wilt selecteren, moet u de vergrendeling deactiveren.
INSTELLINGEN
Nadat u op de knop hebt gedrukt, kun u kiezen uit verschillende instellingen en kunt u deze aanpassen (zie onderstaande tabel).
om verschillende instellingen te selecteren en aan te passen.
TAAL - TIJD
Selecteer uw voorkeurstaal, datum en tijd uit de vervolgkeuzelijst.
BEREIDING
U kunt uit verschillende instellingen kiezen:
- VOORVERWARMSTANDAARD
Deze functie activeert Verwarm standaard snel voor automatisch, zodat de binnenzijde van de oven zo snel mogelijk wordt opgewarmd, of Verwarm standaard voor, zodat de binnenzijde van de oven snel en efficiënt wordt opgewarmd. Als u
Druk op
30
Pagina 31
De algemene instellingen kiezen
Vervolg tabel vorige pagina
Verwarm standaard niet voor selecteert, wordt de oven wordt geleidelijk opgewarmd met het ingestelde programma, zodat het voedsel meteen in de oven kan worden geplaatst voor gelijkmatige bereiding.
- BEREIDINGSINSTELLINGEN
U kunt kiezen tussen de algemene instellingen of de meest recente instellingen die aan het eind van het gebruik van de oven zijn opgeslagen.
- VERWIJDER STOOM WANNEER PROGRAMMA EINDIGT
Deze functie maakt het mogelijk om de deur automatisch te openen om stoom te laten ontsnappen.
- HERINNERINGEN
U kunt een herinnering selecteren voor wanneer de gewenste temperatuur is bereikt en voor het einde van de bereiding (1 tot 5 minuten).
- KALIBRATIE EN INBRANDEN
Het kalibratieproces duurt 4 uur. U kunt het activeren door op START te drukken.
MODI
Nadat u uw selectie hebt bevestigd, ziet u rechts in het menu een kolom met actieve modi. Tik op deze kolom om de instellingen weer te geven die kunnen worden gewijzigd (ECO, NACHTSTAND, SABBAT, WINKELMODUS).
BEDIENING
U kunt uit verschillende instellingen kiezen:
- DEUR OPEN - WEKKEN
Selecteer On om altijd het beginscherm weer te geven wanneer de deur wordt geopend. Het stroomverbruik kan toenemen als deze functie is ingeschakeld.
- OPSTARTSCHERM
Selecteer On om het display ook zichtbaar te maken als de oven is uitgeschakeld.
- INACTIEF
Selecteer de tijd dat u wilt dat het scherm aan blijft staan als de oven niet wordt gebruikt.
- ZICHTBAARHEID KLOKSCHERM
Met deze functie kunt u het display overdag in- en uitschakelen.
- SCHERMSLOT
Selecteer On als u wilt dat het display wordt vergrendeld als de oven uitstaat.
DISPLAY
Selecteer de gewenste helderheid van het display.
GELUID
U kunt uit verschillende geluidsmodi kiezen.
VERLICHTING
U kunt de tijdsduur van de verlichting instellen.
U kunt de lichtsterkte instellen van 10 tot 100% en de kleurtemperatuur van 2700 tot 5000 K (van warm geel tot koel wit).
VERBIND
U kunt de verbinding, ovenconnectiviteit en extra gebruikers instellen.
Pagina 32
De algemene instellingen kiezen
Vervolg tabel vorige pagina
WERK BIJ - RESET
Met deze functie kunt u de fabrieksinstellingen opnieuw instellen en bijwerken.
INFO - ONDERSTEUNING
De functie helpt de gebruiker met instructies voor het gebruik van en met informatie over het apparaat.
Door aan te raken, kunt u verschillende functies selecteren en bewerken. De geselecteerde functie wordt gemarkeerd met .
SABBAT
Met de sabbatfunctie blijft het voedsel in het apparaat warm zonder dat u het apparaat hoeft in en uit te schakelen.
Stel de werkingsduur (24 tot 80 uur) en de temperatuur in. Wanneer u op x drukt, start het aftellen.
Alle geluiden en functies worden gedeactiveerd, behalve de toets x.
OPMERKING: bij stroomuitval wordt de sabbatmodus gedeactiveerd en keert het apparaat terug naar de oorspronkelijke staat.
ECO
De ECO-modus is ontwikkeld om het energieverbruik efficiënter te maken door automatisch voorafgedefinieerde ECO-instellingen te gebruiken. Deze functie verlaagt het energieverbruik en behoudt tegelijkertijd volledige functionaliteit voor bereidings- en reinigingsprogramma's. Hij biedt een milieuvriendelijke oplossing, zonder in te leveren op prestaties.
NACHTMODUS
De functie vermindert de helderheid automatisch van een hogere naar lagere intensiteit en schakelt het display overdag en geluidssignalen uit. Specificeer de begin- en eindtijden om de nachtstand te activeren. Druk op x om de nachtstand uit te schakelen.
DEMOMODUS
De demomodus is een instelling waarmee het apparaat de bediening simuleert met virtuele waarden en waarmee u de instellingen kunt wijzigen en opslaan. Wanneer deze modus is gedeactiveerd, worden alle configuraties opgeslagen en werkt het apparaat weer normaal.
Pagina 33
Wifibeheer
Het apparaat verbinden met de ConnectLife-app
ConnectLife is een Smart Home-platform dat mensen, apparaten en services met elkaar verbindt. De ConnectLife-app bevat geavanceerde digitale services en oplossingen waarmee de gebruikers zorgeloos hun apparaten kunnen bewaken en bedienen, smartphonemeldingen kunnen ontvangen en software kunnen bijwerken (de ondersteunde functies kunnen variëren per apparaat en regio/land).
Voor het verbinden van uw slimme apparaat hebt u een eigen wifinetwerk nodig (alleen 2,4GHz-netwerken worden ondersteund) en een smartphone waarop de ConnectLife-app is geïnstalleerd.
Scan de QR-code of zoek in de appstore van uw voorkeur naar ConnectLife om de ConnectLife-app te downloaden.
- 1. Installeer de ConnectLife-app en maak een account.
- 2. Ga in de ConnectLife-app naar het menu voor het toevoegen van apparaten en selecteer het juiste type apparaat. Scan vervolgens de QR-code, die u kunt vinden op het typeplaatje van het apparaat. U kunt ook handmatig het AUID-/MV-nummer invoeren.
- 3. De app leidt u vervolgens door het proces om het apparaat te verbinden met uw smartphone.
- 4. Als de verbinding tot stand is gebracht, kunt u het apparaat op afstand bedienen met de mobiele app.
INFORMATIE!
Als deze instelling niet beschikbaar is, is uw oven niet uitgerust met een Wi-Fi-module en ondersteunt deze geen internetverbinding.
Wanneer de wifimodule is ingeschakeld en de verbindingen met succes zijn geconfigureerd en gesynchroniseerd, kan het apparaat worden bediend en aangestuurd via een mobiel apparaat en de ConnectLife-app.
De wifiverbinding werkt met hetzelfde frequentiebereik als een aantal andere apparaten, zoals magnetronovens en speelgoed met afstandsbediening. Als gevolg hiervan kan er een tijdelijke of permanente storing van de verbinding optreden. In dergelijke gevallen kan de beschikbaarheid van de aangeboden functies niet worden gegarandeerd.
De kwaliteit van de beschikbare functies is sterk afhankelijk van de signaalsterkte. Als de router zich ver van het apparaat bevindt, is de verbinding mogelijk niet betrouwbaar.
Pagina 34
Wifibeheer
Wifi gebruiken
- 1. De wifimodule inschakelen
Open het aanvullende menu. Raak aan, selecteer VERBIND en vervolgens de optie VERBIND OVEN.
Schakel de wifiverbinding in door de schakelaar op ON te zetten.
- 2. Het apparaat verbinden
Selecteer VERBIND OVEN. Druk in het extra menu op om te selecteren. Selecteer vervolgens bij de wifi-instellingen de optie VERBIND. Volg de stappen in de ConnectLife-app.
Wanneer de verbinding tot stand is gebracht, wordt op het display "De oven is nu verbonden" weergegeven. Het verbinden kan maximaal 5 minuten duren.
OPMERKING: nadat de verbinding tot stand is gebracht, is het apparaat verbonden met het gebruikersaccount in de smartapp.
- 3. Meer gebruikers toevoegen
Gebruik deze instelling om meer gebruikers aan het apparaat toe te voegen met ConnectLife.
Raak in het aanvullende menu aan om te selecteren. Kies de optie VERBIND.
Selecteer VERBIND GEBRUIKER en vervolgens PAIR. Om verder te gaan met het instellen van uw apparaat, volgt u de instructies in de ConnectLife-app. Dit proces is beperkt tot 3 minuten.
- 4. Alle aangesloten gebruikers verwijderen
Gebruik deze instelling om alle aangesloten gebruikers te verwijderen uit de ConnectLife-app.
Raak in het aanvullende menu aan om te selecteren. Selecteer de optie VERBINDING. Raak VERBIND GEBRUIKER en vervolgens UNPAIR ALL aan. Na bevestiging van de selectie, geeft het display Alle gebruikers/apparaten zijn nu ontkoppeld weer.
- 5. De wifimodule uitschakelen
Raak in het aanvullende menu aan om te selecteren. Kies de optie VERBIND
OVEN. Schakel de wifiverbinding uit door de schakelaar op OFF te zetten.
INFORMATIE!
Verbinding maken is een eenmalig proces.
Stel de verbinding alleen opnieuw in als u van router wisselt of het wachtwoord op uw plaatselijke netwerk wijzigt.
De afstandsbediening van de oven beheren
WAARSCHUWING!
De functie voor bewaking op afstand via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van rechtstreeks persoonlijk toezicht op het kookproces in de oven. Controleer altijd regelmatig zelf wat er werkelijk in de oven gebeurt.
Druk in het aanvullende menu op . Als het apparaat niet met het wifinetwerk is verbonden, wordt de snelkoppeling weergegeven om het apparaat te verbinden. Anders wordt er een menu weergegeven waarmee u de duur van de ovenbediening op afstand, Altijd aan of 24 uur kunt
34
Pagina 35
Wifibeheer
selecteren. Nadat u een van de opties hebt bevestigd, wordt het volgende pop-upvenster weergegeven Afstandsbediening is ingeschakeld.
Het display geeft het -symbool weer om de mogelijk aan te geven via ConnectLife de afstandsbediening te gebruiken.
INFORMATIE!
Om veiligheidsredenen zijn sommige functies niet beschikbaar via toegang op afstand.
- Het annuleren of afronden van het bakprogramma of -proces is de enige optie die beschikbaar blijft, ongeacht of de afstandsbediening is ingeschakeld of niet.
- De afstandsbediening wordt uitgeschakeld wanneer er een magnetronstand wordt gebruikt (behalve bij een gecombineerd programma met microgolven).
WAARSCHUWING!
Zorg er altijd voor dat de oven correct en in overeenstemming met de instructies wordt gebruikt, vooral bij gebruik van de afstandsbediening. Bedien de oven niet via de afstandsbediening, tenzij u zeker weet wat er precies in de oven zit.
Wifistatus op de displayunit Oorzaak
REMOTE (OFF) REMOTE (ON)
Wifi uitgeschakeld (OFF).
Symbool knippert:
- Wifi is ingeschakeld, maar niet verbonden met de server of met de cloud (inclusief wanneer de verbinding met de router of cloud tijdelijk verbroken is).
Pagina 36
Algemene tips en adviezen voor het bakken
Keukengerei
- Gebruik apparatuur van hittebestendige, niet-reflecterende materialen (meegeleverde bakplaten, schalen, geëmailleerd kookgerei, kookgerei van gehard glas). Felgekleurde materialen (roestvrij staal of aluminium) reflecteren warmte. Als gevolg hiervan is de thermische verwerking van voedsel daarin minder effectief.
- Plaats de bakplaten en schalen altijd tot het einde van de geleiders. Zet bij het bakken op het rooster de ovenschalen of bakplaten in het midden van het rooster.
- Plaats de bakplaten niet rechtstreeks op de bodem van de oven.
- Bedek de bodem van de oven of het rooster niet met aluminiumfolie.
- Plaats ovenschalen altijd op het rooster.
- Als u bakpapier gebruikt, zorg er dan voor dat het bestand is tegen hoge temperaturen. En knip het indien nodig bij. Bakpapier voorkomt dat het voedsel aan de bakplaat blijft kleven en maakt het gemakkelijker om het van de bakplaat te verwijderen.
- Als u een gerecht direct op het rooster bereidt, plaats dan de universele bakplaat een niveau lager om als lekbak te dienen.
Voedselbereiding
- Als voedsel in de stand Bovenwarmte + onderwarmte aan de onderkant niet goed wordt bereid, pas dan de bereidingsstand, temperatuur en tijd aan of gebruik de stand Bovenwarmte 30 + onderwarmte 70.
- Voor een optimale voedselbereiding raden wij aan de richtlijnen in de bereidingstabel in acht te nemen. Kies de lagere gespecificeerde temperatuur en de kortste gespecificeerde bereidingstijd. Als deze tijd is verstreken, controleert u de resultaten en past u de instellingen zo nodig aan.
- Gebruik bij het koken volgens recepten uit oudere kookboeken het onderste en bovenste verwarmingssysteem (zoals in conventionele ovens) en stel de temperatuur 10 °C lager in dan aangegeven in het recept.
- Bij het bakken/braden van grotere stukken vlees of ovengerechten met een hoger watergehalte, zal in de oven een grotere hoeveelheid stoom ontstaan. Dit is een normaal verschijnsel dat geen invloed heeft op de werking van het apparaat. Droog na het einde van het bakken/braden de deur en het glas van de deur goed af.
Efficiënt energiegebruik
- Verwarm het apparaat alleen voor als dat wordt aangegeven in het recept of in de tabellen uit deze gebruiksaanwijzing. Als u gebruikmaakt van snel voorverwarmen, plaats dan pas voedsel in het apparaat wanneer het apparaat volledig is opgewarmd, tenzij anders wordt aanbevolen.
Het verwarmen van een lege oven kost veel energie, dus het is raadzaam om waar mogelijk meerdere gerechten na elkaar of tegelijk te bereiden.
- Haal tijdens het bakken alle overbodige apparatuur uit de oven
- Open de ovendeur niet tijdens het bakken, tenzij het absoluut noodzakelijk is.
- Bij langere bakprogramma's kunt u de oven ongeveer 10 minuten voor het einde van de bereidingstijd uitschakelen om gebruik te maken van de opgehoopte warmte.
Pagina 37
Algemene tips en adviezen voor het bakken
Bereidingstabel
OPMERKING: gerechten waarvoor een volledig voorverwarmde oven nodig is, worden in de tabel aangegeven met één sterretje * en gerechten waarvoor 5 minuten voorverwarmen voldoende is met twee sterretjes ** . Gebruik in dit geval niet de snelle voorverwarmstand.
Gerecht cm
| GEBAK- EN BAKKERIJPRODUCTEN | ||
| Gebak/taarten in vorm | ||
| 60 | ||
| crème caramel | 95 | 35-50 |
| 45 | ||
| Biscuit taart 60/45 | 160-170** | 30-40 |
| 60 | ||
| gevulde taart | 170-180 | 60-80 |
| 45 | ||
| marmercake 60/45 | 180-190 | 50-70 |
| cake met gistdeeg, tulband 60/45 | 170-180 | 50-60 |
| 60 | ||
| open taart | 170-180 | 35-45 |
| 40 | ||
| 60 | 35-45 | |
| brownies | 170-180 | |
| 45 gebak op bakplaten en schalen | 30-40 | |
| strudel 60/45 | 170-180 | 50-60 |
| strudel, bevroren 60/45 | 200-210 | 80-100 |
| 60 | 30-40 | |
| cakerol | 160-170 | |
| 45 | 25-35 | |
| Tiroolse buchteln 60/45 | 180-190 | 30-40 |
| biscuits, koekjes | ||
| 60 cupcakes | 140-150** | 25-35 |
| 45 | 160-170 | 20-30 |
| 60 | ||
| met gist gerezen klein gebak 45 | 170-180 | 20-30 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 37)
37
Pagina 38
Algemene tips en adviezen voor het bakken
| Vervolg tabel vorige pagina | ||||
| Gerecht | cm | |||
| met gist gerezen klein gebak, 2 | 60 | 2+4 | 20-30 | |
| 160-170 | ||||
| niveaus | 45 | 1+3 | 30-40 | |
| 60 | 3 | |||
| bladerdeeg | 190-200 | 10-20 | ||
| 45 | 1 | |||
| 60 | 2+4 | 15-25 | ||
| bladerdeeg, 2 niveaus | 160-170** | |||
| 45 | 1+3 | 10-20 | ||
| koekjes/biscuits | ||||
| 60 | 3 | 140-150 | 30-40 | |
| biscuitjes | ||||
| 45 | 2 | 140-150** | 35-45 | |
| 60 | 3 | |||
| koekjes/biscuits | 160-170** | 15-25 | ||
| 45 | 2 | |||
| 60 | 2+4 | |||
| biscuits, 2 niveaus | 160-170** | 15-25 | ||
| 45 | 1+3 | |||
| 60 | ||||
| meringue | 2 | 80 | 110-130 | |
| 45 | ||||
| 60 | 2+4 | |||
| meringue, 2 niveaus | 100** | 110-130 | ||
| 45 | 1+3 | |||
| 140 | 10 | |||
| 60 | 3 | |||
| 130 | 15-20 | |||
| macarons | ||||
| 140 | 10 | |||
| 45 | 2 | |||
| 130 | 15-20 | |||
| brood | ||||
| 60 | 2 | |||
| rijzen | 35 | 30-60 | ||
| 45 | 1 | |||
| bao buns | 60 | 3 | ||
| 100** | 10-20 | |||
| 45 | 2 | |||
| 220 ** | 15 | |||
| 60 | 1 | |||
| 190 | 25-40 | |||
| brood op bakplaat | ||||
| 220 ** | 15 | |||
| 45 | 2 | |||
| 190 | 25-40 |
Pagina's 39–42: niet in het Nederlands of zonder lopende tekst, zie de pdf.
Pagina 43
Algemene tips en adviezen voor het bakken
| Vervolg tabel vorige pagina | ||||
| Gerecht | cm | |||
| lasagne | 60/45 | 2 | 180-190 | 45-55 |
| 60 | 40-50 | |||
| zoete gebakken pudding | 2 | 170-180 | ||
| 45 | 35-45 | |||
| 60 | 3 | |||
| zoete soufflé | 180 ** | 16-20 | ||
| 45 | 2 | |||
| 60 | ||||
| gegratineerde gerechten | / | L4-L5 | 3-10 | |
| 45 | ||||
| gevulde tortilla's, enchiladas | 60/45 | 2 | 180-190 | 10-20 |
| 60 | 4 | 15-25* | ||
| kaas grillen | L3 | |||
| 45 | 3 | 10-15* |
Pagina 44
Algemene tips en adviezen voor het bakken
Koken met een temperatuursonde ( FOOD PROBE)
(afhankelijk van het model)
De temperatuursonde zorgt voor een nauwkeurige controle van de kerntemperatuur van het voedsel tijdens het koken.
WAARSCHUWING!
De temperatuurvoeler mag zich niet in de directe nabijheid van de verwarmingselementen bevinden.
- 1. Steek het metalen uiteinde van de sonde in het dikste deel van het voedsel.
OPMERKING: het bereiden met de temperatuursonde kan pas beginnen wanneer het huidige bereidingsproces is onderbroken en de temperatuursonde in de aansluiting is geplaatst.
Zodra de temperatuursonde wordt aangesloten, worden de eerder ingestelde functies op de oven verwijderd.
- 2. Draai de afdekking van de aansluiting in de rechterbovenhoek van de voorkant van de oven los (afhankelijk van het model van de oven) en steek de stekker van de sonde in de aansluiting.
- Druk in de handmatige modus op en selecteer . Stel de bereidingstemperatuur in (tot 200°C). Bepaal vervolgens de temperatuur in het midden van het voedsel (binnen het bereik van 30 tot 99 °C).
- Selecteer in de automatische modus eerst het gerecht en vervolgens het sondeprogramma.
De voorinstellingen maken gebruik van een vooraf bepaalde stand, temperatuur en bereidingstijd. U kunt de mate van bruining wijzigen.
OPMERKING: bij gebruik van de sonde is het instellen van de bereidingstijd niet mogelijk.
- 3. Druk op om de bereiding te starten.
Tijdens het bereidingsproces wisselen de ingestelde en huidige kerntemperatuur van het voedsel elkaar af op het display. U kunt tijdens het bereidingsproces de baktemperatuur of de beoogde kerntemperatuur van het voedsel wijzigen.
- 4. Zodra de ingestelde kerntemperatuur is bereikt, wordt de oven uitgeschakeld. Er klinkt een geluidssignaal dat u kunt uitschakelen door op een willekeurige toets te drukken. Als u dit niet doet, wordt het geluidssignaal na één minuut automatisch uitgeschakeld.
INFORMATIE!
De temperatuursonde kan niet worden gebruikt wanneer de gratineerfunctie is geactiveerd.
44
Pagina 45
Algemene tips en adviezen voor het bakken
Correct gebruik van de sonde, per soort voedsel:
- gevogelte: steek de sonde in het dikste deel van de borst;
- rood vlees: steek de sonde in een mager deel dat niet doorregen is met vet;
- kleinere stukken met bot: steek de sonde in een stuk langs het bot;
- vis: steek de sonde achter de kop, richting de graat.
WAARSCHUWING!
Haal de sonde na gebruik voorzichtig uit het voedsel en de aansluiting, maak hem schoon en draai de afdekking van de aansluiting weer vast.
| Aanbevolen gaarheidsniveaus voor verschillende soorten vlees | ||
| rood (rauw) medium rare medium | medium well | well done |
| Eten | ||
| [°C] [°C] [°C] | [°C] | [°C] |
| RUNDVLEES | ||
| rundvlees, gebraden 46-48 48-52 53-58 | 59-65 | 68-73 |
| rundvlees, entrecote 45-48 49-53 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| rosbief/biefstuk 45-48 49-53 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| hamburgers 49-52 54-57 60-63 | 66-68 | 71-74 |
| KALFSVLEES | ||
| kalfsvlees, entrecote 45-48 49-53 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| kalfsvlees, romp 45-48 49-53 54-57 | 58-62 | 63-66 |
| VARKENSVLEES | ||
| braadstuk, nek / / / | 65-70 | 75-85 |
| varkensvlees, lende / / / | 60-69 | / |
| gehaktbrood / / / | / | 80-85 |
| LAMSVLEES | ||
| lamsvlees / 60-65 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| SCHAPENVLEES | ||
| schapenvlees / 60-65 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| GEITENVLEES | ||
| geitenvlees / 60-65 66-71 | 72-76 | 77-80 |
| GEVOGELTE | ||
| gevogelte, heel / / / | / | 82-90 |
| gevogelte, borst / / / | / | 62-65 |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 45)
45
Pagina 46
Algemene tips en adviezen voor het bakken
| Vervolg tabel vorige pagina | ||||
| rood (rauw) | medium rare | medium | medium well | well done |
| Eten | ||||
| [°C] | [°C] | [°C] | [°C] | [°C] |
| VIS EN ZEEVRUCHTEN | ||||
| forel / | / | / | 62-65 | / |
| tonijn / | / | / | 55-60 | / |
| zalm / | / | / | 52-55 | 58-60 |
Pagina 47
Reiniging en onderhoud
WAARSCHUWING!
Koppel voor de reiniging het apparaat eerst los van het elektriciteitsnet en wacht tot het is afgekoeld.
Reiniging en onderhoud mag niet worden uitgevoerd door kinderen zonder adequaat toezicht.
- Om het reinigen te vergemakkelijken, zijn de binnenkant van de oven en de bakplaat bekleed met speciaal email voor een glad en vuilbestendig oppervlak.
- Maak het apparaat regelmatig schoon en gebruik warm water en handafwasmiddel om vuil en kalkaanslag te verwijderen. Gebruik een schone zachte doek of spons.
- Gebruik nooit agressieve of schurende reinigingsmiddelen en accessoires (schuursponsjes en oplosmiddelen, vlekken- en roestverwijderaars, schrapers voor keramische kookplaten).
- Voedselresten (vet, suiker, eiwit) kunnen tijdens het gebruik van het apparaat ontbranden.
Verwijder daarom voor elk gebruik grotere stukken vuil uit de oven en van de accessoires.
- De bakplaten en grillroosters zijn vaatwasserbestendig.
Buitenkant van het Gebruik warm zeepsop en een zachte doek om vuil te verwijderen apparaat en veeg vervolgens de oppervlakken droog.
Gebruik voor hardnekkig(e) vuil en aanslag een reiniger voor Binnenkant van het conventionele ovens. Neem het apparaat na gebruik van een dergelijk apparaat reinigingsmiddel grondig af met een natte doek om resten van het middel te verwijderen.
Maak deze schoon met warm zeepsop en een vochtige doek. Het is Accessoires en geleiders raadzaam hardnekkig vuil eerst te laten weken en vervolgens met een borstel te verwijderen.
Als de reinigingsresultaten niet bevredigend zijn, herhaalt u het reinigingsproces.
aan om het hoofdmenu met de basisfuncties te openen. Selecteer
Raak REINIGEN.
Het apparaat reinigen met stoom
Dit programma maakt het gemakkelijker om vlekken uit de binnenkant van de oven te verwijderen. De functie is het meest effectief bij regelmatig gebruik, na elk gebruik.
Voordat u het reinigingsprogramma uitvoert, moet u alle grote zichtbare stukken vuil en voedselresten uit de oven verwijderen.
WAARSCHUWING!
Gebruik het stoomreinigingssysteem alleen als het apparaat helemaal is afgekoeld.
.
1.
Selecteer de functie Stoomreiniging en druk op
- 2. Vul het waterreservoir en bepaal de duur.
U kunt de duur instellen (aanbevolen: 30 minuten).