ATAG HI88471FV, tekst van de handleiding
Pagina's 12–38 van 228 · inhoud en begin van de handleiding · pdf
← pagina's 2–11verder op pagina 39 →
Pagina 12
Uw inductiekookplaat
Aanraaktoetsen-functie uitleg
Aanraaktoets/slider
Aan/Uit
Pauze/Start
Wifi
Kookwekker
Kookzone-timer
Beschrijving
De kookplaat in-/uitschakelen
- Met de aan/uit-toets kan de kookplaat in- en uitgeschakeld worden.
Kinderslot
- De Kookplaat kan worden vergrendeld en ontgrendeld om te voorkomen dat ze per ongeluk worden ingeschakeld. Raak voor het vergrendelen en ontgrendelen van de kookplaat de aan/uit-toets ongeveer 2 seconden aan.
Pauze/Start
- De pauzefunctie kan worden gebruikt om de werking van de gehele kookplaat tot 10 minuten te pauzeren. Zo kunt u de kookplaat veilig schoonmaken zonder uw instellingen te verliezen.
Wifi
- De kookplaat is voorzien van een wifi-module waarmee het toestel verbinding kan maken met een mobiel apparaat zoals een smartphone of tablet. Hierdoor kan de status van de kookplaat via een mobiele apparaat worden gevolgd. Het is om veiligheidsredenen niet mogelijk om de kookplaat op afstand te bedienen, aan of uit te zetten.
- De bewakingsfunctie via een mobiel apparaat mag niet worden gebruikt ter vervanging van de persoonlijke begeleiding van het kookproces direct bij de kookplaat.
Kookwekker
- De kookwekker kan onafhankelijk van de kookzones worden gebruikt.
- De kookwekker schakelt de kookzone niet uit.
Kookzone-timer
- De kookzone-timer kan gebruikt worden als uitschakeltimer of als stopwatch. De stopwatch kan automatisch starten of handmatig, afhankelijk van of de 'Auto-Stopwatch-timer' in- of uitgeschakeld is (zie hoofdstuk 'Instellingen').
- De uitschakeltimer maakt het kookproces gemakkelijker doordat u de kooktijd voor de geselecteerde kookzone kunt instellen.
Wanneer de op de timer ingestelde tijd afloopt, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld en klinkt er een geluidssignaal. Schakel het geluidssignaal uit door de timer aan te raken, of de pan te verwijderen; anders wordt het na een tijdje automatisch uitgeschakeld. De timer kan afzonderlijk worden ingesteld voor alle kookzones.
Pagina 13
Uw inductiekookplaat
Vervolg tabel vorige pagina
Aanraaktoets/slider
Kookzone selectie
Plus menu
Afzuigkap (gekoppeld)
Slide control (12 standen)
Beschrijving
Kookzone selectie + display
- Kookzone selectie.
- Lees het ingestelde vermogen van de kookzone af in de display.
Plus menu automatische koken
- Deze kookplaat beschikt over automatische kookfuncties. De daadwerkelijke prestaties van deze functies zijn sterk afhankelijk van het gebruikte kookgerei en van bepaalde andere parameters.
- De automatische kookfuncties werken het nauwkeurigst met roestvrijstalen pannen met een sandwichbodem.
- De automatische kookfuncties werken minder nauwkeurig met kookgerei dat aluminium bevat of met meerlaagse pannen.
- Het gebruik van gietijzeren en stalen kookgerei wordt niet aanbevolen.
Bediening gekoppelde afzuigkap
- Als u in het bezit bent van een compatibele afzuigkap met bluetooth, kan deze worden verbonden met het inductiegedeelte van uw kookplaat. Raadpleeg hoofdstuk 'Instellingen' om uw afzuigkap te koppelen en de werking ervan aan te passen.
Slider
Met de slider kan:
- Een vermogen worden ingesteld (wanneer een kookzone geselecteerd is).
- Een tijd worden ingesteld (wanneer de timer geselecteerd is).
- Een instelling worden geselecteerd (in het gebruikersmenu).
Programma-functie uitleg
Plus menu programma's
Beschrijving
Bakken
- Met deze functie kunt u onder andere groente, vis, spek, vlees, gebakken aardappelen of eieren bereiden met gebruik van boter of olie.
Grillen
- Deze functie is uitsluitend bedoeld voor Bridge Induction kookzones, die worden gecombineerd tot een grotere kookzone.
- Grillen is geoptimaliseerd voor de ATAG inductie-accessoires: grillplaat en teppanyaki. Deze functie werkt ook met ander kookgerei, maar misschien minder nauwkeurig.
Pagina 14
Uw inductiekookplaat
Vervolg tabel vorige pagina
Plus menu programma's
Beschrijving
Opwarmen/warm houden
- Met deze functie kunt u bijvoorbeeld chocolade smelten (45 °C), voedsel warm houden (70 °C), sudderen (94 °C) of aan de kook brengen (100 °C).
Kookplaat herstelfunctie
Met deze functie kunt u alle instellingen van de kookzones oproepen als de kookplaat per ongeluk werd uitgeschakeld.
Binnen 6 seconden moet de kookplaat weer worden ingeschakeld. Door binnen 6 seconden op de Pauze/Start toets te drukken, worden alle instellingen van voor de laatste uitschakeling van het toestel weer opgeroepen.
Pan verplaatsfunctie
Als u de pan van een actieve kookzone haalt en binnen 6 seconden op een andere kookzone plaatst, kunnen alle timer- en kook gerelateerde instellingen worden overgezet naar de nieuwe kookzone door de kookzonetoets van de nieuwe kookzone aan te raken. Om deze mogelijkheid aan te geven, toont de nieuwe kookzone de gekopieerde instellingen op de slider. Bevestig de instellingen op de nieuwe kookzone door de kookzonetoets aan te raken. Na bevestiging wordt de vorige kookzone gedeactiveerd.
Meldingen op het display
Display kookzone Beschrijving
Vermogensniveau dat is ingesteld voor een kookzone; 1 = laag / 12 = hoog (12b = boost).
Boostniveau actief.
Geen (geschikte) pan op de kookzone (pandetectiesymbool) of de pan is verwijderd van de kookzone.
Restwarmte-indicatie: de kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarmte-indicatie die aangeeft welke kookzone nog heet is na uitschakeling. Hoewel de kookplaat is uitgeschakeld, blijft de indicatie zichtbaar zolang de kookzone nog warm is. Raak de kookzone niet aan als de indicatie brandt.
HEET OPPERVLAK!
Gevaar! Risico op brandwonden.
Het kinderslot is ingeschakeld.
Pauzefunctie actief.
Pagina 15
Gebruik
Inductiekoken
Inductiekoken is snel
In het begin zult u verrast zijn door de snelheid van inductiekoken. Vooral het op een hogere stand aan de kook brengen gaat zeer snel. U kunt pannen het beste niet onbeheerd achterlaten om te voorkomen dat ze overkoken of droogkoken. Bij inductiekoken treedt er geen warmteverlies op en blijven de handgrepen koel.
Het vermogen past zich aan
Bij inductiekoken wordt alleen de zone gebruikt waarop de pan staat. Gebruik je een kleine pan op een grote zone, dan past de zone het vermogen aan op de diameter van de pan. Het vermogen zal dus lager zijn en het duurt langer voordat het voedsel aan de kook komt.
goed
•
•
•
INFORMATIE!
Zandkorreltjes, zout en suiker kunnen krasjes veroorzaken die niet meer te verwijderen zijn. Zet daarom alleen pannen met een schone bodem op het kookvlak en til pannen altijd op als u ze verplaatst.
Gebruik de kookplaat niet als werkvlak.
Kook altijd met het deksel op de pan om energieverlies te voorkomen.
fout
Werking van de aanraaktoetsen en sliders
- De aanraaktoetsen reageren alleen op lichte druk van een vingertop. Bedien de toetsen niet met andere objecten.
- De kookplaat wordt bediend met een slider. U kunt het geselecteerde deel van de slider aanraken, of bewegen over de slider om het vermogen te verhogen of te verlagen.
- Raak de gewenste plek op de slider aan om het vermogensniveau van de kookzone in te stellen.
Als u de slider aanraakt, verschijnt het geselecteerde vermogensniveau op het display van de kookzone.
- Gebruik geen voorwerpen om de slider te bedienen.
Comfortabel
De elektronische regeling is nauwkeurig en eenvoudig in te stellen. Op de laagste stand kunt u bijvoorbeeld chocolade direct in de pan smelten of ingrediënten bereiden die u gewoonlijk au bain marie verwarmt.
Snel
Door het hoge vermogen van de inductiekookplaat gaat het aan de kook brengen erg snel.
Schoon
De kookplaat is eenvoudig te reinigen. Doordat de kookzones niet heter worden dan de pan zelf, kunnen voedselresten vrijwel niet inbranden.
15
Pagina 16
Gebruik
Veilig
De warmte wordt opgewekt in de pan zelf. De glasplaat wordt niet warmer dan de pan. Hierdoor blijft de kookzone een stuk koeler dan die van bijvoorbeeld een keramische kookplaat.
Na het wegnemen van een pan is de kookzone snel afgekoeld.
Capaciteitsverdeling van kookzones
Afhankelijk van het model kookplaat kunnen de kookzones elkaar beïnvloeden. Wanneer meerdere kookzones tegelijkertijd worden ingeschakeld, wordt de beschikbare capaciteit automatisch tussen hen verdeeld.
Wanneer de maximale capaciteit van de combinatie van kookniveaus tijdens het instellen wordt bereikt, worden één of meer zones automatisch gereduceerd tot de hoogst mogelijke instelling op dat moment. Dit wordt aangegeven door het knipperen van het betreffende bedieningselement.
Pannen voor inductiekoken
Inductiekoken stelt eisen aan de kwaliteit van de pannen.
Pannen die al voor het koken op een gaskookplaat zijn gebruikt, zijn niet langer geschikt voor gebruik op een inductiekookplaat!
Gebruik alleen pannen die geschikt zijn voor elektrisch- en inductiekoken met:
- een dikke bodem van minimaal 2,25 mm;
- een vlakke bodem.
TIPS!
U kunt zelf met een magneet controleren of uw pannen geschikt zijn. De pan is geschikt als de magneet door de bodem wordt aangetrokken.
Geschikt
Speciale roestvrijstalen pannen Class Induction
Solide geëmailleerde pannen Geëmailleerde gietijzeren pannen
Ongeschikt
Aardewerk Roestvrij staal Porselein
Koper
Kunststof
Aluminium
Pagina 17
Gebruik
WAARSCHUWING!
Wees voorzichtig met geëmailleerde plaatstalen pannen:
- als u de kookplaat op een hoge stand inschakelt terwijl de pan (te) droog is, kan het email afsplinteren (hierbij laat het email los van het staal);
- de bodem van de pan kan kromtrekken, bijvoorbeeld als gevolg van oververhitting;
- verwarm geëmailleerde pannen langzaam.
Gebruik nooit pannen met een vervormde bodem. Een holle of bolle bodem kan de werking van de oververhittingsbeveiliging belemmeren. Het toestel kan dan te warm worden waardoor de glasplaat kan barsten en de panbodem kan smelten. Schade, ontstaan door het gebruik van ongeschikte pannen of droogkoken, valt buiten de garantie.
Diameter van de pan
De diameter van de bodem van de pan moet minstens de waarde hebben die in onderstaande tabel wordt voorgeschreven.
Kookzone Minimale bodemdiameter pan ø 180 mm ø 110 mm ø 210 mm ø 145 mm 190 x 210 mm ø 145 mm ø 260 mm ø 145 mm
LET OP!
Het beste resultaat wordt bereikt met een pan die dezelfde diameter heeft als de kookzone. De kookzone wordt niet ingeschakeld als een pan te klein is.
Snelkookpannen
Inductiekoken is zeer geschikt voor het koken in snelkookpannen. De kookzone reageert zeer snel, waardoor de snelkookpan ook snel op druk komt. Zodra u een kookzone uitschakelt, stopt het kookproces direct.
Pandetectie
De kookplaat detecteert automatisch of er een geschikte pan op een kookzone staat. Als er geen pan op de kookplaat staat, wordt de kookzone geselecteerd voor de eerste geplaatste pan en licht het kookzonedisplay automatisch op. Als er nog meer pannen geplaatst worden, moet het kookzonedisplay handmatig worden geselecteerd.
Geïntegreerde panherkenning
Als er een bepaald vermogensniveau is ingesteld voor een kookzone en er staat geen (geschikte) pan op de kookzone, dan zal de kookzone geen vermogen leveren. Na een bepaalde tijd schakelt de kookzone automatisch uit.
Pagina 18
Gebruik
Inductiegeluiden
- Tikkend geluid
Dit geluid kan worden veroorzaakt bij een lager vermogensniveau of door de automatische pandetectie.
- Pan maakt geluid
Pannen kunnen tijdens het koken geluid maken. Dit wordt veroorzaakt door de energie die van de kookplaat naar de pan stroomt. Dit is normaal bij bepaalde pannen wanneer een hoge kookstand wordt gebruikt. Dit is niet schadelijk voor de pannen of de kookplaat.
- Ventilator maakt geluid
Om de levensduur en de prestaties van de elektronica te verhogen, is het toestel uitgerust met ventilatoren. Bij intensief gebruik van het toestel wordt de ventilator geactiveerd om het toestel af te koelen en hoort u een zoemend geluid. De ventilator draait nog enkele minuten nadat de kookplaat is uitgeschakeld.
Dynamische slider
De slider heeft meer elementen dan bijvoorbeeld kookniveaus moeten worden weergegeven. Daardoor kan de slider op verschillende posities worden gebruikt. Bij het regelen van de meest linker kookzone(s) zijn de linker 12 elementen in gebruik, terwijl de overige elementen niet zichtbaar zijn. Bij het regelen van de middelste kookzone(s) zijn de binnenste 12 elementen in gebruik en bij het regelen van de meest rechtse de 12 elementen geteld vanaf de rechterkant. Als de dynamische slider is uitgeschakeld (zie hoofdstuk 'Instellingen'), dan worden alle kookzones geregeld met alleen de binnenste 12 elementen (centrale slider).
De slider wordt ook gebruikt om de afzuiging of de verlichting van een gekoppelde afzuigkap in te stellen. Als de afzuigkap geselecteerd is, worden de binnenste 4/5 elementen gebruikt als slider voor het afzuigkap.
De slider kan ook worden gebruikt om de timer in te stellen. Schuif van links naar rechts om een tijd in te stellen. Met een veegbeweging over de slider kan in sommige gevallen de instelling versneld worden aangepast.
Pagina 19
Gebruik
Kookstanden
Het onderstaande overzicht is uitsluitend bedoeld als leidraad, omdat de instelwaarde afhankelijk is van de hoeveelheid en samenstelling van het gerecht en de pan.
| Niveau | Doel |
|---|---|
| Gebruik stand 1-5 voor: | • trekken van bouillon, • stoven van vlees, • sudderen van groenten, • smelten van chocolade, • pocheren, • smelten van kaas. |
| Gebruik stand 6 - 9 voor: | • doorkoken van grote hoeveelheden, • ontdooien van harde groenten, • bakken van dikke lappen gepaneerd vlees. |
| Gebruik stand 10 - 11 voor: | • bakken van dikke pannenkoeken, • bakken van bacon (vet), • koken van rauwe aardappelen, • gepaneerde vis maken, • garen van vis, • bakken van dunne lapjes gepaneerd vlees. |
| Gebruik stand 12 voor: | • aanbraden van vlees, • bereiden van vis, • een omelet bakken, • bakken van gekookte aardappelen, • frituren van voedsel. |
| Gebruik de boost-stand voor: | • snel aan de kook brengen van vloeistoffen, • slinken van groenten, • verhitten van olie en vet, • wokken. |
Pagina 20
Bediening
Bereiding starten
Er zijn twee bereidingsmodi beschikbaar:
- 1. Standaard koken met vermogensstanden.
- 2. Koken met het PLUS-menu
Standaard koken
- 1. Plaats een pan op een kookzone.
- Zorg ervoor dat de onderzijde van de pan en het oppervlak van de kookzone schoon en droog zijn.
- 2. Raak de aan/uit-toets aan om de kookplaat in te schakelen.
- De kookplaat selecteert automatisch de eerste pan die erop wordt geplaatst. Het display van de kookzone licht op.
- 3. Raak de kookzonetoets van de gewenste kookzone aan indien de pan niet automatisch wordt geselecteerd.
- Er klinkt een enkel geluidssignaal.
- De slider licht op; vervolgens gaat de slider geleidelijk aan uit.
- 4. Stel een hoger of lager vermogen in door met uw vinger over de slider te schuiven of op de slider te tippen.
- Het vermogen is in te stellen in 12 standen. Daarnaast is er nog de stand ‘boost'.
- 5. Raak de kookzonetoets 3 seconden aan om de kookzone uit te schakelen.
Pagina 21
Bediening
LET OP!
Als er gedurende 60 seconden geen kookzone actief is, wordt de kookplaat uitgeschakeld.
Boost
De ‘boost’ functie kunt u gebruiken om gedurende een korte tijd (maximaal 10 minuten) op het hoogste vermogen te koken. Na het verstrijken van de maximale boosttijd wordt het vermogen verlaagd naar stand 12.
- 1. Plaats een pan op een kookzone.
- 2. Raak stand 12 van de slider aan of schuif langs stand 12 om de boost stand in te stellen. Raak stand 12 twee keer aan als 'Auto Boost' uit staat (raadpleeg hoofdstuk Instellingen).
- 1x scrollende tekst 'booSt’ en daarna ‘12b' verschijnen in de display.
- 3. Om de booststand voor de geselecteerde kookzone te deactiveren, raakt u nogmaals stand 12 op de slider aan.
LET OP!
Om oververhitting te voorkomen, kan het elektronische regelsysteem automatisch de boost voortijdig uitschakelen en het vermogensniveau verlagen tot 12.
Bridge Induction zone
Twee Bridge Induction zones (de voorste en achterste) kunnen aan elkaar gekoppeld worden. Hierdoor ontstaat één grote zone die gebruikt kan worden voor bijv. een grote vis pan of meerdere pannen op hetzelfde vermogen.
- De pan positieherkenning wordt automatisch geactiveerd nadat het toestel is ingeschakeld.
Als er een pan op de kookplaat wordt geplaatst, zal de pan herkenningsfunctie de positie ervan herkennen en automatisch de kookzones samenvoegen, afhankelijk van de grootte van de pan (alleen als de kookplaat al was ingeschakeld).
- Als de Bridge Induction zones gekoppeld zijn kan de gril-temperatuur (van de Plus menu functie 'Grillen') gebruikt worden.
- Gebruik een (vis)pan die ten minste het midden van de Bridge Induction zones bedekt.
Het koppelen van Bridge Induction zones
- 1. Zet een grote pan op beide kookzones zodat deze de beide zones geheel bedekt.
- Als de brd (automatisch koppelen) functie actief is worden de zones automatisch gekoppeld (raadpleeg hoofdstuk Instellingen).
- 2. Raak de tegelijkertijd de kookzonetoetsen van de voorste en achterste kookzones aan.
Pagina 22
Bediening
- Het vermogensniveau of de temperaturen worden tegelijkertijd op beide gekoppelde kookzones weergegeven.
- 3. Gebruik de slider van de voorste kookzone om de gewenste kookstand van de gekoppelde kookzones in te stellen.
- 4. Raak opnieuw beide kookzonetoetsen aan om de kookzones te ontkoppelen.
Koken met het PLUS-menu
Met het PLUS-menu kunt u koken met semi-automatische programma's, waarmee op temperatuur kan worden gekookt met allerlei kookgerei dat geschikt is voor het doel van het programma.
De automatische kookprogramma's tot het 100 graden programma werken op basis van temperatuursmetingen, waardoor de opwarmtijden kunnen variëren afhankelijk van de hoeveelheid in uw pan. Voor een optimale werking kiest u een kookzone die gelijk aan of iets kleiner is dan de diameter van uw panbodem. Voor de beste prestaties worden de volgende hoeveelheden per panbodemdiameter aanbevolen: 160 mm (1 liter), 200 mm (2 liter) en 240 mm (3 liter). Plaats geen deksel op de pan. U kunt ook andere hoeveelheden gebruiken, maar houd er rekening mee dat dit de prestaties kan beïnvloeden.
- 1. Raak de PLUS-programma's aanraaktoets aan om een plus programma te kiezen: warm houden/opwarmen en grillen.
- 2. Kies met de slider een plus programma temperatuur (zie tabel).
- Opwarmen/Warmhouden indicatie gaat branden.
- Bij een gekozen temperatuur boven de 100 °C gaat de 'bak'-indicatie branden.
Wanneer het programma of de temperatuurselectie gedurende 3 seconden niet verandert, wordt het programma geactiveerd. Druk ongeveer drie seconden op de actieve kookzonetoets of selecteer handmatig een vermogensniveau om een PLUS-programma te deactiveren.
Bij sommige programma's, zoals Opwarmen/Warmhouden en Bakken, is na afloop van de verwarmingsfase een bevestiging vereist nadat het voedsel is toegevoegd. Wanneer de ingestelde temperatuur samen met het PLUS-programma pictogram knippert en er een geluidssignaal klinkt, voeg dan het voedsel toe aan de pan. Bevestig dit vervolgens door binnen 2 minuten op de temperatuuraanduiding te drukken. Het programma houdt vanaf dat moment de temperatuur constant.
Pagina 23
Bediening
De kookplaat is voorzien van een vermogensbegrenzer. Als het totale vermogen van de actieve kookzones het maximaal beschikbare vermogen overschrijdt, wordt het vermogen automatisch verlaagd. Het display van de kookzone die in vermogen wordt verlaagd knippert eerst; het niveau wordt dan automatisch verlaagd naar het hoogste beschikbare vermogen.
LET OP!
Voeg altijd water, een beetje olie of boter toe voordat u een programma start; gebruik geen lege pan of pot.
Warmhouden en opwarmen
Temperatuur (°C) Gebruik
45 smelten van chocolade 70 opwarmen/warm houden 94 sudderen van groenten 100 snel aan de kook brengen
LET OP!
Als de kookzone heet is, zijn de programma's 'opwarmen' en 'warm houden' niet beschikbaar.
Bakken
Temperatuur (°C)
140 / 160
180 / 200 220
Gebruik vis, spek, gebakken ei, groenten in boter schnitzel, worstjes, gebakken aardappelen wokken
Grillen (Bridge Induction zones gekoppeld)
Temperatuur (°C) Gebruik
160 vis, spek, gebakken ei, groenten in boter 180 / 200 schnitzel, worstjes, gebakken aardappelen 220 wokken
LET OP!
Juiste werking van de automatische programma's is sterk afhankelijk van de hoeveelheid, soort pan, start temperatuur etc.
Pagina 24
Bediening
Pauze
De pauzefunctie kan worden gebruikt om de werking van de gehele kookplaat tot 10 minuten te pauzeren. Zo kunt u even van het toestel weglopen of de kookplaat veilig schoonmaken zonder uw instellingen te verliezen.
Pauze inschakelen
Er moet minstens één kookzone actief zijn.
- 1. Raak de pauze/start toets aan.
- U hoort een korte pieptoon.
- De instellingen op alle actieve kookzones worden teruggebracht naar stand 1 om het eten warm te houden.
- Alle timerfuncties worden onderbroken.
- De pauze toets en de slider knipperen.
- Alle toetsen zijn inactief, behalve de pauze-toets en aan/uit-toets.
Als er binnen 10 minuten geen toets wordt aangeraakt, worden alle actieve kookzones automatisch uitgeschakeld.
Pauze uitschakelen
- 1. Raak binnen 10 minuten opnieuw op de pauze/starttoets aan.
- De kookplaat start weer met dezelfde instellingen.
Pagina 25
Bediening
Kinderslot
De Kookzones kunnen worden vergrendeld om te voorkomen dat ze per ongeluk worden ingeschakeld.
- 1. Raak de aan/uit-toets aan om de kookplaat in te schakelen.
- 2. Raak de aan/uit-toets opnieuw 2 seconden aan.
2 sec.
- De indicatie 'Loc' verschijnt op de display en de bedieningselementen van de kookplaat worden vergrendeld.
- 3. Ga op dezelfde manier te werk om de bedieningselementen te ontgrendelen.
- De indicatie 'Loc' verdwijnt uit de display en de bedieningselementen van de kookplaat worden ontgrendeld.
Tijdfuncties
Kookzone-timer
Elke kookzone heeft een kookzone-timer.
De kookzone-timer kan op twee verschillende manieren worden gebruikt: als een stopwatch-timer of als een uitschakeltimer die de bijbehorende zone uitschakelt. De timers kunnen niet tegelijkertijd worden gebruikt.
- Met de stopwatch-timer kan gecontroleerd worden hoe lang er gekookt is op een kookzone.
- Raak de kookzone-timertoets aan om de stopwatch-timer te selecteren. Na een korte vertraging begint de stopwatch-timer te tellen.
- Als de 'Auto-Stopwatch-timer' aan staat, zal de stopwatch-timer altijd onmiddellijk beginnen met tellen wanneer een vermogensniveau is ingesteld. De huidige waarde is dan niet zichtbaar totdat de stopwatch-timer wordt geselecteerd.
- Als de 'Auto-Stopwatch-timer' uit staat, zal de stopwatch-timer beginnen met tellen nadat deze geselecteerd is.
- Schakel de 'Auto-Stopwatch-timer' uit door de kookzone-timertoets aan te raken en daarna de toets nog een keer lang aan te raken. De kookzone-timertoets daarna nog een keer lang aanraken zet de stopwatch-timer op 0.00.
- Met de uitschakeltimer kan een kookzone automatisch uitgeschakeld worden.
- Wanneer de op de timer ingestelde tijd afloopt, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld en klinkt er een geluidssignaal.
- Schakel het geluidssignaal uit door de timer aan te raken; anders wordt het na een tijdje automatisch uitgeschakeld. De timer kan afzonderlijk worden ingesteld voor alle kookzones.
Pagina 26
Bediening
De uitschakeltimer instellen
- 1. Raak de timer-toets van de gewenste actieve kookzone aan.
- De timer-toets en '0.00' knipperen op het display van de kookzone.
- 2. Stel de gewenste kooktijd in met de slider (zie hoofdstuk 'Dynamische slider').
- 3. Indien gewenst herhaal dezelfde stappen om de timer voor een andere actieve kookzone in te stellen.
- Na afloop van de ingestelde tijd klinkt het alarm, knippert de toets van de betreffende kookzone en knippert '0.00' op het display van de timer.
- De kookzone wordt uitgeschakeld.
- Om het alarm te stoppen, raakt u de timer toets aan of verwijdert u de pan van de kookzone.
TIPS!
Als u de pan van de kookzone haalt, worden alle voor die kookzone ingestelde timerfuncties gepauzeerd.
De kookzone-timer deactiveren
- 1. Raak de kookzone-timer toets van de gewenste actieve kookzone lang aan.
- De timer wordt uitgeschakeld.
Pagina 27
Bediening
Kookwekker
De kookwekker is niet aan een kookzone gekoppeld. De kookwekker schakelt de kookzone niet uit.
- 1. Raak de kookwekkertoets aan.
- Stel een kookwekkertijd in met de slider.
- De kookwekker kan worden gereset door de kookwekkertoets 3 seconden aan te raken.
Bediening van de gekoppelde afzuigkap
Als u in het bezit bent van een compatibele afzuigkap met bluetooth, kan deze worden verbonden met het inductiegedeelte van uw kookplaat. Raadpleeg hoofdstuk 'Instellingen' om uw afzuigkap te koppelen en de werking ervan aan te passen. Parameter Hth wordt gebruikt voor het koppelen, terwijl Hst en Hsc de werking van uw afzuigkap beïnvloeden, zodat u deze geheel kunt afstemmen op uw eigen kookstijl.
Afzuiging in- en uitschakelen
- 1. Raak de ventilatortoets aan om de ventilator in te schakelen.
- 2. Raak de slider aan om een afzuigstand in te stellen.
- De afzuigstand is in te stellen tussen stand 1 tot 4 of 5, afhankelijk van het model afzuigkap.
- 3. Houd de ventilatortoets ten minste 1 seconde ingedrukt om de afzuigkap uit te schakelen.
Pagina 28
Bediening
De verlichting in- en uitschakelen
- 1. Raak de verlichtingstoets aan.
- De verlichting gaat op maximale sterkte branden.
- De slider verschijnt.
- 2. Raak de slider aan om de lichtsterkte in te stellen.
- 3. Raak de verlichtingstoets lang aan om de verlichting uit te schakelen.
Automatische afzuiging
De afzuigmodule heeft drie automatische afzuiginstellingen (zie hoofdstuk 'Instellingen'):
- Synchro Start (Instellingen)
Met deze instelling kan de inductiekookplaat automatisch de verlichting van de aangesloten afzuigkap activeren elke keer dat de inductiekookplaat wordt ingeschakeld. Afhankelijk van de waarde die u instelt, start de ventilatie automatisch op deze snelheid wanneer een kookzone wordt geactiveerd.
- Synchro Control (Instellingen)
In aanvulling op Synchro Start wordt de afzuigkap automatisch geregeld als deze aan staat, afhankelijk van de geactiveerde kookstand.
- Synchro Stop (Instellingen)
De verlichting wordt samen met de kookplaat uitgeschakeld en de ventilator wordt, wanneer alle kookzones afgekoeld zijn, ook uitgeschakeld.
Pagina 29
ConnectLife
Het toestel verbinden met de ConnectLife-app.
ConnectLife is een Smart Home-platform dat mensen, apparaten en services met elkaar verbindt. De ConnectLife-app bevat geavanceerde digitale services en oplossingen waarmee de gebruikers zorgeloos hun apparaten kunnen bewaken en bedienen, smartphonemeldingen kunnen ontvangen en software kunnen bijwerken (de ondersteunde functies kunnen variëren per apparaat en regio/land).
Voor het verbinden van uw slimme apparaat hebt u een eigen wifinetwerk nodig (alleen 2,4 GHz-netwerken worden ondersteund) en een smartphone waarop de ConnectLife-app is geïnstalleerd.
Scan de QR-code of zoek in de appstore van uw voorkeur naar ConnectLife om de ConnectLife-app te downloaden.
- 1. Installeer de ConnectLife-app en maak een account.
- 2. Ga in de ConnectLife-app naar het menu voor het toevoegen van apparaten en selecteer het juiste type apparaat. Scan vervolgens de QR-code, die u kunt vinden op het typeplaatje van het apparaat of op de extra sticker bij de handleiding. U kunt ook handmatig het AUID-/MV-nummer invoeren.
- 3. De applicatie begeleidt u vervolgens door het hele proces om het apparaat met uw smartphone te verbinden.
- 4. Na het tot stand brengen van een succesvolle verbinding kan het toestel op afstand worden bediend en gemonitord via de mobiele applicatie.
Pagina 30
Wifi
Wifi in- en uitschakelen
De kookplaat is uitgerust met een wifi-module waarmee het toestel verbinding kan maken met het internet via uw thuisnetwerk.
U verbindt uw mobiele apparaat eerst rechtstreeks met het toestel via bluetooth en gebruikt deze verbinding vervolgens om de gegevens van uw wifi-thuisnetwerk te delen. De kookplaat kan dan verbinding maken met het thuisnetwerk.
Om veiligheidsredenen is het niet mogelijk de kookplaat op afstand te bedienen, in te schakelen of uit te schakelen.
Voorbereiding
- Zorg ervoor dat u de naam/SSID van het wifi-netwerk van uw router en het bijbehorende wachtwoord weet ¹).
- Bluetooth moet op uw smart-apparaat zijn ingeschakeld.
Wifi-menu
Activeer wifi om het wifi-menu in te schakelen. De kookplaat moet ingeschakeld zijn.
- 1. Raak de wifi-toets gedurende 5 seconden aan om het wifi-menu te openen.
- Afhankelijk van de wifi-status zijn er 1 tot 3 opties beschikbaar in het menu: 'Con' om een verbinding tot stand te brengen, 'PAl' om een extra gebruiker te koppelen, en 'UnP' om alle gebruikers te ontkoppelen.
- 2. Gebruik de slider om een optie te kiezen (als er meer dan één optie beschikbaar is).
- 3. Raak de wifi-toets aan om de geselecteerde optie te bevestigen.
- 4. Raak de aan/uit-toets of de slider aan om het menu te sluiten.
- Als er binnen 60 seconden niet op een toets wordt gedrukt, wordt het menu automatisch uitgeschakeld.
Verbindingsinstellingen
- 1. Selecteer de optie ‘Con’ in het wifi-menu.
- Het toestel is in de “Connection Setup Mode” gedurende 5 minuten.
- De wifi-toets knippert.
- 2. Start in de mobiele app het proces om ‘Toestel toevoegen’ en volg de instructies om het netwerk in te stellen.
Extra gebruiker koppelen
Voor deze optie moet de verbinding met succes zijn ingesteld en moet de kookplaat zijn verbonden met de cloud (wifi-toets brandt constant).
- 1. Selecteer de optie ‘PAl’ in het wifi-menu.
- Het toestel is in de “Pairing Mode” gedurende 3 minuten.
- De wifi-toets knippert.
- 2. Start in de mobiele app het proces om ‘Toestel toevoegen’ en volg de instructies om het toestel te koppelen.
- 1) OPMERKING: alleen 2,4 Ghz-netwerken worden ondersteund
30
Pagina 31
Wifi
LET OP!
Gebruikers die al verbonden zijn, kunnen extra gebruikers toevoegen in de ConnectLife-applicatie door het apparaat te delen.
Alle gebruikers ontkoppelen
Voor deze optie moet de verbinding met succes zijn ingesteld en moet de kookplaat zijn verbonden met de cloud (wifi-toets brandt constant).
- 1. Raak de wifi-toets gedurende 3 seconden aan.
- 2. Selecteer de optie ‘UnP’ in het wifi-menu om alle gebruikers te ontkoppelen en de verbinding met de cloud te verbreken.
- De wifi-toets knippert 3 keer.
- De kookplaat verwijdert alle gekoppelde gebruikers ('Unpair').
Wifi uitschakelen
- 1. Open het wifi-menu zoals uitgelegd in “Wifi-menu”.
- 2. Raak de wifi-toets gedurende 2 seconden aan om wifi uit te schakelen.
- Er klinkt een korte pieptoon. De wifi-toets gaat uit.
Wifi opnieuw activeren na uitschakelen
- 1. Schakel de kookplaat uit.
- 2. Raak de aan/uit-toets gedurende 5 seconden aan.
- Er klinkt een korte pieptoon. De wifi-toets verschijnt.
Firmware-update
De kookplaat is uitgerust met een wifi-module en kan daardoor updates (bijvoorbeeld verbeterde functies of veiligheidsgerelateerde updates) ontvangen van de firmware van het toestel.
Om het updateproces te starten, moet voor de kookplaat in het instelmenu (zie "Instellingen") de instelling FoA zijn ingeschakeld. Dit bevestigt uw aanmelding bij de kookplaat. Na 10 minuten wordt deze instelling automatisch uitgeschakeld.
Nadat de instelling FoA op de kookplaat is ingeschakeld, start u het bijwerken vanuit de app. De kookplaat wordt uitgeschakeld. Als indicatie knippert het wifi-symbool tijdens het proces. Afhankelijk van de configuratie kan het bijwerken 60 minuten duren.
LET OP!
Tijdens het updateproces kunt u de kookplaat niet gebruiken. De kookplaat zal meerdere keren opnieuw opstarten en zal gedurende een periode niet reageren. Zorg ervoor dat de stroomvoorziening en de wifi-verbinding niet worden onderbroken tijdens de update.
Als het updaten niet lukt, blijft de kookplaat op de vorige firmwareversie staan en werkt deze zoals gebruikelijk. Probeer het na een korte periode opnieuw. Als het updaten steeds opnieuw mislukt, neem dan contact op met de serviceafdeling voor verdere ondersteuning.
Pagina 32
Wifi
Als de kookplaat na het updaten niet reageert, kan het zijn dat het updateproces nog niet afgerond is. Wacht tot het updateproces volledig afgerond is. Als de kookplaat na een tijdje nog steeds niet reageert, neem dan contact op met de serviceafdeling voor verdere ondersteuning.
Pagina 33
Instellingen
U kunt deze inductiekookplaat volledig aanpassen aan uw kookstijl! Er zijn verschillende instellingen die kunnen worden aangepast.
- 1. Zorg ervoor dat alle kookzones uitgeschakeld zijn.
- 2. Raak de pauzetoets 2 seconden aan.
2 sec.
- Het instellingenmenu wordt geopend.
- De eerste instelling en de status verschijnen in de displays.
- 3. Selecteer een andere instelling met de slider.
- 4. Selecteer de status.
- 5. Stel een nieuwe status in met de slider.
- 6. Sla de instelling (alleen bij 'Con') op door de kookzonetoets lang aan te raken.
- Om het menu te verlaten, raakt u de pauzetoets aan.
Pagina 34
Instellingen
De volgende instellingen zijn beschikbaar (afhankelijk van het model).
| boo - Auto boost Automatische | Indien ingeschakeld, wordt boost automatisch geactiveerd wanneer stand 12 wordt ingeschakeld. Indien uitgeschakeld, wordt boost geactiveerd |
| Boost-activering | door vermogensniveau 12 te kiezen, en daarna nog een keer lang niveau 12 te kiezen. |
| brd - Auto bridge Automatisch koppelen | Indien ingeschakeld, worden bij de detectie van een nieuwe pan op twee Bridge Induction kookzones de kookzones automatisch samengevoegd tot één grote kookzone. Indien uitgeschakeld, moet het koppelen handmatig plaatsvinden door op de sliders van twee Bridge Induction kookzones tegelijk te drukken. |
| SEL - Auto Select | U kunt kiezen of de slider automatisch wel (on) of niet (off) verschijnt |
| Auto selecteren | wanneer de eerste pan op de kookplaat wordt geplaatst. |
| • on | |
| • off | |
| dES - Auto deselect Auto deselecteren | Kies wel (aan) of niet (uit) automatische uitschakelen van de slider na 6 sec. niet gebruikt te zijn. Wanner 'DES' op 'off' staat moet de slider handmatig uitgeschakeld worden. |
| • on | |
| • off | |
| dYn - Dynamic Slide | Kies wel (aan) of niet (uit) gebruik van de dynamische slider. Als 'dYn' uit |
| Dynamische slider | staat, verschijnt de slider altijd in het midden. |
| • on | |
| • off | |
| rEC – Move and recover function Verplaats en herstelfunctie | Indien ingeschakeld, is de herstelfunctie actief en kunnen de instellingen van de ene naar de andere kookzone worden verschoven wanneer een pan van plek verandert. |
| dEt - Pan Detection | Stel de tijd in voor hoe lang de kookplaat moet detecteren of er een pan |
| Time-out | op de kookzone staat. |
| Pan detectie time-out | • 0.01 (standaard) = 1 min |
| • 0.10 = 10 min | |
| AtI | • Als de 'Auto-Stopwatch-timer' aan staat, zal de stopwatch-timer altijd |
| –'Auto-Stopwatch-timer' | onmiddellijk beginnen met tellen wanneer een vermogensniveau is |
| Automatische | ingesteld. De huidige waarde is dan niet zichtbaar totdat de |
| Stopwatch-timer | stopwatch-timer wordt geselecteerd. |
| • Als de 'Auto-Stopwatch-timer' uit staat, zal de stopwatch-timer beginnen met tellen nadat deze geselecteerd is. | |
| Cdn - Timer Countdown | Stel de tijd in wanneer de timer moet gaan aftellen: |
| Aftellen timer start | • Off (timer telt niet af) |
| • 0.20 (20 seconden voor einde ingestelde tijd) |
Bekijk deze tabel in de handleiding (pdf, pagina 34)
34
Pagina 35
Instellingen
Vervolg tabel vorige pagina
De volgende instellingen zijn beschikbaar (afhankelijk van het model).
- 1.00 (60 en 20 seconden voor einde ingestelde tijd)
- 5.00 (300, 60 en 20 seconden voor einde ingestelde tijd)
ACL - Auto child lock Indien ingeschakeld, wordt de kookplaat bij elke uitschakeling automatisch Automatisch kinderslot vergrendeld.
| Snd - Sound volume Geluidsvolume | Het geluidsvolume heeft 4 verschillende opties. L3 (hoog), L2 (medium), L1 (laag), uit (alleen fout- en alarmgeluiden). |
| SEn - Key sensitiveness Toetsgevoeligheid | De toetsgevoeligheid heeft 3 verschillende snelheidsopties. L3 (snel), L2 (gemiddeld), L1 (langzaam). |
| hth - Hob-to-hood pairing (Bluetooth) | Als u in het bezit bent van een compatibele afzuigkap met Bluetooth, kunt u deze koppelen aan uw inductiekookplaat! Om dit te doen, zet u deze |
| Bediening afzuigkap | parameter op aan. De pictogrammen van de afzuigkapbediening beginnen te knipperen. U hebt nu 5 minuten om de koppeling op uw afzuigkap te activeren. Zodra de afzuigkap aan uw inductiekookplaat is gekoppeld, stoppen de pictogrammen van de afzuigkapbediening met knipperen. |
| hSt- Hob-to-hood (Synchro Start Level) | Met deze instelling kan de inductiekookplaat automatisch de verlichting van de aangesloten afzuigkap activeren elke keer dat de inductiekookplaat |
| Startniveau afzuigkap | wordt ingeschakeld. Afhankelijk van de waarde die u instelt, start de ventilatie automatisch op deze snelheid wanneer een kookzone wordt geactiveerd. |
| hSc- Hob-to-hood (Synchro Control, response Level) | Met deze instelling kan de inductiekookplaat automatisch de verlichting van de aangesloten afzuigkap activeren elke keer dat de inductiekookplaat wordt ingeschakeld. Als de afzuigkap aan staat, wordt deze automatisch |
| Responsniveau afzuigkap | geregeld, afhankelijk van de hoogste geactiveerde kookstand. Als u de instellingen van de afzuigkap handmatig wijzigt, gaat de afzuigkap de rest van deze kooksessie over op handmatige bediening. |
| Het responsniveau kan worden ingesteld: L3 (hoog), L2 (medium), L1 (laag), uit. | |
| hSP- Hob-to-hood (Synchro Stop Level) | Met deze instelling kan de inductiekookplaat de verlichting van de aangesloten afzuigkap deactiveren elke keer dat de inductiekookplaat |
| Stopniveau afzuigkap | wordt uitgeschakeld. Afhankelijk van de waarde die u instelt, schakelt de ventilatie naar dat snelheidsniveau en stopt uiteindelijk met een vertraging. |
| FIr - Display firmware | Om de huidige softwareversies van de kookplaat weer te geven. |
| version | De UI-softwareversie wordt weergegeven. |
| Software versie | |
| FoA - Firmware update over the air | Om firmware-updates voor de kookplaat te ontvangen, moet deze via een app aan de kookplaat worden gekoppeld. U ontvangt een melding, of u |
| Firmware-update via wifi | kunt de beschikbare firmware-updates in het menu van de app raadplegen om te kijken of er updates zijn. |
| Om de firmware-update via de app te starten, zet u deze instelling op “aan” om uw aanmelding bij de kookplaat te bevestigen. Meer informatie vindt u in het hoofdstuk 'Wifi'. Na 10 min. wordt deze instelling automatisch op “uit” gezet. |
Pagina 36
Instellingen
Vervolg tabel vorige pagina
De volgende instellingen zijn beschikbaar (afhankelijk van het model).
Con - Connection power
Stroombegrenzer (aansluiting op elektriciteitsnet)
WAARSCHUWING!
De instelling van de stroombegrenzer moet door een erkend en gekwalificeerd installateur worden ingesteld op basis van de aansluiting en stroomonderbrekers bij u thuis. Lees de veiligheidsvoorschriften en de installatie-instructies zorgvuldig door.
Als de elektrische bedrading of stroomonderbrekers in uw huis niet voldoen aan het opgegeven vermogen op het typeplaatje, kan de stroombegrenzer worden geactiveerd door de waarde van deze instelling te verlagen. Dit kan echter wel leiden tot verminderde prestaties van de inductiekookplaat.
Het getal links van de punt staat voor het aantal aangesloten fasen, terwijl het getal rechts van de punt staat voor de elektrische stroom per fase in Ampère.
WAARSCHUWING!
Het toestel moet altijd worden ingesteld op de werkelijke of lagere waarde van de elektrische bedrading of de stroomonderbrekers. Deze instelling kan alleen worden ingesteld door een bevoegde elektricien.
LET OP!
Om onbedoelde aanpassing van de 'Con - connected power', Con-instelling te voorkomen, moet de wijziging worden bevestigd door de kookzonetoets 3 seconden aan te raken. Een wijziging zonder bevestiging wordt niet doorgevoerd!
3 sec. 3 sec.
dE - Demo mode Demomodus voor dealershowrooms
In de demomodus werkt het toestel zoals gewoonlijk, maar kan er geen kookgerei mee worden verwarmd.
Wanneer de demomodus actief is, wordt dit na het inschakelen van het toestel kort aangegeven met 'dE'.
Indien het toestel niet wordt gebruikt, wordt het na 10 minuten automatisch uitgeschakeld.
Pagina 37
Onderhoud
Reinigen glasplaat
Reinig het afgekoelde glas-keramische oppervlak na ieder gebruik, aangezien ook het kleinste beetje vuil kan inbranden op het hete oppervlak.
Gebruik voor regelmatig onderhoud van het glas-keramische oppervlak speciale reinigingsmiddelen, die zorgen voor een beschermend filter tegen vuil.
Veeg om krassen te voorkomen voor ieder gebruik stof en andere zaken van het glas-keramische oppervlak.
INFORMATIE!
Staalwol, schuursponsjes en schurend poeder maken krassen op het oppervlak. Ook sprays en ongeschikte vloeibare reinigingsmiddelen kunnen het oppervlak beschadigen.
Door het gebruik van schurende middelen, maar ook door het gebruik van beschadigde onderkanten van pannen kan de markering op het apparaat wegslijten.
Verwijder kleinere vuilresten met een zachte vochtige doek en maak het oppervlak dan droog.
Verwijder watervlekken met een milde azijnoplossing, waarmee u echter niet het frame (bij sommige modellen) mag vegen, aangezien dit dan zijn glans verliest. U mag geen agressieve sprays en reinigingsmiddelen gebruiken voor het verwijderen van kalk.
Verwijder sterker vuil met een speciaal middel voor de reiniging van glas-keramische oppervlakken. Neem hierbij de aanwijzingen van de fabrikant van het reinigingsmiddel in acht. Verwijder zorgvuldig alle resten van het reinigingsmiddel, bij verhitting kunnen deze het glas-keramische oppervlak beschadigen.
Verwijder hardnekkig en aangebakken vuil met de schraper. Wees voorzichtig met de schraper, dat u zich niet bezeert.
Suiker en voedselresten die suiker bevatten kunnen het glazen oppervlak beschadigen, daarom moeten de suikerresten meteen met de schraper van het glazen oppervlak worden verwijderd ook al is de kookplaat nog heet.
INFORMATIE!
De schraper wordt niet meegeleverd met het apparaat.
INFORMATIE!
Gebruik de schraper alleen als het vuil niet te verwijderen is met een vochtige doek of met speciale middelen voor reiniging van het glas-keramische oppervlak.
Houd de schraper onder een hoek van (45° tot 60°). Met zachte druk glijdt u over het glas en over de markeringen om het vuil te verwijderen. Zorg ervoor dat het plastic handvat (bij sommige modellen) niet in contact komt met het hete kookoppervlak.
Pagina 38
Onderhoud
TIPS!
Schakel, voordat u met schoonmaken begint, eerst het kinderslot in.
Dagelijkse reiniging
- Hoewel overgekookt voedsel niet kan inbranden verdient het aanbeveling de kookplaat direct na gebruik schoon te maken.
- Voor de dagelijkse reiniging kunt u het beste een mild reinigingsmiddel en een vochtige doek gebruiken.
- Nadrogen met keukenpapier of een droge doek.
Hardnekkige vlekken
- Ook hardnekkige vlekken zijn met een mild reinigingsmiddel, bijvoorbeeld afwasmiddel, te verwijderen.
- Verwijder waterkringen en kalkresten met schoonmaakazijn.
- Metaalsporen (ontstaan door schuiven van pannen) zijn vaak lastig te verwijderen. Hiervoor zijn speciale middelen verkrijgbaar.
- Verwijder overgekookte voedselresten met een glasschraper. Ook gesmolten kunststof en suiker kunt u verwijderen met een glasschraper.
LET OP!
- Gebruik nooit schuurmiddelen. Deze veroorzaken krasjes waarin zich kalk en vuil ophopen.
- Gebruik ook nooit scherpe voorwerpen, zoals staalwol en schuursponsjes.
TIPS!
Raadpleeg de website voor aanvullende onderhouds- en reinigingsinstructies!